Over promoveren: aanleiding, bronnen, feest en verder

7 mei 2019
Peter

Ik promoveerde op maandag 15 april 2019. Daarna vierden we het. Op de dinsdagochtend sliepen we uit en maakten we een boswandeling. Aan het einde van de dag waren we weer thuis en werkten we weer. Woensdag, donderdag en vrijdag had ik audits door het land heen. Bij de start van het Paasweekend was ik vooral moe. Zo moe. Maar ook tevreden? Oh, zo tevreden. Maar over wat? Kent u dat het gevoel van een kind als het met zijn of haar armen een grote boom wil omvatten? Het lukt niet, de armen bereiken elkaar niet. Inmiddels hebben we een korte vakantie achter de rug. Dat gevoel is er nog steeds, maar het wordt ook tijd om er wat aan te doen. Hier wordt de lezer geïnformeerd over (een samenvatting van) de inhoud, de bronnen voor de originele studies, de aanleiding voor de promotie en een beschrijving van de dag zelf, samen met foto's. Dus: aan het begin de inhoud, aan het einde de sfeer.

AANLEIDING

In augustus 1984 studeerde ik af aan de Leidse universiteit. Aris van Braam, mijn hoogleraar zei, duim en wijsvinger bijna helemaal naar elkaar toeknijpend, “Je bent zo dichtbij, een kwestie van wat je hebt van wat extra literatuur voorzien.” Het is me toen niet gelukt. Een kwestie van omstandigheden, een kwestie van niet willen volstaan met het minimale. In 2011, midden in de crisis, publiceerde ik een boek over de reactie van branche- en beroepsverenigingen op de incidenten die de crisis met zich mee bracht. Het was een praktisch bedoeld boek over 'Branchebrede kwaliteit', puttend uit mijn concrete ervaringen. Tegelijk liep ik tegen een aantal opmerkelijke zaken aan. Zaken, zoals het aantal verenigingen en wat nu echt hun aard was, waarop geen sluitende antwoorden bestonden. En toen werd een hoogleraar op mij afgestuurd, John Rijsman. En hij zei: “Je bent zo dichtbij, een kwestie van wat je hebt van wat extra literatuur voorzien.” Ik luisterde, maar dacht ook: dit is mij eerder gebeurd en het is niet waar wat hij zegt, want er moet nog zoveel opnieuw worden bedacht. Maar dat was wel precies wat ik wilde. Ik wilde reflecteren op mijn praktijk, wilde fundamentele dingen aan de orde stellen. Ik wilde ogen openen, te beginnen met de mijne. En dat werd de start van een nieuw traject. John Rijsman bleef mij met zachte hand naar het doel leiden. Een andere hoogleraar, Teun Hardjono, vroeg ik om mij scherp te houden op de kwaliteitsdimensie van mijn verhaal, maar bleek vooral belangrijk omdat hij mij methodologisch strakker zou maken. Maar het blijft een wonder dat het er nu ligt. Alleen in september 2017 heb ik een weekje vrij genomen, de rest van de tijd heb ik geschreven in de momenten tussen werk, privé en hobby (CDA) in. Op dit moment heb ik geen idee meer hoe ik dat heb gedaan.

WEGWIJZER

Het ligt er en dit is waarschijnlijk geen slecht moment om nieuwsgierige mensen de weg te wijzen in wat ik in mijn verdediging heb laten testen. Vooraf; ik reken nergens op. Boeken lezen wordt steeds minder gedaan en van alle soorten boeken worden dissertaties waarschijnlijk het minste gelezen. Natuurlijk vind ik dat mijn tekst de grote uitzondering op die regel hoort te zijn, maar ondertussen ga ik mijn best doen om vooral de verschillende elementen ervan naar voren te brengen in de komende jaren. Easy does it. In deze tekst verwen ik mijzelf nog. Hier geef ik aan wat de belangrijkste inhoudelijke elementen van de dissertatie aan, de bronnen, en deel links naar verschillende onderdelen, voor zover nu beschikbaar. Verder deel ik via video, foto’s en een korte tekst de momenten van een voor mij geweldige dag en wat daar aan vooraf ging. Misschien dat ik bij wat jongere – en oudere – mensen die een dissertatie vanuit de praktijk overwegen iets van enthousiasme los kan maken. En tot slot sta ik nog even stil bij de vraag van ‘En nu?’

BRONNEN

De dissertatie bestaat uit een hoofdtekst en vier bijlagen.

Lees hier een samenvatting van de gehele studie: Noordhoek - publiekssamenvatting Trusting Associations 20190320
Voor hier een samenvatting van de deelstudie over het notariaat: Publiekssamenvatting 'Werken aan het notarieel tekort'

De totale studie (800 p.) is te downloaden via de portal van de universiteit Tilburg. Op een deel (casus notariaat) berust nog een embargo tot 15 april 2020. Via de auteur is de studie in boekvorm en per onderdeel verkrijgbaar. Via zijn social media-uitingen zijn ook vervolgpublicaties verkrijgbaar. Vragen staat altijd vrij: info@northedge.nl.

Omdat de hoofdtekst Nederland overstijgend is, is het een Engelstalige “Main study” geworden. Dit omvat een Nederlandse samenvatting. De titel is gelijk aan de totale dissertatie: “Trusting Associations. A Surgent Approach to Quality Improvement in Associations.” De intentie is om de main study via blogs en artikelen naar het Nederlands toe te vertalen. Deze main study is te bestellen via mijn nieuwe persoonlijke website (nog in aanbouw): www.meerdannu.nl. Daar ook in een digitale versie en natuurlijk ook via dit ISBN-nummer: 978 90 5294 2957.

De dissertatie omvat verder nog drie casussen:

  • "Voorbij het minimum" - de casus over de openbare bibliotheken (VOB)
  • “Werken aan het notarieel tekort.” - de casus over het notariaat (KNB)
  • "Meerwaarde in vele ogen" - de casus over makelaars en taxateurs (NVM)
    Plus een bijlage met een overzicht van 200+ verschillende ‘Kwaliteitsinterventies’.

Elk van deze bijlagen is apart in te zien of te bestellen via de bovenstaande adressen, c.q. links, met uitzondering van de al genoemde casus over het notariaat. Deze casus verschijnt onder de titel “Werken aan het notarieel tekort” op 23 mei 2019 als aparte uitgave van Wolters Kluwer in de serie Ars Notariatus via ISBN 9789013153903 en te bestellen via de site van Wolters Kluwer of andere uitgevers.

Hier de video van het verdedigen van het proefschrift.

DE DAG

Promoveren op de je 61e geeft waarschijnlijk veel minder stress dan op een jongere leeftijd. Anders kan ik niet goed verklaren hoe relatief ontspannen ik naar de dag heb toegeleefd en de eigenlijke verdediging mocht beleven. Voor aanvang was ik verstrooid genoeg om eerst mijn rokkostuum bijna te vergeten en daarna mij usb-stick met presentatie. Als ik op mijn woorden focus, blijft er vrees ik te weinig aandacht over voor de gewone dingen. Dank aan Monique, Twan, Marc (Muntinga, paranimf l.), Mark, Geert, Peter, Brigitte, Bert (de Beijer, paranimf r.) en natuurlijk Loes en de pedel voor het oppakken van alles waar ik niet aan wilde denken.

Maar mijn publiekspraatje ging me vlot genoeg af. Kijk vooral naar het verslag en zie het als een impressie van het totaal, niet als een letterlijke samenvatting.

Tegen het einde van mijn publiekspraatje (ca. minuut 12) zag ik dat de hoogleraren er ook zin in kregen. De vragen die daarna op mij af werden gevuurd waren stevig, maar ook stevig in de zin dat ik er graag mijn tanden in zette. Er ontstond steeds meer een echte sfeer voor debat en dat was natuurlijk naar de zin van iedereen; die procedures zijn soms nodig, maar helpen niet bij de levendigheid. Het was mooi om aan de hoogleraren te merken hoe betrokken ze waren geraakt bij mijn werk en het recht wilden doen. Als ik een kanttekening heb, dan is het deze: de meeste vragen gingen of over kwaliteitszorg of waren methodologisch van aard en daardoor kwamen zaken die meer met verenigingen of toezichtkwesties te maken hadden er wellicht wat te bekaaid van af, maar gegeven de omvang en samenstelling van de commissie had dat ook waarschijnlijk niet anders gekund. Ondertussen ging er al heel wat over tafel.

Toen het “Hora est” klonk, was dat tot groot ongenoegen van de hooggeleerde Henk de Haan, die juist een vraag had willen stellen en deze volgens Tilburgs gebruik niet af mocht maken. Henk de Haan – degene die ooit als enige Kamerlid had gewaarschuwd tegen de toetreding van Griekenland tot de Euro – liet zich niet zomaar het woord ontzeggen, maar op vreemd grondgebied moest de Groningen toch zijn vraag intrekken. Het gaf iets weer van de betrokkenheid van iedereen. Na het terugtrekken van de hoogleraren werd mij de bul overhandigd door copromotor Teun Hardjono en kreeg ik een ‘laudatio’ van mijn promotor John Rijsman (minuut xx en verder). Dat laudatio was, naar ik later begreep, ongebruikelijk indringend. Het sprak de verwachting uit dat mijn promotie van grote betekenis zou zijn. Het legde ook de verwachting op mij dat ik ook op academisch niveau nog het nodige zou gaan betekenen, maar daar wilde ik mij niet door laten belasten. Wat ik wel op mijn schouders gelegd voelde worden was de verantwoordelijkheid om in de zin van mijn proefschrift door te gaan en in de wetenschapstraditie van de sociaal-psychologie van de universiteit Tilburg te treden zoals John Rijsman die heeft voorgestaan of in ieder geval in de wetenschapsfilosofische benadering zoals ik die ooit met Rijsman, Hardjono en Noordergraaf heb gedeeld. Een mooier einde van de ceremonie kon ik mij persoonlijk niet wensen.

Of toch wel? Na afloop, na de erehaag en de groepsfoto volgden de momenten waar ik, samen met Loes, ook echt naar uitkeken, de gesprekken. Het mooie was dat mensen uit bijna alle fasen van mijn leven aanwezig waren. In de cortège was professor Bertien Collette, hoogleraar epidemiologie die o.a. in Nederland de screening op baarmoederhals- en borstkanker georganiseerd heeft en de eerste voorzitter van de vereniging van vrouwelijke hoogleraren in Nederland. Voor mij was ze echter vooral ‘tante’ Bertien, de huisarts met wie mijn ouders huis en praktijk deelden en waarin ik vanaf mijn 2eover de vloer kwam. Mijn ouders zijn beiden al overleden en dan is voor mij (en mijn ook aanwezige zus Marion) onbetaalbaar om haar er nog bij te hebben. En zo waren er allemaal mensen die voor mij in mijn leven van betekenis waren en zijn; de leraar van de lagere school, de vrienden van de middelbare school, de collega van de vakgroep Bestuurskunde in Leiden, enzovoort, enzovoort tot en met de opdrachtgevers, collega-bestuursleden, politieke, zakelijke en andere vrienden van nu. De katholieken zeggen dit het beste: ik ben een gezegend mens. En dan heb ik Loes en Twan ook nog.

EN NU?

Was ik eerder gepromoveerd, dan had ik er waarschijnlijk een toren van verwachtingen op gebouwd. Misschien is het maar goed dat dit niet is gebeurd. Het promoveren is de afgelopen jaren in zekere zin bijzaak geworden. Ik had het niet volgehouden als ik er niet zo’n enorm krachtige manier aan over gehouden had om te reflecteren op mijn werk en alles wat daar mee te maken heeft. De promotie heeft door de jaren heen mij gedwongen te blijven analyseren op een hoger, dieper niveau dan anders was gebeurd. Carrièreverwachtingen zijn echter ver op de achtergrond gekomen. De grap is, dat ongeveer drie maanden voor het promoveren het er wel degelijk op gaat lijken dat ik het nodige met de materie ga doen. Het is nog te vroeg om daar al iets over te publiceren, maar ik kijk al uit naar spannende nieuwe activiteiten.

Peter Noordhoek (die ergens onderweg een 's' heeft verloren)