Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Kiezers in de kruipruimte. Een 2-takt duiding van de komende Kamerverkiezingen

/var/www/clients/client0/web53/web/wp content/uploads/schermafbeelding 2016 10 02 om 18.13.24

Sinds de zomer regent het al analyses en voorspellingen voor de komende Tweede Kamerverkiezingen. Leuk, zegt de campagneman in mij. Belachelijk, zegt de belastingbetaler in mij. Riskant, zegt de analist in mij. Die laatste heeft in ieder geval gelijk. Voor het eerst in lange tijd worden de Kamerverkiezingen in maart gehouden in plaats van ergens in de zomer. Dan moeten we ook de les van raads- en provinciale verkiezingen gaan toepassen: de situatie na de Kerst is altijd wezenlijk anders dan voor de Kerst. Deze verdeling in twee tijdvakken komt nog niet zo naar voren in de analyses tot nu toe, net zoals er andere tweedelingen zijn die ik onvoldoende terug hoor in de media. Laat ik daarom een poging doen een 2-takt duiding te geven, met vooral veel aandacht voor de rol van de TV-debatten. Tot slot geef ik mijn beeld van de ‘casus CDA’. Dat doe ik uiteraard omdat ik bij die partij hoor, maar ook omdat deze partij opvallend afwezig is in veel analyses.

Tweestrijd

Een illustratie van de afwezigheid van het CDA en Sybrand Buma kwam vandaag, zondag 2 oktober, in de vorm van een peiling van de Hond waarin was gevraagd hoe 4 verschillende tegenstanders het tegen Rutte zouden doen. Langs kwamen: Wilders, Samsom, Asscher, Klaver. De laatste drie vertegenwoordigen partijen die in de peilingen op respectievelijk de 5e en 7e plaats staan. Buma (en Pechtold) als tegenstander in de tweestrijd – doorgaans op de 3e plaats – vormt kennelijk geen serieuze tweestrijd. Dit is niet zonder praktische (bij)betekenis. Er zijn te veel partijen voor een goed TV-debat. Zeker een omroep als RTL zal geïnteresseerd zijn in het eenvoudige drama van een letterlijke tweestrijd. Dat gaat ergens over; het wel of niet aanwezig zijn in een debat kan een partij zo een paar zetels verschil schelen. De logica van de tweestrijd is echter nogal dwingend. Of toch niet?

Het is namelijk de vraag in hoeverre de kiezers op een tweestrijd zitten te wachten. In 2012 was dat zonder meer het geval. Het begin daarvan kan direct bij het eerste televisiedebat en Samsom‘s goede optreden daarin worden gelegd. Of Asscher en Klaver een vergelijkbaar verassingseffect zouden kunnen bewerkstelligen, waag ik te betwijfelen en zelfs bij de media verwacht ik een zekere Wilders-moeheid. De spelers zijn te bekend. In zekere zin is er ook teveel gebeurd de laatste vier jaar. Daarom is het waarschijnlijk dat zelfs Rutte gedwongen wordt tot een in essentie verdedigende positie, net als bij de laatste Algemene Politieke beschouwingen. Hij komt zichzelf anders te snel tegen. Eigenlijk, als ik mijzelf zo eens teruglees, worden het waarschijnlijk nogal voorspelbare debatten, met een beperkt effect op de kiezer. Een tweestrijd lost het gebrek aan drama op zich niet op. Maar er speelt meer.

Debat over debatten

In deze fase, zeker als het om de debatten gaat, ligt de macht in Nederland bij de omroepen, c.q. de programmamakers. Zoals Rutte zou kunnen zeggen: ‘Laten we daar niet te ingewikkeld over doen.’ Toch vermoed ik dat de programmamakers het dit keer snel fout kunnen doen met hun keuze voor een debat met slechts 2 of 4 lijsttrekkers. Dat is gewoon niet de weerspiegeling van de voorkeur van kiezer of kijker en doet al snel geforceerd aan. De kiezer zal waarschijnlijk tot op het laatst bezig zijn de eigen definitieve voorkeur vast te stellen en wil dus het aanbod zien. De programmamakers doen er verstandig aan daar rekening mee te houden. Nog scherper: een simpele links- rechts tegenstelling valt dit keer nauwelijks te maken. Er is een echt midden ontstaan met daarbinnen D66 en CDA als tegenpolen. De nadere keuzes zijn binnen links en binnen rechts. Kruisverkeer van kiezers is er nauwelijks tussen de twee flanken. Was ik programmamaker, dan zou ik een debat per politieke flank doen en een de winnaar mag zich meten met respectievelijk D66 of CDA.

Overigens ben ik – met mate – benieuwd wat de twee- (of drie-)strijd binnen de PvdA van Samsom en Asscher zal doen in media en peilingen. Het is toch wel een aardig voorgerecht (nou ja, meer een amuse). Ik vrees voor Samsom, die ik best hoog heb zitten, dat hij alleen bij de eigen achterban populair is. Mocht hij al winnen, dan verwacht ik een slechte uitslag en is Asscher ook nog eens 2e keus geworden. Aboutaleb? Spaar je. Spaar Rotterdam. Doe het niet.

Tweede keus

Over 2e keus gesproken; dit is waarschijnlijk het echte thema van elke serieuze analyse in dit stadium van de verkiezingen. Er is één enkele torenhoge favoriet: de huidige premier Rutte. Zijn positie laat zich waarschijnlijk het beste vergelijken met die van Lubbers in zijn hoogtijdagen. Toch zal een meerderheid van de kiezers maar een matig beeld hebben van zijn betrouwbaarheid en een ronduit slecht beeld hebben van de betrouwbaarheid van zijn partij, de VVD. Zelfs voor geheide liberaal-conservatieven zal er reden genoeg zijn om niet automatisch op Rutte en zijn partij te stemmen en de kruipruimte te zoeken onder de voor de hand liggende partijen door. Maar wat valt er te zeggen over de alternatieven?

Peilproblemen

Ondanks toch wel grote verschillen in de diverse peilingen, viel de eerste keus van veel kiezers goed af te leiden uit de peilingen tot aan augustus. De PVV is dan meer ‘top of mind’ dan de VVD. Op links en rechts zijn de flanken aan het versplinteren. Daar kunnen nog verrassingen inzitten (ik denk dat die vooral van DENK kan komen) en een partij als 50+ zal weer leeg zal lopen, maar hoe dan ook: het is een soep van 2e en 3e keus partijen die richting de verkiezingen steeds hoger tegen de wanden aan zal klotsen. Om te bepalen wat dit ‘gevecht om de 2e keus’ gaat doen, helpen de peilingen maar weinig. De enkele keer dat in de afgelopen jaren de tweede keus werd gepeild, zat er weinig in dat vermocht te verrassen en de marges in de peilingen leken mij nogal groot. Ook het nauwgezet volgen van de media helpt maar weinig; daarvoor zijn ze iets teveel bezig om het haantjesgevecht in de Haagse kaasstolp. Anders gezegd; ze zijn beter in het volgen van de persoon van de politicus dan die van de kiezer en daar zit echt een verschil tussen. Op dit punt ben ik echt benieuwd wat de verschillende partijen gaan doen als het gaat om hun Facebook-campagnes. Daaruit zou moeten blijken waar zij denken dat hun kernpubliek zich bevindt.

De ‘casus’ CDA

Een interessante ‘casus’ is dan het CDA. Al heel lang stabiel op een 3e of 4e plek, afhankelijk van de peiling, voel je dat aan het einde van de rit de uitslag fors kan afwijken van wat nu de 1e voorkeuren weergeeft. De bandbreedte lijkt ergens tussen de 15 en 25 zetels te zitten, maar het kan nog gekker worden. Het CDA, Sybrand Buma voorop, weet zelf regelmatig de media te halen, maar omdat de partij door de smaakmakers hoogstens terloops genoemd wordt in de ‘horse race’, lijkt het er niet op dat de partij serieus meedoet voor de top, laat staan dat het de kans heeft de grootste te worden. Toch lijken er weinig partijen te zijn waar de kruipruimtes makkelijker naar toe leiden. Op een reeks van thema’s – gezin natuurlijk, maar ook waarden en normen, gemeenschapsdenken, zelfsturing, de coöperatieve gedachte en zo langzamerhand ook veiligheid en justitie en defensie – mag het zich de (oorspronkelijke) eigenaar noemen. Vanaf de premier tot 50+: er is heel wat gekopieerd en overgenomen. Maar daarin lijkt dan ook direct het gevaar te schuilen; dat kopiëren is wel erg goed gelukt, zo hier en daar. Daarbij komt dat het CDA wel stevig en consistent oppositie heeft gevoerd, maar dat dit wel ten koste lijkt te zijn gegaan van de ‘gunfactor’ van collega-politici en journalisten. De VVD heeft duidelijk de conclusie getrokken dat deze partij het meest te vrezen heeft van het CDA en daarom geen enkele ruimte krijgt: na elke aanval van Buma wacht Rutte op zijn kans om Van der Staaij een compliment te geven. Kortom; het CDA heeft een mooi trackrecord opgebouwd als oppositiepartij, maar moet het niet van de beeldvorming in Den Haag hebben.

Waar het CDA het dan van moet hebben zijn de dingen die voor de partij heel klassiek zijn: breedte, boodschap en betrokkenheid. Wat het al heeft is breedte van een regionaal en lokaal verankerde partij en een boodschap die gelet op het kopieergedrag heel erg van nu is. Waar het om zal draaien is hoe het richting de Kamerverkiezingen kan laten zien dat achter de soms stevige taal van Sybrand Buma en de enorme drive van bijvoorbeeld een Pieter Omtzigt, de partij bekend is van de betrokkenheid die het al jaren toont bij het wel en wee van buurt en wijk. Dat lijkt erg in strijd met het idee dat de persoon van de lijsttrekker allesbepalend is voor het succes van een partij, maar volgens mij bevindt de kruipruimte van de kiezer zich niet onder Den Haag.

Peter Noordhoek

Het was voor mij tegelijk ontspanning en afleiding om deze blog te schrijven na een zware week. Nogmaals dank aan iedereen die gereageerd heeft op het bericht over het overlijden van mijn moeder.

Vindt u deze analyse de moeite waard? En denkt u dat het leuk is om deze in geactualiseerde en gesproken vorm te laten uitspreken op uw verkiezingsbijeenkomst, bel of mail mij dan. Ik maak het de moeite waard.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek