Maandelijks archief: juli 2014

Palmerston en het begin van het eerste mediatijdperk

Kent u Lord Palmerston? Denk aan Engeland, denk aan de British Empire, Queen Victoria, the Houses of Parliament. Denk ook aan whiskers, van die enorme bakkebaarden. Palmerston had de mooiste. Denk aan de bankiers in Mary Poppins, aan de film David Copperfield. Heeft u de beelden? Goe..

Oh jee. Wat heb ik nu gedaan? Niets van wat ik u net heb gemeld is op zich verkeerd. Maar die bakkebaardbeelden raakt u nu niet meer kwijt.

De man achter de bakkebaarden

Dat is in ieder geval het probleem bij Palmerston. Voor zover ze er zijn, overheersen de clichébeelden. Ik ben nieuwsgierig genoeg geweest naar de man om een recente biografie van hem te kopen. Na vroeger vooral de biografieën van Amerikaanse presidenten te hebben gelezen, ben ik nu met de Nederlandse en Britse biografieën bezig, waarbij ik steeds verder in het verleden terugga. Nu was Palmerston dus aan de beurt. En het fascinerende is dat deze biografie van David Brown is dat het waarschijnlijk voor het eerst een betrouwbaar beeld van de figuur geeft – na tientallen eerdere levensbeschrijvingen en bijna 150 jaar na zijn overlijden in 1865! Dus zo lang kan het duren voordat iemand precies in zijn tijd wordt geplaatst, in plaats van er op achterlopend – imperialistische aristocraat – of er op voor lopend – vooruitstrevende liberaal.

In technische zin is dit dus een interessante biografie, maar daarvoor leest u vast deze blog niet. Dat ik u er toch mee vermoei, is omdat in zijn levensbeschrijving in dubbel opzicht een element zit verscholen dat me heeft verrast en een bijzonder licht op onze eigen tijd werpt.

Stevens en Palmerston

Dat heeft met de Palmerston van 16 jaar oud te maken – en de leraar die hij toen kreeg. Als zoon van Britse adel had hij zijn middelbare school jaren op de kostschool Harrow doorgebracht. Logisch was dat hij daarna voor zou gaan naar Cambridge. Zijn ouders besloten echter tot een tussenstap. Zij hadden het vermoeden dat hun slimme zoon daar weinig kon leren en dus stuurden ze hem naar waar het op dat moment ‘gebeurde’: Schotland. In Edinburg was een betere plaats voor hem. Bij een van zijn leraren kwam hij 1800 in huis en bij die leraar – Dugald Stevens – begon een periode van drie jaar intensief leren. Deze Stevens – let op mijn VVD en D66 vrienden – moet zonder meer beschouwd worden als een van de politiek-theoretische denkers achter het beginnende liberalisme, een tijdgenoot van JS Mill en voorlopers van John Rawls. Dat is op zich interessant genoeg, maar wat zijn denkbeelden extra interessant maakt is het feit dat hij zijn lessen aan Palmerston gaf op het moment dat zich een revolutie voltrok: voor het eerst konden elke dag en overal kranten verschijnen, voor het eerst leek ook iedereen toegang tot dat nieuws te hebben. Londense kranten verschenen in Edinburg en andersom. Nieuws over de nieuwste veroveringen van Napoleon kon elke dag de voorpagina’s halen. Het kostte bijna niets meer en het enige wat je er voor moest kunnen was dit: lezen.

De eerste mediagolf

Het was de geboorte van de eerste mediagolf. Nieuws was opeens overal, of zo leek het. En net als nu rondom het internet ontstond een discussie over de vraag hoeveel ruimte de media moesten krijgen in het publieke debat. Velen in positie van gezag waren er snel klaar mee: niet. De nieuwe eigenaren van de kranten waren – zo was de gemeenschappelijke mening – niet van het juiste niveau. De media trokken duidelijk de meer schimmige figuren van de samenleving aan. Uitsluiten dus. Zoveel mogelijk negeren.

Stevens legde de jonge Palmerston iets anders voor. Zijn visie op ‘politieke-economie’ was rationeel, voorzichtig en gericht op geleidelijkheid, maar niet op afzijdigheid. Hij zei dat “though public opinion was now to be counted as a vital element in the body politic, this was to be no unmediated role.” Publieke opinie deed er vanaf nu toe, maar moest wel gehanteerd worden. Stevens nam dat als startpunt voor zijn opvattingen over democratie. De sleutel lag volgens zijn filosofie in de opkomst van een ‘verlichte meningsvorming’ die afhankelijk was van snelle communicatie en die de samenleving wezenlijk anders maakte. De pers had ‘emancipated human reason from the tyranny of ancient prejudices’. Op z’n mooist zei Stevens het zo (Brown, p. 33):

“Now when the effusions of the orator are, by means of the press, subjected to the immediate tribunal of an inquisitive age, the eloquence of legislative assemblies is forced to borrow its tones from the spirit of the times; and if it retains it’s ascendent in human affairs, it can only be lending its aid to a prevailing cause, and to the permanent interest of truth and freedom.”

Wow. Is er ooit mooier en optimistischer over de pers geschreven? De meer praktische les van Stevens aan de jonge Palmerston was deze: respecteer de publieke opinie. Doe je dat niet dan breng je de stabiliteit van een overheid en de relevantie van politici in gevaar.
Palmerston zou die les leren in het goede en het kwade.

Palmerston en Victoria

Palmerston zou 81 jaar oud worden. Daarvan zou hij zou hij ongeveer de helft doorbrengen als lid en leider van een kabinet. Daarvan weer ongeveer 15 jaar als minister van buitenlandse zaken en zo’n acht jaar als premier. De paar jaar dat hij niet in de politiek in doorbracht, dacht de rest van pers en politici ‘Wat zou Palmerston gedaan hebben?’.
Palmerston was een autocraat in een pure standenmaatschappij. Hij had er geen enkele moeite mee om voor de rest van de massa te denken. En tegelijk was zijn onderliggende doel wel degelijk ontwikkeling, vooruitgang en verlichting. Hij was een goede leerling van Stevens.

Dat was hij ook als het om de publieke opinie ging. Zijn invloed zou mede zo groot worden omdat hij beter dan wie ook inzag hoe de publieke opinie moest worden beïnvloed. Ook op de momenten dat het telde. De jonge koningin Victoria en haar echtgenoot Albert wilden per se meer greep op het beleid krijgen. Diplomatieke uitingen gingen (en gaan) altijd in naam van de vorst. De koningin eiste dus vooraf inzage in elk dispatch (brief), of dat nu in of uit ging. Dat was onwerkbaar voor Palmerston, maar de geest van de tijd was tot dan toe wel altijd dat de vorst voorging. Palmerston trok zich nauwelijks iets van Victoria en Albert aan. Zijn obstructie ging zover dat hij berichten nog eerder lekte naar de pers dan dat hij ze aan het paleis doorstuurde. Zo won hij. In de jaren daarvoor was hij niet te beroerd geweest om journalisten en complete kranten te kopen, in eigen land en daarbuiten. Hij omarmde dus de pers, maar stopte die pers ook in een partijpolitieke mal waar de Britse pers tot op de dag van vandaag niet uit is gekomen.

Bakkebaarden?

Fascinerend man, die Palmerston. Had hij bakkenbaarden? Ik zou het niet meer weten. Hij was fascinerend om andere zaken. En terwijl ik over hem las, probeerde ik te bedenken wie en hoe de nieuwste mediagolf door gaat werken. Wat is de politieke-economie van het internet. Wie is onze nieuwe filosoof, onze Stevens. En wie is, wie worden de Palmerstons van het internettijdperk? En kunnen we dat pas over 150 jaar duiden, of nu al?

David Brown – Palmerston. A Biography. Yale University Press, New Haven and London, 2010.

Naschrift 

Na het schrijven van deze blog kwam er het vreselijke bericht over het uit de lucht schieten van de vlucht van Malasian Airlines. Op meer dan 30 kilometer hoogte. Alles waarschijnlijk stil in het vliegtuig, niets aan de hand. En dan weg. Gruwelijk.

Hoe zou Palmerston hier naar kijken? Hij zou weinig twijfels kennen over de rol van Rusland, zo denk ik. Palmerston was nooit alleen van de media afhankelijk. Waarschijnlijk was hij al dag in dag uit bezig geweest met de crisis. In de westerse media zijn de laatste berichten over Oost-Oekraïne vooral gegaan over pogingen om tot een nieuwe wapenstilstand te komen, maar de werkelijkheid was al enige dagen dat de gewelddadigheden aan het escaleren waren tot een oorlog waarin Rusland volop met materiaal en meer participeerde. In de afgelopen weken zijn al meerdere vliegtuigen uit de lucht geschoten. Dat we daar in het westen weinig van hoorden ligt aan onze moeheid met het conflict, niet aan het conflict zelf. Het neerschieten van de vlucht vanuit Amsterdam zal dit voor het moment zeker anders maken.
Palmerston was de man die voor het eerst inhoud gaf aan de term ‘gunboat diplomacy’; het dreigend met een schip op een mogelijke conflicthaard afvaren. Achter de schermen werkte hij dan aan een diplomatieke oplossing waarin zoveel mogelijk gevoelens werden gespaard. Zelden kwam het tot een echt conflict, maar Palmerston was niet bang hier ver mee te gaan.

Het is verleidelijk om zoiets ook te wensen voor het conflict van nu. Escalatie is logisch. En tegelijk krijg je er geen passagier mee terug. Ik zie op het wereldtoneel nu ook niemand die deze rol van Palmerston geloofwaardig speelt – op Putin zelf na dan. Gruwelijke ‘incidenten’ als die van Maleisian Airlines laten zich niet als incident oplossen, zoveel is zeker. Het conflict in de Oekraïne zelf moet worden opgelost.

De kern van een audit is: luisteren

Now Hear ThisHet woord audit is afgeleid van het woord ‘luisteren’. Dus niet: zien. Ook niet: praten. Luisteren. Deze week mocht ik weer een opleiding voor auditors doen, dit keer voor toekomstige auditors van de openbare bibliotheken. Dat is genieten. Dat is ook puzzelen, want de bibliotheeksector is een van de vele sectoren waar je er niet meer komt met eens et ‘harde normen’. Hoe graag sommige binnen de sector ook houvast willen, de ontwikkelingen gaan te snel en de verschillen zijn te groot, om alles in een net netje van normen te vangen. De certificeringsnorm is dus nogal ‘open’. Ik denk dat dit niet alleen onvermijdelijk, maar ook goed is voor de sector. Het vraagt wel heel veel van de auditors en hun vermogen om op een volwassen wijze de norm ‘toe te passen’. Dat laatste is een mooie manier om te zeggen dat er veel op de interpretatie van de auditors aankomt. Om die reden ben ik blij dat de auditors anders worden geworven en er nu sprake is van een heus vorming van auditteams, maar het blijft een forse opgave voor elke audit.

Taken en bibliotheken

In juni is er door de Tweede Kamer een nieuwe Wet op het stelsel Openbare bibliotheken aangenomen en daarin krijgen de openbare bibliotheken een vijftal aansprekende taken. Door velen in de sector is reikhalzend naar deze wet uitgekeken: eindelijk duidelijkheid. Omdat de certificeringsnorm aanhaakt bij deze taken (ook wel ‘kernfuncties’ genoemd) en we hoe dan ook met de training van de moesten beginnen, besloot ik om de debatten mee te maken. Hopelijk kon ik er wat van leren over hoe deze taken geïnterpreteerd moesten worden, want met de concepttekst van de wet kon ik ook weer niet zoveel. Een bibliotheek die op de hoofdvestiging in meerdere mate 3-4 van de taken doet en op het niveau van de andere vestigingen er ook min of meer 1-2 doet, kan zo’n bibliotheek worden erkend of niet? En wat is dat; een taak ‘doen’? Vragen genoeg dus. Bij de start van het tweede debat viel ik met mijn neus in de boter. De Kamerleden kwamen zelf met dit soort casussen. Als tennisballen werden naar de minister geslagen en de minister sloeg zo goed ze kon terug. Toch, toen de zoveelste variant langskwam en door het Kamerlid om verduidelijking werd gevraagd, zei de minister in antwoord met zoveel woorden dat er om flexibiliteit wordt gevraagd en dat het precieze antwoord afhangt van de specifieke situatie. Daar kon ze niet intreden. En dan denk je: daar komen de auditors niet mee weg. Die moeten er wel intreden.

Achter het scherm

Het punt van de taken is maar één aspect van de norm. Zo zijn er veel meer. Als trainer zeg je dan: objectiviteit bestaat niet, intersubjectiviteit wel. Dat is onze dieventaal om te zeggen: toets je uitspraken aan elkaar en kom van daaruit tot overeenstemming. En ook dat is weer makkelijker gezegd dan gedaan. Want voor je over iets een uitspraak kan doen, moet je eerst weten of er überhaupt iets te zeggen valt. En dan komt het aan op goed luisteren. Ik mag een prachtig collectief van auditoren van bibliotheken begeleiden. Tijdens de lunchpauze spreek ik met een van hen. Hij komt uit de wereld van de orkesten. We spreken over de factoren die de kwaliteit van een orkest bepalen. Wat als in en rondom het orkest alles goed geregeld is, met een voorbeeldrol voor de leiding, maar het orkest toch waardeloos speelt. Hoe oordeel je dan? Dat brengt het gesprek ook op het doen van audities. Soms luistert het hele orkest mee met de auditie, soms alleen een kleine groep. Het hoort bij de professionele orkesten dat er wordt geauditeerd vanachter een sHaar vioolcherm, zodat niets afleidt van de muziek en uiterlijkheden of persoonlijke relaties geen rol kunnen spelen. Mijn gesprekspartners vertelt dan hoe ook vanachter een scherm de (docenten van de) muzikanten er toch nog in kunnen slagen hun identiteit te communiceren. Een specifieke aanslag, een manier van blazen of muziekbenadering kan voor de ingewijden genoeg zijn. De persoon komt dan door de muziekkwaliteit heen.

Door het scherm heen

Anders gezegd; zelfs vanachter een scherm kan de objectiviteit van de beoordeling doorbroken worden. Dat ondergraaft het doel van de auditie en is in ieder geval lastig als je objectiviteit nastreeft, maar toen ik er na afloop van ons gesprek over nadacht, bedacht ik dat je het ook omdraaien. Een getraind oor kan dus door een scherm heen horen wie daar echt speelt. Zo is het volgens mij ook met menig audit. Vooraf en tijdens zo’n audit komt er een vloed van rapportages op de auditors af. De feitelijkheden die daar in staan helpen in principe bij het streven naar objectiviteit, maar kunnen ook als een scherm gaan werken. Dan hoor je niet meer waar het ook om gaat: de persoonlijke keuzes die door bestuurders, leiding en medewerkers worden gemaakt. Juist als het complex is en er niet één-dimensionaal (instrumentbeheersing), maar multi-dimensionaliteit moet worden geoordeeld (bijvoorbeeld ook: passendheid in het totaal van het orkest), is het belangrijk om door het scherm heen te luisteren. En er worden meer schermen opgetrokken dan je op het eerste gezicht zou denken. De training van de auditoren van de bibliotheken was in dat opzicht een genoegen: ze hadden vaak aan een enkel woord al genoeg om door te vragen en tot een dieper oordeel te komen. Zo hoort het ook.

Oorpijn

Onlangs mocht ik een andere training geven. Geen auditortraining, maar voor aanstormende politieke talenten. Het was in Marokko en dat betekende in mijn geval een vlucht naar Parijs en van daaruit een vlucht naar Rabat. Ik had de dagen voor de reis veel last van een verkoudheid en dat sloeg door op mijn oren. De landing in Parijs was pijnlijk, de landing in Rabat een marteling. Na landing wilden mijn oren niet meer open gaan. Het was alsof ik alles door een dichte laag watten hoorde. Op de ochtend van de training was het nog steeds niet over en ik maakte me behoorlijk zorgen of ik de training wel kon doen. Uiteindelijk was de oplossing simpel genoeg: beter luisteren. Die hele dag was ik super alert op elk geluidssignaal. En in de loop van die dag gebeurde er daardoor iets met mij. Door al dat geconcentreerde luisteren hoorde ik op een bepaalde manier ook dingen die ik anders niet hoorde en bovendien zag ik ook meer. Ik werd dus een betere docent. Nu is dit geen aanbeveling om met verstopte oren te gaan trainen, maar de les neem ik wel mee naar bijvoorbeeld auditortrainingen. Het woord ‘auditer’ stamt af van het woord luisteren. Doe dat dan ook: luisteren.   Peter Noordhoek     www.northedge.nl


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek