Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

De rijke overheid: over het beter benutten van private geldstromen

Deze week stond er in de Volkskrant een bericht dat de Staat per saldo heeft verdiend aan de crisis. Huh? Kijkend naar de rente-inkomsten die de Staat haalt op de door uitgegeven leningen (inclusief die aan Griekenland!) en de relatief lage rente die de Staat zelf moet betalen op haar leningen, is de staat spekkoper. De extra kosten die de Staat vanaf 2008 heeft door de crisis, inclusief de kosten van het overnemen van banken, wordt netto gecompenseerd door de combinatie van alle meevallers. Tsjonge. De rijken worden rijker, zullen we maar zeggen.

Zegeningen luider tellen

Gek eigenlijk dat dit bericht nauwelijks een echo heeft gekregen in de media. Alsof we het niet willen geloven. Alsof we zitten wachten op de adder in het gras. Natuurlijk is die adder er ook: het gaat hier om de in- en uitgaven van de staat en niet om die van de economie in haar geheel en de genoemde winst is vooral goed om te voorkomen dat we niet nog meer hoeven te bezuinigen, bijvoorbeeld om de tegenvallers in de zorg op te vangen. Met andere woorden; we voelen de meevallers niet echt. Maar het is en blijft goed nieuws. Net zoals dat uit een ander miniberichtje in de pers: de Nederlandse pensioenfondsen hebben in 2010 met 18,6% veruit het hoogste rendementscijfer op beleggingen gehaald van alle OECD-landen. Maar ook dat cijfer wordt niet gehoord te midden van cijfers over fondsen die hun dekkingsgraad niet zo hebben gehaald als we dat in Nederland willen zien. Maar toch; we zouden onze zegeningen wel eens wat luider mogen tellen.

De telefoon kan gaan

Dat geldt ook op een ander vlak. Een vlak dat instanties die van publieke gelden afhankelijk zijn heel wat rechtstreekser kan raken dan wat de slimme jongens en meisjes op Financiën op hun terrein nu doen. De situatie is deze; als directie van een uitvoerende dienst of maatschappelijke instelling zou u wel eens telefoontjes als van deze strekking kunnen krijgen: ‘Mogen we een keer komen praten? U doet dingen waar wij zeer in geïnteresseerd zijn en wellicht kunt u nog wat financiering gebruiken?’

Banken en andere financiële instellingen hebben alle reden om dit soort telefoontjes te (gaan) doen. Er is namelijk heel veel geld dat naar een bestemming zoekt. Het rendement op standaard beleggingsvormen, inclusief vastgoed, ligt of ver onder het gebruikelijk niveau, wordt als te riskant beschouwd of heeft last van een combinatie van beiden. Als één van de weinige dingen blijven dan de publieke instellingen over. De rendementen zijn vaak laag, maar ze zijn heel wat zekerder dan andere activiteiten. En het gaat nog een stapje verder: het gaat niet (alleen) om de financieren van klassieke overheidsactiviteiten als wegenbouw of andere typische ‘harde’ projecten. De overheid heeft meer prioriteiten.

Op zoek naar rendement

Nee; private financiering van publieke projecten zal een thema blijven, maar dit keer gaat het juist over de producten en diensten van (semi)-publieke instellingen. Denk aan activiteiten in de zorg, bijzondere vormen van onderwijs, milieudiensten. Denk, nog een slag concreter, aan het financieren van een nieuw medisch apparaat in een ziekenhuis dat haar zorg wil verbreden. Denk aan een praktijkopleiding op een MBO-school die door een branche wordt gesteund met een digitale freesmachine waarvan de producten direct verkoopbaar blijken. Denk ook aan de verhuur van vuilcontainers in het kader integraal ruimtebeheer, etc. Stuk voor stuk activiteiten die om uiteenlopende redenen alleen binnen het totaal van het publieke bestel kunnen gedijen, maar die afzonderlijk genomen een zeker rendement hebben dat anno nu interessant kan zijn voor risicomijdend geld. We hebben het dus over een vorm van publikisering van private gelden. Een mooi omgekeerd antwoord op de crisis van de jaren tachtig, toen het vooral om privatisering van publieke geldstromen ging. Dat is ook logisch; toen stond de flexibilisering voorop als uitdaging voor de samenleving, nu het leven met risico’s. Er geldt, zeker in de Nederlandse verhoudingen, wel een kanttekening. De beste projecten zouden wel eens in het middendomein gevonden kunnen worden van semi-zelfstandige stichtingen en instellingen. Daarom herhaal ik nog maar eens mijn oproep om opnieuw het fenomeen verzelfstandiging onder de loep te nemen. Het geld is meer dan welkom, maar vraagt wel om een aangepaste vorm, c.q. ‘governance’. Als die overheid opeens over verassend meer geld lijkt te kunnen beschikken dan we dachten: hoe gaan we daar dan mee om?

Publikiseren

Zelf zie ik een aantal varianten voor me op dit ‘publikiseren’: klassiek Public-Privat-Partnership (PPP), verzelfstandigen, vermaatschappelijken en verzegelen.

PPP

Er is het directe publikiseren van privaat geld voor overheidsdoelstellingen op het terrein van infrastructuur en gebouwen: PPP dus. Hoewel verwacht mag worden dat we geen Japan scenario ingaan, waarbij we ons met bruggen en wegen uit een deflationaire cyclus gaan besteden, zal deze stroom echt nog wel enige omvang houden. De publicatie van het CBS deze week over de demografische ontwikkelingen geeft aan dat de bouwopgave in de Randstad het komende decennium er niet minder op wordt. De wijze waarop we de financiering doen kan altijd beter, maar in principe weten we hoe dat moet.

Verzelfstandiging

Interessanter zijn de varianten van het publikiseren van gelden met tegelijkertijd een op afstand zetten via verzelfstandiging. Hierboven noemde ik al wat voorbeelden. Het rendement lijkt relatief laag, maar hé, er is rendement. Het punt is echter wel dat we terecht huiver hebben gekregen voor allerlei wilde marktgerichte plannetjes, met als volstrekt logisch einde dat een vuilnisdienst terecht komt in de ‘business’ van kinderopvang. Dat zal dus anders moeten. En dan dus ook anders dan bijvoorbeeld bij de privatisering van de parkeerdiensten, waarbij eerst de commerciëlen het maximum uit beton en slagbomen gingen halen en vervolgens de gemeenten op weer hele andere (belasting)gronden het maximum uit de heilige koe gingen melken. Nee; wat we nu nodig hebben zijn constructies waarbij probleem en oplossing in één hand liggen, maar wel zo gemaakt dat iedereen kan zien waar het over gaat en de private gelden goed te onderscheiden en verantwoorden zijn. Daar heb je dan dus een vorm van verzelfstandiging voor nodig; ik noem het maar een publieke taak organisatie.

Vermaatschappelijking

En nog even de lijn doortrekken. Want er zijn natuurlijk heel veel stichtingen en instellingen die op vergelijkbare wijze activiteiten gefinancierd zouden kunnen krijgen. Formeel gaat het om privaat geld voor private activiteiten, maar wat mij betreft mag er rustig over ‘vermaatschappelijking’ van privaat geld worden gesproken. En ook dit moet natuurlijk in goede banen worden geleid; herkenbaar, transparant en dus op enige afstand.

Verzegelen

Ten slotte nog ééntje, om geen andere reden dan dat ik er aan moest denken en dat het precies de andere kant op gaat.

Informatie is geld, geld is informatie. Op dit moment borgen we publieke informatiestromen met private erkenningsvormen. De certificering van websites is er een variant van. We kijken te neutraal naar de borging van publieke informatie. In mijn ogen moeten we niet certificeren maar ‘verzegelen’ en daar hebben we een moderne vorm van de klassieke notarisfunctie voor nodig. Echter; ook private partijen, financiële instellingen voorop, vragen daarom. Een goede verzegeling is wat waard. Daar mag dus geld voor worden gevraagd en de wijze waarop dat gebeurt kan weer, zeker initieel, weer privaat worden gefinancierd.

Opnieuw: de telefoon gaat

De telefoon gaat. De bank belt. Vraag: ‘Kunnen wij praten? Heeft u nog een interessante bestemming voor ons geld?’ Overal binnen overheid en middenveld kunnen in potentie dit soort telefoontjes gaan komen. Wat is dan het antwoord? Is het de telefoniste die zegt: ‘Sorry, ze zijn allemaal in overleg’, of is bekend hoe er moet worden doorverbonden? En trouwens, wat doet u als er geen bank wenst te bellen? Zo laten, of zelf met een voorstel komen? Bedenk dat de subwereld van de financiën wantrouwend naar de subwereld van de overheid kijkt en andersom en dat een fors deel van de wereld het liefst beide aan het reinigingsbedrijf mee zou willen geven – gratis. Dus dat wordt weer even wennen. Maar niet te lang. Slimme partijen handelen al lang zoals hierboven beschreven, maar de grote bulk moet nog wakker worden – aan zowel publieke als private kant. Voor je het weet zijn de buffers er niet meer of gaat het met de economie weer zo crescendo dat het private geld weer op zoek gaat naar een beter rendement. Aan de slag dus.

The wisdom of me

Voor wie ik deze weblog schrijf? Geen idee. Ik weet wel dat veel van mijn lezers iets doen met of voor het openbaar bestuur en er zijn ook nog wat verdwaalde economen die me volgen. Voor ons allemaal geldt: kramp is de grote vijand. Het gevoel dat niets meer kan – en dat is gewoon niet waar.

Deze weblog begon met het artikel in de Volkskrant over de onverwachte winst die de Nederlandse Staat deze crisis financieel maakt. Wat ik mis zijn de journaalopeningen, de Kamervragen en de cafépraat. Waarom slaat dit bericht niet aan? Het doet me een beetje aan de hond uit het verhaal van Sherlock Holmes denken: ‘the dog that didn’t bark.’ Wat is er aan de hand? Voor de goede orde; er zijn wel degelijk de nodige mensen die een positief verhaal aanslaan. Voor zover ik dat kan overzien komt het vooral uit de mond van oudere heren die er de moed in willen houden door te zeggen ‘hoe goed we het doen’.  Dan is er ook nog een groep van toch-maar-geen-leeftijd-noemen dames die zeggen ‘hoe goed we het hebben’. Beide groepen maken per saldo weinig indruk. The ‘consensus of the crowd’ (laten we het maar geen ‘wisdom’ noemen) is dat het crisis is en dat andere beelden daar geen plaats naast hebben. Deze weblog is bedoeld om dat beeld toch een beetje bij te stellen – ‘the wisdom of me’ – en op te roepen tot enige creativiteit in ons aller domein.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek