Maandelijks archief: november 2015

Er verdwijnt meer dan een blauwe envelop. Naar een grotere digitaliseringskloof

Schermafbeelding 2015-11-29 om 20.35.21De campagne loopt volop. We zeggen vaarwel tegen de blauwe envelop. De belastingdienst gaat nu echt digitaal. De campagne waarin dat wordt verteld brengt het met een snik en brengt MijnOverheid met haar berichtenbox in beeld. Natuurlijk wordt geeindigd met de bekende leus: ‘leuker kunnen we ’t niet maken, makkelijker wel’. Dat is niet zonder reactie gebleven.

Klein bier?

In de Tweede Kamer is Pieter Omtzigt (CDA) een actie gestart om de papieren brief, inclusief blauwe envelop, beschikbaar te houden. De staatssecretaris heeft op 23 november jl. aangegeven: ‘wie geen computer of internet heeft, digibeet is en geen vrienden of familie heeft om te helpen’, komt toch nog in aanmerking voor de brief. Als politieke crisis is dit klein bier. De botsing over de blauwe envelop is echter wel interessant vanuit de diepere vraag naar wat de kwaliteit van de overheidsdienstverlening moet zijn.

Digitaal, tenzij…

Kabinet na kabinet zet in op een verdere digitalisering van de dienstverlening. Ondanks alle berichten over mislukte IT-projecten, mag geconstateerd worden dat dit aan het lukken is. Er zijn allerlei cijfers over te geven, maar het verdwijnen van de blauwe envelop is als symbool veelbetekenend. Digitale communicatie is de norm, brievenpost de uitzondering op de regel. De niet digivaardige minderheid dient zich aan te passen aan de voorkeurskanalen van de digitaal opererende meerderheid.
Je zou willen dat het zo simpel was. Allereerst voor de belastingdienst zelf. In antwoord op Kamervragen geeft staatssecretaris Wiebes aan dat van de 12 miljoen volwassenen er nu 2,1 miljoen over een berichtenbox beschikken. Daarvan hebben in twee weken tijd een half miljoen gebruikers ten minste een bericht gelezen. Dat zijn respectabele aantallen, maar het is slechts een eerste stap op een lange weg waarbij beren constant op de loer liggen. Uit efficiencyoverwegingen en de daarmee samenhangende kostenbesparingen is deze koers bepaald en is niet te verwachten dat daarvan afgeweken zal worden.

Digitale kloof

Het echte probleem is van een andere orde. De mate van digitalisering van de overheid is in de plaats gekomen van de discussie over de kwaliteit van de dienstverlening van diezelfde overheid en dat leidt tot misverstanden.
Desgevraagd vindt inmiddels zo’n 80% van de burgers dat dienstverlening uitsluitend digitaal kan. Die lijken het dus eens met de benadering van de staatssecretaris. Dat cijfer past ook in een trend waarin iedereen het heel normaal vindt om digitaal bezig te zijn.
80% is nog lang geen 100%, maar de algemene trend lijkt gezet. Vraag je diezelfde burger echter hoe deze in een individueel geval contact met de overheid wil hebben, dan heeft opeens slechts 23% burgers voorkeur voor het digitale kanaal. Het gat tussen de abstractie van de trend wat ‘de’ samenleving zou moeten doen’ en de voorkeur ‘wat men zelf wil‘ is dus erg groot.

Speelruimte

Het is interessant om te bedenken waar die terughoudendheid vandaan komt. Soms is onderzoek overbodig om toch tot wat redelijke aannames te komen. Een reeks van overwegingen kan een rol spelen bij het eigen intuïtieve verzet tegen een digitaal kanaal. Keuzestress, zoekproblemen, verzet tegen de digitaal afgedwongen logica, een gebrek aan vertrouwen in de digitale hulpfunctie als je echt advies wilt hebben of domweg het dreigende perspectief van een lege batterij, het kan allemaal een rol spelen. In ieder geval hebben we gedurende eeuwen geleerd te marchanderen met onze gezaghebbers. Ik denk dat we prima aanvoelen dat veel van de digitalisering er op is gericht om de speelruimte te verkleinen, ambtelijk verwoord als ‘de foutenmarge beperken’. De vraag die zich aandient is of de gemiddelde burger werkelijk begrijpt wat hij of zij doet als deze een digitale belastingaangifte online bekijkt en gevraagd wordt op de knop verzenden te drukken?

Wilsbekwaam

Als je er zo naar kijkt wordt de digitale kloof waarschijnlijk eerder groter dan kleiner. Dat gebeurt zeker als we in de hoek van efficiency blijven hangen en het probleem reduceren tot een communicatiekwestie. Als burger hebben we in ieder geval voortdurend de vraag of we wel keuzebekwaam zijn als we door de wegversmallingen van de digitale kanalen heen laveren.  Men zou verwachten dat de overheid burgers helpt om in volle bewustzijn en verantwoordelijkheid keuzes te maken. Zo niet, dan dient de vraag zich aan hoe wilsbekwaam burgers eigenlijk zijn als zij keuzes maken.

Dienstverleningskloof 2013.1Het aanbieden van een alternatief op de digitale dienstverlening gaat dus niet alleen over de groep van wie we weten dat ze niet digitaal vaardig zijn. Het betreft waarschijnlijk een veel bredere groep die bij tijd en wijle de weg kwijt is in de digitale wereld. Zoals in de figuur wordt aangegeven onder de horizontale streep.

Blauwe envelop

Het verdwijnen van de blauwe envelop is goed nieuws voor de grote groep die al gewend is digitaal te werken. Het is ook goed nieuws voor de overheid, want het scheelt veel porto kosten. Voor de groep pure digibeten zal een fysieke envelop als uitzondering op de regel beschikbaar te komen. Iedereen blij, toch? Maar wat wij met z’n allen moeten doen is de discussie verschuiven naar de vraag hoe we op een serieuze manier de communicatie tussen burger en overheid inrichten. Daarvoor is een breder debat nodig. Daarvoor moeten we in de digitale envelop kijken, blauw of niet.

Tot slot

Niet iedereen juicht het afscheid van de blauwe envelop toe, zoals blijkt uit deze klacht die een 95 jarige bewoner verstuurde aan alle politieke partijen in de Tweede Kamer.

 

Schermafbeelding 2015-11-30 om 08.54.18

Belastinguiteenvaller

Regelmatig loop ik met de vraag rond: wat zou Helmut Schmidt nu doen? Een rationele realist, te koel wellicht voor deze hete tijden, maar mij zou die koelheid nu goed passen. Eén van zijn uitgangspunten was dat je alleen maar effectief kan opereren in zaken als veiligheid en welzijn als eerst de welvaart op orde is. Hij heeft dus heel consequent doorgewerkt aan een herstructurering van de economie terwijl ook in zijn tijd het land bij tijden in brand stond. De tijden zijn nu anders, het is niet van dezelfde orde en je kan Duitsland niet zomaar vergelijken met Nederland, maar ik kon het niet helpen aan die stelregel van Schmidt te denken terwijl ik de debatten over ons belastingstelsel volgde.

‘Het zal wel’ effect
Deze week is de Tweede Kamer akkoord gegaan met een pakket maatregelen dat per saldo neerkomt op een lastenverlaging van zo’n 5 miljard euro. De aandacht onder journalisten was beperkt en bij het brede publiek nog beperkter. Deels heeft dat met alle aandacht te maken voor de nasleep van de aanslagen in Parijs, deels heeft dat te maken met de verwachting dat het pakket in de huidige vorm het niet zal halen in de Eerste Kamer. En deels, laten we dat niet onderschatten, dat het om hoogst technische materie gaat. Iemand die niet in belastingwetgeving is gespecialiseerd zal al snel denken: het zal wel. Ik kijk volgend jaar wel in mijn portemonnee.

Filosofietje
Ik ben zo’n niet gespecialiseerde toekijker. Ik weet iets meer dan de meeste mensen, maar minder dan de mensen die er echt wat van weten. Ik denk er wel genoeg van te weten om te beseffen hoe belangrijk ons belastingstelsel is voor mijn vermogen om geld te verdienen. Dit is mijn kleine levens filosofietje: je moet geld eerst verdienen voordat je het uit kan geven, maar daarna moet je het niet alleen aan jezelf uit geven. Dat laatste gaat zover, dat ik het als burger acceptabel vind om dat in de vorm van belasting te betalen. Er zijn er nog een paar, maar de belangrijkste randvoorwaarde voor dat laatste is dat het betalen niet ten koste gaat van mijn vermogen om dat geld te verdienen.

Welnu, hoe eenvoudiger dat belastingstelsel, hoe dichter ik bij dat simpele filosofietje van mij kom. Over effecten op de inkomens(on)gelijkheid wil ik het niet hebben, over de onmogelijke modellen van het CPB ook niet. De samenstelling van het gezin heeft even mijn belangstelling niet en zelfs de vraag naar de vergroening van het stelsel kan me niet boeien. En ik fluister het maar, maar zelfs de verschuiving van de meevaller naar de begroting van Veiligheid en Justitie ontlokt bij mij geen gevoel van bewondering.

Waar ging het om?
Terug wil ik, terug naar het begin van deze discussie, zo rond het begin van dit jaar. Toen ging het over een ‘echte’ vereenvoudiging van het stelsel. Eens in de 10-15 jaar is zoiets nodig. Dan kunnen we iets doen om een einde maken aan onzinnige aftrekposten, rondpompende subsidieposten, losgeslagen vermogensbestanddelen en al die andere directe en indirecte manieren waarop we ons stelsel vol goede bedoelingen naar de sodemieter helpen. Dat idee, daar was ik enthousiast over.

Waar ik niet enthousiast over was, maar wat ik wel begreep, was om dan zo’n 5 miljard opzij te zetten voor de ‘frictiekosten’. Met andere woorden; met die pot ervoor te zorgen dat het allemaal redelijk inkomensneutraal kan en dat de computers het allemaal aankunnen. Eerlijk gezegd vond en vind ik die 5 miljard nog aan de zuinige kant, al was het maar omdat mijn vertrouwen niet groot is dat de belastingdienst onder de huidige omstandigheden in staat is een werkend systeem te bouwen.

Van vereenvoudiging naar verlichting
Zo ergens rond de zomer, nadat de beurzen omhoog waren geschoten en de crisis voorbij werd verklaard, was het opeens over met die algemene discussie over een vereenvoudiging. Een akkoord werd onhaalbaar geacht, een echte vereenvoudiging moest kennelijk wachten tot een volgende coalitie. De 5 miljard frictiekosten werd niet iets om te reserveren maar om te verdelen: een lastenverlichting.
En nu lijkt het er op dat zelfs de lastenverlichting buiten bereik ligt. Als er al een akkoord komt zal het een compromis op een compromis zijn: jij iets voor jouw wens, ik iets voor de mijne. Reserveren voor een serieuze vereenvoudiging? Het plan kucht stof, geen woord wordt er over gesproken.

bron: fd.nl

bron: fd.nl

Belastinguiteenvaller
Afzichtelijk. De discussie over welke partij hier het meest het gelijk aan de zijde heeft wil ik niet eens voeren. Natuurlijk wil ik graag een lastenverlichting, wil ik dat er meer geld naar defensie, naar veiligheid, maar niet zo. O zeker, ik heb ook nog wel een goed doel: als ondernemer lijd ik onder de incompetente lui die er niet in slagen om fatsoenlijk internet in de mooiste binnenstad van Nederland (Gouda!) te hebben. Bij wie mag ik mij melden?

Maar mensen, beste politici, wat jullie nu laten zien is een ware belastinguiteenvaller. Terwijl jullie al jullie hobbypaarden lieten steigeren tot ze in het stof vielen, is de discussie over de vraag wat voor belastingstelsel we juist zouden moeten bouwen verstomd. Jullie verdienen een emmer koud water over jullie hoofd, want jullie weten allemaal dat de kans op een simpeler stelsel waarschijnlijk bij een volgende coalitie niet groter zal zijn dan die nu is. Waar gok je dan op? Hebben jullie gezien dat de economie weer is afgekoeld? Mooi dat Nederland de triple A-status weer terug heeft, maar hebben jullie gezien welke bellen er buiten ons land geblazen worden? Zo gaat het 20 jaar duren voordat het stelsel is aangepast aan de wereld van nu. Dat is dan zeker 5 jaar te laat.

Eerste Kamer
De Eerste Kamer kan niet goed maken wat nu is gebeurd. Doet ze wat ze normaal doet, ongewijzigd instemmen, dan doet ze het waarschijnlijk nog het beste. Wordt er geblokkeerd of eindeloos dooronderhandeld, dan is de kans groot dat het alleen maar zal onderstrepen hoe ver ons belastingstelsel uit elkaar valt. Dit is geen technische exercitie, een kwestie van een beetje draaien aan wat knoppen. Dit kabinet en beide Kamers spelen met onze economie en ze lijken allemaal het enige doel uit het oog te verliezen dat de moeite waard is nu we het ons kunnen permiteren: zorgen dat ons belastingstelsel weer toekomst bestendig wordt. Mag ik voorstellen hoe dan ook die 5 miljard te reserveren voor het moment dat jullie weer bij zinnen zijn?

Peter Noordhoek

Wat zou Helmut Schmidt nu doen?

Dit is de dag na een nieuwe aanslag in Parijs. Een aanslag in de vorm van een meervoudige aanval met gemengde wapens: bommen en Kalasjnikovs. Alles gericht op maximaal effect. Er zijn waarschijnlijk minder doden gevallen dan bij het neerhalen van het Russische toestel in de Sinaï een week eerder, maar het effect op de publieke opinie zal groter zijn, althans hier in Europa.
Het antwoord zal er zijn, in zowel emotionele en symbolische zin, in de vorm van oprechte woorden en harde beloften van vergelding. Helaas, we hebben het eerder meegemaakt. Zoals iemand het zei: ‘de omvang verschilt, de aard van de aanslag niet.’

Dus moet je dan maar niet geschokt zijn? Geen grote woorden gebruiken?

Schermafbeelding 2015-11-14 om 13.36.51

Misschien niet, nee. Ik moest aan de afgelopen week overleden Helmut Schmidt denken. Hij was Bundeskanzler in de tijd van de RAF-aanslagen. Iedereen kon toen ook slachtoffer worden. Voor zover ik heb begrepen, heeft dat hem wel degelijk aangegrepen (op de foto ontmoet hij de weduwe van de door de RAF omgebrachte Hanns Martin Schleyer), maar hij gaf echt geen millimeter toe in gijzelingssituaties. Hij had een afkeer van te emotionele reacties en bewonderde regeringsleiders die zich stabiel toonden. Altijd zag hij het grotere geheel, moest er ‘verantwoordelijkheid worden genomen’. Hoe zou hij hebben gereageerd?
Heel koel dus, zonder zijn zijn publieke rol uit het oog te verliezen. Dit is mijn invulling.

  • Er is een grote roep om grenzen dicht te doen. Moet dat gebeuren? Ja, het lijkt wel nuttig om de capaciteit te hebben om grensacties te doen. Daarbij maakt het in de kern niet uit of het om vluchtelingenstromen of terreurdreigingen gaat. In alle nuchterheid: die zijn deels met elkaar verbonden. Het is echter onzinnig en economisch zeer schadelijk om waar dan ook tot permanente grenzen over te gaan, zelfs niet aan de kwetsbare zuidkant van het Europese continent. Elke grens is er uiteindelijk om te worden overschreden. Dus: een (deels Europees) budget vrijmaken voor tijdelijke grensbewaking is zinvol. Uiteindelijk zijn grenzen echter een groter gevaar voor het Europese project dan terroristen ooit kunnen zijn;
  • We weten dat in het geval van Charlie Hebdo de daders tot op het laatst contact hadden met hun opdrachtgevers. Ook nu zal dat het geval zijn geweest. Fysieke grenzen zijn daarbij geen oplossing; het gaat om digitale grenzen. Zowel de Russen als de Jihadisten maken daar misbruik van en daarin tonen we ons als Europa naïef. Schmidt toonde zich onbevreesd als het ging om het herbewapenen om de Russen af te schrikken. De nieuwe wedloop heet cybersecurity. Er zal iets van een ‘Europees Digital Domein’ moeten komen waarover Europa zelf meester is;
  • Er zou wel eens sprake kunnen zijn van een ‘blessing in disguise’. Het nagenoeg gelijktijdig aanvallen van Rusland en het Westen door IS kan het mogelijk maken dat er werkelijk van samenwerking sprake is als het gaat om het bestrijden van IS. Het is ook opvallend hoe sterk Iran de aanslag in Parijs afwijst. Vrijdag de 13e begon met het goede nieuws dat ‘Jihadi John’ gedood zou zijn en dat er door de Koerden een stad op IS veroverd was. De dag eindigde met de aanslagen op Parijs. Dat kan haast geen toeval zijn en toont de slagkracht van IS. Maar het maakt ook eens te meer duidelijk voor het westen hoe belangrijk het is IS te verslaan. IS kan vrijdag de 13e winnen, maar niet de rest van het jaar.

Vanaf dat ik een tiener was reisde ik regelmatig naar Londen. Zo ook eind zeventiger jaren. Wat de RAF was voor Duitsland, was de IRA voor Engeland en vooral Londen. Om de haverklap werd er een aanslag gepleegd.
Als ik een stad bezoek doe ik dat het liefst te voet. Taxichauffeurs hebben een slechte aan me, in bussen zien ze me zelden. Zo ook die ene vroege nacht dat ik op weg was van de Londense binnenstad naar mijn verre hotel. Opeens hoorde ik een doffe klap achter me. Ik kon het geluid niet goed thuisbrengen, maar wist genoeg. Heel kort daarna klonken politiesirenes. Ik twijfelde even wat ik zou doen, maar besloot met forse stap door te lopen naar mijn hotel. Niet veel later kwam er ter hoogte van Westminster een politieauto naast mij rijden. Ik voelde me bekeken, maar hield mijn pas vast. Zeker een minuut later trok de auto weer op en verdween. Ik vervolgde mijn lange weg. Meer dan een uur later was ik op mijn kamer.

De volgende dag hoorde ik dat er een zware aanslag was gepleegd. De televisie en kranten stonden er vol van. Ik ontdekte toen dat ik vlak daarvoor langs de plaats was gelopen waar de aanslag was gepleegd. Ik wist toen ook dat ik gedurende ruim een minuut zelf verdachte van een terreuraanslag moet zijn geweest. En er was nog iets wat ik die nacht leerde: hoe groot een stad kan zijn.
Na die knal en de sirenes werd het een lange, stille wandeling. Om mij heen voelde ik de stad slapen. Tien-, honderdduizenden mensen, miljoenen. Geen van allen geraakt door een bom. Hoe groot ook, aan de vermoeidheid in mijn benen kon ik voelen hoe klein de aanslag was op het totaal der dingen.

Niets wil ik afdoen aan de verschrikkingen van de afgelopen nacht in Parijs. Niets. Maar dat gevoel van de grootsheid van de stad, dat van zoveel groter zijn dan een aanslag, dat wil ik er wel naast zetten. En dan geloof ik ook dat de Helmut Schmidt’sen van deze tijd onschokbaar hun werk gaan doen en maatregelen nemen.

Peter Noordhoek

Vluchtelingencrisis en ontwikkelingssamenwerking

Schermafbeelding 2015-11-09 om 10.34.47In de afgelopen twee maanden heb ik met een grote groep mensen uit Zuid-Holland gewerkt aan een aantal resoluties. Buiten verkiezingstijd zijn resoluties de manier waarop de leden van een democratische partij zich uit kunnen spreken over de koers van de partij. Iets om zuinig op te zijn. Dit keer was onder de resoluties er een over de vluchtelingencrisis. Die haal ik er in deze blog uit. Niet alleen vanwege de actualiteit, maar ook omdat met deze crisis er ook allerlei andere thema’s loskomen. Niet direct voor de hand liggend, maar als er één thema in de context van deze resolutie veel heeft losgemaakt, dan is het ontwikkelingssamenwerking (OS). Zowel om iets van dat proces van het maken van een resolutie te laten zien, als om aandacht te vragen voor de de koersdiscussie die rond OS op het uitbreken staat, deze blog.

IN HET KORT: 

  • als CDA hebben we een resolutie aangenomen die drie lijnen met elkaar verbindt: herbevestiging christendemocratische beginselen, het werken aan nieuwe oplossingen voor een vastgelopen asielbeleid en het onderkennen dat nieuwe vluchtelingenstromen deze kant op zouden kunnen komen als we niet naar de bron van de problemen gaan. Deze blog vertelt vanuit het perspectief van de indieners hoe zo’n resolutie eigenlijk tot stand komt. Een verslag van binnenuit.
  • de resolutie maakte onverwacht het punt ontwikkelingssamenwerking (OS) belangrijk, hoewel dat in de buitenwereld nauwelijks leeft. Toch is het goed dat dit gebeurt. Er is niet zonder reden scepsis over het effect van de wijze waarop OS nu wordt uitgevoerd en dat maakt de drempel om het budget ook daarvoor in te zetten onvermijdelijk lager. Op de langere termijn zou het weleens heel verstandig kunnen zetten om OS te herwaarderen. Dan moet het gaan om het grootschalig en strategisch inzetten van OS in de regio’s waar nu nieuwe brandhaarden kunnen ontstaan. Dus niet hier in Nederland, maar daar. Om zo echt wat te werken aan het voorkomen van nieuwe vluchtelingenstromen en ondertussen te doen wat we als mensen toch al zouden moeten doen.

IN HET LEKKER LANG:

Een resolutie in de maak

Waarin de hoofdpersoon gaat sleutelen aan resoluties, ondervindt hoe gevoelig dat kan liggen, maar soms anders dan hij denkt. Hoe het goed komt.

Start
Het formuleren van een resolutie kan een fluitje van een cent zijn, zolang je de deadline van de partij maar in de gaten houdt. 1 A4’tje met een stevige uitspraak is voldoende. Het geaccepteerd krijgen van zo’n resolutie door een congres is echter nog iets anders. In Zuid-Holland zijn we eind september officieel begonnen met de voorbereiding van het CDA-congres van 7 november. Na een brainstorm met een forse groep leden hadden we zo’n 30 (1) thema’s en onderwerpen waar we uit konden kiezen. Uiteindelijk, zo was onze interne spelregel, konden er slechts 2 van overblijven die voor indiening in aanmerking komen.

 

Schrijvers
Er was één thema waar we niet omheen konden: vluchtelingen. Ondanks dat we als Zuid-Holland nog geen jaar eerder in een congres een resolutie aangenomen hadden gekregen over precies dit onderwerp, was de inhoud ervan al weer achterhaald door de actualiteit. Maar waar moet de inhoud dan over gaan? Uiteindelijk hebben we aan het einde van die brainstorm drie schrijfgroepjes ingesteld: één die de Nederlandse kant van de opvang behandelde, één die als het ware de Europese en buitenlandse dimensie pakte en één die startte bij de conclusie dat het vluchtelingendebat de tegenstellingen in de samenleving vergrootte en wat daar aan gedaan moest worden. Dat ene thema alleen al dus joeg ons over de doelstelling van slechts 2 resoluties heen.
Maar wat bepaalt dan de keuze voor een resolutie?

 

Eisen aan een resolutie
Een goede resolutie moet in de optiek van deze delegatieleider aan twee eisen voldoen: 1) het moet richtinggevend zijn voor partij en fractie, en 2) het moet aanleiding geven tot debat. Een resolutie waar iedereen het over eens is, is zonde van de tijd. In mijn ervaring is zeker die tweede eis best lastig, maar als iedereen het over het thema is – ‘we moeten meer geld aan onderwijs geven’ – en niemand daarover met elkaar in discussie gaat, is dat een zeker teken dat het de verkeerde resolutie is.

Op elke regel bestaat een uitzondering. Eén uitzondering op de tweede regel is die van de ‘eenheidsresolutie’. Het doel is dan om juist tot uiting te brengen waar we het over eens kunnen zijn. Daar moet je zelden mee komen. Als het thema te licht is, gaat iedereen direct weer over tot de orde van de dag. ‘Tsja, daar waren we al over eens’, krijg je dan te horen. Vluchtelingen is een thema dat bijna per definitie zwaar genoeg is. Misschien wel te zwaar. De geschiedenis van mijn partij is helaas vol van resolutie die daar direct (‘Mauro’) of indirect (‘regeren met de PVV’) over gaan en onze partij op scheuren hebben gezet.

 

Weging
Toch was het dit keer het goede thema. In de weken na de brainstorm zagen we bij onze Duitse zusterpartijen CDU/CSU een enorme spanning ontstaan tussen Merkel en grote delen van haar partij. In eigen land groeide de behoefte aan leiderschap. Sybrand Buma gaf leiderschap en kwam (en komt) in ieder geval met stevige (‘safe havens’) en gedurfde (ontheemdenstatus’) oplossingen, maar de Merkelliaanse toon werd begin oktober sterk gemist. Later zou het overlijden van Aantjes, inclusief alle herinneringen aan de Bergrede, ons nog eens herinneren aan de waarde van ‘geïnspireerde politiek’. Toch, die spanning tussen principiële en praktische politiek moest in het geval van Sybrand en de partij overbrugbaar zijn, zo was het gevoel, bevestigd door de wijze waarop hij zich in diverse debatten en speeches liet zien.

Daarnaast is, zo eerlijk moet je ook zijn, het net iets makkelijker om een resolutie in oppositietijd geaccepteerd te krijgen dan als je in een kabinet zat. Toch; die dagen kwam een peiling van 1Vandaag langs waaruit bleek dat onze partij, samen met de SP, het meest verdeeld was over de komst van vluchtelingen, met bijna exact 50% voor de toelating en 50% die het daarmee oneens was. Waarom dan zout in de wonde strooien? Uit gesprekken kwam echter naar voren dat de tegenstelling vooral in de mensen zelf zit. De inschatting was en is dat het voor de achterban geen of – of is, zoals in een peiling. Mensen willen én dat de vluchtelingenstroom beheerst wordt én dat dit niet ten koste gaat van de echte vluchteling. Dan i het toch goed om juist als partij richting te geven en het niet alleen aan je voorman over te laten?
Tijd voor een resolutie dus. Niet zouteloos, maar ook niet primair gericht op debat. We moeten opschrijven waar we voor staan, waar grenzen liggen en wat we gemeen hebben.

 

Omdat we natuurlijk ook wel wisten dat overal de discussie over de vluchtelingencrisis werd gevoerd, heb ik voorzitter Ruth Peetoom gebeld met het verzoek andere provinciale afdelingen naar ons door te verwijzen als zij vergelijkbare plannen hebben, zodat we niet vanuit alle kanten met resoluties komen, maar dat wat op elkaar afstemmen.

So far so good, maar wat ga je daadwerkelijk opschrijven als je dat mooie doel hebt? Wat is nog geldig na 7 november, als er elke dag nieuwe conflictpunten bij lijken te komen en een paar kilometer verderop de eerste gewelddadigheden in eigen land uitbreken?

 

Voorzien
Ergens die weken, sprak premier Rutte uit ‘dat niemand de huidige stroom vluchtelingen kon voorzien’. Onze resolutie van november 2014 herlezend, dacht ik onbescheiden ‘Nou dat hebben we toch scherper gezien’. Met zoveel woorden werd de verwachting uitgesproken dat er duizenden Syrische vluchtelingen deze kant op zouden komen. De oplossing die we toen voorstonden was net verdelen van de vluchtelingenstroom over alle Europese landen (mij was bekend dat veel Oost-Europese landen slechts zeer mondjesmaat vluchtelingen toelieten. Zoals mijn gesprekspartners daar wel degelijk beseften: niet houdbaar).
Inmiddels was het principe geaccepteerd, maar de praktijk liep en loopt ver achter op wat er nodig is nu de vluchtelingen daadwerkelijk binnenstromen. Zoals iemand binnen de delegatie constateerde: het huidige asielbeleid is gebroken. Alleen met een nieuwe benadering houden we het zo overeind dat het voor Nederlanders en vluchtelingen acceptabel blijft. Er moet dus ruimte voor nieuwe oplossingen zijn, of het nu om wonen, leren of verblijfstatus gaat. Dat viel zo op te schrijven – na eerst de waardering op te schrijven voor al degenen die in deze crisisdagen als vrijwilliger of professional niet ‘zeuren’ maar doen.

Maar in dat zoeken naar nieuwe oplossingen blijft het wel zaak niet in een race naar beneden te komen. De eerste en wellicht grootste behoefte van de leden zou toch zijn om de eigen beginselen te herbevestigen. Waar staan we als leden van de partij voor? Ieder mens telt, ook de vluchteling. Of je het nu benadert via de (christelijke) deugden als naastenliefde en barmhartigheid, of uitgaat van een fundamenteel vertrouwen in de mens, ieder van ons moeten beseffen dat achter de grote aantallen wel mensen schuilgaan en onszelf niet verliezen in de maatregelen die we nemen. Het zijn maar woorden en hypocrisie ligt altijd op de loer, maar zonder die woorden ben je pas werkelijk koersloos.
Naast de oplossingen en de principes, kwam er nog een derde draad in de resolutie: de noodzaak om nog verder vooruit te kijken dan nu het geval is. We noemden het bewust de ‘resolutie Syrische vluchtelingen’, vanwege de continuïteit, maar de tekst kijkt ook vooruit en dan zien we nieuwe stromen vluchtelingen komen als we niets doen om de bron van de problemen aan te pakken.

 

Stappen naar een tekst
In eerste instantie schreef ik in feite alleen de analyse (‘Het congres bijeen op 7 november 2015 in Utrecht constateert dat ..’) en de verschillende wegingen op (‘overweegt dat’). Het zgn. ‘dictum’ (‘spreek uit dat …’) liet ik liggen tot ik de eerste reacties en ideeën van de delegatieleden had. Daardoor gerustgesteld, ging ik door en schreef de resolutie vlot uit. Het is een goed beginsel binnen het CDA om ook altijd aan te geven hoe je de voorgestelde wilt financieren. Om die reden nam ik eenvoudig weg een zin over uit de resolutie van een jaar daarvoor: de kosten moeten mede kunnen worden bekostigd uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking (OS). De resolutie was immers aanvaard zonder een scheef woord hierover. De tekst van de resolutie kon de wereld in, om te beginnen binnen de eigen provincie.

 

OS
Binnen de eigen provincie werd het idee achter de resolutie direct opgepakt. Op sommige onderdelen kwam kritiek en dat leidde soms tot aanpassing. Sommigen vonden de resolutie niet duidelijk genoeg, anderen (op sommige onderdelen) te duidelijk, maar eigenlijk viel de kritiek mee. Op één onderdeel na: het punt ontwikkelingssamenwerking. Daar werd emotioneel op gereageerd. Het gebeurde al, het was overbodig, was één kant van de reacties. De andere kant was principiëler: het budget voor OS was al te ver uitgehold. Dit kon niet. Het minimum van 0,7% BBP moest overeind blijven en echt een minimum zijn.

Op het moment dat de discussie over dit punt opkwam, heb ik er eerlijk gezegd pragmatisch op gereageerd: laat de discussie maar komen, de leden beslissen wel. Ik zat er niet emotioneel in, temeer daar de hoofdlijn van de resolutie keurig overeind bleef. Op een gegeven moment werd ik gebeld door Ruth Peetoom, die mij informeerde dat een groep van 50 leden (waaronder behoorlijk wat Zuid-Hollanders), met een aparte resolutie op dit punt zouden komen. Ik vond dat een prima ontwikkeling, maar wilde toch ons punt erin houden tot het bestuur haar afweging kon maken. Weer verbaasde ik mij echter over het feit dat, terwijl de rest van de wereld het er niet over had, OS het belangrijkste discussiepunt werd rond de resolutie over de vluchtelingencrisis. Er was een onderliggende zenuw geraakt.

 

Op stoom

Op de dag voor de deadline van het indienen van resoluties bij het landelijk bestuur, werd de discussie in het algemeen bestuur van de provinciale afdeling gevoerd. Het werd een prima en open discussie. Voor het eerst kreeg ik het vertrouwen dat we op de goede lijn zaten. Zonder er een traan om te laten, ging ik mee met het voorstel om het punt OS te schrappen. In plaats daarvan kwam een punt die de lange termijn consequenties van de huidige crisis nog eens uitwerkte. Prima. Uit de 7 nog voorliggende thema’s koos het bestuur nog twee andere thema’s: de mogelijke verandering in de vermogensbelasting en het ‘recht op recht’; het overeind houden van de rechtspreek, inclusief het betaalbaar houden van de griffiekosten. We konden tevreden zijn.

Met het idee dat ik tot aan het congres even niets meer hoefde te doen, ging ik op pad naar Marokko voor de uitvoering van een training. Vanuit Casablanca arriveerde ik met de trein in de hoofdstad Rabat. Net uit de trein kreeg ik opnieuw Ruth Peetoom aan de telefoon: of we onze resolutie alsnog wilden samenvoegen met die twee andere provincies, Utrecht en Limburg. Tegen het principe kon ik moeilijk bezwaar hebben, maar ik wilde de tekst natuurlijk wel zien. De leden moesten er ook over eventuele wijzigingen geïnformeerd worden.
Dat zijn van die momenten die je je herinnert: in Rabat lezend in een nieuwe tekst, terwijl door het raam van je hotelkamer het ‘Allah Akhbar’ van het vrijdaggebed door je hotelraam klinkt. Alos ik even moest horen dat ik mij nu aan de andere kant van de Middellandse Zee bevond en dichter bij de bron. Maar de tekst bouwde keurig voort op onze eigen tekst en de strekking was dezelfde. Een samengevoegde tekst is nooit zo strak als je zou willen, maar hier konden we geen bezwaar tegen hebben, dus als een haas ben ik iedereen gaan raadplegen die meegenomen moest worden (dit is de plaats om te melden dat ik perfect heb samengewerkt met Jos Huizinga en Peter Pennekamp van het Zuid-Hollandse bestuur en al helemaal met mijn duvelstoejager, Peter Viallé). Er was één punt waar ik mijn grimlach niet bij kon onderdrukken: het punt OS kwam weer terug in de tekst. Anders geformuleerd, maar toch.

Schermafbeelding 2015-11-06 om 16.10.36

 

Congres
Op zaterdag 7 november kwamen onze resoluties eindelijk aan de orde, samen met 21 andere. Samen hebben we in alle vroegte in twee zalen het inhoudelijk debat gevoerd. Als eerste kwam de resolutie vluchtelingen aan de orde. Het ritueel is dan dat ‘de indiener’ de resolutie toelicht. De woordvoering was verdeeld, maar deze wilde ik zelf doen. Kort legde ik de lijn van de resolutie uit en werd de discussie geopend. Er werden behoorlijk veel opmerkingen gemaakt, sommige fundamenteel, sommigen zeer specifiek. Wat die laatste betreft: was de resolutie niet te stellig over de bevoegdheden van de gemeenten om zelf te bepalen of ze vluchtelingen zou toelaten, kon die ontheemdenstatus juridisch wel, etc.

Het probleem met een resolutie in deze fase is dat je het eigenlijk moet nemen zoals het is; ‘take it or leave it’. Anders wordt het een bord spaghetti waarbij je het hele bord op schoot trekt als je aan een sliert trekt. Op het podium schreef ik mijn vel vol met aantekeningen, maar wilde vooral horen hoe Sybrand Buma en Ruth Peetoom zouden reageren op de resolutie. De resolutie stond, zoals dat technisch heet, op ‘overnemen’. Dit betekent dat het partijbestuur zegt dat ze het eens is met de lijn van de resolutie. Maar Al na een paar woorden wist ik, dit zit goed. Met name Sybrand sprak en hij liet merken de hoofdlijnen van de resolutie goed te kennen en te onderschrijven. Het ging zo kalm dat ik de ruimte voelde om snel een foto te maken van de beantwoording vanaf mijn plek op het toneel. Daarna was het mijn beurt, gaf ik terug wat ik gehoord had, maar hield wel vast aan het totaal van de tekst. Deze resolutie en andere resoluties – waaronder een over OS en de vluchtelingencrisis – werden vervolgens pittig maar vlot bediscussieerd.

Schermafbeelding 2015-11-09 om 08.20.05

 

Nooit met de PVV
Ook in de andere zaal was het goed gegaan, net zoals in de zaal van een drietal ‘visiegroepen’ waar steeds ook een resolutie was besproken als uitkomst van de discussie. In het op al deze discussies volgende plenaire deel, kwam met name Sybrand uitgebreid terug op de vluchtelingencrisis. Uiteraard zou je kunnen zeggen, maar het is aan alles te merken dat dit zijn onderwerp is en dat hij er heer en meester van is, tot in het kleinste detail. Dat is ook deel van zijn valkuil: hij kan zo met het ‘wat’ de inhoud bezig zijn, dat hij vergeet over te brengen ‘waarom’ hij dat doet. Dit keer had hij de balans er weer goed in.
Ik heb het hem al vaak genoeg horen zeggen, zowel in kleine als grotere kring, maar zijn uitspraak dat hij ‘nooit met de PVV in zee zou gaan’ was daarom de juiste uitspraak op het juiste moment en werd ontvangen met het grootste applaus van de dag. Het werd ook het nieuws van de dag, in alle media. Maf hoe oud nieuws weer nieuw nieuws kan worden. Voor iedereen met Arnhem (congres 2010 over deelname aan Rutte I) nog in de botten, inclusief Sybrand zelf, was een andere uitspraak ondenkbaar geweest.

Schermafbeelding 2015-11-09 om 08.19.44

Terug
En toch was het daarmee nog niet gedaan. Het thema vluchtelingen kwam weer terug in een aparte deelsessie. Opnieuw kwam de resolutie ter sprake. De vraag was echter of de resolutie terug zou komen aan het einde van de dag, bij de stemmingen. De gewoonte is om resoluties die worden overgenomen door het bestuur alleen maar voor te lezen en ‘bij acclamatie’ (door geklap met de handen) vast te stellen. Geen gebruik van stemkaarten dus. In die zin was er geen aanleiding om de resolutie te bespreken. (Een andere resolutie van ons, die over Zuid-Holland, die over vermogensbelasting was wel controversieel en zou hoe dan ook terugkomen.)

Uiteindelijk was het niet meer dan logisch om de resolutie vluchtelingen ter discussie te stellen. Opnieuw, maar nu nog wat krachtiger en puntiger, in ieder geval binnen de daarvoor gegeven 30 seconden, legde ik de resolutie van de drie provincies voor aan de leden. Vervolgens kwamen die leden weer met punt na punt. Met een aantal kon ik werkelijk niets beginnen, anderen kon ik slechts toevoegen aan de lange lijst van punten die er over de tekst gemaakt kunnen worden.
Terwijl Sybrand weer zijn reactie gaf keek ik de zaal in, en bedacht, dit is het dus: er is kritiek, maar de hoofdlijn staat. We worstelen er allemaal mee, maar fundamenteel zijn we het eens. Toen ik het slotwoord als indiener kreeg, vertelde ik hoe we de afgelopen twee maanden de resolutie overal hebben besproken, maar dat we ons ervan bewust waren dat op nog veel meer plekken binnen het CDA en daarbuiten door iedereen over het thema is gesproken. Met volle betrokkenheid. Dat we weten dat naast de nu genoemde punten er nog veel meer punten zijn die op verdere discussie wachten, maar dat we eens zijn over deze drie lijnen: een herbevestiging van onze beginselen, het nemen van ruimte om met nieuwe oplossingen te komen en het besef dat we daarbij verder dan de dag van vandaag moeten kijken om uiteindelijk de problemen bij de bron aan te pakken. Dit is waar we nu staan.
De resolutie is bij acclamatie aangenomen.

 

Dank

Tussen de bedrijven door is een foto van (een deel van) de delegatie gemaakt en heb ik iedereen bedankt die hoe klein of groot ook een bijdrage heeft geleverd. Bij deze doe ik dat graag nog eens: bedankt. Ondertussen houden we in de gaten wat er met de resoluties in de praktijk gebeurt.

Schermafbeelding 2015-11-09 om 16.55.03

 

 

Over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking

 

Door de rode draad van het werken van de vluchtelingenresolutie heen, zit de gele draad van de discussie over ontwikkelingssamenwerking.

 

Logisch
Bij de oprichting van het CDA, 35 jaar geleden, was ontwikkelingssamenwerking onomstreden. De enige vraag was hoeveel geld ernaar toeging. Een van de meest heftige congressen ooit ging over de vraag over 1% wel genoeg was. Dat was het, net. In de jaren daarna is de discussie toch gekanteld, ook bij het CDA, ook bij mijzelf. Het idee is nog altijd een goed idee voor een partij die solidariteit in haar beginselen heeft staan, maar de uitwerking ervan is controversieel geworden. Er zijn te veel voorbeelden gekomen van falend beleid en van gelden die niet terecht kwamen waarvoor ze bestemd waren. Hulpverslaving nam toe, de behoefte oneindig.

Particuliere initiatieven zijn niet altijd even effectief, maar je weet wel dat het eigen geld is en er doorgaans weinig aan de strijkstok blijft. Steeds meer kwam het grote beleid ten dienste van het handelsbeleid staan. De bekende grote hulpverleners wisten niet duidelijk te maken wat ze met hun geld deden of gingen in de beeldvorming wel erg de linkse kant op. Langzaam maar zeker gleed de consensus onder OS uit. Welnu als, OS ook voor handel kan worden gebruikt, dan kan het ook voor vluchtelingen worden gebruikt. Logisch toch?

 

Marshallplan
Onlangs sprak ik met een Duitser over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Terwijl we rond de Hofvijver liepen, vertelde hij hoe Berlijn helemaal overstroomd was door vluchtelingen. Hoe zijn vrouw werkte bij een organisatie die zich met het verwerken van de stroom bezighield en dat zijn vrouw nu door de ME naar haar werk moest worden gebracht. Hoe de mannen onder elkaar gesprekken hadden over hoe ze konden emigreren uit Duitsland naar Canada of zo. Wat een paniek. Ik vroeg of hem of hij een oplossing had. Die had hij inderdaad, al vreesde hij in zijn somberte dat het te laat was. Die oplossing was OS. Er zou een Marshallplan voor Noord-Afrika moeten komen. Geef een alternatief aan de Afrikanen, anders wordt de optie om naar Europa te komen veel te aantrekkelijk.
Dus: niet het verhaal van kleinschalige projecten, maar van een grootschalige inspanning.

 

Opnieuw doordenken

Ik vind die visie interessant en het past met andere gesprekken en publicaties over ‘migration diplomacy’. Het geeft mij het gevoel dat de huidige crisis een begin zou kunnen zijn voor een discussie over OS op een ander en meer strategisch niveau.
Er is nog een andere resolutie over vluchtelingen op het congres besproken, onder de titel ‘terug naar de bron’. Deze resolutie komt uiteindelijk uit op een forse OS-inspanning. Ik weet niet of ik het met die resolutie eens ben. Ik vermoed dat er nog teveel klassiek OS-denken achter zit en heb echt behoefte aan een zichtbare breuk met het verleden. Anders komt het draagvlak nooit terug. Maar als het echt op dat meer strategisch niveau uitkomt, zou ik het graag willen proberen. We hebben veel te verliezen, nog meer te winnen.

 

 

Peter Noordhoek

Na Fyra: op weg naar echt afhankelijk toezicht

Het rapport over het Fyra debacle is verschenen. Eerder heb ik over de verhoren geschreven en wat die zouden moeten betekenen voor de manier waarop certificerende, keurende, toelatende en toezichthoudende instanties hun werk moeten doen. Uiteraard is het dan interessant om te lezen wat het rapport er van zegt. Achter de botte bijl taal die het rapport bij tijd en wijle rapporteert, schuilt er interessant denkwerk over de toekomst van al die takken van sport. Gaat dat een nieuwe Fyra voorkomen? Als er een tweede Fyra zou komen, wel.

Schermafbeelding 2015-11-03 om 17.04.04

Bedorven vleeswaren
Heeft u wel eens in een vliegtuig moeten wachten terwijl dat vliegtuig niet mag vertrekken? Dus terwijl buiten de zon bandt, je niets te drinken hebt – en de airco het niet doet? Het is me overkomen, ergens op een godvergeten vliegveld in de VS. Ik zal er nooit meer naar teruggaan. Daar moest ik aan denken toen De Telegraaf het bericht bracht dat KLM in beroep gaat tegen het besluit van de ILT (hier: luchtvaartinspectie) om het gebruik van de hulpmotor te verbieden bij het geparkeerd staan. Deze hulpmotor is ook verantwoordelijk voor de koeling van de cabine. Waarom wordt dat verboden? Vanwege milieueisen; motoren moeten zo kort mogelijk draaien. De landsadvocaat maakt namens de ILT geen excuses: we handhaven gewoon de wet.
Nu heb ik niet al te veel vertrouwen in de media in het algemeen en De Telegraaf in het bijzonder. Bovendien vermoed ik dat achter het bericht een strijd schuilt over wie de rekening betaalt voor een alternatief voor de hulpmotor, maar toch vind ik het wel echt knap om zo’n bericht te laten verschijnen in de week dat diezelfde inspectie een enorme draai om de oren krijgt van de Fyra parlementaire enquêtecommissie. Ik zie al voor me dat de NVWA, verantwoordelijk voor de vleeswaren, ons moet gaan redden van de ILT bij een warme dag. Kom op, inspectie. Jullie kunnen wel degelijk beter.

Snoeiharde angst
Goed, dat moest ik even kwijt voordat ik het over het Fyra rapport ga hebben. Dat doe ik in aansluiting op een duidelijk goed gelezen eerdere blog.
Ik begin met te schrijven dat ik niet zo dol ben op rapporten die worden aangekondigd als ‘snoeihard’. Dat doet het aardig bij ontvangst, maar na een paar dagen gaat de goegemeente alweer over op het volgende schandaal. Als ‘snoeihard’ betekent dat er ook geen begrip is voor de betrokken ambtenaren, dan is het enige gevolg angst. Een angst die zich zal vertalen in een verkramping die naar mijn ervaring zeker 5 jaar zal aanhouden. Het is al eerder gebeurd, onder meer bij een deel van diezelfde inspectie na de Bijlmerramp.

Een ongelukkige kwalificatie dus, maar over veel van de onderliggende teksten kunnen we tevreden zijn. Minutieus wordt bij voorbeeld in hoofdstuk 8 – over de certificering en de zgn. ‘toelating’ – uit de doeken gedaan in wat voor vreemd toezichtbouwsel we terecht zijn gekomen. In dit citaat uit de conclusies van de commissie lijkt dat allemaal bij elkaar te komen.

“De keuringsinstantie heeft niet alle Fyra‘s geïnspecteerd. Er werden slechts testen uitgevoerd met enkele treinen. De keuringsinstantie had ook alle afzonderlijke treinen kunnen testen als zij daartoe de opdracht en het budget had gekregen van AnsaldoBreda. AnsaldoBreda koos daar echter niet voor, hetgeen gebruikelijk is in de sector. De ILT heeft geen enkele Fyra fysiek geïnspecteerd en ook geen enkele proefrit bijgewoond in het kader van de toelating of de inschrijving van de treinen in het nationaal voertuigregister. Wettelijk gezien bestaat daartoe ook geen verplichting. De commissie ziet dit als een belangrijke omissie in de regelgeving. Zowel de activiteiten van de keuringsinstantie als die van de inspectie zijn volgens de commissie te veel gericht op toetsing van processen en te weinig op keuring van de treinen zelf.”

Laat ik eerst eens naar de ‘toelatende en toezichthoudende instantie’, de ILT kijken. Daarna komen de keurende, certificerende instantie en degenen die geacht worden binnen het bedrijf voor de kwaliteit zorg te dragen aan de beurt.

Teleurgestelde trots
Kenmerkend voor zowel private certificeerders als publieke toezichthouders is dat ze zich sterk op hun formele positie hebben teruggetrokken – de wet zegt dit, dus doen we dat, en niets meer. Papieren werkelijkheden namen de plaats in van ‘on site’ auditeren en inspecteren. Op basis van regelgeving en gedetailleerde overeenkomsten viel daar eerlijk gezegd nog wat voor te zeggen ook. Uit de verhoren herinner ik mij nog met hoeveel teleurgestelde trots de meest betrokken ambtenaar vertelde hoe mooi en zuiver hij de constructie eigenlijk vond. Dit was vakmanschap. Voor het mislukken van het toezicht was in zijn denkwereld eigenlijk geen plaats, want – gegeven de wetten waar hij mee te maken had – hoe had het anders gemoeten?

Het rapport prikt er genadeloos doorheen en spreekt van een ‘ontluisterend beeld’. Als dat zo is, dan vrees ik dat we nog verder ontluisterende beelden tegen gaan komen, want beleidsmatig zijn noch de uitgangspunten noch de juridisch-technische uitwerkingen als primitief te beschouwen. De wetten en overeenkomsten staan juist bol van de zaken die op basis van eerdere ‘leermomenten’ zijn dichtgeregeld. Er is naar eerdere incidenten gekeken, er is echt over nagedacht. Je zou als inspecteur bijna gaan denken dat de commissie onheus en unfair deze conclusie trekt:

“De commissie vindt het schokkend dat een inspectiedienst, waarvan bij uitstek een kritische benadering en oog voor het algemeen belang mag worden verwacht, zich ter rechtvaardiging van die houding beroept op het strikt afbakenen van ieders verantwoordelijkheid («rolvastheid»).”

De kern
Het is niet goed, of het deugt niet. Of heeft de enquêtecommissie hier juist de kern te pakken? Wel degelijk. Het is uitstekend dat de commissie dit zo helder opschrijft. Alleen haar oplossing schiet nogal tekort en kan weer nieuwe problemen gaan veroorzaken.

Wat intrigeert is dat ze door het hele rapport heen het algemeen belang niet gelijk lijkt te stellen met het volgen van de wet, maar met het reizigersbelang. Daar hadden alle partijen, dus ook de private en publieke toezichthouders van uit moeten gaan. Als het belang van reiziger centraal was gesteld, zo zou je kunnen zeggen, waren we nu met z’n allen niet 12 miljard euro armer geweest en hadden we zo’n 10 jaar eerder een werkende verbinding gehad. Gewinzucht, eerst en vooral bij de Staat zelf, en positioneringsspellen van NS en anderen hebben het drama veroorzaakt. Zolang er geen directe fraude in het spel is, krijg je daar met de vingers van de wet geen greep op.

Wetten lopen al per definitie achter op de tijd en zijn doorgaans het resultaat van compromissen gemaakt door mensen met weinig gevoel voor de uitvoering. Als de partijen er een puinhoop van maken, maar dat – op mogelijk de NS na – allemaal keurig binnen de perken van de wet doen, dan is zonder toetsing aan een achterliggend doel het debacle verklaarbaar. Bij meerdere gelegenheden heeft de SG Thunnissen van ILT – en dat soms mede namens het Inspectieberaad – benadrukt dat de rol van een Inspectie die van toetser aan de wet is. Niets meer, niet minder. Voor beleid dienen ondernemers en anderen zich aan de deur van het departement te vervoegen. Zucht.

Activisme op zich geen oplossing
Zoals Rob Velders in zijn Nieuwsbrief 401 schrijft: “De Doctrine-Thunnissen” is ten einde”. De vraag is wat ervoor in de plaats komt. Meer activisme, is het antwoord van de enquêtecommissie: onderzoek ter plaatse. Ik zal ook even scherp concluderen: meer activisme helpt niet als het wettelijk kader boven dat handelen dwingt tot een formele opstelling. Daar heeft de commissie een wel erg simpele oplossing voor: wettelijk voorschrijven dat er meer ter plekke moet worden gekeurd. De vraag is echter wat het effect van een groter activisme wordt. Meer activisme gaat ook leiden tot frustratie bij toezichtobject omdat ze al snel van meerdere kanten worden gepakt, want de keuringen en certificeringen moeten natuurlijk ook gewoon doorgaan. Dan valt nu al te voorspellen dat andere sectoren in de vorm van nog hogere toezichtlasten de prijs gaan betalen voor de Fyra. Dat kan slimmer.

Afhankelijk toezicht 
De commissie zelf biedt daar twee aangrijpingspunten voor. De eerste is dat we waar mogelijk dat doel al vanaf het begin voor ogen houden. De inspectie moet meer de kampioen van de burger zijn, de keuringsdiensten meer de kampioen van de klant. Dat kan ook bij een relatief kenbare dienst als reizigersvervoer. Nu waren beiden vooral de kampioen van de administratieve randvoorwaarden. De maatstaf voor goed toezicht is niet de instelling, maar voor wie je het doet. John Rijsman, hoogleraar in Tilburg, zei het in een discussie provocerend zo: “Je moet ‘afhankelijk toezicht’ willen hebben: afhankelijk van wie je het voor doet.”.

Het tweede is dat de toetsende partijen – van inspectie tot en met de interne toetsers van de bedrijven – vooral scherp moeten krijgen waar hun verantwoordelijkheden overlappen. Er is altijd een grijs gebied waar verantwoordelijkheden overlappen. Iedereen was verantwoordelijk voor de bodemplaten van de Fyra-trein en dus was uiteindelijk niemand er verantwoordelijk voor – totdat er een op de rails lag. Daar moeten de afspraken over worden gemaakt, op het niveau van het bedrijf en op het niveau van de sector. Ik zou graag meer activisme op dat niveau willen zien voordat golven auditoren en inspecteurs in hun paniekreactie en indekkingsangst arme bedrijven gaan overspoelen.

Peter Noordhoek

NB Het Fyra rapport bevat ook het nodige op het niveau van de private toezichthouders en de interne kwaliteitssystemen. Daar vind ik een ander publicatieplatform voor.

Excuses overigens voor de late publicatie. Een trainingsreis naar Marokko vroeg meer energie dan gedacht.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek