Over referendum, democratie en wat nog werkt

Het referendum maakt deze week weer veel los. Soms lijken ze te werken, maar op andere momenten lijken ze een democratische manier om de democratie te ondergraven. In Nederland is het enthousiasme niet voor niets aan het verdwijnen. Toch moeten we blijven nadenken over het alternatief. Deze blog eindigt met een naif alternatief. Precies wat we nodig hebben.

Het is deze week goed gegaan met het referendum – het referendum van de Koerden bedoel ik. Afgelopen maandag geen grote meldingen van geweld, geen interventie door Irak of Turkije. Het was rustig op social media. Het is ze gegund. Ik denk geen moment dat het een lief volk is, maar ze durven te vechten waar anderen dat niet doen (lees: ze doen het vuile werk voor ons) en met dat referendum laten ze zien niet de weg van de dictatuur op te gaan.

In Spanje kunnen ze er van leren, want daar gaat het absoluut niet goed. Puur juridisch heeft de regering in Madrid gelijk om het referendum te verbieden, maar voor het overige is de reactie een voorbeeld van hoe je zoiets niet doem. Sinds Cameron geen regeringsleider harder een doodlopende straat op volle snelheid een doodlopende straat ingereden dan Rajoy. In mijn ogen regeringsleiders die niet de slechtsten zijn, maar op een gegeven moment de kracht missen om uit hun eigen redenering te stappen.

We hebben natuurlijk zelf ook onze neus gestoten met het referendum. Het referendum rond het associatieverdrag van de EU met Oekraïne is er een schoolvoorbeeld van. De ervaring is zo slecht bevallen, dat niet alleen veel partijen, inclusief initiatiefnemer D66, maar ook heel veel kiezers er weinig tot niets meer in zien. Dit is wat De Hond vandaag als peiling liet zien:

Die negatieve houding tegenover het (correctief) referendum is dus logisch. In eigen land zien we hoe – gesteund door data manipulatoren, Russische vals nieuws verspreiders en een ronduit naïeve politiek, iets tot stand komt dat tegen het Nederlands belang is. We hebben met Groot-Brittannië gezien hoe een land zich per referendum verscheurt, isoleert en verarmt. We hebben in Turkije gezien hoe een referendum wordt gebruikt om een dictatuur te vestigen. En zo zal het doorgaan. Tel je dat allemaal op, dan lijkt voor verkeerde mensen het referendum het slimste middel om ‘via democratie de democratie te schaden’.

En toch zijn we er daarmee niet, want impliciet stellen we de representatieve (partij)democratie daarmee gelijk aan democratie en dat is wel wat te simpel. Deze week sprak Tjeenk Willink deze woorden: “Kijk naar de effecten van je beleid .. Want als je de burgers verliest, dan houdt de democratie op te bestaan.” Een dame tweette dat ze het met tranen in de ogen gelezen had. En al denk ik dat geen regering nog opgewassen is tegen de complexiteit van de uitvoering, ik snap de wanhoop van die dame wel en vind het terecht dat Tjeenk Willink dit zo stelt. En als we geen referendum kunnen houden, hoe laten onze vertegenwoordigers in de moderne democratie dan wel weten dat ze snappen wat er leeft? (het epistel van ex-volksvertegenwoordiger IJbeltje maakte wat dat betreft ook niet vrolijk).

Er zijn een paar routes. De eerste twee lijken het meest aantrekkelijk, maar zullen in de praktijk niet opgaan. De derde bestaat al, is haalbaar, maar vraagt er wel om een knop om te zetten.

1              de juiste voorwaarde voor een referendum formuleren.

Het probleem met het huidige referendum is dat het op de verkeerde manier concurrentie creëert tussen de kiezer die de volksvertegenwoordiger kiest en de kiezer die in een referendum een keuze maakt. De referendumkiezer zet als het ware de regeringskiezer tussentijds opzij. Dat zou eigenlijk alleen mogen als de opkomst ten minste gelijk is. Dat is dan ook wat we als eis zouden mogen stellen aan elk referendum: de opkomst moet gelijk of hoger zijn als de opkomst bij de laatste landelijke verkiezingen wil deze geldig zijn, want alleen in die situatie kan terecht worden gesproken van voortschrijdend inzicht.

Dit is in feite de lijn die ik met mijn delegatie geaccordeerd hebben gekregen via een resolutie op het CDA congres. Gaat dit het ook in de praktijk worden. Nou nee, want te veel mensen zullen redeneren dat hiermee de lat te hoog wordt gelegd. Dat mag zo zijn, maar in democratisch opzicht klopt de redenering.

2              Over op het Zwitsers systeem

Een dezer dagen wordt het record gebroken van de langste formatie. Ik mailde dit aan een vriend in Zwitserland en hij mailde mij vrolijk terug dat in Zwitserland de regering er al zit sinds 1958! De regeringsposten rouleren en dat is het. En hoe passen de referenda erbij die jullie om de haverklap houden, zo vroeg ik. Ach, zo mailde hij, er zitten soms rare uitschieters tussen, maar ondertussen zit er een balans in die niet slecht uitpakt.

Nu geloof ik dat graag, maar ik zie ons alleen de Zwitserse kant opgaan als we de tijd zouden hebben om er mee om te leren gaan – en ik denk dat we een dergelijke stabiliteit van onze regering nooit zouden accepteren. Jaloers kunnen we er op zijn, maar overnemen zit er niet in.

3              Ons partijsysteem beter benutten

Als er ergens aan inspraak wordt gedaan, wordt geëxperimenteerd, zeker ook digitaal en alles mogelijk lijkt wat je maar kunt bedenken, dan is het binnen onze eigen Nederlandse partijen. Niet binnen alle fracties, laat ik dat in deze week van IJbeltje Berckmoes’ open boekje er direct bij zeggen, maar wel in veel partijen. Er wordt heel veel gedaan om de ledendemocratie mogelijk te maken. Resoluties en amenderingen zijn er altijd geweest, maar die ‘ouderwetse’ manieren van ledendemocratie worden aangevuld door lijsttrekkersverkiezingen met stemmen van binnen en buiten de partij, versies van de G1000 (een brainstorm met 1000 leden) en vele vormen van digitale inspraak, met maximale inzet van sociale media. Het is eigenlijk voorbeeldig. Tegelijk is het wel waar dat de ledenaantallen afnemen en dat steeds minder mensen hier aan mee doen. Dit is permanente democratie op een manier die het woord echt recht doet (en cynische journalisten, wanneer hebben jullie voor het laatst iets beters bedacht?).

Het zal wel naïef zijn, maar ik geloof bovenal in de derde optie. Wordt lid, wordt actief, waardeer de partijdemocratie. Kies niet voor de weg van de minste weerstand door direct de zoveelste nieuwe partij op te richten, maar bewijs de kracht van je ideeën binnen bestaande partijen. Uiteindelijk is dat de logische en meest vruchtbare route.

En hoe moet het nu met Spanje? De enige manier lijkt deze te zijn: om als de wiedeweerga een nieuw referendum uit te schrijven, maar dan voor geheel Spanje. Dat wordt dan de keuze tussen ‘Wilt u dat Spanje een eenheid blijft?’ en ‘Wilt u dat delen van Spanje zich kunnen afscheiden?’ Je kan zeggen dat het voor de mensen in Catalonië niet uitmaakt als de meerderheid zich voor de eerste optie uitspreekt, maar ik denk dat het heel wat lastiger is om tegen de uitspraak van de bevolking van een heel land in te gaan dan tegen een impopulaire regering. Bovendien is er dan ook duidelijkheid voor de andere regio’s. Gaat het mis met de stemming dan weten we ook voor heel Europa wat we snel moeten gaan doen: regionaliseren onder een Europese paraplu.

Zo, genoeg overhoop gehaald, ik wens iedereen weer een goede week,

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek