Maandelijks archief: juli 2017

Murmuraties. Over de kwaliteit van politiek

Een murmuratie is de beweging van een grote zwerm vogels. Zo gedragen we ons steeds meer en dat bepaalt de ‘kwaliteit van de politiek’. . In mijn vorige blog sprak ik over de vraag hoe je – ‘expliciet’ – tot overeenstemming kunt komen over wat kwaliteit is. De lezer heeft het ongetwijfeld begrepen: het is tijd voor de overstap van de ‘politiek van kwaliteit’ naar de ‘kwaliteit van politiek’. In het verhaal zoals ik dat hielp bij mijn verschillende jubilea op 16 juni jl., heb ik de toehoorders als eerste proberen mee te nemen in mijn werk als kwaliteitskundige en een overzicht gegeven van alle manieren waarop je kan proberen om tot overeenstemming te komen over wat dat zou moeten zijn. Ik heb wel geconstateerd dat mensen niet graag expliciet willen zijn over wat ze ‘kwaliteit’ noemen en dat kwaliteitszorg ook een manier kan worden om het moment dat we tot overeenstemming komen zo lang mogelijk uit te stellen: ‘kwaliteit als de langste route naar ruzie’. Het hoort bij de ‘politiek van kwaliteit’ om daar op een verstandige manier een einde te maken en wel tot overeenstemming te komen. Maar wat bepaalt de ‘kwaliteit van de politiek’?

Het begint met een hand

Veel langer dan ik beroepsmatig aan kwaliteit heb gewerkt, loop ik al rond in de politiek. Voor de duidelijkheid: met volle inzet, maar echt als vrijwilliger. In 1982 werd ik lid van een politieke partij, het CDA, maar de belangstelling gaat terug zo ver als mijn vroegste jeugd. En toch heb ik pas vrij recent een soort ‘begin’ ontdekt in het politieke handwerk. Dat komt door mijn campagnewerk. Net als ik ooit aan het kwaliteitsverhaal begon door naar mijn kast met boeken te staren, begon het nadenken toen ik een keer naar mijn hand stond te staren. Begint het daar niet altijd mee? Sindsdien vraag ik bij het begin van mijn politieke trainingen en bijeenkomsten om elkaar een hand te geven. Vervolgens probeer ik het iedereen zo ongemakkelijk mogelijk te maken door ze bijvoorbeeld tegelijk een hand te laten geven en een Japanse buiging te doen. Waarom? Om iedereen even ‘bewust onbekwaam’ te maken bij iets zo dagelijks als een handdruk.

Het is wel de basis. Het geven van een hand. Daarbij gaat het overigens uiteindelijk niet om die hand, maar om de ogen. Uw handdruk zegt best wel wat, maar die geleidt als het ware de ogen van de ander naar uw ogen, waarbij u dan ook nog eens een stem hoort. Ondertussen is het wonderbaarlijk hoeveel informatie er gehaald kan worden uit een simpele handdruk. Wat er aan informatie wordt uitgewisseld tussen de achterkant van uw hoofd en dat van degene met wie u in gesprek bent, daar kan nog altijd geen supercomputer tegenop. Er is niets effectiever dan een handdruk.

Het klassieke probleem is wel, dat het misschien nog wel mogelijk is om iedereen op een bijeenkomst een hand te geven, maar niet alle kiezers. Boeiend is dan weer, dat anno 2017 we door de toepassing van Big Data al weer bijna in staat zijn precies uit te vogelen wie in welke straat en op welk huisnummer een hand moet worden gegeven. De moderne technologie leidt ons van handdruk tot handdruk. Maar dan?

Elementaire paren

Zoals er op meerdere manieren naar kwaliteit kan worden gekeken, zo kan er op nog veel meer manieren naar politiek worden gekeken. Er zijn heel wat meer boeken over geschreven dan over kwaliteitszorg. En toch is er nog wel iets te bedenken dat nog niet eerder is gedaan. Er is een sterke parallel te trekken met wat hiervoor is verteld met twee begrippenparen die nog kaler zijn dan wat ik hiervoor gebruikte. Het eerste bestaat uit het begrippenpaar ‘vertrouwen’ versus ‘wantrouwen’. Het tweede wordt gevormd door de tegenstelling ‘rationeel’ versus ‘niet-rationeel’. Niet-rationeel is in ieder geval een rationaliteit die niet naspeurbaar is voor anderen en waarschijnlijk eerder door emotie (denk aan Daniel Kahneman’s ‘snelle brein’) wordt ingegeven dan door iets dat helemaal doordacht is.

Ons aller ideaal lijkt te zijn dat we zowel rationeel als vol vertrouwen te werk gaan. Het is net als met kwaliteit, daar kan je niet tegen zijn. Waarom lukt het dan zo weinig? In kwaliteitsland zie ik de verbaasde gezichten van kwaliteitsmanagers die niet snappen waarom hun mooie aanpak volgens de Deming-cirkel wordt afgewezen, in de politiek zie ik de mensen voor me die maar niet snappen waarom niet alles per referendum besloten wordt. Dat is toch gewoon een kwestie van het volk vertrouwen, van een rationele aanpak? Nou, niet zonder meer. Maar al te makkelijk wordt aangenomen dat wat mijn vertrouwen heeft en wat in mijn ogen rationeel is, de beste kwaliteit van de politiek vertegenwoordigd. Om het in het Engels te zeggen: ‘the quality of politics is in the eye of the beholder’. Ik, burger, ben de maat van de kwaliteit van de politiek, want ik ben te vertrouwen en wat ik zegt klopt. Totdat je de volgende burger spreekt.

Makers met macht

Het is in grote lijnen weer hetzelfde verhaal: impliciete definities van wat als het al te expliciet gemaakt wordt geen standhoudt (en dus vaak wordt weggemoffeld). Een projectie van de eigen houding en motivatie op anderen en als het er op aan komt het niet zelf meer willen of kunnen overzien – en dan plots vertrouwen op het gezag van een ander, die vroeg of laat dat gezag niet waar maakt.

Een iets beter besef van hoe mensen met elkaar omgaan kan helpen om het proces te duiden. Om in diezelfde begrippenparen te blijven; zij die heel rationeel kunnen zijn, maar handelen uit wantrouwen, dat zijn mensen die al snel de verleiding voelen om uit macht te handelen: het doorzetten van de eigen wil tegen die van anderen in. Mijn kwaliteitsdefinitie, zegt de leider, is bepalend – en die zet ik door. Mijn ervaring is dat er altijd wel mensen zijn die vanuit macht denken, maar hier in Nederland is dat een minderheid of vind je die vooral binnen subgroepen. Er rust een soort taboe op zichtbaar machismo. Zelf Wilders heeft af en toe een kattenfoto nodig. In andere landen wil dat wel anders zijn.

Ondertussen wordt er door journalisten, commentatoren en campagneleiders gezegd dat de persoon van de politieke leider steeds belangrijker wordt. Nou, ik geloof er maar een deel van. Ja, de persoon is belangrijk voor de kiezer, maar als het er op aan komt kan de kiezer prima zonder die persoon. Hoogstens dat een persoon tijdelijk een soort symbolische mantel kan dragen. Hij of zij staat ergens voor; als populist of juist als tegenstander van het populisme, maar daarna kan het razendsnel snel afgelopen zijn. Of, zoals de auteur Frank Herbert, schreef:

Hier ligt het standbeeld van een omgevallen God / Zijn voetstuk hebben wij gebouwd / een hoge en een smalle / Hij moest een heel eind / vallen

Roddels en relaties

Zij die misschien zelf liever op basis van vertrouwen willen werken en tegelijk niet alles rationeel doordenken, zullen niet zozeer eigen macht gaan zoeken als wel de relatie zoeken met anderen die dat wel hebben. Als iedereen dit een goede politicus vindt, dan vind ik dit ook. Hoe kan ik bij hem of haar aansluiten?

Toen ik begon in de politiek, dacht ik dat naar mate ik hoger zou stijgen, er meer en meer een beroep zou worden gedaan op mijn rationeel vermogen en mijn inhoudelijke kennis. Deels is dat ook zo, maar nog sneller dan de ratio stijgt de relatie als cruciale component van de politieke wereld. Wat een verzameling roddelaars bij elkaar. Is het in het bedrijfsleven of in de zorg anders? Niet echt, maar die, mooi gezegd, intermenselijke kant slokt ongelofelijk veel tijd en energie op en de schaduwkant is dat tegelijk met het verdwijnen van kampioenen, in gang gezet beleid met de kampioen de deur uit wandelt en dan moet je maar zien of dat de nieuwe kampioen hetzelfde beleid gaat voeren. Het is volstrekt niet rationeel hoe vaak beleid om zeep wordt gezet door een wijziging van de poppetjes.

Kunnen ratio en vertrouwen worden gecombineerd?

Kunnen ratio en vertrouwen überhaupt wel worden gecombineerd? Wel degelijk. Het heet algemeen belang, het heet parlementaire democratie, het heet rechtsstaat. Er kunnen allerlei interpretaties aan worden gegeven, maar per saldo zijn het wonderen van menselijke constructen. Ratio en vertrouwen zijn er de dagelijks randvoorwaarden van, inclusief het soort checks & balances waardoor bestaand wantrouwen kan worden gereguleerd. Het punt is wel: het zijn constructen waar eeuwen aan is gewerkt en die je net zo min vanuit het niets op een achtermiddag in elkaar kunt zetten, als dat je bijvoorbeeld een nieuw iPhone in een middag kunt ontwikkelen. Ze moeten beetje bij beetje worden opgebouwd. Er naar toespringen via een digitaal referendum is vragen om problemen.

Toch is het digitale ongeduld nu wel degelijk in de samenleving geslopen. Het raakt de politiek, en dan vooral de partijpolitiek, op harde wijze. In de media wordt meer dan ooit aandacht gegeven aan politiek, zeker partijpolitiek. Een oude wet uit de sociale wetenschappen luidt: dat wat aandacht krijgt, groeit. Dat lijkt echter in dit geval niet op te gaan. In plaats van te groeien worden partijen worden alleen maar kleiner en versplinteren. Is dat omdat ze falen in het op basis van ratio en vertrouwen politiek bedrijven? Wie mijn redenering kan volgen, weet dat dit niet zo is. Er is geen ‘schuld’, maar als die er al is, dan ligt die eerder bij ons, als burger, kiezer. We combineren wantrouwen met ‘heel veel andere rationaliteit’ en dat doet ons politieke bouwwerk geen goed.

Ook hierin is de parallel met wat ik eerder besprak over ‘kwaliteit’ voelbaar. We nemen het woord kwaliteit vaak genoeg in de mond, ook in de context van de dagelijkse politiek, maar ontlopen het echte gesprek erover. Dat stuit op een gegeven moment natuurlijk op een grens. Hoe dan ook, meer en meer vertaalt de individuele niet-voorkeur zich in massagedrag. In het gedrag van een zwerm trekvogels.

Murmuraties

Het is een analogie die ik graag gebruik in mijn verhalen over campagnes, zeker in het voormalig Oostblok, waar nog een ouderwetse machocultuur kan heersen. Vergeet de figuur van de leider, vergaat dat persoonsgerichte. Op het totaal van alle maatschappelijke bewegingen kan ook zo’n leider niet veel doen. Zelfs de eerdergenoemde Donald Trump niet, zoals hij meer en meer zal merken. Door ons vermogen tot empathie, ons kunnen verplaatsen in de ander, worden we ook in een soort val gelokt, of beter gezegd: begrenzen we ons, want het is bekend dat we niet in staat zijn met meer dan een paar mensen of gebeurtenissen empathie te hebben. We moeten er echt aan werken om dat te snappen en ar aan te ontsnappen. Wat dat snappen betreft: weet u wat een vlucht zwermvogels doet bewegen? U weet wel, die heen en weer, op en neer gaande beweging van duizenden vogels tegelijk. Hoe werkt dat eigenlijk? Heeft u weleens in zo’n vlucht vogels een ‘leidinggevende vogel’ gezien: zo’n grote sterke vogel die voorop vliegt? Nee. Dat klopt, hoogstens zal een paar seconden zo’n vogel te zien zijn, maar dat is dan eerder toeval dan iets anders. In essentie is zo’n vlucht zwermvogels leiderloos. En toch werkt het. Als een heen en weer zwaaiende ‘murmuratie’ tegen een heldere herfstavond.

Dat komt doordat elke vogel zich gemiddeld aan dezelfde regels houdt. Het zijn, afhankelijk van de bioloog die je raadpleegt, zo’n 5 tot 7 regels, maar in de kern zijn ze te herleiden tot de volgende drie:

  1. Hou de vogels direct in je buurt in de gaten (dat zijn er slechts enkele)
  2. Vlieg naar het midden van de zwerm (daar is veiligheid)
  3. Zorg dat je niet op elkaar botst (dat is het gevaar)

In dat laatste geval zwenk je, samen met de vogels in je directe omgeving, uit en wordt een nieuwe richting voor de vlucht ingezet.

Zo werkt het onder vogels. En zo werkt het in toenemende mate onder mensen. Individuen met het gezag van een president moesten buigen voor de mensenmassa’s in Kiev en Kaïro. Omgekeerd werd een president in het zadel gehouden door een mensenmassa in Istanbul. Hoe? Door superieur werk van leidinggevenden? Integendeel. Die waren nergens te zien of werden zelf opgejaagd. Nee, het was doordat vriend X via facebook, Instagram, WhatsApp of hoe het ook een groepje vrienden mobiliseerde die weer een groep vrienden mobiliseerde, etc. Of door vriendin Y die vond dat het te gek was wat er allemaal gebeurde en of we ons op zaterdag of 10.00 uur in de ochtend zouden kunnen verzamelen op een plein. Neem de bus. Het start met de vrienden zoals we die in de gaten kunnen houden. We verzamelen ons en zoeken veiligheid en verbondenheid in de massa, maar het moet niet te gek worden want dan verspreiden we ons weer.

Honkvaste zwermers

Toch moeten we er wel iets bij bedenken. Zelfs vogels zijn meer dan een verzameling stimulus-respons reacties op externe prikkels. Ook zij hebben dingen in hun DNA of collectief geheugen die maken dat ze niet alleen maar willekeurig rondvliegen en min of meer logische routes volgen. Bij mensen is dat vanzelfsprekend nog veel meer het geval en ook zonder filosofische discussies over het bestaan van de ‘vrije wil’ weten we dat er bij mensen meer keuzes mogelijk zijn. Dat is ook reden voor optimisme: we leren en we kunnen ons aanpassen. Wat we beter door moeten hebben, is dat dit aanpassingsvermogen nu beperkter is dan voorheen, omdat we nu op een wezenlijk andere manier dan vroeger deel uit zijn gaan maken van massabewegingen.

Om dat uit te leggen – ik beken: ik doe dat langzaam en heen en weer zwenkend als een murmuratie, omdat ik hoop dat mijn punt zo beter te proeven is – begin ik hier, in de fysieke omgeving. Tussen datgene wat we kunnen zien: de wanden van een mooi gebouw. Deze lezing wordt gehouden in het voormalig Weeshuis, letterlijk gebouwd met aalmoezen. Samen met het hier tegenoverliggende Willem Vroesenhuis, een prachtig voorbeeld van een van de voorlopers van de welvaartstaat. Geloof maar niet dat het in die tijd fijn was om hier te leven. Toch, de stenen bleven geduldig. Dit weeshuis werd een echte school en daarna een prachtige bibliotheek. Nog maar heel onlangs is die bibliotheek verplaatst naar een parkeerplaats aan de rand van de stad. Een slimme, goede zet, omdat het daar meer mogelijk is ‘een beleving’ te creëren. Het geeft tegelijk ook aan hoe we ons als het ware via concepten toch proberen minder afhankelijk te maken van gebouwen en plaatsen. Het persoonlijke kan daarbij niet gemist worden. De nieuwe bibliotheek heet de Chocoladefabriek. Dat is in ieder geval een slimme verwijzing naar boek en film van Roald Dahl. Het is ook een verwijzing naar het industriële verleden erachter. Op het gebouw staat de beeltenis van Leo Vroman, die juist ten tijde van de opening bij zijn overlijden in belang even uitsteeg boven het niveau der kenners. We voelen de wereld groter worden en reiken naar alles wat die vertrouwd kan maken of in wiens schaduw we mee kunnen liften, maar ondertussen beseffen we nauwelijks hoezeer wij al onderdeel zijn van de grote massa. Hoe we ons terugtrekken in onze eigen cocon, in ons eigen huis, ons eigen beeldscherm van TV, computer en mobiele telefoon – en zo goed als tegelijk wegvliegen in wereldwijde web.

Het is natuurlijk niet nieuw wat ik hier beschrijf, maar ik vraag u toch dit laatste nog eens goed tot u door te laten dringen en daar het inzicht aan te koppelen over hoe zwermen zich gedragen. Laat ik u nog wat meer verleiden om de beleving letterlijk te maken. Iedereen die dit nu aan het lezen is, wil ik allereerst vragen goed om zich heen te kijken en te beseffen dat hij of zij nu tussen muren dit aan het lezen is, waarschijnlijk thuis of op een vaste plaats. Vervolgens wil ik iedereen vragen om (alleen figuurlijk!) de eigen stoel los te laten en omhoog te gaan vliegen. Voel je omhoogvliegen in de digitale lucht. Meng je tussen alle andere vogels daar en voel hoe die, gestuwd door allerlei mediawinden heen en weer en op een neer gaan volgens de regels die we eerder hebben besproken: kijkend naar de vogels het dichtste bij, zoekend naar veiligheid in het midden van de zwerm en wegzwenkend als je te dicht bij de anderen komt, wat nogal eens het geval is. Mocht je tijd over hebben om verder om je heen te kijken, zie dan dat de omgeving een andere is dan je stad of straat. Net zoals zwaluwen niet met ganzen vliegen, of ganzen niet met meeuwen, zo vlieg je hier ook niet rond met anderen dan gelijkgezinden. Maar ook met gelijkgezinden kan het ingewikkeld zwermen zijn. Dan weer een bocht naar links, dan weer een zwenking naar rechts. Voortdurend de anderen in de gaten houdend, je eigen vleugels beschermend. Veel tijd om na te denken is er dan niet. Waar vliegen we eigenlijk naar toe, behalve naar en van elkaar af?

De betere zwermboodschap

Het is mijn overtuiging dat in een tijd van zwermvorming, je maar weinig van elkaar kunt vragen. Dat is niet omdat mensen opeens dommer of slechter zijn geworden, maar omdat je meer dan genoeg hebt aan elkaar en je eigen vlucht en plekje in de zwerm.

De fout die wij maken – ik ben doorgaans geen uitzondering – is dat we op een de verkeerde manier de mensen binnen die zwerm proberen te bereiken, schreeuwend vanaf de grond. Beleidsvoorstellen? Te ingewikkeld. Een verkiezingsprogramma? Een paar van ons hebben belangstelling. Een lijsttrekkersdebat? Even. Ideologie? Geen tijd. Een nieuwe leider? Wie? Die kleurige man? Als hij de weg weet, ja natuurlijk.

Populisme werkt niet omdat het simpel is. Gematigde politici kunnen ook met iets simpels scoren. Simpel scoort omdat al het andere niet te zien is. Althans, zolang onze diepere instincten niet geraakt worden. En die hebben we wel. Wat voor vogels geldt, geldt nog veel meer voor mensen: de wens om thuis te raken, een plek om te landen en nesten te bouwen. Een wens die bij mensen zo sterk is, dat de zwerm niet afgewacht hoeft te worden. Initiatief bestaat. Wat er nodig is, is een richtinggevend idee, gebracht door een politicus die het uiterste bereikt in termen van kwaliteit van de politiek. En dus een boodschap brengt die simpel maar niet de zware niet plat slaat, eenvoudig is, maar wel de juiste richting wijst. Kwaliteit van de politiek krijg je als je allereerst beseft onderdeel van die zwerm te zijn en daarbinnen te vliegen. Je bent maar zo’n kleine vogel, eentje maar. Vergelijk je het aantal mensen dat politiek actief is met het totaal van de bevolking, dan is dat bijna niets. Maar omdat elke vlucht van een zwerm wel degelijk beïnvloedbaar is, zijn er mogelijkheden er een betere vlucht van te maken.

Meer d>n Nu

Zonder de pretentie dat ik die kwaliteit in huis heb, heb ik er wel lang over nagedacht wat de kernboodschap moet zijn. Ik heb die lang gezocht in een betere politieke ideologie, heb naar nieuwe structuren gaan zoeken en allerlei campagnetechnieken gezien en uitgeprobeerd. Toch faalt alles op twee punten: ze zijn te ingewikkeld en ze zijn te specifiek. Wat je nodig hebt is iets dat stimuleert en tegelijk uitnodigt om te argumenteren, om het in te gaan vullen. Meerdere jaren heb ik er over gedaan om iets te bedenken dat maximaal paradoxaal en maximaal basaal is. Het gaat om: ‘Meer d>n Nu. In mijn volgende en laatste blog zal ik daar apart op ingaan. Waar het hier om gaat, is dat de kwaliteit van de politiek in belangrijke mate wordt gemaakt door de kracht van de boodschap. Een kracht die wordt bepaald door de mate van herkenning en overeenstemming. (anders dan de ‘politiek van de kwaliteit’, waar het gaat om de kracht van het proces dat tot overeenstemming leidt. Het start dus met een boodschap die echt basaal is: het gaat om MEER d>n NU!

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek