Maandelijks archief: september 2014

Een net niet lied

Het was geen lang gesprek. Een kwartiertje of zo. Maximaal.

Hij vroeg me wat ik deed.

“Iets ingewikkelds”, zei ik.

Hij nam er geen genoegen mee: “Zoals?”

”Ik ontwikkel kwaliteits- en toezichtsystemen voor branches en beroepsverenigingen.”

Hij viel niet direct in katzwijm neer. “Goh, wat houdt dat in?”

En dat werd de start van een paar zinnen over mijn vreemde vak. Ik hou dat meestal kort en let dan op de ogen. Worden ze glazig of niet? Zijn ogen bleven vooral nieuwsgierig kijken. Hij wilde weten. Dan praat je door. Over leden die moeite hebben met het verlies aan status en vrijheid. Over de buitenwereld die binnendringt via toezichthouders en regelgeving. Over hoe dat misschien anders kan. Voortdurend woog hij wat ik zei, maar bleef duidelijk zo lang mogelijk stil. Na nog wat zinnen van mijn kant vond ik het toch genoeg.

“En wat doe jij?”, vroeg ik.

“Ik ben de muzikant hier.” En hij wees naar een kleine opstelling in het begin van de zaal: een speaker, een gitaar.

“Oh, ben jij de muzikant?! Wat leuk, want dan gaan we volgende week samenwerken. In Culemborg.” Enthousiast wisselden we kort wat uit, waarbij ik direct op de klus in wilde gaan, maar hij eerst nog wat meer van me wilde weten.

“Wat is je achtergrond?”, zo vroeg hij.

“Juridisch-bestuurswetenschappen”, zei ik, “maar daar doe ik niets meer mee.”

“Zo te horen juist wel”, zo zei hij en voor we het wisten zaten we in een gesprek over de overeenkomsten van woorden en liederen en de melodie van bijeenkomsten.

“Feico, kan je vast wat spelen?”

Hij werd weggeroepen door Eelco Koolhaas. Op zijn uitnodiging was ik bij de opening van een soort tentoonstelling. Hij heeft 40 mensen uit zijn netwerk van bestuurders gevraagd een beeld en een paar regels tekst op te sturen. Waarover? Dat bepaal jij. Typisch Eelco. Dat heb ik ook gedaan en het resultaat hangt als poster aan de wand van galerie Haags. Dat is leuk, maar ik ben er vooral voor Eelco en de mensen van het Ministerie van Verhalen. Met hen ga ik optreden als onderdeel van een bijzonder traject voor de gemeente Culemborg.

Ik heb een reeks interviews afgenomen en die vertaal ik richting een trendrede, een visieverhaal en heel palet aan sessies. De initiatiefnemer en grote man van het geheel is dus Eelco. Beide waren wij onderdeel van het groepje van slechts 12 mensen die toen in Leiden bestuurskunde (officieel: juridisch-bestuurswetenschappen) deden. Hij was een creatieve PPR-aanhanger die zich volgens mij wel eens bezondigde aan graffiti en ik een saaie op inhoud gerichte CDA’er, maar het klikte toch.
Als je elkaar na al die jaren weer ontmoet, zie je er beide niet meer zo goddelijk uit als toen, maar de persoonlijkheden daaronder zijn in de kern nog hetzelfde. Ik moet zeggen dat zijn nieuwe vorm van beleidsgraffiti volgens mij leuker is dan toen en zeker langer blijft plakken – in het beleid. Hij vertaalt nu alles in beelden en muziek. In plaats van ‘workshops’ of iets dergelijks organiseert hij ‘tentoonstellingen’, geholpen door een team van mensen dat woorden vertaald in tekeningen, posters of een lied. Voor dat lied had hij de muzikant, Feico.

Dinsdagavond was de eerste van twee grote bijeenkomsten met de gemeente Culemborg. Overdag had ik een training gevolgd om mij verder te bekwamen als kwaliteitsbeoordelaar in het kader van een Europees kwaliteitsinitiatief, EFQM. Na eerst de knop stevig om te zetten, haastte ik mij vanuit Baarn naar Culemborg, ondertussen mijn trendrede repeterend in mijn hoofd. Ik hoopte dat ik niet teveel files zou hebben. Voor mij zou Feico optreden met het Groot Niet Te Vermijden Culemborgs Koor en het Lied van Culemborg zingen, waar ik wat teksten voor had aangereikt. Daarna zou ik mijn trendrede doen.

Gelukkig was ik op tijd in het oude stadhuis. In de zaal liep ik naar Eelco. Zijn gezicht stond op ontdaan. Feico is er niet. We hebben bericht gekregen dat hij twee zware Tia’s heeft gehad en zijn artsen zijn somber.
Eelco is een professional, wij zijn professionals. We beginnen gewoon. Later die avond, als het past, vertelt Eelco de mensen in de zaal over Feico en het lied. Samen met Bart, zijn fantastische vervanger, hebben we het lied alsnog gezongen. De mensen in de zaal zongen goed mee, maar niet zoals het bedoeld was, uit volle borst. Begrijpelijk genoeg – kan je dit nog vrolijk zingen? Tot aan het einde, toen klonk het door.

– o –

Het is nu zaterdag. We krijgen via Eelco het bericht dat hij niet meer zal herstellen. Ik moet aan een kleine twee jaar geleden denken. Na elkaar lang niet te hebben gesproken, zou ik een nieuwe activiteit met Herma Boom gaan opzetten. Opeens kwam het bericht dat ze was omgebracht. Nu weer iets dat er enigszins op lijkt. Ik trek het niet naar mezelf toe, zo simpel zit het leven niet in elkaar. Het doet je wel nadenken, voelen. Aan een blog schrijven. Aan gitaarspelen denken. Ooit heb ik een blauwe maandag gitaar gespeeld. Aan mijn eigen spel denk ik liever niet terug, maar ik hou nog steeds van dat moment dat je een gitaar beetpakt, het gewicht ervan voelt, je handen er omheen zet en het eerste akkoord speelt. Feico heeft heel veel liederen gespeeld, maar ik ben met hem dan toevallig nooit verder dan dat eerste akkoord gekomen. Dat was wel een mooi akkoord.

 

Hij stelt en stemt de snaren bij
Iets strakker, dan weer losser
Omarmt de hals en glijdt met
vingers over fretten
Maakt een brug en zet
zoekend
een eerste akkoord
terwijl de vingers van zijn hand
los en nog gesloten over snaren
vallen
De kast geeft alles
met een volle klank
terug. Gul, het begin
van een lied

Ik ben de luisteraar
naar het lied
Ik ben de fluisteraar:
zeg de woorden, zing ze niet
Tik wel op mijn knieën
de maat
van dat lied
En klap tot slot
een vol applaus
voor dat lied

 

Peter Noordhoek

 

Opgedragen aan Feico de Leeuw

De conservatieve revolutie. Over democratie, regio’s, burgemeesters en economen

Zoals voorspeld is het een ‘nee’ geworden in het Schotse referendum, maar daarmee is het nog niet gedaan. Nu begint het pas. En er speelt nog meer. Het Schotse referendum, een conferentie van burgemeesters en de frustratie van een econoom leidt hier tot een beschouwing over democratie. Komt de democratie onder druk te staan? Heeft Frank Underwood gelijk als hij zegt ‘Democracy is overrated?” Nou … Hoe dan ook: Europa beleeft een conservatieve revolutie.

Een voorspelling

Elke keer als ik met enige stelligheid een voorspelling doe is het billen knijpen. Zeker vorige week zondag, toen er echt een meerderheid voor een ‘ja’ voor Schotse onafhankelijkheid leek te komen. Maar eigenlijk is het ook weer niet zo moeilijk: men neme de laatste peiling en daar trek je dan vervolgens wat vanaf voor de kant waar de ‘emostemmers’ zitten: doorgaans de jongere, laag opgeleide stemmers. Dat heeft het voordeel dat je dan ook gelijk corrigeert voor mogelijke mediahypes.
Zo ook nu. ‘Nee’ werd het, zoals voorspeld. Of misschien wel een ‘misschien’, een ‘maybe’; een slimme calculatie dat de Tories voldoende concessies hebben geuit om er zeker van te zijn dat de Schotten er op vooruit zouden gaan en dat de machthebbers in Londen niet meer op hun schreden terug konden komen. Hoe dan ook, de realisten die afscheiding te ver vonden gaan hebben gewonnen.

De behoudgeneratie

En daarmee hebben eerst en vooral de ouderen gewonnen. Was de jongste generatie met ruim 70% voor afscheiding, de babyboomers en ouderen waren met zo’n 70% tegen. Dat zegt wat: de protestgeneratie is de behoudgeneratie geworden. En omdat dit zal gelden voor een groot deel van Europa, in ieder geval het Noordelijk deel, moet gevreesd worden dat we een meerderheid van de bevolking hebben die elke vorm van ingrijpende verandering tegen zal houden. Gevreesd – want het betekent dat precies het systeem dat er voor zorgt dat we ons kunnen aanpassen aan noodzakelijke verandering die verandering nu kan gaan tegenhouden. Schermafbeelding 2014-09-21 om 21.33.03 Ik heb het over democratie. Daar wil ik het in deze blog over hebben. Ik kijk naar het effect van het Schotse referendum en ik kijk naar wat er in Amsterdam gebeurde: daar kwamen in het stadhuis een groot aantal burgemeesters vanuit de hele wereld bij elkaar. Het heeft nog geen procent van de media-aandacht gekregen die de Algemene Beschouwingen in Den Haag kregen, maar het is misschien wel relevanter. Over die burgemeester wil ik het hebben, maar ik wil het ook nog over de toekomst van de regio’s hebben, want dat heeft er alles mee te maken en ik wil het ook nog hebben over het advies van economen – oh, oh dat wordt weer een te lange blog. Want eigenlijk wil ik het vooral hebben over democratie.

Liever veraf dan dichtbij

Je zou namelijk kunnen zeggen dat de overwinning van het ‘nee’ juist een overwinning is van de democratie; een teken van vitaliteit en redelijkheid. Die kant zit er inderdaad aan. Met een hoge opkomst en hoge betrokkenheid, maar zonder enig spoor van geweld. Zo zou het moeten. Ook bij andere regionaliseringen in Europa hoef je geen zorg voor de democratie te hebben, zelfs niet in Catalonië. Sterker nog: voor alle landen waarin seperatisten geen terroristen worden genoemd (lees: Oekraïne) is democratie de geëigende manier om tot zelfstandigheid te komen. Op dat punt is er geen dreiging.

De dreiging komt in de gevolgen ervan. Verzelfstandiging is in de praktijk geen keuze voor isolement. Het is vooral een wens om tot een verschuiving naar een nieuwe positie binnen een groter geheel. Naast een versterking van de eigen machtspositie wil men de grote macht dichtbij inruilen van een grotere macht verder weg: Brussel voor Londen. Voor de Schot geldt: liever Europees dan Brits, Voor de Bask geldt: liever Europees dan Spaans, voor de Limburger geldt: liever Europees dan Haags. Dat betekent dus dat de oude centra waarin het democratische theater werd opgevoerd – de landelijke hoofdsteden – hun krediet kwijt zijn geraakt. Wat er afgelopen week is gebeurd in Groot-Brittannië kan als een breuk met de trend van centralisering worden gezien, of als een afscheid van oude politieke elites. Via de weg van de democratie wordt om de oude democratie heen gecirkeld. Dan komen er direct twee vragen op: werkt dat en wat komt er voor in de plaats?

De burgemeester als premier

In Amsterdam werd afgelopen vrijdag aan een alternatief gewerkt. Wat als burgemeesters ons gaan regeren? Geïnspireerd door een boek van Benjamin Barber, zien de grote steden in deze wereld zich steeds meer de rol van landen overnemen. Wereldsteden zijn het diverse, creatieve middelpunt van de wereldeconomie aan het worden. Steden kunnen uitvoeren wat landen niet meer lukt. En misschien is dat wel zo omdat ze geleid worden door burgemeesters die zich vanuit hun rol niet bezig houden met politieke spelletjes. Ze zijn op de inhoud, op de uitvoering gericht, want dat bepaalt de positie van hun stad. Dat maakt ze bij uitstek geschikt om leiding te geven als de democratie overal elders lijkt te falen. In Amsterdam is een internationaal congres van burgemeesters gehouden waarin de vraag centraal stond of burgemeesters een (nog) meer geprofileerde rol moesten gaan spelen. Schermafbeelding 2014-09-21 om 21.37.28
Barber was erbij aanwezig en zei: het kan niet anders. Samen met de Universiteit Leiden gaat hij nu verder voorstellen ontwikkelen. Voorzichtiger geluiden zijn er ook geweest. Hoe dan ook: net als bij de regionalisering, komt ook uit vrijstad Amsterdam het signaal dat we bewegen richting andere vormen van sturing en dat de huidige manier van democratische besluitvorming eerder een inefficiënt circus is dan iets anders. Maar waarheen dan wel? Ik betwijfel dat een collectief van burgemeesters een realistisch alternatief kan vormen voor de huidige vorm van democratie. We zijn geen Singapore aan de Rijn, hoe graag velen dat ook zouden zien. Er zit iets sentimenteels in het verlangen naar oude gezagvolle mannen dat niet rijmt met de samenleving van nu. Ik ga er maar van uit dat deze burgemeesters slim genoeg zijn om niet hun eigen nederlaag te organiseren en dat ze dicht blijven bij wat ze nu al doen. Het heimwee van inwoners naar gezagvolle mannen is wel iets om goed te begrijpen.

De econoom en de domme burgers

Maar zo blijf je wel worstelen met de manier waarop we tot nu toe onze democratie inrichten. Dat kwam ook tot uiting op diezelfde vrijdagmiddag op een jubileumbijeenkomst van 65 jaar SEO, een bureau voor economisch onderzoek. De bijeenkomst ging over de relatie tussen economen en politici. De eerste spreker was Coen Teulings en op de keper beschouwd had hij meer moeite met de kiezer dan met de politici. Want wat is het geval? Ik probeer het simpel te houden: volgens de meeste economen – met Krugman als sterkste vertegenwoordiger – is de reden dat we uit de maar niet uit de crisis komen een kwestie van vraaguitval: we besteden te weinig. In een ‘balansrecessie’ als deze, is het dan eerst en vooral aan de overheid om het voorbeeld te geven en door een groot aantal bestedingen de economische motor weer op gang te brengen. Schermafbeelding 2014-09-21 om 21.39.53
Als zoveel economen deze analyse delen, met kracht van vele argumenten, waarom doen politici daar dan niets mee? Volgens Teulings ligt dat aan de kiezer. Die moet namelijk niets hebben van ‘potverteerders’ en bewonderen elke minister van financiën die zegt dat hij zuinig zal zijn. Anders dan wel een gedacht wordt, volgens Teulings, geeft de gemiddelde kiezer alleen krediet aan politici die zuinig zijn. In deze tijd is dat een drama van de eerste orde.
Ik weet niet of hij gelijk heeft. Teulings was zo fair om ook aan zijn eigen standpunt te twijfelen, maar zijn argumenten waren bar sterk. Dus opnieuw kwam het gevoel op dat we met onze democratie de verkeerde kant op worden gestuurd. Waarom zijn wij burgers toch zo dom?

Drie keer is scheepsrecht

Drie keer is scheepsrecht. Drie keer in een week iets dat mij doet twijfelen over de meerwaarde van de traditionele democratie. En als je dan op vrijdagavond naar House of Cards kijkt en recht aangekeken wordt door Frank Underwood die jou zegt: ‘Democracy is overrated’, dan denk ik: hier is wel wat aan de hand. Maar wat?
Of het nu om regio’s, burgemeesters of kiezers gaat – eigenlijk heeft het weinig met democratie te maken. Wat ik zie zijn: ouderen die koel calculeren, inwoners die gewoon goed bestuur willen en burgers die zich niet tot spilzucht laten verleiden. Er is een soort conservatieve revolutie gaande, ondersteund door demografisch tendensen en de dilemma’s van glokalisering. Dat gaat zeker tot aanpassingen leiden, maar in geen van de drie ontwikkelingen proef ik dat het de democratie zelf is die ter discussie staat. Waar het wel over gaat is een democratie die aan het aanpassen is. Mijn gok: die gaat omlaag: regio’s en steden – en die gaat omhoog: Europa. Beide zijn aan de orde. En ondertussen passen we ons allen aan bij een hogere leeftijd en een lagere dynamiek. Het is niet anders. Dit is een conservatieve revolutie van dezelfde orde en intensiteit als de progressieve revolutie van de jaren zestig. Wow, man.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

Britse drama’s: ook bij een ‘Nee’ gaat Schotland schuiven

Het lijkt spannend te worden: gaat Schotland voor onafhankelijkheid kiezen? Ik vertrouw de polls niet en denk dat de eenheid in het min-of-meer-verenigd koninkrijk bewaard zal blijven, maar het is ook niet niets wat er daar gebeurt. In deze blog trek ik de parallel met Ierland en doe dat in de vorm van een persoonlijk vakantieavontuur in Ierland. Voor wie dat persoonlijke verhaal wel gelooft: lees verder bij paragraaf:

De duivelsladder op

We beginnen ontspannen aan de wandeling. Stap voor stap wordt voet na voet, maar het klimmen verloopt gestaag genoeg. Plateau na plateau krijgen we meer van de bergen te zien. Geen hoge bergen, maar toch majestueus en een tikkeltje mysterieus door flarden van regenwolken die over de bergen heen naar beneden zakken. We hebben het, zo zou ik later horen over de bergketen waarvan je de naam moet proeven om hem te waarderen: de MacGillyCuddy Reeks, op de grens van County Derry, aan de westkant van het groene land.

IMG_0220

Na twee uur stevig wandelen komen we onderaan de ‘devils ladder’ aan, op weg naar de top van de hoogste berg van Ierland, op 1040 meter. We zien de duivelsladder als een nauwe geul die van beneden naar bijna bovenaan de berg loopt. Kennelijk heeft de geul nooit kunnen kiezen of het nu een waterval of een rivier wil zijn. De geul heeft zich tot bijna bovenaan helemaal met rotsblokken gevuld. Dat is onze ladder. We klimmen omhoog. Het gaat. Het is eigenlijk heel leuk. Veel mensen zien we niet. Daar is het weer ook niet naar, alhoewel het op lijkt te knappen. Een Zwitsers echtpaar komt ons al dalend tegemoet en zegt in het voorbijgaan dat ze het weer niet helemaal vertrouwen. We overleggen en nemen ons voor bij het eerste teken van een alsnog dichttrekken van de bewolking weer naar beneden te gaan. We vervolgen onze imitatie van een berggeit. IMG_0227

Bovenaan de duivelsladder is het alsof er sporten zijn weggeslagen. De rotsen zijn stenen geworden en de stenen weer gruis, nat gruis dat onder je voeten rolt en slipt. Maar we redden het en klimmen door de geul naar boven. Iets om liever niet dalend te moeten doen, zo zeggen we tegen elkaar, terugkijkend, terwijl onze zweetdruppels ver naar beneden vielen. Daarna kijken we omhoog. Onder een blauwe lucht zien we het laatste stuk naar de top. Het blijkt nog een aardig stuk klimmen, maar moeilijk is het niet. Boven gekomen, rond een uur of drie in de middag, feliciteren we onszelf met een bruine boterham met kaas. Niets lekkerder.

Volg de gids

Hoe terug? We willen de duivelsladder vermijden. Op onze kaart staat een enkele alternatieve route aangegeven, maar hoe steil verlopen die? Een man en zijn zoon is andere bergbeklimmers de weg aan het wijzen. Waarom hem niet gevraagd? Hij blijkt een ‘local’ te zijn. Hij straalt uit dat hij de berg kent. Hij begrijpt in ieder geval wat we bedoelen en geeft aan waar de alternatieve route is: terug richting de duivelsladder, maar er niet in. In plaats daarvan moeten we de bergketen aflopen. Na een tijdje volgt dan de afdaling naar beneden, richting de toegang tot het gebied en niet naar de andere kant, de Black Valey-kant, waar niemand woont. De pad is niet moeilijk te herkennen. Maar weet je wat, zo zegt hij in zijn mooie Ierse tongval, mijn zoon en ik lopen wel mee. Leuk!

Hij voorop, zoon ernaast, wij er achteraan. Naar beneden, van 1040 terug naar zo’n 940, daarna weer omhoog, terug naar zo’n 1000 meter. Het is zwaar, steil lopen. In het begin over een groene, modderige bergrug met steile hellingen aan weerszijde, niet goed voor mijn latente hoogtevrees, daarna een breed waaierend rotsig pad omhoog naar de volgende top. Inmiddels begint de lucht dicht te trekken. De man houdt ons ondertussen bezig met spannende verhalen over zijn eerdere bergavonturen. Een vrolijke Ier, vol kracht en energie. Duidelijk met de zon van huis gegaan, met korte broek en gymschoenen onder zijn voeten. Kan allemaal. Steeds heeft hij aandacht voor zijn zoon van tien en zorgt ervoor dat hij door blijft lopen. Hij heeft alles wat voor een wandeltocht nodig is – alleen geen bergpad omlaag. Na deze bergtop gaan we weer omlaag, maar zien daar geen pad opzij gaan. De volgende top dan maar nemen. Omhoog weer, omlaag weer.

Zo lopen we vier bergtoppen op- en weer af. Geen van de net-geen-paden die we zien lijkt ergens naar toe te lopen. Ondertussen zijn we over de toppen heen ver de McGillygully-keten afgegaan en dalen nergens onder de 900 meter. Het verhaal lijkt te stoppen als onze gids uiteindelijk een pad denkt te ontdekken maar ook dat pad stopt. Misschien maar goed ook, want volgens ons gaat hij een pad af dat aan de verkeerde kant van de berg lag. Terug naar de top geklommen is hij in verwarring, maar wil dat niet toegeven. Wij leggen kaart en kompas erbij, maar komen er niet uit met hem. Ver weg horen we een donderklap. Het is laat geworden. Niet alleen de wolken, maar ook de vallende avond dreigt het donker te maken. Bij mij komt de gedachte op dat het beter is terug te keren en toch de duivelsladder te nemen, maar het is zaak bij elkaar te blijven en dit zijn wel zijn bergen. Hij moet dus zelf de beslissing willen nemen. Ik neem een gok.

‘Er kan er maar één de baas zijn in een situatie als deze’, zo zeg ik, ‘en dat ben jij’. Hij knikt, draait zich om en gaat ons voorlopen in de richting die volgens ons – maar wat weten wij? – de verkeerde is. Hij doet dat slechts een paar honderd meter en draait zich dan aarzelend om. ‘Sorry, I’m lost’. Ik leg hem de keuze voor tussen hier ergens gewoon, maar dan aan de goede kant, op zoek gaan naar een pad of om terug te gaan. De keuze is snel gemaakt: we gaan terug.
Gelukkig heeft hij grote reserves aan energie en pure positiviteit. Binnen een paar minuten vertelt hij er over als een prachtig avontuur aan zijn zoon. Die houdt zich geweldig. Dat zou ik hem niet hebben nagedaan op die leeftijd. Knap. IMG_0238
Ondanks de vermoeidheid lijkt de terugweg sneller te gaan dan de heen weg. We weten nu een paadje om de hoogste top heen te vinden en dat scheelt tijd. Terug bij het modderige deel heb ik een onoplettend moment en glij onderuit. De modder druipt over de volle lengte van me af. Omdat iedereen het jammer vindt mijn glijpartij niet te hebben gezien, maken we er maar het moment voor een groepsfoto van (gelukkig staat de foto met mij er op nog op zijn toestel). We zijn vlak bij de duivelsladder – en een waterig laat zonnetje breekt door.

Naar beneden

Wat volgt is een lange klim naar beneden. In het begin zet je je schrap tegen alles wat je maar kan vinden, daarna is er voldoende houvast aan de rotsblokken te vinden en is het de uitdaging om je schoenen goed en zeker weer ergens neer te zetten – of ervoor te kiezen op je kont naar beneden te gaan. Na een ruim uur dalen zijn we op het punt gekomen dat we kunnen zeggen dat we de ladder hebben afgedaald. Je werkt naar zo’n punt toe alsof dat het moment is dat je de finish hebt gehaald. De werkelijkheid dat er nog een paar uur te lopen is en de schemer valt.

De manier om daar mee om te gaan is om het gewoon te doen. De weg is wel hobbeliger en gruiziger dan je je herinnert van de heenweg. Op een gegeven moment doet het me denken aan de uitspraak van de bokser Mohammed Ali: ‘It isn’t the mountains that wear you out, it’s the pebbles in your shoe.’ Wat wel scheelt is dat de weg nu breed en makkelijk genoeg is om niet de hele tijd achter elkaar aan te lopen. Als vanzelf komt nu het gesprek met onze Ier op gang. Dat gesprek is tegelijk mijn voorzet voor mijn denken over de ontwikkeling in Schotland en hier laat ik dus ons verhaal voor wat het is. Volstaat het om te zeggen dat we in het donker bij onze auto aankomen en hartelijk afscheid nemen van elkaar. Zo’n 14 uur nadat we van onze cottage waren vertrokken, komen we weer aan. De whiskey daarna smaakt goed, zo goed.

Een Iers perspectief

Nee, het ging nog steeds niet zo goed in de bouw, zo beaamt hij. Onze stomme fout is geweest, zo zegt hij, dat toen de vraag explodeerde, we overal dezelfde dingen zijn gaan bouwen en dat was fantasieloze rotzooi. We wisten eigenlijk niet wat we met ons geld moesten doen, hadden geen besef van kwaliteit. Nu leren we onze les, maar is er geen ruimte meer om die les toe te passen.

Dat alles naar aanleiding van een vraag over de EU. Hij gaat niet afgeven of schelden, hij geeft zichzelf en de andere Ieren de schuld. Het is knap zoals hij begrijpt dat je een goed werkend land niet zomaar uit de grond stampt of van een ander krijgen kan. Europa is een gegeven voor hem, net zoals het feit dat de euro het betaalmiddel is en de kilometer de afstandsmaat. Alleen de vanzelfsprekendheid van het linksrijden is gebleven. Gevoed door het lezen van een boek over de geschiedenis van Ierland, begin ik over de Engelsen. Hoe kijkt hij nu naar ze? Maar hij hapt niet en zegt zoiets als dat we nog veel van ze kunnen leren. ‘Ik kom er graag’, zo zegt hij. Zouden jullie ooit nog weer eens onderdeel van het verenigd Koninkrijk kunnen zijn, zo vraag ik. Hij ziet het niet zo snel gebeuren, maar ach, we doen nu ook al weer mee aan de Commonwealth Games. Toch: we zijn nu vooral onderdeel van Europa en zo willen we dat houden.

Een vergelijking

Of deze Ier representatief is voor Ierland zou ik niet weten. Ik weet uit ervaring dat hij de weg wel eens kwijt raakt. En toch ben ik geneigd hem te geloven in zijn rustige benadering. Daar heb ik deze redenering bij. Ierland heeft zichzelf met geweld losgemaakt van het loshandige moederland. Het heeft decennia geduurd voordat dit gevoel is gaan slijten, maar zowel het EU-lidmaatschap als de crisis hebben ervoor gezorgd dat een gevoel van eeuwige dreiging verdwenen lijkt. Het is als een kind die lang genoeg uit huis is om niet bang te zijn om terug in het huis gelokt te worden als ze weer eens op bezoek komt.
De situatie met Schotland is wezenlijk anders. Het is juist omdat er geen hard conflict is dat de Schotten denken wel weg te kunnen uit het innig verband. Daar gaat het niet meer om een moeder – kind relatie. Eerder om een relatie tussen twee echtelieden die al te lang samenzijn. Het respect voor elkaar is weg en tegelijk de Schotse partner in het huwelijk zich verwaarloosd. Dat gevoel gaat diep – en tegelijk is het een oppervlakkig gevoel. De Schotten zullen er geen bloed voor willen laten vloeien, een enkele gek daargelaten. Het is geen wonder dat de belangrijkste krant van Canada – waar meer doedelzakspelers zijn dan in heel Schotland – daarom wat bestraffend schreef: “You can’t improve your marriage by getting a divorce.”
De gemoederen lopen nu hoog op, maar ik denk dat de mannen die nu om onafhankelijkheid vragen – de vrouwen schijnen er een stuk nuchterder bij te zijn – uiteindelijk ook wel bij zinnen komen. Mijn voorspelling is dus dat op de referendumvraag naar een onafhankelijke Schotse vraag een nee zal volgen.

Problemen, ook na een ‘Nee’

Maar pas op: ook bij een 40% of zelfs maar 30% nee-stemmers gaat er al iets gebeurd dat onomkeerbaar is. Dat effect zal tweeledig zijn en juist omdat er geen ‘hard’ conflict tussen Schotland en Engeland onder zit zal het als het ware naar binnen slaan: een langzaam maar zeker vormgeven van het anders zijn. Schotland zal meer economische en juridische bevoegdheden krijgen en gebruiken. Engeland zal zich als aparte entiteit ook willen onderscheiden en op z’n minst in het kader van de ‘devolution’ een eigen parlement willen. En oh ja, Wales en Noord-Ierland willen dan ook niet achter blijven.

Wie of wat staat dan nog voor Groot-Brittannië? Langzaam maar zeker zal een minder-verenigd Koninkrijk gaan lijken op haar eigen Commonwealth; een vreedzaam maar niet zo effectief verband waar men wat identiteit aan kan ontlenen en niet veel meer. De Canadezen bezien de huidige discussie met de nodige humor en bevelen een alternatief aan wat voor hen al werkt maar voor de Engelsen nog een vloek is: federalisering.

Geen misverstand: Engeland zal zich meer dan ooit als anti-Europees gaan opstellen en het de Schotten nog klap lastig maken. Tegelijk heeft het minder en minder te vertellen. De werkelijkheid is deze: de toekomst behoort ten goede of ten kwade aan de regio. Laten we hopen dat er een Europa is waarin alles zich nog verenigd. Ondertussen denk ik dat Schotland en Engeland samen de MacGillycuddy Reeks afgaan. Op en neer, op en neer.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

IMG_0235

Het moet anders met de provincies! (en de gemeenten)

Het lijkt wel alsof alle bestuurlijke aandacht nu uitgaat naar de decentralisaties in het sociaal domein. Hoe terecht ook, het is de vraag of al die aandacht de decentralisaties uiteindelijk beter doet verlopen. Daarom – en ook omdat we in de aanloop naar provinciale verkiezingen zijn, nu eens aandacht voor twee merkwaardige denkfouten. Pas op: omdenkgevaar!

  • De eerste denkfout is die van provincies ‘die zich concentreren op hun kerntaken’. Dat klinkt wijs, maar strategisch slaat het nergens op. Het is een onzinnige stap richting einde verhaal.
  • De tweede en grotere denkfout is die van gemeenten die aan schaalvergroting doen. Laat het hardop gezegd zijn: wij Nederlanders, voor zover we iets willen, willen schaalverkleining, geen vergroting. Ja, het is gehoord, er zijn allerlei goede redenen om juist naar groter te gaan, maar voor gemeenten is dit een weg die nergens toe leidt behalve van de burger vandaan. Schaalverkleining moet het zijn.

Er is een alternatief. Door de andere kant op te redeneren hervinden provincies en gemeenten juist weer hun kracht. De gedachte is om gemeenten kleiner te gaan maken, maar democratische krachtig te houden. Zij worden de opdrachtgevers en mandaatgevers voor provincies die weer een volledige huishouding kennen, maar vooral fungeren als uitvoerders voor hun vele kleine gemeenten. De tussenlagen kunnen worden opgeruimd.

De tijd rijpt

In 2010 heb ik, samen met Rob Lambrichs de Bruine van Twijnstra Gudde, een aantal interviews afgenomen van provinciale bestuurders en ambtenaren, te vinden op o.a. www.northedge.nl. Provincies lijken naar het verdwijnpunt te gaan, hoe komen ze, zo was onze vraag ‘voorbij het verdwijnpunt’? De tijd was toen niet rijp voor een ander geluid dan het ‘concentreren op de kerntaken’, maar naar aanleiding daarvan kwam bij mij deze lijn van een andere relatie tussen provincies en gemeenten naar boven. Die tijd is er nu ook nog niet rijp voor, al was het maar omdat iedereen behoorlijk dood gepraat is over de toekomst van de provincies. De komende verkiezingen veranderen daar weinig aan. Echter, wat er nu in gemeenteland aan het gebeuren is, raakt dieper. Het vastlopen van de schaalvergroting in gemeenteland zal, zo is mijn veronderstelling, er over een paar jaar voor zorgen dat we weer met frisse blik naar de rolverdeling tussen provincie en gemeente gaan kijken. Ik neem een voorschot, startend bij die denkfouten en beginnend in gemeenteland.

Grenzen voor glokalisering

In geen ander land gaat de schaalvergroting sneller dan in Nederland. Onderzoek na onderzoek laat zien dat voor elk probleem dat je er mee oplost er nieuwe voor in de plaats komen. Per saldo levert het niet of nauwelijks besparingen op, ook niet voor de rijksoverheid. De neveneffecten zijn groot, waaronder het uitstel van andere hervormingen. De zoektocht naar een alternatief leidt vooral tot ondoorzichtige, nauwelijks democratische samenwerkingsconstructies. De ironie is groot: juist de pogingen tot het dichter bij de burger organiseren van de dienstverlening leidt zo tot een van de burger af organiseren van die dienstverlening. Digitalisering zou een alternatief kunnen zijn, maar ook dat roept ironie op als blijkt dat gemeenten nog geen afscheid kunnen nemen van Windows XP. Ondertussen wordt de behoefte aan een kleinere wereld met persoonlijk contact alleen maar groter. De grens voor glokalisering laat zich niet op 300.000 inwoners zetten.

Taken op zoek naar taken

De provincies hebben, zoals dat heet ‘ingezet’ op hun ‘harde kerntaken’. Nu leek dat na de projectinflatie van het begin van deze eeuw– effectief, maar wat eenzijdig aan de kaak gesteld door Klaartje Peeters – ook wel logisch. Maar is het echt zo logisch? Provincies, vooral in de Randstad, reduceren zich daarmee tot weinig slagvaardige concurrenten van ministeries, waterschappen en uitvoerende diensten als Rijkswaterstaat. Provincies met een sterke regionale identiteit promoveren zichzelf ermee weg uit hun provincie, want identiteit laat zich vooral juist in de kleine dingen vinden. En ondertussen valt te zien hoe in een provincie als Friesland een herindelingscircus leidt tot gemeenten met een gigantisch grondoppervlak, maar met een aantal inwoners waarvan de ‘deskundigen’ zeggen: oh, die moeten nog groter worden willen ze alle uitdagingen aankunnen. Hoe dan? Door ze de schaalgrootte van een provincie te geven? Met alleen kerntaken?

Warm en ruis-loos

Waarmee we weer terug zijn bij de denkfouten uit het begin. Die denkfouten komen ergens vandaan. In een poging tot zuiverheid wordt gepoogd om zaken te versimpelen (‘kerntaken’) of slagvaardiger te maken (‘schaalvergroting’). Dat zouden goede antwoorden zijn als de vraag simpel was. In werkelijkheid is die behoorlijk paradoxaal. Waan wat willen we van onze overheid? Vat de vraag maar samen in zowel een vraag naar een warme vertegenwoordiging als die naar een ruis-loze uitvoering. In elke visie op het bestuur moet tegelijk het antwoord op beide vragen zitten. Kerntaken en schaalvergroting zijn alleen pogingen om tot een ruis-loze uitvoering te komen. Mislukt dus, want slechts een half antwoord.

Begrijpend samenspel

Provincies hebben nog wel degelijk iets in zich dat zorgt voor een gevoel van warme vertegenwoordiging. Zelfs in een provincie als Zuid-Holland is dat het geval. Als er keuzes moeten worden gemaakt, dan moet dat gevoel echter in de eerste plaats worden gezocht op het niveau van regio’s en kernen (met Nederland als regio binnen Europa).

Vooral op het niveau van de kern en wijk – wat vroeger de gemeente heette – is dat mis gegaan: ‘je kent elkaar niet meer’. Daar zit vals sentiment in, maar er wordt niet voor niets zoveel over de menselijke maat gesproken. Daar hoort het democratisch gesprek, de zeggenschap, thuis. Dus ook het opdrachtgeverschap voor wat er daarna moet gebeuren. Het is echter een misverstand en niet meer van deze tijd dat dit allemaal ook op datzelfde niveau zou moeten worden uitgevoerd. Als dat de veronderstelling is, dan nu ook direct alle iPads en andere digitale platformen uit raadzalen en buurthuizen verwijderen. Nee, het antwoord moet worden gezocht in wat het beste een begrijpend samenspel kan worden genoemd. Plak geen koude systemen op elkaar. Ga op zoek naar wat elkaar al snapt en pas dat aan. Veranderen kan het beste op een stabiele basis.

Uitvoering

Vandaar weer een echte rol voor de provincie. Anders, maar niet minder (h)echt. Teveel zijn we op zoek gegaan naar wat nieuw is. Laten we zoeken naar wat nog van waarde kan zijn. Dan zijn de provincies zo gek nog niet. Ze zullen veel minder de rol van het magere beleids(armpje) van de rijksoverheid vervullen. Uitvoering moet de kracht worden. Die kant gaat het al op met de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s), hoeveel er ook nog moet verbeteren. Dat kan ook als je ziet hoe vitaal de rol van de provincies is rondom de (jeugd)zorg taken. Met nauwelijks publicitaire problemen kan je zeggen dat de provincies deze vier jaar juist degenen zijn geweest die hun verantwoordelijkheid hebben genomen en gemeente geholpen hebben om datzelfde te kunnen doen. Het is raar om dat juist in een proces van afbouw te zien gebeuren, maar als je dat ziet gebeuren denk je: zo zouden provincies en gemeenten vaker moeten samenwerken.

Een pleidooi

Het zal nu nog niet gebeuren. Tot aan de provinciale verkiezingen in maart gaan we met opgewekt gemoed zeuren over overbodigheden en democratische tekorten. Ondertussen slibt ons land dicht met overgangsmaatregelen en tussenconstructies, iets waar we in het algemeen wel over klagen, maar in het concrete niets aan doen.

Dit een pleidooi voor verkleinen en vergroten. Voor herontdekken van wat we kennen en voor het omdraaien van rollen. Voor gemeentes die teruggaan naar de kern, voor provincies die uitvoeren waar de kern om vraagt.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek