Maandelijks archief: december 2013

2014: partijen voelend naar hun kiezers

Een terugblik en een vooruitblik op het politieke seizoen. Wat is er voorbij de peilingen werkelijk aan de hand? Wat gaat er uit de raads- en Europese verkiezingen komen? Hoe staat het met het kernelectoraat? En hoe staat dan het CDA ervoor?

Maurice de Hond heeft deze zondag geen peiling. Wat een gemis. Althans, dat was de teneur bij een aantal twitteraars. Gun die man ook eens een vrije zondag, was mijn gevoel. Dat zou die vaker moeten doen, was weer de reactie van anderen. Hoe dan ook, het gaf mij het idee voor deze blog.
Wat als ik … Nee geen peiling. Niet vanwege het aantal van mijn volgers, zelfs niet vanwege de kwaliteit ervan, hoe hoog ook, maar omdat een jaarwisseling eerder het moment is voor een bespiegeling dan voor een peiling. Hoe dan ook, ik zal niet voorzichtig zijn en naar beste vermogen mijn mening geven.

2013: weinig gebeurd, alles gebeurd

Er is dit jaar eigenlijk weinig gebeurd als het om de peilingen gaat. De stand van zaken is eind december niet zo wezenlijk veel anders dan bij het begin van 2013, zeker als je het afzet tegen de aardverschuivingen die zich bij ‘de enige echte peiling’ in 2012 heeft voorgedaan. Toch is de sfeer wezenlijk anders.
We gingen het jaar in met het beeld van een gepolariseerd en gefragmenteerd Nederland, met hoge peilingen voor PVV en SP en nieuwkomer 50+. Met dramatisch veel lagere peilingen voor de regeringspartijen en oppositiepartijen uit het midden die nauwelijks van het verlies leken te profiteren. Nu, aan het einde van 2013, is de winst van 50+ verdampt en heeft D66 de meest duidelijke sprong omhoog gemaakt. Toch hebben wehet nog altijd over beperkte aantallen fictieve zetels. De interpretatie is wel anders. Het kabinet heeft het jaar overleefd, drie van de oppositiepartijen zijn een gedoogpact aangegaan met datzelfde kabinet en de andere partijen lijken gemarginaliseerd. PVV en SP kijken vanuit hun berg fictieve zetels machteloos toe. Het midden heerst weer, de flanken zijn uitgeflankeerd. En buiten dat midden bevindt zich, hoe bijzonder, het CDA.

Twee verkiezingen

Meestal worden peilingen gerelativeerd, behalve als het om niet-landelijke verkiezingen gaat, want dan zijn het maar peilingen. Dat gaat in het voorjaar van 2014 opnieuw gebeuren. Daar valt ook weinig tegen in te brengen. Er is geen landelijke partij te bedenken die mag verwachten dat de uitslag van de raads- en Europese verkiezingen een accurate vertaling is van de landelijke positie. D66 en de Christelijke partijen hebben daar nog de meeste aanleiding toe – en ook die hebben een forse vertaalslag te maken. Toch doen de partijen er verstandig aan de uitslagen niet te snel weg te redeneren – in ieder geval naar zichzelf toe. Per verkiezing geef ik een reden:

  • Iedereen rekent er op dat lokale partijen de grote winnaar van de raadsverkiezingen zullen worden. Ik ben daar niet zo zeker van. De verschillende herindelingsverkiezingen laten zien dat lokale partijen het goed doen, maar niet meer dan dat. Op verschillende plaatsen zijn landelijke partijen – CDA! – groter gebleken. Mogelijke uitzondering is het zuiden, waar je ziet dat zowel voormalige CDA als VVD afdelingen zich omvormen tot lokale partijen. Waar kan dat mee te maken hebben? Bijvoorbeeld doordat het zichtbaarder is geworden dat ze het in de praktijk vaak niet zo best doen. Mogelijk dat het ook scheelt dat de problemen van vandaag eerder aanvoelen als bovenlokale dan als lokale problemen.
  • De Europese verkiezingen zullen ondanks alles een lage opkomst laten zien. Op grond van – weer – de peilingen is er een brede verwachting dat de Europese verkiezingen een proteststem tegen Europa zullen worden. Ook daar ben ik niet zo zeker van. Niet zozeer omdat dit in de landelijke verkiezingen van 2012 ook niet gebeurde – en toen was Europa nog wat actueler dan nu – of omdat de Duitse anti-Europartij de kiesdrempel niet haalde. Daar kunnen andere redenen de oorzaak van zijn. Wel omdat de gemiddelde man die sterk tegen Europa is, ook degene is die niet snel geneigd is te gaan stemmen. Ik verwacht eerder een uitslag die vergelijkbaar is met die van 2009. Ook toen werden de kansen van PVV en SP hoog ingeschat – de PVV stond vergelijkbaar met nu in de peilingen – en was de analyse achteraf toch dat het voor beide partijen tegenviel – en bedenk daarbij dat Wilders toen serieuzer werd genomen dan nu. Al met al verwacht is dat de pure tegenstem het nu ongeveer net zo zal doen als in 2009 en dat het resultaat van de andere partijen af zal hangen van hun strategie – daarbij wetend dat een eenduidige positie meer opbrengt dan een ‘ja, maar’ verhaal.

Wat zal na de verkiezingen de stand zijn?

Al met al zijn mijn verwachting voor de raadsverkiezingen dat vooral het CDA de verwachting van anderen zal overtreffen. Op dit moment is het ook het meest waarschijnlijk dat de Europese verkiezingen door D66 ‘gewonnen’ zullen worden, met tegelijk relatief veel verschuivingen tussen de middenpartijen en weinig verschuiving ten opzichte van de partijen op de flanken. Beide verkiezingen zullen eerder vragen oproepen dan beantwoorden, reden om te veronderstellen dat ze niet in directe zin zullen leiden tot de val van het kabinet.
Als dat inderdaad het geval is, gaat er een interessante situatie ontstaan. Met redelijk veel zelfvertrouwen zal er dan een kabinet doorgaan dat volgens mij gedragen gaat worden door de as Rutte-Dijsselbloem-Asscher – waarschijnlijk nog stabieler dan de as Kok-Zalm van Paars I. De twijfel en de druk zal zich dan naar de fractie verplaatsen, met Samsom in een bijna onmogelijke positie tussen fractie en kabinet in.

Kernvraag kernelectoraat

De vragen die beide verkiezingen zullen oproepen richten zich bovenal hierop: wat is nu het kernelectoraat van mijn partij? Het kernelectoraat definieer ik hier maar als die groep kiezers die ongeacht peilingen of actualiteit toch en daadwerkelijk voor de partij zal gaan stemmen. For better or for worse. Die vraag is namelijk leidend voor de vraag of de gok van een landelijke verkiezing met vertrouwen tegemoet gezien kan worden of niet. De vraag naar het politiek leiderschap is daar een afgeleide van. Ja, een populaire leider kan in hoge mate compenseren wat er aan kernelectoraat ontbreekt, maar de risicofactor is altijd hoger dan wanneer je over een fors kernelectoraat beschikt. Wellicht dat veel lezers dit als een achterhaalde filosofie beschouwen in deze tijd van persoonlijke campagnes, maar ik ben degelijk opgevoed en ik geloof dat er per saldo nog altijd meer continuïteit in het stemgedrag zit dan discontinuïteit.

Verschuivingen

Geen partij kan nog zeker zijn van haar kernelectoraat. De enige partijen waarvan je mag aannemen dat ze redelijk zeker van een demografische push zijn D66 en 50+, waarbij de laatste partij laat zien dat met leeftijd niet altijd wijsheid komt en waarbij D66 nog even moet afwachten of een steeds hoger opgeleide bevolking zich tot die partij blijft bekeren nadat de kinderen zijn gekomen. Vanuit sociaal-economische factoren kijkend, zouden protestpartijen als PVV en SP de wind nu in de zeilen moeten hebben en kijkend naar de peilingen hebben ze dat ook, maar buiten de vrij stabiele achterban is de kans toch groot dat veel digitale stemmers anders gaan stemmen zodra ze een echt rood potlood in handen hebben. De hardste boodschap is er voor de christelijke partijen, want de kerkelijke gezindte holt achteruit en blijkt nog altijd een stevige indicator voor het wel of niet op een confessionele partij te stemmen. Christen Unie en SGP lijken daardoor relatief moeilijk uit hun electorale hoek te komen en het CDA heeft er mede haar neergang aan te wijden. De puzzel voor PvdA en vooral VVD is op dit moment wellicht het grootste.
De VVD heeft de laatste jaren haar rust mede ontleend aan een overtuiging dat ze de tijd zo mee hadden dat ze vroeg of laat wel de grootste moesten worden, maar moeten zich nu afvragen of dat wel het geval is. Over welk kernelectoraat hebben we het? Dat van de liberale of dat van de conservatieve vleugel? Of zweeft er nog iets van een Verdonk-vleugel? De leider mag het zeggen.
Voor de PvdA is de puzzel relatief simpel. Met de SP-achterban vormen ze een communicerend vat, terwijl noch demografisch noch sociaal-economisch de perspectieven groot zijn. Alle partijen doen pogingen om de ZZP-er tot doelgroep te maken, maar dat is net zoiets als water beetpakken. Net nadat je hand nat is geworden, merk je dat er niets in zit. Groen Links en de Partij voor de Dieren zijn net zozeer ideologische vluchtheuvels op links geworden als CU en SGP dat op rechts zijn. Ze vinden hun kracht in schone en gevouwen handen. Geen misverstand: dat is te waarderen, maar op dit moment vind ik deze partijen meer een uiting van een nieuw soort polarisatie dan van de stabilisatie van voorheen.

Kortom; geen van de partijen, ook VVD en PvdA niet, kunnen de verwachting koesteren dat ze zich weer tot volkspartijen kunnen ontwikkelen, dat wil zeggen een partij die er op mag rekenen dat ze met een uitslag van rond de 40 zetels gaat vechten om de vraag wie de grootste partij van Nederland zal zijn. Het wordt gokken op de persoon van de leider, niet steunen op de kracht van een partij. Voor iedereen.

En het CDA dan?

Voor iedereen? Nee, niet voor dat kleine omsingelde dorp van de CDA. Daar zingt de bard nog van vroeger, ook al is die hoog in een boom getrokken en is de ketel met toverdrank omver gekegeld. En daar is nog reden toe ook. De partij is eerder van een diepe nederlaag teruggekomen en weet heel goed dat ze het niet van dagkoersen moet hebben. Maar dan nog. Laten we de analyse eens maken. Eerst puur lokaal.

Eerst de twee grote peilingen van voorjaar 2014. Ik snap weer eens niets van de Haagse redacties. Ga eens tellen, jongens. Tel de uitslagen van al die herindelings- en waterschapsverkiezingen eens op. Wie doet het dan het beste? Het CDA, zonder serieuze concurrentie, behalve dan van lokale partijen. Bedenk dat zelfs in november 2010, pal na het formatiecongres in Arnhem en op het emotionele dieptepunt van het CDA, de herindelingsverkiezingen gewonnen werden. Bedenk dan dat het toegedachte aura van bestuurlijk arrogantie nu niet of veel minder speelt dan voorheen – en terecht, want bij andere partijen zijn relatief veel meer wethouders en burgemeesters gesneuveld. Bedenk ook dat zelfs in juni 2012 de partij er nog in slaagde veel meer dan andere partijen haar leden de straat op te krijgen. Geen partij is lokaal zo zichtbaar als het CDA. Verwacht een goede prestatie van de partij in maart – en wie dat direct door wil vertalen naar het landelijke heeft het (weer) niet begrepen.

En de Europese verkiezingen dan? In Esther de Lange heeft het CDA een kandidaat die wel eens de verassing van de verkiezing zou kunnen worden. De CDA delegatie in het Europees Parlement heeft het de afgelopen jaren echt goed gedaan. De CD-fractie in de Tweede Kamer is de enige van de grotere partijen die tegen heeft gestemd bij het lidmaatschap van Griekenland  en een huidig kamerlid als Pieter Omtzigt laat zeker op pensioengebied zien dat we ons het kaas niet van het brood laten eten. Al met al, geen slechte uitgangspositie.
Ik heb al gezegd wat ik van de tegenstem van PVV en SP vindt; niet zo veel. VVD en PvdA lijken er alles aan te doen om er een drama van te maken voor hun partij. D66 en Groen Links zullen het relatief goed doen, maar de verassing van de passie is er af.
Ik verwacht dus gewoon dat het CDA de grootste partij zal blijven in Europa.  Daar geldt wel het ja maar van geen ‘ja, maar’ bij. Daar ben ik nog niet gerust op. Zoals eerder geschreven, vind ik dat voor deze verkiezing geldt: Europa gaat niet over Europa, maar over ons. Geen sterk Nederland, dan ook geen sterke positie in Europa, wat we er ook van vinden. Op het terrein van buitenlandse politiek, defensie en energie moeten we hard zijn en sterker voor Europa gaan dan ooit, maar sociaal economisch moeten we niet vast komen te zitten in lijstjes van wat Europa wel en niet moeten gaan doen. Het gaat er om wat wij als Nederland wel of niet moeten gaan doen om onze eigen zaken op orde te krijgen.

De verkeerde keuze?

Geen slechte vooruitzichten dus voor een partij die nog geen anderhalf jaar geleden de grootste nederlaag ooit leed. En landelijk dan? De kenners zijn het er over eens: de partij heeft zich in Den Haag gemarginaliseerd. Door de media en de andere partijen wordt dat in de eindejaarsbeschouwingen diep ingewreven. Ontegenzeggelijk is dat ook tegen het historisch karakter in van deze bestuurderspartij. Toch zijn er wel een paar dingen tegen in te brengen die maken dat het wel logisch is dat deze partij deze gok – want dat is het wel – heeft gemaakt:

  • Het CDA is nog altijd de partij met de meeste leden en je kan rustig zeggen dat degenen die nu nog lid zijn zich buiten proportie lid voelen van deze partij. Het formatiecongres in Arnhem was slechts een moment in een periode waarin de leden in hele grote mate zich betrokken hebben gevoeld bij de discussie over de koers van de partij. Ook de huidige fractie is tot op het bot getekend door die discussies. Rode draad daarbij was de afrekening van de commissie Frissen met het CDA als partij die altijd voor de macht koos. Die les is er ingehamerd. Toen Sybrand Buma ‘Bekijk het dan maar’ zei tegen Samsom, deed hij niet meer of minder dan de vrijheid gebruiken die de partij voor zichzelf had gecreëerd – OK, hij had zijn woorden wat fraaier kunnen kiezen. Het is dan ook geen wonder dat zijn afscheid als gedoogpartner nergens tot een opstand heeft geleid onder al diegenen die op dat moment voor de afweging stonden of ze wel of niet voor de lijst van het CDA in hun gemeente willen gaan. Ze snapten het. Heel goed zelfs.
  • De toon van het CDA in de oppositie is hard en soms ook te simpel, ongenuanceerd. Maar de koers onder die toon is wel consistent en inhoudelijk heel goed te verdedigen (wat iedereen die de verantwoording van Duijvestein over zijn bijna tegenstemmen heeft gelezen zal herkennen: zijn koers was die van Brinkman). Daardoor is ook niet gebeurd wat velen hadden verwacht: een uiteenvallen van partij, Tweede Kamer en Senaatsfractie. Daardoor behoudt het CDA ook om in komende jaren vanuit de Eerste Kamer haar positie uit te spelen als het kabinet daartoe aanleiding geeft.
  • De harde toon en het gebrek aan nuance heeft ook te maken met het gebrek aan ervaring in een voor dit brede werk wel relatief kleine fractie (vraag maar aan PvdA en VVD hoe moeilijk hetw as om hun rol nog te spelen bij een fractie van 20). Het isolement is reëel en heeft ook praktische consequenties voor de informatiepositie. Dat de fractie het spel als het moet beheerst blijkt wel uit de goede tegenbegroting die aan het ‘nee’ van Buma vooraf ging. Voor insiders: dat was top. En zo zijn er meer voorbeelden, maar in andere opzichten gebeurt nu nog sterker wat ook in de periode ’94 – 2001 het geval was: uitnutting van de kennisvoorsprong door de regering. Daar zal de fractie mee moeten leren omgaan. Wees niet verbaast als dat nog een tijdje duurt. Geduld is dan een schone zaak. De beste fractieleden zullen degenen zijn die dat geduld kunnen opbrengen en hun momenten weten te pakken. Ondertussen ligt de echte taak bij de partij zelf.
  • Het is een gok, maar geen gekke gok om te denken dat de politieke kaarten snel anders komen te liggen. Wie deze weken de documentaires over de strijd tussen Rutte en Verdonk heeft gezien, kan zich toch nauwelijks voorstellen hoe deze partij er in minder dan 5 jaar in is geslaagd er weer bovenop te komen. Inhoudelijk is in deze documentaires alleen Rita Verdonk aan het woord. Rutte zegt alleen sussende dingen. Dat is misleidend. Verdonk, zei veel, maar wel het verkeerde. Rutte zei in dezelfde tijd dat hij met haar aan het vrijworstelen was: er komt een crisis aan, we moeten de koers bijstellen. Dat was niet populair.

Ooit nog een volkspartij?

Het is aan de partij om de verdieping aan te brengen waar de fractie niet voldoende toe in staat is. Het is hoe dan ook aan de partij, de vereniging om een nieuwe inhoudelijke koers te kiezen. Daarin is de partij altijd de antithese geweest ten opzichte van partijen als die van Wilders en dat moet vooral zo blijven. Inhoudelijk is D66 daarin nog het meest de tegenpool. In de slag om het midden gaat het om de vormgeving van een samenleving tussen markt en overheid in. Noch PvdA, noch VVD kunnen de mantel van participatiesamenleving dragen. Het CDA zou dat wel moeten kunnen, is daar mee bezig, maar ondertussen gebeurt het allemaal al.

En dat raakt tenslotte aan de vraag of het allemaal nog wel kan. Verkiezingen kunnen op korte termijn worden gewonnen, de positie in de Staten-Generaal kan en zal zich wijzigen, maar de onderliggende ontwikkelingen gaan door, inclusief de ontkerkelijking. De bovenstaande ontwikkelingen spreekt wat mij betreft sterk in het voordeel van Sybrand Buma, maar ook hij kan als persoon die trend wel beïnvloeden maar niet in zijn eentje verleggen. Door de bestuurlijke reflex van het CDA voor een moment kort maar krachtig te onderdrukken heeft hij wel al laten zien dat het kan. Een nuttige stap om van de bestuurderspartij ook een volkspartij te maken. What’s next?

 

Peter Noordhoek

A Christmas Poem

Dear friend abroad,

Each year I try to write a Christmas poem. This year is the 20th time I do so. This is what I came up with this time – and not only in text, but also in audio. I hope you enjoy it and have a great Christmas and a very good start to the New Year!

Peter Noordhoek

Christmas poem Peter noordhoek 2013

Christmas poem Peter noordhoek 2013

In audio: Christmas poem Peter Noordhoek 2013

Een kerstgedicht

Beste familie, vriend, kennis, relatie en allen die dat misschien wel willen worden,

hieronder volgt mijn jaarlijkse kerstgedicht. Inmiddels al weer de 20e keer. Deze keer publiceer ik niet alleen het gedicht, maar spreek ik het gedicht ook uit – en vertel ik hieronder iets over ‘de geschiedenis’. Ahum, groot woord. Eerst het gedicht, in tekst en audio.

kerstgedicht Peter Noordhoek 2013

kerstgedicht Peter Noordhoek 2013

Ged.13.hartritme Nl G

Hoe het zo kwam

Mijn eerste kerstgedicht schreef ik nadat mijn toenmalige werkgever, Stichting de Baak, het op zich lofwaardige initiatief nam om de traditionele standaard kerstkaart te vervangen door een donatie aan een goed doel. Ik was het daar op zich mee eens. Als je iets doet moet je het goed doen en het versturen van kerstkaarten werd een beetje een leeg ritueel. Dan kan je het geld beter in de kerstgedachte besteden. Toch voelde het voor mijzelf niet goed. Ik had de gewoonte met een paar extra geschreven woorden tot mijn relaties te richten. Wat te doen? Ik besloot een kleine kring mensen alsnog een kaart te sturen. Maar wat voor kaart dan? En toen kreeg ik het idee om dat in de vorm van een gedicht te doen.

Ik heb één keer serieus overwogen er mee te stoppen. Het mocht niet meer. Teveel mensen waren er op gaan rekenen. En ikzelf ook wel. De maffe gewoonte ontstond om het kerstgedicht midden in de zomer te schrijven, als de zon op z’n heetst stond. De gedachte aan kerst alleen al kon me verkoelen. En dan had ik het ook gehad. Zo heb ik er een traditie van kunnen maken, waarbij het uiteindelijk dan altijd toch weer een race tegen de tijd werd – reden genoeg voor mij om er meer een Nieuwjaarsgedicht van te maken dan een kerstgedicht. Het geeft wat extra speling. Excuses aan degenen die mijn kaart altijd pas na de jaarwisseling lezen.

Dit jaar is het een echt kerstgedicht geworden. Helaas is het ook een verloren race tegen de tijd geworden. De zomer bracht geen inspiratie en de maanden erna ook niet. Op een gegeven moment had ik een tekst liggen. Ik kan me nog herinneren dat één van de regels ging over ‘woorden die doorreden na een ongeluk’. Maar ik ben de tekst kwijtgeraakt. En echt, dat verlamt. Van alle kanten kwamen de signalen: schrijf! Maar het lukte niet. Pas op de avond voordat ik het ergens voor mocht dragen kwam de doorbraak. Ik had bijna de hele tijd een notitieblokje bij me. Loes verleide mij om mee te kijken met een detective: Endeaver Morse, de jonge norsman. De eerste moord werd gepleegd, de tweede volgde. En toen kwam het kerstgedicht er zomaar uit. Gruwelijk zoet en simpel. Kunstloos. Helemaal wat ik niet wil. Maar dit is wat het dit jaar wordt. Dit is wat ik de avond erna gedragen voorlas. Nog een mazzel dat niemand rollend over de vloer ging bij het voordragen van die zin over piek, ballen en boom. Te net publiek voor een dirty mind ..

Hoe het wordt

En wat nu, na twintig jaar? In zekere zin sta ik voor eenzelfde moment als in 1993. De kerstkaart gaat er weer uit. Niet door een alternatief in de vorm van een gift, maar omdat de digitale techniek vraagt om het te publiceren via een website, via social media. Weer: niets mis mee, op zich. Geweldig om op deze manier heel veel mensen te kunnen bereiken. Zeker als ik er nu ook nog een opname aan kan toevoegen. Ik hoop dat het werkt. Maar hoe vervang ik het gevoel van zwaar papier, van kleur via drukinkt, van verrassing via een open te scheuren envelop? En vooral: hoe vervang ik de persoonlijke woorden boven mijn gekrabbelde naam?

Voorlopig blijf ik aan een forse groep van jullie mijn kerstkaart sturen. Langzaam worden het er minder. De relatie moet er meer betekenis voor hebben dan vroeger het geval was. Misschien is dat ook wel zoals het hoort. Maar wat als ik dan iemand vergeet? Als ik u, jou, jullie vergeet? Laat het me dan svp even weten. Dan ga ik nog een paar jaren door.

Peter Noordhoek

 

 

Why not to go cold on twitter

Mr Fahrenheit and the law of Well Intended Misconceptions

Has twitter lost its voice? Last week we heard that within a year almost half of all Dutch people with a twitter account stopped using it. Is this only the end of hype, or is there something else going on? In this blog a bigger picture is sketched, starting with the folly of Mr Fahrenheit at a waterfall and ending with some thought on concepts like participation and the Big Society.

Hot or cold

Have you ever heard of Fahrenheit? Mr Fahrenheit, it should said, because he was once was a very real human being, and not just an indication of temperature. He is the one who is not Celsius. Even so, he is interesting. A bit of a loser, though. This is why.

Mr Fahrenheit lived in the 19th century and was what we now would call a geek or a nerd. He was always busy trying to calculate the formula at which energy, in the form of heat or speed, translates itself into a change of temperature. He conducted experiment after experiment, usually with one of his very primitive – at least in our eyes – contraptions, trying to get his formula right.
One thing he unexpectedly got right was getting marriage. It might have been a bit of a mistake on her side, but still it happened. He remained a geek, though. At least, when you are on your honeymoon in the Black Forest and then leave Frau Fahrenheit without even saying sorry, then something quite geeky is going on.

Mr Fahrenheit was off because he had realised that they were on top of a flow of water that was about to turn into a waterfall. His mind was suddenly filled with an idea. Here was this perfect setting for an experiment. He saw the water streaming in great haste towards the edge where it would fall. And he though: a big mass of water, speeding and then falling across the rocks, full of friction – that must signify that the temperature of the water down the waterfall will be higher than here on top. So he took his contraption – yes, never without it, even on honeymoon – put it in he water, measured, took it out of the water, climbed down the rocks to the bottom of the fall, put it again in the water, pulled it up and … No, the temperature was not higher. It was lower. No matter how many times Mr Fahrenheit repeated his experiment, the temperature was in relative terms always low at the bottom of the waterfall and high at the top.

We now know why this is, of course. It has to do with the same phenomenon that also makes our refrigerator possible. When water falls down from a height, and especially when it falls on rocks, the effect will be to produce millions of very tiny droplets. A mist arises. It is this mist of tiny droplets that brings down the temperature. Poor Mr Fahrenheit.

Big Thoughts, small interventions

And perhaps: poor us. Every now and then we are making the same mistake. We think that a big push, a big mass of energy, with lots of friction, will produce something that is warmer downstream. We give the stream the name of a Big Thought, a concept like ‘quality’, ‘governance’, or ‘democracy’. Or we name the stream after new technology, and we call it ‘Internet’, ‘cyberspace’, or ’social media’. By getting it moving, we truly hope to make the world a warmer place. The fall we call a change program or an implementation phase, thinking it will produce extra warmth through friction. Too often, in the torrent and fall, there is failure and disappointment. It happens by the mist we create as a concept or technology goes beyond the top of its life cycle and falls down. Droplets of small measures and tight regulations lower the temperature. Thousands of interpretations that are too small to capture the original concept turn into actions that turn the world into a colder place.

Thank you, Peter, for making my day. You are such a jolly fellow. A true optimist. You can go now.

Yes, maybe. We are not dealing with the law of Unintended Consequences here. No one intends cold consequences, but what if we could and should have known better? Let us call this the law of Well Intended Misconceptions. For years now we have been using our concepts and technologies to describe a better world, thinking the problems of too much miss-interpretation and over-regulation can be corrected with more of the same. Have we paid enough attention to the way the stream flows, the process grows?

Let me go to something of an example before my dear reader dies of an overdose of abstractions. My target: the concept of ‘participation’. The example: the way we use social media, in particular twitter.

 A dive in Twitter popularity

Last week there was a message on the Dutch news media of an enormous drop in the number of people that use twitter. Twitter is in many ways about the essence of digital participation: short messages aimed at your ‘followers’, trying to interest them in what you are doing and what you find interesting. It is you wanting to participate in the life of others. If and when your followers think you succeed in this, they either start tweeting back or retweet your message. How simple can it be? The flow of all these thousands upon thousands of twitter messages produce something like a world wide conversation. And now that conversation seems to stutter.

The number of people with a twitter account is stable at around 27% of Dutch social media users (Source: GfK, December 13th, 2013). However, the average number of visits a week went down from 22 to 13 in just one year. The number of messages posted halved from eight to 3,5 a week. That is quite a drop. You could say that lots of people have gone cold on twitter. The research seems to show that Facebook remains much more stable in term of its use and it also looks like especially young people are making a shift toward apps like Instagram.

More than the end of a hype?

How is it that twitter has suddenly lost so much of its attraction? It cannot be the technology. The ‘look and feel’ has remained more or less the same. Is it then just a matter of twitter loosing its ‘hype’? That could very well be the case. The fact that youngsters start using other media is an indication of that. But why so fast, so suddenly? Is there a cause? Often you see that the end of a hype is accompanied by incidents, big and small indications of failure. Again, that does not seem to be the case, except perhaps by all those little stories about careless twitter users that are done in by what they have written on the spur of the moment. Still, the recent introduction of Twitter on Wall Street has been a much bigger success than that of Facebook. So again, what is really happening?

Could it be that twitter is simply harder to be good at than Facebook? Not just because of the limit of a 140 letters, which does require some skill at formulating a meaningful message, but also because the real value of twitter is only unlocked when you are good at finding interesting articles and videos and can shorten an URL? And perhaps twitter users are more than others scared of being misquoted.
I can imagine that a twitter user is more confronted with life’s may little rules of syntax, security, communication and knowledge than a looser platform like Facebook. It is my impressions that those who are master of all these little rules – most of all: journalists – do flourish at twitter. They are having a ball – and they are usually not the ones that have to be most careful in what they say.

Is it a bad thing?

So this is my example. Here you have this wonderful new addition to the world of social media. It promises the warmth of a fast and instant meeting of minds. It let’s you share your thoughts with your followers, it gives you a platform for all your wonderful deeds – and then you find out that you find it hard to say what you want to say and you find out that your followers do not really want to know when you go to bed. So it is really twexit for you. When you are young, you then move to a social media environment that feels more exclusive to the young, When you are old(er) you sort of go back to the friendly chatting of Facebook. Those that remain of twitter (this author is one of them) can still have a very good time among followers that are just a little bit more like themselves: fast, wordy and self-important.

So no, it is not a bad thing. Still I do not think that this is the way the originators of twitter thought it would work out. There was this misconception of warmth, brought about by all these people twittering together. But no, the warmth of this new way of communicating is dispersing in millions of large and small considerations. The law of well intended misconceptions works on twitter, just like it does elsewhere.

The concept of participation runs hot and cold

These days we talk a lot about participation. The technological means are there – including the benefits of the cloud and of social media – and there is a new realization that without active citizen participation no society can prosper. So we are fortunate to see a true flood of new initiatives coming along. The government embraces this. In the Netherlands it was for instance singled out in the yearly Kings’ speech as the way to go. Everyone in government gets warm of a participation concept where active citizens do what governments can no longer pay for. Wonderful, yet even when you are not a cynic, you can ask yourselves how much room there really is for this new form of participation. It is quite predicable that a great many initiatives will get smothered in a blanket of rules and conventions. But the alternative might be even worse in the eyes of the government: when too successful, citizen participation might turn into something that no longer fits party politics. Have no doubt; with measures large and small this warm concept can turn into something else. Recent evidence came in the form of a report of the British Centre for Social Justice (Source: Daily Telegraph, December 16th, 2013). The author, Danny Kruger, a former speechwriter of David Cameron, stated that “many in the voluntary and community sector are struggling with constraints on their resource, high demands, ongoing battles with bureaucracy and a changing operating environment’. The reform that should make the Big Society a possibility has benefited mainly large companies. That is a very cold message indeed.

Maybe it is time to predict or measure what is down at the waterfall. Have we been creative enough in our concepts of active citizen participation? What should the role of government be? Will the rules help or hinder? Will the concept stay warm or will it grow cold?

Down at the waterfall

We should thank Mr. Fahrenheit for his mistake, and remember he got it right in the end. To say it terms of Star Wars’ Yoda: ‘Learn from his mistake, we must’.
Concepts loose their original freshness when used overmuch. They tend to become true misconceptions, no matter how well intended. New technology – like now the Cloud – brings with it warm promises of interactivity and engagement, but the basic rules of human communication still apply.

Perhaps when combining creativity with original intentions, we do will find something new that will keep us warm for a longer time.

Peter Noordhoek is director of Northedge BV, the Netherlands

Werkvormen: tussen retro en virtueel

En daar schrijf ik zelfs met een 6-punten plan over. Noordhoek, wat gebeurt er met je? Welnu, voordat je bij die 6 punten bent moet je wel even je best doen, maar we zitten nu eenmaal midden in een reactie tegen de geijkte werkvormen tijdens de bijeenkomsten en opleidingen, dus waar gaat dit naar toe? En waar blijven de alternatieven?

 

Wat voor type bent u? Mensgericht? Inhoudsgericht? In de processen, in de tegenspraak? Als u het antwoord weet, dan heeft u de afgelopen decennia overleeft met honderden varianten op Meyer-Briggs, kleuren typologieën en dan weet u ook of u het type plant of fontein bent.
Voelt u zich daar nu wat ongemakkelijk bij? U bent niet de enige. En wat als u gevraagd wordt om een rollenspel te doen? Samen een vlot te bouwen? Te reageren op de tekening van een boom? In een kring te gaan zitten, zonder tafel voor u en … met gele Post-It stickertjes te gaan werken? Wat zegt u dan?

NEEEE!

Retro

Het is de reactie van een steeds grotere groep. Al die werkvormen die ‘het groepsproces’ verder moeten brengen zijn uit, uit, uit. We gaan retro. Terug naar de tijd dat we naar preken luisterden en ons mond hielden. We noemen het nu wel anders: TedX. De preken duren nu korter, maar we hebben er meer achter elkaar. Zingen is er niet meer bij. Ben je gek, dat gaat maar van de spreektijd af. Zoals een spreker het me deze week zei: “Ik beantwoord geen vragen meer. Ik doe er niet meer aan mee. Ik hou mijn verhaal en ze doen het er maar mee. Take it or leave it.”

En de meeste mensen in zijn gehoor vinden dat nog prima ook. Als de spreker een eigenwijze, prikkelende of originele mening heeft, dan is dat voldoende, want veel van zijn luisteraars zitten er precies zo in. Iemand komt terug van een congres en zegt: “ik vond het prima zo. Ik pik er uit wat me van pas komt en voor de rest: aan mijn lijf geen polonaise.”

Misschien is het een demografisch ding. Een grijze koppen reactie op teveel zoete stroop. Het gevoel dat je verlokt wordt om je veiligheid op te geven in ruil voor .. ja wat, eigenlijk? Misschien is het een reactie op de crisis. Dit is geen veilige tijd. Punt. Dan ga ik echt geen kans lopen om me belachelijk te maken. Of te laten zien dat ik het niet echt weet. Dan liever de armen over elkaar. Liever van hoofd tot hoofd, dan van hart tot hart. Ik doe mijn ding, jij het jouwe. Laten we dat zo houwen. Lekker retro.

Virtueel

Want als we ons dan toch willen laten zien, dan liever virtueel. Via onze digitale kanalen. Maar pas op: degene die denken dat ze anoniem kunnen schuilen achter de pc, die moeten er nog maar eens goed over nadenken. Niet alleen vanwege privacy issues, of omdat reaguurders steeds verder weg worden gestopt, maar omdat ze dan niet begrijpen wat er gaande is. Virtueel: steeds meer loopt via virtual games. Games die stap voor stap echte social media worden. De verhaallijnen worden beter, de samenwerkingsvormen complexer, de ‘werk’vormen beter door chatfuncties en allerlei ‘app’-ons. Bijna geen game wordt nog als stand alone gelanceerd. En wat is een ‘multiplayer environment’ anders dan een supermoderne netwerkorganisatie? Als aan je strategievorming kan werken op de brug van een Startrek ship, wie wil er dan nog met flipovervellen aan de gang? So uncool. Voor de volwassenen is er nu nog zoiets als ‘serious’ gaming, maar let op: serious wordt fun en gaming wordt real.  De werkvorm is de spelvorm. De beste krijgt de meeste punten. Het is niet anders.

Of toch niet? Door de nog altijd relatief hoge maakkosten is de keuze in games nog altijd relatief beperkt en is de vorm afhankelijk van het keurslijf van een aanbieder die waarschijnlijk niets van jouw specifieke context begrijpt. En voor games geldt uiteindelijk ook wat voor boeken geldt: lezen en spelen zijn een goede voorbereiding op het leven, maar het is gevaarlijk beide aan elkaar gelijk te stellen. In opleidingssituaties is er een derde die geen deel uitmaakt van het spel, die een time-out kan roepen en het verschil kan duiden. En wellicht zal zeggen dat het echte leven geen puntentelling kent. Maar dat wil je niet horen, want in je virtuele omgeving ben je dan al te snel teveel punten kwijt.

Ergens er tussen in

Alles beweegt. Teveel retro wordt saai. Teveel virtueel is leeg. Is er iets tussen in?
Wat ik hoop is dat retro ons zal helpen om weer terug naar de kern te gaan. Mannen en vrouwen die het beste dat ze hebben – hun brein – gebruiken om de analyse te doen en ons te inspireren. Als dat goed gebeurd is er geen mooiere vorm van communicatie – en laat het dan maar retro heten. Maar niet als we naar de retro toe springen omdat we onze veiligheid blijven zoeken. Al die werkvormen zijn er ooit gekomen omdat we door alle verhalen wel zagen dat mensen gewoon het vermogen misten om woorden bij de daad te voegen. En laten we wel zijn: er zijn niet zoveel mensen die hun rol in een rollenspel goed spelen, hun kleuren weten te combineren en hun geeltje met een zinvolle kreet weten te vullen.

Fysiek en digitaal

Ik ben dus geneigd om uit virtuele bron te tappen voor de nieuwe werkvormen. Maar niet in onverdunde vorm. Het komt op de mengvormen aan.
Let dan even op: de wisselwerking tussen fysiek en digitaal wordt steeds beter.
Let bijvoorbeeld eens op die wonderlijke Kinect-camera waar Microsoft gestaag aan werkt (trouwens: het is open source, dus wij kunnen dat ook doe). Een conceptuele slag verder dan de WII weet het je lichaam te vertalen in een digitaal beeld. In combinatie met het goede geluid dat er nu is, zou je (ik bedenk maar wat) het samen zingen opnieuw uit kunnen vinden. Zingen de je met het hele lichaam. Het is net zozeer sport als kunst. Nu heeft een ouder koor alleen leden en een dirigent die samen een avond in de week zingen. Een moderner koor heeft daarnaast ook zangcoaches voor elk individueel lid. Nog een stap verder is de virtuele vorm waarbij de niet alleen het geluid digitaal wordt verspreid, maar de Kinect-camera ook de lichaamshouding ‘ziet’. Dat wordt nog eens een gemengd koor.

Mix

Hoe dan ook, het gaat om de ‘mengfactor’. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat deze auteur op een veerboot van Dover naar Calais getuige mag zijn van een grote groep vrienden die doen wat goede groepen altijd al hebben gedaan; grappen, zeiken, zeuren en genieten. Het enige verschil is dat ze heel casual voortdurend onderscheid maken tussen offline en online. Er is in dat opzicht dus geen aanleiding om cultuurpessimistisch te doen over wat er virtueel gebeurt. Integendeel.

Misschien is het een jeugd ding. Voor nerds en andere pukkelkoppen. Maar niet echt. Want weet de lezer wat echt retro is? De tijd nemen. Toen ik begon in het opleidingsvak begeleide ik een groep vier maal een volle werkweek. Een paar jaar later werd dat drie dagen. Weer later twee dagen, twee dagdelen, één dagdeel, een uur. Wat een misvatting dat is, werd me onlangs weer duidelijk toen Loes en ik werden uitgenodigd voor een weekend vol ‘conversations’ in Geneve. Er kwamen 40 mensen uit meer dan 20 landen bij elkaar. De diversiteit was enorm. De hele wereldpolitiek kwam langs. Toch was dat niet wat er een succes van maakte. Dat was het feit dat wij allemaal, stuk voor stuk, een korte voorzet voor een gesprek gaven en dat we er verder gezamenlijk voor zorgden dat het gesprek niet stokte. De tijd doet dan de rest en die tijd voegt meer toe dan doorgaans wordt aangenomen.

Diep ademhalen: 6 punten

En zo komen de nieuwe werkvormen best wel los. Dus om het even in een paar heuse ‘How to’ punten vast te pakken, deze 6. En ik had me nog wel zo voorgenomen daar niet aan mee te doen. Zo retro. Hier komen ze. Let op de:

  1. factor tijd. Zorg voor werkvormen die niet zozeer efficiënt zijn als wel de contacten intensiveren. Ja, tijd is een luxe. Dus is het onderscheidend om weer lange sessies te hebben. Doe je alles in een dagdeel of minder? Loser.
  2. mengfactor. Meng fysiek en digitaal. Als de grijze generatie het niet kan, laat de volgende dan de mix maken, vol met mengvormen van digitale middelen en fysieke interventies.
  3. kwaliteitsfactor. Retro werkt alleen als het rete goed is. Hoewel wij Nederlanders beter dan ooit zijn als het om spreken in het openbaar gaat, inclusief het bijbehorende debatteren, blijft het kwaliteitsverschil enorm. Er is geen geduld meer met zwakke kwaliteit. Voor je het weet branden zelfs de besten in deze race op. Hoe te doseren? Kom maar op met je nieuwe vormen om dat goed te doen.
  4. factor codes. De afgelopen decennia waren we rijk en we hebben die rijkdom gebruikt om heel veel sociale codes af te breken. Omdat het kon. Nu moeten we weer gaan bouwen. Let er maar op: geen participatie zonder strengere sociale codes. Je mag nog steeds alles afbreken, maar alleen als je tegelijk laat zien dat je de nieuwe codes beheerst. Ook als je het digitale pad op gaat. Een hele markt breekt open voor degenen die deze codes beheersen en kunnen overbrengen.
  5. breedte factor. Retro werkt vooral voor degene die er al goed mee kunnen werken. Het heeft iets dat ronduit elitair is. Games zijn er voor de niet-serieuzen. Toch? Pas op. Het is een misverstand om te denken dat in de virtuele ruimte iedereen gelijk is, het is wel waar dat in die ruimte iedereen die zich te lang verheven voelt boven de ander sneller dan ooit naar beneden kan worden getrokken. We hebben ook nieuwe ‘democratische’ werkvormen nodig. Let wel: de meeste democratieën stemmen nog steeds met het potlood.
  6. kritische factor. Nieuwe vormen komen er op het moment dat we erkennen dat we ze nodig hebben. Omdat we de kennis, het inzicht of de vaardigheden missen. Een paar jaar geleden had iedereen het over ‘intervisie’. Het werd zelfs verplicht gesteld voor beroepen. Anno nu horen we er minder over. De hype is wat weg. Het gebeurt echter nog wel degelijk. Overal zijn groepen, vaak informeel georganiseerd. Bijna stiekem werkt men in groepsverband aan zichzelf. Dat moet weer bovengronds. En hetzelfde geldt voor al die werkvormen: zoek de kracht van kwetsbaarheid.

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

NB Deze blog is geschreven naar aanleiding van een boeiende brainstorm over werkvormen in INK-verband. Komend voorjaar komt daar een presentatie over voor in ieder geval de ‘kennispartners’.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek