Zeker over twijfel: Kuitert, Islam en het probleem van verre bergen

Deze afgelopen week werd ik getroffen door het overlijden van Kuitert, de man die had gezien dat we een algemeen betwijfeld geloof in God hebben, en voerde ik een gesprek met een moslim over de overeenkomsten tussen de wereldreligies – de verschillen zijn zo klein, zei deze, zijn vingers samenknijpend. Ook probeerde Wilders deze week Baudet te overschreeuwen door weer eens met zijn waarschuwing tegen de Islam komen en waarschuwde Paul Scheffers nog eenmaal liberalen voor hun eigen naïviteit als het op migratie aankomt. Ik denk dat ik er een niet te groot kopje soep van heb gemaakt, maar waarschuw wel dat dit zo’n blog met een literatuurlijst is.

Voorbij Kuitert

Kuitert is de man die het klassieke protestantse geluid in de jaren tachtig en negentig heeft ontmanteld. In de jaren daarna is hij daar mee doorgaan, er eigenlijk niets van overlatend, maar zich nog wel gelovig noemend. Ik heb vijftal boeken van hem in mijn kast staan, maar voor mij konden ze niet over zijn eerste bestseller ‘het algemeen betwijfeld christelijk geloof’ heen. Dat had minder met het boek zelf te maken dan met het feit dat ik het van mijn moeder heb gekregen. Daar kon niets meer overheen. Zoiets deed ze buiten een verjaardag of Sinterklaas zelden en nooit zonder dat ze er goed over had nagedacht. Zelf was ze gelovig, ging doorgaans graag naar de kerk, maar toch had ze zich echt in het boek van Kuitert verdiept en daarna had ze het aan mij gegeven, wetend dat ik mij niet meer als gelovig beschouw. Er zijn weinig dingen waar ik meer waardering voor heb gehad, dan dit cadeau. Ik zag het als een teken van open staan voor iets waar ze het moeilijk mee had en ik was oud genoeg om te beseffen dat dit voor haar een manier was om met mij in gesprek te blijven. Ik weet dat ik mijn best heb gedaan haar gebaar te beantwoorden, maar tegelijk was dat lastig, want Kuitert schreef in de kern niets op wat ik al niet had bedacht. Zijn uitspraak ‘Alles wat van Boven komt, komt van beneden’, was voor mij een cliché. Mijn opgave was als het ware de omgekeerde: als niet gelovende wilde ik blijven zien wat in het geloof van waarde is: het maakt wel degelijk uit hoe we hier ‘beneden’ spreken over wat van Boven komt, al was het maar omdat we er in deze wereld nooit onze mond over zullen houden. Dat kunnen we helemaal niet, al noemt 90% van een volk zich seculier.

Een andere titel van hem is ‘Zeker weten. Voor wie geen grond meer onder de voeten voelt’. Nou, ik was al lang zeker dat ik geen zekerheid had als om het geloof ging. Maar ik weet wel dat wij allemaal, ook ik, zekerheden nodig hebben en dat het geloof dan velen in heel veel situaties zekerheid biedt. Dat kan je als niet-gelovige voor jezelf wel wegredeneren, maar dan weiger je iets te zien dat er wel degelijk is en we alleen en als samenleving nodig kunnen hebben. En ik ben niet ongelovig geworden om mijn oude, blinde geloof in te ruilen voor een ander soort blindheid. Ook seculieren kunnen niets zeker weten.

Kuitert bracht een koel soort rationaliteit naar de vraag van het geloof. Dat is soms nodig. Het is goed dat hij zijn koele blik over het geloof heeft doen gaan, er niet aan twijfelend dat hij in zijn twijfel zo zuiver mogelijk heeft geschreven. Maar geloof is ook liefde, haat, mythe en moed; al die emotionele dingen die je niet met een koele knipschaar uit ons kan knippen en ons over onze beperkingen heen kan helpen. Er is geen is onderdeel van onze moderne beschaving die niet via onze beleving van het christelijk geloof is ondersteund: meer dankzij, dan ondanks. Voor mij is de opgave na Kuitert om te zien waar de behoefte aan geloof vandaan komt, te bezien wat het met ons doet en dat te verbinden met dat wat goed en gehecht is aan het merkwaardige product van evolutie dat we zijn. Ik denk dat hij daar geen bezwaar tegen zou hebben. Ondertussen staan we voor een andere opgave.

Weer een kruispunt van geloven

Ik denk dat de eerste jaren van mijn leven in het teken stonden van de strijd tussen geloven en niet-geloven. Letterlijk: strijd. Schooljongensstrijd. Als ‘christelijke aap’ heb ik vieze, vettige, bedorven appels van ‘openbare klapsigaren’ naar mijn hoofd gekregen (nadat ze die eerst op ons veroverd hadden). Katholieken waren de papen van de Tachtigjarige oorlog, die na de eerste echte kennismaking op de middelbare school mij met een carnaval aangenaam verrasten. Al snel merkte ik, dat ik mij binnen mijn eigen, moeizaam bijeengebrachte partij, het CDA, vaak beter thuis voelde tussen katholieken dan mensen uit mijn eigen Grefo achtergrond. Het kan verkeren. En als je zo’n groei, zo’n ontwikkeling achter de rug hebt, is het lastig om de tegenstelling tussen christelijk geloof en Islam erg serieus te nemen. Als niet-gelovige die het geloof serieus wil nemen, was mijn (en is) mijn basishouding positief: het goede zien, de haat beheersen. Intellectueel zijn daar ook wel redenen voor. Niet voor niets dacht Jefferson bij het omschrijven van de vrijheid van godsdienst in de Amerikaanse constitutie expliciet aan aanhangers van de Islam, omdat ze in die tijd een matigende invloed hadden in het gesprek van die tijd. En zoals Arnold Toynbee opschrijft na de Tweede Wereldoorlog, moet de vroege geschiedenis van de Islam, ook die van haar geloof, niet in het minst als een reactie worden gezien op de bruutheid van kruisvaarders en andere veroveraars. Eigenlijk een beetje net zoals het christendom ook een reactie was op de Romeinse overheersing – en er tegelijk veel aan te danken had. In de eeuwen erna zien we vooral hoe het slechtste in elkaar werd versterkt; geschiedenis slaat geschiedenis om de oren en na verloop van tijd zie je alleen nog maar bloed op de muren. En dan is het moeilijk om naar de oorsprong van het geloof terug te gaan en de overeenstemming te zien.

Toch is dat wel wat afgelopen vrijdag iemand met Marokkaanse achtergrond in gesprek met mij deed en wat ik echt waardeerde. Hij zag de overeenstemming tussen de drie godsdiensten vooral als het gegeven dat het in alle drie de Godsdiensten om dezelfde God gaat. Als niet-gelovige waardeer ik zelf vooral dat alle drie in hun boodschap de zelfzuchtigheid van mensen aan de kaak stellen en een vorm van naastenliefde propageren. Met andere woorden; de godsdiensten hebben iets dat transcendent is; over en boven zichzelf uitstijgend, met de Gouden Regel: ‘doe een ander niet wat gij niet wilt dat u geschiedt’ als basis.

Geloof dat marginale figuren nodig heeft

Meer nog dan Kuitert, waardeer ik hierbij het werk van Karen Armstrong. Zij beschrijft scherp, maar zo dat de betrokkenheid er toch doorheen komt, waar de hoofdreligies elkaar raken of, of beter: de manier waarop wij in meer dan vierduizend jaar in Hem geloofd hebben. Om haar te citeren: “De mens heeft altijd een geloof gecreëerd om zijn verwondering voor en zijn besef van de onzegbare zin van het leven in stand te houden.” En: “de mens is niet tegen leegheid en verlatenheid bestand.” In dat vacuüm komt dus altijd een godheid, waarbij het waarschijnlijk is dat dit inhoudelijk, in de boodschap die daarbij hoort een weerspiegeling is van wat Hannah Arend ‘de menselijke conditie’ noemt. In het goede en het kwade, in het optillen van elkaar en in het elkaar naar het leven staan. Ook atheïsme alleen kan dat vacuüm niet vullen als het niet kiest voor welke waarden het staat; anders dan mensen denken, is atheïsme vanuit historisch perspectief niet meer dan een tussenfase (denk bijvoorbeeld aan wat nu in Turkije gebeurt). Ook geloof in niets is een geloof. Hoe we dat geloof invullen en creëren maakt ondertussen wel degelijk uit.

En wat dat betreft ben ik nog altijd gefascineerd door wat de antropoloog Krijn van der Jagt in “De weg omhoog’ heeft geschreven over de historische Jezus. Eigenlijk was, zo volg ik zijn redenering, de kans groot geweest dat Jezus een anonieme en nogal slechte georganiseerde activist zou zijn gebleven in een wereld van stam- en standsverschillen. Een marginale figuur. Dat hij, Goddelijk of niet, dan toch zo’n belangrijke figuur is geworden, heeft alles met zijn boodschap te maken. Gericht op gerechtigheid en niet op macht, een man van ‘communitas’ en van spontaan handelen. Niet gewoontes en rituelen waren leidend, maar hulp verlenen en mededogen. Zijn ‘omkering van waarden’ was revolutionair. Hij zei dat mensen niet onrein werden door het aanraken van dingen buiten henzelf. Een mens wordt onrein door zijn eigen woorden en daden, zo meende hij. Enzovoorts.

Ik haal dit aan, omdat ik meen dat elke godsdienst in principe een plaats en waardering verdient, maar dat dit op termijn wel afhangt van het vermogen tot het vernieuwen van de boodschap en het afschudden van wat buitenkant, onecht en onrechtvaardig is. Daar is geen groter voorbeeld van dan wat Jezus heeft gebracht, maar heb ik altijd de hoop gehad dat zijn voorbeeld een begin voor ons allen zou zijn, niet een soort einde.

Dat is ook het punt waarop ik de constatering dat de drie hoofdgodsdiensten zoveel met elkaar gemeen hebben, laat voor wat die is: al zou van scheppingsverhaal tot Apocalyps de verhalen en gelijkenissen samenvallen, dan nog zijn we als mensen in staat om op een enkel woord uiteen te vallen. Wie verschil wil zien, zal deze vinden. En de verschillen in ontwikkeling tussen de drie hoofdgodsdiensten zijn groot en we hebben nu allemaal televisie en social media om de verschillende te zien en dagelijks te vergroten. Dan moet je echt diep gaan om in gesprek te blijven. En ik vrees dat dit steeds minder gebeurt, reden waarom mijn gesprek van deze week zo is blijven hangen.

Een berg is meer dan haar top

Wat ziet u als u in de buurt van een gebergte komt? ‘Ik zie allemaal hoge toppen’, zegt iemand dan. Klopt, wat nog meer? Dan duurt het even, maar uiteindelijk heeft iemand het ook over de dalen of de voet van de bergen. Zelden zal iemand het direct hebben over de kleine paden en weggetjes, de weilanden, de boerderijen en verspreide stukjes bos die ook onderdeel van de berg zijn. Die de dagelijkse werkelijkheid van elke berg bepalen als je echt dichtbij gaat komen. het zijn de toppen die opvallen. Zo is het nu ook met religies en de berichtgeving erover, zeker die van de Islam. Toppen van terreur, toppen van waanzin.

En zo komen we bij het laatste deel van mijn afwegingen. Dat wordt harder.

De terreur is echt. Waanzin is er. Wilders heeft dan ook makkelijk scoren als hij deze week zegt: “Ons is de oorlog verklaard en we verdedigen ons niet.” Ik zou dan willen zeggen: geef ook eens wat aandacht aan alle berichten die zeggen dat er aanslagen verijdeld zijn. Maar ik kan dat zeggen en ik word echt niet gehoord door de mensen in de kleine gemeenten waar mensen van een ander geloof alleen komen als er een loodgieter uit de stad nodig is. Die komt er veel minder op bezoek dan de nieuwslezer met zijn dagelijkse portie terreur en speelt ook geen rol als je een weekendje Londen wilt plannen en daar toch maar van af ziet. Als je nu de berg klein wilt praten loop je serieus het verwijt dat je die berg niet wilt zien. En krijgt Wilders gelijk.

Dat is dan ook precies de waarschuwing die voormalig PvdA-ideoloog Paul Scheffer liet horen in een lezing afgelopen vrijdag voor het achtenswaardige Montesquieu gezelschap in Den Haag. Hij legde een direct verband tussen de keuze voor Brexit in Groot-Brittannië en de standpunten van de gemiddelde Brit ten aanzien van migratie. Hij liet ook zien hoe breed die afkeer gedeeld werd door zowel de gemiddelde Tory als de stemmer op de Labour lijsttrekker Corbyn en zich zeker niet beperkte tot de UKIP-stemmer. En hoe het electoraat in de rest van Europa onder de juiste omstandigheden net zo reageert als die verdwaalde Britten. Hadden de Europeanen maar wat concessies durven doen op het gebied van migratie, zegt Scheffer dan. Dan zouden we nu niet zo in de problemen zitten. Een interessante visie. Niet helemaal overtuigend, want je geneest een alcoholicus volgens mij ook niet door hem een extra fles drank te geven, maar ik snap heel goed dat mooi bedoelde principes ook ontzettend naïef kunnen uitpakken.

De vraag blijft wat het verstandigste antwoord is op de dreiging die nu van de botsing van de wereldgodsdiensten van Christendom en Islam uitgaat in de optiek van het Westen; van de toppen van terreur in de straten van Nice, Londen en Barcelona tot de vervolging van Christenen in Cairo en de rest van het Midden-Oosten. Is dat het sluiten van grenzen, verhogen van drempels, scheiden van religies, verbieden van moskeeën? Als het helpt, dan moeten we dat op dit moment waarschijnlijk doen. Er is nu eenmaal echt een gillende behoefte ‘om iets te doen’ en harde dingen te roepen. Maar met mijn verstand geloof ik er niets van en zou ik ondertussen hele andere wegen bewandelen.

Wat wil de terrorist?

In een recent bericht van de World Economic Forum stond een analyse van wat nu eigenlijk de motieven waren van de echte terroristen, degenen die daadwerkelijk een aanslag hadden gepleegd. Wat je kunt lezen, is dat het veelal personen zijn met een verknipte achtergrond, vol met geweld en alle zonden die je in het westen maar kunt begaan. Daar wilden ze zich kennelijk van afwenden en via hun stomme daden zich weer respectabel maken in de ogen van hun familie en Allah. Ze moorden niet voor de Islam of tegen het Christendom, maar om met hun eigen fouten in het reine te komen. Ze leven een leven dat één grote dubbele standaard is en blazen de wereld op om van dat gevoel verlost te zijn. Wat een tomeloze dwaasheid.

Het geeft echter ook aan dat de echte sleutel in dat gedrag zit en niet primair in de godsdienst. Daar kan je op aangrijpen als terreurbestrijders – of als leden van de moslimgemeenschap die op een gedrag worden aangekeken dat ook in de ogen van die gemeenschap fout is. En we moeten alleen al op statische gronden ook snappen dat de overgrote meerderheid van de moslims geen terrorist wordt, al worstelen ze misschien ook wel dagelijks met die dubbele standaard van westerse verleidingen en dat doen wat in hun ogen ‘het goede’ is. We moeten op de een of andere manier als christenen en nadenkende niet-gelovigen dus het goede voorbeeld blijven geven. Vasthouden aan onze eigen waarden van ‘communitas’ en spontaan handelen. Zo zit in mijn achterhoofd de wetenschap dat in 2015 ongelofelijk veel vrijwilligers zich bij de noodopvang meldden om hun hulp aan te bieden. Zoveel dat ze er bij het COA gek van werken. Daar school ontzettend veel naïviteit in. En toch geloof ik dat deze vrijwilligers per saldo meer aan terrorismebestrijding doen dan de werkgever die een sollicitatie van iemand met een Arabische naam direct de prullenmand in doet of de politieagent die een auto met Marokkanen erin altijd zal aanhouden. Wetend dat dit allemaal veel te kort door de bocht is voor het meest complexe probleem dat onze samenleving heeft, kom ik toch maar steeds weer bij dit recept uit: waar we maar kunnen het gesprek aangaan. Hard of zacht, naar bevind van zaken, maar blijven praten. Opdat we ergens tussen naïviteit en botheid in laten zien dat integratie loont, van beide zijden. En als dat helpt bij de beleving van de eigen godsdienst? Mijn zegen heeft het altijd.

Peter Noordhoek

Opgedragen aan mijn moeder, Gerda Noordhoek-van den Hout, die op 22 september 2016 overleed.

Wat literatuur:

Karen Armstrong – Een geschiedenis van God. Vierduizend jaar Jodendom, Christendom en Islam. Anthos, 1993.
Peter Harrison – Why religion is not going away and science will not destroy it. Aeon, 7 september 2017.
Dr. H.M. Kuitert – De realiteit van het geloof. Over de anti-metafysische tendens in de huidige theologische ontwikkeling. J.H. Kok, N.V. Kampen, 1967.
H.M. Kuitert – Het algemeen betwijfeld christelijk geloof. Een herziening. Ten Have, 1992.
H.M. Kuitert – Zeker weten. Voor wie geen grond meer onder de voeten voelt. Ten Have, 1994.
H.M. Kuitert – Aan God doen. Ten Have, 1997.
H.M. Kuitert – Hetzelfde anders zien. Het christelijk geloof als verbeelding. Ten Have, 2005.
Larry Siedentop – Inventing the Individual. The Origins of Western Liberalism. Allen Lane Penguin 2014.
Arnold Toynbee – An Historian’s Approach to Religion. Based on the Gifford Lectures Delivered in 1952 and 1953. Oxford University Press, 1956
World Economic Forum – Terrorist extremists don’t kill for islam or christianity. Twitter, 17-9-2017


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek