CDA

May en de letterplakker

De afgelopen dagen moest ik zo denken aan de letterplakker. Zou die ontslagen zijn? Och, arme. Maar ja, lijm smelt als er veel warmte bij komt en al die spots daar bij Theresa May op het toneel in Manchester …

May in Manchester

Heeft u het gezien? Theresa May hield haar grote speech, voor duizenden mensen op het jaarlijkse partijcongres en live op TV. Ze wilde het hebben of haar droom voor het land waar ze premier van is, maar iedereen zag de speech na afloop als een nachtmerrie. Er kwam een ‘prankster’ (plager) het toneel op die haar een soort ontslagbrief aanbood, ze kwam minutenlang niet uit haar woorden door een dikke, dikke kikker in de keel en tegen het einde van haar speech vielen een aantal letters van de slogan ‘Building a country that works for everyone’ op de wand achter haar naar de vloer, te beginnen met de letter F. Wat ze uitsprak werd totaal weggeduwd door wat we konden zien. En daarom moet ik aan die letterplakker denken. En voel ik erg mee met May, maar ook met de mensen om haar heen. Want ik heb het ook al eens meegemaakt.

Ik neem de lezer mee terug naar 2010. Wouter Bos had de stekker uit het derde kabinet Balkenende getrokken. Jan Peter wilde eigenlijk stoppen, maar kon niet weigeren toen het bestuur hem toch vroeg om weer lijsttrekker te zijn. Zelf was ik formeel al gestopt als campagneleider voor Zuid-Holland, maar kon niet stoppen omdat mijn vervanger al een paar weken na zijn benoeming gestopt was. Het was bewonderingswaardig hoe Jan Peter zich door de campagne heen sloeg, maar alles wat mis kon gaan, ging ook mis. Tot en met de slotmanifestatie.

Balkenende in Naaldwijk

Weer was het ons als Zuid-Holland gelukt om de slotmanifestatie te krijgen. Het werd Naaldwijk in het Westland. Het middagprogramma deden we als provinciale afdeling nog, de avond was in handen van het partijbureau, met ondersteuning van onze eigen mensen. Ik ging er al vroeg naar toe. Vrij ontspannen heb ik nog met de landelijk voorzitter de campagne doorgesproken en vooruitgekeken naar de avond. Daarna heb ik me in het publiek begeven en plezier gemaakt met de andere leden; samen tegen de rest van de wereld.
Toen het plenaire programma begon, ging ik rechts voorin de zaal zitten. Linksvoor was de hoofdentree naar de zaal. Daar gingen de prominenten het toneel op en stond ook de pers en de zaalregisseur. Vlak voor het einde van het korte programma kwam Jan Peter op. Hij begon op zijn bekende manier te spreken. Met humor, wat woorden van herkenning voor de zaal en daarna het langslopen van de politieke actualiteit.

Terwijl hij sprak, dacht ik iets te zien wat niet klopte. Maar wat? Ik keek nog eens en toen zag ik het. Op het spreekgestoelte waar Jan Peter achter stond te spreken was een bord met het CDA-logo geplakt. Mochten er Tv-opnames worden gemaakt, dan zou direct de link van Jan Peter met zijn partij zichtbaar zijn. Een simpel element van beeldregie. Dat bord was linksboven aan het verzakken. Het hing twee centimeter scheef. Dit ging niet goed, besefte ik opeens. Ik keek om me heen en merkte dat ik niet de enige was die het zag. Een golf van onrust sloeg door de eerste rijen. Ik keek helemaal naar links, waar de zaalregisseur stond. Die was inmiddels ook gewaarschuwd, maar ze kon er kennelijk niet goed bij. Ze zwaaide onze richting op. Mijn richting? Nee, hier heb ik geen zin in! Ik heb geen dienst! Maar terwijl dat door mijn hoofd ging, stond ik al op. Ik wist dat het aan mij was, zeker omdat het bord steeds verder opzij begon te hellen en iedereen in de zaal, behalve Jan Peter, dat ook door had. Er ging nog één andere gedachte door mijn hoofd terwijl ik mijn rol ging vervullen: laat er geen TV zijn, laat er geen TV zijn (dit was net voor de tijd van mobiele telefoons met camera’s).
Snel ging ik het korte trapje op, deed een paar stappen richting het katheder en ging door mijn knieën om het bord op te vangen. Ik was zo strak op tijd dat ik het bord los voelde laten op het moment dat ik mijn handen er omheen sloot. Als in een film. Dat was het moment dat ook Jan Peter door had dat er iets mis was. Hij stopte met praten, zag mij gehurkt voor hem zitten met mijn handen om het bord en zei: “Dit, dames en heren, is nu Peter Noordhoek.” Ik weet tot op de dag van vandaag niet meer wat hij nog meer zei, maar er rolde genoeg gelach door de zaal. Ik sloot me af voor alles behalve dat stomme bord. Het was vastgezet met tweezijdig tape en dat tape was, waarschijnlijk door de warmte van de spotlights, gaan loslaten. Uit alle macht duwde ik het bord weer op de plaats terug. Het leek te houden, maar uit voorzorg bleef ik er even bij. En ja hoor, het begon al weer te schuiven. Ik keek op naar Jan Peter en hij begreep het meteen. Samen hebben we toen het bord, elk aan een kant, beetgepakt en rustig op het toneel gelegd. Jan Peter ging weer vol elan verder met zijn verhaal. Ik daalde het trapje af, terug naar mijn plaats, ontvangen met wat omhooggestoken duimen. Maar toch.

Foto’s: Dirk Hol

Een journalist kon de verleiding niet weerstaan op te schrijven dat het bord naar beneden viel. Precies datgene wat nu net niet gebeurd was. Kenmerkend. Maar eigenlijk hebben we mazzel gehad. Er waren alleen maar foto’s en geen Tv-opnames en de paar aanwezige journalisten en fotografen maakten er verder geen gebruik van. Het was einde campagne. Gelukkig, het was einde campagne.

Wankele evenwichten

In Manchester, tijdens de party conference speech van Theresa May, gebeurde iets wat ik herkende. De leden stonden op iedereen ging met applaus de leider steunen. Dat was deels uit gene en meelij, maar voor het grootste deel omdat je op zo’n moment oprecht niet wil dat jouw leider kapot gaat aan zoiets stoms. Meestal is die leider dan op zijn of haar manier ook op haar best, of in ieder geval het meest menselijk. Theresa May maakte in Manchester meerdere grapjes (toen ze een hoestbonbon van de minister van Financiën kreeg zei ze dat je normaal niets gratis van hem kreeg) en was zeker niet de robot die ze soms kan zijn. Dat gold ook voor Jan Peter in Naaldwijk en nog op een ander moment, toen er opeens de verkeerde videoband werd opgestart bij een congres. Ik herinner mij nog een andere campagnebijeenkomst. Dat was op de Keukenhof, in Lisse. Terwijl minister Donner aan het speechen was, kwamen er opeens touwen naar beneden, waarlangs mensen van Greenpeace naar beneden gleden en halverwege bleven hangen. Donner bleef er onverstoorbaar bij en na een paar momenten zei hij koeltjes: “Kijk, dit zijn nu hangjongeren”. Geweldig. Direct was de angel er uit (dat was niet lang na de moord op Fortuyn. De idioten. Ik zie nog de woede en het schaamrood op de wangen van de bewakers).

Dus op de keper beschouwd hoeft een vervelend moment nog geen teken van zwakte te zijn. Misschien wel het tegenovergestelde. Toch, zoiets komt nooit uit. Een teken van kracht kan het niet echt worden. Ik mocht aanwezig zijn toen David Cameron zijn eerste speech gaf op een partijcongres in Blackpool. Hij sprak een uur lang. Foutloos en zonder van papier op te lezen of een teleprompter te gebruiken. Dat was kracht. Dat was overtuigend. Theresa May wordt enkel nog overeind gehouden door de interne strijd binnen de conservatieve partij en de wens om nu vooral niet naar de kiezer te gaan. Dat is een wel erg wankel evenwicht. Maar wie weet.

Komende week zullen we de presentatie meemaken van het coalitieakkoord en ietsje later van de nieuwe kabinetsploeg. Ook dit gezelschap hangt alleen maar aan elkaar omdat geen van de partijen zelfstandig overeind blijft in het parlement. Het lijkt er bepaald niet op, maar ook dat hoeft nog niet te betekenen dat het kabinet geen jaren blijft zitten. Hoe heeft het vorige kabinet het anders zo lang uit kunnen houden? Ook dat waren tegengestelde partijen die alleen samen overeind konden blijven. En die hun regeringsperiode begonnen met de afbeelding van een brug waarop geen brugdek was gemaakt. De journalisten wisten er wel raad mee. En toch hebben ze het volgehouden. Maar we zullen het meemaken.

Voor Theresa May is de situatie nog altijd niet hopeloos. De betrokkenen weten dat er binnen de conservatieve partij sprake is van meer dan een scheiding der geesten. De kans op een scheuring van de partij is echt groot. Dan kan je het zelfs hebben dat een premier een ontslagbrief aanneemt, niet meer kan praten door de hoest en de letters van haar boodschap van de muur af smelten. Je weet dat je zelf de letterplakker bent als je haar nu niet overeind houdt.

 

Peter Noordhoek

 

Bovenstaand verslag van de bijeenkomst in Naaldwijk is geschreven in 2012.

Lijstafwegingen. Hoe overleef ik de kandidaatstelling?

Elke kandidaatstelling is spannend. Hoe zal het dit keer gaan? In maart 2018 zijn de verkiezingen voor onze gemeenteraden. Al die raadszetels moeten gevuld worden, liefst door mensen die dat werk uit volle overtuiging gaan doen. Het beeld is nu, we schrijven eind augustus 2017, diffuus. Er zijn partijen die niet weten waar ze de kandidaten vandaan moeten halen en partijen die veel meer kandidaten dan plaatsen hebben. De nodige partijen hebben hun lijsttrekker al geselecteerd, maar lang niet overal en bijna nergens is duidelijk wie de rest van de lijst gaan vullen. Voor die laatste groep schrijf ik deze tekst. Voor degenen die nog twijfelen of ze wel willen en voor degenen die wel willen maar niet weten of ze kunnen. Voor de Nederlandse democratie hoop ik zeer dat heel mensen zich kandidaat willen stellen, ongeacht partij, maar voor henzelf hoop ik dat ze goed weten waar ze aan beginnen. Mogelijk dat ik ze hiermee wat kan helpen.

Foto: Evan Atwood

Een moment in het politieke seizoen

Politiek bedrijven is seizoensarbeid, zeker op gemeenteniveau. Zelf heb ik mij nooit op een verkiesbare plaats laten zetten, maar als trainer en campagneleider weet ik hoe het werkt in de 4-jaarscyclus van de raadsverkiezingen. De kans is groot dat ik in het late voorjaar van 2018 mag helpen bij de vorming van de nieuwe teams, dat het daarna rustig wordt totdat na een jaar of twee, drie ‘de blaadjes gaan vallen’ en een reeks raads- en collegeleden al dan niet met ruzie vertrekt omdat ze het niet trekken of het raadswerk tegenvalt, waarna rond of halverwege het laatste raadsjaar het bloed weer gaat stromen en ieder zich individueel of als fractie klaar gaat maken voor afscheid of nieuwe verkiezingen. Wij zitten nu ongeveer aan het einde van de laatste fase. De sleutelpersonen van klassieke partijen met een grotere fractie zijn ongeveer een jaar voor de verkiezingen bij elkaar gekomen om de zaken door te spreken. Tegen de zomer zijn de mensen die met programma en campagne aan de gang moeten gaan uitgezocht en aan het werk gezet. Met de samenstelling wordt doorgaans tot na de zomer gewacht, maar duidelijk is dat in de maanden en oktober en november de knopen zo door moeten zijn gehakt dat er een programma, campagneplan en .. een lijst ligt met misschien wel jouw naam er op. Over die lijst wil ik het vooral hebben, maar niet dan nadat ik ook even over de jaarwisseling heen heb gekeken: dan vindt de campagne plaats. Aan het einde ervan volgt een lange, lege dag en ergens in de late avond hebben de meeste kandidaten dan zekerheid over de vraag of ze wel of niet gekozen zijn (technisch gesproken kan het bij onduidelijkheid over de voorkeurstemmen nog langer duren).

Kijk nu naar de kandidaatstelling

In het kijken naar het proces van kandidaatsstelling kijken de meeste mensen vooral naar de verkiezingsavond en wat daar na al het wachten uit komt. Dat is begrijpelijk. Net zoals het ook begrijpelijk is dat dit een avond vol emotie is, waarbij er aan het einde van een avond bijna per definitie meer teleurgesteld dan blije mensen zijn. Die teleurstelling kan zo groot zijn dat die avond al afstand van de politiek wordt genomen. Wat zonde. Gelukkig wordt het beeld vooral bepaald door de winnaars van de avond. We hebben het over doorgaans stil verdriet.

Het is een verdriet dat ik serieus neem. Ik hoop altijd dat het meevalt, vooral als iemand keihard heeft gewerkt voor elke stem, ondanks dat mijn verstand zegt dat er uiteindelijk maar een beperkt aantal zetels te verdelen valt. Mijn punt is echter dat de kans op een teleurstelling op de uitslagenavond in de praktijk minder groot is dan bij de fase die er in oktober, november aan vooraf gaat, bij de interne kandidaatstelling voor een lijst en dat het beheersen van die kandidaatstelling cruciaal kan zijn voor hoe het met de partij afloopt. Het feit dat de herinneringen aan de kandidaatstelling uiteindelijk verdrongen zal worden door de uitslagenavond doet daar niets aan af.

Verschil verklaard

Dat verschil is logisch te verklaren. De gang van zaken op een verkiezingsavond is doorgaans strak en heel voorspelbaar. Technisch gaat deze zelden fout. De tellingen en de vaststelling van de uitslag wordt uitgevoerd door vertrouwde derden, je kan er niets meer aan doen. Boos zijn op de boodschapper heeft geen zin.

Bij de interne kandidaatstelling is de kans op fouten aanmerkelijk groter en daarna moet je weer met elkaar door. Het proces duurt doorgans langer en is minder transparant. Mensen die je vaak dagelijks tegenkomt gaan opeens geheimzinnig naar elkaar doen en over ‘petten’ spreken. Degenen die nieuw zijn of van buiten de dagelijkse politiek komen, zullen onzeker zijn over hun kansen om hoog op de lijst staan ten opzichte van degenen die al in de raad of daar omheen zitten, ze kunnen het niet goed overzien. Het kan nog erger zijn voor degene die al actief zijn in raad, college of daaromheen. Mogelijk moe of uitgekeken op elkaar, niet zelden uiteengevallen in kleinere groepjes van mensen die het goed met elkaar kunnen vinden, wordt je elkaars concurrenten voor een plek. Politiek moet je uitkijken; soms zitten naar het gevoel de leuke collega’s eerder bij de andere partijen dan in je eigen fractie. En kunnen we eigenlijk wel op de afdelingsvoorzitter vertrouwen bij de selectie? Zit ie niet in de zak van de wethouder? Etcetera.

Meer dan intern gedoe

Het zijn de drama’s die politiek voor de buitenstaander fascinerend of minachtend kunnen maken (dat laatste ten onrechte!) en voor degenen die er in zitten spannend en frustrerend. Tot op zekere hoogte hoort het er gewoon bij, maar niet alles laat zich met zo’n dooddoener wegschuiven. De directe gevolgen zijn namelijk minstens zo concreet als bij de verkiezingsavond. Laat ik het vanuit de rol als campagneleider duidelijk proberen te maken. Oktober en november zijn eigenlijk de maanden dat je permanente campagne op haar hoogtepunt moet zijn. Het gaat dan nog niet om de concrete stem, maar om je zichtbaarheid. Je wilt je resultaten laten zien en ook laten zien dat het verwijt dat je ‘alleen vlak voor de verkiezingen campagne voert’ niet terecht is. Ga je waarschijnlijk met een nieuwe lijsttrekker de campagne in, dan zijn dit de maanden waarin je prachtig aan de bekendheid kan bouwen. Maar nee, je kan het eigenlijk wel vergeten. Iedereen is met zichzelf bezig, behalve die paar die al zeker zijn van hun toekomst. Is de kandidatenlijst eenmaal vastgesteld zijn er doorgaans meer mensen teleurgesteld dan blij. Niet zelden gaat het dan juist om de (nieuwe) mensen die vol hoop en verwachting naar een mooie plek op de lijst keken en vol enthousiasme al aan het werk waren gegaan. Zij hebben dan een koude douche gekregen en hebben echt tijd nodig om weer bij de groep te komen. Ervaring leert, dat deze periode van teleurstelling makkelijk tot de kerst kan duren. In plaats van op volle sterkte richting de verkiezingen op te stomen, levert het interne gedoe je een team op dat is gereduceerd tot degenen die er wel op een redelijke manier doorheen kwamen.

Koude herfst voor warme winter

Waarom schrijf ik dit? Is het niet beter een lekker positieve oproep te doen voor het raadslidmaatschap? Nou, dat laatste moet ook gebeuren en steun ik van harte, maar om het het als kandidaat en als partij langer vol te houden helpt als er een realistisch beeld is van de kans op een koude herfst voor de warme winter. En ik geloof ook dat er van alles aan te doen valt voordat je je in het onvermijdelijke van een uitslag schikt. De sleutel zit deels in de wijze waarop een bestuur de kandidaatstelling doet, maar uiteindelijk nog het meeste in de verwachtingen van de kandidaat.

Richting bestuur

Richting het bestuur is het misschien te laat om nog signalen af te geven. Zij zijn al volop bezig, of ander hun commissie wel. Er zijn twee punten waar met name de afdelingsvoorzitter op moet letten. Het eerste zit in de vraag ‘ben ik zelf niet teveel onderdeel van de groep geworden? Ben ik nog zuiver?’. Het tweede is: forceer niet. Op een gegeven moment blijven de lastige gevallen over: de niet-perfecte kandidaat waar je geen alternatief voor ziet of de keuze tussen een deskundige kandidaat versus een echte volksvertegenwoordiger. Mijn beeld: er is altijd een keuze, een oplossing, maar zorg ervoor dat je die goed kunt uitleggen, ook naar jezelf toe.

Richting kandidaat

Voor de kandidaat is het verstandig zich voorafgaand goed te oriënteren op de verschillende stappen van de procedure, ook door degene die het al eerder heeft meegemaakt. Plan er omheen, neem je partner mee in die planning, maar maak je er ook niet helemaal van afhankelijk. Elke kandidaatstelling is een soort spel met jezelf. Eerst komt de vraag: wil ik wel of wil ik niet. Daarna komt het ‘willen ze me wel of willen ze me niet’. Die cyclus moet je minstens twee keer door. Eerst rond de kandidaatstelling, dan rond de verkiezingen. De neiging is echter groot dat je zo bezig bent met de vraag naar de verkiezingen zelf, dat je verkeerd omgaat met die van de kandidaatstelling.  De realiteit is dat dit onderdeel van de procedure minder voorspelbaar is dan de verkiezingen zelf. Stem daar de verwachtingen op af. Mijn formule komt neer op het in het hier en nu zitten van het proces, daar niet teveel van maken en wanneer het maar kan te genieten van wat je nu weer meemaakt, en inhoudelijk goed weten waar je met de gemeente naar toe zou willen. Vooral dat laatste is een kwestie van ‘meer dan nu’.

Geef acht

In acht punten op een rij gezet:

  1. Ken jezelf. De kandidaatstelling vindt in een veel kleinere kring plaats dan de eigenlijke verkiezingen. Er wordt doorheen geprikt als je je anders voordoet dan jezelf. Anderzijds: onderschat je eigenlijk mogelijkheden niet en neem niet aan dat anderen wel weten wat je bedoelt. Grijp elke gelegenheid aan om te communiceren.
  2. In het verlengde hiervan: maak het degenen die de beslissing over de lijst moeten nemen niet onnodig moeilijk. Ook voor hen is dit een lastige puzzel.
  3. Ga er maar vanuit dat veel van de afwegingen die in het definitieve lijstvoorstel gaan, minder met jou als persoon te maken dan met afwegingen die over een evenwichtige lijst gaan, wat dat ook is.
  4. Als je jezelf afvraagt of je wel geschikt bent voor het raadswerk, is het antwoord simpel: dat ben je ook niet. Het duurt echt een tijd voor je het raadswerk onder de knie hebt. Maar dat hoeft niet erg te zijn. Maar het is een prachtig avontuur waarvan de overgrote meerderheid na afloop zegt dat het hun leven heeft verrijkt.
  5. Te lang blijven zitten doet echt schade aan de partij. Jij kan het zeker nog een periode goed doen voor de partij, maar het kan meerdere raadsperioden duren voordat de noodzakelijke verjonging is geslaagd;
  6. Inhoud zal je redden. Dat wat jouw drijfveer is en waarom je het doet, moet zoveel mogelijk buiten jezelf liggen, want dat betekent ook dat je het mee kan nemen als je niet op de lijst komt of uit de raad gaat verdwijnen.
  7. Ga so wie so niet in de raad voor erkenning. Je weet best hoe er in de samenleving over politici wordt gedacht. Dat is helemaal fout, maar wel een gegeven. Ga voor jouw idealen en de inhoud er achter en verlies je niet in het spel, maar blijf er naar kijken als een van de meest bijzondere schouwtonelen uit je carriere;
  8. Je mag verwachten dat een partij serieus omgaat met jouw wensen en ambities. Andersom mag de partij van jou verwachten dat je blijft bijdragen ook als daar niet in kan worden voorzien zoals gehoopt. Concreet: ga na de slechte boodschap vol aan de bak om je partij een zo goed mogelijk resultaat te laten behalen. Je zal zien dat je er dan altijd wel een goed gevoel aan over houdt.

Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar de grote lijn zal duidelijk zijn. Geniet nu, maar werk voor later, want er is meer dan nu.

Peter Noordhoek

Peter Noordhoek is overtuigd lid van het CDA, maar het gaat hem ook over wat een partij overstijgt en mensen in het politieke midden bindt. Daarom uit hij zich over ‘meer dan nu’. Teksten en video’s over ‘Meer d≥n Nu’ treft de lezer vanaf nu aan op de facebookpagina met dezelfde naam.

Twee kandidaten voor het voorzitterschap CDA Zuid-Holland

Op 13 juni a.s. hebben de leden van het CDA Zuid-Holland de keuze uit twee kandidaten voor het voorzitterschap: Jan Heijkoop en Relus Breeuwsma. Het kan weleens spannend worden – en daar verheug ik mij op. Ondertussen geeft het mij de gelegenheid om een keer een blog te wijden aan gremium waarvan ik vermoed dat er op andere momenten glazig bij wordt gekeken, en dat is niet terecht.

Twee kandidaten gaan zich op 13 juni aan u voorstellen (en u moet er echt zijn om te kunnen stemmen). Ik heb geaarzeld om beiden hier te portretteren, maar ik doe het toch. Dit omdat ik uit de telefoontjes, apps en mails zoals die bij mij binnenkomen de indruk krijg dat de informatie die de provinciale afdeling zelf verspreid niet gelezen of goed gewogen wordt. Graag verwijs ik naar https://www.cda.nl/zuid-holland/actueel/nieuws/153449/ voor alle informatie over de ALV, de CV’s en brieven van de kandidaten.

Voor deze ene keer zeg ik er nadrukkelijk bij: hoewel zeer anders, zijn het beide goede kandidaten. Voor deze ene keer, want doorgaans steekt er vanuit mijn perspectief één kandidaat duidelijk uit boven de andere. Deze keer vind ik ze zowel geschikt als zeer aanvullend. En dat maakt de keuze alleen maar lastiger.

Jan Heijkoop, de kandidaat

Ik ken hem als een stille kracht. Doorgaans op de achtergrond, heeft hij zijn zaken goed voor elkaar. Hij is ruim de oudere van twee en heeft dan ook al een hele carrière er op zitten. Toen ik hem wat beter leerde kennen was hij net gedeputeerde af. Hij had onder meer Financiën in zijn portefeuille en daardoor raakte hij ook in de Ceteco-affaire verstrikt. Hoewel onderzoek hem vrijpleitte voor fouten, nam hij zijn verantwoordelijkheid en trad af. Daarna ging hij niet zitten mokken of met zijn vinger wijzen. Hij pakte het landbouwbedrijf van zijn familie weer op en ging boeren. Al snel wist men hem weer als bestuurder te vinden, waarna een hele reeks bestuursfuncties volgden, inclusief een aantal (interim) burgemeestersfuncties waar hij steeds met alle lof uit komt. Voor mij is hij het voorbeeld van iemand die een tweede kans verdient, gegund krijgt en pakt. De andere kandidaat mag dan veel afdelingen hebben die hem steunen, onderschat de vele fans van Jan niet.

Al met al het profiel van een echte stille kracht en bestuurder pur sang, met diepe wortels in de christen-democratie. Als hij voorzitter wordt verwacht ik onder meer dat hij een hoge gunfactor zal hebben in het landelijk partijbestuur en een goede coach voor zijn medebestuursleden en de afdelingsvoorzitters.

Relus Breeuwsma, de tegenkandidaat

Hoewel nog jong, mag ook Relus best een veteraan heten als het Zuid-Holland gaat. Ook hem ken ik al langer, mede omdat hij een van mijn opvolgers is als campagneleider van Zuid-Holland. Dat doet hij gewoon goed, volgens het recept: even nadenken en dan vooral veel doen, goed samenwerkend met anderen. De groene golf (de bussen die door de provincie gaan) komen onder meer uit zijn koker. Door al dat campagnewerk heeft hij, net overigens als Jan, echte kennis van de verdraaid complexe provincie die Zuid-Holland is.

Maar Relus heeft meer in zijn bagage. Sommigen van jullie zijn hem als jonge hond nog kennen vanuit zijn tijd op het partijbureau, waar hij de afdelingendesk bemande. Menig afdeling is met een moeilijke vraag naar hem toe gegaan. Daarna verhuisde hij naar Rotterdam om als assistent te gaan werken voor wethouder Leonard Geluk en later wethouder Hugo de Jonge. Sinds enige tijd is Relus niet alleen maar van het CDA en werkt hij bij Rijkswaterstaat. Al die tijd heeft hij zijn hoofdfunctie gecombineerd met een groot aantal functies en activiteiten, primair in het Zuid-Hollandse. Zeker binnen de waterschappen is hij actief. Kortom; een veelzijdige ervaring, maar allemaal passend in het profiel van een goede Zuid-Hollandse bestuurder.

Relus is een voorbeeld van wat ik wel eens gekscherend ‘de Friesse bende’ noem. Sybrand Buma is Friese Zuid-Hollander en dat is Relus ook. Doorgaans heel nuchter, maar even krabben en je weet dat daar veel emotie en betrokkenheid onder schuilgaat. Dat brengt ie allemaal mee, inclusief een agrarische achtergrond en een Haagse woonplaats. Hoe krijg je het gecombineerd.

Groot en complex

Zoals ik zei: twee goede kandidaten. Ze delen de kennis van Zuid-Holland en zijn beide door en door christendemocratisch. Ze kiezen ook beiden bewust voor een partijrol en ook dat vind ik sterk. Voor het overige vind ik ze vooral erg aanvullend op elkaar. We zullen echter toch moeten kiezen, zo zegt de procedure. Dat betekent ook een keuze voor welk soort provinciale afdeling je wilt hebben.

Wat mij bij het relatief onbekende fenomeen van de provinciale afdeling brengt. De provinciale afdeling verbindt 3, of eigenlijk 5, bestuurslagen binnen de partij. Daarbij begin ik met te melden dat, hoewel het aantal leden gestaag afneemt, het CDA nog altijd de grootste ledenpartij is en dat daarbinnen het CDA Zuid-Holland veruit de grootste provinciale afdeling vormt, met navenante invloed – in potentie. Hoe zit het in elkaar?

Provinciaal

Het begin op het provinciale niveau. De functie waar we het nu over hebben staat aan het hoofd van een bestuur dat onder meer verantwoordelijk is voor de programma, samenstelling en campagne van de provinciale staten. De laatste keer leidde dat tot 6 Statenleden en één Gedeputeerde, Adri Bom-Lemstra. Het werk dat op dat niveau gebeurd is al behoorlijk intensief. Aan dat provinciale niveau hangt meer. Politiek goed ingevoerde mensen weten dat de verkiezingen voor de provinciale Staten gekoppeld zijn aan die van de Eerste Kamer, wat het extra spannend maakt. Daarnaast loopt ook het samenstellen van de lijsten van de waterschappen via de provincies. Bovendien hangen er nog de nodige provinciale gremia aan de provincie; van Buitenlandcommissie tot vrouwenberaad en meer.

Lokaal

Daarna pak ik het lokale niveau. De provincie is als het goed is de verbinden schakel tussen wat landelijk en lokaal moet gebeuren. Voortdurend vindt er afstemming plaats, vooral als er lastige kwesties spelen zoals rondom herindelingen. Dan kan het soms erg persoonlijk worden. De provincie Zuid-Holland is echter erg groot. Dat gaat eigenlijk niet zonder een goede regionale tussenlaag. Om die reden is de provincie verdeeld in een 14-tal regio’s, waarvan de ene beter loopt dan de andere en soms hele grote steden omvat en soms niets anders dan platteland, maar meestal gaat het om een ingewikkelde mis er tussenin. En echt elke regio is verschillend. Ik kan je zeggen, dat het mij als campagneleider heel veel tijd heeft gekost voordat ik dat in beeld had (maar dat was tegelijk wel een van de leukste kanten van het werk).

Landelijk

Tot slot pak ik het landelijk niveau. De tijd dat er meer dan 80 Zuid-Hollandse kabinetsleden, Kamerleden, Statenleden, Europarlementariërs (oh ja, die laag ben ik nog vergeten) en weet ik niet wat kon inzetten is al enige tijd achter de rug, maar zeker de provinciale voorzitter zal vroeg of laat met de benoeming van deze mensen te maken krijgen. Altijd op de vingers gekeken door de andere provincies, die per definitie vinden dat Zuid-Holland overbedeeld is, moet er heel goed en zorgvuldig gesproken worden over alle posten. En dan is er ook nog de inhoudelijke kant. Als deelnemer in het landelijk Partijbestuur valt er over alles wat te zegen. Sinds kort is de rol van de provincie verder aangescherpt doordat alle amendementen op het landelijk verkiezingsprogramma nu via de provincie lopen, maar de invloed is altijd wel fors geweest. De voorzitter hoeft at niet allemaal alleen te doen, maar een sleutelfiguur ben je wel.

Pittig

Geen kleine functie dus. Ronduit pittig. Zeker niet voor een vrijwilliger als voorzitter en als aanvoerder van een bestuur dat ook uit vrijwilligers bestaat, met een ronduit beperkte professionele ondersteuning. Een functie die snel wordt onderschat. Het is heel moeilijk om op alle drie de fronten goed te zijn en vraagt om een hele efficiënte werkwijze. Mij moet even van het hart dat de huidige voorzitter, Peter Pennekamp, daarom voor zijn werk niet altijd de waardering krijgt die hij verdient. Wat mij betreft: veel waardering.

Keuze voor soort provinciale afdeling

De twee kandidaten zullen daar ongetwijfeld over na hebben gedacht en hun keuzes hebben gemaakt. Wat wij als leden er bij moeten bedenken is dit: zien we zo’n provinciale afdeling als een tussenlaag die zoveel mogelijk onzichtbaar moet blijven of verwachten we een meer dynamische rol? Het eerste is al een hele opgave, maar het tweede is toch wel erg nodig. Persoonlijk denk ik dit laatste, ook in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen. Dat maakt in ieder geval Relus Breeuwsma tot een logische kandidaat, want deze ambitie zit in zijn hele kandidatuur. Maar Jan Heijkoop heb ik daar nog genoeg niet over gehoord en ik wil hem wel horen.

Jullie ook? Allebei? Kom dan, met mij, op dinsdag 13 juni a.s., om 20.00 uur naar Cultuurhuys De Kroon, Gouweplein 1, 2741 MW Waddinxveen.

Peter Noordhoek

Zoeken naar ontzuilde bezieling

 

Boekrecensie

Een paar maanden geleden heb ik met het blad Bestuursforum – vakblad vooraan het CDA verbonden (lokale) bestuurders – afgesproken een recensie te schrijven over het boek ‘Bezielde ontzuiling’, waarin onder leiding van Govert Buijs en Jan Hoogland een aantal wetenschappers van de Vrije Universiteit zich buigen over de vraag hoe Nederland zich organiseert in een ontzuilde tijd. De deadline lag drie maanden later en dat was eigenlijk te lang daarna. De bezieling was er wat uit, om het zo maar te zeggen. Met de deadline heel dicht bij, nam ik de bundel toch maar mee op een paar dagen trainen in Bosnië-Herzegovina. Daar kwam de bezieling onverwacht terug, na een verhaal over klaslokalen waarin Bosniakse en Kroatische kinderen gezamenlijk les krijgen en waar er letterlijk een laag muurtje door de klas heenloopt. Zo gescheiden beginnen ze hun leven. Op dat moment dacht ik aan de bundel en bedacht: hier is de verzuiling nog vol aanwezig. Een duistere verzuiling op grond van religie en etnische geaardheid. Is het niet heel goed dat we daar in Nederland vanaf zijn?

Er is dus geen reden om weemoedig terug te denken aan de verzuiling. In de bundel gebeurt dat dan ook niet. Er is geen weg terug. Maar er is kennelijk nog steeds wel een gat te vullen. Liefst op basis van het christelijk-sociaal gedachtegoed en de daaraan verbonden maatschappelijke organisaties. De auteurs zijn daar wel nuchter over. De ‘maatschappelijke ondernemingen’ en andere voorbeelden uit de ‘participatiesamenleving’ zijn alleen niet voldoende om dat gat te vullen. Het zal echt nog wel duren voordat bijvoorbeeld de woningcooperaties hun rol weer kunnen oppakken. Maar eigenlijk zoeken de meeste auteurs de oplossing vooral op het individuele niveau van de vakman, de professional, de lotgenoot. Via hen moeten de ‘bezielde verbanden’ opnieuw gestalte krijgen, want, zoals de filosoof Ad Verbrugge stelt: “Bezieling kan zich alleen maar manifesteren wanneer mensen zich gezamenlijk richten op een gedeelde activiteit om die activiteit zelf, niet om de geldelijke beloning of het eigen prestige”. Organisaties en instituten zitten dat eigenlijk vooral in de weg. Reden waarom organisatorische verbanden vooral lichte verbanden moeten zijn, eerder aangestuurd via gedeelde concepten dan via structuren of via het verfoeide woord ‘management’. De tien kernwaarden die Buijs aan het einde van de bundel formuleert zijn er een prima voorbeeld van. Inspirerend en relevant voor iedereen die zich met vormen van participatie en sociaal kapitaal bezig houdt. En tegelijk niet voldoende overtuigend.

(tekst loopt door onder afbeelding)

Wat mist is toch een meer kwantitatieve onderbouwing van de wijze waarop het gat van de verzuiling de afgelopen decennia gevuld is. Zijn we überhaupt wel onderweg om dat te laten lukken? De scherpte zoekend: is de komst van een partij als DENK niet een teken van terugverlangen naar de harde verzuilde kaders van weleer? Of provocerend: moeten we niet constateren dat het populisme met al haar oproepen tot uitsluiting niet veel meer een succesvol ‘bezielend verband’ is gebleken dan alle nationale boomplantdagen bij elkaar? De cijfers van het SCP laten zich niet zo makkelijk interpreteren op dit punt, maar er is geen reden om gerust te zijn. Wellicht is de manier waarop we over de participatie spreken toch te vrijblijvend om er veel van te mogen verwachten.

Onze vroegere verzuiling blijkt namelijk in veel opzichten een succesverhaal, niet in het minst door de succesvolle verbinding tussen ‘volk’ en ‘elite’. Die verbinding is er nu niet meer, of loopt langs de lijnen van overheden die de burgerparticipatie met al hun krachten overeind moeten zien te houden omdat burgers die rol niet zelf oppakken. De verhouding tussen een actieve overheid en de opkomst van ‘bezielde verbanden’ is op z’n zachtst gezegd problematisch. Daarom is het ook nodig om naar onze eigen rol als bestuurders te kijken. Deze bundel biedt daartoe veel inspiratie, maar op een gegeven moment moet de lezer eigen antwoorden gaan zoeken.

Peter Noordhoek

Boekrecensie verschenen in Bestuursforum, april 2017.

Ontzuilde bezieling. Govert Buijs en Jan Hoogland (Red.). Boom bestuurskunde, 2016.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek