Contact

Northedge B.V. 
Oosthaven 15-16 
2801 PC Gouda 
The Netherlands 
T 31 (0)182 684545 

W www.northedge.nl 
Tw @PeterNoordhoek 

Blog Archief

De Wet van het Vermeerderend Toezicht (WVT) Een dankblog bij de nieuwsbrief

Rob Velders is inmiddels toe aan zijn vijf-honderd-en-tweede nieuwsbrief over ’Toezicht in het nieuws’. Heel consistent en behoorlijk volledig informeert hij elke week een paar duizend professionals in de wereld toezicht, inspectie en handhaving over de ontwikkelingen in het vak (en betrekt hij de lezer via discussies, vacatures en aankondigingen). Want zo kijkt hij ernaar: als een vak. Hij heeft er ook opvattingen over: regelmatig zie je een groen balkje onder een nieuwsitem waarin hij zijn mening geeft. Daar mag je over twisten, maar door de persoonlijke toon erin tilt hij de nieuwsbrief boven het niveau van uit van een stapeltje krantenknipsels. Omdat niemand anders kennelijk bij de mijlpaal heeft stilgestaan, wil ik hem bij deze de Tevreden Lezer Speld op spelden. Deze felbegeerde TLS wordt slechts zelden uitgereikt, al was het maar omdat ik hem nu net verzin.

Dik, dikker

Hierbij geldt gelijk een kanttekening die ons naar de inhoud brengt. Want echt helemaal lezen is er voor mij niet meer bij. Ik weet dat de nieuwsbrief Rob (www.veldersnovak.nl) is ontstaan in de tijd dat hij zelf nog bij een inspectie werkt en dat hij toen begonnen is met een eigen knipselkrantje. Die werd ook door zijn collega’s zo gewaardeerd, dat hij na zijn verzelfstandiging onder druk werd gezet om deze, nu in de vorm van een nieuwsbrief, voort te zetten. Toen hij aan die druk toegaf was deze nieuwsbrief heel wat dunner. Inmiddels zien we aan het tijdstip van verzenden – diep in de zondagnacht – dat zowel de omvang als het aantal lezers enorm is toegenomen. Tien bladzijden met klein gedrukte titels en aankondigingen zijn geen uitzondering meer. Een betere visuele ondersteuning in de groei in aandacht voor toezicht is er niet. Een beter overzicht van de ontwikkelingen in toezichtland dus ook niet, althans, als geaccepteerd wordt dat titels van berichten ook de lading dekken. Hoe dan ook, ik doe een poging. Ik noem een paar oorzaken en wordt daarna steeds kritischer in mijn commentaren. Het is uit betrokkenheid en omdat ik vind dat we allemaal goed toezicht verdienen en omdat het groots moet zijn om voor een toezichthouder te werken.

Vaste waarden

Een aantal toezichthouders komt in de berichtgeving voortdurend terug, hoewel van tijd tot tijd onder een afkorting. Voor de goede orde, in de nieuwsbrief gaat om een grote verscheidenheid bronnen, maar mediaberichten, plus ambtelijke en Kamerstukken voeren de boventoon, vaak ook van de toezichthouder zelf. En dan zijn er nog de overige publicaties, waaronder incidenteel een blog van ondergetekende. De mediaberichten vangen de meeste aandacht en daarin zie je met enige regelmaat alle grote toezichthouders en inspecties ‘aan de beurt komen’ voor media-aandacht. De NVWA was de afgelopen maanden sterk in het nieuws vanwege de Fipronil affaire en de mestrijders, maar daarvoor was o.a. de Inspectie Gezondheidszorg aan de beurt (toe nog voor de toevoeging van de Jeugdzorg) en weer daarvoor de ILT in het kader van de Fyra. En kan je teruggaan in de tijd – of vooruitgaan. Dit weekend is een idee gelanceerd voor een toezichthouder voor Defensie. Dat is grappig voor iemand die veertig jaar geleden nog net prins Bernhard heeft meegemaakt in zijn rol als Inspecteur-generaal voor de krijgsmacht. Alle officieren deden het in hun broek voor de Anjerman. Heel effectief, maar wel goeddeels ontmanteld. Kan de nieuwe toezichthouder net zo effectief als prins Bernard worden of wordt deze weer nieuw voer voor publicaties in de nieuwsbrief? Oude toezichtrollen blijven dus bestaan en wijzigen hoogstens van vorm. Maar nieuwe loten aan de stam dienen zich wel degelijk aan – wie had de komst van de autoriteit Consument en Markt voorzien? – of krijgen een groeispurt door nieuwe wetgeving – denk aan de Autoriteit Persoonsgegevens en de Algemene Verordening Gegevensbeheer (AVG). En dan is er nog iets wat zich zelfs voor de nieuwsbrief regelmatig aan het zicht voltrekt: de opkomst van de handhavers in het lokale domein. Ze zijn er al lang, maar mede door de hele decentralisatie beweging, is handhaving ‘hot’.

Vak of speelbal?

De nieuwsbrief gaat gelukkig over meer dan alleen de politieke koersbewegingen van de instituten in het toezichtdomein. Door de oogharen kijkend, zie je ook de groei van het vak. Naast dat het strategisch vermogen wordt ontwikkeld, zie je steeds meer publicaties over de professie zelf en de communicatie er om heen. Welke interventies kan je toepassen? Hoe stuur je gedrag? Hoe treeft je op: wanneer hard, wanneer zacht? En hoe communiceer je daarover? Het zal niet verbazen, maar Rob Velders zelf pleit voortdurend voor meer transparantie. De basisredenering daarachter is simpel: geef je het ‘object van toezicht’ – dus: jij en ik – meer kans om met een beslissing mee te denken, hoe meer kans op begrip. Toezichthouders blijven dat moeilijk vinden en zijn steeds net te voorzichtig. Een mooi voorbeeld is de omgevingsverkenning die Meike Bokhorst en Judith van Erp schreven op verzoek van de Inspectieraad onder de titel “Van transparantie naar responsiviteit.” Ze constateren dat er grote verschillen zijn in omgevingsgerichtheid van toezichthouders. Wat ze ook zien en wat ze graag willen aanmoedigen, is een verschuiving van ‘transparantie voor burgers, via verantwoording aan burgers, naar responsiviteit met burgers en organisaties’. In onderstaand schema wordt de verschuiving keurig in beeld gebracht.

Hogere lat

Maar ondertussen is het nog niet zover. Het voorbeeld van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) laat zien hoe ontzettend moeilijk het kan zijn met een nieuwe aanpak vertrouwen terug te winnen in het aardbevingsgebied. En toch zegt toezicht-expert Paul van Dijk in mijn ogen terecht dat de lat nog wel hoger mag worden gelegd dan het ‘responsieve proces’ van in gesprek gaan met de onder toezicht gestelden’. Het is wel degelijk denkbaar dat, binnen ieders verantwoordelijkheid, burgers en bedrijven mee kunnen gaan denken met de toezichthouders over hun agenda. Van Dijk heeft gelijk. Bij wetgeving is dat via de internetconsultaties al lang praktijk en het is een effectieve maatregel in het verbeteren van de kwaliteit van wetgeving gebleken. Zelf zou ik nog een stap verder willen gaan, maar daar kom ik zo op. Toch, met alle kanttekeningen, zie je in zo’n 500 nieuwsbrieven het vak van de toezichthouder zich wel degelijk ontwikkelen, met in het 500e nummer o.a. weer een bericht over een heuse wetenschapsagenda. Het blijft vooral een kwestie van durf.

Durf

Durf is wel een moeilijke term in de toezichtwereld. Mijn beeld is dat in al de jaren van de nieuwsbrief de emmer met durf nauwelijks de kans heeft gekregen zich te vullen. Misschien nog wel op het niveau van de individuele toezichthouder: complimenten hoe die zich dagelijks door hun werk heenslaan. Maar op institutioneel niveau? De houding van veel inspecties en toezichthouders is fundamenteel passief, soms tot op het beeld van een geslagen hond aan toe. En het werkt niet. In mijn ogen kon bijvoorbeeld de ellende met de Fyra alleen maar gebeuren doordat de inspectie te lang in haar procedurele, regeltoepassende rol bleef en dat ook bij de private toezichthouder liet gebeuren. De inhoud van de norm, in de vorm van losse platen, verdween uit beeld. Was niet de taak (goed om in de nieuwsbrief te lezen dat de ILT de koers nu heeft omgegooid). En zelfs rond de Fipronil affaire vraag ik mij af of het zo groot was geworden als niet automatisch een wettelijke norm was overgenomen en er toch iets van een inhoudelijke effecttoetst was geweest. In dezelfde tijd dat de nieuwsbrief begon te verschijnen, konden we ook kennisnemen van het gedachtegoed van Weick & Sutcliffe en hun ‘high reliability organizing’ (HRO). Kort gezegd komt het er op neer dat normen en procedure op zich nodig zijn, maar dat je er nooit op kan leunen, want dan val je om. Anderen, zoals Frederique Six vroegen aandacht voor het thema van vertrouwen. Ferdinant Mertens blijft doordachte commentaren geven, dus we kunnen het weten …

Ja, maar. De politiek verwacht …

De Wet op het Vermeerderend Toezicht (WVT)

De politiek verwacht teveel. Schandalig teveel. Dat is op zich weer het logisch gevolg van druk via (social) media, maar het lijkt mij ook de rol van de politicus om daar niet teveel in mee te gaan. Er is meer dan het hier en nu. Zeker bestuurders horen rugdekking te geven als hun toezichthouders niets anders doen dan de wetten van die politiek uit te voeren.

Helaas. Een aantal jaren geleden vroeg ik Rob om bij te houden hoeveel oproepen er wekelijks werden gedaan om het toezicht te verhogen en hoeveel oproepen er werden gedaan om het toezicht te verlagen of te vereenvoudigen. Na ongeveer twee jaar is hij daar mee gestopt, omdat de verhouding steeds ongeveer hetzelfde bleef. In een verhouding van ongeveer 5 : 2 wonnen elke week de vragen (eisen) voor meer toezicht. En dat terwijl er landelijk, ook in het regeerakkoord van Rutte I en II, gepleit werd voor ‘uitgaan van vertrouwen’ en het verminderen van toezichtfuncties tegelijk met minder regellasten. En dan toch die voortdurende roep om meer toezicht.

We zijn alweer een kabinet verder. Rob houdt de cijfers dus niet meer bij, maar als ik mij net vergis, is de ontwikkeling op onheilspellende wijze doorgegaan. Af en toe lees je op een deelgebied nog over een poging toezichtlasten terug te brengen, maar de dieperliggende trend is dat er gewoon niet meer over vermindering van toezichtlasten wordt gesproken. In een enkel woord: het is een taboe geworden. Natuurlijk lopen er nog talloze mensen en organisaties rond die minder toezicht zouden willen, maar wie wil dat nog doen als je binnen de kortste keren krantenkoppen om je hoofd gaat krijgen dat er misstanden aan het licht zijn gekomen in jouw sector? Het is gewoon te riskant. De Wet op het Vermeerderend Toezicht (WVT) zou wel eens niet meer onder controle kunnen zijn. Tenzij we Trump gaan importeren natuurlijk, die lijkt te laten zien dat het wel kan.

Financiële leegte

De geïnformeerde lezer zal, waarschijnlijk al ruim voor we op dit punt in deze tekst zijn gekomen, verwezen hebben naar de financiële situatie. Het kabinet had en heeft al budgettair geanticipeerd op een verminderde noodzaak van toezicht (daar lezen ze duidelijk de nieuwsbrief niet). Dan is het logisch dat toezichthouders niet aan de verwachtingen kunnen voldoen en vastlopen in te weinig capaciteit en middelen. We moesten er lang op wachten, maar wat dat betreft chapeau voor de WRR die in haar grote rapport over toezicht er wel aandacht voor vroeg. Waarna iedereen weer over leek te gaan op de orde van de dag. Wat dan opvalt uit de nieuwsbrief is wat er niet in staat: een regelmatige stroom van publicaties over de (niet) beschikbare financiën. Net als indertijd de zelfstandige bestuursorganen, laten de toezichthouders het uitkleden nagenoeg geluidloos gebeuren. Je moet echt in de teksten kruipen om het geld te kunnen volgen, en dan nog.
Er is wel een lapmiddel, het doorberekenen van toezichtkosten. In eigen publicaties heb ik eerder al pek en veren richting de politici gebruikt die deze verboden doping willen gebruiken. Ik vermoed dat er ook bestuurskundigen aan dit beleid hebben meegewerkt en dan krijg ik plaatsvervangende schaamte. Nooit les gekregen over de wet van Niskanen en de budgetmaximalisatie die erbij hoort? Was ‘bestuurskundige’ een echt beroep dan hadden ze nu voor de tuchtrechter moeten verschijnen vanwege een beroepsfout.

En bij dat alles vraag ik mij af of de toezichthouders ook bij voldoende middelen wel kunnen voldoen aan de verwachtingen. Het antwoord laat zich raden. Dus toezichthouders, wat heb je te verliezen met een assertievere houding?

Het aanvullend alternatief

En dat brengt deze razende nieuwbladlezer bij zijn laatste punt. Wat is het alternatief? Toen de auteur deze nieuwsbrief begon te lezen, was hij zelf behoorlijk actief in de wereld van het toezicht. Zoals bijna alle externen hebben gemerkt, gingen de deuren dicht en werden er slechts spaarzaam opdrachten verstrekt op ander dan IT-gebied. In mijn geval was dat jammer, maar niet erg. Mijn opdrachtgevers werden branches en beroepsverenigingen. Zij hadden en hebben allemaal te maken met incidenten waarbij de misdragingen van een deel van de leden het vertrouwen in de hele vereniging onder druk zet. Het interne toezicht kan altijd beter, maar dan is het onheil al gebeurd. Dus gaan ze op zoek naar andere vormen om de leden weer scherp te krijgen. Of het nu ‘werken aan innovatie’ of ‘doen aan kwaliteit’ heet, er moet iets gebeuren. Was dat vroeger een zaak voor de vereniging alleen, nu hangt er bijna altijd de schaduw van een toezichthouder over deze pogingen vertrouwen te herstellen. Dat is op zich niet erg. Integendeel: het is mijn indruk dat de aanwezigheid de noodzakelijke snelheid aan het veranderingsproces geeft. Bij verenigingen zonder toezichthouder gaat het langzamer. Waar het mis gaat, is als de toezichthouder de taak van het interne toezicht gaat overnemen. De toezichthouder zelf heeft daarvoor doorgaans niet de goede mensen, de leden van de vereniging kunnen achterover gaan hangen omdat ze zelf niet meer verantwoordelijk zijn. Behandel mensen als kinderen en je krijgt kinderen.

Ik blijf dus overtuigd van zelfregulering (beter, want het gaat niet om regulering: interne kwaliteitszorg) als het enige echte middel om op termijn vertrouwen te herstellen en de toezichthouder gezond te houden. Het is het aanvullend alternatief en wie nu aanvult op wie laat ik graag in het midden.

Doorgaan!

En zo gaat het denken en het debat door. Ik hou van blogs op sites in eigen beheer, want dan kan ik veel langer doorgaan dan goed is voor de lezer, maar het mag duidelijk zijn dat ik veel waardering heb voor de nieuwsbrief van Rob Velders en hoop dat hij nog vele jaren zijn zondagse nachtrust blijft verstoren en onze mailbox blijft vullen.

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek