Maandelijks archief: april 2014

De drieslag van een incident

Wanneer is een incident een incident? Aan het einde van Koningsdag werden wij thuis plotseling geconfronteerd met een man die helemaal in paniek was. Een uur later zou het verhaal eindigen in het water van de Oosthaven, waar hij voor de ogen van veel publiek met moeite uit werd gevist. Einde incident? Of zijn er meer te melden?

Koningsdag is voor ons, net als voorheen Koninginnedag, een dag vol rollen en rituelen. Voor Loes, mijn vrouw, is er de rol van het Oranjemeisje. Daar hoort vooral het ritueel van de vrijmarkt bij en het per se meemaken van zoveel mogelijk Oranjedingetjes. Er is ook haar ritueel om mij er aan te herinneren dat ze op dezelfde dag jarig is als Willem-Alexander en mijn ritueel om daar diep bij te zuchten.
Mijn eigen rol bestaat uit het me met een kan koffie terugtrekken achter mijn bureau voor een dag ongestoord schrijfwerk. Geen onzin aan mijn kop. Mijn ritueel is om luid te zuchten als mijn vrouw dan binnenkomt met een tas vol versleten knuffelbeesten van de rommelmarkt. Een dag vol rollen en rituelen dus, inclusief haar rol van enthousiast liefhebber en mijn rol van verstoorde mopperaar. We laten het lekker botsen met ons beiden. En elk jaar val ik zelf uit mijn rol door toch even de markt op te gaan om sfeer te proeven. Maar dat mag zij niet weten.

Rond 5 uur gisterenmiddag zat ik net weer achter mijn bureau op de 1e verdieping van ons pand. Een verdieping hoger hoorde ik Loes iets roepen, maar ik kon het niet goed verstaan. Pal daarop hoorde ik twee grote klappen. Wat was ze aan het doen? Even rustig, graag, dacht ik, nog in mopperstand. Nog een grote klap, maar het geluid ervan kon ik niet plaatsen, was eerder onder Loes dan erboven. Weer hoorde ik Loes, ze was me aan het roepen. Ik stormde achter mijn bureau weg, maar twijfelde over waar ik naar toe moest gaan. De stem van Loes kwam van boven, de klappen niet. Ik koos ervoor de trap af te stormen naar de achterkant van het pand. Even hoorde en zag ik niets. Toen deed ik de achterdeur open, keek omhoog …
Zijn lange benen waren nat, met een zwarte zweem er overheen. Daarboven een zeer korte broek en een wittig t-shirt met korte mouwen. Ook nat, zwartig. Zijn armen gebaarden vanaf het dak van onze uitbouw naar me toe. Er zat bloed op zijn handen. Maar dat zag ik eigenlijk pas later, want wat direct trok waren zijn ogen: kleine zwarte cirkels in een geschoren hoofd. Met wat bloed op dat hoofd. De man was rond de twintig, ouder niet. En zwaar in paniek: ‘Call the police. Please, call the police’, klonk het, met een Oost-Europees accent. ‘They chase me’.
En dat was precies wat ik deed. Terwijl ik hem door de ramen in de gaten hield, belde ik 112. Ik werd doorverbonden naar de politie en deed snel het verhaal over de man op ons dak. Zei dat hij had gevraagd de politie te bellen. Zei ook dat ik dacht dat hij zwaar geflipt was – terwijl ik nog in die ogen keek  – en bedacht dat ik hem wel wilde helpen, maar niet binnen wilde hebben.

Het volgende moment was hij weg.

Na mijn melding aan de politie snel te hebben afgerond, ging ik de tuin in. We zagen hem niet meer. We zagen wel onze overburen, ontdaan. Daar was hij naar toe gegaan. En naar binnen gegaan. Ook zij waren nu 112 aan het bellen. En nu bleek dat zij hem eerder naar ons toe hebben zien gaan. Hij was uit de smalle gracht geklommen die dwars door de binnenstad loopt (en waarin wij tot vier jaar geleden nog loosden) en ze hadden hem eerst naar ons toe zien gaan.
We hebben rondgekeken, maar zagen hem niet meer. Einde incident.

Iets van een half uur later kwamen politie, brandweer en ambulance onder ons raam door gereden. Wij er op af, met vele anderen. En iets verderop zagen wij hoe hij uit het water werd gehaald en even later op een brancard werd weggereden. Het was een soort feestelijk gebeuren geworden. Camera’s klikten. Iedereen probeerde er achter te komen wat er aan de hand was en dat werd weer gedeeld: hij is in het water gesprongen, hij wilde er niet uit. Agenten werden aangesproken, de brandweerlieden ook. Met de bewoners uit de buurt wisselden we uit. Nadat de man er uit was gehaald ging er nog een brandweerman in duikpak de haven in. Ook spannend. Het was bijna feestelijk, een soort toegift op Koningsdag. Zou dit het nieuws halen?
Ik heb één foto in de pers gezien. Op de site van Omroep West valt te zien hoe een in een deken gehulde ‘verwarde man’ wordt afgevoerd. Dat is het. Incident gesloten.

Terugkijkend is er iets van een drieslag van incidenten te maken.
Het verhaaltje in de pers is het incident in de publieke betekenis. Incidentje, moet ik eigenlijk schrijven. Een statistiek in een stadsgeschiedenis. Door velen dit weekend in onze stad opgemerkt en door velen weer even snel vergeten. Iets om het misschien nog even over te hebben in het verlengde van een mooie dag: heb jij die gek in het water gezien? Klaar.

Dan heb je het incident in de meer private of individuele betekenis. Voor mij en Loes het beeld van die man op het dak. Bedreigd en dreigend tegelijk. Met die ogen. Voor de overburen die man die opeens uit het water kwam en opeens bij hen binnen was. Voor al die anderen die – naar we later hoorden –hun moment van ontmoeting met de man hadden, ook iets wat ze waarschijnlijk nog wel even op het netvlies houden.
En voor de man zelf? Hoe zal die weer bij zinnen komen? Wat heeft hij gedacht toen hij – want dat was het geluid dat ik hoorde – bij ons op ramen en deur stond te bonken? Geen idee. We zullen het niet weten, al vermoeden we des te meer.
Vandaag ontdekten we het bloed van zijn handen op verschillende ramen. Dat klinkt dramatisch, maar we hebben het gewoon schoongemaakt. Minder terloops, maar ook voor ons: einde incident.

Het contrast tussen dit incident en de zonnige Koningsdag ervoor lijkt groot. Voor de politie was er voor zover wij weten verder geen ander  incident te melden. Zoals dat heet; een incidentloze dag.
Maar nu besef ik: die incidenten waren er wel degelijk. Loes en ik maakten ze. Uit niets. Over niets. Over knuffelbeesten, over Oranjegedoe. Via onze rolletjes en rituelen maakten we zoals elk jaar die kleine incidenten tussen ons beide. En waarom? Om zo te spelen met het gewone van een licht belachelijke dag, Koningsdag. Er kleine vonken van af te slaan en zo de dag nog lichter maken dan hij al is. Onze zelfgemaakte incidentjes maakten het prettig normale van de dag nog beter voelbaar.

Volgend jaar zullen we elkaar ongetwijfeld herinneren aan ‘het’ incident en even terugdenken aan die man, die ogen. Maar daaromheen zullen we weer ons eigen incidenten maken. Dat hoort zo, bij ons, op Koningsdag.

 

Peter Noordhoek

Answers to populism in Europe.

Much of the upcoming European election is framed as a battle with populism. With political leaders like Farange, Wilders and Le Pen representing ‘the small minded’ within Europe, and with Mr. Putin as the big enemy outside, there seems much to be scared about. Votes will be lost to populist parties, in significant numbers. However, a more sober assessment suggests that there is no immediate threat to centre-right and centre-left majorities – yet. Not on the national level, not on the European level. Still, even though polls predict rather comfortable voting results for main parties of EPP (centre-right), S&D (centre-left) and ALDE (liberal), voters are forgiven when they think that the populists will take over the European Parliament and start with the dismantling of Europe. However, the real question should be: is populism destabilizing Europe or are we destabilizing ourselves? In my view the rise of populism is not a sign of the strength of their leaders, but a sign of our own lack of answers to the uncertainty of our voters. Any answer to populism should be an answer to ourselves: what policies do centre parties stand for? What is Europe about? What are we about?

Today we are at the early stages of an election that promises to be a battle of one-liners. As a former campaign manager I cannot argue with that. Clear messages are required if politicians are to reach the voter. The general apathy about Europe is a bad thing, a sign of alienation on which the populist can prey, and I welcome every effort to change that. But in the end this campaign is no more than a loud kitchen debate in a big house with many rooms and too many closed doors.
From this perspective, it would be a mistake to fall into the trap of blaming ‘the’ politicians for this apathy. Things are going on that are much larger than any party, let alone a single politician, can handle or even address in a campaign. This is about us, as people in a continent in crisis. It is not about the nation state or about the European institutions, even though we may think it is. it is about how we deal all with the changes that are now going through European society. Europe is not about Europe, it is about us. Our endeavors, our ways of creating wealth, our beliefs.

In May 2013 I was asked to give a 10 minute talk about populism and the position of centre-right parties at the anniversary meeting in Budapest of the Robert Schumann Institute. I published my contribution as a blog under the title of ‘Europe is not about Europe’. Soon after that, I got a request from another institute to talk on the same topic, this time for an hour at a small but dedicated event in Vilnius for representatives from Baltic and Central European states. Perhaps because of our wild experiences with Wilders, the largest delegation consisted out of three Dutch lectures, of which I was one. Here you find my text, written after the event, based on my notes. It is partly updated to today, though there is no changing the fact that the economic crisis was much more felt in the summer of 2013 than in this spring of 2014. I publish it now, because a month back I was interviewed by Alexandra Kaniewski, a journalist from the Gazette Wyborcza, the biggest daily in Poland, and she told me she wanted to have it published. It made me finish the text, also because she said some nice things about it. Thank you, Alexandra. I know it is quite long, but some things take time to be written and to be read. Vilnius

http://www.northedge.nl/wp-content/uploads/iri.13.vilnius-16-6-ed.-200414.pdf  

Peter Noordhoek

 

 

 

 

 

Koester het nabije, omarm de diversiteit

De vrijdag na de Raadsverkiezingen heb ik een artikel in de Volkskrant geplaatst gekregen over de kwaliteit van de peilingen, c.q. het gebrek daar aan. De strekking daarvan heb ik diezelfde dag ook in deze weblog geplaatst. Het wachten is nog steeds op een adequate verklaring van Ipsos over hun misser, maar ik heb geen zorg over het doorgaan van die discussie. Alhoewel .. een poging van mij om in de vorm van een paper met een uitgebreide verantwoording te komen van mijn ‘kleine tikken theorie’ op het zgn. ‘Politicologenetmaal’ in juni is afgewezen. Kern van de paper: langs statistische weg alleen kom je niet tot verbetering van de huidige vorm van peilingen. Dat is inderdaad geen erg wetenschappelijke stellingname. Hoe dan ook zorg ik wel voor een vervolg.

Iets anders is het gesteld met het andere artikel dat ik op 19 maart, de dag van de verkiezing, samen met Frank van den Heuvel in het dagblad Trouw heb mogen plaatsen. De redactie koos voor de titel ‘CDA moet kleur van omgeving aannemen’. Die dag en avond hebben we er vele reacties op gekregen en de meeste heel positief. Het leukste was een reactie die ons via de redactie bereikte en er op neerkwam dat deze persoon er door was overgehaald om op het CDA te stemmen. Tegelijk was het een artikel dat alleen in de papieren Trouw terecht kwam. Om die reden geef ik de tekst hieronder integraal weer, inclusief de oorspronkelijke titel. Dat doe ik ook omdat we dit artikel vooral als start zien van een verdere beweging in onze partij – en wat ons betreft ook in andere partijen. Deze maandag zitten Frank en ik weer bij elkaar om vorm te geven aan het vervolg. Aarzel niet ons te bestoken met gedachten en ideeën om deze nog algemene tekst vorm en inhoud te geven, of neem het mee als je naar het Festival van de Vernieuwing gaat op 12 april a.s..

CDA: partij van het nabije

Overal in de wereld zijn regio’s in beweging. De regio’s houden zich nooit aan provincie-, lands- of andere grenzen. Regio’s zijn gebaseerd op de cultuur, het nabije, op hetgeen mensen het meest drijft en bindt. Begin deze maand was dat weer duidelijk in Zuid-Nederland met het carnaval, het blijkt in Groningen, het blijkt in de Oekraïne en de komende maanden zijn er overal in Europa referenda over losser van de natiestaat komen. Regio’s en ook gemeenten, in alle soorten en maten, hebben de kansen, zitten dichtbij de mensen en begrijpen de cultuur. Politieke partijen kunnen dat aspect veel meer meenemen in hun strategie, opstelling, manier van mensen benaderen op weg naar de gemeenteraadsverkiezingen. Zeker nu het aantal lokale partijen dat deelneemt weer meer is dan vier jaar geleden, blijkt de behoefte. En juist onze partij, het CDA, heeft alles in huis dit veel pregnanter te doen. Iedere CDA-afdeling moet en kan de kleur aannemen van de omgeving.

In het CDA heerste lang de discussie waar men vandaan kwam: KVP, AR of CHU. Katholiek of protestant, van boven of beneden de rivieren, religieus. Maar een echte discussie mocht niet. De bloedgroepen werden weggemasseerd, waren een taboe, pasten niet in het eenheidsstreven. Het feit dat steeds meer mensen met een seculiere achtergrond, of gewoon twijfelend aan hun geloof, zich toch tot de christendemocratie aangetrokken voelden, werd niet gezien.

Ondertussen is het CDA een stuk kleiner, maar heeft het nog wel al die verschillende geledingen in huis. Veel mensen herkennen zich niet meer in het CDA, want voor de één is de partij te christelijk, voor de ander te plattelands en voor weer een ander te veel gericht op de macht. Juist in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen kan het CDA alle profielen die ze als volkspartij in zich heeft demonstreren, er trots op zijn. Natuurlijk inspiratie vanuit het christelijke maar veel breder. Natuurlijk opkomend voor regionale belangen maar veel breder. Natuurlijk protestant, katholiek, maar veel breder. Het CDA kan overal een lokale partij zijn en daarmee dichtbij de mensen staan. Aansluiten bij historie, cultuur en traditie van de omgeving, de regio. Zoals de CSU in Duitsland in Beieren de christendemocratische partij is en zoals veel lokale partijen eigenlijk het lokale CDA zijn. Het CDA heeft dan plattelandskenmerken, is passend in de grote stad, kent het provinciestadje en kan herkenbaar opereren van Nuenen tot Loppersum en van Wassenaar tot Sluis. Dan heeft iedereen een reden om CDA te stemmen, omdat het CDA dan zijn krachtigste elementen in de strijd gooit: pluriformiteit, verscheidenheid en het zijn van een volkspartij. Het CDA is dan katholieker in het Zuiden, protestantser op de Veluwe en fijnmazig verweven in de grote stad, waar allerlei christelijke organisatie nu ook al de gaten van de, vaak sociaal-democratische of libertaire, overheid dichten. Niks profiel wegmasseren, maar ruimte geven. Verschillende profielen, diverse verschijningsvormen kunnen elkaar versterken.

Ook de samenleving is meer dan one size fits all, zoals grote, Haagse, politieke partijen nu vaak krampachtig proberen te koesteren. Het CDA is gelukkig een steeds uitgesprokener tegenstander van schaalvergroting van gemeenten en scholen geworden, maar nu is het tijd voor de volgende stap: bewust streven naar schaalverkleining. Door regionalisering, door het maken van kleinere verbanden en al die andere vormen van schaaloptimalisatie. Dan wordt het nog logischer om op stadsniveau en in het kleinste dorp de strijd aangaan met de sterkste partij aldaar, ook, juist, als dit een lokale partij is. En dan heeft het partijbureau geen zorg erbij, maar een kans om in te koppen.

Natuurlijk is er qua inhoud, qua maatschappijvisie een sterk en gemeenschappelijk uitgangspunt, maar de uitvoering, positionering en presentatie zijn verschillend. En deze pluriformiteit maakt alleen maar sterker, heeft zich bewezen in het verleden en past perfect bij de tijd van nu. Dat is de meerwaarde van de landen in de Europese Unie, de staten van de Verenigde Staten, regio’s in Spanje en Groot-Brittannië. Het is nog altijd herkenbaar in de coöperatieve structuur van de Rabobank, maar ook in de netwerkstructuur van menig start-up. Het past bij de traditionele kerkganger, maar ook bij de non-conformist die beseft dat er iets beters moet zijn dan de anonimiteit en grootschaligheid van nu. Niet het midden van de weg of van alles wat, maar respect voor het eigene, het nabije en ieders waarde.

Frank A.M. van den Heuvel en Peter Noordhoek zijn lokaal en landelijk actief voor het CDA

Slanke taal (daggedicht)

Wat gedicht is kan weer open, zoals Monica Boschman ooit schreef. Bij mij is het dichtboek al te lang gesloten. Teveel aan het organiseren geslagen. Daarom zal ik nu van tijd tot tijd op deze plaats een poging tot een gedicht publiceren. De lezer is gewaarschuwd.

Ik spreek de slanke

taal niet die

mij door

het

oog van

de naald

o

rijgt

bij de

momenten

dat ik

er

niet

eigenlijk

niet

bij ben

o

Ik vochtig

mijn lippen

Nat de draad

Sis iets

met mijn lippen

Weer

niet raak

o

Mijn taal is

meestal

dik genoeg

om de naald te raken

o

Niet slank

genoeg om

door het oog

het

hart

te

raken

O

 

Peter Noordhoek ’14


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek