Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Liesbeth Spies: keuzes en verwachtingen

Afgelopen vrijdag heeft het Kabinet ingestemd met de voordracht van Piet Hein Donner als vice-voorzitter van de Raad van State. Liesbeth Spies is voorgedragen als zijn opvolger als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met deze blog wil ik de lezer wat nader kennis laten nemen met ‘onze’ Liesbeth.

Waarschuwing: het is weer zo’n lange blog. In mijn eigen tempo laat ik de lezer kennismaken met iemand die ik zeer waardeer. Een erg spannend verhaal wordt het denk ik niet, maar ik hoop dat het enige meerwaarde heeft als iemand die haar vrij intensief heeft meegemaakt vertelt wie de nieuwe minister is en wat ik als haar rol zie.

Kennismaking

Liesbeth ken ik vooral vanuit de Zuid-Hollandse politiek. Ze heeft een achtergrond als strategisch beleidsadviseur bij de provincie Zuid-Holland en het IPO en werkte als consultant. ‘De makkelijkste baan van mijn leven’, zegt ze nu en dan kijkt ze me altijd veelbetekenend aan. Maar toen we elkaar voor het eerst wat langer spraken, wachtend op de uitslag op die lange verkiezingsavond in 2001, was die ontdekking er nog niet en ons werk gaf een soort band. Duidelijk een dame die een goed gevoel voor ‘de proceskant’ had. Later die nacht bleek dat we met Balkende een fantastisch resultaat hadden geboekt en was zij een van degenen die toch nog onverwacht gekozen bleken. Winnen werd wennen.

Liesbeth hoorde al snel bij het groepje Kamerleden waarvan je het beeld kreeg dat ze het wel zou redden, al bleef ze voor mij lang in de schaduw van de lichting van ’98, waar ook de meeste bewindspersonen uit werden gerekruteerd. Kamerdebatten met een opmerkelijke inbreng vanuit de kant van Liesbeth zijn mij niet bijgebleven (iets wat eigenlijk altijd zo zou blijven; het is erg moeilijk om tot spectaculaire meningsverschillen te komen als je iemand als Liesbeth in je midden hebt). Langzaam maar zeker werd ze belangrijker in de grote fractie – en daarbuiten. Wat ik vaak zie gebeuren bij fractieleden van alle partijen, is dat ze eerder goede relaties hebben met leden van andere partijen dan binnen de eigen partij. Zo ook bij Liesbeth. Iemand als Diederik Samsom is een fan van Liesbeth, ondanks grote meningsverschillen. En dat is geen toeval. Even zo goed werd Liesbeth ook in de fractie belangrijker. Typisch iemand die je gevoelige problemen kan toevertrouwen.

Zuid-Hollands

Het gevolg; ze werd al snel het Kamerlid die de burgemeestersbenoemingen onder haar hoede kreeg. De beloning daarvoor is dat je een eigen kamer in de Kamer krijgt, de straf is dat je wordt weggestopt in het souterrain. Volgens mij is zij veruit het jongste CDA-Kamerlid die deze functie ooit te vervullen kreeg. Het is ook rond deze tijd dat wij elkaar met enige regelmaat gingen spreken, waarbij overigens zowel voor haar als voor mij gold dat we nog vele anderen spraken. Vanuit mijn trainings- en netwerkervaringen wilde ze van mij vooral weten wie ik als talenten zag. Uit de oppositieperiode komend, hadden we moeite goede kandidaten te vinden, zeker voor de grotere steden. In al die jaren dat ik Liesbeth in dit soort gesprekken mee heb gemaakt, heb ik haar nooit betrapt op te makkelijk oordelen of te persoonlijk worden. Ergens moet de Alphense boerendochter hebben geleerd met de dwaasheden van anderen om te gaan. Meestal is de lach nooit ver weg als ze spreekt, maar zo niet dan laat ze het soort stilte vallen waarbij je zelf mag invullen wat ze zegt. Bij hardnekkige gevallen hanteert ze de zucht. Bij hele vervelende de diepe zucht.

De belangrijkste reden om haar te spreken was vanuit mijn Zuid-Hollandse rollen. Ik was en ben bestuurder van een kleine regio en als zodanig lid van het provinciaal afdelingsbestuur. Verder begon ik in de loop van de tijd adviseursrollen bij campagnes te vervullen en vanaf 2006 tot september 2010 was ik campagneleider voor de provincie. Zuid-Holland is overbedeeld met politieke zwaargewichten. Bij de landelijke en provinciale verkiezingen van 20067 had ik zo’n 80 ministers, Tweede en Eerste Kamerleden, Europarlementariërs, Gedeputeerden en Statenleden om in te schakelen. Dan leer je je pappenheimers kennen. Er zijn ruwweg drie soorten kandidaten. De eerste categorie weet van niets, of doet alsof, en wacht totdat ze worden aangewezen voor een campagneklus. Dit was – het is nu veel beter – de grootste groep. De tweede groep is gretig en vaak vol ongerichte energie. Daar heb je soms veel werk aan, maar het is leuk met ze te werken. De derde en kleinste groep omvat de politici die eigenlijk altijd hun politieke jas aan hebben en die in campagnetijd hoogstens wat meer hun stem verheffen, maar voor het overige gewoon blijven doen wat ze altijd al doen: mensen ontmoeten, er zijn. Als campagneleider moet je bij deze mensen alert zijn op de inhoudelijke boodschap, maar voor de rest moet je ze vooral ondersteunen en hun gang laten gaan. Liesbeth hoort duidelijk bij deze laatste categorie. Verkiezingen of niet; geen mens of bijeenkomst is haar te klein. Ze is altijd hetzelfde en loepzuiver in wat ze zegt of niet zegt. Grootste manco, in mijn ogen: net als bij Balkenende zijn de mensen na een ontmoeting met haar bijna altijd enthousiast, maar de pers vindt haar in haar uitspraken te voorzichtig. Nooit eens een lekkere quote of diepzinnige uitspraak. Ze houdt het (te) praktisch.

Switch

Bij Balkenende IV werd ze vice-voorzitter van de fractie, als opvolger van Gerda Verburg en met Pieter van Geel als voorzitter en Sybrand van Haersma Buma als secretaris. Pieter werd vooral verantwoordelijk voor de strategische lijn en moest het gezicht naar buiten zijn (niet altijd tot zijn genoegen). Liesbeth en Sybrand deden het werk naar de fractie toe, waarbij zeker Liesbeth ook heel belangrijk werd in de relatie naar de PvdA. Het is niet of nauwelijks genoemd in de reconstructies na afloop, maar ik meen dat zij er misschien nog wel het meest aan bijgedragen heeft dat de coalitie met de PvdA niet voortijdig is geklapt. Wat heeft ze een tijd in Mariette Hamer en de jongens van Bos gestoken, om het nog maar niet te hebben over al het interne gekrakeel. In de loop van 2009 werden de zuchten steeds dieper. Ze leed echt onder de onderlinge slechte verhoudingen – al slaagde er met Pieter en Sybrand ondertussen wel in om de verhoudingen in de fractie tot op het einde prima te houden. Toen het Kabinet viel maakte ze de balans op. Voor haar eigen gevoel had ze zo’n beetje alles gedaan wat er in de Kamer kan voorkomen en nog iets meer. Tegelijk was ze nog jong genoeg om een switch te maken. En last but not least; al heb je nog zo’n warm thuis, je wilt er meer zijn dan je waar kan maken als je elke dag in de hitte van de politieke strijd zit. Dus deed ze iets wat Haagse insiders en would be insiders zich niet voor kunnen stellen; een zekere plaats hoog op de kieslijst inruilen voor het lijsttrekkerschap voor de Staten in Zuid-Holland. Met de kans, maar niet de zekerheid, op een rol als Gedeputeerde.

Voor de deur

Ik was blij. Na Asje van Dijk weer een kandidaat waarmee je je kan vertonen. Bovendien zou ze vanaf juni 2010 tot aan de verkiezingen in maart 2011 heel veel tijd ter beschikking hebben om aan de campagne te werken. Dacht ik. Nu heeft ze daadwerkelijk heel veel tijd in de campagne gestoken. Provinciale campagnes worden altijd overschaduwd door het landelijk nieuws, dus moet je als het ware onder de radar campagne voeren, met overal bedrijfs- en werkbezoeken. Dat deed ze fantastisch, voortbouwend op de vele contacten die ze al had. Maar ondertussen was ze, zeker vanaf het mislukken van Paars-plus, elke dag met Den Haag bezig en er niet zelden te vinden. Iedereen wilde met haar spiegelen, brainstormen of gewoon stoom afblazen. Toen de brief van Ab Klink uitlekte zaten we in een vergadering rondom het provinciaal verkiezingsprogramma. Ik zag het bericht er over binnenkomen op mijn Blackberry en haalde Liesbeth direct uit de vergadering, op zoek naar een plek met een PC waar we de brief goed konden lezen. Overleggen konden we niet, want de fractie zat nog achter de bekende deur, maar de journalisten wisten Liesbeth binnen een paar minuten te vinden. Ik heb gezien hoe ze daar mee omging en dat was puur vakwerk. Geen wonder dat de collega’s haar in het Haagse gebeuren bleven betrekken.

Voorzitterschap

Eerder heb ik over het congres in Arnhem geschreven. Na afloop dachten we beiden dat het mooi was geweest. Voor mij was het einde campagneleiderschap en een keuze voor meer tijd voor het werk, voor Liesbeth betekende het in ieder geval een lang weekend weg. Maar het weekend was nog niet om of mijn beoogde opvolger gaf de opdracht terug (gelukkig al snel perfect opgelost) en Liesbeth was indringend gevraagd om voorzitter te worden. Uiteindelijk stemde ze daarin toe, want ze had geen andere baan op dat moment, maar het einde van de provinciale campagne zou wat haar betreft ook het einde van het voorzitterschap betekenen. Dat voorzitterschap is minstens zozeer een aanslag op haar gemoedrust gebleken als de problemen in de fractie. Het contact met de leden was en bleef prima. Op haar eerste congres liet ze zien dat ze de nieuwe baas was en een speech kon houden. Alles straalde rust, reinheid en regelmaat uit. Ze omarmde alle veranderingsvoorstellen en gaf nieuwe energie aan de zaal. Maar achter de schermen wilde het maar niet rustig worden. Het bestuur was diep verdeeld en rondom enkele belangrijke benoemingen en de lijst van de Eerste Kamer waren meer dan de normale spanningen. Het was alsof het conflict zich van de fractie naar het bestuur verplaatste; minder zichtbaar, net zo destructief. Daar is niemand onbeschadigd uitgekomen, en aan haar zuchten te merken, ook Liesbeth niet. Maar ze heeft er wel het maximale uitgehaald, gegeven de omstandigheden. En de voorzitterschapsverkiezing, haar belangrijkste daad, ging naar omstandigheden wel goed (wel een hinderlijke blogger op de achtergrond).

Keuze kiezer

Tussen al deze bedrijven door gebeurde er nog meer. Ze werd o.a. gevraagd om tot het Kabinet toe te treden, als staatssecretaris. Aandrang om langer voorzitter te zijn wees ze resoluut af. Hoewel de peilingen de verkeerde kant op wezen en het met de verkiezingen alle kanten uit kon gaan, wilde ze, zoals afgesproken, niet doorgaan met het voorzitterschap. Ze koos voor de provincie.

De verkiezingen verliepen rampzalig. Zuid-Holland is de provincie die het beste de landelijke verhoudingen weerspiegelt en dat werkte dit keer in het nadeel uit. Liesbeth is nooit in de verdediging gegaan over het resultaat. Ze deed wat een teamcaptain dan doet; de verantwoordelijkheid nemen en iedereen troosten. Zelf houd ik vol dat we geen betere lijsttrekker hadden kunnen hebben. Het bewijs daarvoor, voor zover nodig, blijkt voor mij vooral uit twee zaken. De eerste is de aard van de uitslag. Natuurlijk heeft Liesbeth de meeste stemmen gehaald, maar wat je ziet is dat over de hele lijst van 30 kandidaten het aantal voorkeurstemmen veel hoger dan anders is geweest. Dat is voortgekomen uit haar aanpak om iedereen een eigen campagne te laten voeren en die als lijsttrekker voluit te steunen. Had ze niet die kracht gehad, dan was de uitslag zeker slechter geweest. De tweede heeft te maken met het vervolg. Net als in het landelijke, was er ook op provinciaal niveau CDA-moeheid ontstaan. De partij moest maar eens op de blaren gaan zitten. Er was een reële kans dat we niet in het College terug zouden komen. Hier betaalde het feit zich uit dat Liesbeth al maanden daarvoor en op eigen initiatief was begonnen met korte gesprekken met alle partijen. Ze hebben haar leren kennen en gezien wat haar inzet zou zijn. De PvdA dacht op basis van de uitslag de buit al binnen te hebben, zette te hoog in richting de VVD en het CDA werd de onmisbare, maar ook welkome partij in de nieuwe coalitie. Het had echt anders kunnen lopen.

Logische kandidaat

Verhalen over de opvolging van Tjeenk Willink als vice-voorzitter van de Raad van State gaan al jaren door Den Haag. Zelf heb ik altijd aangenomen dat Hirsch Ballin het zou worden, vooral vanwege de perfecte manier waarop hij de reorganisatie van de Raad heeft gedaan voordat hij minister werd. Het conflict rondom het gedoogakkoord leek echter aan dat perspectief een einde te maken. Het feit dat Donner minister van BZK werd maakte het in mijn ogen alleen maar logischer dat hij het niet zou worden, hoe goed hij ook is. Ze zouden hem niet in het kabinet kunnen missen. Maar zeker 2 oktober, Arnhem, had ook al duidelijk gemaakt hoe groot de verwijdering tussen Hirsch Ballin en Verhagen was geworden. Zou het dan toch? De eerste keer dat ik er serieus over nadacht, het zal rond januari van dit jaar zijn geweest, wist ik gelijk: Liesbeth is de enige logische kandidaat.

Wat maakt iemand tot een sleutelkandidaat bij de tussentijdse invulling van een vacature in een kabinet? Twee elementen: kennis en vertrouwen. Die kennisbarrière is heel hoog en dan gaat het niet alleen om dossierkennis. In feite gaat het om kennis op het niveau van het formatieproces. Zeker sinds de ervaringen met de PvdA is het – en dit is geen goed ontwikkeling – eigenlijk essentieel om op detailniveau te weten wat er in formaties is besproken. Liesbeth? Check. Daarnaast heeft ze ook nog eens altijd BZK en Koningshuis in de portefeuille gehad. Vertrouwen? Liesbeth? Check. De essentie van een vertrouwenspersoon. Tel daar dan nog eens bij op dat ze relatief jong is en een vrouw. Dubbel check. En aardig is. Check. De enige logische kandidaat.

En toch maakte ik me absoluut niet druk dat ze het zou worden. Liesbeth maakte van haar kant in alles duidelijk dat ze vooral het voorzitterschap heelhuids door wilde komen en haar rol als gedeputeerde op wilde pakken. Daarbij werd tegen de tijd dat Ruth was gekozen het ook duidelijk, dat als er naar de post van Donner werd gekeken, dit eerst en vooral werd gedaan als een manier om tot een glanzende nieuwe jonge leider te komen. Een leider die in één keer aan alle problemen van het CDA een einde zou kunnen maken. Ik zeg het expres wat badinerend, maar dat komt omdat we in feite in de periode hiervoor de ene na de andere lijst hebben moeten opstellen en daar kwam ons nieuwe genie ook niet uit naar voren. Maar toch – ik weet lang niet alles. Laat ze het vooral proberen. Dus vergat ik mijn simpele redenering over Liesbeth. Daarbij kwam dat ik al snel plaatsvervangende schaamte kreeg over de procedure. Vreselijk. Die afschuw heb ik een keer in een gesprek met Liesbeth genoemd en kreeg een zucht terug uit een hele diepe categorie. Toen meende ik genoeg te weten. Sluiten dat boek en hopen dat Donner niet te zeer beschadigd raakt. Voor Liesbeth was ik blij. Haar positie in de partij was volgens mij zo dat een kabinetspost onder ‘normale’ omstandigheden altijd nog haalbaar zou moeten zijn, als je dat al zou willen voor jezelf. Dit kabinet voorbij laten gaan, een paar jaar ervaring opdoen … laat maar gebeuren.

Dilemma

Ik had dus beter kunnen weten. Een paar weken geleden was Liesbeth zo vriendelijk in een opleiding van AOG / Universiteit Groningen op te treden, waar ik als kerndocent voor fungeer. Na afloop nam ze mij apart en vertelde mij dat er alsnog grote druk was op haar om bij een eventueel vertrek van Donner beschikbaar te zijn als zijn vervanger. Ze was in grote dubio en had nog niet beslist. De eer – en ook wel de noodzaak – om in een vacature te stappen, stond tegenover haar wens om af te maken waar ze voor gekozen was en om haar privé leven overeind te houden. Ik heb haar zo goed mogelijk mijn antwoord gegeven. Ondertussen gaf ik mijzelf een denkbeeldige trap tegen het hoofd. Natuurlijk kwamen ze weer bij haar uit. De sollicitatieprocedure liep en geen enkele serieuze kandidaat van buiten zou zich volgens mij in een ongewis avontuur storten – want dat moet het al lang zijn geworden. De zoektocht naar een buitencategorie kandidaat voor een eventuele opvolging was net zo moeilijk als al verwacht kan worden en bij wie komen ze dan vroeg of laat uit? Bij degene bij wie alles klopt. Wat een dilemma. De ochtend na dit gesprek vloog ik naar Bosnië. Dan weet de lezer nu ook waar ik op aan het puzzelen was tijdens mijn wandelingen daar.

Keuze kabinet

Daarna werd het weer stil. Ik wachtte net als iedereen op de definitieve keuze van het kabinet. Het uitlekken van haar kandidatuur heeft me verrast en daarna heel boos gemaakt. Ik wist niet hoe het er voor stond, maar zag het als een manier om haar onder druk te zetten rond haar beslissing. Een heel fout spel. Maar wat zal ze doen? Het is een klassiek dilemma en je doet het nooit goed. Met Loes, mijn vrouw, heb ik er in ieder geval stevige discussies over gehad en zij is wijzer in die dingen dan ik. Maar toch, maar toch. Kiezen voor je huidige baan en gezin klinkt mooi en een ministerschap in deze tijd is een straf die je je ergste vijand niet toewenst, maar het gaat wel ergens over en mij was het duidelijk dat het CDA en dit kabinet iemand als Liesbeth meer dan goed kunnen gebruiken. Kan je dan weigeren? Ik vind eigenlijk van niet.

Ze heeft zelf gekozen. Ze is minister. Zoals de Britten zeggen: ‘Good for her’. Ze gaat een paar lastige dossiers krijgen, maar ik zie het haar wel doen. Lang niet alle goede parlementariërs zijn ook goede ministers, maar in haar geval denk ik dat ze haar draai snel zal vinden. Dat zeg ik ook omdat ze al gewend is goed met een ambtelijke staf om te gaan en daar het maximale uit te halen. Maar ingewikkeld zal het worden, vooral ook in het spel der verwachtingen dat voortdurend zal worden gespeeld.

Meer dan minister?

Eén van de eerste dingen die ik in dat ene gesprek tegen haar zei was: ‘Je realiseert je natuurlijk dat iedereen je benoeming zal zien in het licht van de lijsttrekkersdiscussie.’ Haar reactie laat zich raden: spaar me. Ze snapt die verwachting prima, maar heeft denk ik terecht haar focus bovenal op het maken van een succes van het ministerschap. De rest is voor haar alleen maar een risico. Ze kan er niets mee. Laat ik dan, tot slot, maar mijn beeld geven. Allereerst denk ik dat ze niet geschikt is voor meer dan een goed ministerschap op het terrein van BZK. Inhoudelijk is ze breed en echt deskundig, maar niet op sleutelterreinen als het sociaal-economische. Daarbij ligt haar kracht per saldo meer op de achtergrond dan op de voorgrond. Ik denk dat zij en Jan de Koning het heel goed met elkaar hadden kunnen vinden. Ze hebben een vergelijkbare rolopvatting: anderen in hun kracht zetten. In de tweede plaats, en in het verlengde daarvan, denk ik dat de werkelijke betekenis van haar benoeming niet schuilt in een mogelijke nieuwe top voor het CDA, maar juist in het zorgen voor een nieuwe hechte basis voor het CDA. Terwijl de partij druk doende is om langs meerdere fronten na te denken over koers, taal en organisatie van de partij, is met de komst van Liesbeth er nu een hele stabiele as gekomen tussen fractie en kabinetsdelegatie. Het is alsof ik twee tentstokken in elkaar hoor klikken na een lange worsteling met het zeildoek van een tent. Zij en Sybrand zijn generatie- en lotgenoten en weten elkaar blindelings te vinden. Maar er zijn ook klikken naar andere kanten toe. Dat geldt voor de andere bewindspersonen en ook naar veel VVD-bewindspersonen toe. Mijn inschatting is dat ze richting Wilders afstand zal houden, maar professioneel kennen ze elkaar ook al langer dan vandaag. Met het integratiedossier helemaal bij Leers, is de kans dat die twee gaan botsen ook niet zo groot.

De haag in

Kortom; met Liesbeth aan boord komt er weer ruimte voor een nieuwe start en wellicht ook voor die nieuwe leider. Wat dat betreft heb ik best wel hoge verwachtingen van de nieuwe lijst. Het is overigens wel interessant om na te denken over de reden waarom pas op het laatste moment de aandacht naar Liesbeth uit is gegaan. Ik meen dat zowel de media als de buitenwacht weer te snel zijn gevallen voor ‘de mythe van het leiderschap’. Politiek gaat over personen, toch? We hebben toch een verlosser nodig? Wij weten het niet meer, wij zijn wanhopig. Er zal toch wel iemand te vinden zijn die het kan? En dan gaat iedereen zoeken naar iemand die er niet is. Resultaat: lijstjes vol fouten en misvattingen. Liesbeth is nu minister van BZK geworden. Niet meer, niet minder. Het zal de lezer al opgevallen zijn dat ik haar heel hoog heb zitten en daar zijn genoeg redenen voor. Maar dit is niet bedoeld als ‘spin’ of andere onechte onzin. Ik krijg waarschijnlijk alleen maar op mijn kop omdat ik over haar schrijf. Maar door haar meer achtergrond te geven, wil ik haar ook herkenbaarder maken. Een van de grote voorrechten van mijn politieke handwerk is dat ik bijzondere mensen mag ontmoeten en zien groeien. Maar ook gewoon mens ziet zijn. Met wie je lacht en soms moeilijke momenten hebt. En die allemaal moeten woekeren met hun talenten om überhaupt bij te blijven en genoeg slaap te pakken. Liesbeth gaat nu voor mij meer dan ooit ‘de haag in’. Ze is niet de eerste bij wie ik het zie gebeuren. Overal, of het nu in Den Haag is of daarbuiten, zal ze worden omringd door een haag van mensen. Dat is denk ik noch goed voor die mensen noch goed voor de persoon is om altijd in een haag te staan. Nu weet ik dat Liesbeth wel wat kan hebben, maar ik zou toch ook aan iedereen willen vragen haar ruimte te geven, genoeg ruimte om te kunnen blijven lachen. Dat is goed voor haar, maar ook goed voor ons.

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek