Maandelijks archief: februari 2015

Campagne & karnemelk, mijn laatste campagneblog

Het zou wijn worden bij 14-15 zetels in de Eerste kamer voor het CDA en karnemelk bij 11-12. Het is dat laatste geworden. Met passend zuur gezicht sluit ik de serie campagneblog rond de provinciale statenverkiezingen in 2015 af.

In deze vijfde campagneblog van 15 maart wordt de prognose van half december geactualiseerd en worden uitspraken gedaan over de balans tussen persoon en partij in deze campagne.

Alweer de vierde campagneblog is eigenlijk geen campagneblog geworden. Uit pure en spontane boosheid over het standpunt van de premier bij het RTL-debat deze blog gerichte aan ‘Beste premier’ …

 

 

De derde campagnegold gaat in op de waterschapsverkiezingen (en wat daarmee moet gebeuren), het ongegeneerd denken van Rutte dat we na 18 maart ook met 6-7 partijen door kunnen regeren en tot slot de posities van de ‘kleinere’ en ‘lokale’ partijen.

 

Mijn 2e campagneblog kijkt terug op de 3e week van februari – en alvast wat vooruit naar de debatten. Vanavond is de eerste op Nieuwsuur, met de lijsttrekkers voor de Eerste Kamer. We zullen het zien.

 

 

En de Oscar gaat naar: Alan Rickman als Severus Snape!

Het is 'Oscar Night'. Over de rode loper komen de sterren, fotografen doen hun werk. Flits! Flits! Wie gaan er met de standbeeldjes van ome Oscar vandoor? Stel ik zat in de jury - oh, wat een mooie klus lijkt me dat, dan zou ik keet gaan schoppen. Want er moet een fout worden goedgemaakt. of nog nog beter; iets dat al goed is moet erkend worden als nog beter. Severus Snape, na Voldemort toch wel de grootste held in de Harry Potter cyclus van J.K. Rowlings, heeft een werkelijk bijzondere acteerprestaties geleverd en die hoort beloond te worden. Een Oscar voor Alan Rickman als Severus Snape!!

Schermafbeelding 2015-02-22 om 22.17.10

Tot voor kort hoopte ik voor de Oscars op ‘Boyhood’, de film van regisseur Linklater. In die film wordt een jongen gevolgd terwijl deze opgroeit in een heel gewoon dorp, met hele gewone ouders – zo gewoon dat ze scheiden – en een hele ongewone zus, maar zussen horen ook ongewoon te zijn. Totaal geen film voor mij. Na een kwartier dacht ik ‘hoe lang moet ik nog?’, maar omdat ik zelf de film had aanbevolen bij Loes kon ik dat natuurlijk niet hardop zeggen. Na afloop waren we beiden heel enthousiast.

Tragic magic

Maar de film mag geen Oscar krijgen, althans niet als het om de beste hoofdrol gaat. Er dient een fout goed gemaakt te worden. Met terugwerkende kracht draag ik Akan Rickman voor als Oscarwinnaar voor zijn rol als Severus Snape in de Harry Potter filmcyclus. Er is namelijk iets bijzonders verschenen. Echt. Ik maak geen grapje. Kent u mij als grapjes? Nou dan.

Iemand heeft alle fragmenten waarin Snape voorkomt op een rij gezet en dat levert een heel nieuw beeld op van zijn verhouding tot Harry Potter en zijn rol in het totale ‘drama’ dan via de fragmentjes en flash backs die we al kenden. De film duurt ongeveer 14 minuten, maar voor wie het nog niet gezien heeft: it’s magic, tragic magic.

 

Fascinerend – en ontroerend op een manier zoals ik dat niet heb beleefd bij het lezen van de boeken en het zien van de film. Nadat ik het twee jaar op de plank had laten liggen omdat het een kinderboek zou zijn, heb ik het eerste boek van de serie – nota bene in een vliegtuig op weg naar Oeganda – met plezier uitgelezen. Ja, het was een kinderboek, maar het was goed gedaan en op een aparte manier aantrekkelijk genoeg om te blijven lezen. Nu, vele jaren later en een dubbele cyclus van boeken en films later, denk ik nog steeds dat het de moeite waard van het lezen en kijken waard was, niet in het minst omdat je jaren mee mag groeien met een aantal karakters. Het is wel waar dat ik van de laatste delen het meeste plezier had. Een verassende diepte kwam opeens in het verhaal.

More than meets the eye

Maar ik heb onderschat hoe diep, tot ik deze clips van Snape in de juiste volgorde zag. Allereerst: hoe waanzinnig knap. Om over een lange periode van jaren aan een verhaal te bouwen dat zo gelaagd is als dat van Snape. Eerlijk gezegd verbleekt de prestatie van Boyhood daarbij. Kijk naar de in volgorde gezette fragmenten en je ervaart geen breuk, geen moment van toonverschil. Langzaam maar zeker wordt het verhaal en daarmee het karakter uitgediept. maar dat karakter zat er dus vanaf het begin in. Alan Rickman heeft in een interview verteld dat hij gevraagd werd voor de rol in de filmcyclus toen de eerste drie boeken verschenen waren. Hij zocht contact met haar, maar ze was erg gesloten. Ze zei dat het einde van het verhaal in een kluis lag en dat niemand dat einde mocht weten. Ze vertelde Rickman kennelijk net genoeg om de juiste toon te treffen: ‘There was more to him than meets the eye’.

De verkeerde vriend

En dan het verhaal zelf, zoals dat nu chronologisch wordt onthuld. Een jongen groei op met een meisje, Lily. Ze zijn onafscheidelijk. Hij is verliefd op haar. Wederzijds? Waarschijnlijk wel. Maar hij komt in het ‘slechte’ huis terecht en zij in het ‘goede’. Daar ontmoet ze een andere jongen, daar krijgt ze een relatie mee. Maar – en dat is wellicht het meest verassende van de perspectief wisseling van de zoon Harry Potter naar Snape – die jongen is geen ‘goede’ jongen, maar een kwalijke bully, een pester. Als Hij Die Niet Genoemd Mag Worden beiden ombrengt en baby Potter in leven blijft is Severus tegelijk ontroostbaar en verscheurd. Hij verzuurd verder en is onmiskenbaar ook de nare man die iedereen ziet, maar is ook de beschermer van het grootste geheim van Hogwarts. En elke keer als hij Potter ziet weet hij niet wie hij ziet: Lily of de vader. De ene zal hij liefhebben, de andere zal hij haten. Een verzachting in zijn emoties zal er nooit zijn, de pijn zal niet minder worden. Richting het einde zal hij in een bijna Jezus-in-de-woestijn achtig moment vragen of hij echt niet verlost kan worden van zijn dilemma. Ook voor hem zal geen verlichting zijn – en zal eerder sterven als Judas dan als Jezus. Het begrip komt later en te laat.

Hard hart

J.K. Rowlings moet een hard hart hebben gehad bij het schrijven van het karakter van Severus Snape. Hoe eendimensionaal is het karakter van Harry Potter in vergelijking met hem. Voor Snape geen verlichting, geen redding, geen nog lang zullen ze gelukkig zijn. Maar zo schrijvend wist ze iets te raken dat in andere magische sprookjes zelden benoemd wordt: dat veel liefde onbeantwoord blijft, dat het meisje er met de ploert vandoor kan gaan, dat je de puinhoop van anderen moet opruimen zonder beloond te worden, maar dat je daarin ook trouw aan jezelf en je liefde kan blijven en dat dat is wat overblijft.

Geef die man een Oscar: Alan Rickman als Severus Snape!

En oh ja, geef J.K. Rowling de Oscar voor toch nog onderschatte screenwriter.

 

Peter Noordhoek

 

Onderhandelen na 18 maart: de Koninklijke weg

Nog even en dan weten we het: de uitkomst van de Provinciale Statenverkiezingen en daarmee de samenstelling van de Eerste Kamer. De voorspelling is eenduidig: fors verlies voor de regeringspartijen. Over wat de betekenis daarvan kan zijn verschillen de meningen, maar de regeringspartijen lijken het wel te weten: wij gaan door. Het liefst met de gedoogpartijen, maar als het moet met gelegenheidsconstructies. Wet voor wet dus. Dat zou nog kunnen ook en is misschien wel een heel passende, want flexibele manier van werken in een tijd van politiek versplintering. Feitelijk komt dit wel neer op een keuze voor permanent onderhandelen. Los van de wenselijkheid, lijkt het voor de coalitie onmogelijk om door te gaan zonder bij de start een nieuwe fase van onderhandelen in te lassen om ten minste tot een soort minimum akkoord te komen. Reken maar op moeizame, zo niet onmogelijke onderhandelingen. Een korte verkenning en een pleidooi voor de Koninklijke weg.

Inhoudelijke verschillen

De kans lijkt niet groot dat de niet-regeringspartijen soepel tot een nieuwe gedoogconstructie toetreden. Ongetwijfeld worden er nu al verkennende gesprekken gevoerd, maar ver zullen die niet komen, gegeven de zwakke basis voor onderhandelingen.

Inhoudelijk is er nog de meeste consensus over een punt waar nu het meeste de media mee wordt gezocht, de veiligheid. Achterliggend delen voldoende partijen een gevoel van urgentie om maatregelen niet in de weg te staan. Het is op het niveau van de huis, tuin en keuken onderwerpen dat de verschillen groot zijn. Welk belang hebben partijen om terug te komen op hun standpunten over gas, zorg, de decentralisaties? De voorbehouden zullen niet van de lucht zijn. Juist het feit dat de grote hervormingen gedaan zouden zijn, maakt de urgentie minder groot om concessies te doen. Het beoogde nieuwe belastingplan? Daar ligt een kans, maar juist dit plan komt uiteindelijk op hele concrete keuzes aan, ideologisch en voor de portemonnee.
Daarbij komt ook nog eens dat er dit voorjaar – de onderhandelingen rond de Voorjaarsnota staan in april hoe dan ook op de rol – door de lage rentestand en goedkope olie een behoorlijke financiële opgave komt te liggen voor de overheid. Ook al gaat het beter met de economie van het land, het gaat voorlopig nog niet goed met de financiën van de overheid, zeker niet als er een paar forse gasgaten in de bodem van de begroting worden geschoten.

Waarom?

Wat valt er dan voor de partijen nog te winnen of te halen? Incidentele concessies zijn nog wel denkbaar, maar waarom zou men structureel dit kabinet willen steunen? Hoe goed laat de ‘waarom?’-vraag zich beantwoorden? Ja, het is landsbelang om een stabiele regering te hebben, maar tegen welke prijs? En wat hebben de coalitiepartners dan te bieden? En stel dat met stoom en kokend water er een soort akkoord valt te sluiten met 6 in plaats van de huidige 5 partijen, hoe stabiel zal deze zijn? Veel potentiële partijen in die optocht van lammen en blinden zullen het gevoel hebben dat ze richting een struikelpartij worden geleid.
Ik ben ondernemer en moet niet aan een kabinetscrisis denken. Ik hoor bij het CDA en vind net als mijn partij dat een verkiezing voor een Eerste Kamer niet maatgevend zou moeten zijn voor het voortbestaan van een kabinet, maar een uitgeregeerd kabinet in combinatie met een (nog meer) gebonden oppositie lijkt mij levensgevaarlijk en een kans voor open doel voor elke populistische partij.

Lamme en blinden

Een grens

Dus hoezeer het ook waar is dat een kabinetscrisis niet wenselijk is, doorgaan op een wijze waarop elk wetsvoorstel afhankelijk is van 6 partijen voor een meerderheid is ook ‘no way to run a country’. Net zo min overigens als het voor de regeringspartijen slim is om voor te gaan in een soort van Breugelliaanse optocht van lammen en blinden. 5 partijen is al te gek, bij 6 wordt een grens overschreden. Niet eens zozeer vanwege het aantal, maar omdat er dan geen oppositie in het midden meer is. Als na 18 maart er een uitslag ligt die zelfs de huidige gedoogconstructie te wankel maakt, resten er twee wegen: of het ontslag aanbieden, of een serieuze poging doen om tot een reconstructie te komen, inclusief bewindspersonen van gedogende partijen. Lost zo’n reconstructie het onderliggende probleem dan wel op? Niet echt en dat is reden waarom niemand enthousiast over een reconstructie zal zijn, maar dan weet iedereen wel hoe er is onderhandeld en legitimeert de uitslag van 18 maart de voortzetting van het beleid. Dat tilt het kabinet hopelijk net boven de acceptatiegrens.

De Koninklijke weg

Daarom is het dan ook tijd om de Koninklijke weg te gaan. Letterlijk. Net voor de jaarwisseling werd het rapport gepresenteerd van de commissie die de kabinetsformatie van 2012 mocht evalueren; een formatie zonder Koninklijke rol. De (niet) verassende uitkomst van de evaluatie: die formatie was goed gegaan en moest voortaan maar altijd zo. Met respect voor de knappe koppen die het rapport hebben geschreven, maar de evaluatie betrof wel een verkiezing waarin er twee zeer duidelijke winnaars waren en de twee lijsttrekkers elkaar wel erg snel wisten te vinden. Waar we het nu waarschijnlijk over hebben is een situatie waarin een veelvoud aan partijen met elkaar moet gaan onderhandelen. Partijen die geen van allen de sleutel volledig in handen hebben, elkaar nauwelijks nog iets gunnen, maar wel weten dat de kiezer uiterst negatief naar de uitkomsten van de methode van uitruil van de laatste formatie kijkt. Het krediet is krap; niet alleen de banken, maar ook de politiek moet met negatieve rente gaan werken.

Het kan

Het Nederlands staatsrecht is altijd nogal vloeibaar geweest en dat is maar goed ook. In een land waarin coalities met steeds wisselende minderheden moeten worden gevormd, vormt die wisselende realiteit het recht. Elke formatie is een nieuw kunstwerk in onderhandelen. De komende onderhandelingen vragen om veel creativiteit en een goed verhaal. Maar net als bij elke onderhandeling is er vaker wel dan niet een neutraal ankerpunt nodig. In ons bestel is dat altijd de vorst geweest, niet in het minst juist omdat deze geen partij is of mag zijn. De informateurs konden daar op leunen terwijl ze hun werk deden. Over dat ankerpunt is door een aantal partijen – degenen die beslisten – gezegd: we kunnen zonder. Maar zoals mijn Brabantse vrienden zeggen: ‘En gij geleuft da’?’

Het ziet er naar uit dat de situatie zoals die na de Statenverkiezingen gaat ontstaan om een soort veilige biechtstoelprocedure vraagt en om een symboliek die zegt: dit is niet zomaar een onderhandeling. Daarom is de Koninklijke weg de aangewezen weg en niet bijvoorbeeld het aanwijzen van de Kamervoorzitter. Wet, Grondwet en Reglement van Orde van de Tweede Kamer laten een dergelijke rol van de vorst nog altijd toe.

Gunnen

Wie kennisneemt van de parlementaire geschiedenis weet dat de positie van de vorst daarin formeel een informele is geweest. In dat grijze, welhaast paradoxale gebied opereerde menig vorst heel effectief. Wet en Grondwet gaven en geven de vorst geen expliciete opdracht; de rol is tot voor kort ‘gegund’ geweest. Akkoord, die gunning was in de praktijk een verplichting: niemand kon het zich veroorloven de sterke vorsten die we altijd hebben gehad voor het hoofd te stoten. Dat speelt nu echter niet meer. Met dat verleden is gebroken en dat is winst. Als er nu weer een rol voor de vorst komt dan is het woord gunnen wel op z’n plaats. Het punt is dat er dan sprake kan zijn van een functionele en nuttige rol. Een creatief (jong?) team van informateurs in combinatie met een rustige Koning lijkt mij wat er nodig is om dit kabinet nog even te laten zitten. Maar alstublieft: ga niet door met rommelen.

Tot slot

Tot slot. Zal het gebeuren, die reconstructie en die rol voor de Koning? De kans is klein. De gang naar de kiezer wordt toch het meest logisch, ondanks alle schade die daardoor ontstaat en het risico van winst voor extreme partijen. Een benutting van de rol van de Koning is ook niet te verwachten zolang een aantal hoofdrolspelers duidelijk hechten aan de methode van 2012. Maar de politiek kiest de kiezer niet, het is andersom. En die wijst waarschijnlijk een nieuwe richting op. Misschien is dat maar goed ook. het ergste van de crisis lijkt dan voorbij, voor veel mensen is die nog dagelijkse realiteit. Nieuwe transities komen er aan. Dan heb je toch echt een kabinet met een gevoel van missie nodig. Op 18 maart zullen we de uitslag weten, in de dagen erna zal blijken of de Koninklijke weg wordt gegaan.

Peter Noordhoek

Het #PGBalarm en de kunst van het uitvoeren

Het startte bij een boze moeder. Het kwam van onderop. Het PGB-alarm. Via twitter en Facebook ging het rond: “Heb jij ‘em gekregen?” “Kon jij er in komen?” “Ook geweigerd?” En toen kreeg het een hashtag: #pgbalarm en werden meer dan 2,5 miljoen mensen bereikt. In het begin kwamen geen media of Kamerlid aan te pas, mochten ze hoogstens meeliften. Nu zijn de debatten geweest en deadlines aangescherpt. Het #pgbalarm is daarmee een uitzonderlijk fenomeen in de geschiedenis van de publieke dienstverlening en zou extra aandacht verdienen – ware het niet ze dat er wel vaker problemen zijn in de publieke dienstverlening en ons geheugen nogal kort van memorie is.

Matigen, nadenken en doorpakken

Die geschiedenis ga ik hier niet schrijven. Veel interessanter is het om scherp te kijken wat er hier nu eigenlijk mis is gegaan en wat dat zou moeten betekenen voor, bijvoorbeeld, een nieuw regeerakkoord. In deze blog zet ik een volgende stap in mijn redenering dat we toe moeten en kunnen naar een schaalverkleining van de overheid – een mooier en kleiner ‘voorhuis’ – onder een gelijktijdige opbouw en versterking van de ‘back-office’ – het achterhuis. Wat ik niet wil doen is dit: schelden en schuld aanwijzen. Dat is de snelste manier om de verkeerde analyse te maken. Ik voel mee met elke persoon, elk gezin dat niet krijgt wat is toegezegd of waar recht op is. Punt. Tegelijk krijg ik kromme tenen van iedereen er omheen die op valse toon om rechten schreeuwt. Als ondernemer vind ik de PGB in principe een goede manier om belastinggeld mee te verdelen, maar hee, ik heb geen staat of baas om mij maandelijks iets te geven, terwijl ik wel verplicht elke maand veel geld aan lasten mag ophoesten. Dus, kom op; matigen, nadenken en doorpakken.

Een goede reputatie

Van der Staaij (SGP) verwoorde in het debat naar aanleiding van het PGB-alarm wat mij ook was opgevallen; terwijl iedereen met het in werking treden van de decentralisaties in het sociaal domein grote problemen verwachte op het niveau van de gemeenten ontstonden de problemen juist bij een uitvoerder op rijksniveau: de SVB, de Sociale verzekeringsbank. Nog opmerkelijker – en voor zover ik weet nog niet gesignaleerd – is precies dat het hier om de SVB gaat. Als er één uitvoerder is die een goede reputatie heeft als het om uitvoering gaat, is het de SVB. De foutmarges die zij hebben bij de verstrekking van met name de AOW zijn – ook in internationaal verband – ongekend laag. Waar bij andere uitvoeringsdiensten de foutpercentages bij verstrekkingen rustig boven de 10% uitkomen, meet men die bij de SVB hoogstens in promillages. De basis daarvoor is een aanpak waarbij 1) een hele goede intake wordt gedaan, 2) het proces heel goed wordt beheerst en verbeterd en 3) de probleemgevallen die er dan toch nog tussen zitten met veel (juridische) expertise te lijf worden gegaan. Dan kan het bijna niet meer mis gaan. Het is daarbij ook heel interessant dat staatssecretaris Van Rijn van VWS nu wordt aangesproken op iets dat door een dienst wordt uitgevoerd die valt onder het departement van SZW.

Een perfectionistisch PSC-effect

Het lijkt dus wel logisch om de PGB-uitkeringen te gunnen aan een uitvoeringsorganisatie als de SVB. Ik heb geen betrokkenheid bij het project, maar er is geen reden om er aan te twijfelen dat heel zorgvuldig alle stappen zijn doorlopen om tot een goede verstrekking over te kunnen gaan, inclusief een wettelijke uitvoeringstoets en een uitgebreid communicatietraject. En toch verbaast het me niet dat het mis is gegaan. Aan de ene kant heb je namelijk de perfectionistische uitvoeringstraditie van de SVB en aan de andere kant komt dan het versterkte PSC-effect dat je bij invoering van elke nieuwe maatregel krijgt. Perfectioneringsdrift door bijvoorbeeld het teveel informatievragen stellen en het teveel aan de voorkant willen controleren van aanvragen. En het PSC-effect? Sorry. Het is mijn vertaling van de Engelstalige afkorting POBCAC. Die heeft mijn systeembeheerder meegenomen uit een training ‘ethisch hacken’ en komt er op neer dat de meeste veiligheidsproblemen rondom computers eigenlijk ‘Problems Occuring Between Chair And Computer’ zijn. Dus: Problemen die ontstaan tussen Stoel en Computer’: PSC. Wat voor veiligheidsproblemen geldt, geldt voor alle problemen die met computers te maken hebben: interpretatieproblemen bij het invullen van formulieren door de niet-ervaren gebruiker. Het is niet echt een punt van aandacht geweest voor de commissie Elias, maar los van alle dingen die met de hard- en software fout kunnen gaan, is het toch wel een gegeven dat het aan uitvoeringszijde vaak ontbreekt aan het benodigde inlevingsvermogen als het gaat om de variëteit in wensen en situaties waarmee mensen worstelen en die ze in hun achterhoofd hebben als ze formulieren moeten invullen. Een PGB-aanvraag is daarin in ieder geval iets heel anders dan een AOW-aanvraag.

Had het anders gekund?

Mijn vermoeden is dus dat juist het perfectionisme (en het juridische denken) van de SVB deze uitvoeringsorganisatie eerder in de weg heeft gezeten dan geholpen. Gaat het dan mis, dan is het ook heel lastig om weer te corrigeren en kan fout zich op fout stapelen. Geen twijfel; het meeste voel ik mee met de PGB-houders die daardoor in de problemen komen, maar ik heb toch ook wel te doen met de medewerkers van een organisatie die tot dan toe altijd buiten de krantenkoppen wist te blijven.
Had het anders gekund? Jawel, maar dan moet er even buiten de gebruikelijke box worden gedacht. Zelf denk ik dat het waarschijnlijk minder fout zou zijn gegaan als de uitvoering aan DUO (voorheen: IB-Groep) zou zijn gegund. Niet uit troost vanwege het feit dat ze door het nieuwe leenstelsel hun bestaansrecht nu voor een belangrijk deel kwijt zijn, maar vooral omdat ik het beeld heb dat zij beter in improviseren zijn. Veel meer dan de SVB zijn ze gewend om met politieke aandacht en wetswijzigingen om te gaan en hebben het IT-systeem dat daar bij past. Op het oorspronkelijke IT-systeem van de jaren tachtig hebben ze zoveel subsystemen laten groeien dat de organisatie een soort extra beschermlaag heeft gekregen tegen alle weersoorten. Zoiets als het vuil van een zwerver; ga het er vooral niet afspuiten, want dan overleeft het geen dag meer, maar zolang het er op zit is een nachtvorstje geen probleem.

Ondoordacht

Toegegeven, erg realistisch is het niet dat DUO de PGB’s in plaats van de SVB zou doen. Maar daar zit precies mijn punt. De Nederlandse uitvoeringsorganisaties – met of zonder ZBO-status – zijn nog altijd veel te gebonden aan het eigen departementale domein. DUO heeft naast het ministerie van OCW ook regelmatig voor het ministerie van Justitie geweest, maar het is daarin een witte raaf. Juist de SVB is lang een instelling geweest die zich verzet heeft tegen extra taken. Zelf heb ik er al in de jaren negentig voor gepleit dat SVB als een soort back-office voor de gemeenten zou gaan optreden. Niet alleen de VNG en veel gemeenten vonden die gedachte maar niets, ook grote delen van de SVB-organisatie vonden dat maar complex gedoe. Echter, was dat wel gebeurd, dan hadden we nu het huidige gedoe niet. En zo zijn er meer voorbeelden van uitvoeringsorganisaties geweest die liever binnen de bestaande opdracht gingen verbeteren dan dat ze er nieuwe opdrachten bij willen nemen. Er heeft zich maar één situatie voorgedaan waarin dat anders leek te worden: bij de komst van de Dienst Toeslagen. Toen is er met name vanuit de directie van de SVB, maar niet alleen uit die hoek, voor gewaarschuwd om de Dienst Toeslagen bij de Belastingdienst te plaatsen vanuit de redenering dat innen (belasting heffen) iets anders is dan verstrekken (toeslagen uitkeren). Het zijn in de kern omgekeerde processen. SVB en / of gemeenten hadden het beter kunnen doen. Die waarschuwingen zijn in de wind geslagen. De politiek bepaalde. In de periode daarna is er een golf van bezuinigingen over de uitvoeringsorganisaties heen gekomen en zijn die organisaties meer en meer onder de directe invloed van departement en politiek gekomen.

Te stil

Dat is een slechte ontwikkeling geweest, ook al geeft dat in theorie meer invloed op het salaris van de bestuurders. De leidinggevenden hebben te lang stil gezeten tijdens het jarenlange scheren en hebben zich te weinig eigenwijs geuit. Non-interventie is opnieuw de norm. De diensten hebben zich onvoldoende georganiseerd om een helder geluid te laten horen over wat de beste manier is om de dienstverlening te organiseren. Wat er is gebeurd, is te veel op de interne kant van de organisaties gericht geweest en te weinig op het strategisch handelen waar de relatie tussen beleid en uitvoering om vraagt.
De verstrekking van PGB-uitkeringen door de SVB was een nieuwe kans om daar iets van een kentering in te brengen; een dienst echt op het snijvlak van twee departementale velden. Dat het nu een drama lijkt te zijn geworden moet echter niet tot de conclusie leiden dat dit soort projecten voortaan maar niet meer moeten gebeuren. Integendeel; de toekomst is aan juist overheidsbrede of regionaal werkende uitvoeringsorganisaties en niet aan sector-gewijs werkende organisaties. Alleen als de achterkant goed is georganiseerd, kan de voorkant (gemeente, kantoor) klein blijven werken. Die brede uitvoeringsaanpak zou ik graag in een nieuw regeerakkoord vast willen leggen. Het is een minstens zo goede garantie voor een kleinere maar betere overheid als allerlei sectorplannetjes. Maar neem dan wel de tijd om het werk zo te doen dan je het niet perfect hoeft te doen.

 

Peter Noordhoek

o.a. oud voorzitter Rijksbrede Benchmark

 

Deze week stond ook in het teken van het debat over de #MH17. Naar ik begrijp streeft de luchtvaartsector nu ‘naar een gemeenschappelijke website waarop waarschuwingen voor het luchtruim te zien zijn.” De twijfel is groot of dit het zal halen. Dan is mijn minachting voor de sector werkelijk groot. In mijn blog http://www.northedge.nl/blog/mh17-en-de-luchtvaartsector/ stel ik dat het aan de sectororganisatie zelf is om herhaling te voorkomen en daar lijkt het dus niet op. het lijkt mij dat de overheden nu aan zet zijn om de sector te reguleren en hiertoe te dwingen, Nederland voorop.

De wisent en 5 regels voor CoCreatie

Het eerste volle jaar van de Beleidscoöperatie stond in het teken van één opdracht. Een bijzondere. In deze blog worden een paar lessen bovengehaald, ook omdat de aanpak in de kern heel common sense is geweest en daarmee een mogelijk voorbeeld voor projecten waar wellicht minder mooie foto’s aan verbonden kunnen worden, maar die ook laten zien hoe kansrijk CoCreatie is. In de kern is CoCreatie ene didactisch proces. We leren allemaal en geen van allen heeft de wijsheid in pacht. Wat we in dit proces gedeeld hebben is de gevoelde noodzaak de Veluwe vitaal te houden.

Schermafbeelding 2015-01-29 om 10.01.11

(Foto Peter Maris)

De Veluwe is het grootste natuurgebied van Nederland. Het is letterlijk en figuurlijk ook het grootste stiltegebied van Nederland, al was het maar omdat de veruit meeste mensen dicht bij de wegen blijven die het gebied doorkruisen. Ze missen iets. De meeste mensen kennen er dus maar een klein deel van, maar even zo goed staat het altijd in de top van meest bezochte locaties in Nederland. De Veluwe heeft lang geprofiteerd van de groei van de bevolking en daarmee samenhangen welvaart in Nederland, maar net als elders is die trend omgeslagen in vergrijzing en krimp. Er is een reële dreiging, maar het valt nog niet mee om goede en passende projecten te vinden en daar mee aan de slag te gaan om het tij te keren. Nu is er een project waar al jaren over wordt gesproken, maar dat nog nooit iets is geworden: de wisent, de Europese bizon, naar de Veluwe halen.

1              CoCreatie is zelden co-creatie

Althans niet als je denkt dat het om de samenwerking tussen gelijkwaardige partijen op een soort plat vlak gaat. Zelfs op het meeste harde moment – als er geld op tafel moet komen – is het zelden zo dat partijen ‘gelijk insteken’. In het geval van de wisent gaat het om beweging tussen meer dan 30 partijen, met daarbinnen verschillende partijen met een direct belang. Dat loopt van Staatsbosbeheer, via lokale ondernemers tot en met bewoners. Hoe verschillend ook, ze hebben allemaal het recht om er iets van te vinden en de positie om te helpen of te hinderen. Buiten die ring bevinden zich nog vele andere partijen die een legitiem belang hebben om er ten minste iets van te vinden. CoCreatie is het creatief vermogen om over al die verschillen heen tot nieuwe prestaties te komen.
Er werd al vanaf de jaren zestig over de komst van de wisent gesproken. De laatste vijf jaar werd dit steeds concreter, maar de plannen ervoor bleven binnen het vaste beleidskader van Staatsbosbeheer. Een Staatsbosbeheer dat zelf wel wist dat ze het project ‘buiten de deur moest brengen’, maar de vraag bleef hoe. In dit project wisten collega Marc Muntinga en ik in een half jaar een overgang te creëren van een situatie waarin Staatsbosbeheer voor alles verantwoordelijk was, naar een situatie waarin een lokaal collectief de kans kreeg om van een idee een realiteit te maken. Een opmerking die niet alleen voor de vorm wordt gemaakt: dat was niet gelukt zonder het goede creatieve moment te benutten en zonder de inzet van meer creatieve geesten, maar het verschil werd door dit punt gemaakt: we zochten de spanning op.

2              Zoek de spanning op

CoCreatie is in de kern een positief gerichte actie. Aan het einde van het proces is er een samenwerkingsverband tussen mensen dat er daarvoor niet was en dat verband ligt dichter bij waar gewerkt en geleefd wordt. Dat betekent echter nog niet dat het proces van CoCreatie een lief proces is. Rondom de wisent hebben we letterlijk en figuurlijk de spanning opgezocht.
Dat gebeurde allereerst door ons te realiseren dat vooral sinds een film als die over de Oostvaardersplannen het letterlijk en figuurlijk weer ‘wat wilder’ mag zijn. De Veluwe mag best wat spannender worden en daar hoort ook wat wildheid bij.
Maar hoe wild mag dat zijn? Weer: de meningen zullen verschillen. Vooren tegenstanders komen in alle maten en soorten. Ons motto was: maak slapende honden wakker. Direct. Liefst zonder dat ze gaan grommen, maar als dat gebeurt dan is dat zo. In onze visie is een voorstander geen voorstander van alles, een tegenstander geen tegenstander van alles. Dorpsgemeenschappen kunnen verdeeld zijn, een dorp is niet voor of tegen. Boeren zijn verdeeld, gemeenten zijn verdeeld. Enzovoort. Belangenclubs moeten uiteindelijk toe naar een standpunt, maar dekken daarmee niet de rijkheid aan meningen van de achterban. Deze diversiteit zichtbaar houden, en in onderling gesprek houden, geeft ruimte. Het geeft ook de mogelijkheid om elkaar tijd te gunnen, te ontwikkelen en te leren. Minder zacht gezegd; wakker maken, die hap!

Concreet: bij een eerste bijeenkomst met de meest direct betrokken partijen hebben we de bijeenkomst gestart met een film die zo’n beetje de uitersten weergeven in de discussie over een mogelijke komst van de wisent. Dat liep van: zie maar, het blijkt te werken tot aan: wij kunnen in Nederland überhaupt niets aan dat naar risico’s zweemt. Dat gaat hier niet. Heel aardig vond ik zelf het maken van opnamen van een boswachter die, gevraagd naar het gevaar van zo’n wisent, spontaan begon te vertellen over het echte gevaar: de teek. Een film die heel simpel en goedkoop was gemaakt, maar het deed wat het moest doen: de discussie versnellen. Het stimuleerde de mensen om te zeggen wat ze op het hart hadden. Maar het hart luchten alleen is niet genoeg. Er komen nog drie dingen bij: expertise om meningen en feiten zoveel mogelijk uit elkaar te halen, de bereidheid van enkele partijen om hun nek uit te steken en een hele goede voorzitter. Al die drie elementen waren aanwezig en zo lukte het om in een enkele middag op Radio Kootwijk een doorbraak te maken die heel lang op zich had laten wachten. We gaan het goed en zorgvuldig doen, maar in principe komt de wisent er.

Na bijeenkomst met de film is het niet gestopt met het actief benaderen van partijen die een rol kunnen spelen. Of het nu om bewoners ging of om partijen als de regionale LTO en milieufederatie, we hebben ze benaderd, zijn op de koffie gegaan, hebben ze uitgenodigd voor een bijeenkomst over of een bezoek aan de wisenten op het Kraansvlak in Noord-Holland en in het algemeen alles gedaan wat mogelijk was om te informeren. Doel: geen verassingen, maximaal informeren. Het spreekt voor zich; we waren en zijn er van overtuigd dat de komst van de wisent een goed en haalbaar verhaal is.

3              Het zal zakelijk zijn of het zal niet zijn

CoCreatie is meer dan een gesprek rond de dorpspomp. Het moet tot iets tastbaars leiden. In dit geval in ieder geval iets dat 2 meter hoog, een halve meter breed en nogal wollig kan worden en veilig genoeg is. Een CoCreatie project opzetten midden in de crisistijd betekent dan toch heel goed nadenken over de dubbeltjes en kwartjes. Enerzijds: wie kan welke kosten dragen? Anderzijds en bovenal: waar komen de opbrengsten vandaan. Omdat er elk jaar nog altijd tienduizenden overnachtingen zijn op de Veluwe, mag je van de ondernemers verwachten dat ze mee doen in de voorinvesteringen. Maar dan merk je toch dat iedereen behoorlijk met zichzelf bezig is. Het grotere plaatje lijkt dan buiten bereik. Ook dan komt het op ‘creatie’ aan: het geven van een beter zicht op wat mogelijk is. Wat dan helpt, is een nuchter bedrijfsplan. Niet naar de gewenste uitkomst toerekenen, wel rekening houden met tegenvallers. Durven investeren, maar de keuzes daaronder kunnen verantwoorden. CoCreatie is veel, maar op dit soort momenten niet magisch. Het zal zakelijk zijn of het zal niet zijn.

4              CoCreatie vraagt om een buigbeweging

De beleidsmakers die het begrip CoCreatie gebruiken doen dat bijna altijd vanuit een situatie waarin zij een grote (overheids)organisatie vertegenwoordigen en degenen die mee gaan creëren op een andere, doorgaans kleinere schaal opereren. Dat geeft een vorm van dynamiek waarvan de aard makkelijk wordt onderschat. Het is geen project dat je als grote overheidsclub even uitrolt, want onderdeel van de CoCreatie is dat het op een gegeven moment jouw project niet meer is. Je maakt een nieuw stokje en dat geef je over aan een andere, lokale partij. Als grote overheidsorganisatie die het stokje wil overgeven aan iets lokaals moet er als het ware een buigbeweging worden gemaakt.

Een goede overheidsorganisatie – en dat is Staatsbosbeheer – is gewend om rechtop te staan en ver om zich heen te kijken, altijd alert op complicaties. Voor zichzelf, maar ook voor bijvoorbeeld de Staatssecretaris, ver weg maar oh zo dichtbij in Den Haag. Lokale signalen moeten dus gecombineerd worden met signalen vanuit de provincie, Den Haag en verder. De scope is breed. CoCreatie in de vorm van een lokaal initiatief vraagt juist om focus. Het soort focus dat ondernemers hebben. Wat hun onmisbare kracht is. Wat die ondernemers dan wel weer vaak missen is een bredere scope; het vermogen om te bedenken dat een goed bedrijfsplan niet meer is dan het begin van een traject waarin heel wat vaker koffie moet worden gedronken met vreemde partijen dan men gewend is of nodig heeft.

CoCreatie zit dus midden in de spanning tussen scope en focus. Wij hebben als beleidscoöperatie ons nuttig gemaakt door op tijdelijke basis die spanning te overbruggen. Wij namen de voorlichting over en zetten de nieuwe stichting in de benen. Ongetwijfeld is het ook mogelijk te buigen zonder een derde partij in te schakelen, maar laat de boodschap helder zijn: blijft ieder in de eigen rol dan kan er geen CoCreatie, geen wisent op de Veluwe zijn.

Het knappe van Staatsbosbeheer in dit proces – en van burgemeester Asje van Dijk van Barneveld – die het hele proces als voorzitter van de werkgroep meesterlijk stuwde – was dat ze goed nadachten over het verschil tussen verantwoordelijkheid en eigenaarschap en wat beide betekenen. Is degene die als eerste een vraag stelt, een probleem signaleert ok de eigenaar ervan? Als je het samen maakt, ben je dan allemaal eigenaar? En wat betekent dat dan voor als de dieren ziek worden, de belangstelling juist mee- of tegenvalt? CoCreatie is je samen verantwoordelijk weten om iets gerealiseerd te krijgen, ook al komen revenuen bij een ander terecht en sommige kosten bij jou. Dat noemen wij maar ‘buigmanschap’.

IMG_0742

Marc Muntinga (l) met medewerkers van PWN / Kraansvlak en Staatsbosbeheer op de beoogde locatie. (foto PN)5              CoCreatie is leren naar een doel toe

 

5. CoCreatie leren naar een doel toe

Niet het doel is het doel (in ieder geval niet het eerste doel). De komst van de wisent naar de Veluwe is om vele redenen wenselijk, maar dat is niet waar het om draait. Dat is een herstel of vergroting van de vitaliteit van de Veluwe. Uiteraard gaat dat om recreatie en toerisme, maar het gaat om wel wat meer. Verantwoord natuurbeheer en landbouw spelen ook zo hun rol. Mensen genoeg die een idee hebben over hoe de Veluwe er uit moet komen te zien, maar niemand heeft ongelimiteerd budget, doorzettingsmacht of uithoudingsvermogen. Dan komt het in de praktijk aan op relatief kleine interventies met een zo groot mogelijk effect. Interventies die het karakter van de Veluwe versterken en niet meer van hetzelfde zijn. De wisent kan dat heel goed zijn, maar dat moet de tijd nog leren. Wat de tijd ook nog moet leren is hoe er op de Veluwe meer goede voorbeelden van CoCreatie komen. In dit project hebben we ons iets meer dan een half jaar voluit op de komst van de wisent gestort. Heerlijk en we weten er nu (bijna) alles van. Maar halverwege hebben we onszelf ook moeten corrigeren. We waren alleen maar met het beest, de wisent bezig. Om uiteindelijk echt een aantal lokale ondernemers en andere belanghebbenden mee te krijgen moesten we het toch echt over het werkelijke doel hebben: die mooie, onderschatte, verkeerd benutte Veluwe. Het blijft leren naar een doel toe.

Nawoord

CoCreatie is de term die Staatsbosbeheer gebruikt voor het hier beschreven initiatief. Ze hadden het ook over burger- of overheidsparticipatie kunnen hebben, of ‘interactieve beleidsvorming’. Het zijn varianten op hetzelfde fenomeen. Het zijn ook fenomenen die niet via lijstjes van 5, 10 of 20 punten te vangen zijn. Dat geldt al helemaal voor de wisent zelf. Een mysterieus dier. Machtig, majestueus, wild. En schuw, kwetsbaar, anders. De eerste keer dat ik dat ik op het terrein van de wisent was, in het Kraansvlak in Noord-Holland, heb ik het dier niet gezien. Alleen wat poep. Het gaf niet. Ik was in een prachtige natuur, het was spannend en ik kreeg het idee ervan mee. De tweede keer wel. Eerst zag ik de sporen ervan, de woelingen, de manier waarop ze de grond open maakten. Goed voor de biodiversiteit, zo begreep ik. Fijn, maar nu wil ik ze toch wel eens zien. En toen zag ik ze met eigen ogen. Groot, rustig, elkaar wat dollend. Mooi. Op een ander duin dan waar wij stonden. Dichtbij maar onbereikbaar. Bij weer een bezoek zag ik ze – een hele kudde – van zo dichtbij dat ik makkelijk foto’s kon maken, maar als vanzelf hield ik een veilige afstand. Dat zijn wisenten. Ze imponeren.

Dat zijn ook wel een beetje de partijen waarmee we de CoCreatie zijn aangegaan. Een grote uitvoerende dienst, gemeentes, ondernemingen, bewonersgroepen. Sterk, krachtig – van een afstand. Kwetsbaar – als je goed hoort, ziet en onderzoekt wat er speelt. Maar je wilt ze in hun kracht zien, als wat ze kunnen zijn. CoCreatie; eigenlijk heb ik geen idee van wat het is, want gaat om zeer verschillende zaken die bij elkaar worden gebracht, maar als het goed is doet het dat: het zet ons in onze kracht.

Peter Noordhoek

Nabranders

  • er valt nog veel meer over de Wisent, de Veluwe en Cocreatie te vertellen. Los van elkaar en in samenhang. Dat doen we graag. Neem vooral contact op: info@beleidscoöperatie.nl;
  • half december heb ik een blog doen verschijnen over ‘To Rabo or not to rabo’. De reacties er op zijn overweldigend. Meer dan 4000 lezers en heel veel reacties er omheen. Daar geldt hetzelfde voor. Wie graag met de auteur een dag wil doordenken over een bank als de Rabobank (uit de reacties blijkt dat vergelijkbare verhalen voor andere banken te vertellen zijn) moet contact op nemen: dpn@northedge.nl.
  • Het is nationale gedichtendag geweest. Ter ere daarvan heb ik de gedichten zoals die zijn opgenomen in mijn blog over geloven en niet-geloven ingesproken en opgenomen in de blog.
Wisenten op het Kraansvlak (Foto: PN)

Wisenten op het Kraansvlak (Foto: PN)


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek