Maandelijks archief: september 2015

Nep of bijna perfect: op de roltrap van onze parlementaire democratie

Wie wel eens in onze Tweede Kamer is geweest, weet dat zich daar een ellenlange dubbele roltrap bevindt: één gaat omhoog, één omlaag. De roltrap gaat direct van de begane grond naar de publieke tribune van de plenaire zaal en commissiekamers. Wat er ook met de verbouwing van het Binnenhof gaat gebeuren, ik hoop dat deze roltrap blijft. Hoogstens zouden ze er halverwege dit aan toe kunnen voegen: een hangende spiegel met daarop voor de roltrap omhoog de tekst: ‘Wat verwacht u?” en voor de roltrap omlaag de tekst “Wat zegt u nu?”

Schermafbeelding 2015-09-27 om 21.04.41

Afgelopen donderdag bezocht ik voor mijn werk een algemeen overleg in de Thorbeckezaal, bovenaan de roltrap. Op één avond moesten er een groot aantal rapporten worden besproken over privatisering en toezicht. Sommige van die rapporten waren al zo’n 3 jaar oud. Ik heb mijn gebruikelijke kritiek (zie hieronder) maar in een hele stille zaal maakten de Kamerleden het beste van uitgesproken abstracte materie.
Het overleg verlatend, liep ik nog even door naar de publieke tribune van de plenaire zaal. Ook daar slechts een handjevol mensen. De materie was minstens zo moeilijk: het verdrag dat de werkzaamheden van het Internationaal Strafhof bepaald. Taaie materie.

Toch werd ik er niet somber van. Het maakte mij trots. Op weg naar beneden zei ik: ‘dit is bijna perfect’.
Het gebeurt toch maar, al dat noeste werk. Alle partijen krijgen hun kans hun zegje te doen en doen dat met inhoud en enige passie. De bewindspersoon reageert op hetzelfde niveau. De democratie zet onbeholpen, imperfect haar stapjes.

Daarom zegt het mij niet zoveel als de nestor van het parlement aan nestbevuiling doet. Hij heeft onbedoeld een punt. Als democratie pas democratie is als het vol theater de wensen van het volk weerspiegelt en tegelijk tot afgewogen besluiten vanuit het algemeen belang weet te komen, dan hebben wij de afgelopen 200 jaar geen dag een parlementaire democratie gehad. Liever dan het ‘nep’ te noemen, noem ik het: ‘bijna perfect’. Onderdeel van die perfectie is dat ene mijnheer Wilders een deel van de bevolking mag vertegenwoordigen dat ook gehoord moet worden. Het is aan hem om dat zo te doen dat dit ook wat verandert. Ook hij is ‘bijna perfect’, zullen we maar zeggen.

De roltrap is lang genoeg om je social media te raadplegen; een referendum dat er aan komt en vooral: een raadszaal in Purmerend die ontruimd moet worden als daar de komst van een AZC wordt besproken. Beneden aangekomen weet je dan wel dat de rol van het parlement gaat veranderen.

Het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne wordt volgens mij een averechts werkende poging om zand in de Europese machine te strooien. De rol van Europa wordt pas kleiner wanneer we het er minder over gaan hebben. Ondertussen moet het parlement er vooral zo inhoudelijk over blijven spreken als ze die donderdag avond over het strafhof deed. Inhoud wint.

Van grotere betekenis is volgens mij de verplaatsing van de democratie naar de regio en de lokale overheid. Overal die avond waren raadszalen tot de nok toe gevuld met mensen die met passie over het vluchtelingenprobleem spreken. Wilders en zijn voetvegen kwamen naar de raadszaal toe, maar volgens mij werkte ook dat alleen maar averechts. De mensen willen lokaal beslissen. Het parlement moet dat toejuichen.

De helden van de donderdagavond waren de burgemeesters in hun raadszalen. Zij zijn op dat moment de belichaming van de openbare orde in de lokale gemeenschap. Een van de vele dingen die wringt aan de vorming van de nationale politie is dat die rol feitelijk is uitgehold. Het parlement moet dat terugdraaien.

Naast het vluchtelingenprobleem vragen de decentralisaties en de financiering ervan alle aandacht. Overal lopen de tekorten op, wanneer gaat wat nu schuurt echt scheuren? Het parlement zal uiteindelijk het lot van decentralisaties weer in handen krijgen.

Wie wel eens in de Tweede Kamer is geweest, weet dat zich daar een ellenlange roltrap bevindt. Wie kan die roltrap opgaan zonder hoge verwachtingen te krijgen? Weinigen, zelfs niet de altijd cynisch pratende journalisten. En toch staat op geen moment de parlementariër fysiek boven de burger. Het zijn onze eigen verwachtingen die maken dat we altijd weer teleurgesteld zijn. Daar valt weinig aan te doen, behalve dan door te beseffen dat terwijl jij de rol trap omhoog gaat, de rest gewoon dicht bij de grond blijft.

Peter Noordhoek

Privatisering, verzelfstandiging toezicht: een kritische reactie op een wel erg algemeen overleg

Rapporten in de uitstel 

Mijn werk bestaat voor een deel uit het volgen van ontwikkelingen op het terrein van uitvoerende diensten en toezichthouders. Een kleine 3 jaar geleden verscheen er een bijzonder rapport over de toekomst van verzelfstandigde diensten. Niet lang daarna kwam de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met de meest doorwrochte analyse van de toezichtwereld ooit. En zo volgden meer rapportages. Deze rapportages waren zelf niet perfect. Rob Velders en Paul van Dijk, twee prima collega’s, pleitten daarom om bijvoorbeeld ons toezichtbeleid nog een keer echt te herijken om dat de WRR-studie over toezicht op teveel punten vaag bleef. Samen vormen de rapporten samen een meer dan voldoende basis om er de machinekamer van de democratie mee door te nemen.  Rapporten als deze gaan over de vraag welke maatregelen que regelgeving en toezicht genomen kunnen worden om de kloof tussen beleid en uitvoering niet te groot te maken. Doe je dat te weinig of verkeerd, is het minste gevolg nog dat jouw minister of fractie later in de problemen komt. Interessant en relevant dus, maar 3 jaar na het verschijnen van het eerste rapport was dit de eerste gelegenheid die Kamer en kabinet namen om er over te praten. Dit was de 5e en laatste poging om tot een algemeen overleg (AO) te komen. De 4e keer ging het niet door omdat naast minister Blok ook minister Kamp er bij moest zijn en die kon niet. Wie er ook was donderdagavond, geen minister Kamp.

Pogingen tot een overleg 

Wie er ook niet was, was de kiezer. Alleen muppets zoals ik. Het verbaasde mij daarom dat de Kamerleden het debat zo ideologisch instaken. Keurig werden alle piketpaaltjes gemarkeerd tussen de verschillende partijen. Nu pleit ik regelmatig voor meer ideologische bevlogenheid in het parlementaire debat, dus ik heb weinig recht van klagen, maar ik vroeg mij af wat de gedachte er achter was. De spreektijd is altijd beperkt, je hebt geen relevant publiek en je hebt als het goed is wel allerlei toezeggingen binnen te halen of coalities te smeden. Nu werden zaken als deze niet of nauwelijks geraakt:

  • juiste definitie grens privaat – publiek (Van Raak (SP) maakte er echt een potje van met zijn faillissementscriterium)
  • verhouding tussen intern en extern toezicht
  • kosten en baten toezicht
  • consequenties toepassing checklist privatisering bij falen
  • wenselijkheid en mogelijkheid publikiseren
  • verantwoordelijkheidsverdeling: vakminister of minister verantwoordelijk voor stelsel
  • werkelijke ondergrens onafhankelijkheid toezicht
  • wel of niet herijken toezichtbeleid

Teveel werk

Dat zijn geen kleine kwesties. Zeker niet als het de volgende keer weer aankomt op de vraag wie voor welke misstap verantwoordelijk is. Noem maar op: ProRail, SVB, UWV; ze komen allemaal wel aan de beurt. Zoals heel terecht werd gesteld (ik geloof door Koolhaas): naast marktfalen is er ook overheidsfalen. Nu wil ik het overleg niet teveel tekort doen (een goed overzicht van de discussie valt, zoals vaker, te vinden op de Toezichttafel van de hand van Paul van Dijk), maar veel bleef bij het knikkeren van vragen in het bakje van de minister. Die blies vervolgens op wat vragen, maar werd nauwelijks concreet – wat weer zelden tot aanvullende vragen leidde. Zelfs toen de minister zichzelf leek tegen te spreken over de onafhankelijkheid van het toezicht- – kwam er geen noemenswaardige reactie. Het gevolg van het gebrek aan scherpte was dat minister Blok met groot gemak vast kon houden aan zijn eigen lijn. Het afwijzen van een nieuwe toezichtvisie werd afgedaan met ‘teveel werk’. Sinds wanneer is dat voor de Kamer voldoende motivatie?

Verbinding allang verbroken

Aan het einde keerde de minister de bak met knikkers in een werkgroep van de Tweede Kamer zelf, een werkgroep die een slapend bestaan heeft geleden sinds 2012. Toen werd vanuit een senaatscommissie een rapport ‘verbinding verbroken’ opgesteld. De kamer wilde daar in een werkgroep over spreken, maar eerst moest afgewacht worden wat de Tweede Kamer zou zeggen over de andere rapporten. Nu is het zover. Verbinding verbroken, indeed. Rapporten die dus terug te dateren zijn tot 2013 gaan nu besproken worden in een werkgroep die zichzelf terug kan dateren tot 2012. Raden wanneer de werkgroep met een product komt?

Zo werkt het niet

Niet om vrolijk van te worden dus. Tegelijk kan je de vraag stellen wat al die rapportenschrijvers nu eigenlijk van de Tweede Kamer verwachten. De Tweede Kamer moet vooral beslissen. Het lijkt me vooral aan de minister om met goede voorstellen te komen op basis van de rapporten, want die heeft er als het goed is de capaciteit voor. Zo, mag je rustig zeggen, werkt het niet.

ProRail en de inrichting van de samenleving

Ah, de slinger slaat terug. Alles moet weer terug naar de staat. Nu is ProRail in discussie. Maar wat is de beste optie? In 2000 heb ik een visie op de inrichting van de samenleving geschreven met het oog op een derde weg. Het model daarachter kwam ik onlangs weer tegen en toen dacht ik ‘dat is zo gek nog niet’. Ik start de redenering heel merkwaardig, bij het klankbegrip. Leg de benadering dan verder uit, laat het model zien en maak dan de vertaling naar ProRail. Tot slot laat ik zien hoe het deze benadering in de harde politieke praktijk verging.

Klant
Ooit wel eens een klant ontmoet? En, beviel ‘t? Net zo min als er ‘normale’ Nederlanders zijn, zijn er standaard klanten. Het klantbegrip is dan ook veel misbruikt. Toch kunnen we niet helemaal zonder, want hoe dom, zelfzuchtig of gebrekkig geïnformeerd veel klanten ook zijn, ze hebben voor bedrijven en instellingen één groot voordeel: ze komen van buiten – en zonder het geluid van buitenstaanders weten we allemaal wat er gebeurt: we gaan ons eigen gelijk tot waarheid verheffen.
Maar verder zijn ‘klanten’ ondingen.

In het jaar 2000, op het hoogtepunt van de marktwerking en het ‘New public Management’, is er een publicatie gekomen die naar de samenleving heeft gekeken vanuit het klantbegrip en tot heel andere conclusies kwam dan tot dan toe gebruikelijk. Wellicht is dat ook de reden dat u er nooit van heeft gehoord: het liep te ver voor op de tijd, dus niemand deed er wat mee, ook niet in eigen kring. Toch is dat jammer. Ik haal het hier weer uit de kast en pas het toe op de casus ProRail. Moet ProRail weer onderdeel van de overheid worden of niet? En zo ja, en we toch de fouten van het verleden niet willen herhalen, hoe dan?

Op 17 september jl. heeft de Algemene Rekenkamer, mede met het oog op een belangrijk debat eind deze maand over de toekomstige posities van ZBO’s, een brief gestuurd omdat zij zich zorgen maakt**. Zij zegt daarin: “dat het belangrijk is om bij het op afstand plaatsen van publieke taken de gewenste mate van overheidsbemoeienis (publieke sturing en verantwoording) en de gevolgen daarvan vooraf goed te doordenken”. Kennelijk is dat dus nog steeds een probleem, ondanks Kaderwetten en weet ik niet wat. Dit is een les voor nu.

Definitie van klant

Wat is de definitie van een klant? Een klant is degeen bij wie het bepalen, betalen en genieten van een product of dienst in één hand ligt. Jij bepaalt of je een ijsje wilt en welke smaak. Jij betaalt ervoor en al likkend geniet je. Helder? Goed zo. Of toch niet. Ik gun iedereen een ijsje en dus een echte klantrol, maar in de dagelijkse werkelijkheid ben ik zelden een echte klant en u ook niet. Als ik zonder helm op mijn motor willen rijden ben ik zeker onverstandig, maar in hoeverre bepaal ik dan nog mijn keuze? Zijn we een klant als we een ziektekostenverzekering afsluiten waarvan de voorwaarden voor het grootste deel door de overheid worden bepaald? Hoeveel keuze hebben we eigenlijk? En in hoeverre betaal ik zelf voor wat zo’n verzekering waard is. Als ik een kaartje voor het openbaar vervoer koop waarvan het grootste deel door de overheid wordt betaald, in hoeverre betaal ik dan echt? En is mijn moeder wel aan het genieten als ze in een verzorgingstehuis wordt opgenomen?
In de praktijk is die klantendefinitie erg problematisch en is er nauwelijks nog een transactie te bedenken waar een zuivere definitie op van toepassing is. Geforceerd overal een klantdefinitie op plakken werkt dus niet. Het mooiste voorbeeld is misschien wel een gedetineerde. Eigenlijk is een bajesklant niets anders dan een soort halffabricaat. Daarbij mag je hopen dat hij op weg naar terugkeer in de samenleving wel betaalt, maar zeker niet bepaalt of geniet. Hoeveel keuze is er werkelijk? Hoe dan ook; als we helemaal in de publieke sfeer terecht komen spreken we over mensen in hun hoedanigheid als burger en niet meer over de mens als klant.

Wiel
Het interessante is dat juist de gebrekkigheid van de klantdefinitie kan helpen bij het bepalen waar een bedrijf, organisatie of instituut geplaatst kan worden op het continuüm van volledige naar totale staat en alles daar tussenin. Het principe is heel simpel: naarmate er minder sprake is van een ‘echte’ klant, in de zin dat de drie elementen ervan herkenbaar zijn voor de burger, is het logisch om zaken meer publiek te organiseren.
Pas wel op: mensen denken hier (terecht) niet neutraal over. Net zoals er mensen zijn die altijd voorkeur aan de markt zullen geven zijn er degenen die voortdurend een rol voor de overheid zien. En dan zijn er nog degenen die geloven in de ‘civil society’: het maatschappelijk middenveld, de participatiesamenleving, of hoe je het ook wilt noemen. De benadering die ik hier presenteer is, niet toevallig, maar wel keurig, mede ontwikkeld om die benadering meer ruimte te geven.

Klantdefinities zijn zelden stabiel en dat geldt ook voor deze persoonlijke voorkeuren. Gelukkig hebben we mechanismen ontwikkeld om met de onenigheid om te gaan. We noemen ze onder meer marktwerking, zelfregulering en democratie. Ook deze mechanismen krijgen hun plaats in het hier gehanteerde model voor inrichting van de samenleving. Al die verschillende krachten zorgen ervoor dat onze ideeën over de samenleving en de plaats van onze structuren daarin zich wijzigen als de spaken in een wiel: de klassieke vierkantjes van de structuren krijgen hun plaats in een cirkel.

Vier spaken
In het model wordt begonnen bij de klant zelf. Naarmate de drie rollen inderdaad bij hem of haar in één hand liggen, kom je sneller bij organisaties / rechtspersonen uit die daarbij horen. Dat is dus vooral aan de linkerzijde van het schema. Aan de rechterzijde is de mens burger en geen klant. Daar tussenin zijn er ruwweg twee overgangsvormen: de ‘maatschappelijke onderneming’ (MO) en de ‘publieke taakorganisatie (PTO)’. Bij elk hoort een eigen vorm van zeggenschap en toezicht.

Dit schema is deels achterhaald door de ontwikkelingen. De ‘onderneming’ was bij het schrijven nog een echte organisatie en geen ‘start-up’ of ‘ZZP’er uit het internettijdperk. De ‘maatschappelijke onderneming’ heeft het onder die naam niet gered, al heeft de rechtsvorm van de coöperatie een nieuw leven gekregen. Ik ben nog steeds een groot voorstander van de PTO, maar de discussie daarover sleept en sleept maar. Hoe dan ook; waar het om gaat is dat er een soort ratio schuilt achter de keuze die je maakt voor een bepaalde instituutsvorm in de samenleving. Kijk eerst naar het schema, daarna kijken we naar ProRail en tenslotte vertel ik nog een klein verhaal over hoe het afliep met deze prachtige indeling.

Schermafbeelding 2015-09-20 om 21.54.35

ProRail
Hoe past ProRail hierin? Voor iedereen die zegt ‘nou die past echt niet in het klantprofiel; niet te snel. ProRail is langs directe en indirecte wijze uitstekend op de hoogte van reizigersaanbod en –wensen. Geen spoorvertraging of ProRail krijgt van reizigers te horen wat ze er van denken, niet alleen de NS. Spoorwegmaatschappijen, transporteurs e.d. maken hun voorkeuren heel direct kenbaar. Vanuit internationaal mededingingsperspectief moet ProRail wel degelijk in de gaten worden gehouden. En tegelijk is het waar; de klantrol is mistig en datzelfde geldt voor de vraag of ProRail nu een commerciële rol heeft of niet. Zeker voor wat dat laatste betreft moet gezegd worden dat ProRail die niet heeft. Het hele bestaan van ProRail is gebaseerd op de gedachte dat juist deze partij niet-commerciële keuzes maakt. Een ‘maatschappelijke organisatie’ dus?
Alles afwegend, ook dat niet. Als je onder aan het schema kijkt, zie je het overheersende motief van burgers als ze kijken naar de inrichting van de samenleving. Als het om ‘het spoor’ gaat kan het best efficienter zijn als er sprake is van een maatschappelijke onderneming, maar de keuze, het sentiment, is duidelijk publiek gericht en zelfs op de rechtstaat gericht: iedereen denkt ‘recht’ te hebben op een goed openbaar vervoer. Ook de politiek – juist de politiek – ontkomt niet aan dat sentiment en dat sentiment lijkt sterker dan wat de efficiency vraagt. Omdat er toch nog wel sprake lijkt te zijn van een rol voor klanten, is het wel logisch om de vorm van een PTO, een publieke taakorganisatie, te kiezen.

Derde weg
Het model komt voort uit de Algemene Beschouwingen van september 1999. Het CDA was ook toen in oppositie en de trend was privatiseren, privatiseren. Om daar wat tegenover te zetten kwam de toenmalige fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer met een echte ‘derde weg’, beter dan die van Kok. Een uitkomst daarvan was de ‘maatschappelijke organisatie’. En net zoals nu Sybrand Buma moeite had om concreet genoeg te worden over de ‘safe havens’ in Syrië, zo had Jaap moeite om concreet genoeg te worden over deze organisatievorm. Dan wreekt zich toch dat je niet net als de regeringspartijen over een groot ambtelijk apparaat te beschikken. Na afloop van het debat heeft hij toen Gerd Leers gevraagd een werkgroep voor te zitten om met een stevig verhaal te komen. Uiteindelijk heb ik daar het grootste deel van geschreven, met uitstekende inbreng van Johan de Koning, toen medewerker van Ger Leers, nu Unilever, en van mensen als Frank van den Heuvel. Het was een waar genoegen – totdat we aan de afronding toekwamen.

Over de stippellijn
Ik weet nog hoe ik toen voor een gezelschap van een paar Kamerleden en (vooral) medewerkers van de fractie het rapport moest toelichten. De scepsis was niet van de lucht. Alles werd direct via voorbeelden plat gemaakt. Hoe moet het met Schiphol?, hoe moet het met de spoorwegen?, etc. Het idee dat je eerst een kader moet hebben voordat je keuzes kan maken, was niet aan de groep besteed. Dat het de basis moest worden voor een CDA-verhaal werd niet begrepen. Als je er niet direct mee antwoorden kon geven voor de waan van de dag, was het niet interessant. Ik wist toen nog niet zo goed dat het zo werkte, dus dat was een forse les. Het werd helemaal ‘leuk’ toen Hans Hillen binnenkwam en al snel ging eisen dat er een ‘streep’ zou worden getekend zodat duidelijk zou worden waar de scheidslijn tussen publiek en privaat zou komen te lopen. Daar verzette ik mij heftig tegen. Het punt was nou net dat wij dat onderscheid niet zo zwart-wit hanteren. Hoe dan ook, de bijeenkomst liep vast.

Ik weet nog dat ik op een gegeven moment in een klein zijkamertje terechtkwam, waar Jan Peter Balkenende en ik in gesprek kwamen. Jan Peter was toen financieel woordvoerder in de fractie en daarvoor hoogleraar christelijk-sociaal denken. Als nou iemand … Ik denk dat Jan Peter toen verder op weg was naar het worden van een praktisch politicus dan ik en tegelijk mij van de hele groep het beste wetenschappelijk begreep. Hoe dan ook, uit het gesprek kwam iets voort. De streep werd een stippellijn en kwam er in.

Lessen
Zoals hierboven al aangegeven, het model en het onderliggende rapport ‘het wiel en de spaken’ heeft weinig gedaan. De fractie kon er zelf onvoldoende mee overweg in de praktische politiek. Was het dan te abstract? Ook nu nog hou ik vol van niet, al was het maar omdat Annemarie Jorritsma, toen minister van Economische Zaken, zelf met een checklist gekomen is dat nog wel iets ingewikkelder was en wel werd toegepast (en eigenlijk altijd privatisering als uitkomst kende. Tsja.)

Zo gaat dat dus. Maar wie wat bewaard heeft wat en dat komt soms nog van pas. Hier wordt het meegegeven in de hoop dat het de lezer inspireert om op een bij dit tijdgewricht passende manier van keuzes te komen.

Peter Noordhoek

Bronnen:
Het wiel en de spaken. Werkgroep Leers. CDA fractie Tweede Kamer, augustus 2000.
Aandachtspunten bij de organisatie van op afstand geplaatste publieke taken. Algemene Rekenkamer. Brief van 17 september 2015

Regeldruk en scheidingsstilte. Moet Actal haar toon dimmen?

Terwijl we ons klaarmaken voor Prinsjesdag, met het kabaal van Rottenberg en een aantal heftige debatten nog in onze oren, wordt het echte verhaal verteld in de steeds grotere stiltes die vallen in de wereld van de uitvoering. Deze week was er een kleine maar veelzeggende discussie rond de evaluatie van Actal, de regelwaakhond. En zelf kreeg ik weer die stomme enveloppen.

Het gaat nergens over 

Het gaat nergens over. Ik heb een accountant. Ze is fantastisch en ‘managet’ deze lastige klant prima. Ik weet wie ze is, want we zijn elke week in contact, mede omdat ik meerdere rechtspersonen en privéadministraties beheer en zij voor mij de contacten met de Belastingdienst doet. De Belastingdienst stuurt mij ondertussen – op zich prima – mij elk jaar en een brief of ik er mee instem dat mijn accountant mijn belangen beheert (formeel: machtigingsregistratie voor serviceberichten). Dit kan ook gebeuren per vorm van belastingheffing ((aanvraag machtiging SBA door uw intermediair). Ik hoef niets te doen als ik instem, als ik toch van accountant wijzig kan ik de meegezonden portvrije envelop gebruiken om via het eveneens meegezonden formulier te melden dat de relatie anders is geworden. Tsja. Op zich allemaal correct en zorgvuldig, zo lijkt het. Waar het voor mij als belastingbetaler misgaat, is dat ik er niet voor kan kiezen het bericht digitaal te ontvangen en bovenal: dat ik dit bericht voor elke (rechts)persoon ontvang. En dan krijg je wat op deze foto te zien is.

Schermafbeelding 2015-09-13 om 13.42.59

Begin 2014 heb ik het meldpunt administratieve lastenverlaging bericht dat ik iets voor ze heb: voeg alle brieven voor één adres samen en/of digitaliseer. Ze gingen het aan de orde stellen. Ongeveer een jaar en vele contacten met Belastingdienst en Logius (de ‘Dienst Digitale Overheid’ van BZK) verder, wist ik dat het ingewikkeld was, maar dat het ‘eenmalig’ zou zijn. En wat denkt u? De foto laat de meermaligheid zien. Verder bleef en blijft het stil, in ieder geval naar mij toe, al helemaal van de zijde van het meldpunt.

Soms zeggen de dingen die nergens over gaan zoveel, vooral als ze niets zeggen.

Naar een fluistercollege?

Misschien had ik Actal, het ‘adviescollege toetsing regeldruk’, in moeten schakelen in plaats van het meldpunt. Uit een deze week verschenen evaluatie komt naar voren dat het College best het nodige weet te bereiken. De evaluatie laat zien dat de adviezen van Actal invloed hebben. Op verschillende manieren wordt daadwerkelijk bijgedragen aan de vermindering van de regeldruk. Volgende keer ..?
Uit de evaluatie komen echter ook twee zaken naar voren die symptomatisch zijn voor de wijze waarop rijk, uitvoeringsorganisaties en instituten als Actal en bijvoorbeeld de Nationale Ombudsman met elkaar omgaan. Zoals de evaluatoren Weck en Voermans zeggen over Actal*: ‘Coördinerende departementen en regeldrukcoördinatoren zijn erg kritisch.’. Er is ‘terugkerende wrevel in de samenwerking’. Berenschot vult in het onderliggen onderzoek** aan door te spreken over veel kritiek op de ‘toon’ van Actal.
Weck en Voermans spreken in hun evaluatiebrief de zorg uit dat de kritiek ‘aanleiding zou kunnen vormen om op verkeerde gronden het voortbestaan van Actal ter discussie te stellen’. Actal kent geen permanente status en voorzetting van het mandaat is ook in het verleden allerminst vanzelfsprekend geweest. Weck en Voermans adviseren Actal om meer te investeren in de relatie met de departementen (en branches). Ondertussen schrijven ze echter dat de coördinerend bewindspersonen noch de evaluatiecommissie, noch Berenschot voor een interview hebben willen ontvangen. Dan lijkt het erop dat er eerst een relatie herstelt moet worden voordat er in kan worden geïnvesteerd. Matig de toon zou je zeggen. Fluister wat meer, praat wat zachter. Toch?

Scheidingsstilte

Eerst de andere kant. Er is namelijk genoeg reden om begrip te hebben voor de kritiek van de departementen. Zowel bewindspersonen als ambtenaren kunnen aanspraak maken op een gevoel van ‘stank voor dank’. Aan elke regel hangt een belang, geen regel schrapt zichzelf. Elke regel die geschrapt worden schrapt ook een indekking tegen risico. Als dan toch nog voor het parlementaire vuur weg regels worden geschrapt, dan krijgen ze vervolgens te horen dat het niet genoeg is. Frustrerend en meer.

Het probleem is echter dat de departementen die harde toon ook wel over zichzelf afroepen. Actal, de Nationale Ombudsman en al die andere instituten en colleges danken hun bestaan aan het feit dat de overheid de kritiek op zichzelf weg heeft georganiseerd. Actal doet dus slechts wat het moet doen. Uiteindelijk is het niet aan Actal om de toon te matigen. Het is juist aan de departementen om het gesprek anders te voeren. Waar we hier echter last van hebben, is wat ik maar even de scheidingsstilte noem. In de kern is het gesprek volgens mij gestopt omdat de functiescheiding te ver is gegaan. De kritische toon zou binnen de departementen zelf harder moeten klinken (als bijvoorbeeld de wet Deregulering beoordeling Arbeidsrelatie (DBA), die in de plaats van de VAR moet komen, in de praktijk tot meer regulering gaat leiden, dan zou het toch mijn professionele eer te na zijn om dat te laten gebeuren. Diep grommen is dan het minste).

Voordat er gedimd gaat worden

Actal heeft een dubbelrol. Enerzijds heeft Actal voor medewerkers van de departementen een vertrouwensrol en is het adviseur en begeleider. Anderzijds heeft het de rol van waakhond met een luis in de pels (sorry voor de beeldspraak). Het is die laatste rol die als vervelend wordt ervaren. Een scheiding van die rollen ligt voor de hand, of in ieder geval een dimmen van die laatste rol. Het is niet te hopen. Het is goed dat die rollen er alle twee zijn, alleen zou het doel moeten zijn dat die rol van waakhond steeds minder nodig is. Je ziet het echter aankomen: of er komt een scheiding in de rollen, met Actal primair als een soort kennisclub, of de waakhond wordt gemuilkorfd.
Het liefste zie ik dat de departementen duidelijk weten te maken dat ze hun eigen voortgang scherp weet te bewaken als het om regeldruk gaat en dat daarom de rol van waakhond niet zo nodig is. Als de wederzijds waardering echter niet omhoog gaat, is het eerder logisch dat Actal enige doorzettingsmacht krijgt voor die situaties waarin beloften over minder regeldruk gebroken worden (inclusief mijn nietsige briefjes) dan dat het gekortwiekt gaat worden. In functiescheiding zie ik echter niets. Zonder uitwisseling op inhoudsniveau wordt elke vorm van blaffen al snel een huilen naar de maan.

Herrie en stilte

Da afgelopen week was het herrie in de politiek en de week van Prinsjesdag wordt die herrie alleen maar groter. De media volgen het en vergroten het. Dat is democratie, zeggen we dan. En inderdaad, stilte is erger. Mijn zorg is echter dat al die herrie verwachtingen wekt die nooit vervuld kunnen worden. In de wereld van de uitvoering en het praktische beleid vind ik het te stil. Wie durft er nog te roepen als zaken onuitvoerbaar zijn? Wie pleit ervoor om dingen niet te doen? Liever schuilen we achter onze scheidingswandjes.
Het is zo’n paradox: zie hoe overal letterlijk en figuurlijk muren worden weggehaald en koffiepunten en andere ontmoetingsruimtes worden gecreëerd om maar het gesprek op gang te brengen en ondertussen wordt alles wat maar even anders van functie is, en daardoor een ‘integriteitsrisico’ kan vormen, organisatorisch gescheiden.

Wie denkt dat functiescheiding kan zonder letterlijk en figuurlijk verlies aan zeggingskracht, denkt niet genoeg door. Organisatorische functiescheiding heeft altijd tot gevolg dat minder signalen doorkomen en vaak niet terecht komen waar ze moeten. Op een gegeven moment is het dan geen wonder dat de toon verhard. De Nationale Ombudsman heeft daarbij ten opzichte van Actal het voordeel van een formeel beter beschermde positie, maar ook Brenninkmeijer werd op een gegeven moment in zijn werk geblokkeerd. Zo zullen we dat vaker zien waar functies gescheiden worden. NZA, Odfjell en waarschijnlijk Fyra zijn voor mij voorbeelden van incidenten waarbij de les te snel wordt gezocht in het scheiden van verantwoordelijkheden en te weinig in het juist verbinden van verantwoordelijkheden. Het is allemaal mensenwerk, leer dan ook de spelregels van hoe mensen werken.

Zelf ga ik nu weer al die brieven samenrapen. Ik denk dat ik één exemplaar van elke brief bewaar en de rest toevertrouw aan het ronde archief.

Peter Noordhoek

 

* Brief van Weck en Voermans Evaluatie Actal 2 juli 2015. Bron: website Actal
** Berenschot evaluatie Actal 2015. Bron: website Actal

Kwaliteit en het krachtenveld (en meer)

In de afgelopen twee weken heb ik, ingegeven door de politieke actualiteit, meer gepubliceerd dan ik mij had voorgenomen. Om die reden zet ik het belangrijkste even op een rij. Het allerbelangrijkste is voor mij, zeker vanuit werkperspectief, de publicatie van een ‘interactief’ artikel onder de naam ‘kwaliteit en het krachtenveld’. Tegelijk wil ik niet voorbijgaand aan de twee initiatieven die door Sybrand Buma zijn gepresenteerd: het tegen het verstrekken van leningen aan Griekenland stemmen en zijn uitspraken over het tegemoet treden van het vluchtelingenprobleem ook door ‘boots on het ground’. Op het eerste initiatief heb ik mij kritisch getoond, over het tweede ben ik positief. Een ‘politieke terugblik’.

3640774515_e51468bf9f_z

Kwaliteit en het krachtenveld

Een van de grootste problemen met kwaliteitszorg is dat de logica er achter zo logisch is. Ik bedoel: je kan er niet tegen zijn. In haar meest uitgewerkte vorm is heeft kwaliteitszorg een gesloten logica gebaseerd op de systeemleer. Er lijkt geen spelt tussen te krijgen. En toch zien we maar heel weinig geslaagde voorbeelden van kwaliteitszorg. In een op aangeven van het INK geschreven artikel voor het septembernummer van het blad Kwaliteit in Bedrijf betoog ik dat dit komt doordat te weinig, of de verkeerde aandacht wordt gegeven aan het krachtenveld waarbinnen kwaliteitszorg tot stand komt. Vraagstukken die te maken hebben met macht en invloed worden genegeerd of op de verkeerde manier op het bord van de leiding gelegd. Dan kan je zeggen, sorry, maar dat is niet mijn terrein van expertise, maar hoe professioneel ben je dan bezig. het is mijn pleidooi om beter op het krachtenveld te letten waarin kwaliteitsinitiatieven worden gepleegd en ik help om dat in dit artikel concreet te maken door wat aspecten inzichtelijk te maken. Vervolgens trek ik door, omdat er in kwaliteitsland allerlei botsende opvattingen zijn over hoe je kwaliteitszorg het beste kan benaderen, van hard tot zacht, van meetbaar tot super menselijk. De standaardindeling voor de ‘scholen’ in het denken over kwaliteit zet ik behoorlijk op z’n kop. Voer voor nieuwe discussie dus. Lees het hele artikel

Politiek op het scherp van de snede

Sybrand Buma heeft de afgelopen twee weken politiek bedreven op het scherpst van de snede – en ik meen daar in net zo scherp op te hebben gereageerd.

Het startte met de tegenstem tegen het pakket leningen aan Griekenland. Zoals betoogd, heeft de fractie alle recht die afweging te maken. Wie vindt die ‘deal’ wel goed? De enige reden waarom deze deal, onder leiding van Duitsland, in Brussel wel is geaccepteerd heeft te maken met een bredere weging van belangen. Op die bredere weging ging Sybrand Buma echter niet in en ook in andere opzichten nam hij in mijn ogen zijn achterban niet mee. Ik vind heel belangrijk dat hij die bredere motivatie wel toont en dat had volgens mij ook best gekund met een vaardiger woord. Het is teveel politiek met een kleine p geworden en dat is voor een partij als het CDA noch nodig noch gewenst. Vandaar dat ik een pittige blog schreef onder de titel ‘drie redenen om het niet met de tegenstem eens te zijn’.

Maar kritiek geven om de kritiek is niet mijn stijl. Ik ben dus echt blij dat in de week er op Sybrand Buma wel degelijk politiek met een grote P schreef door het taboe op de inzet van grondtroepen te doorbreken. Onmiddellijk was er de Pavlov reactie van degenen die riepen: dat ‘kan niet’. Maar ‘kan niet’ is wat niet kan. In het betoog van Buma zitten meerdere elementen en die zijn nog maar schetsmatig uitgewerkt. Duidelijk is dat ze allemaal moeilijk te realiseren zijn. Dan is het makkelijk schieten voor de criticasters. Mijn eigen ideeën gaan in ieder geval verder dan wat hij schetst. Maar toch; dit is leiderschap en het gebeurt ook vanuit de juiste motieven. Hij brengt ons naar een ongemakkelijke plek toe, maar dat is precies wat er nu nodig is. Lees de blog die ik direct na verschijnen van het interview met Buma schreef.

Het blijft natuurlijk makkelijk, dat blogjes schrijven. Ik heb ook wel geaarzeld. Toch denk ik dat juist nu de grotere woorden gebruikt mogen worden. Afgelopen zaterdag had ik een voortreffelijke bijeenkomst met de trainers van de Eduardo Frei Stichting. Namens het EFS mag ik regelmatig democratiseringstrainingen doen in allerlei landen. Ik heb er regelmatig verslag van gedaan. Maar we worden nu ingehaald door de ontwikkelingen die ik daarin heb benoemd: de randen van Europa staan in brand. De bijeenkomst van afgelopen zaterdag stond in het teken daarvan. Zoals voorzitter Marnix van Rij het benoemde: een toenemend aantal landen waar wij trainingen verzorgen kent oorlog of grote spanningen. De Europese Gemeenschap is geen vanzelfsprekende gemeenschap meer met vrij verkeer van goederen en diensten. Als je namens je bedrijf nu naar Parijs moet, krijg je een reisinstructie mee. De spanning lijkt ver weg, maar komt snel dichtbij. Dan is het wel tijd om je te bezinnen.

Zeer mee eens. Maar hoe? Politiek is vaak een kwestie van smalle marges. Teveel grote woorden te vroeg uitgesproken moeten later met rente betaald worden, zoals zeker Rutte en Samsom gemerkt hebben. Maar toch, nu moet je er zijn met die woorden. Juist als je een partij van de warme redelijkheid uit het midden wilt vertegenwoordigen.

Peter Noordhoek

Midden

Schermafbeelding 2015-08-22 om 11.20.08

 

 

 

 

Een dunne premier spreek over Dikke-Ikke
Zijn rode maat noemt dat wat gratuit
Elk zoekt het nieuwe midden
En deze burger denkt: ze zien het niet

In het midden is het diep
Vissen vraagt om andere netten
Markt noch Staat komt zo diep
Het vraagt om meer dan wetten

Het gaat om wat zich lastiger laat vangen:
Nuance, balans, een niet zeker weten
Iets wat altijd een andere kant op gaat hangen
Zich moeizaam in slogans laat vangen

In het midden is het breed
Voortgang vraagt om glijdende stappen
Een overwinnen van wat men vreest
En talent om uitersten te verzoenen

Het midden van het midden is het midden
Geen plek om te stampen, wel om te zitten

 

Peter Noordhoek ’15

 


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek