Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Peilers gepeild

Op een mooie Pinksterdag brak er een fel onweer uit in peilersland. Maurice de Hond analyseerde het verschil in uitkomsten tussen de peiling van Ipsos en zijn eigen Peil.nl in het licht van de laatste gemeenteraads- (GR2014) en Europese verkiezingen (EP2014). Hij liet weinig heel van zijn collega’s. Rond deze verkiezingen heb ik in eerdere blogs en opiniebijdragen gesteld dat beide er naast zitten ten aanzien van het CDA, maar bij Ipsos is het gat ten opzichte van de echte verkiezingen (en mijn eigen verwachtingen) veruit het grootste.
Met alle waardering voor het statistische spitwerk van De Hond, het valt nog te bezien of hij hiermee het peil van de peilingen omhoog zal trekken. Dat zal er om draaien hoe constructief het niveau van de discussie wordt. Hierbij in ieder geval een eigen bijdrage.

Een opmerkelijk verschil

De Hond concentreert zich in zijn analyse van het “opmerkelijke” verschil in de peilingen tussen Peil.nl en Ipsos op het CDA en de VVD. Hij stelt dat er sprake van een forse onderschatting van het CDA en een overschatting van de positie van de VVD. Hij laat daarbij zien dat ook zijn eigen peilingen een onderschatting van de positie van het CDA inhouden, maar zijn peilingen bevinden zich dusdanig dichter bij de statische foutmarge dan Ipsos, dat we de gebruikelijke voorzichtigheid over opkomstcijfers e.d. kunnen laten varen.
Dit is inderdaad geen toeval meer. De grootste toegevoegde waarde van zijn bericht van vandaag – en waardoor ik echt even uit mijn stoel overeind kwam – was de analyse op basis van de geografische spreiding. Hoe is de verdeling tussen de noordelijke provincies, de randstad en de zuidelijke provincies van het land? Dat wordt veel te weinig gedaan en het laat goed zien dat ‘randstadpeilingen’ structureel in het nadeel van een partij als het CDA uitvallen (6,4% versus ca. 10% voor buiten de randstad). Combineer deze afwijking met de afwijking dat de gemiddelde CDA’er veel minder met internet(peilingen) heeft dan de gemiddelde Nederlander en vertaal dat dan weer naar een kennelijk niet ongebruikelijke steekproef-omvang van minder dan 1000 gepeilde Nederlanders en je hebt een te grote correctiefactor nodig om een stapeling van afwijkingen als deze nog te kunnen ondervangen.

Grenzen van openheid

Ipsos heeft er tot nu toe op gewezen dat hoewel er problemen zijn rond de voorspelling van het CDA, zij de uitkomsten van de laatste twee verkiezingen per saldo ruim binnen de onzekerheidsmarge heeft voorspeld. Inderdaad, ere wie ere toekomt. Het is dus niet helemaal fair om nu alles te gooien op dat ene wat niet goed gaat. En toch – ik zeg het met moeite want ik vertrouwde Ipsos lange tijd meer – heeft De Hond gelijk om zich nu hier op te richten. Hij doet het met (nieuwe) argumenten en raakt de juiste punten. Geen peiler is werkelijk bagger in Nederland en we worden er alleen maar beter van als we overduidelijke verschillen als deze uitdiscussiëren. Mijn zorg is echter dat de discussie gaat stranden op het moment dat er echt openheid over samples en correctiefactoren moet worden gegeven. Ik ga er maar vanuit dat dit te concurrentiegevoel is. Dan blijven we dus hangen in een benchmarkdiscussie rond verkiezingsuitslagen vol met technische voorbehouden. Is er nog een ander perspectief?

Geen peiling, wel een voorspelling

Mijn eigen beeld is dat aanname van De Hond dat CDA en VVD gelijk staan in de peilingen niet klopt. Het CDA is volgens mij de VVD al rond de jaarwisseling van 2013-14 voorbijgestreefd en de voorsprong ligt nu op 2% en waarschijnlijk meer. Het CDA strijdt met de SP om de tweede plaats, achter D66. Een voorspelling richting de Provinciale Staten verkiezing is dat echter nog niet, want dan gaat er weer een hele eigen dynamiek gelden, bijvoorbeeld een Eerste Kamer-effect versus kiezersmoeheid. Die voorspelling kan pas rond de jaarwisseling worden gedaan en die zal – zo stel ik nu al – afwijken van de peilingen op dat moment.

Methodeloos

Ik zeg dat methodeloos, in de zin dat ik niet anders doe dan de landelijke peilingen als een soort krabpaal te gebruiken voor mijn veronderstellingen over hoe het CDA en andere partijen aan het bewegen zijn. Partijkennis, inclusief veel lokale kennis, is dan bepalend voor mijn veronderstellingen. Een hobby, niets meer of minder. n = 1 = 0. Doe er vooral sceptisch over, maar wel met argumenten graag, want dat helpt mij om mijn veronderstellingen aan te scherpen.
Evenzogoed meen ik dat het geen toeval is dat ik zo tot betere voorspellingen kom dan de pure statisticus zal doen. Dan moet wel scherp zijn wat het echte probleem is en dat is volgens mij in de kern niet-statistisch. De kern schuilt in wat Ipsos zelf als verklaring geeft voor de slechte exit peiling: de kosten van een peiling. Echte exit-polls zijn normaal niet betaalbaar, internetpeilingen te weinig betrouwbaar. Noch de media noch de politieke partijen hebben veel geld in kas voor peilingen met grote aantallen. Ik ga er van uit dat steeds de ondergrens wordt gezocht. Dus wat is het alternatief?

Crowdpeiling

Dit is het moment om te kijken naar wat Geen Stijl en De Hond zelf hebben gedaan rond de Europese verkiezingen met het door burgers laten doorgeven van peiluitslagen, een soort crowdpeiling. Grote complimenten! Toch zie je ook bij deze metingen genoeg vertekeningen optreden om te menen dat het resultaat niet echt veel toevoegt aan een reguliere poll. Belangrijker is de vraag of het vol te houden valt om op dat intense niveau tot exit-polls te komen, laat staan tot een alternatief voor de reguliere peilingen.
Een echt alternatief vormen deze metingen niet, hoogstens een aanvulling. Opnieuw: wat is het alternatief? Doorgaan op dezelfde lijn als je weet dat iets niet klopt is ook geen optie. Maurice de Hond voelt dat goed aan en maakt daar zijn belangrijkste punt van. Niet erg sympathiek of collegiaal, maar hij heeft een punt. Liever geen peiling dan een gemankeerde peiling, nietwaar Maurice?

Mix

Een ideale oplossing is er dus niet, maar mijn suggestie zou zijn om tot een mix te komen van reguliere peilingen en een partijpanel. Dat panel bestaat uit mensen met zicht op partijen en hun bijzondere afwijkingen. Bij goede selectie moet het mogelijk zijn dat zo te doen dat alle indicaties voor een koers mee worden genomen. Dat hoeft volgens mij weinig geld te kosten, wel tijd, aandacht en een goede verantwoording.
De panelleden kunnen een tik van ten hoogste een zetel geven tegen een peiling – wel expliciet te benoemen uiteraard. Dat kan dan vervolgens het teken voor de peiler zijn om de methoden aan te passen of in ieder geval een inspanning te plegen om de steekproef aan te passen.

 Nieuw Plattelands Peil

We raken bij onze peilingen aan de grenzen van statistiek en geld. Het wordt tijd om te erkennen dat je in de combinatie met fingerspitzengefühl verder komt dan alleen door toetsaanslagen op een computer te tellen. Als ik nu de peilers peil komen ze in ieder geval onder Nieuw Plattelands Peil.

 

Peter Noordhoek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek