Maandelijks archief: december 2014

De staat in alle Staten. Prognose PS15

Zoals toegezegd, mijn prognose voor de Statenverkiezingen van maart 2015 (PS15), omgezet in Tweede Kamerzetels. Eerst volgt een snelle voorspelling, gebaseerd op een paar op de peilingen gebaseerde aannames. Erg veel zegt dat dus niet, maar goed. Vervolgens neem ik afscheid van de snelle lezer en ga stuk voor stuk een aantal strijdpunten langs, met steeds daarbij het antwoord op de vraag of dit als een plus of min voor een partij als het CDA zal uitpakken bij de komende verkiezingen.

Na boom, ballen en buik

Na de jaarwisseling beginnen we overnieuw, zo luidt een oude campagnewet. Na boom, ballen en een te dikke buik breekt een heel ander leven aan, zo is de gedachte en de illusie (spreek voor jezelf, Noordhoek, zo hoor ik brommen). Vervolgens gaan we door de molen van de nieuwjaarsrecepties en is het zo weer tijd voor de krokusvakantie, al dan niet met wintersport. Eind januari wordt dan wel met extra belangstelling gekeken hoeveel geld er in de portemonnee komt, maar voor de meesten in loondienst zal de verschuiving klein zijn. En als die blik in de portemonnee kritisch uitvalt, wat dan? Sommigen zullen het kabinet met genoegen en zonder aarzeling naar huis sturen. Bij enkelen zal dan de herinnering aan de kerstcrisis met al het gedoe rond de vrije artsenkeuze nog een rol spelen, maar de meesten zullen al niet meer weten waar het over ging. Velen moeten alleen maar zuchten bij het idee dat er weer verkiezingen komen. Het zal wel. Met andere woorden; al degenen die nu al bezig zijn met de uitslag van de verkiezingen van maart 2015, en zeker degenen die denken dat ze kunnen voorspellen wat de uitslag zal zijn, moeten zich na laten kijken.

Goed, ik heb mezelf nagekeken.

Het helpt niet. Na vorig jaar correct de raads- en Europese verkiezingen voor het CDA te hebben voorspeld, is het dom maar onvermijdelijk om nu een derde poging te doen, richting de provinciale staten en waterschapsverkiezingen van maart 2015, met de samenstelling van de Eerste Kamer als bonusuitkomst (de eigenlijke verkiezingen daarvoor zijn pas in juni). Ik vertel mijzelf het bovenstaande als reminder dat niet iedereen dezelfde fascinatie heeft met verkiezingen. Het is een punt waar ik later op terug zal komen, maar eerst iets over de opzet van deze analyse.

Ik begin direct met het geven van een prognose. Het wordt mijn prognose in Tweede Kamerzetels, redelijk plat en in belangrijke mate gebaseerd op een combinatie van de huidige peilingen. Vervolgens ga ik twijfelen, ernstig twijfelen. Bij die twijfelt hoort het besef dat de dynamiek per provincie en waterschap behoorlijk zal verschillen. Bij die twijfel hoort zeker dat er peiltechnisch heel veel aan de hand is rond deze verkiezingen. Al die twijfels loop ik per strijdpunt langs, wat weer de basis kan worden voor een bijstelling van de prognose. Tegen die tijd zitten we al lang in LLL-land (Lekker lang Lezen). Om het nog een beetje binnen de perken te houden, concentreer ik mij op de uitslag voor het CDA en op de provincie Zuid-Holland. Per saldo zie ik deze uitgebreide analyse als een soort test op de prognose. Wel een gevaarlijke. The stakes are high. Gaat het mis in maart moet ik karnemelk drinken, waar ik echt de griebels van krijg. Gaat het goed, dan hef ik het glas wijn.

Prognose

Deze keer lijkt het op grond van de peilingen niet zo moeilijk te voorspellen wat het CDA gaat presteren. Kijk maar naar de trendlijn van de Peilwijzer, een maandelijks uitkomende gemiddelde van een aantal peilingen. Zie hoe sterk en gelijkmatig de lijn van het CDA in figuur 1 in de periode van de tweede Kamerverkiezing in 2012 naar december 2014 omhoogloopt van 13 toen naar 21 zetels nu[1] en bedenk daarbij dat geen van de andere grote partijen zo’n gelijkmatige groei laat zien (om het leesbaar te houden zijn slechts 2 x 2 trends afgedrukt: D66 versus CDA en CU versus SGP, enigszins vergelijkbaar in ontwikkeling).

Schermafbeelding 2014-12-28 om 20.58.31

Trek de lijn van het CDA met een liniaal door en dan kom je in maart uit op 23-24 zetels. Als de regel weer opgeld doet dat een lage opkomst goed is voor een partij als het CDA, dan levert een effect van zo’n 10% een uitslag op van ten minste 26 zetels – en dat is rekening houdend met een behoorlijke opkomst van de PVV-stemmers op ten minste het niveau van vier jaar geleden, ondanks dat de PVV sindsdien heel wat macht-, niveau- en leiderlozer overkomt.
Dan tel ik er nog twee effecten bij op. De eerste heeft met het effect te maken van een structureel onderschatten door de peilers van de CDA-stem. Ik hou het mild; dat scheelt 1 zetel, met afronding kom ik dan op 27 uit.
Dan de laatste, lastigste factor. In de laatste week van een verkiezing scherpen tegenstellingen zich aan en komt er als het ware een krul op de trend. Bij de vorige statenverkiezing was dat een krul naar beneden, bij deze wordt het een krul naar boven. Dan kom ik op een bandbreedte 2-4 zetels uit als mijn inschatting juist is en ga dus in totaal op 30 zitten. Rechttoe, rechtaan, een kind kan de was doen. Ik zal er dus wel naast zitten.

Smeltende ijsschotsen

Tot zover deze semi-doordachte manier om een verkiezing te voorspellen. Einde blog voor de snellezers. Voor de LLL’s onder ons – die van Lekker Lang Lezen – volgen nu een aantal plussen en minnen die mijn gevoel bij de komende verkiezingen meer bepalen dan wat hierboven is opgeschreven. Ik heb echt de griebels van karnemelk, maar dat gaat natuurlijk nergens over. De lol en de waarde schuilt in de inhoudelijke analyse. Daarbij gelijk al deze kwalificatie: ook ik moet mij ergens op baseren en in dit geval is het redelijk onzinnig om uit te gaan van een gemiddelde van een aantal peilingen als de peilingen zoals dit keer zo ver uiteen lopen. Tussen de peiling van Peil.nl (De Hond) en die van de Politieke Barometer (TNS-NIPO) van het CDA zit soms meer dan 9 zetels verschil! Voor de grote partijen geeft de Peilwijzer een foutmarge van 4 zetels aan; veel! De peiling van EenVandaag direct na de kerstcrisis laat een verlies van 2 zetels voor het CDA zien en een winst van 2 zetels van de PvdA. Dan denk ik: de peilingen van nu zijn als ijsschotsen in een rivier in de tropen, ze smelten waar je bij staat. Je loopt er overheen met plonsgarantie. Overigens ben ik geneigd om de schuld daarvan niet in de schoot van de peilers te schuiven. Ik geef de ‘schuld’ aan mijn lieve eigenwijze partijgenoten. Zolang als ik ze ken, via vele, vele trainingen en bijeenkomsten, weet ik dat het grootste deel van die leden meedoen aan peilingen zonde van de tijd vindt en behoorlijk normatief aankijkt tegen alles wat zich over het internet beweegt. Dan wordt het moeilijk (en duur) peilen voor al die bureaus als het om de CDA’ers gaat.

Plussen en minnen

Naast het al genoemde voorbehoud bij opkomst, peilingen en ‘krul-effect’, komt het verder bij mij vooral aan op een half-zinnig en onverantwoorde mix van plussen en minnen. Toch zit juist in die plussen en minnen mijn lol, want hier maakt de gok plaats voor een ‘stretchen’ – mooi woord – van mijn inzichten en ervaring in campagnes. Wat hoor ik als ik mijn oor tegen de grond hou, signalen uit de media haal, extrapoleer uit het verleden? Wat zal daarbij als vanouds zijn, wat anders? Al die mensen die nu heet zijn van de kerstcrisis, zijn die het in maart nog steeds? Vier jaar geleden leek alles te gaan om de kans van de PVV om regeringsmacht overeind te houden. Nu is Wilders de leider van een van twee extreem linkse partijen die in termen van macht geen deuk in een pakje boter slaan. Wie wil daarvoor op een gure maartdag naar de stembus gaan? Ik bedoel maar. En zo kunnen we verder – en leuker – gaan plussen en minnen. Ik start bij een plus; de eigen provincie, Zuid-Holland.

Zuid-Holland – een +

Provinciale Statenverkiezingen gaan over de provincie. Echt waar. Net zoals waterschapsverkiezingen over waterschappen gaan. Ook waar. Hier neem ik Zuid-Holland als voorbeeld, al was het maar omdat bij de laatste verkiezingen Zuid-Holland een heel aardige weerspiegeling bleek te zijn van het totaal van de uitkomst. Ook waar? Ja, Zuid-Holland is veel meer dan een grootstedelijke regio. Het heeft groene polders, het Groene Hart, de Duin- en Bollenstreek. Per saldo zorgen de circa 14 regio’s en ongeveer 30 grotere steden voor een XXL puzzel. Als campagneleider heb ik alle 14 regio’s en (middel)grote steden leren kennen. Dat heeft mij de nodige jaren gekost. De mix is buitengewoon complex en veelvormig. Er zijn een paar regio’s die zich in gebondenheid laten vergelijken met ‘echte’ provincies: Westland, Duin- en bollenstreek, Goeree en de Waarden zijn campagnetechnisch net zo omvangrijk en sterk als gebieden in bijvoorbeeld Overijssel en Zeeland. Tegelijk zijn grote delen van Zuid-Holland vervinext en moet je in de grote steden weer per wijk en soms straat kijken hoe de electorale samenstelling is. Mix deze kennis met het besef dat politieke partijen relatief weinig actieve leden hebben en dat de campagnebudgetten het formaat hebben van een druppel op een gloeiende plaat en dan is het beeld compleet. Heerlijk. En toch ben ik er van overtuigd dat het met een goede campagne mogelijk is om 1, 2 zetels verschil te maken. Het CDA hoort samen met de SP en PvdA tot de partijen die normaal gesproken weten hoe ze maximaal rendement uit een campagne kunnen halen. Bij de PvdA en SP heb ik daar dit keer echt vragen bij. De VVD is nooit een echte campagnepartij geweest en zal dat dit keer ook niet worden. Daartegenover staat de opkomst van D66 als campagnepartij en zullen CU, GL en SGP met veel vertrouwen hun campagnes voeren. Voor het CDA staan de seinen letterlijk en figuurlijk op groen. Het been wordt bijgetrokken op social media gebied, de stedelijke gebieden zien er steeds groener uit en de ‘vibe’ is goed. Meer ga ik er niet over zeggen om de huidige campagneleider niet voor de voeten te lopen, maar bij Zuid-Holland zet ik echt een plus – en daarmee ook voor de andere provincies, met of zonder opvallende lijsttrekkers als Ger Koopmans, Sander de Rouwe en Eddy van Heijum.
Bij deze paragraaf hoort een gedicht. Het is voor de provincie Zuid-Holland geschreven en ik had het niet kunnen schrijven zonder alle kennis die ik via het campagnevoeren heb opgedaan van de provincie.

De zee trekt Zuid-Holland strak
Stranden markeren gele duinen
en dijken met daarachter volgebouwd
groen dat in een vlakke kuil zich uitrolt
richting in veen zinkend achterland

Bollenland vecht tegen bouwbehoeftes
Plat polderland wacht om met files te worden gevuld
In wegen gekaderd Gouda bewaakt een oosten
waarin we allen zoeken naar ons groene hart
om het te vinden in waarden vol vaste waarden 

Ondertussen krabben kassen richting Rotterdam
en varen schepen die stad in een visgraat los
met kranen en torens er langs als drukke wachter
boven het land van Maarten ’t hart
en een door forenzen ingenomen delta 

niemand kan Zuid-Holland claimen
we hebben het allemaal van elkaar afgepakt
Maar niemand kan het ons ook ontnemen:
de zee, de duinen, de polder
de dijken, het veen, het groen 

Zo kon ik dichten. Omdat ik de provincie ken. Omdat het CDA de provincie, de provincies kent. Dat wordt zeker een plus.

Wie is de meester van het nieuws? – + / –

Over wie wordt gesproken? Welke partij beheerst het nieuws? Wie heeft nog het vermogen om in beeld te komen te midden van 15 verschillende partijen en bij een publiek dat de blik afwendt van de politiek?

Schermafbeelding 2014-12-28 om 14.26.01
Wie dat als maatstaf neemt voor electoraal succes krijgt een frons in het voorhoofd als naar het CDA wordt gekeken. Nemen we de monitor van december en kijken we hoe het met de ‘Share of Voice – print’ of de ‘Share of Voice – online’ gaat (dus: aanwezigheidsaandeel in gedrukte media en internet / social media) dan zien we dat het CDA een wel heel erg klein aandeel van de aandacht krijgt. Voor gedrukte media ontvangt de partij slechts 4,7% van de aandacht versus 24% voor de PvdA! Alleen al CU en SGP scoren meer dan het dubbele met elk rond de 11%. Gaat het om het internet is de verhouding iets minder scheef en ontlopen D66 en CDA elkaar nauwelijks met 12%. Toch, als het klopt dat de gemiddelde CDA-kiezer minder internetvaardig is, dan is dat slecht nieuws. Of niet?

Het is niet waar dat ‘elke publiciteit goede publiciteit’ is. Dat hangt er van af of je op de weg omhoog of de weg omlaag zit. VVD en vooral PvdA zijn hard op weg omlaag en dan is elke vorm van publiciteit onwelkom. Wij hebben geen ‘negative campaigning’, wordt er vaak in Nederland gezegd. Dat klopt, maar voor we ons teveel op de borst kloppen; je zou ook kunnen zeggen dat die rol wordt overgenomen door de (social) media; het beruchte roedelgedrag. Wie er hier niet als een winnaar uitziet, krijgt ongenadig er van langs en dat meestal ver voorbij de grenzen van objectieve vergelijking. Dit keer zijn de PvdA en in mindere mate de VVD aan de beurt. Het is niet moeilijk te voorspellen wat de gevolgen van dit destructieve gedrag zal zijn: geen partij die nog de oppositie voor de regering wil verruilen. Om de PvdA en VVD heen zie je dan ook vooral de partijen in de media terecht komen die tegen de macht aan schurken, maar er toch ook afstand van willen houden, de ‘C3’. De PVV heeft een pers die of slecht of stil is, maar juist door die schaarste aan scherpe pers spint de partij er naar het lijkt garen bij en wordt vergeten van welke partij ook al weer die afsplitsingen komen. Kortom; richting maart hoop ik dat er veel aandacht voor de PVV zal zijn (dat ik dat nog eens zou schrijven). De SP heeft goud in handen met een leeglopende PvdA en een sterk en simpel zorgstandpunt, maar Roemer heeft alle reden om de grote mediadebatten met angst en beven tegemoet te zien, of dat nu op het eerste of op het tweede scherm is.

De beste, maar minste pers is ondertussen voor de partijen die hun afstand houden: CDA en GL. Ik vind met name de aandacht voor het CDA dus wel erg laag. Al snel wordt dan ook gezegd: “Ik hoor nooit iets van ze”. Nu is het ook wel pech dat juist op de dag dat je met drie zeer inhoudelijke boodschappen komt, de kerstcrisis in de senaat uitbreekt. Dan moet de partij maar hopen dat via via duidelijk wordt dat je anders bezig bent dan de rest. Maar dat zal nog niet zo eenvoudig zijn. Alles wegend, en uitkomend op een plus / min, meen ik dat de stilte rond het CDA de stilte van een broedende kip is. Van het CDA zelf en van de vele kiezers die naar een alternatief, een tweede keus zoeken. Steeds meer mensen, zo is mijn overtuiging, zien dat in het CDA, maar het is nog te vroeg voor een luide doorbraak. Kijkend voorbij maart naar een volgende Tweede Kamerverkiezing, is dat anders.

Naast de provinciale dimensie en de media-aandacht weegt er meer mee. Ik loop snel wat strijdpunten af en dan ga ik naar een soort van finale toe.

  • de strijd om de doelgroepen – plus, plus

Elke moderne campagne draait om doelgroepen en dat geldt al helemaal voor deze verkiezingen. De gemiddelde Nederlander heeft geen boodschap aan de provincie of het waterschap, maar de gemiddelde ondernemer in de harde sector heeft er wel een visie op en dat geldt al helemaal voor de agrariër of de milieuactivist. Dat zijn de kiezersgroepen waar het nu om draait voor de plus of de min – en dan heeft het CDA, met D66, een duidelijke kans om de stem bij een partij als de VVD weg te halen.

  • de blik in de portemonnee – min

Je wilt als regering liever geen verkiezing ingaan met een slechter loonstrookje aan het einde van de januarimaand. Dat lijkt het kabinet dit keer te lukken. Omdat de meeste grote hervormingen ook achter de rug zijn, betekent het dat de ministers weinig slecht nieuws hoeven te brengen en – in het geval van de VVD- wel een belastingverlaging in het vooruitzicht kunnen stellen, wat ze ongetwijfeld ook zullen doen. Blijven de kleine puntjes van de ouderenzorg, de vrije artsenkeuze en de dreigende chaos in het sociaal domein (het buitenland lijkt al weer weg te zakken als bron van angst). Hoe zegt men dat ook alweer in het Engels? ‘The negative stands out’. Toch, het totale beeld is positief voor het kabinet en haar gedoogpartners. Het CDA zal zeker geen profijt hebben van het feit dat ze daadwerkelijk constructieve oppositie heeft gevoerd en vaker met de regering heeft meegestemd dan een partij als D66.

  • de twijfel over de opkomst – plus

Lang is gedacht dat slecht weer de opkomst negatief beïnvloedt, wat weer gunstig is voor een partij als het CDA. Wetenschappelijk onderzoek in een land als Zweden lijkt dat niet te bevestigen. Voorlopig hou ik er echter aan vast dat slecht weer in de hoofden van mensen die opkomst wel omhoog jaagt. Mensen die een proteststem willen uitbrengen hebben slecht weer in het hoofd. Mijn gevoel is dat door de kerstcrisis meer mensen met een mening de kerst uitkomen dan anders het geval zou zijn. Dat is gevaarlijker voor de opkomst dan het simpele feit dat een Eerste Kamer samenstelling belangrijk kan zijn voor het voortbestaan van het kabinet. Het is op dit punt dat zal blijken of de PVV nog een vuist kan maken. Opnieuw verwacht ik dat – op een provincie als Friesland na – de lokale partijen er niet in zullen slagen de opstap naar de provincie te maken. Dat zou de PVV veel ruimte moeten kunnen geven. Maar wat stelt de PVV in het vooruitzicht? Ze hebben minder te bieden dan 4 jaar gelden en toen viel het al tegen. Inmiddels hebben ze nog veel duidelijker dan toen laten zien hoe incompetent de partij en haar leider is. Toch, gelet op de heftige antistemming, zou de opkomst relatief hoger kunnen zijn dan bij bijvoorbeeld de Europese verkiezingen. Aan de andere kant is er ook meer reden voor de potentiële kiezers van andere partijen om te komen, waaronder het gegeven dat er voor de eerste keer een combinatie met de waterschapsverkiezingen zal zijn. Dat laatste geeft een marginaal effect, maar elke provinciale verkiezing bestaat uit een stapeling van marginale effecten.

Tot slot, misschien wel de sleutelfactor.

  • de strijd om het vertrouwen – plus, plus

In november heeft president Obama en zijn partij een enorme nederlaag geleden bij de mid-term elections. In augustus was ik in de VS en je voelde het al aankomen, ook in gesprek met een aantal campagnespecialisten van republikeinse zijde. De republikeinen voelen nog steeds de pijn voelen van de wijze waarop ze in 2012 van Obama verloren en weten eigenlijk nog steeds niet wat ze tegenover de werkwijze van zijn campagneteam moeten zetten, maar toch ze die maanden voor de mid-term verkiezing al het gevoel erg kansrijk te zijn. Het werd een complete afgang voor de democratische partij – en dit ondanks dat de economie sterk aan het verbeteren was, de werkgelegenheid beter werd en het nieuwe zorgsysteem best redelijk ging functioneren. De kiezers hadden het helemaal gehad met Obama.
Datzelfde is nu voelbaar rond dit kabinet. De vraag is niet of dit kabinet daar wat van gaat merken, de vraag is hoe. We weten allemaal – ho, ho, mijnheer de analist. Echt? – veel mensen zien deze verkiezingen in het licht van de Eerste Kamerverkiezingen. Maar wat betekent het als de uitslag slecht is voor het kabinet? Gaat dan het CDA of Groenlinks helpen om het gat dichten? Het zal interessant worden om te zien wie er voor de debatten in de weken voor de verkiezingen zullen worden uitgenodigd. Die debatten zullen gaan draaien om een vraag als deze. Is het antwoord niet helemaal helder, dan wordt het kluitjesvoetbal waarin spelers elkaar voor de kuiten trappen en het publiek de blik zal afwenden. Is het wel helder, dan valt het speelveld uiteen en komt er wellicht zicht op de individuele klasse van de spelers en worden de schoppers in het veld minder interessant. Wie zal de kiezer dan steunen?

We zullen het zien. Hier heb ik een voorspelling gemaakt op basis van 4 x een onzekere factor: zachte peilingen, een onbekende correctiefactor, een ongebruikelijke opkomstweging en een vooraf niet in te schatten ‘krulfactor’ vanuit de hete fase. Kort voor de aller heetste fase zal ik nog en keer naar mijn voorspelling kijken, maar voor nu hou ik het op mijn voorspelling van omgerekend 30 Tweede Kamerzetels.

Peter Noordhoek

 

NB Deze blog wilde ik vorige week al publiceren, maar de tijd ontbrak mij. Om toch vast te houden aan mijn wekelijkse blog schreef ik snel een tekst naar aanleiding van een interview met de nieuwe baas van de Rabobank, Wiebe Draijer. Het is niet alleen een van de meest gelezen blogs geworden van dit jaar, het heeft ook veel directe reacties losgemaakt in de vorm van telefoontjes en andere uitingen, niet zelden van (oud-)bankiers. Serendipity rules. Het komt mij voor dat ik hier nog niet over uitgeschreven ben, maar graag wil ik voor nu iedereen bedanken die heeft gereageerd. Met zoveel zorg en goodwill moet deze bank er weer bovenop kunnen komen, al zal het nooit meer worden zoals het was. Ik kan alleen maar hopen dat we over enige tijd hetzelfde over de politiek zullen zeggen.

[1] gebaseerd op het midden van de foutmarge in het gemiddelde van de peilingen, zie figuur 2.

Kerstgedicht en blogplannen

 

Schermafbeelding 2014-12-21 om 18.17.18

Elke keer als ik met mijn gedachten afdwaalde richting het jaarlijkse kerstgedicht en proberend wat regels opschreef, realiseerde ik mij dat mijn gedachten en regels zo somber waren, zo donker. Kennelijk schrijft dat makkelijker. ‘The negative stands out’ en dat geldt dus ook voor gedichten. En toch wil ik me daar niet door laten meeslepen. Met alles wat mij en ons gegeven is, klopt dat ook niet. Voor ons was het een mooi en goed jaar en een warmer huis om de kerst in te vieren is voor ons niet te vinden. En dus schrapte ik de regels weer, probeerde andere woorden, een andere toon. Het grappige is dat met wat ik uiteindelijk schreef ik dit keer mijn tijdlijn nog weer verder ben gaan verzetten. Toen ik zo’n twintig jaar geleden mijn eerste kerstgedicht schreef ging het over de komst van kerst. Daarna ging ik de kerst zelf op mijn manier verwoorden. De laatste jaren ging het steeds meer over Oud en Nieuw en nu kijk ik in dit gedicht terug op de jaarwisseling. Hoe moet dat nu volgend jaar? Hoe dan ook, in dat terugkijken hoop ik dat alle lezers (mijn Engelstalige lezers krijgen de tekst zoals die onderaan staat) terug zullen kijken op een jaarwisseling die in rust, nadenken en gesprekken de energie geeft om 2015 goed in te gaan.

Plannen voor blogs

Als zelfs een kerstgedicht zich kan ontwikkelingen, dan moet dat ook voor een blog gelden. Ik ben ontzettend blij met de wijze waarop mijn (bijna) wekelijkse blog zich lijkt te ontwikkelen. Het aantal lezers / page views / downloads is dit jaar weer op hoger niveau uitgekomen dan het jaar ervoor. Zowel de aantallen als de reacties die ik krijg duiden er op dat er een soort vaste lezerskring aan het ontstaan is. Daar ben ik natuurlijk blij mee. HEEL BLIJ! Tegelijk wil ik het gevoel houden dat het aantal lezers niet maatgevend is voor wat ik schrijf of hoe ik schrijf. De lat moet om betere redenen hoger worden gelegd. Ik heb wat plannen voor het komend jaar.

Politiek bloggen na de kerstcrisis

Natuurlijk blijf ik schrijven over politiek. Hoewel ik verhoudingsgewijs meer denktijd stop in andere onderwerpen, weet ik dat mensen uitkijken naar de meer politieke blogs. In het afgelopen jaar heb ik voorspellingen mogen doen voor de raads- en Europese verkiezingen die goed raak waren en er komen in maart nieuwe verkiezingen aan. De prognose is voluit in de maak. Het blijft ook boeiend om terugkijkend de analyse te maken. Komende maandag blikt de televisie terug op het CDA-congres in Arnhem in 2010. Mag ik verwijzen naar mijn uitgebreide blog van 9 oktober 2011 op deze site? Ik heb het programma uiteraard nog niet gezien, maar ik weet vrij zeker dat de lezer daarin een beleving zal vinden die in het programma niet zo te vinden zal zijn.
Dit jaar zit het verhogen van de lat als het om politieke blogs gaat hem bovenal in de wankele basis waarop vooruit gekeken kan worden. De bijzondere uitdaging van schrijven over politiek zit in het combineren van het perspectief van de binnen- en de buitenstaander. Politici en journalisten zitten in een flow van constante informatie. Loop een uurtje niet in Den Haag of Brussel rond en de wereld is alweer veranderd. Tegelijk zitten politici en journalisten er weer zo boven op dat ze het echte verhaal missen. Soms heb je het gevoel dat beide perspectieven niet kloppen. In de nasleep van de kerstcrisis van 2014 regeert – ja wie regeert er nog? Het lijkt wel alsof regeren vervangen is door reageren. De enige die nog overeind blijven zijn de inhoudelijk deskundigen, aan staatkundige zijde iemand als Wim Voermans – inmiddels al meer dan 15 jaar verbonden aan Northedge Opleidingen – en een jonge zorgkenner als Gerard Adelaar. Maar waar moet je je op baseren als de PVV in een peiling groter is dan de coalitie en Groen Links even groot wordt als de PvdA? En wat als niet alleen alle buitenstaanders via twitter of peilingen, maar ook alle deskundigen die je hoog hebt zitten, van Kees Boonman tot Tom-Jan Meeus, zeggen dat dit kabinet op sterven na dood is? Mij rest vooral een intuïtief oordeel. Het is mijn gevoel dat het collectief van personen dat nu het kabinet vorm wel degelijk sterker uit deze crisis is gekomen. Het is ook het gevoel dat ik krijg als ik Rutte’s gezicht bestudeer en dan bedenk dat dit laatste half jaar de ernst echt in hem is neergedaald. Deze ploeg blijft gewoon zitten. Maar wat weet ik nou?

 

Bloggen vanuit mijzelf

Ooit ben ik deze blog begonnen voor mijzelf en ik ben nog steeds niet bekomen van de verbazing dat ik dit al een aantal jaren weet vol te houden. Dat heeft zeker ook met u, de lezer te maken. Toch neem ik mij voor het komend jaar enkele blogs te schrijven die niets met u te maken hebben. Die ik voor mijzelf schrijf, omdat iets aan het dringen is om geschreven te worden. Mijn verhouding tot het geloof en tot waar ik vandaan kom horen daarbij. Maar ook wat hoort bij de aanpassing aan mijn eigen generatietijd. In mijn hoofd blijf ik 17 en pas ik mij nooit aan. De werkelijkheid is echter dat ik niet meer de specialist in feestjes en plaatjes draaien ben die ik toen was. Ook de fase van de vrijgezellenfeesten ruim achter me. Erg ruim. Nu verwonder ik mij over de wijze waarop we onze geliefden begraven. Hoe kon dit gebeuren? Wie heeft er gezegd dat ik ouder moest worden? En toch hoort dat er ook bij, roept het ziek zijn en sterven van naasten beelden en ideeën op. Die wil ik kwijt kunnen. Plus wat ik hoop, enorm hoop, dat ik ook zal bloggen over de momenten die te vangen zijn in het woord genieten. Dat ik daarin af en toe de dichtvorm zal hanteren zal de geregelde lezer niet verbazen.

 

Bloggen voor verder

Wie mijn blogs over de toekomst van provincies, gemeenten, uitvoerende diensten en banken gelezen heeft, zal niet alleen analyses aangetroffen hebben, maar ook manieren waarop het anders zou kunnen gaan. De verschillende oplossingen wijzen allemaal eenzelfde kant op: een geloof dat naast schaalvergroting er ook schaalverkleining kan komen en dit niet alleen kan maar ook moet. Dit geldt niet alleen voor overheden; zelden heeft een blog zoveel reacties opgeleverd als mijn laatste over de Rabobank en dat handelde precies daarover. Maar het gaat mij niet alleen over structuren. Al langere tijd werk ik aan een soort herijking van mijn politieke en maatschappelijke gedachtengoed. Soms doe ik dat om mij af te zetten tegen mijn eigen politiek partij, doorgaans juist om die te helpen herinneren aan het eigen gedachtegoed. Bovenal doe ik het om te kijken hoe ik een aantal voor mij vaste waarden kan vertalen naar de tijd van nu. Mijn benadering laat zich samenvatten in deze woorden:

                                  Meer Dan Nu

 

Natuurlijk: geniet van het nu. Maar er is meer dan nu en het is onze maatschappelijke opdracht om er aan voorbij te kijken. De bedrijven en partijen die dat het beste doen verdienen de steun van klant en kiezer. Ik zou mij aan willen sluiten bij die maatschappelijke krachten die pragmatisch handelend, maar inhoudelijk principieel voorbij eigen gelijk en onmiddellijk profijt kijken. Die dus het bedienen van directe behoeften van mijzelf en anderen dus niet tot hoogste doel verheffen. Ik ben het niet eens met de cultuurpessimisten die menen dat alles egoïsme en korte termijnwerk is. Ayn Rand heeft ongelijk. We schuiven naar een post-individualistisch tijdperk. De vraag is vooral: hoe? Hoe doen we dat ook zonder terug te vallen in het soort sociale druk waardoor we ten onrechte vrijheden gaan opofferen? Welke krachten in onszelf moeten we daarvoor aanspreken? Het komende jaar wil ik mijn gedachten daarover ook via mijn blogs verspreiden, aan de buitenwereld prijsgeven. Uit moderne inzichten over hoe organisaties, netwerken en mensen valt een hele vernieuwing te halen van de wijze waarop we oude waarheden invullen. Ik zie er naar uit, al vind ik het ook spannend.

Fijne feestdagen en een …

 

Het jaar 2014 is nog niet afgerond bij dit schrijven. Hierboven en hieronder staat de abeelding van een kerstkaart geschreven voor het moment na de jaarwisseling. Hopelijk hebben we dan door de terugblikken heen een glimp van de toekomst kunnen ontwaren. En dan moeten we ons toch niet laten verbazen over alles wat anders gaat. Dat is juist mooi. Met nieuwe energie gaan we daar dan goed mee om. Ik wens iedereen fijne feestdagen met een blogvol en verbazend mooi jaar.

 

Peter Noordhoek

Kerstkaart 2014 English Nrth

To Rabo or not to Rabo

Zaterdag stond in het Financieel Dagblad een interview met Wiebe Draijer, de nieuwe topman van de Rabobank. Het was zijn eerste interview na de benoeming en hij drukte op alle goede knoppen. Hij demonstreerde hoe open zijn aanpak is en hoezeer hij hecht aan het coöperatieve model en de relatie met de lokale banken. Ik ben geneigd hem het voordeel van de twijfel te gunnen, maar vraag me af of het niet te laat is. Om een aantal redenen, klein en groter, persoonlijk en systeemdenkend, ben ik somber. Het afgelopen jaar heb ik in ieder geval na jaren trouw klantschap alle bank- en verzekeringszaken bij de bank weggehaald, op mijn betaalrekeningen na. Kruik, water. Tegelijk blijft het waar wat Draaier in het interview zegt over de Rabobank: hier komt alles samen. Maar dan moet het wel anders. Aan het einde doe ik een suggesties voor een nieuwe lokale Rabobank, in lijn met wat ik de afgelopen weken over provincies en de grote publieke dienstverleners heb gezegd.

Warning-deep-water_617590aOp zoek naar de relatie

Ik was al langer niet tevreden over de verzekeringskant van de Rabobank. Allemaal aardige mensen, maar je voelt het gewoon als het voldoen aan formele vereisten zwaarder weegt dan de klantwensen. Ik zit – uh, zat – met al mijn verzekeringen, privé en zakelijk, bij de Rabo en daar hoort jaarlijks een gesprek bij over de portefeuille. Net als bij andere grootbanken wisselen ze degene die dat gesprek voert om de drie jaar en kan je weer opnieuw beginnen. Echt, ze leren het nooit. Het was wel altijd een goed gesprek. De periode daar tussenin was het probleem. In het afgelopen jaar kreeg ik met weer een nieuw persoon te maken. Een goeie man, verstandig en scherp, mede omdat ik niet verborg dat ik op het punt van vertrekken stond. Maar wat gebeurde er? Wij gingen de portefeuille langs lopen langs de punten van een power point presentatie. Daar was zijn training op afgestemd, zo moest hij dat doen.

Arme man, domme Rabo. Ik ben een mens als verzekeringsagent gaan zoeken. Eentje die eigen baas is en zonder angst met mijn wensen en eigenaardigheden durft om te gaan.
Onlangs belde er echter nog een dame van de Rabobank die zich als accountmanager voorstelde en een gesprek wilde met mij “over de stand van zaken.“ Ik antwoorde dat ik daar geen behoefte meer aan had, omdat ik alleen nog maar betaalhandelingen via de Rabo deed en mijn tijd te duur vond om daar een apart gesprek over te voeren. Ze vond dat duidelijk vervelenden haar mooie warme stem zei aan het einde wel koel “dat ze nog wel een brief zou sturen om te bevestigen dat u geen afspraak met mij wilde.”

Deze week kwam de brief binnen. Je leest het en denkt: hoe kom je er toe om zo’n brief te willen schrijven? Ik kon maar één ding bedenken, al zijn er meerdere woorden voor: indekken, verantwoorden, bewijzen – angst. Mijn gevoel? Ontsnapt.

Het vermogen tot

Ik heb uiteindelijk zowel mijn verzekeringsportefeuille als een deel van mijn bedrijfsvermogen weggehaald. Dit laatste viel samen met een verkoop van het huis van mijn moeder, waarbij ik namens de familie ook de opbrengst ergens onder moest gaan brengen. Wat dan volgt is een boeiende zoektocht naar de beste vermogensbeheerder. Zeker voor het vermogen van mijn moeder is zekerheid het uitgangspunt en dan begin je toch maar met het bellen van de grootbanken. Het wordt een struikeltocht langs call centers en medewerkers. Allemaal kundig, allemaal geduldig. Allemaal met aan het einde een doorverwijzing naar weer iemand anders. Alsof je alleen maar fragmenten van mensen mag ontmoeten, nooit de hele mens. Oh ja, later krijg je een accountmanager, maar waarom zou het met deze persoon anders gaan? De Rabobank heeft zich niet onderscheiden in mijn rondgang.

Uiteindelijk ben ik, ook in het kader van de spreiding, op twee plaatsen terecht gekomen. De ene is een digitale vermogensbeheerder met een doordachte en interessante beleggingsstrategie. Inhoud trekt. De ander is een kleine club, een netwerk eigenlijk, van vermogensadviseurs. Alle accountmanagers hebben een verleden bij de grootbanken en zijn er bewust weggegaan met het idee; zo willen we het niet. Hun governance is interessant, met maximale garanties ten aanzien van de zeggenschap van de klant. Even zo goed moet ik me bij hen door dikke pakketten van profielen en formulieren heenwerken. Compliance rules. Het maakt mij erg alert. Al is het met de regelgeving nog zo doorgeslagen, ik wil geen tekenen zien dat men zich achter de overheid gaat verschuilen. Wat me geruststelt, is dat de mensen daar iets in hun houding lijken te hebben dat verder gaat dan alleen maar bezig zijn met geld verdienen. Iets dat me aan de Rabo doet denken.

Bank in spagaat

Want ik worstel er nog wel mee. De Rabo zit diep. Juist nu zou je willen dat het model van de coöperatieve bank zou slagen, zich zou bewijzen. Het lijkt echter alsof ze elk gevoel voor balans kwijt zijn geraakt. Een paar jaren geleden, rond het begin van de crisis mocht ik eens in de keuken kijken bij een regionale Rabobank. Het was een goed geleide, gezonde bank. Zo goed dat de directeur vond dat er wel wat scherper aan de wind kon worden gezeild. Waar te beginnen? De bank kenmerkte zich doordat het zowel een efficiënt bankbedrijf had weten in te richten als een goed lopend coöperatief deel kende. Alleen; het ene had niets met het andere te maken. De directeur was de enige verbindingsschakel. In een gespreksronde ben ik toen aan de medewerkers gaan vragen of ze zelf in de regio woonden, of ze een netwerk hadden dat de bank zou kunnen mobiliseren en of dat laatste ook inderdaad gebeurde. Het bleek dat de meeste medewerkers veel binding met hun regio hadden, maar die hoogstens functioneel voor de bank inzetten. Op het coöperatieve deel hadden ze geen zicht. Ze deden heel veel goed, maar ze deden niet het voor de hand liggende: echt onderdeel van de samenleving zijn.

Dat was dus rond de crisis. De stap die bij die bank daarna naar voren is gezet, is gevolgd door heel wat stappen achteruit. Daarna hebben we allemaal in de landelijke media mogen volgen hoe het op centraal niveau totaal mis is gegaan, maar ook op lokaal niveau mis is er veel te veel misgegaan, zoals iedereen die wel eens een ondernemersbijeenkomst bezoekt kan horen. De spanningen in de relatie tussen centraal en lokaal is niet voor niets op een gegeven moment naar buiten gebarsten. Het lijkt er op dat nu het slechtste van twee werelden is ontstaan: een concern dat verkrampt centraliseert, in combinatie met lokale banken die niet echt lokaal meer zijn. Draijer heeft gelijk: alles komt in deze bank samen. De spanning van glokalisering zit in de naam van de Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank en rukt haar nu uit elkaar. Wat te doen? Hoe ga je anno nu vooruit naar wat beter was?

Overnieuw beginnen

Ongetwijfeld overzie ik het niet genoeg en zijn er delen die nog voortreffelijk winstgevend te maken zijn, bijvoorbeeld als het om de buitenlandse handel gaat, maar mijn beeld is dat deze huidige Rabo nauwelijks uit de spagaat kan stappen waar het nu in zit. Als ze er al zelf uit zou kunnen komen, dan vermoed ik nog dat DNB en AFM zo star zijn dat ze elk experiment dat gevaar voor de compliance oplevert zal afstraffen.
Mijn beeld is dus: overnieuw beginnen. Ik bedoel dat serieus en concreet: ga investeren in een serie lokale start-ups. Start-ups bestaande uit kleine groepjes financieel specialisten die zich helemaal en voor zeer lange tijd committeren aan het bieden van financieel advies op lokaal niveau. Die voor een redelijk tarief soepele diensten kunnen afnemen van een regionale service centrum met perfecte digitale diensten, maar verder de handen vrij hebben om zich te mengen in de lokale samenleving en het plaatselijk bedrijfsleven. Die geen financiering vragen aan een Utrecht of Eindhoven, maar die financiering coöperatief en/of via local crowd funding helpen regelen. Die van de Rabo wel toegang krijgen tot de coöperatieve fondsen, maar altijd moeten matchen met lokale bronnen. Laat ze maar worstelen die start-ups, laat ze af en toe ook maar kapot gaan, maar koester de succesverhalen en zie dat zij de nieuwe kans vormen voor een echte coöperatieve toekomst van de Rabobank. Samen met kleinschaliger gemeenten en andere vormen van overheidsdienstverlening, kunnen ze de kern vormen van een lokale renaissance, ondersteund door slimme provinciale en regionale steuninstellingen en –bedrijven.

Wijsheid achteraf

Mijn excuses voor alle persoonlijke anekdotes over de Rabobank, maar eenmaal begonnen moet ik het nu ook afmaken. In mijn carrière als ondernemer heb ik drie keer een wat grotere financieringsbehoefte gehad. Dat was in 1997 toen ik mij in Gouda wilde vestigen en rond 2004 toen ik bezig was om de gestage groei van mijn ondernemingen in goede banen te leiden. In alle gevallen heb ik de Rabobank benaderd voor financiering. In alle gevallen was het contact met de Rabobank zeer warm en steunden ze het verzoek. In alle gevallen werd het verzoek door het hoofdkantoor afgewezen.

Eind goed, al goed: mede hierdoor ben ik gaan verkleinen in plaats van gaan vergroten en kreeg ik ruimte in mijn agenda en in mijn hoofd om politiek vrijwilligerswerk te gaan doen en meer te gaan schrijven. Met de wijsheid van nu kan ik het hoofdkantoor dus dankbaar zijn dat ik bij de start van de crisis niet met een duur pand en teveel personeel zat. Maar met de wijsheid van nu mag je niet redeneren. Toen was de starre modelmatige aanpak van het hoofdkantoor kortzichtig en werden de lokale deskundigen met hun ondernemingskennis ongenadig te kijk gezet. Dat ik voor mijn gewone bankzaken toch terecht kwam bij de Rabobank had met die lokale mensen te maken en mijn eigenwijs sentiment voor de bank. Omdat ik de afgelopen jaren heb ervaren dat juist deze mensen steeds opnieuw verdwijnen en nu zelfs in de power point worden gekooid, haak ik af.

Ik hoop dat het hoofdkantoor alsnog de wijsheid van achteraf krijgt voor de maatregelen die het nu neemt om de compliance aan te trekken e.d. Ondertussen wens ik ze de moed toe om de bankaire ondernemer in de lokale gemeenschap opnieuw te gaan uitvinden.

 

Peter Noordhoek

 

 

www.northedge.nl

Het kruiend ijs van de publieke dienstverlening

Een rapport over fraude die geen fraude is. Cijfers over het toenemend aantal mensen met een beperking dat niet meer zelfstandig kan leven. Het is het kruiend ijs van de publieke dienstverlening. We hebben digitalisering van de publieke dienstverlening gebruikt en misbruikt om tot verbetering te komen, maar de schade is te groot. Aan de hand van twee voorbeelden uit de sfeer van de belastingdienst en via een gedicht wordt een analyse gemaakt – en wordt zelfs aangegeven hoe het beter kan.

Kruiend ijs

Publieke dienstverlening is overal. Als een ijslaag ontneemt het totaal van alles wat er in de uitvoering gebeurt op basis van wetten en regels het zich op de enkele regel en het individuele geval. Deze week laten twee rapporten zien dat er sprake is van gevaarlijk kruiend ijs. Een rapport van de Nationale Ombudsman laat zien dat het grootste deel van de door UWV uitgedeelde hoge boetes bij uitkeringsverstrekking niet terecht is. Fraude die geen fraude is, in combinatie met een gedigitaliseerde starheid, zorgt voor een absurde ondergraving van de rechtsstaat: het recht bijt zich met giftige slagtanden in de eigen staart.

Het tweede rapport is zo mogelijk nog verontrustender. Het SCP laat zien dat in de afgelopen decennia het aantal mensen dat als (licht) verstandelijk beperkt moet worden gezien enorm stijgt. Als onderliggende oorzaak wordt de toenemende complexiteit van de samenleving genoemd. Wie ooit normaal was, is nu beperkt. Het SCP heeft gelijk, zoals ik uit eigen ondernemerservaring kan melden. Wij hebben, al jaren voordat over verplichte quota werd gesproken, mensen met een lichte verstandelijke beperking bij ons laten werken. Maar dat waren wel – hele fijne – mensen waarvan ik er van overtuigd ben dat ze in mijn oude dorp als ‘typisch’ zouden worden gezien, niet als verstandelijk beperkt. Dat ze anno nu niet voldoende mee kunnen is wel duidelijk. We zien nu hoe deze ijsschots omhoog kruipt en ontdekken ondertussen dat we allemaal zo onze beperkingen hebben (zoals ik deze week merkte bij het instellen van een nieuwe TV, een basaal apparaat toch?). Welke vorm van publieke dienstverlening kan daar tegen op?

Geen vingerzwaaiende definities

Bij beide rapporten zien we een soort terugdefiniëring van een probleem. Wat in Telegraafletters werd gedefinieerd ais misbruik van uitkeringsregelingen wordt nu weer de realiteit van menselijk falen. De schuldvraag gaat er van af – wat meestal winst is – maar het feit blijft dat er veel mis gaat met de uitkeringen. Een onbeheerste vraag naar langdurige zorg wordt weer terug gebracht tot wat het is: mensen die zich niet alleen staande kunnen houden. Maar als we er niet in slagen hier een redelijk verhaal van maatregelen en oplossingen bij te hangen, kan je er op wachten dat we terugvallen op vingerzwaaiende definities van problemen. Vervolgens vragen we van politici en ambtenaren om op een onbewaakt moment dat te doen waar we zelf het lef niet voor hebben: fors bezuinigen.

We?

Hoezo ‘we’? Dit is toch niet mijn verantwoordelijkheid? Lees svp dit gedichtje:


Wat is de waarheid van de overheid?

Is het de onbeheerste, onbeheerde opeenstapeling
van goedbedoelde desastreuze neveneffecten en
uitgelokte incidenten?

Of is het een meer dagelijks verhaal?
Van vaders, moeders en vrijgezellen
die naar hun werk gaan
vergunningen verlenen, onderwijs geven,
uitkeringen verstrekken en al die dingen doen
die er toe doen?
Die naast de burger in de rij in de winkel staan
die ze die ochtend, zo snel ze konden
hebben geholpen aan het loket?

Of is het beide?
En is het drama van de overheid
het drama van onszelf
Dat we in ootmoed en overmoed
en burgerlijk ons best doen
een cliché zijn geworden van onszelf
Een doorgedrukte, ingeregelde
negatieve afdruk van onze
betere helft?

De overheid, dat zijn wij
Wil je een ander, dan ben je daar bij
Verwerp het cliché
Loop niet met je eigen beelden mee

PN *

 

– o –

Test

Dat was het einde van de blog. Ik heb het kort weten te houden!
Of toch niet?

Een cliché is een cliché geworden omdat het, net als een ‘frame’, verleidt door een kern van waarheid. Maar het hoeft daarom nog niet de hele waarheid te zijn, of de juiste kern. Dus daarom een test: hoe houdt dit lieve gedicht het in de harde praktijk? Hier wordt het voorbeeld van de belastingdienst genomen, maar het is zo over te zetten naar andere sectoren.

Blauwe brieven

Ik heb zo de pest aan blauwe enveloppen in de brievenbus. Hoewel mijn verstand mij verteld dat alles in orde is, verwacht ik elke keer dat uit die envelop een aanmaning komt met een fors te betalen bedrag. Dat het daarna zelden heel erg is, helpt nauwelijks. Formulieren met routinemeldingen zullen daarom nooit helemaal routine zijn. Deze zomer kwam ik daarom in actie. Op ons postadres komen blauwe enveloppen binnen van een handvol rechtspersonen en van twee natuurlijke personen. Elk jaar, en voor elk van de verschillende belastingsoorten, komt er een mededeling binnen dat onze belangen worden behartigt door accountantskantoor X en dat we van onderstaand formulier gebruik kunnen maken om dit mandaat zo nodig te beëindigen. Het stelt niets voor, maar al met het al is het een stapel van al snel zo’n twintig brieven per jaar en dat voor een arrangement met slechts één kantoor, waar ik al jaren zeer tevreden over ben en waarbij ik zelf wel kan bedenken dat ik bij een eventuele beëindiging contact moet opnemen met de Belastingdienst. Toch wel verspilling.
Terug van vakantie heb ik contact gezocht met het Meldpunt administratieve lasten van EZ. Benieuwd hoe zij het oppakken. Het duurt even, maar zij registreren mijn melding. Vervolgens verwijzen ze mij door naar Logius, kennelijk de uitvoerder van dit soort briefopdrachten. Vervolgens is het – wederzijds, zeg ik er bij – niet eenvoudig om met elkaar in contact te komen, maar het signaal wordt wel serieus genomen. Alleen, het komt er toch op neer dat ze er niets aan kunnen doen. Ik moest toch echt bij de belastingdienst zelf zijn, maar ze zouden er wel voor zorgen dat de klacht wordt doorgestuurd. Afgelopen vrijdag kreeg ik het bericht dat ze een rappel aan de belastingdienst hebben gericht.

Tot zover.

Goed nieuws!

Vandaag was op het nieuws dat we een extra maand krijgen om onze aanslag inkomstenbelasting in te vullen. Goed nieuws! De reden is dat we overstappen naar een nieuw systeem waarbij de belastingdienst tevoren al de beschikbare gegevens invult, zodat we minder tijd nodig hebben voor het invullen. Goed nieuws! Wij mensen maken nogal eens fouten en zo kan dat worden voorkomen. Om er voor te zorgen dat dit allemaal goed werkt is er wat meer tijd nodig, maar daarvoor krijgt de belastingplichtige dan ook meer tijd ter beschikking. Goed nieuws! Op deze manier kan, maar dat vertelde het nieuws er niet bij, ook de kabinetsdoelstelling van een bezuiniging op de apparaatskosten van de belastingdienst worden gerealiseerd – toch ook goed nieuws!

Het kan natuurlijk allemaal perfect getest zijn en een kwestie zijn van de bekende punt op de i. Toch mag het bericht van uitstel rustig gelden als een alarmsignaal (voorzien van een vet politiek accent door de omstandigheid dat het toevallig zo is dat het nieuwe systeem pas ingaat na de verkiezingen in maart). In dit concrete geval zou ik, als ik journalist was, bijvoorbeeld Ton Elias, de voorzitter van de onderzoekscommissie naar IT-falen, vragen of hij er vol vertrouwen in heeft dat de Belastingdienst dit goed gaat doen. En als ik lid van een Rekenkamer was, zou ik om een 0-meting vragen. En als ik Ombudsman was zou ik wat extra menskracht reserveren. Wat ik zou doen als ik parlementariër was, laat ik aan Pieter Omtzigt over. Hem hoef je niet op scherp te zetten.

Digitalisering als defribilator

De omzetting van een systeem van achteraf door mensen laten invullen van digitale formulieren naar een systeem waarbij de formulieren vooraf, op basis van historische gegevens, worden ingevuld. Dat kan prima verdedigd worden als een logisch ontwikkelstap, maar mijn zorg is dat het meer is geworden. Dat het ook een stap is om de menselijke factor binnen en buiten de belastingdienst er verder uit te halen en het hele systeem als het ware te herstarten.

Dan dreigt een misverstand. Als menselijk oordeel als probleem wordt gedefinieerd, kan ze ook geen bron meer voor de oplossing zijn. Digitalisering is perfect voor de rol van pacemaker – letterlijk: stappen versneller. Voor routinisering is het perfect. Voor de rol van defibrillator, als schok voor het systeem, is het een ramp. Net als bij echt hartfalen, kan de inzet van zo’n apparaat – bekend van de TV: kleding openrukken, ijzers plaatsen, ‘stand back!’, lichaam wipt omhoog – werken, maar het veroorzaakt ook altijd stevige schade aan spieren en weefsel. Een menselijk lichaam herstelt zich en voert de beschadigde cellen af. Als u en ik zo dadelijk bij het controleren van de IB-opgave constateren dat al eerder ingevoerde inkomenscijfers niet kloppen en we deze niet weten aan te passen, dan gaan of veel belastingplichtigen of gaat het systeem er onder door. En let op: een gedigitaliseerd administratief systeem als dit is niet als het menselijk lichaam. Er is geen natuurlijk herstel bij falen. In de praktijk is daar menselijk oordeel voor nodig. Hetzelfde menselijk oordeel dat er niet eens in slaagt een signaal over een overbodige brief het systeem in te krijgen.

Knoopdoorhakkers

Waar ik werkelijk op wacht, is een goede rol voor de mensen in het systeem, zodat ze zich kunnen onttrekken uit het cliché van het gedicht. Als medewerker van de belastingtelefoon, als vraagbaak voor de particulier, als knoopdoorhakker in de back-office. De mensen dus die op basis van een redelijk salaris de gewone dingen doen en het systeem werkbaar maken. Mijn vermoeden is dat de oplossing juist wordt gezocht in het weg-organiseren van deze mensen.

Het eerste voorbeeld van de overbodige brief is voor mij zo aardig omdat het eigenlijk nergens over gaat. Een technische kwestie, oplosbaar. Een half jaar na mijn eerste actie moet ik echter constateren dat ik nog niet eens de brievenbus van de verantwoordelijke dienst heb bereikt. Hoewel het dus nergens over gaat, voelt dat toch wel alsof het meer tijd is voor een digitale knuppel dan voor een pen. Zal dat helpen? Natuurlijk niet. Het lucht zelfs niet op. Reaguren is het moderne placebo voor de machtelozen; de werkzame stof is te laag om verschil te maken. Wat ik mijzelf vertel, is dat ik moet blijven proberen in contact te komen met de mensen achter het systeem. Uit de spaarzame contacten rond dit geval heb ik de indruk overgehouden dat er wel degelijk mensen zoals ikzelf bezig zijn hun best te doen. In die zin klopt het cliché weer. Ik zou alleen willen dat het er genoeg waren om de kans op een echt contact groter te maken.

Anders

Als het al zo moeilijk is om in het geval van de overbodige brieven contact te maken, hoe zal het dan zijn bij de vooraf ingevulde formulieren? Of bij vergelijkbare grote projecten?
Een paar hele grote stappen. In mijn blog over de toekomst van de provincies ben ik ingegaan tegen de schijnlogica van de schaalvergroting. Een zelfde verhaal kan worden gehouden over de schijnlogica van de digitalisering. We krijgen te maken – ook u en ik – met de absurde paradox van steeds meer mensen met een steeds grotere hulpbehoefte met tegelijk steeds minder mensen die kunnen helpen. Niet eens door een krimpende bevolking of een gebrek aan geschoolde medewerkers en zelfs niet door gebrek aan geld op zich, maar wel door een soort budgettaire hartritmestoornissen. Het geld stroomt niet zoals het moet stromen en er zijn voortdurend verstoppingen. Deskundigen wijten dit doorgaans aan overhead-achtige vervettingen en wijzen op het risico van een volledige stilstand voor het systeem als niet wordt ingegrepen, cq. verder wordt gedigitaliseerd. Zo verwordt digitalisering van pacemaker tot defibrillator. En gaat het mis. Die trend zouden we moeten keren of ombuigen. Ik ben niet de commissie Elias, maar een paar maatregelen komen zo in mijn hoofd op:

  • een digitaliseringsmoratorium of -rem. Een stop op nieuwe digitaliseringsprojecten op het terrein van publieke dienstverlening totdat ze kunnen worden begrepen. Niet om alles om deze laag niveau doelgroepen te laten draaien, maar om te dwingen tot hogere kwaliteit voor de ‘uitrol’;
  • de norm is ‘normaal’. Wij hebben iemand in dienst gehad die in zijn leven verschillende indicaties heeft gehad; van hoog niveau tot ‘geen beperking’. Steeds was hij net wel, net niet normaal. De verleiding is groot om de norm naar hem te noemen, maar we noemen hem gewoon de ‘normaal-norm’ en het is het niveau waarop je nog niet in handen hoeft te komen van bewindvoerders. Laat bijvoorbeeld het SCP dat niveau maar onafhankelijk vaststellen;
  • Na gaan denken over wat mensen nog wel kunnen doen als ze ook uit de arbeidsmarkt kunnen worden weggedigitaliseerd. Melkertbanen en andere gesubsidieerde geldpompen werken uiteindelijk niet, zoveel weten we. Maar ‘digitaal alternatief banen’ of hoe ze ook (niet) heten moeten, zullen er toch moeten komen. Anders digitaliseren, meer zorg- en begeleidende taken doen, het hoort er allemaal bij. Dat dit inkomensgevolgen heeft ligt voor de hand. Uiteindelijk denk ik dat heel veel van deze banen, net als het niet-vrijblijvende vrijwilligerswerk op gelijk niveau gehonoreerd moet gaan worden. De term ‘basisinkomen’ kruipt omhoog. Zoiets, maar dan anders;
  • de verwachtingen over de decentralisaties in het sociaal domein zijn zo laag dat het mislukken ervan wel eens een zelfvervullende werkelijkheid zou kunnen worden (akkoord: als germanisme klinkt het minder fraai dan als anglicisme).Toch is het idee achter de decentralisatie – normering en organisatie zo laag mogelijk organiseren – wel waar het naar toe moet. De grote systemen moeten ontmanteld en op gesplitst worden. Dat geeft, zeker in het begin, chaos en ongelijkheid, maar het brengt de menselijke maat wel sneller terug.

LLL

Compliment voor u als LLL: de Lekker Lang Lezer. Naar ik hoop heb ik a) ongelijk als het om het nieuwe systeem van de belastingdienst gaat en b) heb ik de lezer aan het denken gezet over de omgang met het kruiend ijs van de publieke dienstverlening. Bij het schrijven heb ik gevochten met mijn eigen gevoel van onmacht in het zicht van zoveel complexiteit, maar als u en ik er niet over naden en wat aan doen, wie dan wel? Als ik later deze week in de rij in de winkel sta, heb ik in mijn broekzak een apparaat dat mij met de hele wereld verbindt. Dat is fantastisch, maar de berichten die op mijn ‘time line’ zijn geplaatst komen als het goed is nog wel van mensen vandaan die net als ik wel eens in de winkel in de rij moeten staan. Niet allemaal tegelijk, overigens.

 

Peter Noordhoek

 

* Uit: Clichés op zoek naar de waarheid. Jubileumuitgave Northedge, december 2005. Te vinden op www.northedge.nl.
Achteraf blijkt er in het gedicht een Isfahan-achtige passage uit Van Eyks gedicht ‘de tuinman en de dood’ te zitten. Even helder zijn: die vergelijking is noch bedoeld noch passend.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek