Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Verdwalen met een Kieskompas

Een paar dagen geleden stond in het NRC (gedrukte editie) een stekelige discussie tussen een vertegenwoordiger van Kieskompas en Stemwijzer. De toon van de discussie irriteerde mij en van daaruit schreef ik een tweet over de wijze waarop het Kieskompas haar stellingen zou formuleren. In reactie daarop kreeg ik van Joop.nl het verzoek mijn tweet in een blog nader toe te lichten. Wel enigzins verrast opeens in dit gezelschap te gaan verkeren, ben ik er op in gegaan. De blog is inmiddels geschreven: http://bit.ly/Niviiy. Vanuit mijn ervaring als oud-campagneleider voor de provincie Zuid-Holland en als trainer kan ik er nog wat meer over vertellen. Vandaar hieronder een langere versie van deze blog, inclusief deze ervaringen. Als altijd geschreven op persoonlijke titel.

 

Verdwalen met een Kieskompas

Bij het kieskompas kom ik bijna in het midden van het midden uit. In termen van het Olympisch boogschieten: een 9. Pal op het midden van de verticale as progressief – conservatief en net een tikkie naar rechts op de horizontale as van links – rechts. Geen verassing: ik ben een middenman, altijd geweest.

Wat wel een verassing is, is dat de partij die met mij het dichtste bij het midden staat .. de PVV is. Nu kan je me veel wijsmaken, maar niet dat de PVV een middenpartij is. Hoe is dat dan verklaarbaar? Mag ik raden? Voor het bepalen van de positie van een partij is het verkiezingsprogramma leidend. Ik heb er weinig twijfels over dat de PVV – niet lastig gevallen door hinderlijke congressen – haar programma zo heeft opgeschreven dat de kans dat het zoveel mogelijk stemmers zo trekken zo groot mogelijk is – en dus in het electorale midden uitkomt. Dat kan ik de PVV moeilijk verwijten, hoe graag ik het ook zou willen. Ze werken binnen de regels van het systeem, al blijven ze voor mij de partij die hoogstens in het midden van de polarisatie staat. Ik kan het ook Kieskompas moeilijk verwijten, je moet uiteindelijk ergens van uitgaan. Maar, zou ik dan wel zeggen, dan zou ik  me als maker van zo’n kieshulp erg bescheiden opstellen. Heel erg bescheiden.

Het was erg

En dat is niet precies wat de grote man achter Kieskompas, André Krouwel, laat zien in het NRC van vrijdag 17 augustus jl. als hij en de voorman van de Stemwijzer, Kars Veling, voor het eerst met elkaar in gesprek gaan. Het was erg. Twee concurrenten die met geforceerde beleefdheid hun afkeer van elkaar onderstreepten tot bijna het einde, toen ze het soort zoete broodjes met elkaar gingen bakken waar je tandglazuur bij barst.
Normaal gesproken zou ik een artikel als dit na de eerste regels snel wegscannen. Maar het gaat wel ergens over.

Wakker liggen

In trainingen mag ik nog wel eens over mijn ervaringen als – vooral lokaal – campagneleider vertellen en dan stel ik de deelnemers de vraag: waar lig je als campagneleider wakker van? Het aantal suggesties is bijna eindeloos. Een campagneleider moet wel een slapeloze figuur zijn. De enige echte reden om wakker te liggen wordt nooit genoemd, maar het is precies deze: de digitale kieshulpen, met Stemwijzer en Kieskompas voorop. Ook al zou slechts minder dan 3% van de gebruikers zich erdoor laten beïnvloeden, dan nog is dat veel meer dan je kan bereiken met welke ludieke actie, folder of artikeltje ook. En dan ben je dus opeens in handen van een paar personen achter een logo die menen met dertig vragen de positie van jouw partij te kunnen vaststellen. Al is dertig vragen wellicht het maximum dat je aan iemand achter een scherm mag vragen, statistisch gesproken is dat pure waaghalzerij. Logisch dus dat er elke verkiezing op nieuw methodologisch gehakt van wordt gemaakt. Ondertussen hebben we er zoveel meer kieshulpen van dubieuze kwaliteit bij dat we ‘blij’ mogen zijn met de twee kemphanen. Het maakte de quasi-wetenschappelijkheid van de discussie er niet verteerbaarder om. Laat ik daarom wat observaties geven die op een andere, minder statistische manier, duidelijk maken hoe wild deze kompassen de verkeerde kant op kunnen wijzen en, zeker in het geval van het Kieskompas, hoe dubieus de grond er onder is: de gruwel van Krouwel.

Redactieslag

Een stelregel is dat je als campagneleider hoogstens wakker moet liggen van dingen die je kan beïnvloeden en heel veel is doorgaans buiten bereik. Eigenlijk hoor ik me over het Kieskompas dus helemaal niet druk te maken: dat is een black box. Voor de Stemwijzer ligt dat wat anders. De partijen worden al in het begin betrokken bij het proces. Bij de start van de Stemwijzer heeft dat slimme partijen er toe verleid om de uitkomst te beïnvloeden. Ik geloof dat – uhum – mijn partij dat ook heeft gedaan, hoewel volgens mij op grond van argumenten. Toch zeer alert geworden, kan je dat in het proces tegenwoordig wel schudden, maar de Stemwijzer vraagt nog steeds input van de partijen zelf bij een startsessie: wat vinden zij dat er in de Stemwijzer moet komen? Dit resulteert in een groslijst van 60 stellingen, waar vervolgens – na een cruciale redactieslag – 30 stellingen van worden gemaakt. De partijen kunnen, onder strakke voorwaarden, aangeven of ze de stellingen eens, oneens of weet niet geven. Ze kunnen er ook een beperkt aantal woorden ter toelichting aan geven, mits dit in lijn is met het eigen programma (al hebben sommige partijen geen programma, of komen er, zoals de PVV gek genoeg heel laat mee). De Stemwijzer houdt altijd het laatste woord. Toch heeft het meerwaarde voor de Stemwijzer om ten minste contact met de partijen te houden. Lokale stemwijzers zijn bijvoorbeeld notoir moeilijker te maken dan landelijke. Als campagneleider van Zuid-Holland moest ik bijvoorbeeld fronsen over een lijst met stellingen waarvan er wel drie over de Rijn-Gouwelijn gingen. In een provincie van bijna 3,5 miljoen inwoners mag je blij zijn als er een half miljoen zijn die weten waar ze de Rijn-Gouwelijn op de kaart moeten zoeken. Het feit dat er veel krantenartikelen over zijn gepubliceerd doet daar niets van af. Gelukkig hebben ze geluisterd. En zo zijn er vaker praktijkopmerkingen te maken richting de denkers achter de PC.

Van 60 naar 30 stellingen

Het is een interessant proces. Zo interessant dat ik het na afronding van mijn vrijwilligersactiviteiten als provinciaal campagneleider ben gaan gebruiken in opleidingen. Op zoek naar iets om een programma-onderdeel over politiek-bestuurlijke gevoeligheid van beleidsambtenaren wat interactiever te maken, bedacht ik dat het wel eens aardig zou kunnen zijn om de ambtenaren de stemwijzer te laten maken. Eerst liet ik ze bedenken welke onderwerpen er volgens hen in de stemwijzer zouden moeten komen. Daarna liet ik ze de groslijst van 60 stellingen zien en vroeg ik ze er een aantal te schrappen om richting de 30 stellingen te gaan. Ik heb het nu met meerdere groepen gedaan en het resultaat is elke keer ‘boeiend’. Hoewel het in de meeste gevallen om beleidsambtenaren gaat die bekend zijn met hun politieke bazen, is er een enorm verschil tussen wat de ambtenaren vinden dat stellingen zouden moeten worden en wat de bestuurders daarvan vinden. De verschillen zijn veel groter dan de overeenkomsten. Een mooie eye-opener voor beleidsambtenaren die menen te weten dat hun bestuurders bezig houdt.

Maar dan wordt het nog wat interessanter. Ik weet wat de bestuurders – in ieder geval destijds van mijn partij – hebben ingebracht en ik weet wat de Stemwijzer er uiteindelijk van heeft gemaakt. Dan weet je dat daar ook nog eens een groot verschil tussen zit, want in de Nederlandse verhoudingen zijn de verschillen tussen de partijen eigenlijk minimaal. Het is interessant om uit te vogelen hoe de makers daar mee omgaan. Zeker bij lokale verkiezingen blijkt het voor Stemwijzer en Kieskompas heel lastig om de stellingen zo te verwoorden dat de tegenstellingen groot genoeg zijn om in 30 stellingen nog een onderscheid tussen de partijen te kunnen maken. Naar ook op landelijk niveau wordt het twijfelachtig als er bijvoorbeeld opeens een stelling over de koopzondag wordt opgenomen. Mij is het ‘dossier’ zeer bekend, maar ik kan iedereen verzekeren dat de meeste mensen echt niet weten waar het precies over gaat als je ze er op straat over aanspreekt. Dus wat is dan de waarde van zo’n stelling?

Actualiteitentest

Dus deze laatste fase is het moment dat de makers van elke kieshulp zo eerlijk moeten zijn om de laatste wetenschappelijke pretenties te laten varen. Het kan bijna niet anders dan dat Stemwijzer en Kieskompas op dat moment op zoek gaan naar een eigen interpretatie van wat ‘de mensen bezighoudt’. Dat is hun goed recht, hun kunde, maar als ik merk hoe groot de verschillen al zijn tussen de werkelijkheden van beleidsambtenaren, die van de bestuurders-politici en die van de redacties kieshulpen zelf, dan mag je hopen dat de kiezer echt in beeld komt bij de laatste redactieslag. Bij het invullen van zowel Stemwijzer als Kieskompas had ik deze keer het gevoel dat ik een actualiteitenrubriek langs liep. Het was vooral ‘high politics’. Niet de politiek zoals die voortkomt uit angst een baan te verliezen, de rekening van de verzekering niet meer te kunnen betalen, de zorg voor de tante die het verzorgingstehuis in moet. Alles was groot, ‘belangrijk’. En volgens mij kan het best anders. Onlangs mocht ik meehelpen met het vereenvoudigen van een verkiezingsprogramma voor mensen met een verstandelijke beperking. Het is mijn ervaring dat deze ook zeer gewaardeerd worden door mensen met minder of andere beperkingen. Rond het thema ‘zorg’ kwamen we uit op een stelling rond de vraag of de overheid zich wel of niet bezig mocht houden met het feit dat je misschien wel te dik bent. Ik heb er geen onderzoek over gedaan, maar echt, dat houdt mensen bezig. Ik zou wensen dat kieshulpen meer op dat niveau uitkwamen.

Media = debat

Voorlopig niet. Niet als ik lees hoe Krouwel als grootste verschil met de Stemwijzer op de prop komt met een database waarin ‘alle media-uitingen tijdens het kabinet Rutte’ zijn verzameld. Daar worden dan clusters van woorden uitgehaald. Heel interessant, maar wat hij dus eigenlijk zegt, is dat de discussie in de media ook de discussie onder burgers is. Krouwel doet dat ongereserveerd: alles waar media-aandacht voor is wordt bij hem een ‘enorm debat’. Met alle respect voor de media, mag ik twijfelen? Los van de vervuiling die je in de database krijgt door kuddegedrag, eigen agenda’s en concurrentieoverwegingen binnen de media zelf, heb ik er twee grote problemen mee.

Het eerste probleem is dat ik denk dat het een grote onderschatting van de Nederlander is om te denken dat die zich in haar meningsvorming over de politiek alleen laat leiden door de media. Er is echt nog een andere werkelijkheid. Kleiner wellicht, maar niet minder relevant. Mijn ervaring met de stemwijzer is dat de beleidswerkelijkheid niet de werkelijkheid is van de politici en dat de werkelijkheid van de politici niet die is van de media. En de media is niet de werkelijkheid van de burgers. De stemwijzer weet zich daar uiteindelijk maar beperkt raad mee, maar ze is transparant in haar keuzes. Kieskompas laat zich slechter in de keuken kijken, maar pretendeert minstens zoveel en baseert zich daarbij niet op de intenties van de partijen zelf, maar op wat anderen daar van vinden. Anderen? De media dus.

En dat brengt me bij mijn tweede probleem. Is onze politiek al niet voldoende uitgeleverd aan de media? Dat het ouderwets campagnevoeren zo langzamerhand folklore is geworden vind ik jammer, maar is ook realiteit. Dat is nog iets anders dan de media ook nog eens de arbiter te laten zijn over alle aspecten van het democratisch proces: van wat er van de programma’s in de media verschijnt, tot wie er in de debatten mogen optreden, tot wat er in de kieshulpen komt. Dat is teveel van het goede, social media of niet.

Ik vind het de gruwel van Krouwel dat hij zich zo uitlevert. En het is trouwens ook heel a-typisch. In het interview doet hij zich kennen als iemand met een heel eigen mening. Hij heeft, zoals de Engelsen zeggen ‘an ax to grind’. Daar is op zich niets mis mee. Verschuil dat alleen niet achter databases en assen. In het interview maakt hij een onderscheid tussen een geld-as en een moraal-as. De keuze van de woorden zegt veel. Laat hij zichzelf plaatsen waar hij zich ziet en vandaar uit zijn stellingen verwoorden. het is uiteindelijk ook meer een kunst dan een kunde. En dan kiezen we pas echt volgens zijn kompas.

Peter Noordhoek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek