Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Het Binnenhof: klein Europa aan de Hofvijver

Schermafbeelding 2015-10-17 om 15.12.32

Onlangs maakte ik samen met een Duitser een rondje rond de Hofvijver. Ik wees hem het Torentje. ‘Wat. Zo klein?’ ‘Ja, zo klein’, zei ik trots, want wij Hollanders vinden klein best fijn.
Dat was voordat ik het boek ‘Binnenhof’ van Diederik Smit las. Niet dat hij het zo beschrijft, maar al bij het lezen van het eerste hoofdstuk snapte ik opeens hoe wij onszelf als Nederland tekort hebben gedaan en dat opnieuw dreigen te doen in Europees verband. Ik wil de gebouwen op mijn manier laten spreken en zeg het vooral als ik het niet goed zie. Wij zijn Klein Europa aan de Hofvijver.

De afgelopen week is het 200 jarig bestaan van de Staten-Generaal gevierd in de Ridderzaal. De gasten maakten er een mooie plechtigheid van. De gasten? Ja, de Staten-Generaal hebben ten tijde van de Republiek ooit gastvrijheid aangeboden gekregen door de Staten van Holland, de formele gezaghebber in het duingebied dicht bij de zee. Ook de andere Staten hadden hun gebouwen in en rond het kleine gebied, maar alleen de Ridderzaal werd geschikt gevonden om de gezamenlijke Staten te laten vergaderen, als de gasten ten minste genoegen wilden nemen met de nogal primitieve Middeleeuwse faciliteiten (en op tijd plaats wilden maken voor de markt en de loterij). De Kamerbeheerder woonde in het torentje iets verderop, aan de rand van een massa kleine en grotere uitbouwen en bijgebouwen. Veel geld voor modernisering was er nooit geweest. Iets erbij zetten was makkelijker. De Staten-Generaal vond het best, het belang van de leden lag immers bij de eigen Staten.

Wie er anders over dacht waren opeenvolgende stadhouders. Die gingen er langzaam maar zeker andere gedachten op nahouden, wellicht gestimuleerd door de vele ambassadeurs die op de belangrijke Republiek afkwamen en die de Hofstad, zeker in vergelijking met het rijke Amsterdam, maar een armoedige bedoening vonden. Na eeuwen werd het weer eens tijd voor een echt Hof. Een boomgaard werd opgeofferd voor een stadhouderlijk paleisje en een toren. Deze ‘Mauritstoren’ verhief zich hoog aan de uiterste zuidzijde van de Hofvijver. Even leek er iets van grandeur te komen op het Binnenhof, maar de stadhouder maakte zich te groot en in het tweede stadhouderloze tijdperk werd er voor gezorgd dat de daken van de gebouwen rond de Mauritstoren werden opgehoogd, zodat de toren tot op de dag van vandaag niet wezenlijk boven de andere gebouwen uitstijgt.

Vorst en hofhouding hebben het Binnenhof inmiddels al lang verlaten en zijn uitgeweken. Niet naar Amsterdam, zoals Napoleon Bonaparte nog wilde, maar naar de lommerrijke rand van de Hofstad. Hoger dan de Mauritstoren heeft het Koninklijk Huis nooit meer gebouwd. Symbolische genoeg is de mediatoren nu het hoogste gebouw aan het Binnenhof en torenen vooral de ministeries ruim uit boven het Binnenhof.
De uitbreiding van de Tweede Kamer, nu ruim 20 jaar geleden door architect Pi de Bruin, is veel typerender voor de bouwstijl van het Binnenhof. Het ligt als een te grote hond in een te kleine mand gekromd tussen de andere gebouwen in.

Wie op vakantie gaat in hoofdsteden buiten Nederland, weet hoe anders daar de regeringsgebouwen vorm hebben gekregen. Hoe groter het land, hoe imposanter de gebouwen. Ondanks plannen daartoe, is het Binnenhof in het verleden nooit zo drastisch verbouwd dat het haar karakter heeft verloren. Ook nu er plannen zijn voor een verhuizing van enkele jaren naar een andere plek, heeft niemand het over een verbouwing, laat staan herinrichting van het Binnenhof. Anders dan bij vorige generaties, komt niemand ook maar op het idee om te zeggen: ‘Tijd dat de boel naar de hoofdstad, naar Amsterdam, gaat verhuizen’. Ben je gek. Het gaat om ‘achterstallig onderhoud’. Niets meer, niets minder.

Zelf deel ik, zoals gezegd, die rare trots op dat verzamelgebouw aan de Hofvijver. De kleinschaligheid past goed bij ons zelfbeeld: aardig, bescheiden, normaal. Als die Duitser zegt ‘wat klein’, denk ik ‘beter dan dat protserige gebouw in Berlijn’. Niet dan?
Maar om het toch maar even te benoemen: het klopt niet dat media en ministerie uittorenen boven ons nationale meningscentrum. Net zoals als het niet klopt dat we als economische grootmacht net doen alsof we niets voorstellen. Vroeg of laat wordt dat een voorbeeld van verkeerde kneuterigheid bij de Kneuterdijk. Dan kan het bijvoorbeeld gebeuren dat tot aan de jaren tachtig het Binnenhof een parkeerplaats was voor iedereen die maar een gaatje kon vinden. Gerommel in de ruimte, waar eigenlijk nog steeds geen einde aan is gekomen.
En dan denk ik opnieuw aan dat verschijnsel waarbij de vroege Staten-Generaal alleen maar een beetje te gast mochten zijn bij de verzameling gebouwen van de Staten, die van Holland voorop. Genoeg mensen in die tijd snapten dat het niet klopte. Er werd te veel geïmproviseerd, er werd niet gebouwd op de maat van de status. Alleen lukte het niet om daar verandering in te brengen: niemand of niets was sterk genoeg om de patstelling te doorbreken en er echt iets van te maken. Vanuit historisch perspectief was het slechts een kwestie van tijd voordat de neerval zou inzetten. Ook voor naties geldt: ‘it’s up or out’. Het werd zeker twee eeuwen lang out.

Bij mij komt de parallel met de Europese Unie boven. Als Staten houden we elkaar gevangen. We weten best dat een andere schaal nodig is, maar niemand is in staat voorbij het eigen belang te handelen. En dus bouwen we bijgebouw na bijgebouw op de beperkte ruimte die er nog over is: de schaal wordt kleiner, niet groter. Ooit komt er een tijd dat dit charmant en fotogeniek overkomt, maar tegen die tijd zijn er heel veel kansen voor iets mooiers gemist.

We staan voor groot onderhoud. Meer is niet nodig; iedereen zegt dat het zo goed is. Mijn gevoel zegt dat ook. Maar mijn verstand zegt: dit is een moment voor herontwerp. De Staten-Generaal zijn al verhuisd. Niet naar Amsterdam – dat heeft haar kans gehad – maar naar Brussel. Dat betekent niet dat de Nederlanden zonder democratisch schouwtoneel kunnen. Integendeel. Maar hoe moet dat er uit zien? later, zal gezegd worden, later kunnen we er over na gaan denken. Als er meer duidelijkheid is over onze plaats in Europa. Maar komt die duidelijkheid er ooit? Wanneer was het Binnenhof ooit echt af? Natuurlijk kunnen we deze beslissing voor ons uitschuiven, maar bedenk dan dat de huidige bewoners van het Binnenhof leven en werken in de uitgestelde beslissingen van het verleden.

Binnenhof

Zie ons Binnenhof
Wie ziet een Hof?
Veel binnen is er wel:
te vermoeden achter
aaneengemetselde gebouwen
schurkende daken
en ramen met
en zonder wenkbrauwen

Kleine torens als opgetrokken
tanden in de tijd
Overal gebouwen
als bijgedachten
neergelegd langs een vijver
verzameld
rond een plein
vol wisselende pretenties
van Natiestaat tot
parkeerterrein

Grandeur kreeg nooit veel kans
claims van steden en staten
hielden alles klein
Den Haag mocht er zijn
al mocht het geheel er
nooit groter dan de delen zijn

Peter Noordhoek

Diederik Smit – Het belang van het Binnenhof. Twee eeuwen Haagse politiek, huisvesting en herinnering. Prometheus, Bert Bakker. Amsterdam, 2015.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek