Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Trump en de erfenis van Jackson

Amerikaans buitenlands beleid, Andrew Jackson en Trump’s totale oorlog

Vanuit Europa volgen we met verbazing de gedragingen van Donald Trump. Je zou willen schrijven ‘stijgende verbazing’, maar onze wenkbrauwen stijgen al zo lang dat ze de achterkant van onze hoofden beginnen te naderen. Dat is niet alleen slecht voor onze haarlijn; het gevaar wordt dan zo groot dat we stoppen met verbaasd zijn en we het absurde als normaal gaan ervaren. Waar we denk nog wel echt verbaasd over zijn, is de acceptatie van Trump door een groot deel van de Amerikanen. Hoe bestaat het dat ze het gedrag van Trump accepteren? Dat de kans aanwezig is dat ze bij een volgende presidentsverkiezing opnieuw op hem stemmen? Daar gaat deze blog over, waarbij het startpunt ligt bij het buitenlands beleid van nu en bij de angst voor indianen bij het waterhalen toen de staten van de Verenigde Staten nog jong waren.

Kiezen tussen aardig of effectief

In juli kwam Trump naar Europa. Op elk denkbaar punt confronteerde hij. Geen norm was veilig voor hem, zelfs niet de basis voor NATO zelf zoals vastgelegd in artikel 5. Geen protocol was veilig voor hem (het beeld van Trump die voor de Britse koningin uitmarcheerde is net zo iconisch als de Trump die achter Hillary Clinton aan het ijsberen was). En geen relatie was veilig voor hem – zelfs Poetin leek zich ongemakkelijk te voelen bij Trumps’ huwelijksaanzoek in Helsinki. Dat het Europese establishment geen raad met hem weet is te verklaren, maar eigenlijk geldt hetzelfde voor het Amerikaanse establishment, ook het republikeinse. En toch is de manier waarop Trump opereert niet zonder steun bij datzelfde establishment. Het verschil wordt door Republikeinen soms zo benoemd:“Obama was a good man, but we hated his Foreign Policy’en van Trump zeggen ze: ‘He is a bad man, but we think his foreign policy is more effective’. Iran en het ‘wanbetalen’ door de Europeanen worden dan als voorbeelden genoemd. Voor wie moet kiezen tussen een aardige en een effectieve man zou dan de keuze snel zijn gemaakt. En toch is zo’n redenering te makkelijk. Er moet meer aan de hand zijn.

Hamilton

Een van de meer interessante commentatoren van het buitenlandsbeleid is Walter Russel Mead. Bij een lezing in het Hudson Institute (en te lezen in een artikel van zijn hand in Foreign Affairs), gaf hij een verklaring voor de acceptatie van Trump aan de hand van het buitenlands beleid van vier eerdere presidenten.

Het Amerikaanse buitenlandse beleid is altijd gekenmerkt geweest door een soort dubbele tweedeling: de ‘idealisten’ versus de ‘realisten’ en de ‘interventionisten’ versus de ‘afkeerders’.

Zowel Bush Jr. als Sr., en ook John McCain, kunnen worden gezien als aanhangers van de lijn van president Hamilton. Hamiltoniaans zijn bovenal realisten en geloven in een militair dominant VS om zo ook financieel en economisch dominant te kunnen zijn. Ze zijn dus voor een actieve, ‘interventionistische’ rol van de VS in de wereld. Deze ‘neoconservatieve’ stroming gebruikt daarbij het systeem van liberale vrijhandel als middel om die dominantie te kunnen verzekeren. Trump heeft zeldzaam snel korte metten gemaakt met deze stroming, maar het zou niet verbazen als deze stroming terugveert zodra Trump van het toneel verdwijnt.

Wilson

Tegenover de ‘realistische’ Hamiltoniaanse stroming staat die vooral die genoemd is naar president Wilson. Ook Wilson geloofde in interventies en een actieve buitenlandse politiek, maar sterk ingegeven vanuit idealistische motieven, primair het zorgen voor vrede en het verspreiden van democratie (‘bestrijdt de oorzaken van oorlog’). Een veilige wereld is een democratische wereld, een goed bestuurde wereld. President Obama wordt nu vooral als een exponent van deze stroming neergezet. En hoewel dat voor een deel zeker waar is, overheersen volgens mij de realistische elementen (zie ook de titel van het boek van zijn speechschrijver buitenland, Ben Rhodes: ‘The World as It Is’). Eigenlijk waren presidenten als Kennedy en Johnson meer Wilsoniaans, afgedwongen door zowel de strijd met het communisme en het idealisme van de jonge generatie in de zestiger jaren. Het lijkt moeilijk voorstelbaar dat er na Trump weer een Wilsoniaanse president komt. Dan moet er toch eerst een geloofwaardigheidsproblemen worden opgelost. Het is een van de redenen dat ik niet geloof in een sterk links-liberale kandidaat van democratische huize.

Jefferson

Een derde stroming sluit aan bij de houding van de schrijven van de Onafhankelijkheidsverklaring en tevens 4epresident van de VS, Jefferson. Deze stroming staat voor een minimale rol van de VS. Hoe kleiner het profiel van de VS, hoe minder kans op schade, is zo’n beetje de redenering. Het belang van de VS wordt smal en nationalistisch gedefinieerd en vooral in directe kosten en baten. De meest extreme vorm van dit ‘realisme’ is te vinden onder de ‘libertarians’ die zo wantrouwend tegenover alle vormen van overheidsbemoeienis staan, dat ze ook niet geloven in een succesvol Amerikaans beleid, anders dan het op afstand blijven van elk gewapend conflict. Na Wilson was deze stroming een tijdlang volstrekt dominant (met nota bene Lindbergh, die als eerste de vlucht tussen New York en Parijs had gemaakt, als kampioen. Pas na de aanval op Pearl Harbor door de Japanners slaagde president Roosevelt er in deze te doorbreken, waarna de Jeffersonians na WOII eigenlijk nooit meer aan de bak kwamen.

Na Obama dachten republikeinen als Rand Paul en Ted Cruz goede kansen als presidentskandidaat te hebben met een Jeffersoniaanse lijn, maar dat is niet door gegaan. Met Trump kwam een kandidaat op het podium die bovenal uniek mag heten, maar die ook wel degelijk voor een presidentiële stroming staat. Uitgesproken nationalistisch en populistisch, is het best wel even zoeken naar het goede voorbeeld. President Theodoor Roosevelt komt dan in de gedachten op, maar die was toch eerder een Hamiltonian in zijn slimheid. Voor het beter, maar nog altijd niet helemaal passend voorbeeld, komen we uit bij de 7president van de Verenigde Staten, Andrew Jackson. Zijn verhaal is in ieder geval nog meer spectaculair en kleurrijk dan dat van Trump.

De houwdegen: Andrew Jackson

Jacksonianisme is een stroming voor wie de wereld van de ‘Founding Fathers’ van de Verenigde Staten letterlijk en figuurlijk ver, ver weg lag. Voor hen geen verheven gedachten over de verlichting of universele missie van democratisering. Voor hen wel de dagelijkse strijd om het bestaan in een nieuw land waarin de westelijke grenzen stap voor stap op de indianen veroverd moesten worden. Neem dat laatste letterlijk. Jackson is in 1766 in een blokhut geboren aan de grens van Indiaans gebied. Pal daarna overleed zijn vader aan het bewerken van het land. Het weer was tijdens de begrafenis zo guur, dat niemand het merkte dat de kist ergens op weg naar het graf van de wagen was gegleden. Zijn moeder nam de zorg over hem en zijn broer ferm ter hand, maar het leven was ruig, mede door de dreiging van de indianen. Elk moment kon er een aanval zijn. Het gevolg was dat je dag en nacht je wapen bij je had en je nog geen water bij de put ging halen zonder dat wapen in de buurt te hebben. Daarover lezend, begrijp je iets van de obsessie die Amerikanen nog steeds met wapens hebben. Toch zou voor de jonge Andrew de echte dreiging van de Britten komen. Als 13-jarige werd hij soldaat en liet toen al de moed zien die hem later beroemd zou maken. Het litteken van een Britse houwdegen zou zijn hele leven er het bewijs van blijven. Het verhaal van een self-made man zou volgen, inclusief veel ritselen en regelen, vallen en weer opstaan. Daarin zou zijn leven opvallende parallellen vertonen met het vroege leven van Lincoln, een generatie later. Maar waar Lincoln morsig, melancholisch maar wijs door zijn leven ging, was het leven van Jackson als dat wat hem zijn litteken bezorgde; een houwdegen. Hij vocht tegen de Britten, de indianen, de Mexicanen en tegen iedereen die hem te na kwam. Bijna altijd won hij, maar tegen het einde van zijn leven zat zijn lichaam vol met littekens en kogels (kogels die in die tijd doorgaans niet dodelijk waren. Echt moedige mensen vingen de eerste kogel in hun lichaam op, om daarna rustig te kunnen richten). Hij overleefde alles, ook zijn eigen veldslagen. Hij leidde een militie die groter en groter zou worden. Uiteindelijk zou hij met de slag om New Orleans, waarin hij een overmacht aan Britten de pan in zou hakken, definitief zijn status als held vestigen. Puur op die reputatie zou hij daarna president worden.

De Jacksoniaanse revolutie

Dat was tegelijk ook een enorme omslag, groter dan die van Trump nu. Tot op dat moment waren het notabelen, vooral herenboeren uit Virginia, die president werden. Politieke partijen waren als fenomeen zeer verdacht; dat zou maar de ‘rule of the mob’ brengen. Jackson doorbrak dat en werd de eerste die president werd op basis van zijn, net als hij, laagopgeleide achterban. Waarmee hij tegelijk de beslissende zet gaf richting de oprichting van een echte politieke partij.

Jackson was geen slechte president, juist ook doordat zijn instinct hem zei politiek voor de kleine man te kiezen. Regelmatig was het puur populistisch wat hij deed en hij schrok nooit terug voor een gewapend conflict. Onder zijn leiding verdween de slavernij allerminst en werden de indianen steeds verder naar het westen opgejaagd. En zo werd zichtbaar wat we nu de ‘Jacksoniaanse revolutie’ noemen, met kenmerken als deze:

  • bemoei jij je niet met mij, dan bemoei ik mij niet met jou. Het buitenland is ver, ver weg.
  • maar als jij je met mij bemoeit op een manier die mij niet bevalt, dan zal je het merken. Er is geen andere oorlog dan totale oorlog
  • en dan gaat het om niets anders dan die oorlog te winnen en te overleven. Al het andere – ook de ethiek – is daaraan ondergeschikt. Anders zullen de indianen je scalpen. Elites beschermen je niet.
  • en heb jij iets dat bij mij hoort, dat eigen is – zoals bijvoorbeeld het Amerikaanse grondgebied zoals ik dat zie – dan heb je dat in te leveren, want ik ben superieur aan jou
  • tegelijk kan ik niet tegen onrechtvaardigheid. Als je vechten wilt, dan kan dat
  • en daarna ben je dood of gaan we elk onze eigen weg. Dat is vrijheid.

In alles is sprake van wederkerigheid (‘reciprocity’): als het geen totale oorlog waard is, dan is het helemaal geen oorlog waard. Daarbij moet beseft worden dat hierin de hele erfenis schuilt van een geïsoleerd land en een bevolking die de buitenwereld niet begrijpt of gelijkwaardig acht. Wie de Verenigde Staten bezoekt, weet dat aan overal de Amerikaanse vlag hangt. Het veiligste land ter wereld gedraagt zich alsof er elke dag een invasie kan komen.

Terug naar Trump

Terug naar Trump, om de vergelijking te kunnen maken. Trump heeft een trouwe achterban, volgens een peiling van augustus 2018, van 18%. Dit laat zich opvallend goed vergelijkbaar met de harde kern van populisten in menig Europees land, waaronder Nederland. Dit is het deel dat het Jacksoniaanse concept van nationalisme en totale oorlog snapt en omarmt. Daarnaast heeft hij echter een bredere aanhang. Zo’n 40% zegt zijn beleid te steunen. Die bredere achterban lijkt voor een groot deel samen te vallen met het deel van de bevolking dat zich in de steek gelaten voelt en genoeg aan de eigen zorgen heeft om de politiek, dat vieze elitaire spel, over te laten aan iemand die net als zij een buitenstaander is.

Uiteindelijk hangt het van opkomst, tegenstander, omstandigheden en valse trucs af of die 40% zich inderdaad laat vertalen in een tweede presidentschap, maar de kans is zeker aanwezig als de lijn van Trump echt Jacksoniaans is. Op een essentieel punt is Trump echter geen Jackson en dat heeft met de vorm van het nationalisme te maken. Ook voor Jackson gold een soort ‘eigen volk eerst’. Hij begreep de problematiek van indianen beter dan algemeen wordt aangenomen, maar hij zag de verdrijving van indianen als iets dat onvermijdelijk was. Hij hield slaven, maar zag slavernij als iets dat eindig was. Trump lijkt daar anders mee om te gaan. Hij bouwt zijn muur met Mexico en gebruikt het migrantenthema om heel bewust vreemdelingenhaat aan te wakkeren. Dat deed Jackson niet. Jackson (later weer gevolgd door Lincoln) deed iets heel anders: hij benadrukte bovenal de eenheid van de niet-echt-verenigde staten. Hij was bovenal een ‘unionist’. Hij vocht voor eenheid tegen de Britten, hij vocht tegen degenen die dreigden hun staat te zullen afscheiden, hij vocht voor een centrale bank een tegen degenen die deze centrale bank. Zou Jackson vandaag leven, dan zou hij naar alle waarschijnlijk enorm voor de Europese eenheid strijden – en Trump de stad uitjagen, want dat is nog een verschil tussen Jackson en Trump; de eerste echt moedig, de tweede niet.

Twee weken in de VS

In juli en augustus van dit jaar was de auteur van dit artikel in de VS. De eerste week mocht ik op bezoek gaan bij het Congres en lezingen horen over de Trans-Atlantische relatie. Bij dit laatste hoorde ik ook Walter Russell Mead zijn vergelijking met de vier presidenten maken. Dat was dezelfde week dat Trump naar Europa trok. Voor iedereen die met Hamiltoniaanse ogen naar dat bezoek keek, waaronder velen in het gehoor, een vreselijke week. De Wilsonianen riepen ‘Wee ons’ in de media en de Jeffersonianen waren blij met het doel van Trumps’ missie, maar niet met de manier waarop. Alleen de Jacksonianen konden tevreden zijn en bewonderend kijken naar de manier waarop hun voorman amok maakte. Hij kwam, sloeg om zich heen, en ‘won’.

In de afgelopen week was ik opnieuw in de VS, nu voor een groot congres met allemaal verenigingsmanagers, georganiseerd door de enorme Amerikaanse vereniging van verenigingen, ASAE. Als lid van een stevige Nederlandse delegatie vertegenwoordigde ik ons in een overleg over de erkenning van het vak van verenigingsmanager. Wat opviel was dat de Amerikanen zich faciliterend opstelden en vooral niet in de weg wilden lopen. De vertegenwoordigers uit Azië, Midden-Oosten, Australië en Zuid-Amerika trokken het, met de Nederlanders als enige vertegenwoordigers uit het versnipperde Europese continent. Het zou goed kunnen dat dit de echte start wordt van een wereldwijd netwerk – met de VS alsnog steeds onmisbare, maar niet langer leidende kracht. Hoe diep de onzekerheid van de Amerikanen over hun eigen rol zit, zou later die week blijken. Op donderdag kwam er de dubbelslag voor Trump van een schuld verklaring van Cohen en een veroordeling van Manofort. Die dubbelslag is volgens mij veel harder aangekomen dan het optreden van Trump in Europa. Je voelde de gêne. Een voorzichtige conclusie: de komende jaren zullen agressie en terughoudendheid de toon van de grootmacht bepalen.

Wat na Trump?

Aan het einde van het verhaal van Russel Mead had ik een vraag voor hem. De opvolger van Andrew Jackson was Martin van Buuren. Dat was geen bijzonder succesvol presidentschap van de Amerikaan van Nederlandse afkomst, maar dat zich wel kenmerkte door de formele oprichting van de Democratische partij. Wat zou er in dat licht gezegd kunnen worden over de opvolging van Trump? Russel Mead vond een links-radicale reactie niet onlogisch, maar dat deze zou worden gematigd door het Amerikaanse twee partijen stelsel. In mijn ogen zou dat kunnen, maar eerder zou ik een implosie van de republikeinse partij verwachten (net zoals bij de Tories in het VK, kan erbij worden gedacht). Het is ook interessant om na te denken over de erfenis van Trump in Europa. Mijn verwachting is dat het mede leidt tot een versterkte partijvorming op Europees niveau. De leiders van de Visigradlanden gedragen zich uitgesproken Jacksoniaans, de socialisten proberen het met Wilsoniaans missiegedrag, in het midden strijden Hamiltoniaanse, liberale krachten met Jeffersoniaanse middenkrachten. Paradoxaal genoeg denk ik dat Trump en zijn Jacksoniaanse collega’s in Europa het einde van het nationalisme zullen versnellen. De spanning tussen de individuele landen en de Europese Unie gaat, zo is mijn overtuiging, verplaatst worden van een spanning tussen Europa en de wereld, met veel meer partijvorming dan nu het geval is daarbinnen in. Trump is het gat aan het trekken.

 

Peter Noordhoek

 

Literatuur

H.W. Brands (2005). Andrew Jackson. His Life and Times. Random House.

Richard Brookhiser (2014). Founders’ Son. A. Life of Abraham Lincoln. Basic Books.

Walter Russel Mead (2002). Special Providence: American Foreign Policy and How It Changed the World. Routledge.

Walter Russel Mead (March-April 2017). The Jacksonian Revolt. Foreign Affairs.

Ben Rhodes (2018). The World as It Is. A Memoir of the Obama White House. Random House.

Sean Wilentz (2005). The Rise of American Democracy. Jefferson to Lincoln. Random House.

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek