Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Over kramp en parlementair onderzoek

Wat bepaalt het effect van een parlementair onderzoek of enquête? In de loop van de jaren heb ik een aantal opdrachten gedaan die steeds ongeveer twee jaar kwamen na een zwaar incident, gevolgd door een (parlementair) onderzoek of enquête. De sector is dan nog helemaal verkrampt, maar doet pogingen weer vooruit te denken. Hoe zou dat in het geval van het onderzoek en de enquête van de commissie De Wit naar de financiële crisis gaan?

De grote kramp

Heb ik de tijd gehad om het hele rapport van 700 pagina’s te lezen? Nee, alleen delen ervan en de mediarapportages. Daar verontschuldig ik mij oprecht voor, want keer op keer – en De Wit is geen uitzondering – zijn die parlementaire analyses diepgraven en genuanceerd in hun conclusies. We doen onszelf en de commissie een gunst door de tijd te nemen  en al het leeswerk te doen.
Het beeld van het rapport wordt echter bepaald door de eerste krantenkoppen. Dat bepaalt de ‘les’ die wordt geleerd en het beeld waar de leidinggevenden daarna hebben te ‘dealen’. Het is niet het beste voorbeeld, want het betreft niet primair een parlementair onderzoek, maar mij staat de wijze bij waarop de nieuwe commandant van de luchtmachtbasis Eindhoven (de vorige moest vertrekken) heel gericht bezig was het beeld bij de medewerkers bij te stellen na de Herculesramp, vooral bij de medewerkers van de brandweer. Om die reden had hij o.a. de geestelijke toegevoegd aan het managementteam. Die man deed dat fantastisch, maar wat een worsteling. Vergelijkbare inspanningen heb ik van dichtbij mogen zien na de Bijlmerramp, Bouwenquête en vooral Enschede en eigenlijk na alle grote incidenten en bijbehorende onderzoeken. In 2010 heeft de Algemene Rekenkamer in opdracht van de Kamer onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de gedane onderzoeken en enquêtes en de Rekenkamer oordeelde opvallend positief. Zijn de aanbevelingen van de commissies overgenomen, de wetten gewijzigd, de lessen geleerd? Ja, het is het oordeel. In overgrote mate is dat gebeurd. Maar ik heb grote bezwaren tegen die manier van oordelen. Fijn dat de fouten uit het verleden niet meer worden geleerd. Het zou eens niet waar moeten zijn. Maar wat als de prijs een enorme verkramping is? De oorspronkelijk fout wordt niet meer gemaakt, maar helaas, andere fouten worden ook niet meer gemaakt, want iedereen dekt zich in. Dan wordt er dus niet meer geleerd, niet meer ontwikkeld.

Goed of fout: vooral fout

En alles wordt daarbij – in het begin, maar ook na jaren – teruggebracht naar een beeld van ‘goed’ of ‘fout’. Het mediabeeld, dat is toch wat blijft hangen. De rest van het rapport, niet onbelangrijk overigens voor degene die het raakt, is zaak voor de vakspecialisten, doorgaans mensen ver van de werkvloer. Het zou best kunnen dat in het geval van de Commissie De Wit op het meer technische niveau goede lessen worden geleerd. Lessen die in dit geval worden toegevoegd aan een reeks van maatregelen die toch al op de rol staan of zijn ingevoerd. Want één ding is zeker: elk onderzoek bureaucratiseert, de formele kant van de verkramping. Maar als het nodig is moet het wel gebeuren. Alleen – is de prijs niet vaak te hoog? De Algemene Rekenkamer zegt er niets over, die turft alleen maar de wetsaanpassingen. Ik heb echter teveel mensen in de ogen moeten kijken die nooit los kwamen van een ramp of incident en hoe er door het gezag over hen is geoordeeld. Onderschat in ieder geval de impact nooit.

Het gaat direct goed of het gaat direct goed mis

Of de invloed van De Wit groot zal zijn in verhouding tot die van collega’s, is echter de vraag. De commissie heeft volgens mij goed mis geschoten met het neerzetten van hun beeld. Ze lijkt vol in de val te zijn gestapt van het Barbertje aanwijzen. De schuldvraag is niet genoeg gebalanceerd bij Wouter Bos gelegd en die conclusie is als een boemerang in het gezicht van de commissie terug aan het slaan. Los van hoe terecht het oordeel is – de Belgen bevestigen met leedvermaak het oordeel van de commissie – als zelfs Youp van ’t Hek het in zijn wekelijkse column de kans laat lopen om een oud politicus-consultant af te branden, dan moet je jezelf afvragen of je het wel goed hebt aangepakt. Zijn voorganger Zalm zei: ‘Ik hoop dat ik het in zijn situatie er net zo goed van af had gebracht’ en dat lijkt mij de mooiste weergave van de gevoelens bij het horen van deze conclusies bij het rapport (de lelijkste komt natuurlijk weer van een reaguurder: ‘Bos is een lul, maar hij is onze lul.’). Het gevolg is waarschijnlijk dat nu de vraag wordt gesteld op basis van welk gezag eigenlijk deze uitspraken worden gedaan? En wie is die voorzitter eigenlijk? Om een hard oordeel over iemand te kunnen geven moet er een gezagbasis zijn en de basis van de Kamer om zo’n oordeel te geven blijkt dan weer eens erg zwak.

Van daalder tot dubbeltje

Niet dat de politiek dat niet kan overleven. Er zijn op heel wat slechtere basis verkeerde dingen gedaan. Gemeten naar de inspanning van deze commissie – het waren in feite twee commissies De Wit, werkend over kabinetsgrenzen heen, met Kamerleden maanden uit de relatie en hoge onderzoekskosten – blijkt dan de eerste daalder een plat geslagen dubbeltje te zijn. Al met al meen ik dus dat de effectiviteit van het rapport lager zal zijn dan die van andere onderzoekscommissies. In strijd met de regel dat een blog niet meer dan één thema mag hebben, ga ik toch in op de twee vragen die er vooral toe doen: wat zal uiteindelijk wel het effect zijn op de Nederlandse financiële sector? En: wat moet de les voor de Tweede Kamer zijn bij een volgende crisis?

Financiële sector: als ’moral hazard’ het probleem is, dan is meer moraal het antwoord

Van tijd tot tijd mag ik nog wel eens met een bankdirecteur spreken. Het is mijn indruk dat ze de tijd die ze voorheen kwijt waren met klanten en markten nu kwijt raken aan controle en rapportagetaken. Het goede nieuws; ze blijven van de straat. Het slechte nieuws is natuurlijk dat dit alles niets te maken heeft met waar banken voor zijn opgericht. Het valt te billijken dat er een periode van boete en schadeherstel is. Sterker: op Wall Street en in de City mag die periode nog wel worden verlengd. Maar uiteindelijk is ‘moral hazard’ niet iets dat met regels valt af te dwingen. Voorbeeldgedrag en zo goed mogelijk anticiperen is beter. Wat dat betreft is het rapport van de commissie helemaal zo gek niet. In hoofdstuk 13 (‘Financiële sector’) is men terughoudend met generieke maatregelen. De commissie is juist terughoudend om een hele bank ‘systeemrelevant’ te maken en zet in op strakkere scheiding van functies, dus niet alleen een scheiding op het niveau van de nutsfunctie. Ze pleit ook voor ‘ring fencing’ van grensoverschrijdende activiteiten, c.q. het beperken van de risico’s van internationale activiteiten. Het opstellen van een ‘living will’ waarin tevoren wordt benoemd wat en hoe bij een scheiding met de boedel moet worden omgegaan, het wijzigen van de governance structuur zodat de positie van de risicomanager wordt versterkt e.d.; het is allemaal niet super nieuw, maar het blijft zeer verstandige taal. Waar het nu om gaat is dat de sector zelf zich niet doorslaat in een algemene teneur van ‘wee ons’ en kramp weet te vermijden door in beweging te blijven. Het echte gevaar – en daar hoor ik veel te weinig van – schuilt bovenal in het feit dat de sector een systeem heeft gebouwd dat veel te complex is voor de menselijke maat. Tegen de algoritmes die nu in de computers worden gestopt kan geen wettelijke regel op en op alle hiërarchische niveaus zal worden gefaald als dat weer mis gaat. En het gaat weer mis: hebzucht blijft. Dan is het des te meer zaak om niet blind in meer regels te stappen, maar om te doorgronden wat het systeem van checks & balances is dat we nu nodig hebben. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Rol Tweede Kamer: niets is neutraal

De tweede en laatste vraag heeft met de rol van de Tweede Kamer te maken. Is het echt zo verstandig om veel meer informatie te vragen en krijgen tijdens een crisis als deze?
Voor situaties als deze geldt bij uitstek: de regering regeert en het parlement controleert. Dat is logisch om praktisch redenen: de druk op een kabinet en ambtelijke organisatie kan niet voldoende hoog worden ingeschat (wat de commissie in haar rapport uiteindelijk niet doet). Dat is ook logisch om systeemredenen: niets wat er in een crisis gebeurd is neutraal. Het probleem is dat je in situaties als deze eigenlijk niet kan controleren zonder tegelijk ook te gaan sturen. Een generieke informatieplicht zoals de commissie voorstaat, is dan niet alleen te rigide; het is ook te gevaarlijk. Het parlement wordt medeplichtig gemaakt, ook en juist als zaken in beslotenheid worden besproken. Het feit dat de commissie uit niet-deskundige Kamerleden moest bestaan is mede hier een gevolg van. Veel beter en staatsrechtelijk uiteindelijk correcter, is het om te vertrouwen op de wens van kabinet en bewindspersonen om rugdekking voor hun besluiten te krijgen. Wel is het verstandig om in een dergelijke crisissituatie een begin en einde te markeren van het ‘opschorten’ van de informatieplicht. Deze plicht moet bewust worden opgeheven en even bewust weer worden ingesteld, met zo gewenst een stok achter de rug in de vorm van een fatale termijn. Er zijn heel veel crisisverschijnselen rondom de Nederlandse politiek in het algemeen en de Tweede kamer in het bijzonder. Het feit dat het optreden van de Kamer tijdens de crisis in 2008 daar niet aan heeft bijgedragen heeft volgens mij alles te maken gehad met een terughoudend optreden en een weigeren om met beschuldigende vingers te gaan zwaaien. Dat is een les die de Commissie de Wit zich in alle opzichten beter ter harte had kunnen nemen.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek