Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Brexit en de perikelen in de Kabalvereniging

/var/www/clients/client0/web53/web/wp content/uploads/schermafbeelding 2016 07 03 om 17.50.59

De nieuwsbrief van DNA, de Nederlandse vereniging van verenigingen, vroeg mij om een tekst voor hun nieuwsbrief over ‘Brexit en de gevolgen voor verenigingen’. Weinig enthousiast zei ik dat ik het zou proberen. Terwijl de rest van de wereld Brexit als een geopolitiek keerpunt ziet en de strijd tussen Cameron, Gove en Boris beschrijft als heftiger dan de verhalen over MacBeth, Ceasar en ‘House of Cards’, mag ik een beetje prozaïsch over de verenigingskant schrijven. Bluhhh. Maar goed, iemand moet het doen.

En toen zag ik de potentie.

verderop ga ik een paar concrete dingen schrijven over de mogelijke gevolgen van Brexit voor iedereen die professioneel met een vereniging te maken heeft. Eerst echter De Duiding ervan. Hier volgt het verhaal over de perikelen in de Kabelvereniging. Wat een kabal is? Geen idee, maar de vereniging kan iedereen herkennen. Misschien is de lezer wel lid.

John Bull zei: “Shit, bekijk het maar”

John Bull zei: “Shit, bekijk het maar” en beende de deur uit. Iedereen was boos op elkaar. Typisch John Bull, dacht de rest. Hij veroorzaakt het probleem en loopt vervolgens weg. Hij doet zich voor als een snob, met zijn tweedjasjes en houding van ‘ik bezit deze tent’, en loopt vervolgens weg als hij op zijn gedrag wordt gewezen. ‘Je zal zien dat hij met hangende pootjes terugkomt’, dachten sommigen. ‘John is gek, maar we hebben hem wel nodig’, dachten anderen. ‘We hebben zijn contributie wel nodig’, dacht een derde. ‘Waar moet het met de vereniging naar toe?’, dacht een vierde. Die laatste was een bestuurder. ‘Een zware’ zoals ze zeiden, maar nu voelde ze zich alleen maar moe. Iemand moest er voorzitter, maar zij wilde dat niet zijn. De voorzitter die het nu deed werd door niemand nooit helemaal voor vol aangezien. Hij was wel gekozen, maar dat was omdat iemand het toch moest voorzitten. Hij was wel aardig. Kuste iedereen. Vreemd.

Het was wel nodig dat er iets gebeurde. De leden keken elkaar wat ongemakkelijk aan. De leden van het eerste uur waren rijk en wat vol van zichzelf geworden. De nieuwe leden waren wat bazig en moesten nog manieren leren. Het was maar een club van 28 leden, maar elk zat er verschillend in. Zo verschillend.

Iemand neemt dan altijd het woord. Gelukkig werd er niet direct gescholden. “Dit kan zo niet langer. Er moet wat gebeuren.” “Met John?”, zei de dimwit van het gezelschap. Voordat andere leden de kans kregen om te laten zien dat ze ook dimwits waren, zei de ‘zware’ bestuurder – want die was het: “Ook, maar vooral met de vereniging.” Toen viel er helaas weer een stilte. Een lange. “We moeten wel de tijd nemen om daarover na te denken” zei ze tot slot.

Het probleem met de vereniging was dat ze bij de oprichting zeer modern werd ingericht. Het werd een netwerkvereniging avant-la-lettre. Geen van de leden zou de baas zijn. Ze zouden samen optrekken, elkaar beter leren kennen en daar samen beter van worden. En zo is het ook eigenlijk gegaan. Buiten de normale ruzies functioneerde dat best. Dreigde er iemand uit de boot te vallen – ja, vaak was dat John – dan werd zo’n lid even apart genomen door wat andere leden en kwam er een oplossing. Tenslotte wil niemand echt weg uit een succesvolle club. Helaas, succes brengt ook verplichtingen met zich mee, en de nodige regelingen. Niemand kon daar slechter tegen dan John, maar nuchter beschouwd was dat voor niemand de reden waarom ze lid waren geworden. De vereniging was en bleef in de kern succesvol, maar ergens was er een punt gekomen waarna iedereen alleen nog maar met kritiek naar de vergaderingen kwam en lof hoogstens per ongeluk werd geuit, na afloop, aan de bar: “Het blijft toch mijn club”. Wat was ook weer de reden voor het lidmaatschap? Toch een gedeelde interesse in kabal? Er is een economische crisis geweest en misschien is het wel eerder dankzij dan ondanks de vereniging dat de leden er doorheen zijn gekomen, maar wie kan dat aantonen? Er is nog steeds kabal. Maar dat succes wordt in ieder geval niet zo gevoeld of uitgedragen. Het effect is er naar. Elk van de leden heeft een achterban die niet beter weet dan dat de vereniging niet goed draait. Ze hebben de vereniging de schuld gegeven van alles waar de leden zelf bij waren. Wat een kabal.

Het vertrek van John zet de situatie op scherp. Dat lucht niet op, dat benauwd. Immers, hoe verder? Helaas voor hem, maar daarvoor wordt niet naar de voorzitter gekeken. De meer senior bestuurders komen niet veel verder dan een ‘rustig aan, even goed over nadenken’, en zolang ze dat nog doen hebben ze geen neiging ruimte te maken voor anderen met meer ideeën. De nieuwe leden lijken te verlangen naar een sterke man en sommigen zien zichzelf wel in die rol. De voorzitter zit vol ideeën, maar weet dat het hem niet gegund wordt.

Gelukkig is er nog iemand die de vereniging ondersteunt, een ‘verenigingsprofessional’. Het is een nieuwe, een Nederlander. De vorige deed nooit zijn mond open tijdens een vergadering, maar ondertussen regelde hij van alles. Voor echte verantwoordelijkheid dook hij. Het is dan ook wat onwennig dat de leden naar de nieuwe kijken, met in hun blik de vraag: “En?”

– o –

Dit is het moment om even wat witregels laten vallen. Stap in de rol van deze ‘verenigingsprofessional’ en zeg wat de vereniging zou kunnen doen. Hieronder volgt mijn antwoord, maar er zijn vele verschillende antwoorden denkbaar. Succes.

– o –

‘Het is uiteraard aan u, de leden, maar het meest logisch lijkt het mij om terug te gaan naar wat u bindt en wat u bij elkaar heeft gebracht. Die vraag kunt u beter beantwoorden dan ik, maar u moet heel veel te bieden hebben. Dan zou u in beginsel ook terug moeten kunnen naar de oude netwerkmethode van elkaar vinden waar het nodig is en er in ieder geval voor zorgen dat er geen ruzie komt. Kunt u dat?’ ‘Nee? U vindt mij naïef? Dat kan. Toch is het verreweg de beste en goedkoopste manier en weer helemaal terug in de mode.’
‘In dat geval kan ik echter niet anders dan een patstelling constateren. Dat kan gebeuren; het komt in de beste verenigingen voor. Daarvoor heb je dan een bestuur. Mijn vraag: krijgt het huidige bestuur van jullie het vertrouwen en het mandaat om een nieuwe koers uit te zetten?’
‘Uit jullie totale bewegingloosheid maak ik op: nee. Maar jullie zullen het dan met mij eens zijn dat, zeker na het vertrek van John, het vreemd is dat niemand om verandering vraagt. In de meeste andere vereniging zou het bestuur of al zijn weggestuurd of zelf zijn afgetreden. Hier heeft alleen een klein groepje nieuwe leden het erover. Het betekent dat de patstelling dieper gaat dan alleen een gebrek aan koers. Hoe ernstig is dat?’

‘U heeft mij om mijn mening gevraagd. Dat zal waarschijnlijk eenmalig blijken te zijn. Toch adviseer ik jullie om over te gaan op een verkiezing van een nieuw bestuur, inclusief een voorzitter. Een voorzitter die mede gekozen moet worden door jullie achterban. Jawel. Wees eerlijk, jullie hebben zelf nauwelijks nog ruimte van je achterban. Dat is de bron van de patstelling. Zonder het mandaat van jullie achterban wordt de volgende voorzitter net zo beperkt in zijn rol als de huidige. Ik zie best dat jullie huidige voorzitter niet als sterk wordt gezien, maar zelf denk ik dat hij precies zo sterk is als jullie hem willen laten zijn. En dat is niet genoeg’
‘ik zeg er nog iets bij. Een waarschuwing op basis van wat we hebben kunnen zien bij de vereniging aan de andere kant van de Atlantische oceaan. Daar hadden ze een tijdje geleden een situatie met bootjes en onvrijwillige migranten. Hier gaat het om Syriërs, daar om slaven. Ethiek en economie kwamen voorspelbaar tegenover elkaar te staan. Na jaren rommelen scheurde de zaak, met een leider aan elke kant van de scheuring. Een van die leiders heeft de zaak nog bij elkaar weten te houden, maar tot op de dag van vandaag is het de strijd tussen twee leiders die de koers van de vereniging bepaalt, met de staten in een volstrekt ondergeschikte positie. Zouden we dat niet moeten voorkomen?’

‘Dit is de paradox, beste leden: wilt u vasthouden aan de verscheidenheid van uw collectief, dan zult u moeten kiezen voor iemand die daar geen deel van uitmaakt. Hoe breder het mandaat, hoe sterker. Dus: kiezen met achterban.’

Zou het advies worden gehoord? Het is maar voor het denken.

– o –

Wat ook voor het denken is, zijn de wat meer concrete gevolgen van de Brexit voor het Europese verenigingsleven.

Aangenomen mag worden dat veel hetzelfde blijft. De Britten blijven gewoon hun stevige positie houden in het grote circus van verenigingen. Met een goedkoper pond zal de stad Londen alleen maar aantrekkelijker worden als conferentielocatie en Engels zal echt niet zo snel verdwijnen als voertaal. Ergens in de komende jaren zal duidelijk worden hoe en op welke wijze de Britten (vooralsnog inclusief Schotten en Noord-Ieren) met de EU verbonden worden. De impact hiervan op verenigingen zal erg verschillend zijn. Er is bijvoorbeeld enkele branches die voor hun erkenning goeddeels afhankelijk zijn van Britse certificeringschema’s. Blijft de status hetzelfde in de nieuwe verhoudingen?

De echte impact zien we waarschijnlijk in de manier waarop de internationalisering van verenigingen verder vorm zal krijgen. In de VS is er in de vorm van de American Society of Association Executives (ASAE) grote helderheid over wie je moet zijn als het om verenigingszaken gaat. Niet voor niets gaat DNA met een grote groep in augustus weer naar het jaarcongres. iets vergelijkbaar is er in Europa nog niet. Wel is er al een fors verschil merkbaar tussen de Britse en continentale benadering als het om het elkaar brengen van de verenigingsprofessionals gaat. De Britse benadering is pragmatisch en vooral commercieel; alles is goed, maar er moet wel gewoon geld worden verdiend. Daar kunnen ze nog steeds succes met hebben. Met een laag pond en waarschijnlijk een overvloed van mensen ‘die nog nooit een vak hebben geleerd’ zouden ze zich weleens vol op deze ‘markt’ kunnen gaan storten. tegelijk denk ik dat ze dan zullen stuiten op een culturele barrière. Mijn indruk is dat we op het continent meer op zoek zullen zijn naar meer diepte en een niet-commerciële insteek. Daarbij komt dat de toegang tot de Brusselse arena’s niet meer zo vanzelfsprekend toegankelijk zijn voor de Britten als nu het geval is. Wie heeft wie hier nodig?

We zullen het zien. Vooralsnog hoop ik zeer dat de Britten zoveel mogelijk mee blijven doen. Ik mag ze wel, ook al zijn ze stommer dan de achterkant van pitbull.

Peter Noordhoek
Voorzitter taskforce Internationale samenwerking DNA: De Nederlandse Associatie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek