Maandelijks archief: februari 2016

Het referendum als Game of Trolls

Schermafbeelding 2016-02-28 om 20.34.31

 

 

 

 

Ik ben vreselijk bevooroordeeld en puur geïrriteerd. Deelnemers aan mijn trainingen in Oost-Europa hebben op het Maidanplein gestaan en daar echt hun leven gewaagd. Ze laten nog echte moed zien, in tegenstelling tot. Ja, ik weet – weet het echt – dat Oekraïne een vreselijk moeilijk en vaak corrupt land is, maar dat is geen reden om ze in de steek te laten. Ik vind de argumenten van veel neezeggers ronduit laf. Dus ik wil, ik ga ‘JA’ stemmen en zal zeker mijn beurt in het stemhokje niet voorbij laten gaan. Maar mijn irritatie gaat verder. En door wat kleine mediaberichten krijgen die vastere vorm. Het wordt waarschijnlijk een van die blogs waarvan je later zegt ‘jongetje, jongetje toch, maak je niet zo druk’, maar soms moet het er gewoon uit.

Er zijn er meer van dan ooit: e-mails die er uit zien als echt, maar je in werkelijkheid verlokken tot iets wat jou en je gegevens in handen speelt van criminelen. Er wordt veel tegen gewaarschuwd, maar de mails zien er steeds ‘echter’ uit en er zijn er nog meer dan genoeg die er in tuinen.
Ergens op een zolderkamer of smoezelig kantoortje zitten schaduwachtige figuren die dit uitdenken: een manier om het systeem te tillen. Ze spelen een psychologisch spel: doe je voor als een instituut door de symbolen, kleuren en huisstijl van zo’n instituut te imiteren. Gebruik de taal van het instituut en wek de indruk te goeder trouw te zijn. Ga het slachtoffer vervolgens verleiden tot een actie die, als ze het zouden hebben doorzien, nooit hadden genomen. Bingo.

Als ik in maart de oproepkaart voor het referendum binnenkrijg, zal ik het net zo zorgvuldig bekijken als een email die ik van phising verdenk. Is dit echt een oproep van de overheid voor een referendum of wordt ik hier door een schemerige omroep gebruikt voor iets anders?

Terwijl ik dan met de stemkaart in mijn hand sta te draaien, gaat er nog iets door mijn hoofd wat nog verder gaat dan phising. 95% van de kwaadaardige software komt uit Rusland en die kennis zorgt voor een bruggetje voor de volgende associatie. Dan kom je uit bij wat iemand als Roland Freudenstein de ‘Game of Trolls’ noemt. Het is een spel dat al jaren volop in de Baltische staten wordt gespeeld: Estland, Letland en Litouwen. Dat zijn staten waarvoor, mede met behoorlijke Russiche minderheden, de ‘Game of Trolls’ een bijna dagelijkse werkelijkheid is. Waarin het verder gaat dan de gebruikelijke digitale desinformatie, is dat het ongenoegen van groepen mensen – niet in het minst natuurlijk dat van de Russische minderheden – wordt geëxploiteerd. Opeens komt er dan een politieke partij bij met een zwaar destructieve agenda, worden demonstraties gehouden, komt het tot rellen met meer disinformatie en wordt het nieuws gehaald met steeds extremere uitspraken. Als u denkt dat dit al in Nederland gebeurt, dan heeft u in zekere mate gelijk, maar het is vele malen erger in de landen die aan Rusland grenzen. Het komt er op neer dat alles wordt gedaan om de kernwaarde van democratie onderuit te halen via diezelfde weg van democratie.

Doen alleen de Russen hieraan? Zeker niet. Evenmin zal ik alles tot samenzwering verklaren. Domheid is doorgaans een betere verklaring van ongein. Tegelijk komt er wel degelijk digitale agressie vanuit Rusland en op grote, grote schaal.

Nu naar het referendum van 6 april. Zeker zal ik die stemkaart als echt beschouwen. Denk ik dat Roos en Baudet Russische spionnen zijn? Nee, ik moet aannemen dat ze het eerder uit een oprecht gebrek aan stijl doen dan iets anders. Dubbele agenda’s hebben de personen genoeg, maar ook daar is geen wet tegen. Maar alles rond het referendum heeft de geur van trolling, van burgers die gebruikt worden in een groter spel.

Veel commentatoren spreken met een omfloerste mond hun bezwaren tegen het referendum uit omdat we het ‘ten slotte’ over een democratisch recht zouden hebben. Daar moet de democratie toch tegen kunnen? Ik ben gevoelig voor dat argument, maar aan alles zit een grens en dat het tijd is dat we een meer robuuste benadering van democratie zouden moeten hebben: misbruik wordt bestraft. Een referendum moet gaan waar het over gaat, dat is de minste eis die je er aan kunt stellen. Als de indieners zonder gêne zeggen dat het ze bovenal gaat om het onderuit schoffelen van de Europese Unie (of welk ander doel dan ook), dan wel opvallend bezig zijn met het dienen van commerciële of eigen politieke doeleinden (Roos die op het congres van de VNL spreekt), dan zou dat reden moeten zijn om het doorgaan van het referendum aan de orde te stellen. Een referendum is een machtsmiddel. Macht moet worden ingezet voor het doel waarvoor het wordt gebruikt. Misbruik moet worden voorkomen, zoals spam in de filter terecht moet komen.
Peter Noordhoek

Brexit and the Visigrád challenge

Brexit

Schermafbeelding 2016-02-21 om 21.41.13

 

 

 

 

 

It is going to happen on the 23rd of June: the referendum on Brexit. For all those who think leaving the EU is a good idea; watch how the Brits will be tearing each other up before and especially after a decision to leave the EU, especially as this will not just be about the EU but also about the not-so United Kingdom itself. I am afraid the referendum will bring no resolution but only recrimination. An example can be found in the decision of Boris Johnson not to back his prime minister. His decision makes sense in the light of his own books, but many, including me, will see it as a crude grab for the mantle of power within the Conservative party by a very vain man. Even though Labour is in a total mess, this will leave the Conservatives in tatters. Who will pick up the pieces? Does it matter?

I used to be fiercely against any form of Brexit. In many many contacts with the Conservative party, and also in my writings for their blog Conservative Home, I went out on a limb to show how important it was fort hem to keep on joining the the Netherlands as a partner in Europe. I must say that ever since their stupid desertion of the EPP I have had it up to here with the Conservatives. There is only so much stupidity you can bear (though I will always remain love their country, but that is not for now). I am even beginning to get a bit optimistic about the consequences of Brexit.

Commentators like Arend Jan Boekesteijn fear a Brexit because they see it as a chance for the French bureaucrats to centralise Europe in their bureaucratic way. I am not so worried. Not only do I think the French themselves are falling out of love with their own habits, there is also the fact that most senior posts in Brussels are no longer in the hands of french civil servants. If there is one country that dominates it, it is in fact the Germans. And in a way there lies my hope. Without Britain to keep on frustrating any form of true cooperation or integration, Europe might be able to speed up its decision processes enough to come back into swing. A full Federation it will not become, but anyone who knows how the British prevented Frontex from becoming something useful or Europe having some defense capacity, knows where progress can be made.

So, as impossible it is for me to say I want a Brexit, I will not cry too much for Europe over it if and when it happens. I do will cry for Britain if it happens.

For Europe Brexit might mean another chance. But there are many dangers on the horizon. One of the biggest complication in any renewal of Europe comes from dealing with the Visigrad countries. I do not know if many readers will follow me to the next paragraphs, but it will not be unimportant how they will use a Brexit. I wanted to write about them as a separate blog, but is is useful to do it in combination with a possible Brexit, as they could be swinging the balance.

Visegrád

Schermafbeelding 2016-02-19 om 09.30.22

 

 

 

 

 

The Visiwhat ..? The Visegrád group, or V4, is an alliance of four central European countries: Hungary, Poland, Slovakia and the Tsjech Republic, often joined by Austria. The name derives from an agreement between the countries in the town Visegrád in 1335. Together they now form the group of the richest post-communist countries in the EU. And their influence is increasing. Lately we heard from them on two big matters: the refugee crisis and Brexit. Our Western reaction to their positions and demands is often one of irritation: ‘who do they think they are?’ I do frown at some of the positions the Visigrad countries are taking, but irritation is not the right or smart response. We should start by trying to find a better answer to the question who they are.

There are a number of factors that define the position the Visegrád countries are taking on refugees (closed borders, refusal to accept any refugees) and Brexit (demanding a free access of migrants from their countries in Britain, including regular benefits). It is more than a hard bargaining position, fitting to countries where you do not get very far without playing hard ball. Of course is a meeting of different mind-sets, of cultures that have been built on the show of strength. But why now, why this banding together of countries that ever since they joined the Union in 2004 showed themselves to be more followers than leaders? There are two reasons. One is that they are reacting to the perceived weakness of the Western EU-countries, notably Germany. Second is that compared to the Western countries, they are thinking geopolitics and not geo-economics.

All four have reason to believe they know Russia better than the others do, just as they have good reason believe that Russia only responds to strength. They may have become members of the EU for economic reasons, but in the end it is their geographic position that matters most, just like their NATO membership is even more important than an EU membership. For that reason, they value and respect shows of strength. Having done relatively better than the southern European countries during the crisis, they also have less reason to act modest.

Most clearly this new assertiveness shows itself in their blunt refusal of (Muslim) refugees) and their setting up of borders. More subtly they have done so in the dealing with Brexit. Subtly? Yes, publicly they fought hard to let migrants from their counrties keep their benefits, but in the end not only did they struck a nice bargain, they could also be pleased to have the British precedent when it comes to a stronger national position versus Brussel. Because there can be little doubt that in the end it is a nationalistic agenda the Visigrad partners have in common. Never have they shown to be effective trade partners, even among each other. What seems bind them is their common goals outside their block.

Nothing nice, but nothing terribly dangerous then, you could say. We might even learn from their forcefulness. It is not that simple. All of the Visigrad countries are at heart nationalistic, but they are also very susceptible to the lure of a personalised system of government. With the change in government in Poland, in a way all four have now fallen for that lure. It means that the concept of the ‘Rule of law’ – always shaky at best – now seems to have dessapeared beyond the horizon. That, of course, is not the lesson to learn from Putin. It means that Orban is suddenly no longer alone in his activism and overurning of the law, even that of the constitution. Poland is in a hurry to do the same, The Tsjech Republic now has a Social democratic prime minister with christiandemocratic support, but their hold on power could be better. Meanwhile president Zeman is considered to be islamofoob by the UN, just as his predecessor Klaus was virulent anti-EU. Slovakia is used to its own enigmatic course, especially towards Russie, but it now has big brothers now with whom to team up. It is a strong group, this Visigrád group, but it has the makings of a powerful block.

All this could be considered ‘business as usual’ if not for the fact that Germany seems overburdened with the task of keeping Europe together, with no other country taking the load. If and when the referendum will be a ‘no’, two things will probably happen with regards to the Visigrad group of countries in which they can and will play a powerfull role.

The first thing is that they will realy be wanting to do more to keep the British in. Poland especially has no wish to see their old ally (and biggest European army) go. They just do not want their migrants to pay for it. The logical reaction would be that they would require from Germany and the more European minded countries a new proposal by which more shall be done to offer Britain terms that will ‘revive the nation state’. It will basically turn Brussel into a lame duck.

The second thing is that they will begin a power struggle over the soul of Europe if Brexit is a fact. In a way that will be much more overt than what the Spanish, Italians or French usually do, they will require both committmebts and freedoms that have little to do with the European legal system and all with power gureantees against possible enemies. In short, they will (help to) turn the EU from an economic to a geopolitical entity. Now in itself this can be good and can be bad, but I am proud of a Europe that is steeped in the rule of law and I would warn for any new Europe that does not start from there.

Peter Noordhoek

Erasmus en de nieuwe reformatie

Schermafbeelding 2016-02-14 om 20.48.23Kent u Erasmus? Ik niet echt. Humanist, ‘lof der zotheid’, tolerantie – zoiets. Ik heb dat boekje in mijn kast staan, maar echt ’zot’ wilde het voor mij maar niet worden. Wat hij schreef over verdraagzaamheid leek mij evident.

Exact. Dat leek voor mij, ons, evident. In zijn tijd was dat allerminst zo. Hij heeft zelf zijn boek saai gemaakt. Anno 2016 moet er misschien een nieuwe ‘Lof der Zotheid’ worden geschreven, want de vanzelfsprekendheid is weer weg. Het spannende is dat Erasmus een sleutelspeler was in de ‘reformatie’, de heftige periode waarin de katholieke kern in stukken brak. De andere belangrijke speler uit deze tijd was Luther. In de tegenstelling tussen die beiden zit iets dat in de huidige heftige periode ook tot nadenken stemt. Maar eerst het voor mijzelf ‘zotte’ stuk.

Ik hang

Ik hang. Op nogal wat plaatsen door mijn stad hangt mijn hoofd, voorzien van een digitale Erasmus muts. Ik ben gewaarschuwd dat ik zelfs op de bus te zien ben, al heb ik die bus tot nu toe gemist. Ingegaan op een uitnodiging voor een fotoshoot rondom de Erasmustentoonstelling, had ik geen idee dat het hiertoe zou leiden. Complimenten voor de mensen van Museum Gouda en 3Megawatt, die het allemaal hebben bedacht en uitgevoerd.

Het is gek, maar ik heb geen moment bedacht dat ik als een soort Erasmus door Gouda heen zou komen te hangen. Waar ik ook niet aan heb gedacht, is dat onder mijn hoofd dit zou komen te staan: ‘IK WIJK VOOR NIEMAND’ (de vertaling van Erasmus’ lijfspreuk: ‘Cedo Nulli’. Hoezo ‘ik wijk voor niemand’? Dat doe ik dagelijks, al was het maar om veilig thuis te komen. En Erasmus is een humanist. Ik geloof niet dat ik daar ooit veel mee heb gehad. Kortom; ik ben mij in de man en zijn tijd gaan verdiepen. Terwijl ik deze laatste zin tik, bedenk ik mij iets, hef mijn hoofd op, luister en kijk om mee heen. Opeens besef ik dat ik aan een straat woon en in een huis leef waar Erasmus moet zijn geweest. In mijn hoekje van de stad, vlak bij de St Jan, is hij verwekt en heeft hij jaren gewoond. Ik zou hem als het ware kunnen horen terwijl hij onder mijn raam over de Oosthaven loopt en zien als hij de kamer inkomt en wat in zijn tijd waarschijnlijk een winkel of brouwerij zal zijn geweest. Moet ik hem nu groeten? Uit beleefdheid doe ik het, maar eerlijk gezegd niet helemaal uit overtuiging.

Waardering

De hernieuwde kennismaking bevalt namelijk niet zo heel veel beter dan die van mijn middelbareschooltijd. Ja, ik lees de woorden die pleiten voor verdraagzaamheid. Ja, zijn milde opvatting over onderwijs kunnen we nog steeds ter harte nemen. Prachtig, zoals hij zijn kennis en schrijfvaardigheden aanwendde om door heel Europa heen kennis te verspreiden. Mooi, zoals hij vriendschap boven een afstandelijk godsgeloof plaatste. En zeker, zijn kritiek op hoogwaardigheidsbekleders was terecht. Hij had groot gelijk in in zijn kritiek op het afkopen van aflaten en andere bewijzen van de schijnmoraal zoals die in zijn tijd heerste.
Maar zelf wist hij er ook wat van; van schijnheiligheid.

Schermafbeelding 2016-02-14 om 20.49.55

Hij wist van wijken

Allereerst; zijn lijfspreuk is nogal misleidend. Als er iemand van wijken wist, dan was het Erasmus. Dat deed hij al in de buik van zijn moeder. Hij is verwekt in Gouda (zoon van een priester en de dochter van een arts) en wordt geboren in Rotterdam. Daar woont hij een paar jaar en gaat dan al snel weer wijken, ook weer richting Gouda en een klooster in de buurt, maar uiteindelijk door heel Europa, met Bazel als zijn favoriete bestemming. Nooit zou hij helemaal tot rust komen en stoppen met wijken.

Vileine vijand en vleier

Hij week ook in zijn werk regelmatig. Naast een vileine vijand, kon hij ook een groot vleier zijn. In beide was hij voor mijn gevoel ‘over the top’, al kan dat zeker te maken hebben met mijn gebrek aan gevoel voor de Middeleeuwse mens. Het maakt in ieder geval dat zijn ‘Lof der Zotheid’ niet zo leesbaar is als de leraren Nederlands in mijn tijd en nu lijken te denken. Maar eerlijk is eerlijk; het was toen heel wat moeilijker dan nu om contact te onderhouden. Nooit kon je er zeker van zijn dat iemand zou ontvangen wat je aan een ander had toegestuurd. Sneller dan een paard ging niets. Alles moest dus raak zijn en dan maar beter een (mooi) woord te veel dan een woord te weinig. Dat gold zelfs voor zijn eigen voornaam: het ‘Desiderius’ (‘de gewenste’) was een naam die hij zich pas later aanmeet, en waarbij het aan ons is om die voornaam – gelet op zijn afkomst – al dan niet serieus te nemen.

Schermafbeelding 2016-02-14 om 20.50.14

Erasmus en Luther

Erasmus was dus iemand die zich eigenlijk nooit goed via het geschreven woord zou laten kennen – en tegelijk is dat zo goed als alles wat we van hem hebben. Het is het verdienste van de tentoonstelling zoals die nu in Gouda wordt gehouden, dat we dat weinige nu wel bij elkaar zien: een heel klein portret, een mes, een zegelring. De rest moeten we uit zijn keuzes halen. Dan is er één ding dat intrigeert: zijn omgang met de Rooms-katholieke kerk. Mede vanwege zijn kritiek op de kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zou ‘Lof der zotheid’ en zijn andere publicaties worden verboden (maar opmerkelijk genoeg pas na zijn dood!) en hij spaarde ook de paus niet in zijn kritiek. Tegelijk zou hij wel voor kiezen zijn hele leven binnen de katholieke kerk blijven. Hij wilde van binnenuit hervormen, niet van buitenaf. Hij herschreef de het Nieuwe testament, maar wel in de universele taal van de elite, het latijn

Luther zou een andere keuze maken, al was het maar omdat hij een vertaling van de Bijbel in de landstaak wilde maken, zodat iedereen de Bijbel zou kunnen lezen. Luther zou uiteindelijk zou uiteindelijk deze en andere wensen in de vorm van stellingen op de deur van de kerk in Munster spijkeren, het begin en tegelijk hoogtepunt van de ‘reformatie’. Katholicisme en protestantisme zouden eeuwenlang onverzoenbaar naast elkaar gaan bestaan.

Reformatie

Reformatie was de breuklijn van die tijd. Aangespoord door de revolutie van de drukpers – niet onvergelijkbaar met nu – was het een richtingenstrijd die al snel in meerdere oorlogen uit zou monden. In die tijd was er ook de dreiging van ‘de Turk’ (eind 15e eeuw stonden de moslims nog voor de muren van Wenen), maar dat was van een andere orde. Van een afstand bezien (niet inhoudelijk, maar qua onbegrijpelijke intensiteit) lijkt de splitsing op die tussen soennieten en sjiieten. Van dichterbij was het een meer herkenbare strijd om de macht, gevoerd langs de lijnen van de Bijbel.

Erasmus en Luther (al snel aangevuld door Calvijn) waren de intellectuelen die deze richtingenstrijd woorden gaven. Aanvankelijk waren ze vrienden, later werden ze vijanden en voerden op het scherpst van de snede hun pengevecht uit. Het is een boeiende tegenstelling.

Luther is degene die grenzen trekt en daarna van geen wijken meer weet. Hij staat echt voor zijn principes en zijn doorbraak naar het lezen van de Bijbel naar het hele volk is de juiste; het is tijd dat de burgerij een einde maakt aan het schaamteloze misbruik van vorst en kerk. Een volk als het Nederlandse heeft er haar bestemming in gevonden.

Tegelijk is de prijs van Luther wel erg groot: tientallen jaren van bloedige burgeroorlog. In vergelijking daarmee is de opstelling van Erasmus een weldaad. Hij zoekt het niet in principes maar in deugden. Hij laat bijvoorbeeld de deugd van verdraagzaamheid zwaarder wegen dan het conflict. Hij is ervan overtuigd dat de rol van de paus in de vorm van die tijd is uitgespeeld, maar zoekt toch de toenadering. Erasmus is de hervormer van binnenuit: de evolutionair tegenover de revolutionair Luther. Ook hij krijgt zijn gelijk; de katholieke kerk overleeft en hervindt haar eenheid – maar hij is er mede debet aan dat het conflict zich eindeloos heeft kunnen voortslepen.

Twee reformaties

Reflecterend op de tegenstelling tussen beiden, is het mij zwaar te moede. Hoewel de real politiker in mij meent dat Luther het historisch gelijk aan zijn zijde heeft, is de antirevolutionair in mij meer met Erasmus verbonden dan met de dikke Duitse monnik. Ik zou altijd kiezen voor het verbeteren van binnenuit. Maar het geeft geen vreugde, ook omdat je zou kunnen zeggen dat we in een tweede, dubbele reformatie leven.

De eerste speelt zich af in het Midden-Oosten. Na de Arabische lente zien we dat de uitleg van de Islam zich heeft verhard, met IS als meest extreme gevolg en het conflict tussen de twee interpretaties van de Islam zo heeft verscherpt dat dit de echte reden is dat Irak, Syrië en Jemen waarschijnlijk nog jaren als brandhaard zullen gelden. Soms wordt gezegd dat de Islam ‘een Luther nodig heeft’, maar dan vergeten wij dat de Arabische wereld die al heeft gehad. Wat de Arabische wereld nodig heeft is een Erasmus. Eén die de deugden weer naar voren brengt in het verhaal van de Islam, of de lof der Zotheid weet aan te geven in de idiotie van baardapen met tulbanden.

Latijns

De tweede speelt zich in Europa. Ook hier is alles in beweging. Het schuurt en het scheurt. Aan goede intenties lijkt het niet te ontbreken. Het verhaal over Europa is één grote speech over deugden. Niet voor niets lopen juist de katholieken voorop als het gaat om het grote Europese ideaal. Maar ook mensen met een protestantse achtergrond zoals Merkel weten dat ideaal van de deugden keer op keer te verwoorden. Het wordt gemeend. Alleen lijkt het te veel om hoogmissen en preken te gaan die worden afgestoken in een elitair Latijn. De would-be Lutheranen lopen al rond om zonder stijl hun stellingen aan digitale poorten te spijkeren. Het krijgen van het eigen gelijk zou voor hen weleens belangrijker kunnen gaan worden dan het betalen van de oorlogsprijs. Ik heb angst over hoe dit af kan lopen. Nu al, als we in april mogelijk de verwerping van een zo’n Latijnse tekst gaan krijgen via een referendum.

Wie?

Ik ben als middelbare scholier niet door Lof der Zotheid gekomen, ondanks dat het een klein boekje was. Naar ik begrijp beslaat zijn totale oeuvre tientallen dikke boeken. De geest ervan heeft Europa gevormd, maar de concrete teksten hebben mij verveeld. Wat ik de laatste weken over Erasmus – en over Luther – weer heb geleerd is dat saai niet slecht of onbelangrijk is. Ik moest het weer eens leren. Te laat. Nu hang ik met mijn hoofd op een poster met het ‘ik wijk voor niemand’ eronder en rij ik met een lijnbus mee door de stad. Ik weet nu dat ik die eer niet verdien. Toch, mocht ik moeten kiezen tussen een Merkelliaanse Erasmus en een Stijlloze Luther, dan is de keuze niet moeilijk. En wat ik echt, echt heel goed vind, is dat de organisatoren van de tentoonstelling niet alleen maar mijn foto hebben genomen, maar ook nog die van vele anderen, van jong en oud, vrouw en man, van belangrijk en zomaar iemand. Rijden maar, chauffeur!

Schermafbeelding 2016-02-14 om 20.44.01

Peter Noordhoek

Voorverkiezingen: Iowa, CDA en Europa

Schermafbeelding 2016-02-07 om 20.29.33

De Amerikaanse voorverkiezingen lopen en inspireren tot een beschouwing over het fenomeen ‘primary’ – voorverkiezing. Niet alleen in de VS speelt dat, ook in Nederland richting de volgende Kamerverkiezingen. Mogelijk gaat het ook in Europees verband spelen. Samen levert dat een soort combinatie van 3 blogs op. Selecteer vooral – al zijn ze natuurlijk alle drie spannend.

VS

Het gaat om de handdruk

400.000 stemmers op meer dan 250 miljoen Amerikanen hebben de toon gezet. Trump heeft schade opgelopen, Cruz wint de eerste ronde en Rubio is de slimme derde. Met de dreiging van sneeuw in de lucht, trokken duizenden overwegend zeer gemotiveerde stemmers (ca. 20% van het electoraat) naar schuren, huiskamers en dorpszaaltjes toe om te bediscussiëren op wie er gestemd moest worden en het vervolgens te doen. In deze video over de verkiezingen in Iowa, legt iemand uit, “dat wij in Iowa gewend zijn om afspraken (‘deals’) via een handdruk te maken. Daarom hechten we er aan de handdruk van de kandidaten daadwerkelijk te voelen”. Super democratisch als proces dus, al is het ook super niet-representatief vanuit een Amerika-breed perspectief. We hebben er in ieder geval weer een schitterend startschot aan te danken van ‘the greatest show on earth’.

New Hampshire is de volgende staat en daarna volgen tot 1 maart – Super Tuesday – nog de ene voorverkiezing na de andere. Mijn gevoel zegt dat er daarna nog slechts drie serieuze kandidaten zijn: Trump, Cruz en Rubio, waarbij de laatste de kandidaat van het ‘establishment’ is geworden. Zij rekenen er op dat Trump en Cruz elkaar afmaken, zodat Rubio er met de overwinning vandoor kan gaan. Aan het alternatief moeten ze niet denken.

No we won’t

Dat laatste is toch wel nodig. Er is echt iets aan de hand in de niet-zo-Verenigde-Staten. Het is moeilijk om er in de VS de vinger achter te krijgen, laat staan in Nederland. In 2008 gingen vrienden van mij naar het republikeinse congres en kwamen mij daarna vol overtuiging vertellen dat McCain het zou worden. Ik was het niet met ze eens, al had ik een moment van twijfel toen Sarah paling zich meldde. Zij bracht zijn campagne pas echt tot leven en liet het potentieel zien voor een populistische kandidaat. Gelukkig was ze te wild en onbekwaam. Zelf gingen mijn vrouw en ik die zomer wandelend en toerend door de VS, van B&B naar B&B. Uit die gesprekken konden we halen dat McCain geen schijn van kans had in vergelijking met Obama, maar ook dat er een grote woede tegen Washington in het algemeen was. Obama pakte dat potentieel via zijn positieve boodschap van ‘Yes, we can’. Het lijkt erop dat er nu een enorm potentieel is voor de ‘No, we won’t’.

Partijen die een partij willen worden

Toch is mijn eigen scenario niet dat Trump of Cruz de nominatie krijgen. De voorraad boze witte mannen is niet oneindig en er is nog iets: ik denk dat de republikeinse ‘partij’ zich zal herpakken en dat zal Rubio inderdaad tot lachende derde maken in de huidige machtsstrijd of misschien zelfs nog Jeb Bush. In de laatste zin is via aanhalingstekens het woord ‘partij’ gerelativeerd. Er is, zoals ik eerder heb uitgelegd, eigenlijk geen Republikeinse of Democratische partij. Althans, het is niet veel meer dan een commissie die een paar jaar op de winkel past totdat het grote congres wordt gehouden voorafgaand aan de verkiezingen dat jaar. Eigenlijk kan je pas van een partij spreken als de delegates gekozen en verzameld zijn. In de afgelopen jaren is de republikeinse partij steeds verder leeg getrokken door de interne verdeeldheid. Cruz speelde een belangrijke rol bij die interne verdeeldheid; reden waarom vele bestuurders wraak willen nemen. Actie geeft reactie; de dreiging van een presidentskandidatuur van beide populisten dwingt het establishment om zich weer echt te gaan organiseren. Dat lukt tot nu toe niet best, maar gelukkig zijn de voorverkiezingen lang genoeg om dat nog de moeite waard te maken en is er deze keer een kandidaat waar ze zich echt achter kunnen scharen.

In 1992 wierp een jonge kandidaat zich op tegen de kandidaat van het democratische establishment. Hij eindigde derde in Ohio, bleef ook in New Hampshire achter bij de gedoodverfde kandidaten. Later zou hij met zijn jonge vrouw het Witte Huis betrekken. Nu is er Rubio die het tegen deze vrouw, de kandidaat van een kwetsbaar democratische establishment, gaat opnemen. Rubio heeft kwetsbaarheden, waaronder zijn nogal voorgeprogrammeerde manier van optreden. In vergelijking met Bill Clinton’s vrouwenprobleem in ‘92 is dat echter niets. Ik herhaal wat ik in september ’15 voor het eerst schreef: Rubio wordt het.

NEDERLAND

Hoe worden we democratischer?

Afgelopen week verscheen er een interessant rapport* over de vraag hoe het er voor staat met ons democratisch en politiek bestel. Er wordt veel beweerd, er wordt veel gesomberd, maar hoe staat het er nu echt voor? Het ministerie van BZK heeft een heuse monitor ingesteld om dit niet eenmalig maar over langere tijd in beeld te brengen. Hulde.

Eerst het goede nieuws: het vertrouwen in onze Nederlandse democratie is nog altijd best hoog, in ieder geval ruim boven de 50%. Het gaat hier vooral om vertrouwen in de manier waarop besluiten worden genomen. Het vertrouwen in ‘de’ politiek is weer een stuk minder dan in die van ‘de’ democratie, waarbij ook opvalt dat ‘die’ politicus, het specifieke individu, weer beter wordt gewaardeerd dan ‘de’ politicus. Toch, per saldo een positief verhaal dus. Waar datzelfde verhaal een negatieve wending krijgt, is in het vertrouwen in politieke partijen als middel om tot besluitvorming te komen. Dat partijen steeds minder leden hebben, is bekend. Het onderzoek geeft ook nog eens aan dat nog maar zo’n 20% van de Nederlanders zich als vanzelf tot een politieke partij rekent, of die er nu lid van is of niet. Het is dan ook niet verbazend dat steeds meer mensen verandering willen in de vorm waarin de democratie opereert. Een belangrijk deel (maar niet een meerderheid!) wil meer mogelijkheden hebben om een stem uit te kunnen brengen. Onmiddellijk gaan dan de gedachten uit naar het referendum en ook kan er worden gedacht aan de ‘lottodemocratie’ en het daarbij horende G1000 initiatief van Ruybroeck. Beide vormen laten zich echter moeilijk rijmen met onze tevredenheid over de representatieve democratie en laten zich ook niet rechtvaardigen vanuit een enorm gevoelde urgentie om alles overhoop te gooien: het is een minderheid van ontevredenen die dan een meerderheid van tevredenen haar wil op zou leggen.

Voorverkiezingen?

Maar wellicht zijn er andere vormen door de representatieve democratie aan te vullen met meer momenten van ‘stemming’. De lezer ziet het al aankomen: voorverkiezingen, en dan toch ook: voorverkiezingen waar ook niet-leden van politieke partijen mee gaan doen. Er van uitgaande dat we niet aan de status quo vast kunnen houden (de conservatief in mij zou dat wel willen) is dat de weg waarop we verder kunnen gaan. Maar ook dan moeten we de ogen openhouden voor de voor- en nadelen. Niet voor niets zijn er heel veel Amerikaanse staten die geen voorverkiezingen organiseren. Daarom maar eens een concrete casus: voorverkiezingen binnen het CDA.

Lijsttrekkersverkiezing

Afgelopen week is binnen mijn partij, het CDA, bekend gemaakt hoe de selectie van kandidaten wordt georganiseerd. Voor de lijsttrekkersverkiezing is daarbij in een voorverkiezing voorzien. Op zich prima – en toch hoop ik in dit geval niet dat het tot een voorverkiezing komt. Vier jaar geleden heeft Sybrand Buma al een overtuigend mandaat gekregen en ik vind dat hij binnen dat mandaat een grote prestatie heeft geleverd. Dan moet je goede redenen hebben om dat mandaat opnieuw ter discussie te stellen en niet alleen vage electorale. Een (voor)verkiezing moet wel ergens over gaan. Of anders gezegd; er moet iets te kiezen zijn.

Mocht het er toch toe komen, dan moet je het ook goed doen, maar om die reden vind ik het dit keer wel goed dat het bestuur een forse drempel heeft neergelegd, met een denk ik strenge commissie om daar op toe te zien. Alleen kandidaat worden om zo je kansen voor de lijst te verhogen zit er niet in, en terecht. Waar ik wel zorg over heb, is dat proces en profiel zo zijn ingericht dat in de praktijk alleen insiders zich kunnen melden, terwijl je soms juist een nieuw of ander gezicht nodig hebt. Ik vind dat de drempel bij een voorzienbare leiderschapswisseling opnieuw bekeken moet worden – en dat bijvoorbeeld niet-leden mee moeten kunnen stemmen of dat er een getrapte vorm van voorverkiezingen gaat komen.

Provinciale voorverkiezingen

Interessanter is dat dit keer voor de rest van de lijst de mogelijkheid bestaat dat provinciale afdelingen hun eigen voorverkiezingen organiseren. De provincie Utrecht heeft al aangegeven dat te willen gaan doen.

De kandidaat die deze wint krijgt als ‘beloning’ een plaats bij de eerste 30 op de lijst. De campagneman in mij zegt: ‘wat leuk!’. Het verstand zegt: ‘Uh, niet zo snel.’ Het is namelijk alleen een goed idee als je er echt leidt tot een ‘democratisch feestje’. In dat geval kunnen mensen een gevoel bij de kandidaten ontwikkelen, vinden ze de keuze interessant en gaan daadwerkelijk in grote aantallen stemmen. Belangstelling van de media hoort daarbij. Dat is lang geen vanzelfsprekendheid. Wellicht in de meer overzichtelijke provincies met een sterke eigen identiteit wel, maar in een provincie als Zuid-Holland? Ik vrees dat het neerkomt op een reeks redelijk, maar niet spectaculair bezochte avonden en met af en toe een journalist die de opdracht heeft gekregen om het knusse Den Haag te verlaten voor een cynisch stukje over lokalo’s die de ‘echte’ politiek nadoen. De huiskamers, schuren en zaaltjes van Ohio zullen niet in zijn of haar gedachten boven komen, ben ik bang.

Meer representatief?

En er is nog een andere overweging. Eén die meer gaat richting het punt waar representatieve- en stemmingsdemocratie elkaar ontmoeten. Want klopt de aanname wel dat een middel als een voorverkiezing – typisch voorbeeld van een stemmingsdemocratie – ook tot een meer representatieve lijst zal leiden? Om dan weer concreet te worden: voor het CDA zitten nu 13 personen in de Kamer. Kan je van hen vragen zich allemaal kandidaat te stellen? Nee, dat zou al snel neerkomen op een soort kapitaalvernietiging. De ervaring die deze parlementariërs is waardevol en ga je niet zomaar in de waagschaal stellen via voorverkiezingen. Als je uitgaat van 30 te winnen zetels (al lijkt 40 deze optimist niet ondenkbaar), dan blijven er nog 17 te verdelen zetels over, waarvan er dus 12 naar de winnaars van de provinciale voorverkiezingen gaan en er nog 5 over blijven voor de noodzakelijke specialisten. Nou en, zal je dan zeggen. Mooi verdeeld toch? Wel als het uitgangspunt is om alle provincies vertegenwoordigd te hebben, niet als het uitgangspunt is om de verdeling op basis te doen van het aantal leden of kiezers over het land, want dan tellen lang niet alle provincie evenveel leden/kiezers. Dat laatste lijkt toch het meer representatieve uitgangspunt.

IOWA-criterium

Mijn weging is dat we in deze fase niet bang moeten zijn voor experimenten. Hoewel de meeste mensen tevreden lijken over het huidige systeem, is er onmiskenbaar een grote en groeiende groep die het anders wil. Dan is er eigenlijk maar één ding dat je kunt doen; het mensen laten ervaren of het alternatief beter is dan het origineel. Ik heb de stille overtuiging dat het Geen Stijl-referendum de mensen niet enthousiaster zal maken over referenda, maar over voorverkiezingen heb ik die overtuiging niet. Waar daar energie voor bestaat, mogen en moeten we dat proberen. Maar als we ons kritisch vermogen te snel uitschakelen, komen we op een selectiemechanisme uit dat vlees noch vis is en tot ongelukken kan lijden. Mede omdat het past bij de aard van onze partij, zou ik wel een IOWA-criterium willen introduceren: alleen (lokale, provinciale) voorverkiezingen doen waarin een handdruk nog het verschil kan uitmaken.

EUROPA

Ook ten aanzien van de Europese Unie wordt voortdurende de vraag naar de democratische legitimering gesteld. Cameron heeft voor Groot-Brittannië in de onderhandelingen over Brexit o.a. bereikt dat er een ‘rode kaart’ procedure komt waardoor parlementen kunnen onwelgevallige regelingen kunnen blokkeren. Het resultaat is weggehoond in de Britse pers. Je zou vanuit de optiek van representativiteit kunnen verdedigen dat Europa een zuiverdere vorm van representatieve democratie kent dan menig land (inclusief Nederland, gelet op ons manier van coalitievorming), maar dat zal aan de overtuiging dat het niet goed genoeg is weinig afdoen. Het is dus zaak om door te zoeken naar andere vormen van ‘stemmingsdemocratie’.

Referendum als schijnoplossing

Hier in Nederland worden we geconfronteerd met het referendum over het Associatieverdrag met Oekraïne. Het lijdt geen twijfel dat het referendum is bedoeld als een poging van Baudet / Geen Stijl c.s. als een manier om tot een deconstructie van Europa te komen. Voor mij lijdt het ook geen twijfel dat het referendum pure steun is voor Putin, de ultieme anti-Europeaan. Toch, is dat reden om het referendum dan maar af te wijzen? In het geval van dit referendum denk ik van niet. We zouden nu het zelfvertrouwen moeten hebben om dit referendum als deze gewoon te laten komen en gaan. Laat de feiten maar spreken, zoals bijvoorbeeld via dit uitstekende artikel uit de Volkskrant. We zullen als Nederland en als Europa moeten leren om te gaan met politieke vandalen.

Daarmee vind ik referenda nog geen nuttig middel. Referenda bieden niet wat ze beloven: helderheid of duidelijkheid. Schijnoplossing, ja, dat wel. We moeten het verlangen naar een stemmingsdemocratie om zien te buigen naar een acceptatie van de representatieve democratie.

Alternatief

Een beetje heb ik mijn hoop gevestigd op nieuwe vormen van representatie over digitale grenzen heen. Virtual reality zou weleens eens oplossingen kunnen bieden. Andere (digitale) vormen van het werken aan maatschappelijke initiatieven kunnen een nieuw perspectief geven. Voor het moment is dat echter allemaal nog te abstract en onbewezen. Veel beteren concreter zou het zijn om de kandidaten voor het EU-voorzitterschap mede voort te laten komen uit voorverkiezingen. Dus: partijgebonden primaries houden voor de zwaarste Europese functie die er is. Het lijkt namelijk niet aannemelijk dat we ons bijvoorbeeld hier in Nederland ooit voldoende betrokken zullen voelen bij Europa als de verkiezingen niet als het ware naar de kiezer toe worden gebracht. Via de lijn van de Europese partijen – eigenlijk vooral platforms waarbinnen nationale politieke partijen zich tot nu toe verbonden hebben – kan je dan op de meest logische wijze de Europese representatieve democratie voelbaar maken.

Format

Ook hier gelden weer voor- en nadelen. Hier geldt ook dat we goed moeten leren van wat we wel en niet moeten overnemen van de Verenigde Staten. Wat bijvoorbeeld goed is aan de Amerikaanse aanpak, is dat lang niet iedere staat een dergelijke voorverkiezing organiseert. Dat kan ook voor Europa gelden. Slechts is onder andere de lange duur van de voorverkiezingen, de invloed van het grote geld en het gebrek aan regie. Wat dit laatste betreft: de Staten hebben we erg veel mogelijkheden om de voorverkiezing naar eigen believen te regelen (en te manipuleren). Om die reden zou ik er voor zijn als alle partijplatformen in het Europese termijn samen tot een een vaste termijn komen en een minimumaantal regels om de integriteit en (financiële) neutraliteit te waarborgen. De afzonderlijke partijplatformen zouden daarbinnen elk hun eigen format kunnen kiezen. Het moet eerder een format worden die lijkt op die voor de Europese voetbalkampioenschappen dan op die als in de VS, waarin het lijkt alsof er een competitie is georganiseerd waarin tegelijk amateur- en professionele clubs mee zouden kunnen doen, maar waar in de praktijk alleen kandidaten met heel veel geld zich kunnen laten zien.

Er valt nog veel uit te werken. In een tijd waarin we de handen vol hebben aan een ‘perfect storm’ van problemen voor Europa, is het toch zaak om naar de iets langere termijn te kijken (alhoewel – het is zo 2019) en aan een meer democratisch Europa te werken.

Peter Noordhoek

Bronnen:

Prof.dr. Frank Hendriks, Koen van der Krieken MSc MA, Sabine van Zuydam MSc en Maarten Roelands Bsc. Bewegende beelden van democratie. Legitimiteitsmonitor Democratisch Bestuur 2015. Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van BZK. Januari 2016.

Bert Lanting. Vergeet bij het stemmen de MH17 niet. Volkskrant, zaterdag 6 februari 2016.

Afbeelding: Hermanus. www.galeria.nl


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek