Maandelijks archief: juli 2015

Wat is kwaliteit?

Ooit kreeg ik de vraag van mijn toenmalige baas om een verhaal over kwaliteit te houden. OK, zei ik, maar over welke kwaliteit hebben we het dan? De avond voordat ik het verhaal moest houden, had ik alleen nog maar wat wijsheden uit managementboeken verzameld. Het bevredigde mij niet, maar de tijd drong. Wat te doen? Ik ben toen maar voor mijn eigen boekenkast gaan staan en dwong mijzelf de vraag te beantwoorden: ‘Welke boek heeft voor mij nu kwaliteit?’ Daar waren geen managementboeken bij. Op impuls pakte ik wat andere boeken uit de kast – en ging mij er wat vragen bij stellen. Het werd de basis voor mijn verhaal voor de volgende dag en voor nog heel wat gelegenheden daarna. Onlangs heb ik het verhaal voor het eerst op video gezet, in het kader van de vernieuwing van mijn website (ja, ook op mobiel nu goed leesbaar!). Zoals wel vaker is het nog te lang, maar als videovakantieblog … ach, reacties zijn welkom met het oog op de volgende versie.

Klik svp hier

Overigens veel dank voor de vele reacties op mijn blog over ‘Einstein, Jobs en de formule voor genialiteit’. In de week erna heb ik tijdens onze boswandelingen veel gedacht aan een ander boek om een blog over te schrijven. Het is mij echter niet gelukt dat zo snel op te schrijven als gewenst, althans niet zonder mijn vakantiegevoel te bederven. Dat houden jullie te goed.

Peter Noordhoek

Einstein, Jobs en de formule voor genialiteit

Het is vakantietijd. Tijd voor variatie. Een foto, wat observaties, een vergelijking.

golven

Een klein meer, in een dicht bebost hoogland. We zijn de enigen. De bomen staan tot aan de rand van het opvallend donkere, naar rood zwemende, water. We zitten iets hoger, van de rand af, in de schaduw. Toch blijft het heel warm. Mijn vrouw daalt het stukje naar het water af om in het water verkoeling te zoeken. Terwijl ik mijn meegebrachte boek op schoot hou, pak ik mijn iPhone en maak ik lui een foto. Kringen op het water. Golven?

Kwantumsprongen

Het boek dat op mijn schoot ligt is een biografie die ik ergens in de ramsj op de kop heb getikt. Eindelijk kom ik er aan toe. Walter Isaacson’s biografie ‘Einstein’. Ik lees over golven die deeltjes kunnen zijn – en andersom. Ik lees over kwantumsprongen en waarom van baan tot baan versprongen moet worden en hoe breed die banen dan kunnen zijn. Als de theorie klopt. Voor mijn ogen zie ik kort hoe door mijn vrouw golven wordt gemaakt in het donkere water en weer even snel verdwijnen als ze verschenen zijn.

Mooi

Er is weer het nodige gebeurd de afgelopen week, met de Brusselse deal voor Griekenland als kennelijk dieptepunt. Iets dat het karakter heeft van Marshallhulp krijgt het frame van het Verdrag van Versailles, zoiets. Er was echter ook iets heel moois deze week: de foto’s van Pluto en haar manen. De media schonken er aandacht aan en een enkeling maakte de te verwachten grapjes over Pluto en de gelijknamige hond. Prima. Maar hebben we wel genoeg door hoe ongelofelijk knap het is dat we van Pluto foto’s kunnen maken? Eerder dit jaar landde er een onbemande sonde op een meteoor: een minuscuul bewegend object honderdduizenden kilometers van aarde. Wauw. Wat een berekeningen daarvoor nodig zijn! Wat een ongelofelijk inzicht in de krachten die er spelen als dit soort missies ondernomen worden, Wat een geduld ook om dit soort missies te bedenken en dan pas jaren, soms decennia, later succes te boeken. Zeer indrukwekkend. En de mensen die dat voor elkaar krijgen staan allemaal in de voetstappen en maken allemaal praktisch gebruik van het denkwerk van voorgangers als Einstein.

Aan de rand

Het is niet de eerste keer dat ik mij met het werk van Einstein bezig houd. Een tante gaf mij op mijn 12e verjaardag Einstein’s eigen versimpelde uitleg uit 1916 van de (bijzondere en algemene) relativiteitstheorie (zou ze geweten hebben wat ze me gaf?). Ik las het werk, helemaal gefascineerd, pakte er ook wat van op, maar bleef uiteindelijk net zo aan de rand van zijn redeneringen staan als ik nu aan de rand van dat bosmeer bleef. Als jongen werd ik zwaar gefrustreerd door mijn gebrek aan wiskundig inzicht, maar mede door de beeldende manier waarop Einstein de materie bracht, werd ik ook blijvend gefascineerd en gaf ik niet op met het proberen te begrijpen.

Beelden

Het boeiende van de biografie was dat het mij leerde dat Einstein zijn belangrijkste inzichten niet kreeg langs wiskundige weg, maar juist door in beelden te denken. De situaties die hij beschreef – iemand binnen en buiten een trein, een vallende man – waren niet de vertaling van een formule. Het was andersom. Eerst kwam er in zijn hoofd een soort beeldverhaal op, daarna maakte hij er in woorden een natuurkundige puzzel van en pas daarna kwamen de formules. Einstein was beeld- en taalvaardig voordat hij symboolvaardig was. Waarschijnlijk was die werkwijze er ook verantwoordelijk voor dat hij voor journalisten en anderen altijd prachtige quotes beschikbaar had, letterlijk beeldend en vol humor gebracht. Een genie waar je om kon lachen en die er met zijn slordige haren en kleding ook nog uitzag als een genie. Ideaal. Een ideale vriend ook voor collega-wetenschappers, belangrijke mensen en heel onbelangrijke jongens en meisjes die iemand nodig hadden om hen te helpen met het huiswerk. Als hij wilde was hij voor iedereen toegankelijk.

Maar het is zeker niet alleen dat beeld van de ideale geleerde – de lieve verstrooide professor – die Einstein zo sterk maakte of waardoor hij na aanvankelijk veel moeite kwam bovendrijven. Er zijn honderden boeken en studies verschenen over het werk van Einstein en veel was me al bekend, maar de biografie van Isaacson is zo goed omdat deze duidelijk maakt waar zijn kracht vandaan kwam – en die was tegengesteld aan alles wat ik hierboven schreef.
Toen ik dat probeerde te vatten werd ik herinnerd aan wat Isaacson in een recentere biografie heeft geschreven over Steve Jobs, de man achter Apple. In de vergelijking tussen de twee valt iets te leren – en kom ik tot een hogere waardering voor het genie van Jobs, niet dat van Einstein. En kom ik kort tot een herwaardering van deugden.

Twee helften

Einstein en Jobs zijn personen die zich in de eerste helft van hun leven kenmerken door dezelfde eigenschappen: groot doorzettingsvermogen, het vermogen om zich totaal af te sluiten voor alles wat niet bij hun obsessie past en in het verlengde ervan een absoluut non-conformisme, een niet aanpassen aan gezag en hoe het hoort. Op die wijze slagen ze er in een soort puurheid in hun denken te bereiken en laten ze zich niet door conventies opzij duwen. Andere grote geesten als Planck, Lorentz zetten de lijn in hun eigen denken niet door omdat ze de gevestigde orde uiteindelijk niet omver willen gooien. Einstein gaat door en gooit zelfs de wetten van Newton omver. De beloning is groot.

Jobs is meedogenloos in zijn beeld van hoe een computerbedrijf moet worden gebouwd en aarzelt niet om daarvoor vriend en vijand zo nodig te ontslaan en patenten te omzeilen. De beloning is groot.
De prijs die ervoor betaald wordt is ook groot. Die wordt allereerst door hun omgeving betaald. Beiden hebben hun eerste vrouw, hun eerste gezin, ronduit verwoest (en maken dat in de tweede helft van hun leven, met een tweede huwelijk weer min of meer goed). Vooral Jobs pleegt roofbouw op zijn vrienden, maar Einstein kan er ook wat van. Beide staan in kleinere kring bekend om hun afstandelijkheid en beschikken over een bijtende vorm van humor om mensen mee te vernederen.
Ook door henzelf wordt door dit gedrag een prijs betaald. De slechte reputatie van Einstein bij zijn docenten verhindert jarenlang dat hij een wetenschappelijke betrekking krijgt, ook al verdient hij dat op basis van zijn publicaties al lang. Jobs loopt door zijn gedrag vast in zijn eigen bedrijf en verliest de strijd met Bill Gates van Microsoft aanvankelijk dik.
Maar ergens is in beider leven een omkering.

Einstein wordt zijn rol

Einstein wordt zijn rol. De rol van verstrooide, niet aangepaste professor wordt zijn nieuwe conformisme. Direct of indirect leidt het er toe dat hij degene wordt die de klassieke wetten van de natuurwetenschappen gaat verdedigen tegen degenen die op zijn erfenis gaan voortborduren. Bohr, Heisenberg, Göbel; allemaal bouwen ze voort op zijn werk, maar durven tegelijk de paradoxen er in te omarmen en komen uit op de inzichten van de kwantumfysica met haar waarschijnlijkheidsgraden. Einstein houdt aan absoluten vast; ‘God dobbelt niet’. Hij houdt daar ook aan vast als iemand hem zegt dat hij moet stoppen met God te vertellen wat deze wel of niet moet doen. Einstein verliest het vermogen om met beelden te komen en verstrikt zichzelf in de schoonheid van de wiskunde. Als je mild bent, kan je zeggen dat hij in zijn aanvallen op de kwantumfysica die fysica verder heeft gebracht dan als hij de nieuwe trend had gevolgd, maar de realiteit is dat hij de laatste 30 jaar van zijn leven door zijn collega’s als een wetenschappelijk curiosum werd beschouwd. Wat hem redde van anonimiteit was zijn maatschappelijke rol en de wijze waarop hij met verve (en wijsheid) de rol speelde dat wetenschap mooi en lonend is. Zoals Charlie Chaplin zei toen Einstein aanwezig was bij de première van de film Modern Times: “Ik ben beroemd omdat iedereen mij begrijpt; u bent beroemd omdat niemand u begrijpt.” Het werkte voor beiden.

De perfecte binnenkant van Jobs

Voor Steven Jobs was de omkering anders. Hoewel de term niet bij de man past zou ik zeggen: subtieler, met meer continuïteit. Hij bleef in essentie een asociale ‘jerk’, maar door het falen van het Apple bedrijf in de tijd dat het niet langer onder zijn leiding stond, kreeg hij een nieuwe kans. Terug bij Apple verplaatste zijn aandacht zich van dat bedrijf zelf naar de producten van dat bedrijf. Hij werd daarin alleen nog maar meer non-conformistisch. Hij liet producten maken die hij mooi vond en waar de klant nog helemaal niet om vroeg. Zijn visie bepaalde het ontwerp. Meer nog dan zijn weigering om de broncode van de software voor geen enkele leverancier open te stellen, zit de essentie van zijn aanpak voor mij zijn eis dat ook de binnenkant van elk product perfect ontworpen moet zijn, ook al kan niemand dat ooit zien. Het werden producten als een sluitende wiskundige formule, die nog een prachtig werkend beeld opleverden ook. Hij ging door waar Einstein niet verder kon. Hij bleef eigenwijs, waar Einstein ging ‘pleasen’. Hij bleef een rotzak, waar Einstein een levend embleem van wijsheid en goedheid werd.

Wat telt?

Bij het verlaten van het meer viel de volle zon weer op ons. Al klimmend, dalend en zwetend kon ik in mijn hoofd het gesprek niet stopzetten over de vraag wie nu de grootste was: Einstein of Jobs? Jobs was uiteindelijk misschien het grotere genie. Hij ging door waar Einstein stopte. Tegelijk is Einstein wel de betere mens geworden. Of telt dat niet? Telt alleen het genie?

Het bracht mij terug bij de vraag: wat is een genie? Met een knipoog vertaal ik die in de volgende formule

G = cm²

Waarbij G natuurlijk staat voor de mate van ‘Genie’, ‘c’ voor creatieve doorbraak en ‘m’ voor de bereikte massa staat. Massa in termen van vermeerderde impact: m².

Op basis van n = 2, kom ik dan tot het inzicht dat bij Einstein de c vele malen groter is dan bij Jobs. Jobs was goed in het benutten van de creativiteit van anderen, maar was zelf altijd afhankelijk van de creativiteit van anderen. Einstein daarentegen bracht zijn meest baanbrekende werk als solist tot stand.

Voor massa ligt dat anders.
Ontegenzeggelijk is de impact van het werk van Einstein enorm, in zowel theoretisch als praktisch opzicht – zonder hem geen foto’s van Pluto deze week – maar daarbij maakte hij gebruik van een al bestaande wetenschappelijke infrastructuur en hielpen de media hem maar wat graag aan zijn bekendheid. Zelf weigerde hij zijn leven lang elke bestuursfunctie en deed zo, anders dan bijvoorbeeld de Leidse Lorentz, weinig om de wetenschap als geheel sterker te maken.
Hoe anders bij Jobs. Tot twee keer toe bouwde hij een commercieel imperium, waarbij hij er de tweede keer er in slaagde alle elementen van een creatief ontwerp en de commerciële kracht ervan samen te brengen. De massa daarvan dringt zich overal op, ook aan mijzelf, terwijl ik hier op een Mac Air aan het tikken ben.

Dus voor mij is er balans tussen de twee, althans als het om genialiteit gaat. De één gedroeg zich als een deeltje, de andere bracht een golf teweeg. Ze leven voort los van tijd en ruimte. Waarschijnlijk.

Peter Noordhoek

China en waarom wij Griekenland zijn

Terwijl hier alle ogen op Griekenland gericht zijn, speelt zich tegelijk een groter drama af op de aandelenmarkten van China. Met percentages die in hun verloop vergelijkbaar zijn met de grote crash van 1927, zijn de beurzen eerst als aangedreven door een stuntpiloot omhoog gegaan om daarna zonder piloot bijna verticaal neer te storten. De laatste dagen lijkt de rust weer wat terug te keren, maar wat is hier gebeurd? Meer dan genoeg. Hier maak ik twee geopolitieke punten die volgens mij nog niet gemaakt zijn – en eindig toch weer bij Griekenland, of anders wel de mening van China over ons Europeanen en Griekenland.

 

Schermafbeelding 2015-07-12 om 7.15.00 PM

Een andere lens

Wij westerlingen zijn gewend om naar landen als China te kijken door de lens van ‘democratie of dictatuur’. We zijn als het ware steeds aan het wachten tot de Chinezen zichzelf zo ver ontwikkeld hebben dat ze het primitieve communisme ontgroeid zijn en eindelijk toe zijn aan de zegeningen van de parlementaire democratie. Hong Kong die China alsnog het grote voorbeeld voor Beijing. Zoiets.

Wie naar de Chinese geschiedenis kijkt, ziet iets anders. Die denkt in tegenstellingen als ‘staat versus familie’, of scherper: de gereguleerde eenheidsstaat versus de war lords en hun opstandelingen. Mao begon als een war lord en werd een van de zeldzame stichters van een nieuw Chinees rijk. Zijn opvolgers hebben communisme en confucianisme gefuseerd tot een strak gereglementeerd geheel waarbinnen een nieuwe vorm van kapitalisme kon gedijen.

Binnen China

Het is boeiend en uiterst relevant wat er nu gebeurd. Intern, binnen China, kon het communistische regime tot nu toe opkomende war lords – nu in moeilijk beheersbare kapitalistische en digitale vorm – altijd tevreden houden door ze te laten delen in de groei. Het drama van de Chinese beurscrash lijkt het teken dat ze daar niet langer in slagen. Op zich is de omvang van de Chinese beurzen relatief klein, reden waarom de reactie op de internationale beurzen relatief beperkt is gebleven. Onderliggend is de instorting van de beurs echter het veruit grootste teken dat het de communistische heersers meer en meer moeite kost iedereen en alles tevreden te houden. De censuur wordt ondertussen strakker en strakker, maar we weten het; dat is eerder een teken van zwakte dan van kracht. De ‘business war lords’ zullen zich niet met minder groei dan in het verleden tevreden stellen. China schud op haar grondvesten – intern, binnen China.

Buiten China

Als het om het buitenland gaat is er iets anders aan de hand, bijna het omgekeerde. Daar zijn de Chinese ‘statisten’ zich juist enorm breed aan het maken. In zeer korte tijd hebben ze in Azië een ring van instituten opgericht die feitelijk concurreren met Wereldbank, IMF, e.d. Ze smeden Azië om tot een soort Europese Unie, maar dan zonder het leiderschapsprobleem van de Unie. Wat staten als Japan daar werkelijk van denken, laat zich raden, maar macht zoekt macht en ze sluiten zich toch allemaal aan. En datzelfde geldt voor landen buiten het verband; Nederland stak als een van de eerste de vinger op om te zeggen wat een goede initiatief er werden genomen.

Wij zijn het Griekenland van de wereld

Als ik een Chinese leider was, zou ik steeds arroganter worden. Ik zou de wereld opdelen in tweeën: andere ‘echte’ staten en landen die zich gedagen als lokale war lords, maar makkelijk koopbaar zijn. Vanuit dat perspectief zou ik constateren dat er steeds minder echte staten zijn en meer en meer war lords. Hoe dat uitpakt laat Afrika al zien; grote delen van het continent zijn nu eigendom van China, in essentie vooral wegen waarover grondstoffen kunnen worden geëxporteerd. Hetzelfde is elders gaande. Het respect voor Europese continent kan nauwelijks groter zijn. Hoe moeten ze ooit respect opbrengen voor het feit dat Europa het toestaat – nee, stimuleert – om via een afgedwongen privatiseringsprogramma havens en luchthavens voor een koopje aan haar te verkopen? Rusland’s Putin begrijpen ze wel, zelfs Obama en zijn Amerikaanse koers kunnen ze begrijpen, al moeten ze hem een zwakkeling vinden. Maar Europa? We zijn het Griekenland van de wereld. We doen in Europa alsof we gezamenlijk een staat vormen, maar gedragen ons als een groep war lords.

 

De volgende slag

 

Deze conclusie dringt zich op: interne zwakte van de Communistische staat, zoals mede blijkt uit de hand gelopen beurskrach, zal de aanleiding zijn voor een nog radicalere koers richting het buitenland. Ze kunnen niet anders; het is de enige manier om de business war lords tevreden te houden. De zakelijke en institutionele infrastructuur wordt of is nu gereed. De volgende slag is een koop- en exportslag. Alles wat we op dat gebied tot nu toe gezien hebben is slechts voorspel. De komende jaren en vooral de vroege jaren twintig zullen door China beheerst worden. Daarna pas komt de tegenbeweging op gang. Als dat goed gaat, kan die tegenbeweging veel welvaart opleveren voor het westen, net als in de jaren tachtig gebeurde met de opkomst en het verval van Japan. Of dat ook voor Europa geldt hangt er van af of wij ons kennisniveau en onze bevolking op peil kunnen houden.

 

Het algoritme

 

Tot zover de geopolitiek van China. Ondertussen is er nog een ander punt te maken. Een punt dat me echt kwaad maakt.

Weten we nog wat de oorzaak is van de beurskrach van 2007? Lehman Brothers? Nee, te makkelijk. Er is een andere oorzaak. Denk niet aan individuele banken of mensen, denk dieper.
Wat hebben we de afgelopen jaren gedaan om een nieuwe crisis te voorkomen? We hebben het toezicht versterkt, hoor ik dan velen, vooral politici zeggen. Overal zijn dan ook regels verstrakt en nieuwe toezichthouders in hoge gebouwen gestopt. Nu was er ook wel wat te herstellen aan dat toezicht, maar ik denk dat dit niet heeft voorkomen dat er nieuwe beursdalingen zijn geweest, of dat het een beurskrach in de toekomst zal voorkomen. Veel logischer is het dat al die toezichthouders – en hun private evenknieën – de crisis dieper hebben gemaakt. Het zijn er teveel geworden en ze hebben ervoor gezorgd dat de banken in hun schulp zijn gekropen op een moment dat ze de economie met financieringen hadden moeten aanjagen. Het enige wat ze echt hadden moeten doen hebben ze, blijkens ook weer de Chinese beursproblemen, weer niet gedaan: de algoritmes in de computers van de beurshandelaren beheersen.

Wie ziet hoe waanzinnig groot dat uitslagen in de beurskoersen van Shanghai en de andere beurzen zijn geweest, weet dat dit niet alleen door mensenhand kan zijn gebeurd. Handelaren schrijven hun software – de algoritmes – zo dat gegeven een bepaalde koers er automatisch een handeling wordt gedaan die leidt tot koop of verkoop. Dat gebeurt in milliseconden, veel te snel voor de individuele handelaar. De beurskrach in New York eind jaren tachtig werd al door dit fenomeen beïnvloed, die begin jaren negentig er door verergerd en die van 2007 maakte van een storm een orkaan. Al die jaren, en nu nog steeds, blijft het stil rondom dit fenomeen. Geen toezichthouder die er kennelijk effectief grenzen aan weet te stellen, of zelfs maar pogingen doet om te begrijpen wat er aan het gebeuren is. Nu maken we het weer mee.
Ik vind dat beurzen weer gedwongen moeten worden terug te keren naar de snelheid van de menselijke geest, stem en handelingen. Wij zijn vooralsnog niet te vertrouwen met algoritmes. Die maatregel van het schrappen van de algoritmes doorvoeren haalt ongetwijfeld vaart uit de globalisering, maar het scheelt ook veel crisissen en toezichthouders. We moeten het door ons geschapen monster afschieten totdat we iets hebben gedacht dat wel werkt. Dat kunnen we, maar nu ontneemt schijntoezicht het zicht op het werkelijke probleem.

 

Peter Noordhoek

 

NB Het drama in en om Griekenland gaat in volle hevigheid door en de Unie staat te schudden op haar grondvest. Deze week heb ik te weinig gelegenheid gehad om de details te volgen, maar één ding wil ik u niet onthouden. Gevraagd naar welke opties die er nu nog zijn worden er doorgaans slechts twee genoemd: doorgaan en met de euro of overstappen op een eigen munt, een nieuwe drachme. Er is echter nog een derde optie. Daarbij blijft Griekenland nominaal binnen de euro, maar krijgt het daarnaast binnen het land verhandelbare ‘IOU’s’ – schuldbekentenissen – die in waarde kunnen schommelen. In zekere zin wordt hiermee een schaduwmunt geïntroduceerd. Omdat ze buiten eigen land niet verhandelbaar zijn, blijft de schadelijke werking ervan in theorie beperkt tot het land zelf. Voor zover ik hier informatie over kan krijgen is dit, zoals een van mijn bronnen zegt, ‘geen kwestie van of, maar van wanneer’. We zullen het meemaken – of niet.

Orakelen over Griekenland

Terwijl ik deze blog schrijf wacht ik op de uitslag van het referendum in Griekenland. Eerder vandaag heb ik contact gehad met mij collega prof. Pantelis Sklias in dat land. Nadat ik hem eerder deze week gemaild had om hem sterkte te wensen, zat deze enthousiaste kreet in zijn mail: ‘AT LAST AN AGENDA!’ Waarmee hij bedoelde, bepaald geen fan van Syriza, dat het referendum de Grieken eindelijk de kans zou geven om te weten waar de regering echt voor staat – en een kans geeft om te laten horen wat ze er van dachten.
Helaas, vanmiddag rond een uur of 2, terwijl wij met vrienden de Tour in de buurt van Hekendorp aan het opwachten waren, meldde hij mij per mail dat hij dacht dat het een ‘NEE’ zou worden.

Schermafbeelding 2015-07-05 om 18.36.49

 

Lees verder


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek