Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Weblog

1 33 34 35

2e Bijeenkomst HRO-initiatief

Hierbij wil ik alle belangstellenden namens het “HRO-initiatief’ van harte uitnodigen voor de tweede bijeenkomst van het ‘HRO-initiatief’. Het zal plaatsvinden op 29 maart a.s. van 16.00 – 18.00 uur, in Regardz The Globe in Den Haag (station HS), met aansluitend borrel en broodjes.

We zijn in vele opzichten stappen aan het zetten met het gedachtegoed van ‘hoogbetrouwbaar organiseren’ (High Reliability Organizing, oftewel: HRO) en die stappen komen op 29 maart naar wij verwachten mooi bij elkaar.

Na een eerste artikel in M&O afgelopen zomer, is recent een artikel over HRO geplaatst in Sigma, het vakblad voor kwaliteitsdeskundigen (beide te vinden op deze website onder artikelen).

Een volgende stap vindt tijdens de bijeenkomst op 29 maart plaats met de presentatie van de Nederlandstalige uitgave van het boek van Karl Weick en Kathleen Sutcliffe ‘ Management van het Onverwachte‘, uitgever BBNC, Rotterdam. De vertaling is van de hand van Herman de Bruine. Het boek zit in de kosten van 75 euro voor deelname.

Het boek wordt aangeboden aan Pieter Gieling, vm. districtschef bij de Politie Utrecht en nu verbonden aan de Politieacademie te Apeldoorn. Na de aanbieding gaan we met hem in gesprek over elementen uit het boek en zijn inzichten uit de politiepraktijk.

Stappen zijn er ook te melden in de vorm van nieuw onderzoek, mede dankzij de respons op de vorige bijeenkomst. Zoals beloofd zullen we daar wat dieper op ingaan tijdens de bijeenkomst.

Voor degenen die nog onbekend zijn met het gedachtegoed lopen we de elementen in het begin van de bijeenkomst nog even langs, maar wel korter dan in de eerste bijeenkomst. Het verslag van die bijeenkomst staat eveneens op deze website.

Aanmelding graag op: dpn@northedge.nl of op de agenda op deze website.

Mede namens Herman de Bruine en Jos Tjon,

Peter Noordhoek

Over dilemma’s en een voorzitterskeuze

Eigenlijk heb ik deze weblog om over mijn werk te schrijven, maar omdat ik mijn website net met een column daarover heb gevuld, permiteer ik mij om nog wat meer te schrijven naar aanleiding van de strijd om het landelijk voorzitterschap van het CDA.

Ik zeg ‘naar aanleiding’ omdat ik de afgelopen week mij niet super goed aangesloten heb gevoeld bij die strijd. Wat ik van de verschillende kandidaten hoorde was goed. Ruth en Sjaak hadden beide effectieve en informatieve optredens in de media. De andere kandidaten slaagden er minder goed de media te vinden, maar de meesten maakten dat digitaal goed. (ik las dit weekend weer eens in David Plouffe’s ‘The Audacity to Win’. Daarin beschrijft hij hoe Obama’s campagne er in slaagde om via hun website meer dan 20% van het electoraat direct te bereiken, dus zonder tussenkomst van de media. Ook zonder het BN-complex van Nederlandse journalisten maakt deze campagne weer duidelijk hoe belangrijk het directe digitale kanaal is).

Maar al met al wacht ik de komende week af en hoop dat de debatten nog wat meer duidelijkheid zullen brengen. Zal ik ze een vraag stellen? Maar wat zou die vraag dan moeten zijn? Het wordt natuurlijk al snel vragen naar de bekend weg. Hmm, als ik ze nu eens een dilemma voorleg? Een dilemma uit het harde leven van een gekozen voorzitter. Laat ik dat eens proberen; een vraag in de vorm van een dilemma. Als CDA-lid, mocht iemand daar nog aan twijfelen.

Eerste dilemma. Je bent voorzitter en gaat, zoals elke donderdagavond, naar het Bewindspersonenoverleg (BPO). Een nuttig afstemmingsoverleg, waar je eigenlijk nooit kunt ontbreken. Aan de orde is een punt dat niet in het regeerakkoord staat, maar wel controversieel is. Denk aan een een extra korting op de sociale voorzieningen omdat vorige ingrepen niet voldoende bleken te zijn. Je eigen hoofd communicatie citeert uit een onderzoek waaruit blijkt dat de meeste potentiële CDA-kiezers de maatregel wel vervelend vinden, maar er hun stemgedrag niet door wijzigen. Je eigen bewindspersonen zijn, alles afwegend, voor de maatregel. Als voorzitter weet je heel goed dat een belangrijk deel van de eigen achterban fel tegen is en dit als een test van je betrouwbaarheid zien. Wat doe je?

Tweede dilemma. Ze gunnen elkaar niets. De provinciaal voorzitters komen keihard op voor kandidaten uit de eigen regio. Het voorstel van de lijst vindt geen genade. Heel veel nieuwe mensen, maar nauwelijks bekende namen, dus wordt er vooral gekeken naar waar de kandidaten vandaan komen. De provinciaal voorzitters trekken hun conclusie: te weinig mensen uit de eigen provincie, hier kan ik niet mee thuiskomen. Op een gegeven moment sneuvelen er in dit proces zoveel kandidaten dat de voorzitter meent dat de kwaliteit van de lijst niet langer gegarandeerd kan worden. Hier kan hij / zij ook niet mee thuiskomen. Tijd om nog langer te masseren is er niet. Gaat de voorzitter alsnog heel democratisch met de provinciale collega’s mee of trekt hij / zij een streep?

Derde dilemma. De voorzitter doet boodschappen bij de bakker. Niemand herkent hem / haar. Hij hoort de mensen spreken over de gezichtsbepalende figuren van zijn / haar partij en het is niet best; je kan er geen brood van bakken. Zijn / haar hart geeft hem in dat de mensen gelijk hebben. Tegelijk weet hij / zij dat diezelfde gezichtsbepalende figuren oprecht hun uiterste best doen om hun bestuurlijke opdracht te vervullen en dat de mensen die nu zo makkelijk met hun kritiek in de media komen wel erg makkelijk praten hebben en het niet beter zullen doen. Dan herkent een van de mensen in de winkel hem / haar en zegt: ‘En, ga jij daar nou wat aan doen of niet?’ Ga je daar als voorzitter dan op in of niet?

Drie pogingen tot een dilemma. De eerste is een bijna wekelijkse realiteit in het leven van een voorzitter, de tweede gaat om de meest essentiële verantwoordelijkheid van elke voorzitter: het samenstellen van een lijst. De derde is wellicht het meest fundamenteel: het luisteren naar wat je hart je ingeeft.

De antwoorden zijn eigenlijk niet eens zo interessant. Elk van de kandidaten mag verbaal vaardig genoeg worden geacht om er iets van te maken. Ik ben vooral benieuwd naar de wijze waaorop ze worden beantwoord. Welke toon wordt er gezet, hoe krachtig of wijs wordt het antwoord? Ik denk bijvoorbeeld dat Ronald Zoutendijk aan het eerste dilemma een kluif heeft omdat het een test is voor zijn gedachte om van zoveel mogelijk zaken een ledenraadpleging te maken. Of is een partijlid belangrijker dan een kiezer? Jan de Visser moet mij de passage in zijn boek aanwijzen waar staat hoe je hier 2.0 mee omgaat. Martijn Vroom zie ik vanuit zijn vernieuwingsdrang op ramkoers gaan richting de provinciale voorzitters, maar wellicht is hij dat voor door er in te slagen eerst zijn structuurverandering te realiseren. Ton en Ruth kunnen de boel wel bij elkaar proberen te houden bij het tweede en derde dilemma, maar soms is praten niet genoeg en moeten er keuzes worden gemaakt. Bij het derde dilemma moet Sjaak de mensen met wie hij al zo lang optrekt wellicht toch echt de waarheid gaan zeggen. Weer, allemaal zullen ze hun weg wel uit deze dilemma’s kunnen vinden, want het zijn stuk voor stuk verstandige mensen, maar de manier waarop ze dat woorden geven lijkt me wel interessant.

Vragen stellen is eigenlijk een wel erg makkelijke bezigheid. Het is net alsof je superieur bent aan degene wie je de vragen stelt – zo dadelijk mag je een oordeel over de antwoorden geven. Nah, denk niet dat ik ze voorleg. Het moet ook op een andere manier wel mogelijk zijn een beeld te krijgen van waar ze voor staan. Mischien is het wel genoeg om te vragen of ze een glas bier, een wijntje of een spaatje met me willen drinken. Zegt ook veel en is wel zo gezellig. Ondertussen leg ik de dilemma’s graag aan mijn mede-leden voor: snappen wij dat dit is wat we van een voorzitter vragen? Hebben we wel de juiste verwachtingen? Gaan wij de voorzitter steunen als hij / zij het moeilijk heeft, of gaan we er nog wat bezwaren boven op stapelen?

Wie het ook wordt; geef de voorzitter het krediet dat bij de zwaarte van de functie hoort.

CDA: bij een voorzitterskeuze

Er stond een beamer en een laptop klaar, maar het beeld was leeg. Vier jaar geleden ondernam ik de reis van Gouda naar Bergeijk om een kandidaat voor het voorzitterschap te spreken. Ik had net een campagne voor provinciale staten achter de rug en had drie maanden daarvoor de landelijke verkiezingen voor Zuid-Holland mogen doen. Als toegift mocht ik mee met Greg Clark MP, een Brits parlementslid die meedeed aan de verkiezingen in Tunbridge Wells, een fascinerende inkijk inkijk in de Britse verkiezingen. Allemaal prachtig, maar het had allemaal veel, veel tijd gekost en het werk riep hard. Toen ik het telefoontje van Yke de Grood kreeg, was ik in eerste instantie dan ook heel kort over het vooruitzicht om nog een campagne te gaan doen. Peter van Heeswijk, voor het voorzitterschap van de partij? Ik had nog nooit van hem gehoord en vlak daarvoor had ik laten weten dat wie het ook van Marja van Bijsterveldt zou overnemen het erg moeilijk zou krijgen. Onbegonnen werk. Maar ja, ik ben een softie en Yke, hoofd van het steunpunt CDA Brabant, weiger je niet zomaar iets. Iemand met meer poliiek gevoel is er in Nederland niet te vinden. Aards, hard, direct, maar met een overlopend CDA-hart. Maar nu wel gebonden. Ze mocht haar favoriete kandidaat niet helpen. Of ik het wilde doen.

Dus was ik in Bergeijk, bij een lege laptop en een projector met wit licht. Een kleine zes weken later was Peter voorzitter. Hij deugde. Duidelijker kan ik het niet zeggen. Hij deugde. Als mens, als CDA’er. Dat straalde hij ook uit. Een ondernemer, maar ook een gewone man. Voelde zich voor niemand te goed. Had een mooi bedrijf opgebouwd, werkte zich te barste. Dacht aan meer dan zichzelf. En hij was provinciaal voorzitter van de op een na grootste provincie in CDA-land. Dan ben je iemand. Daarbij deed hij zijn bestuurswerk zo dat hij vrienden maakte, dwars door het hele land. En last but not least; hij zag er gewoon goed uit. Zijn foto was de man, alles klopte. Zijn tegenkandidaat had intellectueel meer in te brengen, kon beter praten en had veel meer vrienden in ‘high places’. Zijn campagne was eerder begonnen, beter doordacht en sneller dan die voor Peter ooit kon worden. Toch werd het nooit een echte strijd. Ik hoefde de dingen alleen maar op een rij te zetten en Peter won.

Het is niet goed afgelopen met het voorzitterschap van Peter. Dat hij deugde bleef zichtbaar, niet in het minst in het feit dat hij op 9 juni direct zijn consequenties nam bij de verkiezingsnederlaag en aftrad. Ook toen Frissen alle schuld op hem schoof – en daar valt best wat op af te dingen – zocht hij niet de publiciteit en bleef loyaal. Maar alleen een goed mens zijn, ondernemer zijn en bestuurlijke ervaringen hebben binnen het CDA, is dus niet genoeg. Ik heb Peter van Heeswijk kei- en keihard zien werken aan alles dat er voor nodig is om een goed voorzitter te zijn, maar uiteindelijk was het nooit genoeg. Beelden zijn ook wat dat betreft snel gezet, maar met pijn in het hart zeg ik: Den Haag vrat hem op, met huid en haar. Omdat hij een fantastisch gezin om zich heen heeft en zelf iemand is die de zon snel ziet schijnen komt hij er weer boven op, maar wat wordt er onmenselijk veel van een voorzitter gevraagd.

En daar moet ik natuurlijk aan denken nu zich zes nieuwe kandidaten hebben gemeld. Gaan die het beter doen? Ik wil noch de partij, noch andere in de kern goede mensen als Peter weer door zo’n ervaring heen laten gaan. Wat zijn dan nu de kwaliteiten waar een voorzitter aan moet voldoen? Als je nog nooit vol in de hitte van de Haagse strijd hebt gestaan – en dat geldt voor bijna alle kandidaten – is het eigenlijk onverantwoord om er aan te beginnen. Maar goed, we hebben er zes en die verdienen een eerlijke weging.

Ik loop ze langs, wetend dat het om eerste indrukken gaat en er nog het nodige kan gebeuren.

Ruth Peetoom – een fijne vrouw, iemand met wie je graag wilt optrekken. In termen van ‘ticking the boxes’ heeft ze veel mee: vrouw dus, maar ook een jonge uitstraling, predikant en – heel belangrijk: met duidelijk wortels buiten de Randstad, in feite de enige niet Zuid-Hollandse kandidaat. Daardoor begint ze nu ook met een voorsprong: ze heeft overweldigend veel provincies achter zich, plus waarschijnlijk het Vrouwenberaad. Daarbij heeft ze een profiel en een programma dat heel erg op ’verbinden’ en de eenheid van de partij is gericht. So far, so good. Maar dan komt tegelijk het probleem; ze is onvermijdelijk ook de kandidaat van de 32% tegenstemmers. Bij een normale voorzittersverkiezing zou dat een voordeel zijn; we houden van evenwicht en haar verkiezing kan laten zien dat ook de 32% er helemaal bij hoort. Dit keer wordt de voorzitterscampagne een mediacampagne en dan worden verschillen groter en tot splijtzwam gemaakt. Het voordeel kan dan een nadeel worden. Dat is dan ook precies wat gebeurde in haar radio-interview met Spijkers met Koppen op de eerste dag na de presentatie van de kandidaten. Hoe ze daar in het vervolg mee omgaat bepaalt haar succes.

Ton Roerig – niet zo heel veel mensen zullen hem kennen, maar ik zeker wel; hij was in 2006-7 lid van mijn campagneteam en heeft ook in de laatste campagne goed meegedraaid. Ik heb hem leren kennen als een mensenmens, hij is heel goed voor de teamsfeer. Hij houdt ook van het politieke spel. Dat moet ook wel; anders overleef je geen wethouderschap in een stad als Hilversum. Hoewel Drent van achtergrond, heeft hij een Bourgondische uitstraling; er is meestal wel iets van een twinkeling in zijn oog en een lach om zijn mond (ook als ie weer eens laat is voor een vergadering). Mede door die losse houding kwam hij volgens mij ook het beste over in DWDD. Dat is belangrijk, want sinds Bleker wordt er wat dat betreft veel van een voorzitter verwacht. Behalve zijn relatieve onbekendheid heeft hij als nadeel dat hij vrij weinig specifieke kenmerken heeft. Nauwelijks ‘ticking the boxes’ bij hem. Hij is niet geprofileerd als het om ideologische of christelijk-sociale thema’s gaat en moet zich nog goeddeels bewijzen binnen de partij en het Haagse. Veel zal afhangen van zijn vermogen om mensen die dat meer in huis hebben om zich heen te verzamelen, maar dat vermogen lijkt nu juist bij hem goed in orde.

Martijn Vroon – wat mij betreft de meest interessante kandidaat, al heb ik nog niet de overtuiging dat hij het wordt. Hij weet heel wat punten af te tikken: veruit de jongste kandidaat en net als de meeste jongeren ideologisch christelijk-rechts. Daarnaast is hij helemaal top als het gaat om het gebruik van social media, is hij een campagnewonder en heeft hij als oud-medewerker van de fractie misschien nog wel de meeste frisse kijk van alle kandidaten op hoe het daar werkelijk aan toe gaat – en is hij in zijn uitstraling van niemand bang. De reden waarom ik hem zo interessant vind. is echter vooral dit: hij benoemt zichzelf als de kandidaat van de verandering, radicale verandering zelfs. Welnu, deze partij heeft dat nodig. Martijn een beetje kennend, zal die verandering er ook komen als hij voorzitter mocht worden. Er is een heel overtuigend punt te maken dat we nu geen verbinder nodig hebben, maar een veranderaar. Tegelijk zit daar ook mijn aarzeling bij zijn kandidatuur. Hoewel we binnen de partij er nu wel van overtuigd zijn dat de situatie ernstig is, betekent dit nog niet dat iedereen klaar voor verandering is. Dat maakt hem minder verkiesbaar en kan hij bij een eventuele verkiezing tot voorzitter ook wel eens als verdelend worden ervaren. Toch, een beetje meer Martijn zou welkom zijn.

Jan de Visser – de derde met een theologische achtergrond, maar hij is duidelijk meer dan dat. Zijn CV leest als dat van iemand die zichzelf voortdurend ontwikkeld – en ik twijfel er niet aan dat hij er alles aan zal doen om ook de partij te ontwikkelen. Wat mij enorm voor hem inneemt is zijn initiatief om zelf een boek te schrijven met zijn visie op de partij en vervolgens het lef te hebben om niet langs de kant te blijven staan. Verantwoordelijkheid nemen, heet dat. Hoewel hij wat grijs overkomt, bleek tijdens DWDD dat hij niet voor niets advocaat is; hij kwam scherp uit de hoek. Geen bange man. Waar ik minder van overtuigd ben is zijn vermogen om door de hele partij omarmd te worden. Hij heeft denk ik een beetje mijn probleem; teveel in het eigen hoofd leven. En wat ik uiteindelijk echt mis is genoeg Haagse ervaring. Ik zie hem niet genoeg tegenspel bieden tegen de krachten daar – maar wil graag van het tegendeel overtuigd worden.

Sjaak van der Tak – is mijn probleemkandidaat. Hij heeft onmiskenbare leiderscapaciteiten, hij is bang van niemand en een brok energie. In de partij heeft hij zijn sporen meer dan verdiend en hij moet ook degene zijn die het beste tegenwicht kan bieden tegen de ego’s in kabinet en fractie. Maar daar zit dan ook tegelijk het probleem. Hij presenteert zich als iemand van buiten Den Haag, maar hij is echt een insider en volgens mij de duidelijke favoriet van dit kabinet. Dat laatste hoeft bepaald geen schande te zijn, maar het kan hem wel in een hoek zetten. Als zodanig is zijn positie spiegelbeeldig aan die van Ruth Peetoom en loopt ook hij het risico verdelend in plaats van verbindend te zijn. Als hij vandaag in Trouw juist Hirsch Ballin voorstelt als degene die de rechtstatelijke kant van onze lijn moet versterken, dan denk ik ‘hé, mooi tegendraads’, maar ik hou het gevoel dat ik niet helemaal weet waar ik sta met Sjaak. Hij is iemand die het ieder geval gewoon vindt om op de eerste rij te zitten. Prima, laat het dan maar eens zien. Hij is in ieder geval een van de redenen waarom ik denk ik tot het laatst wacht voor ik mijn keuze maak.

Ronald Zoutendijk – is op het eerste oog een aangename verassing. Serieus, rustig, echt iemand aan wie je portemonnee kan toevertrouwen – hij is dan ook niet voor niets directeur van het Laurensfonds. Lijkt me ook een fijn iemand om voor te werken. De andere kant is er natuurlijk ook: geen trackrecord in de partij of Den Haag, geen echt specifieke plus, of het zou die als kandidaat voor de steden moeten zijn, en één grote min: Wassenaar. Ik word ook wat melig van zijn boodschap. Die valt samen te vatten als het geven van meer zeggenschap aan de leden. Het democratisch gehalte van deze partij is m.i. echter het probleem niet, het gaat nu om leiderschap. Met enige spijt constateer ik dan ook dat zijn kans om gekozen te worden niet groot is – maar wellicht vergis ik me. In ieder geval is hij één van de groep van zes waarvan ik in dat geval oprecht hoop dat ze in een andere capaciteit actief worden voor de partij.

Mijn lichte voorkeur gaat naar de eerste drie kandidaten uit. Toch hou ik, zoals dat in niet-Nederlands heet, ‘een open mind’. Bij de laatste voorzitterscampagne waren er maar iets van 4 radiointerviews en iets meer krantenartikelen. De campagne werd bepaald door de folder van elke kandidaat, diens enige internetpagina en een 12-tal optredens in ledenvergaderingen. Er moest gestemd worden voordat het congres kon plaatsvinden. Het dankwoord van Peter en zijn tegenkandidaat Jeroen was voor velen het eerste moment dat ze beide kandidaten hoorden spreken en toen kon er dus geen keuze meer worden gemaakt. Nu zal dat anders gaan. De media zullen zich er volop mee bemoeien, de social media nog meer. De kandidatuur van Ruth is nog steeds een logische, maar geen onvermijdelijke meer. Niet voor mij en niet voor de rest van de leden. Het gaat er nu om dat elk lid echt goed nadenkt over wat voor voorzitter er moet komen en daar de keuze door laat bepalen.

1 33 34 35


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek