Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Archief

Voor-zitten of voor-staan

Afgelopen vrijdag zaten de kandidaat-voorzitters van het CDA in eerste instantie allemaal keurig op een rij achter tafels in het krappe zaaltje van gebouw ’t Centrum in Bodegraven. Er moesten (weer) stoelen worden bijgeplaatst, de sfeer was opgewekt en verwachtingsvol.
Net als bij elk debat, stelde de gespreksleider voor om in het begin een korte ronde te doen waarin de kandidaten iets over zichzelf konden vertellen. Hij gaf als eerste het woord aan Martijn Vroom – en die doorbrak meteen de beperkte bewegingsvrijheid voor de zes. Hij worstelde zich langs een tafel en deed vervolgens staande zijn verhaal. Helemaal typisch Martijn. Hij staat voor zijn voorzitterschap. De andere kandidaten volgden overigens direct zijn voorbeeld, met niet minder gedrevenheid. Het moment bleef bij mij haken, omdat het mij met een glimlach deed beseffen dat we geen voor-zitter zoeken, maar iemand die wil voor-staan. Als ik iets heb geleerd van de debatten en interviews van de afgelopen twee weken, dan is het de behoefte aan iemand die het CDA-gevoel nieuwe inhoud geeft en daarvoor staat. Het draagt het risico in zich dat we onze voorzitter selecteren alsof het om de nieuwe partijleider gaat. Dat is teveel gevraagd, maar een echte wegbereider voor de volgende fase moet hij of zij wel zijn.
Als een soort weblog na-zitter vind ik het in ieder geval de moeite waard om wat indrukken te vergelijken, ook ten opzichte van mijn eerste weblog over deze voorzittersverkiezingen. In een wat andere volgorde loop ik de kandidaten langs en wil, voor de die-hards, daarna nog iets kwijt over de koers van de vereniging.
Ik schreef net dat het typerend voor Martijn is om zo naar voren te stappen. In die kleine actie laat hij zich zien als initiatiefrijk, maar ook confronterend. Als hij iets zegt over de partij, dan gebeurt er wat. Willen we zo’n voorzitter? We hebben het nodig, is mijn antwoord. Opnieuw. Willen we zo’n voorzitter? Een fors deel zal dat niet willen. Martijn is door zijn zelfgekozen profiel als jongerenkandidaat vooral aangewezen op een relatief beperkt deel van de leden. Demografisch behoor ik daar niet toe, maar hij houdt een speciale plaats bij mij omdat hij, in zijn voor de troepen uitlopen, dichter bij de toekomst staat dan de partij. Ook als het aantal stemmen dat hij krijgt niet genoeg is voor de tweede ronde, is elke stem op Martijn wel een prikkel vooruit.
En hoe doet Jan de Visser het? Jan is scherper dan ik vooraf voor mogelijk hield en dat bevalt me prima. Klasse ook dat hij in zijn eigen weblog direct op de drie dilemma’s inging zoals ik die vorige week in mijn weblog had geformuleerd. Hij kwam ook met wat waarschijnlijk de enige one-liner is die deze campagne overleeft: ‘het moet niet links, het moet niet rechts, het moet van onderop’. Mijn zorg is niet meer dat hij teveel een denker is. Hij laat meer zien. Maar als ik naar hem luister is het wel vooral mijn verstand dat op hem reageert. Laat ik voor mijzelf spreken: zijn passie is zonder meer oprecht, maar raakt mijn hart minder. Is het eerlijk om iemand zo te beoordelen? Nee, maar het is wel een factor.
Ronald Zoutendijk heeft mij aangenaam verrast bij de start van de campagne. ik kende hem niet, maar hij bleek wel iemand te zijn die je graag wilt leren kennen. Daarna is er echter weinig ontwikkeling in zijn verhaal gekomen, wat waarschijnlijk komt omdat zijn ervaring nog beperkt is. Zijn boodschap van luisteren naar de leden vind ik te mager. Op zich is het overigens wel goed dat die boodschap werd gebracht. Het maakt namelijk vooral duidelijk dat het voor de leden niet genoeg is om een ‘procesvoorzitter’ te hebben. De leden willen wel degelijk iemand met een degelijke boodschap. Voor Ronald komt deze campagne te vroeg, maar een aangename kennismaking blijft het.
Dan de bekende twee. Ik zal deze eerste ronde niet op één van beide stemmen. Dat heeft niet direct met hen te maken, maar met mijn gloeiende irritatie met de media. Een paar uitzonderingen daargelaten, hebben de meeste aan het begin geconcludeerd dat deze twee de min of meer Bekende Nederlanders zijn en dat is het dan. Dat er wel degelijk een ontwikkeling in deze campagne heeft gezeten met verschuivingen in voorkeuren – het is ze ontgaan. Voor mij maken de media nog altijd niet uit welke voorzitter ik moet kiezen, dat bepaal ik zelf wel.
Doe ik Ruth en Sjaak daarmee tekort? Wel wat, maar het geeft mij het voordeel nog even te kijken hoe beiden zich ontwikkelen in een waarschijnlijke tweede ronde. Als deze campagne één ding duidelijk heeft gemaakt, dan is het dat de leden niet alleen mee willen praten, maar ook leiding willen krijgen. Beide hebben voor mij de goede balans tussen verbinden en bouwen nog niet gevonden, hun eigen persoonlijkheden zitten nog wat in de weg. In Bodegraven nam Sjaak wat gas terug en kwam met analyses en woorden die me raakten, maar in Den Haag was hij me teveel de tot op het bot gedreven man die de mensen in zijn omgeving vergeet in zijn urgentie om maar bij zijn publiek door te dringen. Hoe gaat hij dat later als partijvoorzitter doen? Dan een punt waar hijzelf tabak van heeft, maar naar mijn vermoeden niet weggaat in een volgende ronde. Sjaak geeft tak-tak-tak antwoord op de vraag of het voorzitterschap in twee dagen te doen valt (en biedt een aantrekkelijke bezuiniging aan), maar ik heb nu 4 voorzitters meegemaakt die allen behoorlijke managers waren en toch moesten vechten om niet 7 x 24 uur met het voorzitterschap bezig te zijn. Het probleem zal wel oplosbaar blijken te zijn, maar ik ben nog niet overtuigd.
Ruth haalt er nog niet uit wat er in zit. Een fijne vrouw, maar ik onthou te weinig van wat ze zegt. Dat is overigens niet door gebrek aan passie of scherpte – ze kan fel zijn – maar mag het een onsje concreter? Er is iets van een gat tussen haar geschreven woorden en de woorden voor een publiek (waarbij ik niet uitsluit dat ik kritische luister dan het gemiddelde lid). Misschien is dat omdat ze ons niet wil vervelen, maar voor mij geeft het ook aan dat dit een voorzitter is die nog moet groeien. Hoe doet ze dat in het Haagse haaienbad, als je er direct moet staan? Voor mij is ze wel volstrekt geloofwaardig, meer dan welke kandidaat ook, als een voorzitter die tussen de mensen in staat en weet wat er speelt. Ik heb echter geleerd dat dat alleen niet voldoende is. Wat ik zie is goed, wat ik hoor kan krachtiger. Het wordt een belangrijke volgende ronde.
De duidelijke winnaar voor mij is tot nu toe Ton Roerig en niet alleen voor mij. Als ik mijn contacten goed beluister, concludeer ik dat hij zich bij alle 4 grote debatten van onbekende tot publieksfavoriet heeft weten te ontwikkelen. Niet voor niets zijn zowel Ruth als Sjaak lovend over hem. Dat komt vooral omdat hij in zijn basishouding de woorden en uitstraling van een verbinder heeft, maar op de goede momenten steeds weet ‘op te schalen’ naar het niveau van een stevige beslisser. Mijn vraag aan het begin van de verkiezingen was of hij inhoudelijk niet te licht is voor het voorzitterschap. Maar juist op dat punt heeft hij veel laten zien – ondanks of omdat hij zo’n beetje de enige is die niet met een 3, 7, 10 of 12-puntenplan komt of met een contract zwaait. Uit alles blijkt daarbij dat Ton degene is die de groepsprocessen in de zaal het beste leest en dan zijn keuzes maakt. Heb ik dan geen kritiek? Niet veel op zijn optreden als hij er is. Ik vraag me wel af of hij voldoende vooruit heeft gedacht. Zijn campagne is niet de beste van de kandidaten, een beetje teveel ‘on the fly’, zoals de Engelsen zeggen. Nu loopt Ton hetzelfde risico als de ‘andere’ kandidaat bij de vorige verkiezingen. ‘Achteraf’ zeggen nogal wat mensen ‘Oh, hadden we dat maar eerder gehoord’.
Zijn we zo rond? Mijn stem blijft mijn geheim, maar ik heb denk ik geen geheim gemaakt van de richting waarheen ik denk. Zo moet uiteraard iedereen een eigen afweging maken (of heeft die al gemaakt; donderdag zou al 15% van de leden hebben gestemd, al meer dan de vorige keer). Ik moet nog wel iets kwijt, of beter gezegd, ik moet nog wel iets compenseren. Het geeft iets ongemakkelijks om zo over personen te oordelen. Je kan redenerend at ze er om hebben gevraagd door zich kandidaat te stellen, maar het gaat in de politiek al zoveel over personen. Voor je het weet schiet je door in het gepsychologiseer. De partij die ze zo moeten gaan leiden is veel complexer dan wat één persoon aan kan. Voor de absolute die-hards daarom nog een reflectie op een hoger abstractieniveau. Ben ik dat ook weer kwijt.
Deze voorzitterswisseling zal zeker een markering in de koers van de partij worden. Niet direct overigens. De echte markering komt als er een nieuwe lijst wordt samengesteld en de volgende verkiezingen een kans bieden om weer te gaan bouwen – en dan nog zal het tijd kosten voordat dit zichtbaar wordt voor de kiezer. De kandidaten die nu roepen dat we in 2014 er weer helemaal zijn, geef ik graag gelijk, maar ze gedragen zich als iemand die een staatslot koopt: je hoopt miljonair te worden terwijl de kans dat je wordt overreden ondertussen statistisch groter is (voor diegenen die graag de parallel met Rutte trekken; daar ging wel het vertrek van o.a. Verdonk en Wilders en een moeizame periode van zo’n 8 jaar aan vooraf; even lang als de oppositieperiode van de PvdA en onszelf). Wat er nu gebeurt, gaat wel koers en tempo bepalen en dat is razend interessant.

EFQM-schemaVoor mijn trainingen in het buitenland gebruik ik af en toe een plaatje om te verduidelijken hoe een politieke partij nu eigenlijk werkt. Niet in de vorm van het gebruikelijke structuurharkje of het portret van de Grote Leider, maar in de vorm van een plaatje dat inzet en resultaat met elkaar verbindt. Aan de linkerkant zie je wat gedaan moet worden om als moderne politieke partij sterk te zijn en aan de rechterkant zie je wat daar de gewenste uitkomsten van moeten zijn, met een betere maatschappij als abstract geformuleerde uitkomst. Alleen stemmen binnenhalen is nooit genoeg. Het is een wisselwerking tussen verschillende elementen (met daaronder weer sub- en subelementen). Op dit moment maken we ons terecht druk over onze inhoudelijke boodschap, van program van uitgangspunten tot concrete beleidspunten, maar op zich is dat niet iets dat de kiezer direct raakt; het is als het ware het transformatorhuisje tussen de inzet van de leidende figuren en wat je concreet aan acties ziet.

In ’98 heb ik dit model voor de afdeling Amsterdam gebruikt met het voorbeeld van ‘wel of niet detectiepoortjes op school’ als concrete invulling ervan. Dat werkte best goed, maar het maakt tegelijk wel erg duidelijk hoe complex en veeleisend een politieke actie kan zijn. Het sloeg dus dood. Een plaatje als dit schrikt af voor mensen die in de waan van de dag leven, het stimuleert niet. Er zijn echter momenten dat je in de volheid naar alle elementen moet kijken die een goed functionerende politieke partij bepalen. Zo’n moment is de start van een nieuwe voorzittersperiode. Waar staat die voorzitter dan voor? Welke eisen mag je stellen? Hanteer ik dit model (dat natuurlijk nu ook weer te simpel is), dan is die opgave heel fors, zelfs als je er rekening mee houdt dat het CDA nog altijd in veel opzichten een stevige partij is. Wie de partij al afschrijft heeft niet gezien hoe groot de inzet is geweest rond de laatste verkiezingen en is het congres op 2 oktober al weer vergeten.
Maar buiten de piekmomenten moet er vreselijk veel gebeuren. Er is geen aandachtsgebied dat verwaarloosd mag worden en overal is wat aan de hand. Nederland gaat heel schraal met haar politieke partijen om, dus redding van suikeroompjes en andere sponsoren valt niet te verwachten. Eigenlijk zit er maar één ding op; het vliegwiel weer draaiend maken. Zorgen dat standpunten van de partij een reactie uitlokken, positief of negatief, en dan doorduwen en uitbouwen. Dat betekent bovenal werken aan het transformatorhuisje, want een voorzitter alleen kan dat niet. Na de voorzittersselectie verdienen ‘program & strategy’ prioriteit, met veel oog voor het gewenste maatschappelijk effect. Pas daarna kan je hopen dat de andere zaken op zo’n manier in beweging komen dat er weer groei mogelijk is. Dat betekent ook dat de partij zich tijd moet gunnen en zo nodig de handen vrij moet maken. Dat laatste is belangrijk, want voor je het weet lopen de prioriteiten van het zittende kabinet dwars door die van de partij-ontwikkeling heen. Een goede voorzitter voorkomt dat waar het kan en kiest voor de partij als het moet. Dat is niet hetzelfde als voor oppositie kiezen, maar het is wel goed om de vrijheid van een oppositiementaliteit te voelen.
Wat een baan. Zullen we helpen?


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: "De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard." Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek