Maandelijks archief: maart 2014

Bolle blikken, poep of troep. Over voedselveiligheid en zelfregulering.

Deze week is er in de Tweede Kamer een nieuw debat over voedselveiligheid. Daarin gaat het om de vraag hoe de overheid moet reageren op alle voedselschandalen. Veel gaat daarbij over de positie van de toezichthouder, de NVWA. Omdat ik vermoed dat dit de verkeerde focus is, probeer ik in deze blog meer naar het object van het toezicht te kijken: de aard van ons voedsel en de mensen die er mee werken. 

Bolle blikken

Zweedse vissersboten hadden de gewoonte om haring al aan boord in te blikken. Ze verkochten hun voorraad langs de kust waar ze voeren. Een keer ging er iets mis. De haring was bedorven, de blikken stonden bol. Toch verkochten ze de bolle blikken aan een groep Finnen, in de verwachting die mensen nooit terug te zien. Dat gebeurde toch wel en de vissers vreesden in elkaar geslagen te worden door de Finnen. In plaats daarvan vroegen de Finnen of ze nog meer van die heerlijke haring in die bolle blikken te hebben. Sindsdien gelden de bolle blikken als een keurmerk voor een speciaal soort heerlijke haring.

Poep of troep

Ik ken een ondernemer die een kleine groothandel in paddenstoelen heeft. Geen paddo’s, om misverstanden te voorkomen, maar speciaal gekweekte paddenstoelen voor de betere restaurants. Deels komen deze van overzee, tot en met uit Azië. Daar kan dus wel eens wat mee misgaan. Zo werd er in een zending listeria aangetroffen en dat kan gevaarlijk zijn. In dat geval stuurt de NVWA een bericht uit naar alle leveranciers met het bericht dat alle ladingen vernietigd moesten worden. De NVWA vroeg per mail om reactie van de ontvanger. De ondernemer deed dit om allerlei redenen niet. Al heel snel daarna kreeg hij de NVWA aan de telefoon en kreeg een reprimande.

Toen kwam bij hem de irritatie. Aan het bericht kon hij namelijk zien hoeveel tijd er was verstrekken tussen de eerste melding en de mail: teveel om nog te mogen veronderstellen dat de partij nog in omloop zou zijn. Het was inmiddels allang ‘poep of troep’. Terecht kreeg hij een reprimande van de NVWA, maar de eerste fout lag bij diezelfde NVWA. Die waren toch nog niet snel genoeg geweest, of de specialistische kennis ontbrak om te weten dat de termijn te lang was.

Microns

In beide incidenten schuilt een les. Er is nauwelijks aanleiding te veronderstellen dat zoiets als wat de Zweedse vissers uithaalden nu nog mogelijk zou zijn. Zo komt een product niet meer op de markt. In dit geval is dit wellicht maar goed ook. Tegelijk maakt het wel duidelijk dat voedsel letterlijk en figuurlijk vol leven zit. Ook in de dode haring barst het nog van het leven. In dit geval dansten de bacteriën een dans die de Finnen kennelijk beviel, maar de grens tussen MMMM en BWAH is smal en is van heel veel subtiele – en subjectieve factoren afhankelijk. Ook met moderne technologie valt die dans nooit helemaal stop te zetten. Vorig jaar hadden we ons grootste voedselschandaal in de vorm van grote partijen bedorven zalm. Na grondige analyse bleek het probleem uiteindelijk te schuilen in de net iets te grote gaatjes van een pvc-verpakkingselement waardoor besmetting toch mogelijk bleek. We hebben het hier over microns. We hebben het hier over iets groot genoeg voor wat foute bacteriën om door heen te gaan.

Precies waarom wordt gevraagd

Het is niet fair. Het voorbeeld van troep of poep laat zien dat onze toezichthouder internationaal is aangesloten, via digitale middelen weet te reageren, alert is op feedback en niet aarzelt om een tik op de vingers te geven wanneer het nodig is – precies dus waar om lijkt te worden gevraagd. En toch is men nog te laat, ontbreekt het kennelijk aan productkennis en wordt van een potentiële medestanders – ook deze ondernemer begreep dat hij belang heeft bij voedselveiligheid – toch een wantrouwende ontwijker gemaakt. Het is niet goed of het deugt niet – of hebben we hier met de natuurlijke vertraging te maken van een overheid ten opzichte van wat er in de samenleving gebeurt?

Slager en vlees

In voedselveiligheid hebben we dus een toezichtobject dat letterlijk en figuurlijk kan muteren waar je bij staat en een toezichthouder die goed weet wat het doet, maar al te makkelijk achter de feiten aanloopt. Dan heb ik maar één gedachte,  maak vooral degene die om het voedsel gaat de baas over de kwaliteit ervan. Als het om vlees gaat – laat dan toch vooral de slager zijn eigen vlees keuren! Laat de visser bepalen wat over boort wordt gegooid en wat op ons bord komt en laat de paddenstoelenkweker weten wat heerlijk is bij een sterrenmaal en waarvan je in het ziekenhuis beland. Uiteindelijk is de kennisfactor leidend voor elk kwaliteitsdiscussie en is er daarmee geen alternatief voor zelfregulering – al helpt het zeer als slager, visser en handelaar elkaar scherp weten te houden in brancheverband.

Geen geloof in zelfregulering

Geloof maar niet dat dit werkt, hoor je de bestuurders zeggen. Of zoals Jan Mans het vrijdag naar mij toe in een tweet zei: “Na mijn ervaring met handhaving en toezicht ben ik het geloof in zelfregulering kwijtgeraakt.” En dit is iets wat veel toezichthouders hem nazeggen, zeker als ze weer eens worden geconfronteerd met een frauderend voedselbedrijf dat met een certificaat zwaait. En geen krant zal een voedselschandaal laten liggen. In menig hoofdredactioneel commentaar wordt het spek te vaak te dicht bij de kat gezien. En ondertussen is de consument zenuwachtiger, allergischer, kritischer dan ooit en wil het toch z’n kiloknaller blijven kopen. Er moet dus ingegrepen worden, krachtig ingegrepen. Zelfregulering is achterhaald.

Tijd voor nuchterheid

Deze week is er een debat over voedselveiligheid in de Tweede Kamer. Er ligt weer een kritisch rapport, dit keer van de Raad voor de Veiligheid, en het is weer tijd om de staf te breken over de NVWA. De raad is in haar rapporten vaak nogal snel in goed en fout oordelen, maar het gaat natuurlijk om het vervolg, de oplossingen. Mijn zorg is dat het van dik hout zaagt men planken gaat en dat de overheid zich voor je het weet helemaal verantwoordelijk maakt voor onze voedselveiligheid. Dat de NVWA er wellicht wat budget bij krijgt, maar vooral veel verantwoordelijkheid en een torenhoge verwachting.

Ik wil daar even niet aan mee doen. Wat is nuchter? Nuchter is het denk ik als wordt gestart bij:

  • realistische verwachtingen. De overheid is al veel te ver gegaan in het zedenmeester zijn over wat en hoe mensen moeten eten. Als de samenleving al moeilijk maakbaar is, dan geldt dat nog meer voor menselijke magen. Ze blijven rommelen;
  • de realisatie dat er nog altijd veel meer goed dan fout gaat en dat dit toch vooral te danken is aan het vakmanschap van de mensen die dagelijks met het voedsel werken
  • haak aan bij dat vakmanschap. Geef de mogelijkheden voor zelfregulering aan de vakman, leg daar het belang en niet bij een anoniem, op winst bejag ingericht bedrijf
  • de problemen met voedselveiligheid worden in toenemende mate bepaald door de complexiteit van de internationale voedselketen. Maak dus dat het vakmanschap zich over grenzen heen kan ontwikkelen. Erken internationale diploma’s, stimuleer mobiliteit

Tot slot: geen zelfregulering werkt zonder een harde ‘keg’ van verticaal toezicht en geen toezicht werkt zonder een zelfregulerend veld. Dat kan het enige uitgangspunt zijn. En elke keer als ik weer een anoniem pak vlees uit het schap van de supermarkt pak, denk ik vooral: oh, wat hoop ik dat de slager zijn eigen vlees heeft gekeurd.

 

Peter Noordhoek

Over albino’s en het nadere nut van ontwikkelingssamenwerking

Men zegt dat het kenmerk van volwassenheid het vermogen is om twee tegengestelde gedachten in het hoofd te houden – en toch te functioneren. Dat vermogen moet echt aangesproken worden als het om ontwikkelingssamenwerking gaat.

Scepsis

Ik ben sceptisch over het nut van ontwikkelingssamenwerking. Niet van oorsprong – allesbehalve, zegt dit kind van de zending – maar wel door teveel kennis over de praktijk en door eigen ervaring. We zijn zo’n 30 jaar geleden met een hulpproject begonnen in Oegands, in het verlengde van de burgeroorlog. Toen waren we de eerste. Nu allesbehalve. De hulpverslaving is een enorm probleem. Structurele problemen worden niet opgepakt. Zowel hongersnood als watervloed komen voor, zijn beide te vermijden maar dat gebeurt gewoon niet (of door de Chinezen). Corruptie is overal. Wie help je? Oeganda? Dat land dat homo’s vervolgt?

Ja, daar

Zoals elk jaar gaat mijn zus Marion naar Oeganda om onze projecten in het Noord-Oosten van Oeganda te bekijken en nieuwe projecten te onderzoeken. Deze keer ging Agnès Verhoof mee. Voor haar was het de eerste keer en je hoort de schok terug in de weblog die ze bijhield:

“Gisteren op bezoek geweest in het huis van een aantal Albino’s. De meeste van hen zijn verstoten door hun familie, want albino’s brengen ongeluk. We komen in een kamertje. De stank is vreselijk. Ze laten ons een stervend kind zien. Het sterft aan huidkanker. We krijgen dat koppie, omwikkeld met gaas en watten niet meer van ons netvlies ……”

Albino gemeenschap Oeganda - Wijnand Noordhoek Foundation

En dus toch

Ik neem niets terug van wat ik hierboven heb geschreven. Toch wil ik u vragen mee te doen met een actie om iets aan de situatie van de albino’s te doen. Half april doen we met een aantal mensen mee aan de Rotterdam Marathon. Eén van ons doet de gehele marathon van 42,5 km., de anderen doen mee aan de estafette, met dank aan ABN-Amro dat ze onze toegang sponsoren. We hebben in ieder geval één Nederlands en één Duits team. Zelf doe ik daar ook aan mee, maar verwacht er aan vast te plakken, in totaal 30 km. Ik vraag de lezer mijn kilometers te sponsoren met een bedrag van naar keuze. U kunt storten op nr. 34.97.30.857 ten name van M. Noordhoek inzake Wijnand Noordhoek Foundation te Breda.

En waarom durf ik dat te vragen ondanks dat ik niet geloof in ontwikkelingssamenwerking en even heel erg op het sentiment van de lezer ga zitten? Omdat er twee redenen zijn die het toch zinvol maken.

We kennen de wetten

De eerste heeft te maken met enig vertrouwen dat wij in onszelf hebben in het opzetten, afronden en weer nieuw opzetten van projecten in dit deel van Oeganda. Bijna dertig jaar geleden zijn we begonnen met het geven van ossen aan een vereniging van jongeren en koeien aan een vereniging van vrouwen. Vooral dit laatste was een doorbraak omdat vrouwen geen eigendom zouden mogen hebben. Het is toch gebeurd en dat heeft gewerkt. Het is het begin van een reeks projecten die weer werden opgebouwd zodra het kon. Langzaam maar zeker zijn onze projecten opgeschoven richting het noordoosten naar steeds moeilijker gebied. We weten tevoren niet of het werkt, maar we weten van tevoren met welke mensen we in zee gaan. Het gaat altijd om lokale mensen, ondersteund en in de gaten gehouden door enkele priesters en een keer per jaar komen we langs. Garanties zijn er nooit, maar van project tot project weten het verschil te maken. Gaat het op de langere termijn werken? Dat weten we niet. Helpt niet helpen wel? In ieder geval proberen we te werken op basis van deze ‘wetten’:

1e wet: ‘do no harm’. Om te weten of je geen kwaad doet, zorgen we over specifieke kennis te beschikken
2e wet: geef aan groepen / projecten, niet aan individuen
3e wet: maar leer de betrokken individuen wel goed kennen en zij jou
4e wet: vrouwen krijgen meer voor elkaar dan mannen
5e wet: voor economische projecten geldt dat ze zich in een aantal jaren zelfstandig moeten kunnen draaien

Wie hebben het voordeel? Wij hebben het voordeel

De tweede reden om het toch te doen, al lijkt deze wat politiek incorrect: het kan voor onszelf zin hebben. Geld geven voelt maar even goed, maar het is voor de meeste van ons niet niets. Zelf een marathon lopen voelt anders, maar dat is natuurlijk wel een vorm van gekkenwerk. Zonder geheid, ik denk dat we onderschatten wat het doet om te geven en dan door die gift even empatisch te zijn met iets buiten de eigen belevingswereld. Ik werd mij daar deze week bewust van toen ik op verkiezingsochtend even als verkeersregelaar mee mocht doen met het project ‘wandelen voor water’. Ook dat was door de Rotary georganiseerd, met als doen het creëren van watervoorzieningen voor 10 scholen in Ghana. Ik twijfel er niet aan of dat even goed georganiseerd is als wat wij doen in Oeganda, maar het echt interessante van het project schuilt in de opzet hier in Nederland. Zo’n 750 schoolkinderen gingen 6 kilometer lopen met een rugzak en kregen daarmee een beeld wat het voor de kinderen in Ghana moet betekenen om zo elke dag naar water te moeten halen.

Het nadere nut

Het nadere nut ligt daarmee voor mij niet in het land of in de mooie gedachte van ontwikkelingssamenwerking. Als het om Nederland gaat kan ik misschien nog iets zinvols zeggen over hoe dat zich zou moeten ontwikkelen, maar over Oeganda? Ik wil het niet eens proberen. Ik geloof wel in het kleine verschil dat mensen kunnen maken en moeten maken als de gelegenheid zich voordoet. Dan kan, met in achtneming van de 5 wetten, er iets op worden gezet dat in ieder geval voor de direct betrokkenen zin heeft. Verder kan je toch moeilijk kijken. Als dan toch de wet van de onbedoelde consequenties in werking treedt, is dat kennelijk ook zoals dat moet zijn. En dan is er nog dat andere nut: wat het voor jezelf doen. Het genot van het geven. Maar ook: het goede van de prikkel om je te verplaatsen in iets dat ver van je staat. Dat zijn geen geringe voordelen. Het is ook gevaarlijk: voor je het weet is een pracht van een rechtvaardiging om als een soort filantropietoerist door Afrika of Zuid-Amerika heen te gaan. Als familie doen we ons best niet in die valkuil te vallen en wel voor goede projecten te zorgen. Er zijn heel veel andere Nederlanders die op hun manier proberen hetzelfde te doen. God bless them and give them a little help with their senses.

 

Voor meer info over de Wijnand Noordhoek Foundation:

http://www.noordhoekfoundation.nl

Voor een verslag van de laatste reis:

http://oegandaburundi.blogspot.nl

Voor meer informatie over ‘Wandelen voor water’:

www.wandelenvoorwater.nl

Oeg.14.albinos' 3

Peter Noordhoek 

Een goed glas wijn. Waarom peilingen niet knullig hoeven te zijn

Het genoegen dat ik een betere prognose heb dan Ipsos en De Hond doet me zweven, maar ik vind dat ik het onnodig benauwd heb gehad. Ik heb gezegd dat ik ik karnemelk zou drinken als mijn voorspelling er naast zou zitten en wijn als ik het bij het rechte eind had. Het wordt wijn, maar wat heb ik me moeten voorbereiden op een dubbel glas zure karnemelk. Jakkes. Dat vraagt om een kritische analyse.

Een opkomstprognose van Ipsos die er meer dan 10% naast zit. Een aangekondigd verlies voor het CDA van diezelfde peiler waarbij de partij van 15,4% naar zo’n 10,4 % gaat, terwijl er uiteindelijk 14,4% op het scherm staat. Een derde ernaast dus, terwijl verkiezing na verkiezing leert dat een partij als het CDA aan het einde van de avond er altijd beter voorstaat dan bij het begin.
Dan is er toch echt iets mis met de steekproef en hoe die is gebracht. De Hond is minder in de fout gegaan, maar heeft ook niet briljant gepeild. Dan kom je niet weg met de standaard voorbehouden van peilers bij verkiezingen als deze.

Laten we zeggen dat het aan de steekproeven ligt. Wat doe je dan? De proeven verrijken met andere informatie zodat een rijker beeld ontstaat. Dat lijkt niet te zijn gebeurd. Presentatoren en journalisten spelen hier ook een rol in. Die geven de uitslagen te kritiekloos door of geven aan die uitslagen liever een eigen draai dan dat ze een peiling durven te corrigeren. Net als de peilers horen journalisten te weten hoe een uitslag in de loop van een avond kan verschuiven en volstaat een algemene waarschuwing niet.

Uiteindelijk heeft elke peiling haar grenzen, al was het maar om budgettaire redenen. Nederland is te divers om met een standaard steekproef te kunnen vangen. Dat betekent dus dat peilers en journalisten door de regio’s heen een netwerk moeten hebben om het beeld bij te kunnen stellen. En ook bij elke partij. Het is een gegeven dat dit bij de ene partij beter lukt dan bij de ander. Mijn ervaring is dat dit bij het CDA maar niet wil lukken. Dus wat doe je dan als je toch gevoel voor de uitslag van deze partij wilt ontwikkelen? Zelf signalen opvangen, zelf analyseren. Mijn dit keer al rond de jaarwisseling  gemaakte prognose is goeddeels uitgekomen, alleen de winst van de lokale partijen heb ik onderschat. Dat mijn prognose beter was dan de peiling is volgens mij meer dan toeval.

Deze verkiezingen heb ik – met een kleine glimlach – een Kleine Tikken Theorie geformuleerd. De gedachte er achter is dat onder bepaalde omstandigheden landelijke kiesvoorkeuren minder doorwerken dan ze ‘normaal’ doen bij een raadsverkiezing. Dit is zo’n verkiezing. Door de landelijke ‘ruis’ heen is er dan meer kans dat lokale acties en initiatieven worden gehoord: kleine tikken als regelmatig wijkbezoek, een sterke of juist zwakke lijst, de houding rond een lokaal incident. Daarmee is niet gezegd dat nu alles rustig is. Wel stel ik, dat gelet op de grote stabiliteit in de peilingen (eigenlijk al vanaf 2010, de landelijke verkiezing van 2012 is de afwijking op de regel), veel kiezers al lang hun 1e voorkeur voor een partij hebben bepaald. Als daar op basis van de kleine tikken aanleiding toe is, kan de kiezer verleid worden om naar een 2e partijvoorkeur gaan. Dat is deze keer volop aan de orde geweest. Wie de uitslagen langs loopt ziet overal kleine afwijkingen van de landelijke ‘trend’. Dat komt omdat kiezers zich dit keer meer dan anders lieten lijden door lokale overwegingen. Dat rechtvaardigt een keuze voor een lokale partij, maar niet overal (de grootste lokale partij van gemeente Westland is afgestraft). Dat verklaart dat de VVD bijna overal klop krijgt, maar in een gemeente als Wassenaar bijvoorbeeld niet. En het verklaart waarom het CDA in sommige gemeenten wint en in andere verliest.

In ieder geval kon ik zo ook de voorspelling maken dat de uitslag voor het CDA fors zouden afwijken van de door De Hond voorspelde landelijke trend. Mijn voorspelling uit begin januari van een daling van 15 naar 14% was raak en in ieder geval beter dan de door De Hond op voorspelde 12% en de exit prognose van IPSO van minder dan 11%. De uitkomst voor de lokale partijen heb ik minder goed voorspeld, want vanuit diezelfde theorie had ik bedacht dat het falen van veel lokale partijen ook als even zovele tikken gehoord zou worden. Of ben ik hier in de val van mijn eigen vooroordeel over deze partijen gestapt?

Om die voorspelling op basis van de kleine tikken theorie te maken, moet je wel oren hebben om ze te horen en de frisheid om aan te voelen dat deze verkiezingen minder landelijk zullen zijn dan anders. Dat is hier mijn punt. Ik ben geen professionele duider. Net als het publiek reken ik  op degenen die dit professioneel horen te doen. Dus peilers, presentatoren en journalisten: verbeter je duiding. Stel je veronderstellingen bij als de signalen daar om vragen en durf te luisteren naar de kleine tikken te midden van landelijke ruis.

Een eerste duiding van de uitslag

Nog even mijn eerste inhoudelijke duiding van de uitslag. Het CDA heeft de weg omhoog wel degelijk gevonden, maar is er nog lang niet. Mijn zorg is dat de duiding van de uitslag tot spanningen leidt vanwege verschillende interpretaties. Samen met Frank van den Heuvel heb ik gisteren een artikel in Trouw gepubliceerd waarin wij de diversiteit van de partij benadrukken en eigenlijk zeggen: doe wat met die diversiteit. Geef ruimte, maak verschillende verhalen, zoek de verdieping, maak nieuwe inhoud. Laat vooral zien dat er swung in de partij zit en dan komt die koers ook wel goed.

Er zal nog even tijd zijn om daar aan te werken, maar niet al te lang. D66 heeft ruwweg drie opties. Het snel laten vallen van het kabinet om van de populariteit te profiteren lijkt de meest logische, maar is dat niet. Het gijzelen van het kabinet om zo lang mogelijk inhoudelijke punten af te dwingen, is veel aantrekkelijker. De vraag is echter hoelang een coalitiepartner als de PvdA dat nog trekt. De derde optie van een rustige, terughoudende koers levert de beste garantie voor een gestage groei in populariteit, maar lijkt me niet passend bij het temperament van deze ‘krachtige’ partij op dit moment. Dus …

En dan nog dit. Er gromt een beest in de nacht. Je loopt over het Plein in Den Haag en dertig agenten houden vijf demonstranten in de gaten die het café in de gaten houden waar de PVV bijeen is. Je verstand vertelt je dat het niets voorstelt. Tegelijk is het weer een bevestiging dat waar Wilders nu mee bezig is buiten de kaders van een normale democratische verkiezing valt. Mijn wandelgenoot vroeg me wat Sybrand hierover zou moeten zeggen. Mijn antwoord is dat niet Sybrand, maar onze premier nu aan zet is. Als hij onze Premier is.

Peter Noordhoek

Partij voor partij: voorspelling raadsverkiezingen 2014

Op het allerlaatst ben ik toch nog nat gegaan. In deze heerlijke voorjaarswinter heb ik het bekende gevoel van elke raadsverkiezing gemist van verkleumde handen voor verfomfaaide folders en koude voeten van te lang drentelen voor een kraam in guur winterweer. vanavond was het even raak. Een forse plensbui overviel ons en maakte ons nat tot op de draad. Na toch nog wat natte folders door brievenbussen te hebben gegooid, zijn we met z’n allen naar Eppy Boschma, onze nr. 3, gegaan en hebben we daar met z’n allen Chinees gegeten en naar het journaal gekeken: Gouda was op TV – en Eppy ook. Mijn campagnehart was tevreden.

Zondagavond gaf ik mijn voorspelling voor de optelling van al dit soort campagemomenten, met wat meer detailaandacht voor het CDA. Omdat ik het niet laten kan. Vandaag kom ik mijn belofte na en geef ik een aantal indrukken van de campagnes van alle verschillende landelijke partijen en een gecombineerd beeld de lokale partijen. De genoemde percentages hebben betrekking op de uitslag van de raadsverkiezingen in 2010 en mijn inschatting voor die van woensdag 19 maart. Natuurlijk sluit ik af met een totaalindruk. De volgende verkiezingen in mei wordend daarbij niet uit het oog verloren.

VVD – van 16 terug naar 13%

Het was een heel verstandige keuze van de VVD om voor een defensieve strategie te kiezen. Er zijn, maar geen fouten maken, dat was en is het parool. Rutte ging de straat op, maar was er toch ook weer niet en dat gold ook voor de andere kabinetsleden. Het VVD-gezicht werd Halbe Zijlstra en binnen die defensieve strategie deed en doet hij dat goed. Rustig maar consequent bracht hij ‘het eerlijke verhaal’, daarmee en passant de rol van Diederik Samsom overnemend als waarheidszegger. Toch komt de VVD waarschijnlijk niet met deze strategie weg. Het idee om het nieuwe jaar in te gaan met koopkrachtbehoud voor (bijna) iedereen is te mooi om te worden geloofd en het positieve nieuws over een verbeterende economie en een fantastische olympische spelen lijkt de mensen minder te raken dan de berichten over Oekraine en accijnzen in de grensstreek. Het is heel moeilijk om vanuit een defensieve positie opeens om te schakelen naar de aanval, maar ik denk dat de VVD dat nu maar wat graag zou willen doen. Maar met wie? Om Kamp hangt nog een gaslucht, Opstelten wacht merkbaar op aflossing, maar Teeven wordt weer eens door zijn verleden achtervolgt. Schipper houdt haar kruid liever droog. Het wordt duimen voor de VVD, ze hebben het niet meer in handen. Richting de Europese verkiezingen hebben ze een forse evaluatie te doen.

PvdA – van 16 terug naar 11%

Met de PvdA heb ik ronduit medelijden. Ik weet te goed wat hen overkomt. Zoals Kaj Leers het beschreef: het is een ‘perfect storm’ geworden waarin alles wat maar fout kon gaan, fout is gegaan. Je werkt je drie slagen in de rondte, probeert aan alle regels van het spel te voldoen en toch breekt het alles in je handen af. Mijn medelijden geldt bovenal de niet-G4 afdelingen. Het is cru: in Rotterdam, Den Haag en vooral Amsterdam zijn de grootste fouten gemaakt, maar juist daar profiteren ze van de tweestrijd die in deze plaatsen ontstaat. De andere afdelingen betalen de rekening.
Landelijk en in de grote steden zijn echte campagnefouten gemaakt: een niet weten wat er met de kabinetsdeelname moet gebeuren, een te grote afhankelijkheid van de allochtone stem en gewoon een gebrek aan frisse ideeën; het was voorspelbaar dat de woningmarkt in met name Amsterdam een achilleshiel zou worden. Ondertussen lijkt de regie steeds meer in handen van voorzitter Spekman te komen. Asscher is aan het improviseren geslagen, Samsom weet soms de woorden te pakken die hem in 2012 zo sterk maakten, maar meestal kan hij weinig anders meer doen dan met gebogen hoofd nog wat rozen uitdelen, Plasterk is een handicap, Dijsselbloem is bijna geen PvdA’er meer. De vraag is of Spekman in goede partijtraditie voorop gaat in het elkaar ruw de les lezen, of dat hij er boven uit weet te stijgen en snel orde op zaken stelt. Lukt hem dat niet, dan hebben de media tot aan de Europese verkiezingen het vooruitzicht van een prachtige dagelijks portie ruzie, met en zonder mastodonten.

SP – van 4 naar 10% omhoog

… en toch is ook voor de PvdA lang niet alles verloren, want ik snap niets van de SP-aanpak. Die is veel te voorspelbaar. Alle elementen van vorige campagnes passeren weer de revue. Er is niets nieuws aan. Inderdaad: 100% sociaal. Maar als de partij haar huiswerk goed gedaan had, dan had het kunnen weten hoe zwak de PvdA (en Groen Links) nog zijn. Dan had ze haar boodschap verbreed, verder verbreed dan een wat ongerijmde poging de MKB-ers te bereiken. Mijn vermoeden is dat Roemer zijn fractiespecialisten op zorg en sociaal gebied teveel de koers laat bepalen. Zorg is meer dan ooit een belangrijk thema in deze raadsverkiezing en toch denk ik dat het door veel SP-kiezers vooral als een landelijk thema wordt gezien en nog niet als een lokaal. Een wat anders ingestoken campagne zou bijvoorbeeld veel stemmers kunnen trekken die nu nog voor de PVV gaan. Wat Wilders kan, het programma SP-achtig maken, zou Roemer toch ook  andersom moeten kunnen? Let wel; ik ben blij dat hij het niet doet, maar campagne-technisch laat de SP teveel liggen en maakt de PvdA in een volgende ronde gewoon weer een goede kans.

D66 – van 8 naar 12%

dit is de keer dat alles kan. De randstad ligt voor het grijpen. De PvdA is meer dan kwetsbaar in de grote steden, de VVD durft even niet veel en het CDA heeft de middenpositie buiten de grote steden verlaten. Voor het eerst komt D66 in een situatie waarin het baat heeft bij een verkiezing als tweestrijd. Als je dan nog niet kan scoren, verdien je het ook niet, maar ik denk niet dat Pechtold c.s. het zo ver laat komen. En dan ligt de weg vrij richting de Europese verkiezingen. Grootste partij bij de volgende landelijke verkiezingen?
Naar ik vermoed zeggen nu al veel D66’ers tegen elkaar: oppassen, bescheiden blijven, niet te vroeg pieken. En ze hebben gelijk. Toch zal het moeilijk worden de euforie te weerstaan. Alles staat zo mooi op een rij: lijsttrekker, programma, electoraat. Wie had ooit gedacht dat er op de posters van D66 het woord ‘krachtig zou staan’. En krachtig is Pechtold, als hij er in een en hetzelfde debat in slaagt zowel namens het kabinet te spreken als dat kabinet de les te lezen.
Deze verkiezing komt de lakmoesproef voor de partij nog niet. Dat wordt dus de volgende landelijke verkiezing, met als sleutelvraag: wat gaat Pechtold daarna doen? Voor het zover is, moeten VVD en PvdA eerst nog maar eens hun knopen tellen. Pechtold wierp zich onlangs op als woordvoerder namens de gedoogcoalitie richting Buma, maar wat is na goede raads- en Europese verkiezingen eigenlijk nog zijn belang om de coalitie overeind te houden?
Toch oppassen, D66. Met een overwinning bij de raadsverkiezingen ben je nog geen volkspartij. De achterban is de hogere helft van een tweedeling in Nederland. De kleinere helft. De andere klassieke partijen hebben dan betere papieren.

Lokale partijen – van 24 naar 26%

Van Leefbaar Rotterdam tot OPA Appelscha, op het moment van schrijven gaat iedereen er vanuit dat de lokale partijen de grote winnaar van deze verkiezingen gaan worden. Ik ook, maar met een kanttekening. Ik denk dat de groei in de winst in 2014 lager zal zijn dan in 2010, net zoals deze weer lager was dan in 2006, de eerste keer dat ze bij elkaar opgeteld de grootste werden. Het blijft daarmee hangen tussen de 20 – 30% van het electoraat, met uitschieters naar boven en beneden. Teveel partijen die de kiesdrempel niet halen en het percentage gaat naar beneden. Een moslimpartij die voor het eerst echt zetels bij de PvdA vandaan weet te halen en het gaat naar boven. Tekenend voor de kwetsbaarheid van de lokale partijen is de nadruk die beste van het stel, Leefbaar Rotterdam, geeft op het naar de stembus halen van de kiezer. Opkomstpercentage, vaak falende bestuurders en een gebrek aan echte naamsbekendheid zorgt voor een plafond in de groei van deze partijen. En er speelt dit keer nog iets anders: de grote partijen en hun afdelingen troostten zich stuk voor stuk moeite om zich als lokale partijen te profileren en dat lukt ze steeds beter. Tot voor kort deed alleen het CDA dat, maar het wordt anders.

 Groen Links van 7 terug naar 3% en Partij voor de Dieren van 0 naar 1%

Langzaam pakken beide partijen hun stemmen erbij, voor wat betreft GL als we de landelijke verkiezingen als vertrekpunt nemen, wat eerlijker is. De nieuwe leider van GL, Bram van Ojik heeft zeker een gunfactor. Echter. Hoezeer ze ook hun best doen het eigen verhaal te houden, GL heeft er toch moeite mee om zich te onderscheiden van D66 – and everyone loves a winner. Jammer, het is een partij die op lokaal gebied zich meer heeft bewezen als leveranciers van goede bestuurders dan de liberale zus.
Dieren hebben hun eigen gunfactor. Het tekent de eigenzinnigheid van de Partij van de Dieren dat ze naar mijn weten nergens lijstverbindingen met GroenLinks aan is gegaan. Om die reden vermoed ik dat ze in veel gemeenten toch niet over de kiesdrempel heen zullen gaan.

ChristenUnie van 4 naar 5% en SGP van 2 naar 4%

met rond de 4-5 procent voor CU en 3-4 voor SGP, blijft ‘klein rechts’ het goed doen. Tel je de percentages van CDA, CU en SGP op, dan gaat dat weer richting 23%, waardoor degenen die de christelijk geïnspireerde politiek dood verklaarden toch ietsje zachter moeten spreken. Tegelijk vind ik CU en SGP relatief onzichtbaar in deze raadscampagne, op die ene vuurpijl van Arie Slob na. De campagnes zijn lokale campagnes. Misschien is de gedoogpositie toch wat lastig uit te leggen bij de conservatieve achterban.
Nog even iets over die vuurpijl van Slob, waarin hij het gedoogakkoord eerst wel en uiteindelijk weer niet opzegde vanwege de strafbaarstelling van de illegaliteit. Dat was toch echt meer dan een incident. Een paar dagen erna verscheen een reconstructie in de Volkskrant over het einde van het kabinet Rutte I. De breuk van de PVV zou vooral veroorzaakt zijn doordat het CDA zich steeds kritischer ging opstellen in de gedoogconstructie, tot er een moment kwam dat het Wilders teveel werd. De situatie onder Rutte II is natuurlijk anders, maar het lijkt me dat de CU haar grenzen in dit kabinet wel gevonden heeft. Wie is er behalve SGP nog echt een betrouwbare gedoogpartner.

CDA – van 15 terug naar 14%

het lijkt weer wat te worden met deze partij. En als dat zo is, dat is dat in niet geringe mate te danken aan het stugge doorduwen op lokaal niveau. Deze partij bouwt zichzelf echt van onderaf weer op, inclusief een stevige verjonging van de kandidaten. Daarbij heeft de partij op landelijk niveau van de nood een deugt gemaakt. Een brede oproep om je als campagneleider te melden heeft een sterke nieuwe lichting van campagneleiders opgeleverd. Met een fractie van de middelen die afdelingen en partijbureau vroeger ter beschikking stonden is er een campagne uitgerold die meer eenduidig in uitingen, huisstijl en ‘look en feel’ was dan ik in lange tijd heb gezien. Over de achter reden dat het CDA er nu goed doorkomt – de vele kleine tikken – heb ik elders al genoeg geschreven, maar een licht ik er uit: het voordeel dat het CDA heeft gehad van de vele herverkiezingen. Dank VVD, dank D66. Voor ons had het niet gehoeven, maar u heeft ons niet alleen veel laten oefenen, maar het zo ook een paar keer de tik laten uitdelen die zegt: het CDA is er nog. Het CDA komt weer terug.

Het totaal

De opkomst komt waarschijnlijk onder de 50% uit, in de meeste gemeenten zijn zoveel partijen dat er onmogelijke coalities van 4 partijen of meer moeten worden gemaakt, de inhoudelijke verschillen tussen de partijen zijn eigenlijk helemaal niet zo groot, maar ondertussen krijgen de raadsleden wel ongelofelijk moeilijke en kostbare problemen op hun parttime bord geserveerd. Zie hier een totaalbeeld dat niet vrolijk maakt. Als commentator zou ik hier eigenlijk wel raad mee moeten weten. Pleiten voor de opheffing van gemeenten of voor opheffing van partijen, bijvoorbeeld. Maar het lukt me nog niet om me echt kwaad te maken. Zo slecht vind ik de kwaliteit niet van de mensen die zich nu kandidaat stellen doorgaans niet. Ik zie een grote golf goede vrouwen zich klaarmaken voor de raad, veel jongeren melden zich aan. Het zal allemaal allesbehalve perfect zijn, maar zoveel is er nu ook weer niet aan de hand met de vitaliteit van het systeem. Althans, niets wat door verandering van het systeem van gemeenteraden kan worden opgelost. Er is wel veel aan de hand, maar dat heeft met de kwaliteit van andere systemen te maken, met name het landelijke. Op dat niveau ligt het echte probleem. Zonder te willen zeggen dat er niets aan de hand is, denk ik dat deze raadsverkiezingen nog altijd mag gelden als een feestje voor onze Nederlandse democratie. Complimenten aan alle mensen van alle partijen die dat feestje hebben willen maken. Goed gedaan, joh.

Oh, PVV – 1%

Oh, was ik toch bijna de PVV vergeten, virtueel de grootste partij. Wat moet je daar nog van zeggen zonder te gaan psychologiseren?
Twee dingen: 1: landelijke politici gaan er steeds meer baat bij krijgen om in landelijke debatten te laten zien dat ze Wilders weerwoord kunnen bieden. Of ik blij ben met die ontwikkeling is iets anders. Waar ik op hoop is iemand die hem met humor weet te ontmantelen. 2: let op de wijze waarop kiezers op straat reageren op Wilders. Deels is dat de reactie op een zeer bijzondere BN’er. Deels is het ook echt: een reactie op de man die zegt wat zij eigenlijk vinden. Ooit komt er een dag dat er geen Wilders meer is in Nederland en zoals hij nu overspannen rondgaat komt die dag er eerder vroeger dan later. Dan zijn die mensen er nog steeds. Hoe we daar mee omgaan is geen systeemvraag, wordt niet opgelost met een gekozen burgemeester. Dat wordt alleen maar opgelost door partijen en mensen die politiek met een grote P weten te bedrijven. In Amsterdam, in Appelscha. Dan wordt het met die opkomst ook weer iets beter.

En nu – stemmen!

Peter Noordhoek
nr. 15, lijst 4

Karnemelk of wijn: mijn laatste voorspelling gemeenteraadsverkiezing 2014

In december en januari heb ik in een tweetal blogs mijn voorspelling voor de uitslag van de gemeenteraadsverkiezing 2014 gegeven. Dat heb ik onderbouwd met mijn ‘kleine tikken theorie’. Het idee is dat onder bepaalde omstandigheden landelijke kiesvoorkeuren minder doorwerken dan ze ‘normaal’ doen bij een raadsverkiezing. Dit is zo’n verkiezing. Door de landelijke ‘ruis’ heen is er dan meer kans dat lokale acties en initiatieven worden gehoord: kleine tikken als regelmatig wijkbezoek, een sterke of juist zwakke lijst, de houding rond een lokaal incident. Daarmee zeg ik niet dat het nu rustig is. Wel stel ik dat gelet op de grote stabiliteit in de peilingen (eigenlijk al vanaf 2010, de landelijke verkiezing van 2012 is de afwijking op de regel), veel kiezers al lang hun 1e voorkeur voor een partij hebben bepaald. Als daar op basis van de kleine tikken aanleiding toe is, kan de kiezer verleid worden om naar een 2e partijvoorkeur gaan. Dat is nu aan de orde (zie deze perfecte foto van Edward de Lanoy) en daardoor meen ik dat de uitslag nog verder af zal wijken van de landelijke trend dan al verwacht.Biw8kETIIAAF3yV

Laat ik eerst de peilers recht doen, inclusief mijzelf. Peilen is altijd lastig en het maken van een vertaling van de landelijke naar de gemeentelijke trend is per definitie hachelijk. Ik zal hier niet (opnieuw) alle redenen opsommen en verwijs graag naar wat de peilers daar zelf over hebben opgemerkt op hun websites. Vervolgens doen we het natuurlijk toch. Het is zo leuk om inconsequent te zijn! Iets meer serieus; de analyse waarom de uitslagen van raadsverkiezingen afwijken van landelijke verkiezingen kan een les inhouden voor het voeren van volgende campagnes. In deze campagne zie je dat de VVD vanuit het landelijke een zeer defensieve campagne is gaan voeren, terwijl de PvdA precies andersom heeft geredeneerd. De VVD krijgt gelijk (en zal aan dat gelijk waarschijnlijk vasthouden richting de Europese verkiezingen op 22 mei). Binnenkort geef ik voor ‘lange lezers’ per partij een analyse van hun campagne en hun positie, aannemend dat mijn theorie werkt. Zo niet, dan drink ik een glas vol karnemelk (griebel), zo ja, dan wordt het iets druivigs.

Ondertussen gaat mijn aandacht toch eerst uit naar mijn eigen partij, het CDA. Wellicht is wat ik daarover schrijf, ook relevant voor andere partijen. Hoe dan ook, diep respect voor iedereen die zijn nek weer durft uit te steken en gaat voor een rol in de lokale politiek!

IPSO meldt deze week een opvallende stijging met 2 zetels in haar peiling voor het CDA, van 16 naar 18 zetels. Peil.nl (De Hond) houdt het CDA stabiel op 19 zetels. Mijn beeld was altijd al dat IPSO een betere database heeft als het gaat om CDA-stemmers. Daarom merkt IPSO nu eerder wat zich lokaal aan het afspelen is. Let wel: dit betreft nog altijd de landelijke (1e) voorkeur. Mijn voorspelling is dat wat IPSO nu peilt, zich op woensdag nog sterker zal doen voelen in de feitelijke uitslag.
De Hond maakt nu voor het eerst na januari weer een vertaling van zijn landelijke peiling naar een opgetelde peiling voor de raadsverkiezingen. In 2010 kwam het CDA op 15% van de stemmen uit, dat zou volgens hem nu 12% worden. Beter dan de 9% van de landelijke verkiezingen in 2012, maar hij laat geen ruimte voor de conclusie ‘dat de partij de weg omhoog heeft gevonden’, terwijl dat toch wel zo lijkt. Hij geeft met moeite aan dat dit percentage mee kan vallen door het voor de partij voordelige effect van de lage opkomst, ”maar ook dan zal het CDA de slechtste raadsverkiezingen scoren ooit.”

Hiep, hiep, hoera, hoor je hem net niet schrijven. Hij kan gelijk hebben met zijn conclusie dat er gemiddeld per gemeente sprake van een achteruitgang zal zijn. Vanuit het partijbureau in Den Haag hoor je dan ook veel aanmoedigingen, maar geen overdreven juichverhalen over hoe het nu gaat. Zelf heb ik dus rond de jaarwisseling op basis van veel goede kleine tikken een voorspelling gedaan van 14%, 2% beter dus, maar ook onder de genoemde 15%. Sinds mijn blog van januari zijn er drie zaken die mij positiever gestemd doen zijn en drie die me uiteindelijk toch voorzichtig maken en mij bij mijn oorspronkelijke – nog steeds optimistische – prognose doen blijven:

Positief:

  • er is rust, iedereen werkt keihard, landelijke politici ondersteunen voorbeeldig. Sybrand laat in de debatten en bijvoorbeeld het programma ‘De Kwis’ zien dat hij er op ontspannen wijze bovenop zit. Aan de eerste wet van campagnevoeren – geen fouten maken – wordt voldaan;
  • met de tweede wet – zichtbaar zijn – zit het ook wel goed. Een van de meer interessante bronnen is het ‘share of voice’ onderzoek van de Media Infogroep. In dat onderzoek wordt per week een weergave gegeven van de mate waarin partijen het nieuws hebben gehaald. Ook lokale media worden in het onderzoek meegenomen. Wat je ziet is dat het CDA bijna elke week in de top 3 van media-aandacht staat en dat doorgaans samen met de PvdA en de lokale partijen – en dus boven VVD en D66. Als je daarbij meeneemt, dat die voorsprong ook komt doordat ze in de lokale media relatief iets vaker genoemd worden en je ook meeneemt dat de berichtgeving inhoudelijk per saldo een stuk positiever voor het CDA zal zijn dan voor de PvdA, dan zit daar een fors potentieel in;
  • en met wet nr. 99 – deel veel kleine tikken uit – lijkt het ook goed te zitten als in ieder geval de IPSO peiling laat zien dat het aantal 1e voorkeur stemmers toeneemt.

Negatief:

  • in de grote steden ontstaat een tweestrijd. Dat is niet gunstig voor de partijen die daar niet toe behoren;
  • het grootste probleem is de versplintering. De koek wordt verder verdeeld en dus worden de porties kleiner. In sommige gemeenten zou kunnen zijn dat er zoveel lokale partijen zijn dat de kiesdrempel niet wordt gehaald en dat zou weer voordelig kunnen uitpakken, maar daar kan nu niet van uit worden gegaan;
  • Peil.nl heeft stemmers gevraagd of ze opnieuw bereid zijn om op dezelfde partij te stemmen als de laatste keer. Het CDA kent een relatief hoge opkomst van 78%, maar slechts 69% daarvan zou opnieuw op het CDA stemmen. Dat is opvallend laag en kan een contra-indicatie voor mijn theorie zijn. Het zou betekenen dat van de andere partijen (VVD slechts 43%, PvdA 45%) er een fors deel naar het CDA moet gaan om per saldo positief te eindigen. Het kan, maar er zal veel analyse achteraf nodig zijn om te zien hoe de verschuivingen werkelijk uitpakken.

Per saldo hou ik het dus op 14%, een stijging van 5% ten opzichte van 2012, een daling met 1% ten opzichte van 2010. Ik zou nu kunnen zeggen dat het CDA daarmee weer de grootste lokale partij is, maar er zijn teveel bronnen van vertekening (met name aantal gemeenten waar wordt deelgenomen). Ik herhaal wel mijn opmerking van de laatste keer: de collegeonderhandelingen bepalen uiteindelijk of het CDA dezelfde bestuurskracht kan leveren als nu het geval is – en dat geldt natuurlijk ook voor de andere partijen.

Mijn voorspelling (PN) in cijfers, opnieuw gelegd naast de cijfers van Peil.nl:

Vergelijking verkiezingen Peil.nl - Peter Noordhoek (PN)

Zoals gemeld, kom ik later met analyses per partij. Daar hoort ook een verhaal bij over het totale politieke landschap. Waarom niet gewacht tot na de verkiezingen? Omdat dat minder leuk is, maar ook omdat iedereen achteraf direct weet waarom het is gegaan zoals het is gegaan. Hier doe ik net alsof, maar misschien is dat wel eerlijker. De ‘frames’ zijn nog niet neergezet. De conclusies nog niet verwoord. De onderliggende vraag ‘wat betekent dit voor het voortbestaan van het kabinet?’ kan nog niet worden beantwoord – en dat is wel zo aardig.

Geniet allen van het democratisch voorrecht om te mogen stemmen en te mogen stemmen op een manier die er toe doet. Dat dit een bijzonder voorrecht is, wordt vandaag weer op de Krim getoond. Vier het feest van onze lokale democratie!

Peter Noordhoek

nr. 15, lijst 4, Gouda


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek