Maandelijks archief: mei 2014

Europese verkiezingen: op een hard zadel naar 5 zetels

Het is even wachten geweest, maar nu weten we het (zo goed als. De helemaal definitieve uitslag is op vrijdag). Het CDA komt uit op 5 zetels. Fantastisch – en laten we wel zijn: bij 3 zetels was het al een behoorlijk goed resultaat geweest. De journalisten vergelijken het allemaal met 2009, maar het referentiepunt tot en met dit voorjaar was de landelijke verkiezingsuitslag van 2012 en dat gaf de partij slechts 2 zetels (!). Als partij ben je zo goed als je laatste officiële resultaat en daar moet je de verkiezingsstrategie op afstemmen.

Hieronder schrijf ik wat meer over mijn blik op de strategie van het CDA, maar eerst wil ik graag even stilstaan bij die andere spannende race. De echte race, die voor de samenstelling van het Europees Parlement. En echt, dat doet er toe. De EPP is opnieuw de winnaar gebleken.

Europese winnaar, net

Net zo min als nu de overwinning van het CDA, is dat een vanzelfsprekendheid geweest. In november sprak ik op een seminar in Boedapest over de Europese verkiezingen en toen waren al alle alarmbellen overgegaan over een mogelijk winst van populistisch rechts. Daarbij is het vertrek van de Conservatieven in 2011 uit de EPP fractie ook een echt probleem. Het is dus een kwestie van verwachtingen. Ten opzichte van 2009 is het resultaat dramatisch, ten opzichte van de voorspellingen rond 2012 een sprong(etje) vooruit. Als ze nu weer als eerste uit de bus komen, is er wel degelijk een prestatie geleverd. Een prestatie die zwaar leunt op het succes van Angela Merkel, maar die naar het zich laat aanzien ook berust op over de hele linie redelijke resultaten. In hoeverre de strijd tussen de topkandidaten daar aan bijgedragen heeft of juist niet, zal moeten blijken, al vermoed ik dat laatste. Daar wil ik op een later moment nog wel eens over schrijven.

Van 2009 als benchmark

In 2009 was ik campagneleider voor het CDA in Zuid-Holland (met o.a. Esther de Lange als kandidaat voor mijn provincie) en ik had er toen een hard hoofd in. De kandidaten voerden fantastisch campagne, maar ik vond de campagnestrategie niet inspirerend. Dat we toch nog de grootste werden had volgens mij meer met de zwakte van de andere partijen, inclusief een toen al tegenvallende PVV te maken, dan met de kracht van het CDA.

Als inmiddels vrijgesteld beschouwer hoef ik mij nu gelukkig van geen enkele officiële campagnestrategie iets aan te trekken. Al in het voorjaar van 2013 besloot ik de slechte peilingen van dat moment los te laten en vooruit te denken naar mei 2014. Alles afwegend kwam ik toch op de 5 zetels van 2009 uit. Een lage opkomst zou helpen om weer op datzelfde niveau te komen, inclusief mijn inschatting dat de PVV er relatief slechter voor zou staan dan in 2009 en dat de VVD door haar kabinetsdeelname daar niet van zou profiteren. PvdA en SP zouden elkaar neutraliseren, ze verder was mijn verwachting. D66 was in mijn beeld de gedoodverfde winnaar worden door hun heldere ‘ja’ koers.

Koersverschillen

Ik wilde de fout van 2009 niet herhalen. Lang heb ik daarom gedacht dat wij als CDA ook voor een heel hard ‘ja, Europa’ zouden moeten gaan, tot het mij duidelijk werd dat deze koers alleen al door de verdeelde meningen in mijn eigen partij geen echte kans zou krijgen. De Brusselse en Haagse fractie hadden elk een stuk van het gelijk en leken niet bij elkaar te kunnen komen. Het effect was onder andere een futloos manifest waar geen enkel elan uit sprak. Ik maakte me grote zorgen. Weer leek er een ‘ja, maar’-strategie uit te komen met een flauw verhaal over minder regels. Een proefballon vanuit de fractie werd door de media al snel afgeschoten en toen kon de echte discussie starten. Daar is men redelijk uitgekomen, al heb ik lang het gevoel gehouden dat het niet genoeg zou zijn. Nogmaals, ik was optimistisch over de kansen van het CDA, maar dan zag ik het wel als voorwaarde dat er óf een heldere keuze zou komen voor een ja of nee, óf dat de partij zich als het ware buiten de Europese malaise zou plaatsen met een andere verhaal.
Dat laatste had mijn sterke voorkeur. ‘Europa gaat niet over Europe. Europa gaat over onszelf’, moest volgens mij het verhaal worden. Ik was het defaitisme in ons land zo zat. Laat veerkracht zien, verdorie! In mijn ogen hoorde bij zo’n benadering geen kandidaat uit Brussel, maar iemand met een ondernemersachtergrond die een overtuigend verhaal over veerkracht kan houden. Passie moest er zijn. Geen matte verdediging van een institutioneel verhaal. Dat was niet negatief bedoeld richting de EP-fractie. Onder leiding van Wim van der Camp hebben we buitengewoon goed gepresteerd. Corien Wortmann heeft de show gestolen met haar werk voor de Bankunie, maar alle leden van de fractie hebben het goed gedaan. De periode ervoor was de fractie ‘een kippenhok’. Het is de verdienste van Wim geweest dat hij er een team van heeft gemaakt. Toch dacht ik dat het dit keer echt een fout zou zijn om met een Brusselse kandidaat te komen. Bijna niemand zou de werkelijke prestaties kennen of waarderen. Het beeld bepaalt.

Van lijstrekkersverkiezing tot voorkeurskandidaten

Uiteindelijk werd het toch een tweestrijd tussen Wim van der Camp en Esther de Lange, beide Brusselaren. De laatste het werd. Ik moet zeggen, ze hebben niet teleurgesteld. Esther had een stevigheid in haar presentatie waardoor de meer kritische toon richting Europa extra geloofwaardigheid kreeg, Wim bleef op allerlei manieren aan de kar trekken. Heel sterk voor iemand die dan toch status heeft verloren. Maar dat we er niet toch een nadeel van hebben ondervonden, is volgens mij mede te danken geweest aan iets wat niet zo gepland is: de voorkeursacties van kandidaten lager op de lijst. Niet alleen van Lambert van Nistelrooij (Brabant en Zeeland) en Annie Schreijer (Twente en meer), maar ook van Jeroen Lenaerts (Limburg) en Wim Eilering (Friesland en meer). Esther nam naast haar natuurlijke achterban ook de vrouwenstem mee en Wim kreeg de steun van motormuis tot mediamannen. Ook de andere kandidaten harkten hun stemmen binnen. Al met al ontstond er een soort landelijke spreiding van voorkeurskandidaten die vol voor hun plek gingen. Dit is een overwinning die de partij op conto van haar diversiteit en regionale spreiding kan opschrijven.

Zetels tellen

Terwijl de journalisten zichzelf oogkleppen opdeden door alleen naar opkomst en de PVV te kijken, speelde het echte verhaal zich in de provincies af. Samen met de lijstverbinding kan je dan als partij er beter dan verwacht uitkomen. Ik tel het ongeveer zo op: 2-3 zetels als basis, 1 zetel erbij door de groei van de partij als zodanig, ook door het succes van de raadsverkiezingen, 1 zetel erbij door de voorkeursacties en de laatste zetel er mogelijk ook nog bij door de lijstverbinding. Een te ruwe, maar wel mooie optelsom.

Vrijdag worden de voorkeurstemmen bekent en dan weten we pas werkelijk wie naar Brussel gaan. Persoonlijk hoop ik dat Wim van der Camp niet bekneld raakt in het voorkeurstemmen circus. Hij is nodig om naast Esther de nieuwe krachten de weg te wijzen. Ondertussen mag het CDA zich beraden op de vraag wat het met de mooie winst gaat doen. Slecht nieuws voor al die mensen die de verkiezingen helemaal zat zijn: in maart 2015 zijn Provinciale Staten / Eerste Kamer weer aan de beurt.

Morgen wacht een mooie, maar zware dag. Welterusten iedereen. Morgen neem ik mijn tweede wijntje. Nog even en ik denk dat ik goed kan. Niet dus. Maar dit is wel leuk. 5 ZETELS!

Peter Noordhoek

Verkiezingen Europees Parlement: mijn prognose

ACTUEEL: de eerste exit poll van Ipsos gaf aan dat het CDA 5 zetels binnenhaalt op basis van 15,4 % van de stemmen – en dat is 0,1% meer dan D66. Het CDA zou hiermee de grootste worden. De tweede zou aangeven dat D66 toch de grootste wordt qua percentage en dat beide 4 zetels krijgen. Hoewel ik geloof dat dit een veel betere exit poll is dan die bij de gemeenteraadsverkiezingen, blijft het zaak een stevig voorbehoud te maken tot zondagavond. Ik ben optimistisch, want ik denk toch dat de gemeenten waar het CDA het typisch van moet hebben toch ondervertegenwoordigd zullen zijn in de poll van Ipsos en omdat ik vermoed dat het effect van de lijstverbinding met CU/SGP nog niet meeweegt. MAAR HOE DAN OOK: 4 zetels zou al een fantastisch resultaat zijn en het idee dat ik virtueel al even gelijk heb gekregen is, zeker na de raadsverkiezingen, een glas waard. Wijn, geen karnemelk.

 

“ESTHER UIT DRIEBRUGGEN! EEN VROUW BIJ AL DIE MANNEN DAAR!” Daarmee heb ik de folders weer uitgedeeld op de markt van Gouda. Het ging goed. Ik denk dat ik mijn record gebroken heb als het gaat om het aantal folders per minuut. Yes! Het was natuurlijk ook heerlijk weer – het grote voordeel van Europese verkiezingen. Mensen zijn gewoon in een betere bui, ook al waren er genoeg mensen met een pruillip.

Esther en haar ploeg

Esther en haar ploeg

Het was weer anders dan 2009. Toen zouden we als CDA uiteindelijk op 5 zetels uitkomen en daarmee nog een keer de grootste landelijke partij worden, maar het was al goed merkbaar dat de partij landelijk aan het afglijden was. De mensen waren echt nors, norser dan vandaag. Wat mij ook opviel – we hebben het hier over een Gouda dat dagelijkse op de verkeerde manier de krant haalde – dat de mensen mij niet zozeer op het falen van politici aanspraken, maar gingen afgeven op de rechterlijke macht. Die gaven veel te lage straffen. Vandaag was het anders en milder. Naast de onvermijdelijke opmerkingen over Griekenland kreeg ik opvallend veel opmerkingen over de ‘C’. En daarnaast dus heel veel glimlachen bij de dames bij mijn opmerking over “de vrouw bij al die mannen”.
Toen kregen we 5 zetels – en dan nu? Op 29 december jl. heb ik, net als voor de raadsverkiezingen, een voorspelling gemaakt over de uitkomst van de Europese verkiezingen. In de peilingen stonden we op 2 zetels en voorspelde ik toch 5 zetels. Bam.
Dus nu … ? Oppassen Noordhoek. De voorspelling die ik toen ook deed over de raadsverkiezingen is zo precies uitgekomen dat ik volstrekt dwaas zou zijn als ik me er nog een keer aan zou wagen. Het kan alleen maar slechter.
Ik ken mezelf. Daar gaat ie.

Voorspelling december

Ik start bij mijn analyse van december. Daarin zette ik mij af tegen de toen heersende verwachting dat, meer nog dan de raadsverkiezingen, de Europese verkiezingen een proteststem zouden worden en dat de PVV groots zou gaan winnen. met de uitslagen van verkiezingen in 2012 en 2013 in het achterhoofd schreef ik dat ik daar nog niet zo zeker van was:

“Niet zozeer omdat dit bij de landelijke verkiezingen van 2012 de PVV beneden verwachting presteerde – en toen was Europa door de crisis actueler dan nu – of omdat de Duitse anti-Europartij bij de laatste Duitse verkiezingen van 2013 de kiesdrempel niet haalde. Daar kunnen andere redenen de oorzaak van zijn. Wel omdat de gemiddelde man die sterk tegen Europa is, ook degene is die niet snel geneigd zal zijn te gaan stemmen. Ik verwacht eerder een uitslag die vergelijkbaar is met die van 2009. Ook toen werden de kansen van PVV en SP hoog ingeschat – de PVV stond vergelijkbaar met nu in de peilingen – en was de analyse achteraf toch dat het voor beide partijen tegenviel – en bedenk daarbij dat Wilders toen serieuzer werd genomen dan nu. Al met al verwacht ik dat de pure tegenstem het nu ongeveer net zo zal doen als in 2009 en dat het resultaat van de andere partijen af zal hangen van hun strategie – daarbij wetend dat een eenduidige positie meer opbrengt dan een ‘ja, maar’ verhaal.”

Over het CDA schreef ik uiteindelijk:

“Ik verwacht dus gewoon dat het CDA de grootste Nederlandse partij zal blijven in Europa, mits ze weg kunnen blijven bij een ‘Ja, maar’ verhaal.”

Aarzelingen

Na de raadsverkiezingen, toen ik dus eigenlijk mijn gelijk bevestigd had gezien, krijg ik toch aarzelingen. Ik vond de bandbreedte te groot. Een sprong van 2 naar 5 zetels in iets meer dan 2 maanden is dan heel groot. Ter vergelijking: bij de raadsverkiezingen had ik het over een verschil tussen 12% van het totaal aantal stemmen versus 14% in de peilingen. Ik ben niet vergeten hoe verontwaardigd ik was (en ben) dat Ipsos aan het begin van de avond minder dan 11% voorspelde, om uit eindelijk op die 14% uit te komen. Een sprong van 2 naar 5 is dan vele malen wilder. 4 zetels dan? Mijn zorg was dat het CDA en andere middenpartijen in de knel komen als alles teruggebracht wordt tot een keuze van voor of tegen de Europese Unie. Anders gezegd: mijn gevoel zei en zegt nog steeds: 5 zetels. Mijn verstand zei dat je door een ‘multiplier’ als een lage opkomst we wel 1 zetel hoger uit kunnen komen, maar 2 tot 3? Teveel van het goede. Tegelijk: de uitgangspositie moet wel beter zijn dan in 2009.

Sindsdien heb ik een soort permanente blog bijgehouden met overwegingen. Op een rij gezet:

Voor een ‘multiplier’ pleit:

  • lagere opkomst is goed voor middenpartijen
  • een lagere opkomst is logisch bij goed weer en veel vrije dagen
  • Wilders heeft wel degelijk last van:
    o   reputatieschade door uitspraken die alleen de meer extreme PVV’ers aanspreken
    o   mismanagement en afscheidingen als Bontes c.s. en Artikel 50 die een echt alternatief voor de PVV lijken te gaan vormen
    o   een moeilijk uit te leggen lijstverbinding met Le Pen en afwijzingen vanuit UKIP etc.
  • De VVD op zou kunnen krabbelen door een betere economie, maar met Van Baalen en Rutte geen fijne kampioenen heeft
  • D66 nu al over haar hoogte punt heen is door:
    o   anders dan in 2009 niet vol voor hun JA te gaan
    o   in menig coalitieonderhandeling wat valse noten te zingen
    o   en niet over een echt aansprekende lijsttrekker te beschikken
  • Het CDA heeft binnen de omstandigheden weer een prima grass roots campagne, met daarbij voordeel van voorkeuracties voor unieke kandidaten als Annie Schreijer, Lambert van Nistelrooij. In 2009 liet Esther al zien dat ze veel voorkeurstemmen kan krijgen. Ondertussen draagt Wim van der Camp het team op voorbeeldige wijze
  • Het CDA heeft een nieuwe en nuttige lijstverbinding met CU/SGP
  • In debatten komt Esther prima over en na het debat in Maastricht ook duidelijk sterker dan Sophie in ’t Veld. Nederlands is zo dom om weinig aandacht te besteden aan de Europese debatten, maar gelukkig betekent dit dat Juncker weinig in beeld komt.

Daar staat ook het nodige tegenover:

  • elke verkiezing wordt een strijd om de tweestrijd. Dit keer zou het gaan om een keuze voor of tegen Europa. Het gaat er nog op lijken ook. Niet goed
  • kijkend naar de campagne-financiën lijken D66 en vooral SP de meeste bereidheid te hebben er geld in te stoppen
  • het instorten van de PvdA vooral de SP en GL helpt. Voorheen was er meer stemverkeer tussen CDA en PvdA. Het CDA pakt de rechtse stem, minder de midden stem. Jammer
  • op de agrarische stem na, lijkt er niet veel stemverkeer van VVD naar CDA te gaan
  • het CDA is erg laat gekomen met een reactie op de onrust in Oekraïne. Alleen het Turkije standpunt van Esther de Lange lijkt boven de ruis uit te stijgen
  • het CDA heeft een lijst die wordt aangevoerd door Brusselaren

Wikken en tikken

Zo wikte en woog ik tot dit weekeinde. Elke keer als ik dacht: nu verlaag ik mijn prognose van 5 naar 4, dat is al wild genoeg, dacht ik weer terug aan 2009. We doen het nu toch beter? En toen kwamen er dit weekend twee kleine tikken bij.

De eerste tik hoorde ik op een jubileumbijeenkomst van het zgn. ‘Conservatief Café’. Leuke mensen, die in mijn ogen echter veel te revolutionair zijn als het om Europa gaat. Daar maakte Diederik Smit een perfecte grap: “De discussie over Europa gaat maar over één ding – en dat is te weinig.” De zaal lachtte voluit. En toen dacht ik: als iedereen in deze zaal al doorheeft dat die tegenstelling onzin is, dan durf ik ook wel op de kiezer te vertrouwen dat die er doorheen gaat prikken.
De tweede tik kwam los bij het uitdelen van flyers aan de dames op de Goudse markt. Ik zag het aan de ogen: de dames die gaan stemmen, willen stemmen op een vrouw.

Vandaag komt De Hond (Peil.nl) met een voorspelling waarin 3 partijen in een bandbreedte van 4-5 zetels terechtkomen. Het CDA hoort daar ook bij. Zijn onderliggende analyse vind ik nu echt grondig en gaat dieper dan wat ik op mijn intuïtieve manier zou kunnen. Ik zie hem pogingen doen om te anticiperen op een ondervertegenwoordiging van CDA-stemmers.

De spanning is er zo wel een beetje af. Natuurlijk houd ik vast aan mijn voorspelling van 5 zetels. Een weddenschap, net als de vorige keer? Wijn als ik win, karnemelk als ik verlies? Dat wordt pas weer leuk bij 6 zetels en daar heb ik toch echt te weinig aanwijzingen voor. Dus laten we dit afspreken: als het CDA 4 of 5 krijgt drinken we er wat op. Worden het er 6, dan trakteert Esther.

Ondertussen op dat andere Europese front

De echte spannende race is een dubbele race die zich afspeelt op het niveau van Europa zelf.
Enerzijds is er de race tussen de Europese Volkspartij (doorgaans afgekort als EPP) en de socialisten (S&D. Dus tussen Juncker en Schultz. De peilingen geven een nek-aan-nek race aan: 212 EPP tegenover 209 S&D. Uiteindelijk denk ik dat door de zorg over Oekraïne de EPP net het zetje krijgt waardoor het de grootste blijft, maar dan hoop ik wel dat ze leren om nooit meer een top-kandidaat te selecteren die zo’n voortreffelijk imitatie van Droopy kan doen als Juncker. Dit is een verkiezing om veel van te leren.

Onverenigbare populisten

Anderzijds is er de race tussen de pro-Europeanen en de populistische partijen. Dit is de race waar heel veel angst omheen is, als je ten minste tot het Europese kamp behoort. Zelf heb ik idee dat ook de nee-stem vertegenwoordigd moet zijn, maar tegelijk denk ik niet dat wie er ook beter van wordt als we extreme randfiguren in het Europees Parlement krijgen (we hebben al genoeg schemerige figuren in de centrum partijen). Kijkend naar de peilingen op Europees niveau, lijkt er voorlopig nog niet zo heel veel aan de hand te zijn. Ver- en extreem rechts blijven bij elkaar in verhouding minder zetels vertegenwoordigen dan Wilders in Nederland doet, maar als die partijen echt een blok gaan vormen, dan verandert er wel iets. Welnu, door alle spanningen controverses tussen de nationale partijvertegenwoordigers op ver-rechts, inclusief Wilders, lijkt het er op dat er minder in plaats van meer blokvorming in het Europees Parlement zal zijn. Dat lijkt mij goed nieuws. Mijn prognose is vooralsnog dat de populistische partijen in concrete zin niet nog meer een factor in Europa zullen zijn dan ze al zijn: een lastige, soms pijnlijke splinter inde rechter voet. Wel iets om aan te doen.

Tot slot

Tijdens het flyeren op de markt in Gouda kwam er een dame op een fiets langs. Ze hoorde mijn slogan, kneep in de remmen en liep met haar fiets aan paar staPeter flyeren markt Goudappen terug tot ze weer bij mij was. Dat was de start van een leuk gesprek. Ze wilde weten. Ze wilde weten hoe het echt in elkaar zat en waarom ik zo zeker van Esther en het CDA was. Ik vertelde haar over de afgelopen periode. Hoe door goed werk van Wim van der Camp er iets van een team ontstond waarin ieder optimaal tot zijn
of haar recht kwam: Corien Wortmann als het om de Europese financiën en de Bankunie ging, Lambert als het om innovatie ging, etc. D66 heeft ook goede mensen, maar ze kozen voor de verkeerde commissies in een tijd van crisis. Andere fracties vielen feitelijk uit elkaar. Zo wordt bepaald of je effectief bent of niet. Het is mensenwerk, inclusief de nodige missers. Dat nam haar voldoende mee om te gaan twijfelen aan haar oorspronkelijke voorkeur. ‘Waarom legt niemand dat nu eens uit?’ Ik zei dat dit wel wordt gedaan, maar dat je ernaar moet graven. Daar had ze dus geen tijd voor. Al pratend denk ik dat ze goed zal nadenken voordat ze stemt. Misschien wel CDA.

Het is zeldzaam dat je echt een open gesprek kan voeren over de dingen die er in jouw ogen toe doen. Dat koester ik, terwijl ik ook snap dat het gewone campagnewerk er bij hoort. Na 22 mei hoop ik vooral dat dit soort gesprekken blijven gebeuren.

 

Peter Noordhoek

Beter dan een rode kaart voor Europa: klimmende en dalende regelgeving

En daar was ze weer afgelopen week, de gele-kaart discussie. Het is tenslotte campagnetijd. Als de Europese Commissie iets doet wat nationale parlementen niet zint, kan vanuit die parlementen een gele kaart procedure worden gestart die het Europese initiatief voor weer nieuwe regels zou kunnen stoppen. Dit blijkt niet te werken. En dus hebben we het nu over oranje kaarten. Of rode.

Als het maar flink klinkt. Op het gevaar af dat ik ondeskundige juridische onzin verkoop, wil ik met een alternatief komen dat ik niet zo flink klinkt, maar wel kan werken: het idee van klimmende en dalende regelgeving tussen groepen lidstaten.

De dingen die niet werken

In Nederland is twee keer een gele kaart gegeven en het werkte niet. In een scherpe evaluatie is het probleem ook blootgelegd: andere prioriteiten van de nationale parlementen zelf. In het Nederlandse parlement werd geklaagd over de krappe tijd waarin een gele kaart procedure zou moeten spelen, maar de werkelijkheid is dat geen enkele procedure lang genoeg is. Landelijke zaken krijgen steeds weer de prioriteit. Met Europa in de gaten houden valt te weinig eer te behalen. Dat geldt voor het Nederlandse parlement en voor de meeste andere parlementen nog meer. Hemd, rok.
Nee, die kaartprocedure werkt niet, ook niet als deze van kleur verandert. En het gaat verder. Wie kijkt naar de praktijk van het beroep op de subsidiariteitsartikel (art. 5 EU-verdrag) kan niet anders dan constateren dat dit beroep in de praktijk niet wordt gedaan of niet werkt. Andersom werkt wel: landen die willen afwijken van het Verdrag worden langs juridische wegen tot de orde geroepen.

Consensus als kracht en kwetsbaarheid

Ik ga hier geen discussie aan of dat goed of slecht is. Ik constateer slechts wat wetenschappers en deskundigen voor mij hebben geconstateerd. Net zoals geconstateerd is, bijvoorbeeld door onderzoekers van de London School of Economics, dat er een opvallende neiging is om tot consensus te komen in Brussel. Voor de uitbreiding van de Unie tot (uiteindelijk) 28 landen werd aangenomen dat met meer partijen aan tafel het moeilijker zou worden om tot een compromis te komen. Tot dusver is dat niet aan de orde, de consensus dat er consensus moet zijn blijft onverminderd groot. Er wordt nu gespeculeerd dat de komst van populistische partijen dat gaat veranderen, maar tenzij deze populistische partijen met een van de twee grote partijen tot een overeenkomst kunnen komen – en ze kunnen nu nog niet eens met elkaar tot overeenstemming komen – zie ik daar zo snel geen verandering in komen.
Maar ja, de consensus blijft ook groot dat de EU een moloch is die veel te veel bevoegdheden naar zich toetrekt. Het cliché klopt: als iets goed gaat is dat het succes van een landelijke politicus, als het verkeerd wordt gevonden heeft Brussel het gedaan. Daarom blijf ik het maar herhalen: Europa gaat niet over Europa, Europa gaat over ons. Hoe gaan wij met onszelf om? Dat geeft ook een goede indicatie van hoe we met anderen omgaan. Want hoe sceptisch we mogen zijn over wat er terecht komt van al die maatregelen om een parlement beter op Europese zaken te laten letten, het lijkt er dus op dat we buiten de parlementen om heel wat als landen weten af te stemmen.

Meer dan een democratisch tekort

Voor we dan weer over het ‘democratisch tekort’ beginnen (eerder nog dat van de parlementen volgens mij, dan van het EP), moeten we beseffen dat we een zeer complexe materie te pakken hebben. Het werkt ons continentale juridische systeem eigenlijk zonder federaal afstemmingsmechanisme? Het antwoord: langzaam en zorgvuldig. Allemaal vrijende egeltjes met een meestersgraad. Op het continent zijn de juristen aan de macht, net zoals dat in de Angelsaksische wereld de economen overheersen. Wil je daar wat aan veranderen, dan gaat het er om juridische vraagstukken op een niet-juridische manier te benaderen. Anders blijft het systeem het systeem. Hoe bedoel ik dat, minder cryptisch?
Laat ik met een voorbeeld komen aan de rand van de Europese verdragen. Velen die in het Europese circuit ronddraaien zullen het herkennen, maar er wordt niet echt iets aan gedaan, om redenen die ik hier ook zal uitleggen. Voor veel anderen zal dit nieuw zijn en het lijkt me zeker voor die lezers goed om er kennis van te nemen.

Zuidelijke wens

Het is alom, noord of zuid, een grote wens om de werkgelegenheid te bestrijden. Dat kan eigenlijk niet zonder je over onderwijs uit te spreken. Vooral het beroepsonderwijs is een geliefd thema in werkgelegenheidsdiscussies en terecht. Onderwijs is echter een van de thema’s die in beginsel buiten het Verdrag vallen en aan de lidstaten zelf is voorbehouden. Afstemming prima. ‘Best practices’? Natuurlijk. Maar hoeveel verder mag het gaan? Het is een feit dat veel landen, vooral de landen die het niet goed doen op de lijstjes – lees: zuidelijke lidstaten – behoefte hebben aan meer regelgeving. Of beter gezegd: degenen die deze landen vertegenwoordigen. Is dat omdat het verstokte socialisten zijn? Dat zou soms best kunnen, maar voor de meesten geldt dat niet. Is dat om de noordelijke landen terug te pesten? Ik betwijfel of dat zo werkt, maar zelf heb ik dat nooit meegemaakt.
De allerbelangrijkste reden heeft te maken met het feit dat deze vertegenwoordigers er in eigen land vaak niet doorheen komen om de gewenste verbeteringen door te zetten. Neem het voorbeeld van niet functionerende vakopleidingen. Met een Europese regeling achter de hand kunnen maatregelen worden afgedwongen waar schooldirecteuren, al dan niet gedenkt door politieke vriendjes, zich nu steeds aan weten te onttrekken. Europese regels zijn de band waarlangs men intern beweging probeert te krijgen. Europa heeft baat bij dit spel omdat het vaak de enige echte manier is om, in dit geval, van een laag niveau van onderwijs tot een hoger te komen.

Noordelijk nee

Over het algemeen willen de vertegenwoordigers in de noordelijke landen ze best helpen. Als zo deze zwakke landen wat beter kunnen worden, des te beter natuurlijk. Vol sympathie horen ze de problemen van hun minder gelukkige collega’s aan. Maar twee zaken en één juridisch principe houdt ze tegen.
Er zit iets afschermends in de houding van veel noordelijke landen. Ze zijn tegen het instrument van (meer) regelgeving om de simpele reden dat ze hun eigen systeem het mooiste vinden en niet willen dat er via de band van Europa aan kan worden gesleuteld. In Nederland hebben wij bijvoorbeeld op onderwijs terrein in Nederland een absoluut uniek inspectiesysteem. Daar mag nog met geen vinger naar gewezen worden, ook al weten we dat deze unieke inspectie veel scholen lui maakt. Je wilt niet het risico nemen dat wat goed voor de zuidelijke landen is slecht voor de noordelijke uitpakt. Het motto is dus: blijf ver van regelgeving af. Daarbij komt dat er wel degelijk een serieuze wens is in veel landen om de bureaucratie terug te dringen en naar minder regels te streven. Wensen om dan tot nieuwe regelgeving over te gaan kunnen dan al snel worden ontmoedigd. In plaats daarvan komen dan de zachte stimuleringsmaatregelen die in de landen die hardere maatregelen voor zichzelf nodig vinden niet aankomen.
Het tweede heeft met het niveau van de normen in de regelgeving te maken. Een verhoging van de normen voor de zuidelijke landen kan in een verslechtering betekenen van de norm ten opzichte van de huidige situatie in de noordelijke landen. Ook hierin loopt het dus vast.
Dan het principe. Dat principe is simpel het idee dat Europese regelgeving voor elke lidstaat moet gelden: dezelfde norm binnen dezelfde regeling voor dezelfde situatie.
Het is allemaal logisch, begrijpelijk en verstandig. En achterhaald, wil je tenminste een werkende Europese Unie hebben. Wat juristen en oude Europa denkers niet vatten dat systemen vol diversiteit beter zijn dan uniforme systemen. Durf te differentiëren! En als je dat slim doet, krijg je aan het einde van de route nog meer eensgezindheid ook.

Klimmen en dalen

Dat is dan ook de kern van mijn voorstel. Dat komt er op neer dat landen die in eigen land sneller willen converteren – “klimmen” – naar het hogere Europese niveau, daar de ruimte voor krijgen mits voldoende landen (zeg: 10) daar aan mee doen. Anders is het niet Europees. Het gaat hierbij niet inde eerste instantie om nieuwe regelgeving. Het gaat vooral om een bewuste verhoging van de norm binnen een regeling. Het belangrijkste effect ervan moet zijn dat het lidstaat dat dit overneemt zichzelf het signaal geeft het niveau te verhogen binnen Europees kader.
Daar staat tegenover dat landen die hun administratieve lasten willen verlagen dat ook moeten kunnen doen. Zij kunnen, als voldoende lidstaten meedoen, het aantal bestaande regels verlagen, inclusief de daarin geformuleerde normen.
Om dat te laten werken is er wel een spelregel van toepassing dat de dalende regelgeving nooit onder het niveau van de klimmende mag komen. Er moet voor de klimmende partijen een prikkel blijven om het niveau te verhogen, zoals er door de dalende partijen voor gezorgd moet worden dat de verstorende werking minimaal blijft. Anders luidt de spelregel: opnieuw weer alles communaal regelen.

 Spelregel als prikkels

Juristen zullen van deze benadering gruwen. Juristen staan ook met hun mond vol tanden als het er om gaat om meer diversiteit en flexibiliteit in het systeem te krijgen, zeker als je dat aantoonbaar niet krijgt via kaarten of andere goedbedoelde maar niet-werkende spelregels. We zullen we meer psychologisch moeten denken.
Naar ik begrijp heeft men in Italië geprobeerd iets vergelijkbaars op te zetten. Daar probeerde men verschillende regimes van regelgeving te creëren tussen Noord- en Zuid-Italië. Maar ik vraag me sterk af of daar de prikkel goed is doordacht. Hoe dan ook, dit is mijn bijdrage aan de discussie over het niveau van regelgeving in Europa. Het kan anders – en beschikt u over een creatievere geest, meldt u vooral!

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

Van verzetsstrijders naar verslagstrijders. Bij dodenherdenking 2014

Vandaag is dodenherdenking. Morgen is bevrijdingsdag. In een gedicht beschrijf ik een meisje dat er op dodenherdenking bij mag zijn, maar nog niets beseft. Wat als zij later ouder is? Wie informeert haar dan over vrijheid en het gemis ervan, oorlog en vrede? Ik draag dit op aan alle journalisten die haar helpen informeren.

4 mei

Ze kijkt naar de schoenen van de mijnheer
voor haar, hoofd gebogen –
blonde paardenstaart boven
blauwe jas en dito broek
Ze wist eerst niet hoe ze
stil moest zijn
Is dat nu wel

Grote woorden waaien
over haar hoofd
Een militair schreeuwt
gemoffeld: “GEEF ACHT!”
Alles is geschuifel

Voor haar valt
een vouw strak naar beneden
De schoenen zijn zwart
Ze weet dat er iets
niet hetzelfde is
Ze weet nog niet wat

Peter Noordhoek ‘14

 

5 mei en daarna

Het kind in het gedicht kan de stilte vandaag van zich af laten vallen en met muziek vieren dat er feest is. Wat voor feest? Dat zal voor haar nog tot de niet te beantwoorden vragen horen. De stilte leert haar verdriet, muziek dat er feest is. Pas later zal ze zich afvragen wat voor tijd het was waarin ze jong was en wat er toen gebeurde. Of er dan nog 4 en 5 mei gevierd wordt? Wie weet.

4 en 5 mei zijn voor mij wel constanten. 4 mei nog meer dan 5 mei. Ik werd razend nieuwsgierig naar de tweede wereldoorlog, ik wilde er alles van weten. Ik probeerde mij ook heftig te verplaatsen in die tijd. Wat zou ik gedaan hebben, toen ..? In ben uit 1957 en het was soms alsof ik een groot feest gemist had, maar dan anders. Ik wist ook, want het werd ingepeperd, dat we het nu zo goed hadden. Er was vrijheid. Er was vrede.
Was dat ook zo? Nee. Ik ben geboren tijdens de Suez-crisis. Kort na mijn geboorte was er de Hongaarse opstand en vlak nadat ik mijn eerste televisie-uitzending zag werd er een president neergeschoten. Ik herinner mij de beelden van een ziekenhuis. Mijn eerste bewuste oorlog was de 6-daagse in Israël en kort daarna was alles Vietnam en atoombommen. En toch kwam het niet echt dichtbij, of niet zo dichtbij als ooit die ene oorlog was geweest. De rest was iets wat je las of zag in rapportages en binnenkwam op redelijk vaste tijdstippen op de dag. De tweede wereldoorlog kon ik moment binnenstappen in de flart van een gesprek, een plek waar je langskwam, een verhaal over goed of fout. Zo is het nu niet meer, maar helemaal gesleten is het nooit, die oorlog.

Hoe zou het voor haar zijn, dat kind? Als zij terugkijkt naar het begin van haar leven, wat weet ze dan. Ergens in Syrië wordt een burgeroorlog gevoerd met gruweldaden die de vergelijking met de tweede wereldoorlog zo kunnen doorstaan. Er is een sluipoorlog aan de gang in Oekraïne, zal het doorbranden? Zullen we als Europa zeggen dat we het met ‘soft power’ goed hebben kunnen beheersen of proberen we de bittere smaak te vergeten, net als destijds op de Balkan. Of komen er nu geen Amerikanen meer om het voor ons oplossen? Wat dan?
Op één ding reken ik, tweede generatie kind, niet. De tweede wereldoorlog zal voor dit vierde, vijfde generatie kind niet de betekenis hebben die het voor mij heeft. Gelukkig maar. Ik ga er van uit dat ook haar tijd een tijd van strijd zal zijn, maar niet zo direct als het voor mijn ouders en grootouders was. Dat gun ik haar, al doet het ook de vraag opkomen hoe ze dan vast houdt aan dat gevoel van vrijheid, van vrede.

Ik kan haar daar niet mee helpen. Wat ik wel bedenk is dat die tegenstelling tussen dat nieuws dat van ver weg kwam en die oude oorlog die zo dichtbij was, ook kwam omdat het nieuws letterlijk en figuurlijk van zo ver weg werd bericht. Dat is in de jaren daarna veel minder geworden. We staan er nu bovenop, ondanks alle pogingen van dictaturen om het stil te houden. Daarom zou ik deze 4 en 5 mei op willen dragen aan alle journalisten in de oorlogsgebieden van de wereld. Ik ben vaak kritisch op de media, mede omdat zij zelf zo slecht met kritiek omgaan. Maar voor het werk dat journalisten daar doen, plus alle werkers achter de schermen die het nieuws vervolgens naar ons toebrengen, voor hen, voor jullie de lof. Zij zijn geen verzetsstrijders, wel verslagstrijders. Blijf meisjes en jongens zoals zei informeren terwijl ze groter worden. Om stil voor te worden en om te weten wat er gevierd wordt als het vrede is.

 

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek