Maandelijks archief: juni 2015

Effe over m’n cluppie: VNO-NCW

Nee, ik ga het niet over de uitspraken van de heer De Boer hebben. Dat is oud nieuws. Vandaag zijn we alweer met andere dingen, andere mensen bezig. Griekenland bijvoorbeeld. Maar dat is precies mijn punt. We struikelen van uitspraak naar uitspraak en ondertussen is het de vraag waar een instituut als VNO-NCW nog voor staat. Hoe krachtig is het nog? Daar wil ik hier bij stilstaan, want het is wel mijn club. Ik moet het dus, zoals Hans het zou zeggen, effe over m’n cluppie hebbe.

Lees verder

We krijgen verlichting, verschuiving en verplaatsing van belastingen, maar waar blijft de beloofde vereenvoudiging? De voorstellen van het kabinet lijken slim, maar snijden nauwelijks hout. Een weging en een oordeel.

zeebra's

Lees verder

Na de Fyra: een ander rollenspel

De Fyra-enquete is afgerond. Het rapport kan worden geschreven. Ongetwijfeld zal de aandacht ook uitgaan naar de wijze waarop de kwaliteit van de Fyra is getoetst door private en publieke partijen. Eerder heb ik geschreven over de relatie tussen steen (verticale toezichthouder: inspectie) en hout (horizontale toetser: certificeerder). Het is tijd om daar naar terug te gaan. Maar eerst nog een annekdote uit een andere sector dan de spoorwegen.

Deemoedig zijn

Deze week had ik een interessant gesprek met een bankier. Een echte bankier, maar ook een onafhankelijk denker, bijna altijd wel goed voor een invalshoek die net wat anders is dan verwacht. In dit geval kwamen we te spreken over de hoogte van de toezichtlasten en wat daar aan te doen is. DNB en AFM hebben gezamenlijk een apparaat dat zo’n 220 miljoen per jaar kost. De banken zelf hebben, ietwat afhankelijk van het karakter van de bank, ontzettend veel ‘compliance officers’ en andere interne toezichthouder rondlopen. Hoe vaak zij daadwerkelijk wat ontdekken dat een risico voor bank of samenleving oplevert valt eigenlijk niet te meten, maar hoe dan ook: het is veel geld voor een smal rendement.
Dat moet anders kunnen, zo is mijn lijn. Meer hij gaat niet met mij mee. Hij vindt het wel mee vallen met de hoogte van de externe toezichtkosten, zo zegt hij, afgezet op het totaal van wat er in de bancaire sector omgaat. Bovendien worden er allerlei onderzoeken gedaan naar de mate van regellast en die leveren tot nu toe niet zoveel op als het om deregulering gaat. Maar er is een groter punt, zo zegt hij. Wij hebben helemaal geen positie om te klagen. De maatschappij is nog lang niet zover dat het ons vergeeft voor onze fouten en zolang ABN Amro en ING het verkeerde voorbeeld geven, zal dat voorlopig ook nog niet aan de orde zijn. We moeten gewoon deemoedig zijn.

Nu is deemoedig zijn niet echt een dominante karaktertrek bij hem, dus ik vond het wel verrassend om te horen hoe scherp hij inziet waar de banksector staat. Als belastingbetaler en als iemand van buiten de sector vind ik dat er wel werk moet worden gemaakt van de hoeveelheid toezicht in de financiële sector, maar ik respecteer het als iemand uit de sector gewoon zijn verantwoordelijkheid wil nemen, want dat is feitelijk wat hij doet.

Reputatieschade

Het zou een les voor de spoorsector kunnen zijn. Het aantrekken van een ‘directeur ethiek’ is helemaal geen slechte zaak (ik herinner mij een fantastische rol voor een pastoor na de ramp op het vliegveld Eindhoven), maar natuurlijk wordt er nu cynisch op gereageerd. Het zal lang duren voor de reputatieschade is hersteld. Tegelijk stappen er morgen weer honderdduizenden passagiers op de trein en als die treinen dan niet willen rijden door een stroomstoring is de reputatieschade in directe zin veel groter. Vergelijk dan het aantal tweets maar met dat over de enquête. De stroomstoring wint. Het liefst zie ik nu een NS-bestuur dat de relatie met ProRail en de concurrenten herstelt en meer deemoedig de toekomst ingaat. Dan kan het bedrijf ook deze crisis overleven.

Schermafbeelding 2015-06-14 om 22.03.03

Steen en hout

Relatief een groter probleem vind ik de schade die nu (weer) ontstaat als het gaat om het toezicht, intern en extern. Eerder heb ik mij in een blog kritisch uitgelaten over de wijze waarop het bedrijfsleven met certificering omgaat, dit naar aanleiding van een brief van de inspecties over ‘criteria voor certificering’. Over de inspecties zelf was ik ook kritisch, maar ze hadden een punt. Ik neem van al mijn kritiek niets terug, maar het was wel opbouwend bedoeld. Om tot een nieuwe verhouding te komen tussen het harde ‘steen’ van de inspectie en de meegroeiende ‘houten’ toetsing door de certificeerder. Ik vrees dat wat er nu aan kritiek zal worden uitgestort over de toeziende instanties van nogal destructieve aard zal zijn: hout en steen kunnen naar de stort. Zowel de certificeerder (Lloyds) als de vergunningverlener en de inspectie komen er in de beeldvorming zeer slecht vanaf. Alleen papieren audits, niet luisteren naar de wel aanwezige signalen en bovenal: niet ter plekke gaan kijken en niet luisteren naar degenen die dat wel hebben gedaan. Schande.

Enquête lessen

Omdat een scherp oordeel zeker niet helemaal zonder aanleiding zal vallen, valt ook daar mee te leven. Zolang de lessen maar worden getrokken. Mijn ervaring met eerdere parlementaire onderzoeken en enquêtes is tweeledig: 1) er worden wel lessen getrokken, maar vaak net niet de meest relevante, en 2) de oorspronkelijke fout wordt daarna niet meer gemaakt, maar helaas ook geen enkele andere meer. De betrokken instelling of sector verdwijnt in een jarenlange kramp.

Naar ik vermoed hebben de toezichthouders, publiek en privaat, in verhouding nu nog minder ‘reputatieruimte’ dan de NS. Een nieuwe Fyra of andere grote aanbesteding zal er niet snel meer zijn, maar toezicht zal er nog elke dag moeten zijn. Ik vermoed dat de aanbevelingen van de Fyra-enquêtecommissie op dit punt wel eens het meest vergaand zouden kunnen zijn. Wordt dan de goede les geleerd? Het is niet moeilijk om te voorspellen dat 1) het toezicht niet heeft gedeugd, 2) dat er meer on site geïnspecteerd zal moeten worden; 3) dat die betaalde certificerende instellingen niet te vertrouwen zijn en 4) dat de toezichthouders hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Ik heb vooral veel fragmenten gezien, maar de verhoren van IG Thunissen en de IG-vergunningverlener Van Herwaarden heb ik wel in hun geheel gezien. Nog even geen commentaar. Het is me net te makkelijk personen die op hun manier hun best doen, onderuit te halen. Vreselijk wel om zo in beeld te komen. Ik haal er slechts één element uit.

Rolvastheid

Van Herwaarden stelt dat hij als vergunningverlener de opdracht had om ‘vooral goed in zijn rol te blijven’. Rolvastheid was erg belangrijk. Rolvastheid naar de eigen handhavers toe, rolvastheid naar de door Anselmo Breda ingeschakelde certificeerders, rolvastheid richting Europa, om te voorkomen dat zaken tegen de regels in dubbel zou worden gedaan. Die rolvastheid was kennelijk ook in reactie op eerdere misstanden. Met haar komst als IG, heeft Thunissen juist hier het accent op gelegd. Boeiend, want nu lijkt het er wel toe hebben geleid dat signalen over fouten al snel werden afgehandeld als niet genoeg voor actie. In de lange ondervraging van Van Herwaarden (2,5 uur), zie je een man die echt met zijn vak bezig is, inhoudelijk deskundig is, op het moment dat er wat had kunnen gebeuren, naar een procesargument reiken om toch niet in te grijpen. Hij is bepaald niet de enige die zo ‘faalt’. Van hoog tot laag wordt er aan Nederlandse kant zo gefaald, maar tragisch is het wel. Het contrast met de Belgische assertiviteit is groot.
Bij Van Herwaarden schrijnt dit wel het meeste. Je voelt dat hij eigenlijk heel trots is op het systeem dat hij met alle collega’s is ontwikkeld en tast zich nog een weg door het idee dat het systeem een schrijnend debacle heeft opgeleverd. Hij is nauwelijks met zichzelf bezig en schiet zelden in de verdediging, vooral ook omdat hij zelf nog volop bezig is om het te begrijpen. Dank voor de gelegenheid alles uit te leggen.

Einde aan het systeem

Mijn beeld is dat de Fyra enquête laat zien dat voor de inspectie hier een ‘einde aan het systeem’ moment is gekomen. Eerder al had ik tijdens het Odfjell debacle hetzelfde gevoel bij de private certificeerders. De papieren check op het management systeem bleek veel te beperkt te zijn. De externe toezichthouder sprak er schande van. Op dat soort certificaten viel toch niet te vertrouwen. Nu, bij de Fyra-enquête staat de inspectie in een vergelijkbare beklaagdebank,. Formeel wellicht correct gehandeld, maar met net zo min een overtuigend verhaal. Hoe verder?

Voorzetten

Laten we, wat mij betreft los van wat de enquêtecommissie gaat oordelen, gaan nadenken over een nieuwe checks & balances tussen de verschillende spelers. Hoe zou dat er uit kunnen zien? Wat voorzetten:

  • op de randen van de bevoegdheden meer overlappend: accepteren, verwelkomen dat de verticale toezichthouder ook kijkt naar het werk van de horizontale of andersom, en daar nieuwsgierig naar zijn;
  • robuuster naar elkaar toe. Professionals onder elkaar moeten wat kunnen hebben;
  • beter weten waar elkaars inhoudelijke expertise ligt. Als ieder rolvast is in de eigen processen; waarom dan niet actiever de inhoudelijke uitwisseling zoeken?
  • uitwisselen waar relevant;
  • bij meerjarige, kritieke of zeer complexe trajecten certificering en/of inspectie afwisselen met een gemengde visitatiecommissie of andere vorm van (meta)toetsing

Als inspectie steen is, en certificering hout, dan wordt het tijd een nieuw en beter huis te bouwen met beide essentiële elementen.

 

Peter Noordhoek

De volmaakte mens in een onvolmaakt debat

Wat doet evolutie met een piemel als het leven zich afspeelt op een planeet waar het grootste deel van het jaar het zo ijs- en ijskoud is dat alle kleine uiteinden er afvriezen? En als we niet op die evolutie willen wachten en wat biologisch gaan ‘engineeren’, welk moreel oordeel houdt dat dan in? Enige overpeinzing naar aanleiding van een van bovenaf bekeken ‘interactief college’ van Michael Sandel in Amsterdam.

IMG_0043

Een onverwacht geslacht

Als jongen van een jaar of 14 las ik het boek van de schrijfster en filosofe Ursula le Guin. Het boek heette ‘De linkerhand van het duister’. In het boek komt een ambassadeur uit aarde aan op een koude en donkere planeet. De planeet is zo koud dat door evolutie alle seksuele organen binnen het lichaam zijn verstopt, om er alleen maar uit te komen in een korte bronstijd. De weg van de aankomstplaats en de hoofdstad is lang en leidt over een enorm ijsplateau. Samen met iemand van de planeet wordt de reis aangevangen. Het is een zware reis. Elke avond moet opnieuw een tent worden opgezet, waarna de lange nacht samen wordt doorgebracht. Het komt tot lange gesprekken. Er ontstaat een relatie, misschien meer. Dan komt het punt in de zonnecyclus dat de temperatuur maximaal is en de metgezel van de ambassadeur zegt dat nu de periode van vruchtbaarheid, van brons, is aangebroken. Tot grote verrassing van de ambassadeur blijkt degene van wie hij de hele tijd aannam dat het een hij was, een zij te zijn. Voor nu, zegt ze. We weten tevoren niet welk geslacht we zullen aannemen. Maar buiten is het nog koud, wilt u?

Dan ben je jong en woon je veilig in de Hoeksche Waard, waar de moderne tijd wel aanklopt maar nog niet is binnengekomen, en je leest zoiets. Ook ik nam aan dat de metgezel een man was, als vanzelf. Was ik even mooi te pakken genomen. Vanaf dat moment was Ursula een van mijn lievelingsschrijvers.

Een terughoudend publiek

Ik moest aan het boek denken toen ik zaterdag bij een bijzonder college van de filosoof Michael Sandel was, onderdeel van de activiteiten rondom de televisieserie over ‘de volmaakte mens’ van Bas Heijne (VPRO/Human, uit te zenden op 17 juni a.s.). Veel van de vragen die hij behandelde gingen over de vraag of we door de moderne mogelijkheden tot bijvoorbeeld genetische manipulatie onze keuze moesten laten beïnvloeden. Als iets mogelijk is, mag of moet het dan ook? Deze vraagstelling werd doorgetrokken naar vragen over geslachtskeuze en de mogelijkheid om voor kinderen te kiezen die er uit springen qua intelligentie en gezondheid.
Wat mij opviel, was hoe terughoudend het publiek was om mee te gaan met alle mogelijkheden die de moderne techniek biedt of nog gaat bieden. Wellicht beïnvloed door de kritische ondertoon van Bas Heijne had zich een publiek in De Rode Hoed verzameld dat allesbehalve gek van technologie was. Een deelnemer genaamd Gijsbert vertolkte het liberale geluid daartegen en deed dat heel aardig, maar hij accentueerde eigenlijk alleen maar de nieuwe politieke correctheid van de zaal: niet alles wat kan, moet ook.

Meer dan persoonlijk?

De vraag is: hoe hard is deze nieuwe terughoudendheid? Deze vorm toch van sociaal-conservatisme? Mij leek het dat de deelnemers heel sterk met hun persoonlijke keuzes bezig waren en in hun antwoorden vooral met eigen belangen en risicoschattingen bezig waren. Heel weinig werd aangehaakt bij de consequenties voor de samenleving of werd er een positie ideologisch verklaard. Dat mag, maar het maakte dat het debat vluchtig bleef en niet werkelijk moreel geladen werd.
Bas Heijne roept in het TV-programma voortdurend op tot een discussie. Dat zou ons moeten redden. Maar met stellingen die zo dicht bij het persoonlijke bleven en een Sandel die zelf – teleurstelling – heel weinig stelling nam, werd ik die middag op een gegeven moment overvallen door een Kundera-gevoel van ondraaglijke lichtheid. Die discussie kunnen we wel voeren, maar kunnen we hem dan ook zo afmaken dat we er met z’n allen verder mee komen.?

Als genomen wordt in plaats van gegeven

Dat gegeven moment was toen de discussie ging over de vraag of je als ouders mocht kiezen voor kinderen met extra intellectuele of fysieke vermogens. Iets extra’s dus, omdat het kan. Zijdelings, maar al heel lang ben ik verbonden aan Raad op Maat, een stichting voor zeggenschap van mensen met een verstandelijke beperking. Wat we al lang weten, nou goed, vermoeden, is dat als de ontwikkeling doorgaat zoals die doorgaat, onze doelgroep als ‘vanzelf’ verdwijnt. We hebben het beeld dat op basis van echo’s nu vele ouders kiezen voor zwangerschapsonderbreking als blijkt dat er een bepaald chromozoom te veel is. Daar is bij vlagen best over gediscussieerd, maar de discussie heeft nooit tot conclusies of een beleid geleid, zoals we dat nog wel hebben gedaan rondom abortus en euthanasie. Het gebeurt. Punt. In de situatie dus dat de natuur geen talenten uitdeelt maar afpakt. Gaat het de andere kant op – als we ons of onze baby’s kunnen ‘verbeteren’ – dan kan je raden hoe het zal gaan: het gebeurt gewoon. Elke discussie die wel wordt gehouden heeft iets dat misleidend is zolang het blijft hangen in het abstracte of in het puur individuele.
In de televisieserie maakt Sandel duidelijk dat alleen discussie niet genoeg is, maar in het debat komt hij naar mijn gevoel niet tot enige markering of afronding en dan zou het middel van veel discussiëren wel eens erger kunnen zijn dan de kwaal. In ieder geval was dat mijn sentiment toen ik na afloop van het debat weer in blinkend zonnig Amsterdam stond en besloot dat volmaaktheid kennelijk alleen nog te bereiken viel via een biertje op een terras.

Volharden in het verwachte

Waar ik dan toch weer blijf doordenken over de oude lessen van Ursula le Guin. In de ‘linkerhand van het duister’ zegt ze niet of het goed of fout is om het geslacht te kunnen kiezen, al suggereert ze dat het voor ons seksleven leuk zou zijn als dat tot op het laatste moment een verrassing bleef. Wel maakt ze duidelijk dat de ambassadeur van aarde wist dat de omstandigheden op de planeet tot een andere vorm van vruchtbaarheid en dus van seksuele omgang hebben geleid – en dat hij toch tot op het laatste moment blijft volharden in zijn aanname dat hij de reis samen met een mannelijke geslachtsgenoot maakt. Hij maakt daarna de ‘goede’ keuze en vriendschap wordt liefde. De buitenwereld accepteert dat echter niet. Zij maken de ‘foute’ keuze en doden uiteindelijk de partner. En dan? De ambassadeur wordt vriendelijk doch beslist uitgeleide gedaan naar aarde. Mij opende haar boek de deur naar een modernere kijk op ‘gender’, maar ze maakte in dat boek over een verre toekomst tegelijk ook duidelijk dat die moderne kijk nog ver weg was.

Ankers

Het scherpste moment van de serie ‘De volmaakte mens’ komt voor mij op het moment dat iemand, ik meen dat het Thomas Metzinger is, zegt dat we op dit moment bedreigd worden door twee enorme gevaren. Een daarvan komt van buiten: het feit dat we onze planeet aan het plunderen zijn en dat de gevolgen nu zichtbaar worden. De andere komt van binnen; dat het overgrote deel van de mensen op onze planeet niet bij kan benen wat er gebeurt. Of dat, zoals Nick Bostrom zegt: ‘ons technologisch vermogen veel sneller groeit dan onze wijsheid en verantwoordelijkheid’. Wat is dan het gevolg? De kans is groot dat we dan of in extreem materialisme of in fundamentalisme terecht komen en dat allen die daar niet door gevangen worden op z’n minst gaan schuilen achter de dijken. Dat is meer dan ongewenst en daarom maakt het voor mij erg uit hoe we deze discussie gaan voeren van besluit naar besluit. Wat mij betreft zoeken we daarbij ankers die eerder al sterk genoeg zijn gebleken, zoals een parlementaire democratie, een christelijk-humanitische ethiek die uitgaat van de heiligheid van het leven, de kracht van wetenschappelijke bewijsvoering naast de acceptatie van twijfel.

Erkende onvolmaaktheid

Ik sluit deze blog – naar ik vrees nogal pittig, zeker voor degenen die niets van de serie ‘De volmaakte mens’ hebben gezien – af door nog een keer naar Ursula le Guin te gaan. Zij was een van mijn eerste persoonlijke ankers. In een ander indrukwekkender boek ‘ De Ontheemde’ (‘The Dispossessed’) speelt het verhaal zich af op twee planeten die om elkaar heen draaien. De ene planeet, Urras, is zuiver kapitalistisch ingericht, de andere, Annaras, zuiver anarchistisch. De hoofdpersoon, Shevek, bevindt zich op Annaras. Annaras zou ideologisch een veel mooiere planeet dat Urras moeten zijn, maar schijn bedriegt. De anarchistische vrijheid is slechts schijn, de werkelijkheid is er een van eenzaamheid en een niet mogen zeggen wat je denkt en wilt, bijvoorbeeld een eigen pen. Shevek vlucht naar Urras, enkel om daar ook weer teleurgesteld te worden. De uiteindelijke uitkomst is er een van erkende onvolmaaktheid.
Het lezen van ‘De ontheemde’ was de start van mijn zoektocht naar iets tussen liberalisme en socialisme in. Echt gevonden heb ik het nooit, al voel ik mij nog het meeste thuis bij de christendemocratie, ondanks mijn niet geloven. Daar leer je dat alles wat kan, nog niet moet. Het debat met Michael Sandel was voor mij mooi omdat het liet zien dat er een gezonde check op ons liberale levensgevoel gaande is, maar we zijn nog ver van het moment dat er een nieuwe consensus ontstaat. De titel ‘De volmaakte mens’ is ironisch bedoeld. Volmaaktheid zou, net als het vooruitzicht wel 1000 jaar te kunnen leven, wel eens ‘terribly boring’ kunnen zijn, zoals een van de deelnemers het terecht uitdrukte. Maar niemand hoeft zich zorgen te maken dat die volmaakte mens er al is, ook al kwam dat moment op het terras na afloop wel dichtbij.

 

Peter Noordhoek

– o –

Het was lastig kiezen deze week. In het kader van de Fyra-enquete heb ik – en velen met mij – de wenkbrauwen gefronst over het feit dat zowel de certificeerder als de toezichthouder hun oordeel baseerden op een papieren werkelijkheid en niet op basis van ‘on site’ inspectie. Omdat ik te weinig tijd heb gehad om de verhoren goed te volgen, zie ik er vanaf om nu al een oordeel te geven … maar mijn handen jeuken.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek