Maandelijks archief: mei 2015

Zeldzaam

cb2/zob/brent stirton/national geographic

cb2/zob/brent stirton/national geographic

In deze prachtige foto uit National Geografic komt veel pijn samen. Het beeld van de neushoorn is, zoals de Guardian op 12 mei terecht schreef, ‘a picture of loneliness’, ondanks de bewakers om hem heen. Hij is 42 jaar oud en heel zeldzaam; de allerlaatste mannelijke Noord-Afrikaanse witte neushoorn. Nakomelingen verwekken bij de twee overgebleven vrouwtjes lijkt niet meer te lukken. In gevangenisschap zijn er nog slechts twee andere vrouwtjes. Dit neushoornras sterft dus uit, net als vele andere diersoorten. Dat doen wij. Wij mensen. Preventief is zijn hoorn al verwijderd, dus ivoordieven hebben niets meer aan hem. Toch zijn er permanent bewakers nodig om hem in leven te houden. Tegen een opkomende zwartgrijze lucht houdt een van de bewakers als vertrouwd de hand op de rug van de neushoorn. Zou hij dat voelen?

De foto, de situatie, is triest, ook om een andere reden. Vanwege een rare kronkel in mijn hoofd verbind ik dit beeld met het beeld van de duizenden vluchtelingen die nu met wankele bootjes de overtocht naar Europa proberen te maken. Volgens het journaal van zaterdag 30 mei met zo’n 4000 per dag. Voor zover ze geteld kunnen worden. Die vluchtelingen komen deels uit dezelfde regio als waar de neushoorn leeft. Kijk je op macroniveau naar de ontwikkelingen in Afrika, dan gaat het beter dan ooit. Er is echte welvaartsgroei. Maar voor grote delen van het continent geldt dat er wordt geleefd op de grens van dood en leven. Om hen heen staan geen gewapende bewakers om ze in leven te houden. Wij hebben het liefst bewakers om de vluchtelingen weg te houden. En dat begrijp ik nog ook. Wil ik dat die stroom vluchtelingen ook door Nederland heen gaat stromen? Al te goed is buurmans gek.

Ik ben opgegroeid met de ethiek dat elk leven waardevol is, heilig zelfs. Dat daarin ook geen verschil in waarde is tussen het ene leven en het andere. Dat juist door de waarde van de enkeling te blijven zien, hoe ver deze ook van je af staat, je recht doet aan het leven van anderen. Het is een ethiek die geen bijzondere betekenis hecht aan het woord ‘zeldzaam’ omdat elk leven behandeld zou moeten worden als meer dan zeldzaam, want uniek. Wat voor de neushoorn wordt gedaan is goed, maar dat verdient ook elke vluchteling. Zo zegt mijn ethiek.

Mijn ethiek dreigt bij beelden als die van de neushoorn en de boten te bezwijken. Als het kenmerk van een eerste klas geest is dat hij twee tegengestelde gedachten in het hoofd kan houden zonder te bezwijken, dan is de mijne kennelijk niet eerste klas. Of is er iets anders aan de hand? Kan het zijn dat we bezwijken aan wat we zijn gaan weten? Onze ethiek van ieder mens telt, komt uit een tijd dat we nog door lange wegen gescheiden waren van elkaar en waarbij zelfs elke stad nog een dorp was; we konden elkaar daadwerkelijk tellen. Echt, en niet via social media. Nu spoelen de beelden van mensenmassa’s over ons heen en lijkt de oude ethiek alleen nog maar te gelden als letterlijk en figuurlijk wordt ‘ingezoomd’ op het enkele leven, de enkele neushoorn. Dat is verklaarbaar, maar te makkelijk. Ik merk dat ik mijzelf een opgave geef: beperk de aandacht niet tot wat zeldzaam is. Durf te denken op het niveau van de massa, hier, op de Savannah en onderweg per bootje naar onze kusten, want zij zijn onze realiteit. Durf ook ethisch te zijn op het niveau van de massa. Hoe dan? Ik puzzel, want dat kan niet zonder scherpe keuzes. Het belang van de één tegen het belang van de honderden, etc., waarbij je voor je het weet één voor één honderden laat stikken. Maar als we bewakers van neushoorns kunnen betalen in Noord-Afrika, kunnen we daar dan ook geen mensen krijgen die in Noord-Afrika de chaos die de oorzaak van alles is weer beheersbaar kunnen maken? Wat meer episch doen dan individueel ethisch denken, zoiets. Erg zeldzaam trouwens, episch doen.
Uiteindelijk ben ik niet zover om mijn ethiek van ieder mens telt, op te geven en verwacht ook niet dat ooit te doen. Daarvoor gaan de wortels te diep en weet ik ze gedeeld door mensen aan wie ik een voorbeeld neem. Maar zolang ik foto’s van een neushoorn met bewakers en een boot vol vluchtelingen zonder stuurman naast elkaar zie, schuurt er iets. Ik kan en zal de lasten van heel de wereld niet op mij nemen, maar wegkijken zal ik niet.

Peter Noordhoek

Organiseer de collectiviteit van zelfstandigen anders!

Zo gaat het niet werken. De pogingen om van de grote groep (Z)ZP’ers een collectief te maken om zo verzekerings- en pensioenproblemen op te lossen doen geforceerd en oneigenlijk aan. Er is een betere route om vast te stellen wie de echte zelfstandigen zijn. Er is een andere manier om de collectiviteit van zelfstandigen te organiseren: via de vakverenigingen!

De noodzaak van collectivisering van zelfstandigen

Langzaam maar zeker komen we dichter bij het moment ‘waarop de collectiviteit zal worden geregeld’ voor de grote groep van die zich tussen het werkgever- en werknemerschap bevinden en zichzelf zelfstandig, zelfstandig professional of toch maar gewoon ZZP’er noemen. Het zou om een groep van iets minder dan een miljoen personen gaan. Per definitie kan er van uit worden gegaan dat het lastig is om van zo’n grote groep van individuen vast te stellen wie werkelijk zelfstandig is. Het wordt nog eens extra lastig gemaakt omdat er een aantal definitiekwesties spelen die een bijna ideologische lading hebben: gaat het om veredelde werknemers of verarmde werkgevers? Is iemand zelfstandig uit keuze of omdat hij of zij is weggesaneerd? Gaat het echt om professionals of om mensen die eigenlijk niet goed genoeg zijn voor een baan?

Het is bekend dat velen binnen deze groep risico’s lopen door een gebrek aan verzekering en pensioenopbouw. Minder bekend, maar wel degelijk bij de beslissers onderkend, is dat dit gebrek aan afdekking en opbouw ook grote risico’s in zich houdt voor de groep die wel georganiseerd is. In het jargon: de grondslag wordt er kleiner door: minder mensen moeten meer opbrengen – en dat in een tijd van vergrijzing. De zelfstandigen moeten en zullen in het collectief.

Niet werkende oplossingen

Dat er dus een discussie loopt over de collectivisering van de risico’s ligt voor de hand. De manier waarop die discussie wordt gevoerd zit echter vol nieuwe risico’s. Twee oplossingen die nu in bespreking zijn, maar niet of onvoldoende werken:

Een deel van het probleem kan worden opgelost door de ‘oneigenlijke zelfstandige’ weer in loondienst terug te brengen, zodat alleen de echte zelfstandigen overblijven. Dat zou mooi zijn, maar los van definitieproblemen is het zo tegen de trend in van schaalverkleining en flexibilisering dat het niet overtuigt.

De andere oplossing is een grote collectieve voorziening creëren voor zowel het verzekerings- als het pensioenaspect, uit te onderhandelen door de sociale partners. Dat klinkt klassiek – en dat is tegelijk het probleem ermee. Het wordt een grootschalig gedrocht. Voor iedereen, van niemand. Niet met ons, maar over ons heen. Wie zouden de ZZP’ers moeten vertegenwoordigen? Het spijt me, maar al die bonden en platforms hebben mij nooit iets gevraagd. Er zijn vele dappere pogingen gedaan om de krachten van zelfstandigen te bundelen, maar met alle lof; het spreekt niet aan. Eerder nog dan vertegenwoordiging gaat het om herkenning. Dit halfslachtige vakbondsgebeuren raakt de kern niet waarom ik zelfstandig ben en waarom ik doe wat ik doe.

Het alternatief

Wat is dan wel die kern waarop zelfstandigen zich laten (h)erkennen? Wanneer kan het misschien wel? En waar kan dat belang van die zelfstandige aansluiten bij een meer collectief belang?
Voor mij is dat ‘het vak’, de professie. Daarin moet de brug geslagen worden. ‘Zelfstandige’ is het etiket dat anderen op mij plakken, het vak is wat ik doe. En om dat vak goed uit te kunnen oefenen heb ik vakgenoten nodig, al was het maar om aan de bar over mijn vak te kunnen kletsen. We hoeven niet per se collega’s te zijn – misschien zelfs liever niet – maar we moeten elkaar wel respecteren vanuit het delen van hetzelfde vak.

Nu treft het toeval: onze economie is van oudsher al langs ‘vaklijnen’ georganiseerd. We noemen ze netwerken of groepen en als ze wat groter zijn noemen we ze branche- of beroepsverenigingen. Als zelfstandige heb ik die vaklijnen nog harder nodig dan als werknemer, dus ik kies er graag voor, mits ze mij waar leveren voor mijn geld. In de praktijk leveren ze mij zoveel waar dat ik er van meerdere lid ben. Dat kan ingewikkeld worden – of zelfs aanleiding zijn om een nieuwe vereniging op te richten – maar dat blijft mijn keuze.

Betere benutting

Wij hebben onze branche- en beroepsverenigingen verwaarloosd. Dat hebben we met z’n allen gedaan. Vele verenigingen zijn de afgelopen jaren in een existentiële crisis terecht gekomen. Gelukkig komen de betere daar nu uit. Er wordt veel geïnvesteerd in nieuwe vormen van ledenbinding, de professionele kwaliteitseisen worden verscherpt. Tegelijk blijven veel van de moderne netwerken – Linkedin groups! – in de praktijk maar matig te werken. Er komt een nieuwe generatie op de arbeidsmarkt die de collectiviteit meer waardeert dan de generaties die nu de dienst uit lijken te maken. Het is tijd het bestaande potentieel beter te benutten.

Om die reden zou het logisch zijn de collectiviteit van de zelfstandigen te laten verlopen via de vakverenigingen. Die verenigingen zouden in staat moeten zijn aan te geven of iemand voor de zelfstandigheid heeft gekozen of vak- en zielloos gedwongen was door te gaan tegen beter weten in. Het is via de vakvereniging dat een vorm van collectieve verzekering en pensioen verkregen wordt en verplicht is. Hoe de vakvereniging dat ‘aan de achterkant’ regelt, is aan de leden, inclusief de mate van keuzevrijheid binnen de beschikbare bandbreedte. Vakverenigingen zijn geen verzekeraars of pensioenregelaars, maar ze hebben al snel de schaal om in te kopen. De sleutel van het verhaal ligt in de selectievraag en niet in het collectieve financiële aanbod. Wie als vakgenoot wordt geaccepteerd, kan als zelfstandige door het leven gaan en zich tegelijk collectief gedekt weten. De samenleving kan ondertussen de vakvereniging aanspreken op de wijze waarop de kwaliteit van het vak geregeld is.

Via het vak, niet via de randvoorwaarden

Gaan we hiermee niet terug naar de tijd van de voorganger van het UWV; de Gemeenschappelijke Administratiekantoren van de branches? De geschiedenis hoeft zich niet op dezelfde manier te herhalen. De institutionaliseringsgolf van de jaren zestig en zeventig stamt uit het pre-digitale tijdperk. Collectiviteiten kunnen heel anders en vele malen sneller worden op- en afgebouwd, in ieder geval als het om de administratieve randvoorwaarden gaat. Het overleg tussen werkgevers- en werknemers wordt alleen maar gevoerd omdat we er nog steeds geen beter alternatief voor hebben gevonden. Wij zijn alleen nog maar toeschouwer. En daar moet alles aan op worden gehangen?
Wat nog steeds niet snel gaat, is het opbouwen van vakmanschap. Dat is iets wat tijd, veel doen en veel uitwisselen vergt. De vakvereniging als professioneel kader is daarom de perfecte stabiele drager voor datgene wat om collectiviteit vraagt. Ook en juist voor zelfstandigen.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

Over de randen van Europa

Europa is een enorm continent. Omdat we denken het te kennen, hebben we niet door hoe enorm onbekend het nog is. Meestal geeft dat niet en hebben we genoeg aan eigen streek, stad of straat. Soms is het toch nog om je een mening te vormen over dat continent met zijn meer dan half miljard inwoners. TV-koppen dwingen daartoe, eigen belang vraagt er om.
De laatste weken heb ik het voorrecht gehad om meer dan gewoonlijk ons continent te verkennen. In maart en april heb ik, zeg maar, ‘eerste hands’ kennis opgedaan over de situatie in Griekenland, Groot-Brittannië en Oekraïne. Ik start met dit laatste, geplaagde land – op of over de rand van Europa. 

Oekraïne

Er waren nogal wat mensen die van mij hoorden dat ik naar Oekraïne ging en mij met nadruk een veilige reis wensten. Dat is niet onlogisch als je alleen vanuit de nieuwsberichten over het land geïnformeerd bent. Kijk je naar de j=kaart, dan weet je hoe groot de fysieke afstand tussen de hoofdstad Kiev, waar ik moest zijn, en het oorlogsgebied van Donetsk en de Krim is. Daarbij moet ik zeggen dat ik in het centrum van de hoofdstad minder uniformen en wapens heb gezien dan in Brussel, Boedapest en Rome, waar ik deze dagen ook was. Het was al helemaal rustig in de buitenwijk waar de partijbijeenkomst was waar ik een training bij mocht verzorgen namens de Nederlandse Eduardo Frei Stichting (EFS) en de Duitse Konrad Adenauer Stichting (KAS). De bijeenkomst en de training stonden beide in het teken van de raadsverkiezingen zoals die in oktober van 2015 in het land worden gehouden. Het was vooral mijn rol om de groep van bijna 80 mensen te informeren en trainen in de wijze waarop ‘lijsten’ voor deze verkiezingen worden gemaakt. Dus: lijsten met in democratische volgorde gekozen kandidaten. Geen eenvoudige opgave.

Lijsten

Nergens. Nergens is het simpel om lijsten vast te stellen. Kan het bij verkiezingen best zo zijn dat er veel mensen blij door worden, al was het aar omdat het zo’n leuke activiteit kan zijn, bij lijsten moeten er bijna altijd meer mensen bi huilen dan proosten. Doorgaans zijn er meer kandidaten dan plaatsen, dat is de eerste oorzaak, En dan zijn er nog de selectiecriteria en de procedures die voor veel ellende kunnen zorgen. Voor elk partijbestuur is daarom de verantwoordelijkheid voor het opstellen van een lijst zowel de grootste als de zwaarste verantwoordelijkheid die er is.

Het hoort bij de ontwikkeling van een land als Oekraïne dat ze ook stappen zet richting een meer democratische wijze van het samenstellen van lijsten. Oekraïne is een land van oligarchen, van regionaal machtige industriëlen en andere macho’s die rondom hun persoon een partij bouwen. In de kern zal dat niet snel veranderen. Sinds de opstand op het Maidan plein zie je echter ook een ontwikkeling richting een meer eigenstandige partij-ontwikkeling en laten persoonlijkheden als Peresjenkoh en Klitschko het als het ware toe om tot een vorm van partijdemocratie te komen die de vergelijking met andere Europese staten kan doorstaan. Dat dit kwetsbaar is hoeft geen betoog, maar het past ook bij de wens van een forse onderstroom in de samenleving die sterk Europees is georiënteerd en het echt gehad heeft met de voortdurende fraude en willekeur. Ze hongeren echt naar verhalen over hoe het wel kan. In zo’n omgeving is het mooi trainen.

Aparte omstandigheden

Wat kan je meegeven? Je komt als buitenstaander uit een land waar alles perfect geregeld is en je weet dat er in dat land letterlijk oorlog is. In het begin was iedereen terughoudend, maar na een volle dag met hen bezig te zijn geweest kwamen de verhalen over de opstand los en werd er verteld over de zorgen rond familieleden die in dienst waren. De stemming jegens Poetin is scherp, scherper, scherpst en dat is niet alleen te merken via de straatverkoper in Kiev die toiletpapier verkoopt met de beeltenis van de grote Russische leider er op. Bij mij kwamen de herinneringen aan mijn eigen militaire diensttijd aan de grens met Oost-Europa weer vol terug. En tegelijk: de ogen zijn op de eigen partij gericht en wat daarmee moet gebeuren. En dan is het prachtig om op de eerste dag een korte uitwisseling aan te horen waarbij een woordvoerder ‘pleit voor begrip voor de bijzondere omstandigheden in Odessa’ en de gespreksleider zegt: ‘Ach, in mijn regio Donetsk zijn ook wat aparte omstandigheden.’ Klaar.

Ogen op de bal dus en dan is het duidelijk dat de wijze waarop in Oekraïne lijsten worden samengesteld niet wezenlijk hoeft af te wijken van de manier waarop dat elders gebeurd. Ik zeg dit wel met een kanttekening: want hoe worden de lijsten in Europa eigenlijk vastgesteld? Voor de duidelijkheid: we hebben het hier over de partij interne procedures. Dat Kieswetten verschillen en hoe deze verschillen, weten we, maar hoe zit het binnen de partijen zelf? Ik ben uit Oekraïne weggegaan met de overtuiging dat het goed is om in ieder geval binnen het verband van de Europese Volkspartij te zorgen voor meer eenheid, of in ieder geval meer duidelijkheid, over de wijze van interne kandidaatstelling.

Emancipatie

Wat voor lijsten in haar geheel geldt, geldt ook voor de wijze waarop kandidaten over verschillende kenmerken heen geselecteerd worden. Twee weken na Kiev heb ik – dit keer op verzoek van het Robert Schumann Instituut (RSI) in Boedapest een training netwerken verzorgd als onderdeel van een programma ‘Women in politics’. De deelnemers kwamen uit Armenië, Moldavië, Georgië en, opnieuw, Oekraïne. Opnieuw dat grote verlangen naar meer democratie, naar meer echte participatie. Nu in de vorm van emancipatie van de vrouw. Wat ik met ze gedaan heb is heel gericht – regelmatig 1 op 1 – trainen op gesprekstechniek. Dat moeten ze in het Engels doen, maar ze redden zich over het algemeen prima. Het is niet voor het eerst dat ik zo’n groep train – één van mijn oud-deelnemers is inmiddels zelf spreker. Meer nog dan via goede lijsten ben ik er van overtuigd dat deze deelnemers uiteindelijk het verschil maken in de democratisering van hun eigen landen aan de randen van Europa. Omdat zij welhaast per definitie nu niet tot de elite behoren en wel de ambitie voor verandering delen.11270629_911809845509137_1467040943862432907_o

Land of Hope and Blimey

Dus toch hoop. Ja, maar dan van de langzame variant. Hoop heb ik uiteindelijk ook over de westrand van ons continent. Groot-Brittannië zal uiteindelijk niet buiten de Europese bood vallen. Mijn mening uit mijn blog van vorige week – dat het referendum over Brexit wel eens naar voren zou kunnen worden gehaald – lijkt inmiddels al breed te worden gedeeld. Of het lukt om er echt een goede deal van te maken moet nog worden bezien, maar de hoop is er. Daar moet wel ook het andere verhaal tegenover worden gezet; de wens om juist van het continent weg te stappen en te vervloeken: ‘Blimey!’. De regionalisering is ingezet (Schotland!), het kiesstelsel staat onder druk als nooit tevoren, maar de reactie er op is ook groter dan ooit. Groot-Brittannië is in die zin slechts een extreem voorbeeld van wat overal gebeurd: ongemerkt voortgaande Europeanisering onder luid verzet ertegen.
Een van de voor mij fantastische effecten is het feit dat een van mijn politieke vrienden nu gepromoveerd is tot minister. Ik ben samen met hem nog van deur tot deur gegaan (canvassen, heet dat) tijdens een verkiezing. Hij voerde echt het gesprek met zijn kiezers en ik weet dat hij dat nog steeds doet. Die gesprekken zijn bovenal redelijk waar hij woont, ook als het om Europa gaat. Als hij het mede gaat trekken dat wordt het voor mij ‘a land of Hope, not Blimey’.

Zorbadans op prikkeldraad

Mijn vriend met wie ik onlangs heel Brussel onveilig maakte, is een Griekse professor die hartstochtelijk van zijn land houdt. ‘Peter’, zegt hij, ‘ik blijf optimistisch, ook al vertellen de feiten een ander verhaal.’ Hij heeft gelijk, maar het is ook wel het drama ten voeten uit. Hij is constant alert voor de effecten van de volgende maatregel en probeert ondertussen te overleven. Ondertussen schetst hij een beeld van een land dat apathisch in de touwen hangt, te moe, te kapot om nog iets te ondernemen. Ik heb geen idee hoe we daar uit komen. De Grieken bieden geen oplossing, maar wanneer beseffen we in Europa nu eindelijk dat wat we nu doen geen oplossing is? Hervormingen? Dat is het laatste wat je mag verwachten zolang we zo de knoet blijven hanteren. Dit is een Zorbadans op prikkeldraad geworden. Tegelijk geloof ik dat we ons als Europa best een Griekenland kunnen veroorloven – zolang Griekenland maar geen Italië of Frankrijk wordt. Mijn Griekse vriend houdt met alles rekening.

Start je land in een ander land

Wie Griekenland zegt, zegt Middellandse Zee, zegt vluchtelingen. Ik jeuk om deze blog te gebruiken voor een betoog over dat thema, maar ik doe het niet. Deze randen snijden diep en doen ongelofelijk veel zeer. Ik wil het alleen even verbindingen met iets dat de Verenigde Staten afgelopen week aan ons hebben gevraagd. De Amerikanen willen graag een stukje Amerika op Schiphol hebben, zodat ze al op Schiphol kunnen bepalen of iemand welkom is of niet.
In eerste instantie dacht ik: ammenooit niet. Grondgebied is grondgebied. In tweede instantie dacht ik: Dat kan – maar alleen op voorwaarde dat wij wat grondgebied krijgen op jullie vliegvelden. En toen bedacht ik: als we datzelfde nu overal gaan doen in en om Europa. Waarom niet een stukje Europees grondgebied in Libië, zodat we daar kunnen bepalen wie welkom is en wie niet? Het is maar een gedachte.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

Britse verkiezingen en wat lessen voor Nederland

Iedereen vond het een saaie campagne, hoewel de peilingen een nek-aan-nek race tussen de Conservatives en Labour beloofden. Tv-debatten waren zo opgezet dat het nooit echte debatten tussen de kandidaten konden worden. Vooraf waren er veel artikelen over de ‘marginalisering van Groot-Brittannië’. Tsja. Hier een paar lessen voor ons, hier in Nederland, dwars geformuleerd. De foto’s refereren aan Schotland. Ik was er 30 jaar geleden en maakte o.a. foto’s van de grenssteen en van gesneuvelden in de slag van Culloden, waarbij de Schotten definitief verslagen leken door de Engelsen. Wie had kunnen denken …

1 We hadden de uitslag kunnen vermoeden

Hier in Nederland had de uitslag geen verrassing hoeven zijn. Zelf schreef ik in mijn (geactualiseerde) blog dit, met de les van onze Statenverkiezingen nog in het achterhoofd: “Er is eigenlijk niemand meer die nog gelooft dat één van de partijen een absolute meerderheid zal halen. Hoe Nederlands. Tegelijk is er iets anders dat zeer Nederlands is, dat daar nog iets aan zou kunnen veranderen. Denk aan onze ervaring met de premierbonus, denk aan het fenomeen tweestrijd.” En: “De laatste verkiezingen voor de provinciale staten eindigden in een overwinning voor de VVD. De VVD? Eerder dan toch voor premier Rutte. Die sleepte het binnen. Dat zou met Cameron ook zo kunnen gaan.”
Tsja, ‘zou kunnen’. Was ik maar iets stelliger geweest. Toch mag ik de smaak van karnemelk, de straf voor het niet goed voorspellen van de Statenverkiezingen, denk ik wel als weggespoeld beschouwen. Wat ik dus denk te hebben gezien bij de Britten is een ‘upswing’ in het verkiezingshokje zoals ik die ook bij de Statenverkiezing had verwacht. De peilingen zaten er daarvoor niet al te ver naast. Pleit dit ze vrij. Nee, net zoals de Nederlandse peilers vertrouwen ze veel te veel op internetveilingen en gebruiken ze te kleine samples. Een kwestie van kosten. Maar nu is de vis duur betaald – en aan bederf onderhevig.

2 Het Brexit-referendum zou wel eens sneller kunnen komen dan men denkt

UKIP kreeg 13% van de kiezers achter zich en werd daarmee in aantal stemmen de 3e partij van het land. Dat vertaalde zich slechts in 1 zetel – en niet die van Farage. Heel merkwaardig. Toch: de conservatieven kunnen er nu vertrouwen in hebben dat ze een verkiezing kunnen winnen zonder te grote problemen van de UKIP achterban. Dat zal ze vrijer doen ademen.
Maar hoe zit het nu met het referendum? Ik denk dat het goed is dat we nu richting het referendum gaan, want ik denk dat het er hoe dan ook van gaat komen en dan kan je het beter vroeg dan laat hebben. Net zoals ik denk dat je het beter onder de Conservatieven dan onder Labour kan laten uitvoeren. Dat laatste omdat ik er van uitga dat Cameron uiteindelijk naar de Britten toegaat met een deal die hij wil verdedigen. De inzetvan de Conservatives wordt dan waarschijnlijk een ‘ja’. Het kan ook zijn dat het een soort ‘vrije kwestie’ wordt. De Conservatieven zullen er op rekenen dat een fors deel van de eigen achterban hoe dan ook tegen een EU-lidmaatschap zal stemmen. Het referendum zal dus schadelijk voor de partij zijn, maar hoeft niet dodelijk te zijn. De som: tel bij de ‘out, out’ achterban van 20% ook nog eens de 13% UKIP-stemmers op en je krijgt een groep van ongeveIMG_1458er 25% diehards. Daar staat waarschijnlijk een iets groter blok tegenover van SNP, Greens, LibDems en delen van Labour die hoe dan ook voor lidmaatschap in de EU zijn. De rest komt dan aan op de media en het gezonde verstand van de Britten. Ik hou het er op dat het gezonde verstand zegeviert. Vanuit Nederland kunnen we dat licht beïnvloeden, want het is een feit dat veel Britten slecht geïnformeerd zijn en dat ze nog wel geneigd zijn naar Nederlanders te luisteren.

Wat mij overigens een niet zo gek scenario lijkt, is dat de Britten onder het voorzitterschap van Nederland – Rutte en Cameron weten elkaar echt te vinden – al tot een deal proberen te komen en dat het referendum in dat geval al in het najaar van 2016 wordt gehouden. Om meerdere redenen is de kans op een ‘yes’ dan groter, al was het maar omdat de slijt dan nog minder op het kabinet zal zitten. Wat er overigens tegen pleit – ja, ik dek me in – is dat mevrouw Sturgeon van de SNP heeft aangekondigd aan te sturen op een nieuw referendum voor Schotland. Dat betekent een koppeling van het EU en Schotland referendum. Daar zullen de Conservatieven niet blij mee zijn.

3 Kies je kiesstelsel wijs

Overal in Europa wordt over de meerwaarde van het eigen kiesselsel gesprken. In Italië is de kiesdrempel zojuist van 2 naar 3% gegaan (en wij denken het nog steeds met onze lage drempel af te kunnen). De Britten hebben aan het huidige ‘first past the post’ kiesstelsel vastgehouden om redenen van stabiliteit. Het zou best kunnen dat veel Engelsen, met name die van de Conservatieve partij denken dat ze er met deze uitslag van de verkiezing mooi aan verandering zijn ontsnapt. Dat de stabiliteit dus bewezen is. Dat zou best kunnen. Maar één ding is duidelijk: het huidige kiesstelsel versterkt de verdeling van de eilanden. Bij een evenredig kiesstelsel (Proportional representation, PR) zou de SNP nooit zoveel invloed hebben gekregen. Schotland is geen regio meer, maar een echt land. Wales en Noord-Ierland gaan ongetwijfeld volgen. Engeland zelf gaat volgen. Je kunt rustig zeggen dat de klok een paar honderd jaar terug is gezet.IMG_1459
Daarbij: 5 miljoen mensen, vooral de stemmers op UKIP, de Greens en LibDems, hebben samen slechts 2 van de 650 zetels gekregen. Natuurlijk gaat dat onrust geven. Het wachten is op de nieuwe vertolkers van het tegengeluid.
Ik verwacht overigens niet dat dit tegengeluid op overtuigende wijze uit Labour gaat komen. Voorlopig ligt de bal bij de SNP. Daarna hoop ik op wijsheid binnen de Conservatieve partij zelf, met name de ‘One Nation’ stroming. Dat lijkt ook de kortste weg naar een kiesstelsel.

Als Nederland hebben we echt wat te doen als het om ons democratisch stelsel gaat. Verhoging van de kiesdrempel, maar ook andere maatregelen worden noodzakelijk. Zo erg als bij de Britten is het hier niet, maar ook wij kennen een steeds diepere scheiding tussen bijvoorbeeld de Randstad en de rest van het land.

4 Dit was niet de campagne van Saatchi maar van Crosby – en dat maakt uit

In mijn blog voorafgaand aan de verkiezingen heb ik aandacht besteed aan het belang van reclame, vooral posters, bij de Britse verkiezingen. Doorgaans worden die aan Conservatieve zijde gemaakt door Saatchi & Saatschi. Waarom dit reclamebureau? Omdat ze een verdiende reputatie hebben als het om scherpe en vooral effectieve campagnes gaat. Toch bleven ze dit keer goeddeels uit het zicht. De andere belangrijke kracht binnen de partij is de miljonair Lord Ashcroft. Hij verdient zijn geld mede met de uitvoering van peilingen. Hij verschuilt zich, net als zijn collega peilers, nu onder een tegel.
Er is iemand anders die nu de eer krijgt. Mede-anglofiel Harry van der Molen wees in een tweet nog eens terecht op deze expert: Lynton Crosby, de Australische campagne-expert achter David Cameron’s campagne. Hij heeft de reputatie een harde jongen te zijn. Een dictator. Maar wie wat meer over hem hoort, of bijvoorbeeld deze masterclass bekijkt (duurt een uur, maar die is dan ook goed besteed), weet dat hij een invalshoek heeft die niet die van Saatchi is. Wat opvalt is zijn grote aandacht voor de inhoud van de boodschap. Anders dan Saatchi, die onveranderlijk negatief is, heeft hij juist aandacht voor de noodzaak een positieve boodschap te hebben en waarschuwt hij tegen ‘negatief gaan’. De gemiddelde peiling vindt hij te oppervlakkig om er iets aan te hebben. Zo is er nog even door te gaan. Wat hij aantoonbaar goed doet, is vasthouden aan een gekozen strategie en het ‘durven wachten’. Ik vroeg me in mijn blog af of hij Cameron niet te laat liet vlammen, maar het was onmiskenbaar op tijd. Een interessante man. Ga er maar van uit dat hij contacten met de VVD heeft. Ga als concurrent maar bedenken wat er tegenover moet komen te staan bij de volgende verkiezingen.

5 De PvdA heeft het meeste voordeel van deze

Arm Labour. Labour lijkt nu heel erg op de PvdA; een paar restanten van de oude arbeidersklasse die meer om sentimentele redenen dan iets anders nog op de partij kiezen (de mijnstreken!) en een groep hoog opgeleide, aan de publieke sector verbonden kiezers in de hoofdstad, die alles precies anders schijnen te willen dan waar de kiezer om vraagt. Vernieuwing wordt een helse opgave, want elke verandering van richting zal eerst tot verder verlies van aanhang leiden. Maar voor de PvdA is de weg omhoog nu helder. Ze hoeven alleen maar de fouten te vermijden die de Britse collega’s hebben gemaakt: een verkiezingsprogramma maken dat terug in de tijd gaat en een leider kiezen die te links, te vaag en onbewezen is. En oh, ze moeten Schotland niet laten afdrijven.
Vandaag verscheen een peiling(zucht, peiling) waarin de PvdA nog steeds even laag staat als altijd, maar waarbij Asscher en Aboutaleb er uitsprongen als mogelijke premier. Geen Miliband probleem dus. Terug naar het socialistische verleden? Je ziet waar dat toe leidt. Wel – mogelijk vanuit de oppositie – keihard op issues gaan vechten en zo de Schotse Partij (SP) weer terughalen. Geef het een paar jaar, maar dan zie ik de PvdA zo terug komen als ze deze les leren. Ondertussen hebben CDA en vooral D66 wel een puzzel op te lossen.

IMG_1455Peter Noordhoek

Over de politiek van kwaliteit

Het vaktijdschrift voor kwaliteitsdeskundigen Sigma bestaat 60 jaar. Ter gelegenheid daarvan heeft de redactie negen columnisten laten schrijven over de toekomst van het vak. Ik mocht daar één van zijn. Op zoek naar een scherpe insteek kwam ik uit een kant van het vak die zelden benoemd wordt; de ‘politieke’ kant van het op de agenda krijgen en houden van de aandacht voor kwaliteit.

Golven op een leeglopend strand

Van de 60 jaar Sigma heb ik er ruim 20 mogen meemaken. Het is de spannende periode geweest waarin ISO werd afgelost door TQM, werd ingevuld door EFQM en opbouwde tot een hype-achtige golf waarin iedereen ‘aan kwaliteit’ deed. Maar de golf spatte bijna direct uiteen op de rotsen van toezicht en planning en control, golfde nog weer wat later om de rots van risico heen, om verder weg te zakken in het zand van niet vervulde verwachtingen. Op dat zand gingen vervolgens heel veel denkers wat verward rondlopen. De ene sprak over implementatie, de ander over inspiratie. Iemand zag overal kleuren, iemand anders zag ze draaien. Allemaal heel boeiend, maar ondertussen werd het strand verlaten.

Ik ben er in meegegaan, ik heb er in voorgegaan. Ik ben weg gegaan. Al in 1997 bekroop mij het gevoel dat het vooral met het INK-model uit de hand liep, dat het teveel een hype werd. Samen met een aantal collega’s heb ik toen een Gilde opgericht met als doel, nogal ambitieus, om het ‘denkvermogen te vergroten’ als het gaat om kwaliteit in de publieke sector. Een heus manifest verwoorde de ambitie. Het was een dappere poging, maar geloofden we er zelf wel in? Ik vrees dat we te afhankelijk waren van diezelfde hype om er zo vol tegen in te gaan als nodig was.

Voorbij de fascinatie met onze eigen logica

Maar het inzicht groeide wel. Mag ik iets uit deze periode ophalen? Het gaat om een probleem waar de schrijvers – en lezers – in Sigma volgens mij voor de volle 60 jaar mee hebben geworsteld. We zijn zo aardig en we lijken zo niet in staat te bedenken dat ander mensen niet zo aardig zijn. Als groep zijn we gefascineerd door ons eigen logica en inzichten, vooral de systeemdenkers onder ons en dat zijn de meesten. We zijn zo overtuigd door de vanzelfsprekendheid van onze argumenten dat we ons niet kunnen voorstellen dat anderen de logica er van niet inzien of niet vertrouwen. Kijk eens naar bijgaande kleine matrix (we geloven ook altijd in onze fantastische matrixen. Nou, deze is goed hoor).

matrix politiek kwaliteitDe ene as loopt van irrationeel naar rationeel, de andere van wantrouwen van vertrouwen. Wij plaatsen onszelf en onze ideeën maar al te makkelijk in de rechter bovenhoek, waar de systemen zijn. Maar de meeste reacties worden bepaald door het belang van relaties (rechtsonder), intuïtieve weerstand (linksonder) en rationeel machtsdenken weerstand. Het is mijn bescheiden overtuiging dat alleen maar rechtsboven komen na eerst door een van de andere vakken te zijn gegaan. Maar nemen we dat mee in onze mooie plannen? Zeg nou zelf. Als we er al mee bezig zijn dan niet als we voor de groep staan of het plan moeten schrijven.

De politiek van kwaliteit

Dit is de politiek van kwaliteit: het strategisch, tactisch en psychologisch nadenken over de wijze waarop we onze kwaliteitsbenaderingen geaccepteerd krijgen. Daarbij is het mijn overtuiging dat de toekomst van het vak afhangt van de wijze waarop we dat doen – welke kwaliteit we daarin leggen. Zolang ministers te pas en te onpas het woord kwaliteit in de mond nemen, zolang inspecties het woord kwaliteit interpreteren als ‘intern toezicht’, zolang bedrijven keurmerken gebruiken om rotzooi mee af te dekken, zolang medewerkers kwaliteit met kwantiteit verwarren, zolang hebben wij een missie en hebben we voor nog minsten 60 jaar argumenten en inzichten nodig.

Peter Noordhoek

 


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek