CONTACT

Over de waarde van een maatschappelijk initiatief

20 maart 2016
Peter

Wat als een maatschappelijk initiatief heel waardevol lijkt, maar als het in bestuurlijke zin twijfelachtig is? Hoe moet je dat politiek of anderszins waarderen? Een nieuw handboek geeft daar richting in - al zullen zowel initiatiefnemers als bestuurders er regelmatig een lastige afweging bij houden.

Van Koudasfalt naar Goudasfalt
Recent is net tegenover mijn stad, aan de andere kant van de rivier, een interessant stuk grond vrijgekomen. Gouda, mijn stad, kijkt vanaf de Binnenstad al eeuwen uit op de groene Krimpenerwaard, met de IJssel er tussen in. Andersom kan je eigenlijk niet kijken. Er loopt een weg over een dijk waar je beter niet kunt stoppen als je heel wilt blijven. Toch is het eigenlijk een ideale plek om je eigen ‘Zicht op Gouda’ te schilderen: het historische profiel van de stad is nauwelijks verstoord door moderne lelijkbouw. Kerktorens en molens bepalen nog altijd de skyline van ‘de mooiste binnenstad van Nederland’.

Sinds kort kan dat veranderen. Een voormalige asfaltcentrale – ‘Koudasfalt’ – is leeg komen te staan. Het terrein is in mijn ogen scheel van lelijkheid, maar industriële archeologen zullen er vast dol op zijn. Het is ook een onmogelijk terrein, mede doordat je koud wordt van de hoeveelheid asfalt die er te vinden valt.

Toch is er een groep burgers gekomen die er wat in zagen. Doe een stevige hoeveelheid grond over het geheel en ga het terrein benutten voor culturele en recreatieve doelen, zo is de redenering. Vol creativiteit en daadkracht zijn ze aan ‘Goudasfalt’ begonnen. De groep werd een grotere groep, werd een heus maatschappelijk initiatief. De kern werd gevormd door mensen met een professionele achtergrond en vol ervaring met vergelijkbare projecten – en prima lijnen met het stadsbestuur. Om een langer en ingewikkelder verhaal kort te maken, ze zijn met een Facebookpagina, een plan, een actie en een voorstel gekomen en kort geleden heeft de gemeenteraad na een spannende vergadering ‘ja’ gezegd tegen een garantstelling voor de aankoop en verdere ontwikkeling van het terrein. Komende zondag verzamelen zoveel mogelijk mensen zich om het terrein te gaan schoonvegen. Ik zal er als het even kan ook zijn, want veel van die mensen ken ik als hele prima burgers waar je altijd een beroep op kunt doen als er iets moet gebeuren dat de stad ten goede komt.

Bestuurlijke positie
Het CDA heeft tegengestemd in de raad. In zorgvuldige bewoordingen en met heel veel respect voor de initiatiefnemers, wordt gesteld dat de plannen niet goed doordacht zijn. De pijlen richten zich niet primair op de initiatiefnemers, maar op het College. Er worden garantstellingen afgegeven voor iets waarvan de consequenties (vervuilde grond, kracht van het bedrijfsplan) niet voldoende doordacht zijn. Gegeven de slechte financiële situatie van de gemeente, hoe kan er dan zomaar worden overgegaan tot een project waarvan de breedte en diepte niet kan worden overzien? De CDA fractie – in de oppositie, maar dit voelt zeker niet als een oppositie om de oppositie - is niet over één nacht ijs gegaan en gegeven hun professionele achtergrond en ervaring steken ze in hun analyse waarschijnlijk dieper dan de groep initiatienemers.

Puzzel
Een klassieke puzzel, zo voelt het. Ideologisch gezien hebben de twee opponenten veel met elkaar gemeen: een ideologie van zelfredzaamheid, echte betrokkenheid en een hoge mate van professionaliteit. Ideologisch en praktisch zou dit op één lijn moeten zitten. En toch gebeurt het niet.

Op zo’n moment moet je wellicht doen wat eigenlijk nooit iemand doet als ie het idee heeft een maatschappelijk initiatief te nemen: een boek ut de kast trekken. De analyse maken. Dat heeft deze recensent toch gedaan en het viel niet mee om door de ernstige sociologische taal heen iets te vinden dat verder gaat dan aangescherpt gezond verstand voorzien van kleurrijke foto’s, bij voorkeur van het multiculturele en gender vriendelijke soort en waarschijnlijk betaald vanuit publiek geld. Ik heb er niets tegen, er zijn slechtere doelen om geld aan uit te geven, maar het grijpt voor mij zelden diep genoeg.

Hoe dan ook, in mijn zoektocht naar steviger kost ben ik uitgekomen bij een recente publicatie van Albert Jan Kruiter, Harry Kruiter en Eelke Blokker getiteld: ‘Hoe waardeer je een maatschappelijk initiatief? Handboek voor publieke ondernemers.’ Ook dit waarderingskader is met publiek geld gefinancierd, in dit geval door BZK. Tegelijk kiest het boek duidelijk voor de positie van de burgers: het moet hen helpen op een overtuigende manier, met een ‘waardenpropositie’ naar de gemeente te stappen.

Meervoudige waardenbetekenis
De hoofdtitel is natuurlijk direct interessant. Ik zou wel eens een enquête willen houden onder de lezers van dit blad hoe ze het woord ‘waardeer’ in de eerste flits hebben gelezen. Laat me raden, waarschijnlijk in de sfeer van ‘waardenbepaling’ of ‘verkoopprijs’. Dat is eerlijk gezegd wat deze ondernemer overkwam. Fout natuurlijk. Het woord ‘waardeer’ moet dubbel worden gelezen: als schatten/wegen aan de ene hand en als waard(en) anderszins. De analyse die de auteurs maken is dat elke geslaagde maatschappelijk initiatief het resultaat is van een creatieve botsing tussen waarden.

Een nieuwe fase
Waarden definiëren ze daarin vooral in publieke zin. Ze beschrijven hoe maatschappelijk initiatief, al dan niet onder de benaming ‘participatiesamenleving’ hoog wordt gewaardeerd, maar in de praktijk al snel sneuveld op de botsing tussen lokale initiatieven en een verzorgingsstaat die centraal is georganiseerd en waarbij iedereen dezelfde toegang tot voorzieningen moet hebben. “Lokaal willen burgers juist het verschil maken. Ze willen hun directe leven groener, zuiniger, socialer, beter of mooier maken. Maar dat verschil is voor overheden moeilijk te waarderen. Althans, in de letterlijke zin van het woord.” Vandaar gaan de auteurs naar de stelling dat, wil de overheid zich serieus terugtrekken, er sprake moet zijn van een nieuwe fase, met een hernieuwde waardering voor maatschappelijk initiatief.

Kernwaarden
Het Handboek staat gelukkig vol met praktijkvoorbeelden die niet tot alleen maar tot het type kookboek behoren. Ook hier ontkomen we niet aan een ‘model’, maar die is origineler dan doorgaans het geval is. Om daar maar bij te starten: de auteurs formuleren een aantal driehoeken. De belangrijkste kanten ervan worden gevormd door de kernwaarden:

  • Kernwaarden markt: rendement (efficiency, effectiviteit, doelmatigheid)
  • Kernwaarde overheid: legitimiteit (rechtsstaat, grondwet, rechtmatigheid)
  • Kernwaarde samenleving: betrokkenheid (solidariteit, engagement, eigenaarschap)

Met deze abstracte kernwaarden gaan ze aan de gang om zowel de samenhang als de spanningen te beschrijven die deze in de praktijk opleveren. Bij een ideaaltypisch maatschappelijk initiatief zijn de drie kernwaarden in balans.

Kritiek
Er valt over een stevig boek als dit veel meer te vertellen, dat is de charme ervan. Het gebrek aan ruimte noopt echter tot een snelle terugkeer naar de casus. Voor ik dat doe, de verplichte punten van kritiek, zonder welke een recensie als soep zonder zout zou zijn.

De makkelijkste kritiek is deze: het te hoog over. Als ik serieus een maatschappelijk initiatief zou nemen, zou ik het misschien even scannen, maar dan toch al snel overstappen naar iemand die van cijfers en projectplannen afweet. Dit handboek is vooral geschikt en nodig voor degenen die professioneel moeten reflecteren op hoe ze verder willen met het initiatief in gemeenten.

Daarnaast is er nog altijd een te zeer op de overheid gecentreerde insteek en ‘waar je mee omgaat wordt je mee besmet’. Het idioom van de overheid is leidend en het lijkt mij dat dit nu juist is wat in een nieuwe fase moet worden doorbroken. De vraag dringt zich op: wie waardeert het initiatief uiteindelijk? Dat is dan toch eerder de overheid dan de samenleving zelf.

In de beschrijving van de kernwaarde maken ze te weinig duidelijk hoezeer de kernwaarden die met markt en overheid verbonden zijn uiteindelijk weer voortgekomen zijn uit de samenleving. Daar berust het ‘eigenaarschap’

Bezemschoon
Terug naar de casus. Op zich heb ik geen kritiek op de eigen fractie, integendeel. Ze doet wat een oppositiepartij hoort te doen: kritisch naar voorstellen van het College kijken en van daaruit een afweging maken, ook met het oog op de langere termijn. Chapeau. Alleen de positie waarin ze daarmee komen is zowel politiek als ideologisch ongemakkelijk: we zijn als CDA toch voor maatschappelijk initiatief? Jazeker, maar rolvastheid is ook wat waard. Het echte probleem is hier ook niet primair het maatschappelijk initiatief. Het hier besproken boek is bestemd voor deze initiatiefnemers, maar de werkelijkheid is dat dit, hoe professioneel ook, op een snel rijdende trein zitten waarvan iedereen als de dood is dat deze stoom verliest. Er is echt een grens aan de hoeveelheid tijd en energie die je aan hen mag vragen om zelf huiswerk te doen. Ook zij moeten rolvast blijven en hun momentum vasthouden. Het is hier het College van Gouda dat de extra weging moet doen, binnen haar overheidskernwaarde. Aan de orde is bovenal een legitimeringsvraag: vertrouwen wij deze partij van Goudasfalt voldoende om hen onze publieke middelen toe te vertrouwen. Het CDA vindt dat het College onvoldoende aan die kernwaarde heeft voldaan, de andere partijen in de raad steunen het College: het plan gaat door. Zo blijft iedereen in de rol – totdat … De echte opgave zal zijn om regelvrije zones, buffers, werkende bedrijfsmodellen en vooral: risicoacceptatie te vinden in en voor de samenleving zelf.

Ik hoop dat ze een sterke kop koffie voor me hebben en een goede bezem als ik mij op het terrein meld van wat nu nog Koudasfalt heet. Aan de slag.

(Deze blog schreef ik half februari en daarna ging ik naar het terrein toe. Althans, dat wilde ik. Wat ze voor me hadden was vuilniszakken, een wat rommelig dijktalud en eigenlijk meer hulp dan er nodig was. Inmiddels zie ik tot mijn genoegen dat er wel geveegd is.)

Peter Noordhoek

Harrry Kruiter, Albert Jan Kruiter en Eelke Blokker – Wolters Kluwer, 2014, ook als e-book. Tevens te downloaden als pdf bij www.publiekewaarden.nl. Ook de illustraties in de tekst komen uit het boek.

De tekst van deze blog is in maart 2016 als recensie verschenen in het blad 'Bestuursforum' van de Bestuurdersvereniging van het CDA.

Northedge

info@northedge.nl
 Copyright © 2020 -  All Rights Reserved
BTW nummer Northedge B.V.: 8192.31.472.B.01
KvK nr. Northedge B.V.: 29048758 Rotterdam
menu-circlecross-circle linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram