Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Toezicht, bedrijfsleven en een halve dialoog

Op donderdag 2 oktober jl. werd een bijeenkomst gehouden waarbij VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO-Nederland  een ‘aanbod aan het kabinet’ deden voor ‘een gezamenlijk actieprogramma, gericht op een beter, slimmer en efficiënter toezicht’*. Op een vijftal terreinen wordt de diepte ingegaan en gekeken waar de relatie tussen publiek toezicht en private verantwoordelijkheid beter kan.
Dit is een belangrijk initiatief. Het aanbod van de werkgevers bevat veel goede voorbeelden en spelregels en de aanwezigheid op hoog niveau van de zijde van kabinet en toezichthouders gaf ook aan dat zij het serieus nemen. Waarom heb ik dan voorafgaand aan de bijeenkomst getwitterd dat de bijeenkomst geen doorbraak zou opleveren en hou ik dit na afloop helaas staande?

Werkgevers en toezichthouders begonnen goed aan de bijeenkomst. Het eerste wat Hans de Boer, voorzitter VNO-NCW zo’n beetje zei, was dat als er geen toezicht zou zijn, de werkgevers er om zouden vragen. Het eerste wat Jenny Thunissen namens het Inspectieberaad zei, was dat ze de eerste zullen zijn om te zeggen dat ze het beter kan. Geen verkeerde start, al begonnen beide direct daarna met een soort rollenspel.
De werkgeversman rolde zijn verhaal over toezicht direct door in een klassiek en weinig inspirerend pleidooi voor minder regelgeving. Ik ben zelf werkgever, maar ik mis de zelfreflectie bij de werkgevers dat heel veel regelgeving en falend toezicht het gevolg is van verkeerde keuzes en falend intern toezicht in werkgeversland. De verantwoordelijkheid wordt zodra het kan weer weggerold en dan begrijp ik de overheden heel goed die dat niet laten gebeuren, want zij worden er in de media en politiek op aangesproken.
De toezichtmevrouw begon even klassiek over rolzuiverheid. Zo kon er natuurlijk niet tegelijkertijd door de werkgevers met beleid en toezicht worden gesproken. Bovendien: de toezichthouder voert slechts uit. Bij problemen moet u bij de wetgever zijn. Ik chargeer een beetje, maar niet veel.

Tot wat voor patstelling een rollenspel als dit kan leiden, werd navrant duidelijk bij de discussie met de zaal. Een gejoel ging op toen Robert Mul zich namens de branche van de accountants voorstelde. Wouke van Scherrenburg, de dagvoorzitter, zei: “Nou, u bent moedig!”. Mul liet het rustig van zijn schouders afglijden en kwam met een voorbeeld uit de zorg. Daar moeten de accountants die de cijfers van de ziekenhuizen controleren in veel gevallen nu eigenlijk een goed keurende verklaring onthouden. Dat zullen ze ook doen, zo zei hij, maar de kern van het probleem is dat de zorg bij ziekenhuizen zo complex is geworden dat het de zorginstellingen nauwelijks te verwijten valt dat ze de cijfers niet meer op orde krijgen. Dan kan de accountant zich achter de normen van het vak terugtrekken, maar eigenlijk willen we vooral het signaal afgeven: mensen, de zorg wordt onbeheersbaar. Robert Mul kreeg de zaal daarmee stil. Hier gaat het dus om: omgaan met complexiteit en dat is een probleem voor alle partijen.

In het forum was het de vertegenwoordiger van de WRR, professor Arnoud Boot, die dit rollenspel tegelijk accentueerde en ontmaskerde: ‘zullen we afspraken het nooit meer over samenwerking te hebben? Zullen we dat woord nooit meer gebruiken?’ Het was vooral bedoeld als een kat richting de DNB, maar daarmee bevestigde hij nog eens de afstand die er zou moeten zijn tussen de toezichthouder en toezichtobject. Iemand gebruikte daarna het woord ‘dialoog’ en dat mocht kennelijk wel, want dat was daarna de standaardterm. Maar deze geslaagde worsteling met de semantiek verhulde alleen maar dat het actieplan waar we het die ochtend over zouden moeten hebben nogal naar de achtergrond verdween. Dit zijn de vertrekpunten voor goed toezicht zoals die ter discussie stonden en waar inhoudelijk zo weinig over is gezegd dat ik ze hier graag alsnog opsom:

  1. overheidstoezicht en private opties worden onvoldoende in samenhang gezien
  2. er is een kloof tussen ondernemerspraktijk en regelgeving en -toezicht
  3. het toezicht is te versnipperd
  4. bedrijven moesten steeds meer betalen voor toezicht
  5. verplichte certificering en privaat toezicht brengen risico’s met zich mee

Stuk voor stuk thema’s waarvan ik denk: eindelijk, we hebben het er over. De daaraan gekoppelde vuistregels voor maatschappelijke checks and balances’ zijn nuchter genoeg om logisch te zijn in de ogen van zowel bedrijfsleven als overheid. Uit ervaring weet ik echter dat het om hele complexe materie gaat. Dat is niet een kwestie van wat werkgroepjes en vergaderingen. Als je hier op armslengte induikt krijg je aan het einde niets anders dan ellebogenwerk.

Als je hier op armslengte induikt krijg je aan het einde niets anders dan ellebogenwerk

Mede gebaseerd op een ‘toezichtmatrix’ zoals ontwikkeld door enkele fellows van de NSOB** wordt nu dus op vijf terreinen – chemie, logistiek, financiële sector, horeca en uitzendwezen – de diepte ingegaan. De matrix van de NSOB is niet verkeerd. vergelijkbare matrixen zijn ook in mijn eigen boek*** te vinden, maar ik heb wel geleerd dat die matrixen weinig waard zijn zonder ook goed in beeld te brengen bij wie de urgentie leeft om echt wat te doen veranderen. Als je dan alles weegt, maakt ik mij zorgen over twee punten.

Ten eerste: zijn de ondernemers en hun branche echt in staat en bereid om werk te maken van het aanspreken van de eigen leden? In de afgelopen periode, en wat besmuikt ook afgelopen donderdag, hebben de nodige branches aangegeven dat ze daar eigenlijk niet voldoende toe in staat zijn. Enkele daarvan zijn geneigd de overheid te vragen het toezicht voor hun rekening te nemen, bijvoorbeeld via een wettelijk verplicht certificeringsstelsel. Dat gaat waarschijnlijk niet werken en wekt ook weinig vertrouwen. Een sterkere onafhankelijkheid van het intern toezicht dan nu het geval is kan dan helpen, maar het moet vooral slimmer, moderner en meer gericht zijn op het vinden van prikkels om de ondernemer überhaupt niet in de verleiding te brengen de grenzen van de regels te zoeken.

Ten tweede: de toezichthouders zijn op een gevaarlijke manier bezig zich terug te trekken in hun eigen wettelijke opdracht en eigen gelijk. Teveel toezichthouders doen net alsof er geen grijze zones meer zijn in het toepassen van de wet. Veel toezichthouders kijken neer op de wijze waarop bedrijven hun certificering of intern toezicht hebben geregeld en willen niet zien dat de eigen werkwijze wel degelijk verstarrend werkt op bedrijven en economie. De werkgevers komen zeker niet voor niets met dit initiatief, maar de toezichthouders doen niet veel meer dan het probleem terugleggen bij bedrijven of politiek. Je kan, zoals steeds meer het geval lijkt te zijn, de ISO-normatiek en zeker de ISO 9000 serie, wel afwijzen als ondeugdelijk en daar kan ik mij nog iets bij voorstellen ook, maar waar is de verantwoordelijkheid van de toezichthouders dan voor een alternatief?

De situatie doet me denken aan een second opinion die ik ooit mocht doen op de vraag of er een inspectie voor het volledige domein van Verkeer en Waterstaat moest komen. In de ‘OR’ van de toenmalige scheepvaartinspectie sprak ik met een oude zeebonk die ooit de overstap naar de inspectie had gemaakt (‘Ik wilde wat vaker op de wal zijn, jongen’). Die inspecteur liep over het schip, sprak met zijn oud-collega en over het algemeen was dat volgens hem genoeg om het schip de noodzakelijke maatregelen te laten nemen. Hij was heel kritisch over de ‘jonge honden die direct van school komen, maar niets van het vak snappen’. Toen hij de voorbeelden van onkunde opsomde, schrok ik wel even. Maar waarom denkt u dan dit gebeurt?, zo vroeg ik. En toen trok hij het boetekleed aan. Het kwam er op neer dat hij zei dat ze de kring te klein hielden. Nooit spraken ze met de mensen van beleid en de politiek was al helemaal ver weg. We zagen de ontwikkelingen niet goed of we zagen ze te laat, zei hij, maar de grootste fout was dat wat we niet doorgaven wat we wel zagen. We zagen het grotere plaatje nooit of wilden dat niet zien. Hij was dus ook voor de nieuwe inspectie.

Er is sinds die tijd veel geleerd in toezichtland. De zeebonk die nu als inspecteur aan de wal zou komen, zal heel wat bijleren en niet meer zo innig met z’n oude collega’s omgaan. Toch is zijn basisinstinct en zijn analyse van wat er mis ging in de communicatie juist.
ik krijg kramp van alle geforceerde pogingen om de schijn van objectiviteit op te houden terwijl alles alleen maar meer hybride wordt. Ik ben het niet met Boot eens dat het woord ‘samenwerken’ uit den boze is. Samenwerken is geboden willen we tot alternatieven voor het falen van nu komen. Welk alternatief? Mijn suggestie: volwassen met elkaar omgaan.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

* VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland – Actieplan aan tafel. Samen naar een beter, slimmer en efficiënter toezicht. Den Haag, oktober 2014.

** zie www.toezichtmatrix.nl

*** D.P. Noordhoek – Branchebrede kwaliteit. Beweging brengen in het kwaliteitsbeeld van branches, sectoren en beroepsorganisaties. VM Uitgevers, 2011.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek