Maandelijks archief: januari 2016

Een vluchteling, een voorzichtig optimisme en een visie

Schermafbeelding 2016-01-31 om 22.38.25

Na een week vol ontwikkelingen en activiteiten op het terrein van asielbeleid, maak ik de balans op en kom met voorstellen. Ik ben voorzichtig optimistisch, vooral als het om de opvang op lokaal niveau gaat. Ook op landelijk niveau zie ik dat we in ieder geval bij de juiste vragen uitkomen. Het voelt eerlijk gezegd alsof dat niet mag: optimistisch zijn. En toch.

Ze kwam als vluchtelinge uit Syrië, al weer een tijd geleden. Een ‘echte’. Ze kreeg de status die daarbij hoort toegekend. Ze wilde wat van haar nieuwe leven in Nederland maken en begon hard te studeren. Op basis van haar status kreeg zij al snel een huis toegewezen. Als vluchteling heeft ze daar volgens verdragen recht op. Ze maakte werk van haar integratie en had al snel een baan. Toch bleef het verlangen naar Syrië aan haar knagen. Na een paar jaar koos ze vrijwillig voor terugkeer naar Syrië, om daar een nieuw bestaan op de te bouwen. Ook dat ging goed, totdat de burgeroorlog uitbrak en uiteindelijk het oprukkende leger van IS haar opnieuw deed vluchten. Berooid terug in Nederland vroeg ze om huisvesting. Daarop kreeg ze van de gemeente te horen: ‘Nee, dat kan niet. Je hebt met je status immers dezelfde rechten en plichten als alle Nederlanders en dat bekent dat je gewoon achteraan sluit bij de verdeling van huisvesting. In deze gemeente zal je zeker 7 jaar moeten wachten.’

Wat je er ook van kan zeggen: ze is is goed geïntegreerd geraakt. De bureaucratie heeft ook haar geclaimd.

In ernst; dit is een interessante casus. Oorzaak en gevolg kunnen uit elkaar worden gehaald. Het probleem is hier niet de asielzoekster, het is ons huisvestingsbeleid en de onderliggende wetten en verdragen dat hier falen en een al ernstige situatie nog erger maken. Tegelijk mag je daarbij denken – jongens, dit is toch oplosbaar?! Kennelijk niet, of niet zonder moeite. En laten we wel zijn, het huisvestingsbeleid is weer eenvoudig in vergelijking met de wijze waarop we denken het onderwijs in te moeten richten of hoe we asielzoekers en ‘gewone’ burgers aan een baan hopen te hebben. Een al dramatische situatie krijgt er zo een multiplier aan extra gedoe bij.

Stilletjes optimistisch

En toch hoeven we niet totaal pessimistisch te zijn of te worden. De afgelopen week heb ik me mogen onderdompelen in het asielbeleid. Als debatleider, inleider, gesprekspartner of gewone luisteraar heb ik nog een laagje dieper dan de gemiddelde mediavolger mee mogen doen en denken in de grootste opgave van nu. En daar ben ik stilletjes optimistisch van geworden. Dat schuilt deels in het anekdotische: ik heb veel burgemeesters, bestuurders en vrijwilligers mogen ontmoeten die zich heel scherp bewust zijn van wat er aan de hand is en die als een razende van elkaar aan het leren zijn over de beste manier om met problemen en barrières om te gaan. Rondom het concrete voorbeeld van het huisvestingsbeleid heb ik hoop dat er meer ruimte komt voor onorthodoxe oplossingen in de sfeer van hergebruik van gebouwen e.d. en dat op termijn ook de regels worden aangepast. Het zou aan alle kanten winst zijn.

Ook op andere terreinen mag gehoopt worden dat beleid onder de druk van nu wat vloeibaarder wordt. De problemen zijn er groot genoeg voor. Ik zit er wel mee dat in deze nadagen van Keulen, elke statistiek die negatief lijkt uit te pakken wordt geloofd – en geen enkele statistiek die duidt op beheersbaarheid van het probleem wordt geaccepteerd. Toch schuilt de reden voor mijn voorzichtig optimisme wel degelijk in de cijfers. De realiteit is dat de veiligheidscijfers rondom asielzoekerscentra doorgaans niet slechter (eigenlijk gewoon: beter) zijn dan die van de bevolking aldaar. De overlast is dus echt relatief gering en je mag net als voorheen verwachten dat dit tot een grotere acceptatie zal leiden van de aanwezigheid van AZC’s (zeg ik, terwijl ik vind dat we ons des te meer zorgen moeten maken over de veiligheidscijfers van 3e generatie Nederlanders van Marokkaanse achtergrond, maar dat is wel een andere discussie). Ik vind het ook de moeite waard om te constateren dat we het enige Europese land zijn waar we tot nu toe iedereen letterlijk onder dak hebben weten te brengen. Ja, het hielp dat we relatief veel minder asielzoekers opnemen dan Zweden (9x) en Duitsland (3x), maar toch.

Landelijke perspectief

Voor mij was dit dus een goede week. Ik zie dat we ons in ieder geval op bestuurlijk gebied aan het aanpassen zijn aan de nieuwe realiteit. Dat gebeurde naar mijn gevoel deze week ook wel op landelijk niveau, al is de uitdaging daar weer anders en nog moeilijker. Op landelijk niveau wordt in ieder geval het meest voelbaar hoe onbeheersbaar de vluchtelingenstroom nog altijd is en hoe hard de populistische reactie daarop is. We zitten gevangen tussen een onbeheersbare instroom en en de onmogelijkheid om daar binnen bestaande verdragen daar wat aan te doen. Wat dan rest is de fictie van het sluiten van grenzen of de true crime van de afpersing door een Turkse dictator. Toch deden twee mensen deze week op verdienstelijke manier pogingen om niet in dit dilemma vast te blijven zitten en blijf ik hopen dat onze premier ook met iets van een oplossing komt.

 

Diederik Samsom kwam met een op voor hem typerende manier – “ik heb met eigen ogen gezien” – met een voorstel dat neerkwam op het direct per veer terugsturen van kansloze asielaanvragers. Ik wil niet mee gaan met een al te makkelijk Diederik-bashen en zeg: chapeau.

Datzelfde geldt ook voor de reactie van Sybrand Buma, al was dat vooral een herhaling van wat hij eerder heeft uitgesproken (in ieder geval al voordat de VVD met vergelijkbare voorstellen kwam): de wens om het vluchtelingenverdrag aan te passen en allen die nu vanuit oorlogsgebieden komen de status van ‘ontheemden’ te geven, wat hun verblijf in Europa een meer tijdelijke status zou kunnen geven. Het is een duivels dilemma: Europa wil, nee moet, de vluchtelingenstroom beheersbaar maken. Zonder dat lijkt de geopolitieke basis onder Europa weg te vallen. Tegelijk is het zomaar terzijde schuiven van het Vluchtelingenverdrag en andere humanitaire uitgangspunten een pad waarop je de beschavingsbasis onder datzelfde Europa weg kunt halen.

Net als mensen die daar meer verantwoordelijkheid voor dragen dan ik, heb ik mij voor proberen te stellen wat wijsheid is. Dit zijn mijn gedachten, zo u wilt: mijn visie.

Aan de ‘harde’ kant

Het eerste waar ik voor pleit is een hardere strijd om het Midden-Oosten en de Nafri-landen. De strijd in Syrië moet tot een oplossing komen en ‘boots on the ground’ zullen nodig zijn. Maar dit kan niet anders dan een tijdelijk oplossing zijn en kan al snel tot nieuwe problemen leiden, zeker met de Russische dreiging op de achtergrond. Liever zie ik een slimme strijd gevoerd worden via slimme investeringen in de regio. Het Noord-Afrikaanse probleem is uiteindelijk van sociaaleconomische aard en niet primair religieus. Zowel defensie als OS-inspanningen zullen gecombineerd fors omhoog moeten.

Het tweede waar ik voor pleit is het aanpakken van de dictaturen. Leiderschap doet er toe; ook en juist in de tijd Putin. Het Internationaal Strafhof zal (meer) werk moeten maken van het verwijt van xenofobe demagogie. Het afwentelen van interne problemen op rassen en andere volkeren hoort strafbaar te zijn en tot vervolging te leiden. Als Nederland horen we daarin in meerdere opzichten voorbeeldgedrag te tonen.

Het derde waarvoor gepleit kan worden zijn quota. Hier ben ik echter voorzichtig. De aantallen zullen ruim genoeg moeten zijn om echte vluchtelingen welkom te laten zijn en dat lijkt mij moeilijk handhaafbaar te zijn zonder extra maatregelen. Dan komen we toch echt uit bij het Vluchtelingenverdrag en enkele knellende beperkingen ervan.

Als het om verdragen gaat

Ik volg Buma als het om het hanteren van de status van ‘ontheemden’ gaat. Tegelijk weet Buma ook wel dat de ontheemden daarmee nog niet snel terug zijn in hun land. Als het er op aan komt gaat het altijd meer om het voorkomen dat ze überhaupt komen.

Mijn beeld is dat de verdragen opnieuw onderhandeld dienen te worden, maar dan op het niveau van continenten en niet van individuele landen. De buitengrenzen dienen altijd die van een continent te zijn en niet die van een enkel land. Een vluchtelingenstroom zoals die in de negentiger jaren ontstond op de Balkan, zal dus altijd binnen Europa worden opgevangen. Het is wel degelijk van een andere orde om ook de vluchtelingen op te vangen die uit brandhaarden uit het Midden-Oosten of Noord-Afrika komen, al was het maar om de aantallen. Waar ik zeer voor ben is om echte vluchtelingen (via Safe havens) uit te nodigen om te komen, maar dan houdt Europa dus de controle. Voor het overige is het dan aan Frontex en de nationale regeringen om de grenzen te handhaven.

Aan de ‘zachte’ kant

Ik weet niet hoe ‘zacht’ het echt is, maar ik zou er zeer voor pleiten om de integratie van vluchtelingen onder de nieuwe realiteit veel eerder ter hand te nemen dan nu het geval is. Geen jaren wachten voordat een opleiding kan worden gevolgd of een baan kan worden gezocht, maar al na een of meer maanden. Het lijkt mij daarbij logisch dat vluchtelingen wel een basispakket aan rechten horen te genieten, maar dat voor het volle pakket ze echt minstens zo hard moeten werken als de autochtone bevolking en dat geldt zeker voor het vinden van een huis.

 

Om terug te komen naar het voorbeeld van het begin: de Syrische vluchtelinge heeft een enorme prestatie geleverd toen ze hier voor het eerst als asielzoekster kwam. Ze leverde nog een tweede prestatie toen ze uit eigen beweging weer naar Syrië ging. Natuurlijk had ze daarom direct recht op een huis bij terugkeer: ze had zich meer bewezen dan menig Nederlander ooit zal doen.

Peter Noordhoek

Ontspoorde certificering. Fyra verdient een beter vervolg

Schermafbeelding 2016-01-24 om 21.51.09

Het rapport over het Fyra-debacle is verschenen. Het debat erover heeft plaatsgevonden en heeft tot het aftreden van de verantwoordelijk staatssecretaris geleid. Zaak gesloten? Liever niet. Er zijn veel lessen te leren, zowel vanuit de verhoren als vanuit het ‘snoeiharde’ rapport. Met name hoofdstuk 8, dat gaat over ‘certificering en toelating’ is verplichte kost voor iedereen in het ons vak, ondanks of juist extra door de wat ongerijmde maar wel keiharde conclusies. De meeste aandacht is tot nu toe uitgegaan naar de verantwoordelijk toezichthouder, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).  Hier concentreren we ons op het deel van de parlementaire enquête en vooral de verantwoordelijkheid van de certificerende instellingen.

Verwijtbaar?

Het rapport toont in de optiek van deze auteur niet onomstotelijk aan dat er in het proces van certificering verwijtbare fouten zijn gemaakt, althans niet in die mate dat aansprakelijkheid te verwachten valt. Er valt zelfs te beweren dat er keurig binnen de lijnen van het vak en de eisen van de accrediterende instelling (de ILT) is gebleven. Tegelijk worden ‘de certificeerders’ – het gaat in feite om verschillende hoedanigheden van dezelfde certificeerder – door de commissie afgemaakt en medeverantwoordelijk gemaakt voor de 11 miljard directe schade en vele jaren vertraging in het reizigersvervoer. Sterker nog: de parlementaire enquêtecommissie is ongemeen direct in haar verklaring van het falen. In de conclusie van hoofdstuk 8 staat het zo:

De commissie beschouwt het daarbij als extra kwetsbaar dat de inspectie moet afgaan op het oordeel van een keuringsinstantie die betaald wordt door de fabrikant. Immers, wie betaalt, bepaalt.” (p. 295)

Corrupt en onbetrouwbaar, zo is de onderliggende suggestie. Dat moet anders. In haar hoofdconclusie wordt gesproken van een ‘ontluisterend beeld’ en een ‘naïef vertrouwen in de certificeerder als keuringsinstantie. Dat zal en moet veranderen.

Geen reactie

De betrokken certificeerder heeft tijdens de verhoren gesteld dat de Fyra terecht is goedgekeurd (diverse media, 3 juni), maar heeft zich daarna niet meer laten horen. Uit het veld komt tot nu toe geen reactie. De beroepsgroep, voor zover daar sprake van is, komt niet in opstand, ondanks dat er grond voor is. Het lijkt een kwestie van Ieder voor zich en hopen dat het overwaait (en de aansprakelijkheidsverzekering checken). Tactisch is dat misschien wel verstandig; ga niet wrijven in een vlek. Daarbij hebben we het ook nog eens over een heel specifieke tak van sport die met de dag een sterker Europees karakter krijgt. Dus waarom zouden we ons als Nederland druk maken?
Nou misschien omdat een reactie als deze erg lijkt op de reactie van beroepsgroepen als die van de banken, notarissen en accountants een paar jaar geleden. Dat ging niet over en raakte ook de Nederlandse situatie hard. Binnen Nederland is het alarmsignaal rond certificering al eerder afgegeven rondom incidenten als Odfjell en Moerdijk. In een notitie van vijf inspecties is de toon over certificering al ongemeen kritisch. Daarom is het ook roekeloos om een conclusie als die van de commissie terzijde te leggen.

Doordacht?

Nu eerst naar de inhoud toe. Het is moeilijk om binnen het bestek van dit artikel recht te doen aan het minutieuze en tegelijk boeiend opgeschreven feitelijk relaas van de commissie. De eerste indruk is eigenlijk dat van een zeer doordacht en door professionals uitgevoerd proces, of we het nu over de certificeerders of de toezichthouders hebben. Over de jaren heen wordt een heel gebouw aan documenten en overleggen opgetrokken rondom de komst van de door AnsaldoBreda te bouwen Fyra-trein. We hebben het allesbehalve over een geïmproviseerde aanpak. De betrokken wet- en regelgeving is gedetailleerd en is voor een belangrijk deel Europees van karakter. Het overleg tussen ILT, de certificeerder van AnsaldoBreda en andere instellingen vindt regelmatig plaats, is inhoudelijk en wordt uitgevoerd door personen die goed zijn ingevoerd. Desalniettemin neemt de commissie de lezer mee in een proces waardoor het toch kon gebeuren dat zowel certificeerder als vergunningverlener (ILT) zich goeddeels beperken tot het toetsen van een papieren systeem. De commissie besteedt uiteindelijk nog de meeste aandacht aan het perspectief van de vergunningverlener / accrediteur / toezichthouder ILT, maar hier wordt dat omgedraaid. Rond de certificering fronsen zich de wenkbrauwen vooral rond de volgende punten.

Wenkbrauwpunten

  • De accreditatie en de controle op de accreditatie: er is een grote mate van afhankelijkheid van één certificeerder (en diens rechtsopvolgers), toch kan het gebeuren dat de certificeerder jaren niet wordt getoetst door de ILT.
  • Door de bundeling van kennis binnen één partij lijken advies en audit door elkaar heen te lopen en komt de onafhankelijkheid – achteraf – in het geding. Ten tijde van het proces vonden zowel certificeerder als vergunningverlening dit geen probleem.
  • De audits hebben zich beperkt tot het wettelijk kader. Achteraf is er discussie over de vraag wat dit moet omvatten. De ILT beperkt zich nadrukkelijk tot het toetsen aan de wet- en regelgeving, de certificeerder voelt zich wel verantwoordelijk voor een toets op productniveau.
  • Er zijn een behoorlijk aantal testen met de Fyra uitgevoerd, maar niet bij alle waren vertegenwoordigers van de certificeerder aanwezig. Testen bij slechte weersomstandigheden werden om praktische redenen niet uitgevoerd.
  • Er zijn wel audits tijdens het fabricageproces uitgevoerd, op verschillende plaatsen. Echter geen onverwachte audits en met bekende ‘zachte signalen’ over slordige werkplaatsen e.d. is niets gedaan.
  • Door de gekozen systematiek worden niet alle nieuwe trimtoestellen getoetst en wordt slechts een steekproef gedaan: de hele keten faalt. De enquêtecommissie zegt dat de controle daarmee minder strak is dan per automobiel wordt uitgevoerd.
  • De audits hebben zich in aantal beperkt, en dan vooral beperkt tot het papieren kwaliteitsmanagementsysteem. Dit is gemotiveerd door te verwijzen naar het interne kwaliteitsmanagementsysteem van AnsaldoBreda. Dit is in het verlengde van de papieren inspectie door ILT, die ook verwijst naar de eigen verantwoordelijkheid van de producent.
  • De commissie slaat alarm omdat de vergunningsverleningsprocedure in de toekomst nog meer op armslengte komt te staan en de wetgeving en toetsing ervan geheel op Europees niveau wordt getild. De commissie heeft er geen vertrouwen in dat dit goed gaat.

Uit deze lijst van stuk voor stuk besprekenswaardige wenkbrauwpunten haal ik er twee uit.

Wanneer is er een probleem met de onafhankelijkheid?

Door al die jaren van het proces heen, zie je dat er eigenlijk slechts één partij (en zelfs maar één persoon) echt voor het proces van certificering verantwoordelijk is. Daarmee komt de onafhankelijkheid – achteraf – in het geding. Audit en advies komen wel erg dicht tegen elkaar, ondanks dat het gevaar van ‘conflict-of-interest’ wordt onderkent. Voor de commissie verklaart de belangrijkste vertegenwoordiger van de certificeerder dit (p. 262) als volgt:

“… Ten eerste is het aantal certificeringsopdrachten niet heel groot. Je kunt niet een volledig gespecialiseerde organisatie in de lucht houden voor de hoeveelheid werk die er is. Ten tweede willen wij de specialisten die nodig zijn, graag laten rouleren over verschillende activiteiten. Zij doen in andere projecten stukjes engineering of stukjes onderhoud. Zo krijgen zij veel meer ervaring om goed naar die treinen te kunnen kijken. Pas als zij ervaren zijn, zetten wij hen in als inspecteurs in certificeringsprojecten. De mensen die bij ons in het project hebben gewerkt als assessor of auditor zijn over het algemeen senior mensen met tien tot twintig jaar ervaring.» 

Dat lijkt een heel aannemelijk verhaal. Dat vond de betrokken ambtenaar van ILT ook: «Wenselijk’ is misschien niet het goede woord, maar het is toegestaan. Als je het goed organiseert, is het voor mij geen probleem. (…) Daarmee bedoel ik dat een organisatie voor zichzelf goede spelregels moet hebben ingericht, zodat als je aan het ene deelneemt je niet meer aan het andere deelneemt. Daarvan weet ik dat dat bij deze partij het geval is.»

Kortom; het is de vraag of onafhankelijkheid hier wel het probleem is. Wel kan je – weer: achteraf – constateren dat er gebrek aan scherpte is geweest en dat had anders georganiseerd kunnen worden. Het formele punt is echter niet het wezenlijke punt.

Hoe te auditen?

Er valt wel echt discussie te voeren of de audit wel zo beperkt en zo op papier had mogen worden uitgevoerd als nu het geval blijkt te zijn geweest. Het is boeiend om hier de schets van de werkzaamheden zoals uitgevoerd door de (ervaren) certificeerder te leggen naast die van een net zo ervaren Nederlandse treinproducent (p. 266):Certificeerder: «Wij hadden als notified body de opdracht van AnsaldoBreda om te keuren tegen de wettelijke eisen. (…) Zo’n audit begint meestal met een administratieve check van alle afgetekende papieren, kwaliteitsdocumenten, per trein. Vervolgens gaat een auditor steekproeven doen: ik wil op deze dingen iets dieper inzoomen; kunt u mij laten zien dat dit ook goed is gebeurd? In het vervolg wordt zo’n steekproef doorgetrokken naar de productielijn. De auditor gaat dan naar de productielijn en zegt: laat u maar even zien dat dit in dit geval goed is verwerkt. (…) Als je bijvoorbeeld een werkinstructie voor een monteur of lasser volgt – daar wordt op geaudit – ga je met die werkinstructie naar de werkvloer toe. In de meeste gevallen is die monteur of lasser daar ook bij en worden hem ook vragen gesteld.»

Dat klinkt zoals het hoort. De producent betwijfelt in een ander verhoor echter of met het voldoen aan wettelijke eisen en procedures de kwaliteit ook daadwerkelijk is geborgd. Hij uit tijdens zijn openbaar verhoor zijn verbazing over het kwaliteitsmanagement van AnsaldoBreda en stelt dat het volgen van procedures slechts één onderdeel is van kwaliteit.

De producent: «Dit was een kwaliteitsmanagementsysteem uit de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Maar kwaliteit gaat over gedrag van mensen. Het gaat niet over het afvinken of iemand bij wijze van spreken wel of geen zwemdiploma heeft. (…) Ik wil even terug naar wat voor mij een kwaliteitsmanagementsysteem is. Voor 20% is dat het toetsen of de procedures zijn gevolgd. Voor 80% heeft het te maken met de vraag of je een organisatie ziet die zich continu aan het verbeteren is, die leert. Is er in deze organisatie informatie over de vraag wat er gisteren is gepresteerd, zodat morgen weer dingen verbeterd kunnen worden? Dat is voor mij kwaliteit, maar dat heb ik niet gezien.»

Op dit punt is elke moderne kwaliteitsmanager geneigd de producent het grootste gelijk van de wereld te geven. Er waren zachte signalen en in een later stadium zouden aanmerkelijk hardere signalen komen. Toch is de certificeerder niet wezenlijk van routine veranderd en bleef het ultieme doel het voldoen aan de (letter van de) wettelijke eisen. De auditroutine is niet wezenlijk aangepast.

Misvattingen, fouten of erger?

Het is de vraag hoe dit alles te waarderen. Tussen de regels door meen ik te lezen dat de commissie denkt dat het beperkte aantal audits en de positieve inhoud ervan, te maken heeft met de afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de opdrachtgever AnsaldoBreda. Concreet zie ik daar op z’n zachts gezegd geen harde bewijs voor. Tegenover die suggestie staan twee andere zaken. In de eerste plaats zie je dat vergunningverlener en certificeerder een goed afgestemde en gelijkluidende taakopvatting hadden. In de tweede plaats – en dat is toegegeven subjectief – valt er noch in de getuigenis van de vergunningverlener noch in die van de certificeerder enige terughoudendheid of maskering van de feite te lezen. Eerder het tegendeel: er klinkt trots in door over het getoonde vakmanschap en als ik de teksten lees is dat ook niet helemaal ongegrond.

Tegelijk is het voor mij een volstrekt raadsel hoe ziende blind en horende doof zowel vergunningverlener en certificeerder zijn geweest voor de gevolgen van hun formele opstelling. Daar raken we volgens mij aan een systeemfalen. Zolang we wettelijke eisen en papieren werkelijkheden laten prevaleren boven observaties uit het veld, gaat het echt mis. Er is dus wel gefaald.

Tucht?

In de vaktijdschriften van gevestigde beroepsverenigingen is de best gelezen pagina die met de uitspraken van de tuchtrechter. Kwaliteitsprofessionals kennen zoiets niet. Het ergste wat er kan gebeuren, is dat een accreditatie wordt afgenomen. Als dat al gebeurd, is dat echter vooral op bedrijfs- of instellingsniveau, in principe via de Raad voor Accreditatie. Persoonscertificering wordt nu serieus opgepakt door het NNK, maar staat nog in de startblokken. Om die reden heb ik overwogen om maar eens naar de Fyra-casus gekeken vanuit het perspectief van intern tuchtrecht. Dat is misschien niet erg volgens de ‘spirituele school’, maar het kan nodig zijn om de vrijblijvendheid er af te halen.

Dan kom ik toch niet ver. Was het maar zo makkelijk dat we hier te maken hadden met professionals die de boel willens en wetens geflest hebben. Dan was het ‘eens maar nooit meer’ geweest en waren de betrokken met een grote boog uit hun vak getrapt. Dat lijkt mij dus hier niet aan de orde. Maar helemaal laten zoals het nu is kan ook niet. De systeemfouten zijn immens. Voor de volle 11 miljard kan men niet verantwoordelijk worden gesteld, maar het lijkt aannemelijk dat bij anders ingrijpen het bedrag er wezenlijk anders uit had gezien, of dat wij als reizigers aanmerkelijk eerder in Brussel zouden zijn geweest.

Agenda

Er moet dus iets gebeuren. Anders krijgen we echt diezelfde opbouw van ongenoegen die we al in andere sectoren hebben gezien. De tucht van de markt of van de politiek is hier niet genoeg of klinkt te vals. De nieuwe ISO-norm gaat hier ook niets wezenlijks aan veranderen. Sterker nog: de lancering ervan wordt erdoor gefrustreerd. Het is tijd dat de sector elkaar weet te vinden en een agenda opstelt om het beeld van de professie te verbeteren en aan te geven wat er gaat gebeuren om voorbij de papieren werkelijkheid te komen.

Peter Noordhoek

Parlementaire enquêtecommissie Fyra-rapport. Parlementair onderzoek Fyra. Aangeboden 28 oktober 2015. Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2015-2016, 33678, nr. 11.

Peter Noordhoek. Na de Fura: op weg naar echt afhankelijk toezicht. Blog 16 november 2015, http://www.northedge.nl/blog/na_fyra_afhankelijk_toezicht/

Peter Noordhoek. Na de Fyra: een ander rollenspel. Blog 14 juni 2015. http://www.northedge.nl/blog/na-de-fyra/

Peter Noordhoek. Criteria voor certificering: over hout en steen. Blog 25 januari 2015. http://www.northedge.nl/blog/criteria-over-certificering/

Steenkamp en het antwoord op een seculiere samenleving

Schermafbeelding 2016-01-17 om 21.16.02

Piet Steenkamp was de grondlegger van het CDA. Voor wie deze partij een warm hart toedraagt is daarom niet zomaar iemand deze week overleden. Voor de velen die in de jaren zeventig hoopten dat ze eindelijk af zouden komen van al die katholieke en protestanten politici, betekende zijn werk de opmaat voor een historische teleurstelling. Toch lijkt het mij dat zelfs zijn grootste tegenstanders geen problemen had met de persoon Steenkamp. Ze hadden hem wel willen lenen. Eigenlijk is zijn werk een grote overwinning van het harmoniemodel over het conflictmodel. Zeker de PvdA heeft node een Steenkamp kans gemist.

Met zijn dood wordt als vanzelfsprekend teruggekeken naar zijn werk en daarmee naar de grondbeginselen van de partij. Ook ik wil dat doen, maar probeer dat zo te doen door het accent te leggen op elementen in zijn nalatenschap die anders wellicht over het hoofd worden gezien.

Steenkamp is bekend van het feit dat hij drie partijen bij elkaar heeft gebracht: de katholieke KVP en de protestante ARP en CHU. Puur formeel gezien is dat een structuuropgave. Al duwend, trekkend, vleiend, verleidend en bemoedigend heeft hij die nieuwe structuur voor elkaar gekregen. Voor een geslaagde fusie is echter meer nodig. Dan telt het gedrag. Met zijn voorbeeldgedrag heeft Steenkamp iets in gang gezet wat ik tot op de dag van vandaag herken. Dan denk ik aan het opzoeken van de achterban als het echt lastig wordt, of als het in Den Haag vast zit. Dan denk ik aan het niet neerkijken op een spreekbeurt meer of minder in de (soms verre) regio’s en bovenal denk ik dan aan zijn drempelloze waardering van het ‘gewone’ in de mensen. Daarin gaf hij heel letterlijk het voorbeeld. Als vanzelfsprekend neem he dat over, en dan hoort het er dus bij dat je naast je betaalde werk je tijd aan anderen geeft en dat je de mens waardeert boven de functie. Zonder hem zelf nu zo goed te hebben gekend, denk ik dat ik het mede door zijn voorbeeld al zo lang uit weet te houden in de door hem gecreëerde partij; er is altijd wel zo’n figuur in je omgeving waar je je aan kan optrekken.

Waarin hijzelf werkelijk bijzonder is geweest, is in de manier waarop hij zich wist te verplaatsen in anderen, in het bijzonder hoe hij zich als katholiek wist te verplaatsen in de leer en denkwijze van de protestant. Dat ging zo ver dat hij zo Bijbelvast werd als de zwaarste predikant. En dat werkte, omdat meer was dan een onderhandelingstruc; het was echte belangstelling. En uit die empathie kwam weer een groot creatief vermogen voort. Altijd was wel ergens een oplossing voor te bedenken.

Het meest uitgesproken voorbeeld daarvan is waarschijnlijk zijn ‘antwoordfilosofie’. Hijzelf schrijft het mooier op, maar zoals ik het probeer te vatten, moet de Bijbel (of ander levensboek) en al die verhalen, normen, symbolen en metaforen er omheen, niet zozeer worden opgevat als een verzameling voorschriften, maar als een heuse erfenis. Dat kan je negeren, net zoals je de erfenis van je ouders mag weigeren. Maar hoe verstandig is dat? De meeste mensen zijn wijzer. Dan blijft de vraag of je de spullen op zolder zet of een plaats in je leven geeft. Steenkamp zegt: geef je eigen antwoord. Briljant, want zo elementair waar.

Bijna heilig dus, die Steenkamp. Welnu, ik vermoed dat er katholieke heiligen zijn die voor minder zalig zijn verklaard, maar onfeilbaar was hij toch ook niet. In ieder geval was hij op zijn manier ook een kind van zijn verzuilde tijd. Voor hem was het ondenkbaar om zonder C het democratisch appel vorm te geven. Hij was authentiek evangelisch en oecumenisch bewogen en beide elementen maakten het onvermijdelijk dat de fusiepartij geen seculier of neutraal karakter zou krijgen. Dat is wel waar het CDA nu al minstens tien jaar tegen aanloopt. Met het einde van de verzuiling en het omklappen van een opvallend religieuze naar een opvallend seculiere samenleving, is nu het moment om de erfenis van Steenkamp opnieuw te bezien. In de tijd van Steenkamp kon die erfenis van het christelijk nog loodzwaar en alomtegenwoordig zijn. Tegenwoordig lijkt die soms meer op een vergeten kast op de zolder van het ouderlijk huis, waarvan de kinderen vermoeden dat ze bij moeten betalen om het kwijt te raken.

Steenkamp zelf biedt het perspectief, vanuit zijn eigen antwoordfilosofie. Hij heeft in de begintijd van het CDA echt gevochten om te voorkomen dat het evangelisch karakter van de partij een verplichtend karakter zou krijgen. Zij die niet, of niet meer geloven, moesten volgens hem welkom blijven om zich bij het gedachtengoed van de partij aan te sluiten. Dat vind ik geweldig.

Minder geweldig vond en vind ik deze uitspraak van hem: “Waarin dat onderscheidende (van de partij, PN) precies zit? In de verbondenheid met de christelijke traditie: tussen alle godsdiensten is het christendom uniek door zijn nadruk op de praktijk van de sociale deugden en de menselijke waardigheid: de gehele mens doet er toe.”

Het is de vraag of dit in zijn eigen tijd al werkte, maar In een tijd dat voor erg veel mensen de christelijke traditie niet veel meer is dan de commerciële droom van een Kerstman, of erger: van iets dat in het nieuws bijna altijd vergezeld gaat van de geur van fanatisme, is het gewoon niet realistisch meer om van de christelijke traditie het onderscheidend kenmerk te maken. Let wel: dit is geen discussie over de ‘C’. Dat is de symbolische kant en nou misschien nog wel het enig herkenbare. Het gaat om wat er achter die C zit en in hoeverre dat nog een herkenbare traditie is – plus, nog een stap verder, of we nog wel weten wat een ‘traditie’ is. Maar al te makkelijk laten we ons meeslepen door spektakelstukken als ‘The Passion’ en noemen die na drie opvoeringen al een traditie. Zou het?

Veel relevanter en spannender is het verhaal zoals we dat als partij op basis van onze inspiratiebronnen hebben opgebouwd: de vier basisbeginselen van van rentmeesterschap, solidariteit, gespreide verantwoordelijkheid en rechtvaardige samenleving; de wijze waarop we denken over verantwoordelijkheid in het licht van het subsidiariteitsbeginselen, maar ook ons eigen verhaal van succesvolle herbronning na 1994 en het dramatisch falen na Arnhem. Want van ons falen mag ook geleerd worden. Alles is ons verhaal, onze inspiratiebron en erfenis. We kunnen en mogen dat niet opleggen aan wie overwegen op ons te stemmen of lid te worden, maar we kunnen het wel aanbieden en om een antwoord vragen.

Er is wel werk te doen aan dat verhaal. Mij komt het daarom voor dat we Steenkamp in ere houden door voortdurend en met kracht met frisse interpretaties te komen van ons gedachtegoed, passend bij wat er anno nu aan de hand is. Of dat nu gaat om onze houding tegenover vluchtelingen, hoe hard we nu echt aan de gang gaan met het klimaatakkoord van Parijs of, als altijd, met het gezond houden van onze overheidsfinanciën, we hebben nog wel wat te doen om onze principes en verhalen actueel te houden voor de dag van nu. Christenen mogen daar als altijd al hun antwoord op geven, maar meer dan ooit hebben we een opgave om niet-gelovigen en andersgelovigen te laten zien wat het moderne CDA te bieden heeft. Dan leeft Steenkamp pas echt voort in zijn partij.

Peter Noordhoek

het vluchtdier in ons

Schermafbeelding 2016-01-10 om 21.14.30

Hoe reageren we op nieuws? Er is goed nieuws, fantastisch nieuws zelfs, maar ook wordt een gewelddadige revolutie aangekondigd. Wat moeten we daarmee. Een bespiegeling over het vluchtdier in ons, gevolgd door een politieke prognose voor ons Nederland.

Het gaat goed met de wereld
2015 is, volgens de cijfers het beste jaar in de geschiedenis geweest voor de gemiddelde mens*. Het aantal mensen dat in grote armoede leeft, is verder gedaald: van 19% naar 11% tussen 1990 nu en de trend is verder dalend. Ebola is praktisch verdwijnen, kindersterfte praktisch gehalveerd. Het aantal doden dat door geweld om het leven komt is, ondanks alles, verder gedaald. Het aantal daarvan dat door terrorisme om het leven komt is verwaarloosbaar klein: 0,0008%. Bent u verkouden? Dat is pas gevaarlijk.

Het gaat goed met Nederland. Op de rijkeren na gaat iedereen die werkt er in koopkracht op vooruit. De veiligheid is volgens bijna alle statistieken verder verbeterd. Wilders krijgt virtueel veel stemmen, maar ondertussen staan vrijwilligers in de rij om te helpen bij de opvang van vluchtelingen.

Wow. En toch: geloof ik het? Daar staat dit tegenover:

De revolutie breekt uit
Arnold Karskens, oorlogsverslaggever en schrijver, kondigt in het NRC van 8 januari jl. het volgende aan: “In mei breekt hier de revolutie uit.” In Europa – ook in Nederland – heerst economische vrede en gebrek aan leiderschap. Een hechte rechtse club staat klaar om de leiding te nemen. Een incident kan de zaak aan het rollen brengen. Bij gunstige weeromstandigheden (doorgaans mei) kan dat de start vormen voor massale vormen van geweld en opstand.

Wie of wat ga ik geloven? De harde cijfers, verzameld door vele wetenschappers en geborgd door de solide reputaties van onafhankelijke instituten, of de voorspelling van een enkele dolgedraaide journalist die teveel oorlog heeft gezien? Geen twijfel: het vluchtdier in mij is het eens met Karskens.

Wordt het een nieuw Keulen dat de zaak zal laten ontploffen? Of de reactie erop? Tuig dat doden laat vallen in opvangcentra. Wordt het eindelijk die terroristisch aanslag op Den haag waardoor alles ontploft (eindelijk, ja; we verwachten deze al zeker 8 jaar). Of worden het, net als in 2013, opnieuw de Zweedse voorsteden waar de auto’s in brand gaan?

De ogen van het vluchtdier
Alles kan, maar tegelijk kan ik – en ik weet niet hoe het de lezer vergaat – net zo min iets aan met het revolutieverhaal als met het mooie cijfers verhaal. DIT IS WEL NEDERLAND, JA. Land van kleine marges. Zelfs Europa is deze jaren welbeschouwd meer op weg richting een rustoord dan een plaats waar revoluties worden gemaakt. Hoe goed zijn de ogen van het vluchtdier in mij eigenlijk? Blijven die kijken?

Weet u, beste lezer, ik zou normaal niet zo bang zijn voor de huidge ontwikkelingen. We hebben het zwaarder gehad. Er zijn heel wat heftiger momenten in de tijd geweest. Ook na de Tweede Wereldoorlog; ik denk aan de zestiger en zeventiger jaren. Niets van wat ik nu zie en hoor lijkt me vanuit dat perspectief onoverkomenlijk. In die zin heeft Merkel gewoon gelijk: ‘Wir schaffen das.’ Wat ik mis is simpel aanpassingsvermogen, een wat verdere blik op de toekomst en de ruimte om niet direct op het nieuws te hoeven reageren. Dat is niet niets, dat is heel ernstig. Het vluchtdier in mij is daarom angstig. Ik voel hoe mijn lichaam zich klaarmaakt voor vlucht. Maar waar naartoe? De vraag maakt mij nog angstiger. Maar ik ben niet voor niets van vluchtdier mens geworden. Ik heb hersens, moet ze gebruiken. Dan voel ik mijn bloed een andere kant op stromen, niet in het minst naar mijn ogen toe. Ik moet blijven kijken. En adem blijven halen.

– o – o – o – o -o – o – o – o – o – o – o – o –

Tot zover mijn blog voor deze week. Maar voor wie beter wil pakken wat ik bedoel, neem ik de lezer hieronder mee in een historische analogie. Veel voortgezet leesplezier.

Over boven- en onderdruk in de Nederlandse politiek

Spelen met druk
Ik moest dit weekend aan een 100-jarige oud-premier denken. Kleine man, frisse ogen, nietszeggende naam: De Jong. Ik kan niet op zijn voornaam komen. Oh ja, Piet. Hoe dan ook, niet iemand om Piet tegen te zeggen. Voor hem had ‘Mooie Barend’, premier Biesheuvel, zijn grote belofte allerminst ingevuld. Uit arremoede kreeg staatssecretaris De Jong in 1976 het premierschap. “Majesteit, zo ziet u maar hoe een mens aan lager wal kan raken,” tegen koningin Juliana, zei de duikbootkapitein bij zijn beëdiging. Niemand vond hem opgewassen tegen zijn functie. Maatschappelijk stonden er stormwinden. Ze kwamen vooral van links en van de jongeren. Politiek was het een puinhoop. Volgens velen was de democratie op haar einde. In Parijs zou echt de revolutie uitbreken. Rusland viel Tsjecho-Slowakije binnen. In Nederland stormt het, ook in Den Haag. In het Midden-Oosten breekt ook oorlog uit. Later zal naar de oliekraan worden gekeken. Met de komst van nieuwlichter D66 en het uiteenvallen van de partij van boer Koekkoek, waren er al 15 partijen in de Kamer. Het CDA was er nog niet en de voorlopers ervan hadden het meer dan zwaar. De PvdA ging een SP-koers varen waardoor ze niet meer voor regeren in aanmerking leken te komen. En toch wist De jong vier jaar lang de ene heikele kwestie na de andere op te lossen en de vier jaar door te komen.

Een onderzeebootkapitein weet van boven- en onderdruk. Door daar mee te spelen en slim de motor te gebruiken, kan je tijdig onder en boven komen en tegelijk aan de koers blijven. Het is iets dat de buitenwacht niet ziet of als zodanig herkent. Net zo min als herkent wordt hoe goed hij de menselijkheid en rechtvaardigheid in het oog hield bij het terrorisme van toen. Hoe dan ook; De Jong mocht niet doorgaan; hij werd niet als daadkrachtig genoeg gezien. Iemand anders werd de verkiezingen ingestuurd en verloor even zo goed dik. Den Uyl werd premier en even kraaide de revolutie victorie en werd Nederland links. Maar Den Uyl was geen duikbootkapiteit. Te lang ging hij mee met het steeds verder opvoeren van de veranderdruk. Uiteindelijk plofte er een ventiel en de duikboot scheurde. Van Agt en het nieuw opgerichte CDA raapte de stukken op.

Varen en laveren
Weinigen hadden verwacht dat het kabinet Rutte II de rit uit gaat zitten, maar het lijkt er op dat het gaat gebeuren. De maatschappelijk wind komt nu van rechts en gaat uit van de ouderen. Politiek is het een puinhoop, de democratie lijkt op haar einde, al zal je dat niet van D66 horen. In Parijs breekt de terreur uit. Ruslan heeft al de Krim geannexeerd. Het Midden-Oosten brandt. In Den Haag zitten er 16 partijen in de Tweede Kamer. De Eerste kamer vormt een rond schaakbord. En toch wordt er ontegenzeggelijk gepresteerd. Hoe kan dat? Het lijkt er op dat de omstandigheden voor een bijna perfect evenwichtige drukverdeling zorgden: tussen VVD en PvdA, tussen coalitie en oppositie. Niet ondanks, maar juist dankzij de hoge druk moeten compromissen gesloten worden en deals uitgevoerd.

Premier Rutte is geen duikbootkapiteit. Hij is er te lang voor. Hij is in ieder geval een stuk langer dan De Jong. Hij heeft eerder de lengte van oud-minsietr van Buitenlandse Zaken Luns. ‘Even de periscoop verlagen’, zei De Jong toen hij na Luns in de microfoon moest spreken. Rutte heeft veel minder dan De Jong een gevoel voor rechtvaardigheid en koers houden. Hij vaart vooral op de motor en is vaardig met het roer. Zijn vermogen tot snel varen en laveren is groot. Maar eerlijk is eerlijk, het is knap wat hij tot nu toe heeft gedaan. Maar nu, wat nu?

Abandon ship
Op dit moment heeft hij zijn handen vol aan het Europees voorzitterschap en vooral het vluchtelingendrama daarbinnen. De druk op hem is onmiskenbaar groot. De vraag: hoe groot is de druk, zowel binnen zijn kabinet als er omheen? Met de belangrijkste daden gedaan, lijkt het me dat er een situatie van onderdruk ontstaat binnen het kabinet, terwijl die er buiten, ondanks de goede ontwikkeling van de economie niet afneemt. Als het kabinet een duikboot was, zou die bijna recht omhoog gaan – om dan uit het water te schieten en met een klap terug op het water te vallen: ‘abandon ship’; zo zou het nu moeten zijn.

Alleen het kan nu niet. De peilingen en de positie van de Eerste kamer houden het schip als het ware onder water. En dat zou best zo kunnen blijven tot maart 2017. Maar als het dan naar bovenkomt, is het wel goed kapot en kan niet snel gerepareerd worden.

Gebrek aan druk
Wat dan? Normaal gesproken wordt er dan een nieuw schip gebouwd. Den Uyl deed dat dus in 1973. Niet zonder moeite, maar het gebeurde wel. Zolang de PVV uitgesloten blijft en de verhoudingen in de Eerste Kamer zijn zoals ze nu zijn, kan er feitelijk niet veel veranderen aan de krachtsverhoudingen tussen de partijen. Stilstand dus, met een gebrek aan druk binnen en tussen de beoogde coailitiepartners, totdat een soort tussenkabinet wordt geformeerd. Dat zou best opnieuw onder leiding van Rutte kunnen komen te staan. Wie anders? Maar ergens, waarschijnlijk tussen de PS/Eerste Kamer verkiezingen van maart en de Europese verkiezingen van juni 2019 zal dit kabinet sneuvelen. En pas dan wordt het werkelijk interessant. Mijn analyse is in ieder geval dat de liberale middenpartijen, zowel VVD als D66, tegen die tijd helemaal leeggeknepen zijn. De tijdgeest heeft ze ingehaald. In een veranderde wereld wordt dan een ander zeewaardig vaartuig opgetuigd.

Wie zal het zeggen? Deze tijd heet disruptief te zijn en is misschien wel revolutionair. Maar als soms doen mijn anti-revolutionaire wortels zich nog wel eens voelen en denk ik dat we niet moeten onderschatten wat temidden al woelingen weer hetzelfde wordt.

Peter Noordhoek

* Charles Kenny, 2015: The Best Year in History fort he Average human Being. The Atlantic, December 18, 2015.

Trendwatchers zijn uit, leve de Blijfkijker!

Schermafbeelding 2016-01-03 om 18.53.03

Trendwatchers zijn in hun uitspraken net als oliebollen: altijd net iets anders van vorm, maar per saldo erg voorspelbaar en vaak vet. Begin januari heb je spijt van elke bol en zit er opvallend veel lucht in je darmen. Als je eerlijk bent, dan weet je dat je er volgend jaar weer in zult happen. Voor het moment is het dus echt genoeg en zoek je naar een alternatief. Welnu, die is er: de blijfkijker. Lees maar mee.

Een trendwatcher is iemand die, het woord zegt het al, ‘trends’ beziet. Hij of zij maakt extrapolaties van het verleden naar de toekomst en gaat op zoek naar wat anders wordt. Het doel: zekerheid bieden in onzekere tijden. Om dat doel te bereiken gaan veel trendwatchers in feite een stap verder: ze verklaren het verleden tot bron van verderf en het heden onveilig. Het is de toekomst die veiligheid moet bieden. Wat raar eigenlijk, al past het binnen ons vluchtgedrag. Hoe dan ook: ze starten hun analyses onveranderlijk bij wat anders wordt.

Er blijft meer dan er verandert

Laat ik nou denken dat er veel meer blijft dan dat er verandert. Niet omdat ik per se aan het bestaande hecht- het gaat er juist om te kijken zonder vooronderstellingen – maar omdat het ronduit fascinerend is om te beschouwen hoe wij mensen in staat zijn om de buitenwereld zich steeds weer aan te laten passen aan onszelf. Daar zitten uiteraard grenzen aan. Toch is dat ‘blijfvermogen’ veel bepalender voor wie we zijn en hoe we ons opstellen dan al het spelen met het nieuwe. Ik versimpel, maar bij de trendwatcher hoort een voortdurend zoeken naar dat nieuwe en het snel vergeten wat niet vernieuwd werd. Bij de blijfkijker hoort een kijken naar wat blijft- en een blijven kijken naar wat er gebeurt. Overigens; het meeste dat blijft, blijft niet omdat het onbeweeglijk is, maar juist omdat het in een dynamisch evenwicht is. Bljft dat lang genoeg in stand, dan kunnen op die basis nieuwe toppen ontstaan, zoals in het Spaanse. Pas als iets langer blijft dan de dynamiek rechtvaardigt, ontstaat er ruimte voor echte vernieuwing.

Genoeg abstracties. Hoe kan een blijfkijker kijken?

Schermafbeelding 2016-01-03 om 19.09.27

Apple, blijvend slanker?

Het is fascinerend om te zien hoe Apple via de iPhone maar de toon blijft aangeven. Maar het blijvend succes van de iPhone geeft nog niet aan dat er ruimte is voor vernieuwing. 2014 was het jaar van de iWatch, in 2015 is die eindelijk ook in Nederland gekomen. En? Iemand nog een iWatch gezien in de terugblikken op het jaar? Het verkoopt wel degelijk, heeft wat vernieuwing gebracht, maar vooralsnogis het een marginale veranderingen ten opzichte van de permanente dominantie van de in de alweer 10 jaar geleden gelanceerde iPhone. Dat is een eeuwigheid geleden in de dynamische telefoonindustrie. Andere telefoons zijn in de buurt gekomen, maar allemaal spiegelen ze zich aan de iPhone in termen van het steeds zoeken naar slanker, slimmer en fraaier. Grappig genoeg komen juist daardoor alle fabrikanten niet aan wezenlijke productinnovatie toe. Alle innovatie blijft binnen hetzelfde kader: niemand durft te doen wat Nokia had moeten blijven doen: dikke telefoons met een vrouwelijke maken die over een eindeloze levensduur beschikken. Maar nu komt er een keerpunt. Het kwartje viel toen onlangs de Apple CEO Tim Cook aan het hannesen was met een eigen aanklikbare batterij voor de iPhone 6 (‘don’t call it a hulp’) en ongeveer tegelijk het gerucht ontstond dat in de iPhone 7 het gat voor het oortje zou vervallen om de telefoon nog dunner te maken. Ze weten het echt niet meer. Apple blijft wellicht, maar maakt ruimte voor vernieuwing. Het is wachten ‘till the fat lady sings’.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 19.10.04Televisie blijft telegeniek

Dit jaar moet het jaar worden van VR – Virtual Reality. Naast Oculus Rift zullen Sony en andere leveranciers met redelijk betaalbare manieren komen om echt in een 3D ervaring te leven en werken. Zelf verheug ik mij er op. Het potentieel is gigantisch. Toch denkt de blijfkijker in mij: waarom zou het VR anders vergaan dan de WII en de Kinnect? Dat zijn nog steeds opmerkelijke apparaten die het eigenlijk niet verdienen om nu al vergeten te zijn. Waarom was daarvoor kennelijk onvoldoende veranderruimte. Daarvoor moet je dan toch naar die ene grote blijver kijken: de televisie, oftewel het passieve kijken. Televisie past zich wel aan – denk aan het binchwatching met series, denk aan het gemak van digitaal opnemen – maar per saldo zit er nog altijd voldoende dynamiek in die oude kijkdoos, dat deze blijfkijker verwacht dat het nog zeker drie jaar zal duren voordat VR overal is, als het al zal gebeuren.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 19.20.55

Waar gaan we de banen plukken?
En los van de leuke spullen; hoe zit het met de beurzen, of met de rente? Wat kan een blijfkijker ervan zeggen? Eigenlijk is het de vraag of de blijfkijker daar veel over moet zeggen. Beurskoersen en rentestanden zijn uiteindelijk slechts weerspiegelingen van wat blijft en hebben slechts zelden eigenstandig impact – er valt wat dat betreft zelfs een vraagteken bij Lehman Brothers te zetten. Interessanter zijn uiteindelijk altijd grondstoffen en het productievermogen van een bevolking. Zolang grondstoffen over bijna de hele linie zo goedkoop blijven, hoeveel verandering mag je dan verwachten voor de economie in haar geheel? En laten we ons vooral verheugen op het succes van onze Nederlandse startups, maar we moeten tegelijk in de gaten houden dat, ondanks 600.000 werklozen en duizenden duimen draaiende vluchtelingen, het de telers in het Westland al jaren en jaren niet lukt om werklozen in de kassen aan het werk te zette. De trendwatcher zal daar niet snel om malen, de blijfkijker wijst op het probleem, maar tegelijk ook op de kans op een grote kans op groei als we nu eindelijk eens de wig, het verschil tussen loon en uitkering, aanpakken. Soms is wat blijft alleen maar verstarring en is het wachten tot iemand de ruimte vindt.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 19.38.00

 

 

 

 

 

 

 

 

Het politieke gat
En de politiek dan, de politiek? Nou, dit kabinet blijft dus. En blijft. Dan volgt een verkiezing met een lage opkomst, waarna versnipperd geschipperd moet worden tussen de realiteit van een onbruikbaar stemblok van de PVV aan de ene kant en een onmogelijke zetelverdeling in de Eerste Kamer aan de andere kant, gevolgd door bijna eindeloze coalitieonderhandeling, waarna vanwege de onvermijdelijkheid er een tussenkabinet Rutte III komt die tussen de provinciale statenverkiezingen van maart en de Europese verkiezingen van 2019 gaat vallen, eindigend in een politiek gat dat gevuld gaat worden via een spannende tweestrijd tussen PvdA en CDA, waarbij de laatste wint. En na deze in alle opzichten veel te lange zin, zal dus pas na 2019 blijken dat het blijvende voldoende verstard is geraakt om ruimte voor echte verandering te maken – en alles tegelijk hetzelfde blijft. Snap u?

Lange zinnen, korte beelden

Lange zinnen hoor je in te korten en het kan best zijn dat de werkelijkheid van alle dag dat ook gaat doen. Zo zou het zomaar kunnen dat die overwinning van het CDA binnen nu en een jaar al zal plaatsvinden. Of die van de PvdA. Wat echter niet waarschijnlijk is, is dat alle doemdenkers die het einde van de parlementaire democratie voorspellen, gelijk zullen krijgen. Geen referenda of vormen van digitaal stemmen zullen in de plaats komen van die merkwaardige analoge vertoningen in Den Haag en Brussel. Althans; zolang er voldoende dynamiek in de politieke arena is, krijgt radicale vernieuwing weinig kans. Fortuyn pakte de ruimte die rond 2000 door de stilte van Paars ontstond, Wilders maakte de ruimte groter. Nu ontstaat een nieuw gaat, maar Wilders bezet het gat dat Fortuyn eerder maakte. Het zal even duren, maar dan wordt ook het nieuwe gat gevuld.

Schermafbeelding 2016-01-03 om 18.52.29

Blijven kijken naar wat blijft

Deze tekst is geschreven toen ik een politieke prognose in bovenstaande zin aan het maken was. De volledige prognose houdt de lezer tegoed, maar hier komt dus het idee van de blijfkijker uit naar voren. Natuurlijk is trendwachtchen leuker en ja, er schuilt een groot gevaar in het vasthouden aan het bestaande. Maar daar gaat het dus niet om. Het gaat om het zoeken naar waar de ruimte voor verandering echt zit. Daarvoor moet je kijken naar wat blijft en blijven, blijven kijken. Pas dan valt een blik te werpen op wat echt kan veranderen.

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek