Maandelijks archief: juni 2014

Ironie, of ironie. Anders kijken naar Sarajevo 1914

Ironie. Gruwelijke, bizarre ironie. Wie op de hoek staat bij de plaats waar Graaf Ferdinant door Gavrilo Princip werd neergeschoten bevindt zich op de grens van een kapot geschoten binnenstad. De aanslag zelf is een verhaal vol ironie, maar niet meer dan de punt op de i van de ironie zoals die past bij deze binnenstad. Een les in historische ironie die iedereen zou moeten leren, maar te weinig doen. Dit is mijn verhaal over de dag dat ik die les leerde.

Een eerste bezoek

Het was mijn eerste bezoek aan de Bosnië-Herzegovina. In 2008 was de burgeroorlog al weer even geleden, maar in het half uurtje dat ik per taxi van het vliegveld naar het hotel werd gebracht zag ik voldoende ‘Servische rozen’, kogelgaten, om mij er aan te herinneren. In het hotel aangekomen moest ik meteen door naar de zaal waar de bijeenkomst werd gehouden. Tijd om te wennen was er niet. Ik was gevraagd om een dag lang een bijeenkomst te leiden met een 40-tal vertegenwoordigers van ver politieke partijen: één Moslim, één Kroatische en twee met een Servische achtergrond. Vanuit de partijen was geklaagd dat de module ervoor teveel geluisterd moest worden en nu wilden ze zelf meer zeggen. Dat gebeurde op een aparte manier. Ik werd heel kort geïntroduceerd en daarna voor de groep gezet. Vanuit elke partij nam een vertegenwoordiger het woord. Elke partij vertelde zo’n 10 minuten over haar belangen en het leed dat hen was aangedaan. Ze keken naar mij, niet naar elkaar. Aan het einde van het laatste verhaal richtte de vertegenwoordiger van die partij zich direct tot mij: “Now, Mr. Noordhoek, what should we do about it?

111118

Na afloop van de bijeenkomst liep ik in mijn eentje richting de stad. Op de grens van de binnenstad liep ik tegen de geblakerde hulk van een uitgebrande bibliotheek aan. Ik bleSchermafbeelding 2014-06-28 om 14.50.26ef er tijdje naar kijken in een poging het te begrijpen. Toen wilde ik een naastgelegen straat in lopen. In een poging mij te oriënteren keek ik naar straatnaambordjes en zag een plakkaat op de muur. Dit was de plek waar Graaf Ferdinant en zijn vrouw werden neergeschoten. Het door de wereld gehoorde schot. De start van de Eerste Wereldoorlog. En wat een verhaal is wat niet genoeg kan worden verteld vanwege de ironie ervan. De dader, Gavrilo Princip, had met enkele collega’s vlak daarvoor al een poging gedaan om de aanslag te plaatsen, maar deze was mislukt. Hij sloop weg van de plek van de eerste aanslag en ging wat later een broodwinkel binnen. Toen hij de winkel uitliep stond daar de auto van de graaf voor zijn neus. Deze auto (met nummerbord A111118, in cijfers de datum van wat later de wapenstilstand zou worden) probeerde aan de aanslag te ontkomen en slaagde er in om zo de dader te vinden. De rest is geschiedenis.

Markt, moskee, kerk en synagoge

Een deel van de geschiedenis. Alleen het deel ’14-’18. De verleiding is groot om op dit punt vooruit te spoelen naar de gruwelen van de tweede wereldoorlog en vooral: naar de strijd in de jaren negentig. Ik kijk de straat weer uit naar de omringende bergen en bedenk hoe van daaruit dood en verderf is gestort op de stad Sarajevo. Maar om de echte ironie te proeven is het zaak juist naar het verleden te gaan, de binnenstad in. En dan loop je al snel een ver, Middeleeuws verleden in. Dwalend van straat naar straatje verbaas je je al snel over het feit hoe alles door elkaar heen en tegelijk dicht op elkaar staat. Markt, moskee, kerk, synagoge, alles door elkaar. Maar niet of nauwelijks huizen. Ik begreep het niet, maar vond het wonderlijk mooi.

Later die dag kreeg ik uitleg. Ooit was het zo dat alle publieke gebouwen en terreinen, dus inclusief de markt, zich in de oude stad bevonden, omring door een muur. Mensen woonden daar niet. Sterker nog: na het vallen van de avond mocht niemand er meer zijn. De mensen woonden dus allemaal buiten de stad, in hun groepen. Elke ochtend opende de stad haar poorten en was iedereen weer welkom. Zolang je je niet misdroeg. Er was sprake van echte tolerantie. Alles kon naast elkaar bestaan. Wat de Engelsen ‘sanctuary’ noemen; een veilige plaats. Daarom bouwden alle religies er hun godshuizen en waren alle waren van alle handelaren welkom. Tot de avond, als de poorten zich weer sloten.

Bittere ironie

Anno 2014 staat de naam van Sarajevo voor geweld en oorlog, voor terrorisme en intolerantie. Tegelijk staat het historische Sarajevo wat mij betreft ook model voor het meest vredelievende model van een stadsstaat dat zich maar laat bedenken. Wat zou ik graag willen dat we zo meer steden zouden hebben gehad. Ironie, oh ironie. Wat een bittere ironie.

Toen ik die “Now Mr. Noordhoek, what should we do about it?” – vraag zo in mijn schoot geworden kreeg, was ik wel even stil. Ik zag 40 wachtende gezichten voor me en dacht: hier kom ik niet zomaar weg. Ik heb het enige gezegd dat ik denk ik kon zeggen: ik weet het niet. Ik zei erbij dat ik uit Nederland kwam en dat ik mij vanuit mijn eigen ervaring niets kon voorstellen bij wat er in Bosnië-Herzegovina allemaal is gebeurd en als ze meer houvast mij verwachten dat ik ze dan moest teleurstellen. Ik zei tot slot dat ik wel iets afwist van manieren om manieren om mensen met elkaar in gesprek te brengen en dat ik hoopte dat ze met me mee wilden doen. Gelukkig deden ze dat en het is een sessie geworden waarvan ik denk dat de meesten er met genoegen op terug denken, ik in ieder geval ook. Maar ik zal niet ontkennen dat ik even peentjes heb gezweet. En dan loop je dus na afloop van zo’n bijeenkomst in de ironie van de geschiedenis rond en zou je iedereen in dat land en er buiten wel wil smeken om naar het andere Sarajevo te kijken, want dat is het betere verhaal, het oudere verhaal, ouder ook dan 28 juni 1914.Schermafbeelding 2014-06-28 om 14.55.15

 

Peter Noordhoek

Bovenaan de behoeftepiramide. Over Mazlov en de nieuwe media

De oude piramide van Mazlov is aan een update toe. In welke volgorde vervullen we onze behoeften in het digitale tijdperk? Hoe bepaalt dat onze prioriteiten, ook binnen de overheid? Wat zijn de ‘dissatisfiers’, de ‘satisfiers’? Een analyse met een knipoog.

Wat is uw behoefte, nu? U ziet het stortregenen buiten. Wilt u binnenblijven? Heeft u vandaag nog niets gegeten? Lunch? Maar durft u wel zo weg te lopen van uw bureau? U bent toch niet met ruzie van huis gegaan, toch? Wilt u het goedmaken? Gelukkig is uw baas nog tevreden over u. Tenminste? Ach arme, u wilt zeker liever thuis zijn met een goed boek? Nee? TV dan? Game of Thrones? Dat schijnt ook heel leerzaam te zijn.

En zo werken we onszelf – tot voor kort – in min of meer serieuze behoefte de piramide van Maslov op en af. Dat vertellen we elkaar ook. De piramide is een vast onderdeel van de meeste middelbare schoolopleidingen en het hoort bij de modellen die het beste worden onthouden. Het spreekt op meerdere niveaus aan. Egoïstisch als we zijn, willen we direct weten in hoeverre de eigen behoeftebevrediging op niveau is, maar de piramide leent zich ook uitstekend voor discussie “over het niveau dat we als samenleving bereikt hebben”. Vat je het samen, dan bevredigt de piramide van Maslov onze behoefte om te weten of we de goede kant opgaan. Ergens tussen het zoeken naar zekerheid en ontplooiingsmogelijkheden kunnen we onszelf altijd wel plaatsen.

Schermafbeelding 2014-05-15 om 20.55.00

Het geheim van de piramide van Mazlov is dat het onze motivaties blootlegt. Daar kan je van alles mee. Een voorbeeld. Iemand als Herzberg heeft daar gebruik gemaakt door een verschil te maken tussen de onderste twee lagen en de drie lagen erboven. De onderste omvat de hygiëne factoren. Ze verklaren waarom we ontevreden kunnen zijn: de ‘dissatisfiers’. Als we geen voedsel of dak boven ons hoeft hebben, zijn we nog niet per se tevreden, maar we hebben in ieder geval bronnen van ontevredenheid voor even uitgesloten. Het ligt voor de hand; de bovenste lagen omvatten de motiverende factoren, de ‘satisfiers’. Deze maken dat je je beter voelt. Het is tegelijk de vraag of je ze mist als de behoefte niet wordt bevredigd. Voor velen is ‘zelfverwezenlijking’ eerder een bron van onzekerheid dan iets anders. Eerst moeten de ‘lagere’ behoeftes zijn vervuld.

En wat Herzberg deed, is inmiddels door velen nagedaan. De laatste jaren komen hele nieuwe varianten langs. Een toevoeging aan de piramide is deze:

Schermafbeelding 2014-05-15 om 20.54.19

 

Wifi – een nieuw ontdekte basisbehoefte. Jawel. En dat brengt ons meteen in interessant fenomeen van deze tijd: hoe groot is eigenlijk onze behoefte aan de zegeningen van de moderne technologie? Hoe groot is onze behoefte om altijd on line te zijn? Waar komt die behoefte, die nood vandaan om nooit ver van een scherm te zijn, hoe klein ook? Is dat een basisbehoefte, of hebben we het hier juist over

het toppunt van zelfverwezenlijking? Om even in beeld te brengen hoe indrukwekkend het nieuwe fenomeen is, volgt hieronder de lijst van grootste ‘wereldpopulaties’:

1 China
2 India
3 Facebook
4 Tencent
5 Europese Unie
6 What’s App
7 United States
8 Google +
9 Indonesië
10 Linkedin
11 Twitter

Weleens van Tencent gehoord? Ja? Knap. Het is een Chinese chatservice. Recent vond de overname van What’s App plaats door Facebook. Mogelijk dat het daarmee India passeert. Het is een lijstje dat op z’n minst aangeeft dat achter het social media gebruik een enorme behoefte schuilgaat. Een behoefte waarvan we tot voor kort niet wisten dat we die hadden. Weer: dat roept de vraag op waar we die behoefte op de piramide van Maslov moeten plaatsen. Of hebben we het, in lijn met de grapjas die om wifi vraagt, over iets dat de hele piramide van Maslov onderuit haalt?

Schermafbeelding 2014-05-15 om 20.55.14

Er gaat een wikipedia plaatje rond op social media dat vooral lijkt aan te tonen dat de verschillende vormen van social media elk hun plaats hebben op de piramide. Linkedin hoort bij de basis. Als dissatisfier zorgt het voor een gevoel van (werk) zekerheid. De lagen daarboven worden afgedekt door Facebook en twitters van deze wereld. Opmerkelijk genoeg worden blogsites als WordPress geplaatste bij de hoogste laag, gericht op zelfverwezenlijking. Het is dus hard werken aan de top. Opmerkelijk genoeg wordt email niet in deze piramide geplaatst. Dat is kennelijk te basaal. De onderste laag? Wat gebeurt er als er geen email meer binnenkomt? Juist. Een dissatisfier van de eerste orde.

Is dit relevant voor mensen die zich met bedrijfsvoering in het overheidsdomein bezig houden? Jawel, om meerdere redenen.

Als behoeften verschuiven, dan verschuiven investeringen ook. Veel verschuivingen in de vraag naar bedrijfsmiddelen is bijna hype-achtig in de oppervlakkigheid: “Joh, hier heb iets over gelezen. Moeten wij dit ook niet doen?”, ‘Wist jij dat die andere organisatie hier mee bezig is. Moeten wij dat ook niet doen?”. Toch kan het zijn dat achter die oppervlakkig geformuleerde vragen iets schuil gaat dat toegevoegde waarde kan hebben. Door goed naar de onderliggende behoeften te kijken, valt meer te zeggen over het te verwachten rendement van een investering.

Ook de vraag of een investeringsvraag is gericht op een dissatisfier of een satisfier kan heel relevant zijn. In het algemeen geldt dat dissatisfiers voor gaan, volgens het motto altijd eerst de basis op orde brengen.

Er is altijd veel te doen over de inzet van sociale media en de discussie er over worden eerder ingegeven door persoonlijke voorkeuren dan door scherpe analyses. Zo is het waar dat te snel iets op twitter gooien in de publieke sfeer nogal eens tot ongelukken heeft geleid, maar het kan ook gebeuren dat twitter en andere social media juist te weinig worden ingezet of gevolgd. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het Facebook feest in Haren. Dan blijkt ook hoe relatief weinig politiemensen zelf actief zijn op social media. Misschien nemen social media voor de jongere generaties wel een heel andere plaats op de behoefte piramide in dan bij onze veiligheidshandvers. Waar bevindt de doelgroep zich op de piramide? Loopt dat gelijk op?

Tot slot dit: maak onderscheid. Niet iedereen zit op hetzelfde niveau. Als bloggen hoort bij het hoogste niveau van behoeftebevrediging, dan kan je daar wel het beleid op richten, maar wat doe je dan eigenlijk? Komt er dan nog iets zinnigs uit?

Met name dit laatste punt zet mij aan het denken.

 

Peter Noordhoek

Dit artikel is een voorpremiere op een artikel in InGovernment, een fantastisch tijdschrift voor elke ambtenaar en adviseur op het snijvlak van bedrijfsvoering, IT en overheid – en het is nog gratis ook. Informeer bij SDU voor een abonnement. Heeft u titel- of andere suggesties voor het blad, neem contact op met de redactie of ondergetekende.

Peilers gepeild

Op een mooie Pinksterdag brak er een fel onweer uit in peilersland. Maurice de Hond analyseerde het verschil in uitkomsten tussen de peiling van Ipsos en zijn eigen Peil.nl in het licht van de laatste gemeenteraads- (GR2014) en Europese verkiezingen (EP2014). Hij liet weinig heel van zijn collega’s. Rond deze verkiezingen heb ik in eerdere blogs en opiniebijdragen gesteld dat beide er naast zitten ten aanzien van het CDA, maar bij Ipsos is het gat ten opzichte van de echte verkiezingen (en mijn eigen verwachtingen) veruit het grootste.
Met alle waardering voor het statistische spitwerk van De Hond, het valt nog te bezien of hij hiermee het peil van de peilingen omhoog zal trekken. Dat zal er om draaien hoe constructief het niveau van de discussie wordt. Hierbij in ieder geval een eigen bijdrage.

Een opmerkelijk verschil

De Hond concentreert zich in zijn analyse van het “opmerkelijke” verschil in de peilingen tussen Peil.nl en Ipsos op het CDA en de VVD. Hij stelt dat er sprake van een forse onderschatting van het CDA en een overschatting van de positie van de VVD. Hij laat daarbij zien dat ook zijn eigen peilingen een onderschatting van de positie van het CDA inhouden, maar zijn peilingen bevinden zich dusdanig dichter bij de statische foutmarge dan Ipsos, dat we de gebruikelijke voorzichtigheid over opkomstcijfers e.d. kunnen laten varen.
Dit is inderdaad geen toeval meer. De grootste toegevoegde waarde van zijn bericht van vandaag – en waardoor ik echt even uit mijn stoel overeind kwam – was de analyse op basis van de geografische spreiding. Hoe is de verdeling tussen de noordelijke provincies, de randstad en de zuidelijke provincies van het land? Dat wordt veel te weinig gedaan en het laat goed zien dat ‘randstadpeilingen’ structureel in het nadeel van een partij als het CDA uitvallen (6,4% versus ca. 10% voor buiten de randstad). Combineer deze afwijking met de afwijking dat de gemiddelde CDA’er veel minder met internet(peilingen) heeft dan de gemiddelde Nederlander en vertaal dat dan weer naar een kennelijk niet ongebruikelijke steekproef-omvang van minder dan 1000 gepeilde Nederlanders en je hebt een te grote correctiefactor nodig om een stapeling van afwijkingen als deze nog te kunnen ondervangen.

Grenzen van openheid

Ipsos heeft er tot nu toe op gewezen dat hoewel er problemen zijn rond de voorspelling van het CDA, zij de uitkomsten van de laatste twee verkiezingen per saldo ruim binnen de onzekerheidsmarge heeft voorspeld. Inderdaad, ere wie ere toekomt. Het is dus niet helemaal fair om nu alles te gooien op dat ene wat niet goed gaat. En toch – ik zeg het met moeite want ik vertrouwde Ipsos lange tijd meer – heeft De Hond gelijk om zich nu hier op te richten. Hij doet het met (nieuwe) argumenten en raakt de juiste punten. Geen peiler is werkelijk bagger in Nederland en we worden er alleen maar beter van als we overduidelijke verschillen als deze uitdiscussiëren. Mijn zorg is echter dat de discussie gaat stranden op het moment dat er echt openheid over samples en correctiefactoren moet worden gegeven. Ik ga er maar vanuit dat dit te concurrentiegevoel is. Dan blijven we dus hangen in een benchmarkdiscussie rond verkiezingsuitslagen vol met technische voorbehouden. Is er nog een ander perspectief?

Geen peiling, wel een voorspelling

Mijn eigen beeld is dat aanname van De Hond dat CDA en VVD gelijk staan in de peilingen niet klopt. Het CDA is volgens mij de VVD al rond de jaarwisseling van 2013-14 voorbijgestreefd en de voorsprong ligt nu op 2% en waarschijnlijk meer. Het CDA strijdt met de SP om de tweede plaats, achter D66. Een voorspelling richting de Provinciale Staten verkiezing is dat echter nog niet, want dan gaat er weer een hele eigen dynamiek gelden, bijvoorbeeld een Eerste Kamer-effect versus kiezersmoeheid. Die voorspelling kan pas rond de jaarwisseling worden gedaan en die zal – zo stel ik nu al – afwijken van de peilingen op dat moment.

Methodeloos

Ik zeg dat methodeloos, in de zin dat ik niet anders doe dan de landelijke peilingen als een soort krabpaal te gebruiken voor mijn veronderstellingen over hoe het CDA en andere partijen aan het bewegen zijn. Partijkennis, inclusief veel lokale kennis, is dan bepalend voor mijn veronderstellingen. Een hobby, niets meer of minder. n = 1 = 0. Doe er vooral sceptisch over, maar wel met argumenten graag, want dat helpt mij om mijn veronderstellingen aan te scherpen.
Evenzogoed meen ik dat het geen toeval is dat ik zo tot betere voorspellingen kom dan de pure statisticus zal doen. Dan moet wel scherp zijn wat het echte probleem is en dat is volgens mij in de kern niet-statistisch. De kern schuilt in wat Ipsos zelf als verklaring geeft voor de slechte exit peiling: de kosten van een peiling. Echte exit-polls zijn normaal niet betaalbaar, internetpeilingen te weinig betrouwbaar. Noch de media noch de politieke partijen hebben veel geld in kas voor peilingen met grote aantallen. Ik ga er van uit dat steeds de ondergrens wordt gezocht. Dus wat is het alternatief?

Crowdpeiling

Dit is het moment om te kijken naar wat Geen Stijl en De Hond zelf hebben gedaan rond de Europese verkiezingen met het door burgers laten doorgeven van peiluitslagen, een soort crowdpeiling. Grote complimenten! Toch zie je ook bij deze metingen genoeg vertekeningen optreden om te menen dat het resultaat niet echt veel toevoegt aan een reguliere poll. Belangrijker is de vraag of het vol te houden valt om op dat intense niveau tot exit-polls te komen, laat staan tot een alternatief voor de reguliere peilingen.
Een echt alternatief vormen deze metingen niet, hoogstens een aanvulling. Opnieuw: wat is het alternatief? Doorgaan op dezelfde lijn als je weet dat iets niet klopt is ook geen optie. Maurice de Hond voelt dat goed aan en maakt daar zijn belangrijkste punt van. Niet erg sympathiek of collegiaal, maar hij heeft een punt. Liever geen peiling dan een gemankeerde peiling, nietwaar Maurice?

Mix

Een ideale oplossing is er dus niet, maar mijn suggestie zou zijn om tot een mix te komen van reguliere peilingen en een partijpanel. Dat panel bestaat uit mensen met zicht op partijen en hun bijzondere afwijkingen. Bij goede selectie moet het mogelijk zijn dat zo te doen dat alle indicaties voor een koers mee worden genomen. Dat hoeft volgens mij weinig geld te kosten, wel tijd, aandacht en een goede verantwoording.
De panelleden kunnen een tik van ten hoogste een zetel geven tegen een peiling – wel expliciet te benoemen uiteraard. Dat kan dan vervolgens het teken voor de peiler zijn om de methoden aan te passen of in ieder geval een inspanning te plegen om de steekproef aan te passen.

 Nieuw Plattelands Peil

We raken bij onze peilingen aan de grenzen van statistiek en geld. Het wordt tijd om te erkennen dat je in de combinatie met fingerspitzengefühl verder komt dan alleen door toetsaanslagen op een computer te tellen. Als ik nu de peilers peil komen ze in ieder geval onder Nieuw Plattelands Peil.

 

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek