Werkvormen: tussen retro en virtueel

En daar schrijf ik zelfs met een 6-punten plan over. Noordhoek, wat gebeurt er met je? Welnu, voordat je bij die 6 punten bent moet je wel even je best doen, maar we zitten nu eenmaal midden in een reactie tegen de geijkte werkvormen tijdens de bijeenkomsten en opleidingen, dus waar gaat dit naar toe? En waar blijven de alternatieven?

 

Wat voor type bent u? Mensgericht? Inhoudsgericht? In de processen, in de tegenspraak? Als u het antwoord weet, dan heeft u de afgelopen decennia overleeft met honderden varianten op Meyer-Briggs, kleuren typologieën en dan weet u ook of u het type plant of fontein bent.
Voelt u zich daar nu wat ongemakkelijk bij? U bent niet de enige. En wat als u gevraagd wordt om een rollenspel te doen? Samen een vlot te bouwen? Te reageren op de tekening van een boom? In een kring te gaan zitten, zonder tafel voor u en … met gele Post-It stickertjes te gaan werken? Wat zegt u dan?

NEEEE!

Retro

Het is de reactie van een steeds grotere groep. Al die werkvormen die ‘het groepsproces’ verder moeten brengen zijn uit, uit, uit. We gaan retro. Terug naar de tijd dat we naar preken luisterden en ons mond hielden. We noemen het nu wel anders: TedX. De preken duren nu korter, maar we hebben er meer achter elkaar. Zingen is er niet meer bij. Ben je gek, dat gaat maar van de spreektijd af. Zoals een spreker het me deze week zei: “Ik beantwoord geen vragen meer. Ik doe er niet meer aan mee. Ik hou mijn verhaal en ze doen het er maar mee. Take it or leave it.”

En de meeste mensen in zijn gehoor vinden dat nog prima ook. Als de spreker een eigenwijze, prikkelende of originele mening heeft, dan is dat voldoende, want veel van zijn luisteraars zitten er precies zo in. Iemand komt terug van een congres en zegt: “ik vond het prima zo. Ik pik er uit wat me van pas komt en voor de rest: aan mijn lijf geen polonaise.”

Misschien is het een demografisch ding. Een grijze koppen reactie op teveel zoete stroop. Het gevoel dat je verlokt wordt om je veiligheid op te geven in ruil voor .. ja wat, eigenlijk? Misschien is het een reactie op de crisis. Dit is geen veilige tijd. Punt. Dan ga ik echt geen kans lopen om me belachelijk te maken. Of te laten zien dat ik het niet echt weet. Dan liever de armen over elkaar. Liever van hoofd tot hoofd, dan van hart tot hart. Ik doe mijn ding, jij het jouwe. Laten we dat zo houwen. Lekker retro.

Virtueel

Want als we ons dan toch willen laten zien, dan liever virtueel. Via onze digitale kanalen. Maar pas op: degene die denken dat ze anoniem kunnen schuilen achter de pc, die moeten er nog maar eens goed over nadenken. Niet alleen vanwege privacy issues, of omdat reaguurders steeds verder weg worden gestopt, maar omdat ze dan niet begrijpen wat er gaande is. Virtueel: steeds meer loopt via virtual games. Games die stap voor stap echte social media worden. De verhaallijnen worden beter, de samenwerkingsvormen complexer, de ‘werk’vormen beter door chatfuncties en allerlei ‘app’-ons. Bijna geen game wordt nog als stand alone gelanceerd. En wat is een ‘multiplayer environment’ anders dan een supermoderne netwerkorganisatie? Als aan je strategievorming kan werken op de brug van een Startrek ship, wie wil er dan nog met flipovervellen aan de gang? So uncool. Voor de volwassenen is er nu nog zoiets als ‘serious’ gaming, maar let op: serious wordt fun en gaming wordt real.  De werkvorm is de spelvorm. De beste krijgt de meeste punten. Het is niet anders.

Of toch niet? Door de nog altijd relatief hoge maakkosten is de keuze in games nog altijd relatief beperkt en is de vorm afhankelijk van het keurslijf van een aanbieder die waarschijnlijk niets van jouw specifieke context begrijpt. En voor games geldt uiteindelijk ook wat voor boeken geldt: lezen en spelen zijn een goede voorbereiding op het leven, maar het is gevaarlijk beide aan elkaar gelijk te stellen. In opleidingssituaties is er een derde die geen deel uitmaakt van het spel, die een time-out kan roepen en het verschil kan duiden. En wellicht zal zeggen dat het echte leven geen puntentelling kent. Maar dat wil je niet horen, want in je virtuele omgeving ben je dan al te snel teveel punten kwijt.

Ergens er tussen in

Alles beweegt. Teveel retro wordt saai. Teveel virtueel is leeg. Is er iets tussen in?
Wat ik hoop is dat retro ons zal helpen om weer terug naar de kern te gaan. Mannen en vrouwen die het beste dat ze hebben – hun brein – gebruiken om de analyse te doen en ons te inspireren. Als dat goed gebeurd is er geen mooiere vorm van communicatie – en laat het dan maar retro heten. Maar niet als we naar de retro toe springen omdat we onze veiligheid blijven zoeken. Al die werkvormen zijn er ooit gekomen omdat we door alle verhalen wel zagen dat mensen gewoon het vermogen misten om woorden bij de daad te voegen. En laten we wel zijn: er zijn niet zoveel mensen die hun rol in een rollenspel goed spelen, hun kleuren weten te combineren en hun geeltje met een zinvolle kreet weten te vullen.

Fysiek en digitaal

Ik ben dus geneigd om uit virtuele bron te tappen voor de nieuwe werkvormen. Maar niet in onverdunde vorm. Het komt op de mengvormen aan.
Let dan even op: de wisselwerking tussen fysiek en digitaal wordt steeds beter.
Let bijvoorbeeld eens op die wonderlijke Kinect-camera waar Microsoft gestaag aan werkt (trouwens: het is open source, dus wij kunnen dat ook doe). Een conceptuele slag verder dan de WII weet het je lichaam te vertalen in een digitaal beeld. In combinatie met het goede geluid dat er nu is, zou je (ik bedenk maar wat) het samen zingen opnieuw uit kunnen vinden. Zingen de je met het hele lichaam. Het is net zozeer sport als kunst. Nu heeft een ouder koor alleen leden en een dirigent die samen een avond in de week zingen. Een moderner koor heeft daarnaast ook zangcoaches voor elk individueel lid. Nog een stap verder is de virtuele vorm waarbij de niet alleen het geluid digitaal wordt verspreid, maar de Kinect-camera ook de lichaamshouding ‘ziet’. Dat wordt nog eens een gemengd koor.

Mix

Hoe dan ook, het gaat om de ‘mengfactor’. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat deze auteur op een veerboot van Dover naar Calais getuige mag zijn van een grote groep vrienden die doen wat goede groepen altijd al hebben gedaan; grappen, zeiken, zeuren en genieten. Het enige verschil is dat ze heel casual voortdurend onderscheid maken tussen offline en online. Er is in dat opzicht dus geen aanleiding om cultuurpessimistisch te doen over wat er virtueel gebeurt. Integendeel.

Misschien is het een jeugd ding. Voor nerds en andere pukkelkoppen. Maar niet echt. Want weet de lezer wat echt retro is? De tijd nemen. Toen ik begon in het opleidingsvak begeleide ik een groep vier maal een volle werkweek. Een paar jaar later werd dat drie dagen. Weer later twee dagen, twee dagdelen, één dagdeel, een uur. Wat een misvatting dat is, werd me onlangs weer duidelijk toen Loes en ik werden uitgenodigd voor een weekend vol ‘conversations’ in Geneve. Er kwamen 40 mensen uit meer dan 20 landen bij elkaar. De diversiteit was enorm. De hele wereldpolitiek kwam langs. Toch was dat niet wat er een succes van maakte. Dat was het feit dat wij allemaal, stuk voor stuk, een korte voorzet voor een gesprek gaven en dat we er verder gezamenlijk voor zorgden dat het gesprek niet stokte. De tijd doet dan de rest en die tijd voegt meer toe dan doorgaans wordt aangenomen.

Diep ademhalen: 6 punten

En zo komen de nieuwe werkvormen best wel los. Dus om het even in een paar heuse ‘How to’ punten vast te pakken, deze 6. En ik had me nog wel zo voorgenomen daar niet aan mee te doen. Zo retro. Hier komen ze. Let op de:

  1. factor tijd. Zorg voor werkvormen die niet zozeer efficiënt zijn als wel de contacten intensiveren. Ja, tijd is een luxe. Dus is het onderscheidend om weer lange sessies te hebben. Doe je alles in een dagdeel of minder? Loser.
  2. mengfactor. Meng fysiek en digitaal. Als de grijze generatie het niet kan, laat de volgende dan de mix maken, vol met mengvormen van digitale middelen en fysieke interventies.
  3. kwaliteitsfactor. Retro werkt alleen als het rete goed is. Hoewel wij Nederlanders beter dan ooit zijn als het om spreken in het openbaar gaat, inclusief het bijbehorende debatteren, blijft het kwaliteitsverschil enorm. Er is geen geduld meer met zwakke kwaliteit. Voor je het weet branden zelfs de besten in deze race op. Hoe te doseren? Kom maar op met je nieuwe vormen om dat goed te doen.
  4. factor codes. De afgelopen decennia waren we rijk en we hebben die rijkdom gebruikt om heel veel sociale codes af te breken. Omdat het kon. Nu moeten we weer gaan bouwen. Let er maar op: geen participatie zonder strengere sociale codes. Je mag nog steeds alles afbreken, maar alleen als je tegelijk laat zien dat je de nieuwe codes beheerst. Ook als je het digitale pad op gaat. Een hele markt breekt open voor degenen die deze codes beheersen en kunnen overbrengen.
  5. breedte factor. Retro werkt vooral voor degene die er al goed mee kunnen werken. Het heeft iets dat ronduit elitair is. Games zijn er voor de niet-serieuzen. Toch? Pas op. Het is een misverstand om te denken dat in de virtuele ruimte iedereen gelijk is, het is wel waar dat in die ruimte iedereen die zich te lang verheven voelt boven de ander sneller dan ooit naar beneden kan worden getrokken. We hebben ook nieuwe ‘democratische’ werkvormen nodig. Let wel: de meeste democratieën stemmen nog steeds met het potlood.
  6. kritische factor. Nieuwe vormen komen er op het moment dat we erkennen dat we ze nodig hebben. Omdat we de kennis, het inzicht of de vaardigheden missen. Een paar jaar geleden had iedereen het over ‘intervisie’. Het werd zelfs verplicht gesteld voor beroepen. Anno nu horen we er minder over. De hype is wat weg. Het gebeurt echter nog wel degelijk. Overal zijn groepen, vaak informeel georganiseerd. Bijna stiekem werkt men in groepsverband aan zichzelf. Dat moet weer bovengronds. En hetzelfde geldt voor al die werkvormen: zoek de kracht van kwetsbaarheid.

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

NB Deze blog is geschreven naar aanleiding van een boeiende brainstorm over werkvormen in INK-verband. Komend voorjaar komt daar een presentatie over voor in ieder geval de ‘kennispartners’.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek