Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Compassie – na het CDA-congres van 29 oktober 2011

 

Omdat deze houding nu al kenmerkend is voor velen die zich tot het CDA voelen aangetrokken, geeft de commissie u het volgende in overweging: het CDA van de toekomst profileert zich nadrukkelijk als de partij die kiest voor compassie, en die zich juist daarin onderscheidt van andere partijen.

Compassie is de ziel, het kloppend hart, de grondtoon. Als richtlijn voor concreet politiek handelen biedt ze echter onvoldoende houvast.

Zo formuleerde Jacobine Geel het namens de werkgroep die zich bezig houdt met de ‘hertaling’ van de uitgangspunten van het CDA op een congres dat in het teken stond van een discussie over de Nederlandse illegaal Mauro. Scherper kan niet. Hoe zal dit congres worden herinnerd? Als het Mauro-congres? Als het electorale dieptepunt? (vandaag 11 zetels bij ‘d Hondt maar de meting na zaterdag en dinsdag moet nog komen) Of als de start van de echte herbronning van het CDA?

Ik heb nog eens in mijn herinneringen gegraven hoe de sfeer was op het congres van het CDA toen mevrouw Til Gardeniers haar cruciale rapport presenteerde (zag haar zaterdag nog op het congres, samen met Hannie van Leeuwen. Twee kleine, grijze, maar o zo scherp uit de ogen kijkende dames). Mijn beeld is dat het toen zeker niet beter was. De strijd Lubbers-Brinkman had diepe wonden geslagen. Fractievoorzitter Heerma kon de conflicten niet aan in een fractie waarin de persoonlijke tegenstellingen wezenlijk groter waren dan nu. Nee, het was een congres bij zeer zwaar weer, niemand ging zonder zorgen naar huis. Alles wat we er het CDA nu nog van wordt herinnerd is een rapport dat een bijna mythische reputatie heeft gekregen.

Macht en moraal

Het zou kunnen dat dit met het rapport-Geel ook zo gaat, maar dan net even anders. Het centraal stellen van het woord ‘compassie’ op het moment dat Mauro centraal staat is welhaast absurd in z’n toevalligheid. Zonder op de zaak zelf in te gaan, lijkt Jacobine Geel zich daar ook van bewust als wordt gezegd dat morele en machtsvraagstukken niet alleen met elkaar verbonden zijn, ‘maar ook moeten zijn’. Geen twijfel over; afgelopen zaterdag waren beide sterk met elkaar verweven.

Zozeer zelfs dat de verstrengeling onderdeel van het probleem werd. Breed leefde bij de bezoekers het gevoel dat ze gedwongen werden een standpunt over iets in te nemen dat niet aan hen was.

Kijk even mee naar de samenstelling van de zaal. Van de naar verluid 1400 deelnemers werden er uiteindelijk ruim 800 stemmen uitgebracht (‘gewogen stemmen’, d.w.z. inclusief stemmen die en extra waarde kregen omdat er een provincie of gelieerde organisatie werd vertegenwoordigd, zie mijn blog over Arnhem). Tot dat aantal behoorden overwegend de ‘normale’ leden. Dit keer dus geen bussen uit Limburgers of zware vertegenwoordigingen uit specifieke groepen. Het enige opvallende – en goede – was het relatief grote aantal jongeren in de zaal.

Punt

Wat er dus vooral in de zaal zat waren mensen die een stevige positie in de samenleving bekleden of hebben bekleed, waaronder veel bestuurders. Wat is de rol van bestuurders? Over Mauro’s oordelen.

Elke wet kent haar Mauro’s. Dat geldt voor migratieregelingen, maar dat geldt ook voor wijzigingen in de wet op het passend onderwijs of de PGB’s. Altijd zijn er grensgevallen, altijd zijn er redenen om te twijfelen. Trouwens, door hoef je ook geen bestuurder voor te zijn. De leraren in de zaal moeten ook wel eens leerlingen op 1/10e punt afwijzen, de ondernemers hun afwegingen over wie nog in het bedrijf mag blijven en wie niet. Ze weten wat het is om daarover wakker te liggen – en menig geval zal minstens zo schrijnend zijn als Mauro. Geloof maar dat er heel wat echte compassie in de zaal is, diep doorleefd. Maar ook dat er in die zaal het vermogen is om grenzen te stellen en te weten hoe en wanneer je met verantwoordelijkheden omgaat. En dat is een hele nette manier om te zeggen dat er nogal wat ergernis leefde onder veel bezoekers van het congres dat de Tweede Kamerfractie niet op die manier heeft geopereerd. Erg professioneel komt dat niet over. Ik denk dat alle leden zich wel op de een of andere manier hebben voorbereid op de gedachte dat ze over het individuele ‘geval’ Mauro moesten oordelen, maar met lange tanden aan dat vooruitzicht dachten. Men wilde niet over een individueel geval oordelen. Punt.

Komma

Gelukkig lag de resolutie van Drenthe er al. Ontdaan van wat angels (achteraf niet eens nodig), waardoor ook het bestuur zich er achter kon scharen, lag er opeens een kans om wel kritisch te zijn over regeling die ons in zo’n positie bracht. Over het beleid en de uitwerking van het beleid wilde men wel praten. Typerend waren uitspraken als die van Mirjam Ates dat elk beleid zich pas in de praktijk bewijst en iemand van Vluchtelingenwerk (sorry dat ik de naam niet meer weet) die heel zuiver redenerend weigerde een uitspraak over Mauro te doen, maar wel precies de vinger op de problemen in het beleid legde. Aan het applaus te horen (en ook wel aan het gebrek daar aan) kon je horen hoe ‘koel’ de zaal er in zat. Natuurlijk werden er in de 30 seconden die sprekers ter beschikking hadden (zelden zulke amusante tweets langs zien komen over de bijbehoren piepjes) scherpe en emotionele dingen gezegd over Maura en ook over de staat van het CDA, maar de resolutie werkte als een komma na de punt die er kon worden gezet achter de zin: we spreken ons niet uit over Mauro. Punt. Komma, we vinden dat het beleid moet worden aangescherpt. Tegen de PVV gericht? Ook. Maar vooral tegen onze vertegenwoordigers gericht: breng ons niet nog eens zo in verlegenheid. De resolutie werd breed overgenomen.

En vervolgens breed uitgelegd en geïnterpreteerd. In de wandelgangen kon je nogal wat verwijten horen over het gebrek aan regie dat er zou zitten aan het zo neerzetten van een resolutie. Heb er zelf met mate aan meegedaan. Had dat niet anders gemoeten? Had er niet meer regie moeten zijn? Nee, zo denk ik nu – als het al mogelijk zou zijn geweest in de hectiek sinds het drama in de nacht van donderdag op vrijdag. Op zich was het denkbaar voor het bestuur om met een eigen resolutie te komen, maar ik denk dat het, net als met elke andere poging tot regie, averechts zou hebben gewerkt. Het congres moest het weer doen met de middelen die er altijd waren. Voor de leden was het in meerderheid goed zo. Ze stemden voor.

Twee congressen

Goed geregeld, zou je kunnen denken. Zonde van de kostbare tijd die we er aan besteed hebben, maar de bal ligt nu weer waar die hoorde, bij fractie en coalitie. Maar nee, dat beeld klopte niet. De valkuil van congressen als deze is dat je veel gesprekken voert, maar dat je elkaar vooral opzoekt om bevestiging te horen. Meestal krijg je dan de koude douche na afloop. Zolang als ik naar partijcongressen van het CDA ga, zijn er in feite steeds twee partijcongressen (op wellicht die van Arnhem na). Je hebt het partijcongres waarvan je denkt dat je er bent en je hebt het partijcongres waar je in terecht komt als je de radio op de terugweg aandoet. Dit keer gebeurde dat ook weer. Dames en heren kijkers: mijnheer Wesselink uit Nijmegen, dit keer met Mauro T-shirt, is alom aanwezig, maar spreekt niet namens iedereen, zelfs niet namens de meerderheid.

Dit keer kon je, mede dankzij twitter, direct de buitenwereld over je schouder mee voelen kijken. Voor die buitenwereld ging het wel degelijk nog over Mauro en ging het ook steeds meer over de verdeeldheid in de partij. Leers die na de resolutie het ene zegt, Koppejan en Ferrier het ander, wat wil je. En dus stond de rest van het congres – onderbroken door die ene zonnestraal van de lezing van Geel – toch in het teken van die verdeeldheid. De oproepen tot samen optrekken onderstreepten dat eigenlijk alleen maar. ’s-Ochtends werd dat namens de hele fractie al gedaan door een prima Madeleine van der Torenburg (met een achtergrond in de jeugddetentie ook zeer legitiem). In de middag namen fractievoorzitter, kabinetsvertegenwoordiger en partijvoorzitter het woord ‘samen’ ook heel nadrukkelijk op in hun speeches. Speeches die er ook niet om heen draaiden. Elk van de drie ging voor CDA-begrippen ongewoon direct op het doel af. Het probleem werd direct benoemd, de oplossing ook: samen. Dat werd dan ook de oproep.

Onderling

Maar natuurlijk hoorde iedereen na afloop van elke oproep geen punt maar een komma. Langzaam werd het mij gewaar dat het woord ‘compassie’ niet eens direct betrekking heeft op Mauro, maar op onszelf en in ieder geval op de fractie. Het echte morele dilemma ontstaat niet hoe je met een derde omgaat, hoe schrijnend de situatie ook is. De scherpste dilemma’s doen zich in de onderlinge relaties voor. Daar is hier sprake van. Zoals ik het in de loop van de dag hoorde (en wat moet je daar mee oppassen, ook en juist als het al in de krant staat) ligt aan de basis van het drama Mauro mede de inzet van juist onze Limburgse Kamerleden voor Mauro en zijn familie. Ze zijn ver gegaan in het onder de aandacht brengen van zijn situatie en hebben voor hem gepleit. Als zij zich dan toch voegen en aansluiten bij de lijn van fractie en coalitie (met Knops als woordvoerder), dan zet het de zaak onvermijdelijk op scherp als twee Kamerleden die niet bij het traject en de meeste afwegingen betrokken waren, kiezen voor een standpunt dat hen buiten de fractieconsensus plaatst. Door dat standpunt in te nemen zeggen zij in feite van hun collega’s dat zij niet zo ethisch als henzelf zijn, niet dezelfde compassie tonen met Mauro die zij zelf wel tonen: ‘holier than thou’. Zelfs als dat niet de intentie is, dan komt het natuurlijk wel zo over.

Test

En daarmee hebben we de test van Jacobine Geel en die van onze partij in één keer te pakken. Dit is gelijk een lakmoesproef en laten we eerlijk zijn; in de ogen van de buitenwereld kan je er al niet meer voor slagen. Maar Jacobine en haar team hebben wel gelijk; het start met compassie. Ik ben er van overtuigd dat alle leden van de fractie, en zeker niet alleen Ad en Kathleen compassie hebben willen tonen richting Mauro, net zoals ik er van uitga dat Ad en Kathleen integer zijn in hun afweging. Waar het nu om gaat is de vraag hoe er met elkaar wordt omgegaan. Mijn beeld is dat er heel creatief wordt gezocht naar mogelijkheden om tot oplossingen voor Mauro te komen. Wordt er naar buiten gekeken, dan valt er niet veel meer dan wantrouwen en hoop op een breuk te ruiken. Daar moet het niet meer van komen. De fractieleden zijn nu op elkaar aangewezen. Heb vooral compassie met elkaar, vindt elkaar daarop. Vervolgens moet het mogelijk zijn elkaar op uitgangspunten en uitwerking te vinden.

Tot slot

Mijn mening is verder niet zo relevant, maar ik vind niet dat Staat voor barmhartige Samaritaan moet spelen. Individuen wel, naar vermogen. Mede daarom hoop ik dat scholen en andere instelling hier of in Angola voor Mauro en zijn lotgenoten gaan zorgen. Van de Staat verwacht ik het maken van keuzes. Keuzes zonder aanziens des persoons. Democratisch gelegitimeerd. Helaas, met het huidige beleid moeten we het doen. Als dat beleid tot een uitzetting leidt, dan vervloek ik de pervertering van het systeem, maar vind ik niet dat het individu belangrijker is dan het systeem, al mag dat systeem tot brekens toe getest worden. In dit geval is het systeem bedacht om niet opnieuw in een situatie terecht te komen dat het bericht over een uitzondering als waar we nu over spreken tot tientallen nieuwe Mauro’s leidt. Zo hard is het. Tegelijk geloof en hoop ik dat het migratiebeleid, net zoals dit jaar al is gebeurd op het Europese vlak, voor een kantelmoment staat. De discussie rondom Mauro zal daarbij helpen. Economie en demografie gaan voor andere verhoudingen zorgen en uiteindelijk is dat meer tot zorg van een PVV dan van een CDA – mits we weer weten hoe te handelen. Als de situatie met Mauro niet zo was geëscaleerd had de minister al lang van zijn discretionaire bevoegdheden gebruik kunnen maken of, nog beter, waren de procedures korter gehouden. Inmiddels heb ik al in een aantal rollen, waaronder recent als evaluator van de European Public Sector Award, mogen zien hoe strak en snel procedures georganiseerd kunnen worden. Mauro was niet nodig geweest. Dit alles was niet nodig geweest. Waarom schrijf ik nog? Omdat, zoals ik al schreef, elke wet, ook elke nieuwe variant van een wet, haar nieuwe Mauro’s zal kennen. Om daar mee om te gaan heb je een bepaalde grondtoon, klankkleur nodig. Laat dat compassie zijn.

Peter Noordhoek

One Response to Compassie – na het CDA-congres van 29 oktober 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek