Maandelijks archief: oktober 2013

A Walk on the Wild Side

Hoe wild was jij? Als tiener, begin twintiger?

Hoe wild ben je nu nog?

Ooit dit verlangen gehad?

Naar sex, drugs, rock en roll?

I did. I confess.

Hoeveel van ons zijn er dichtbij geweest?

Dichtbij geweest? Ja, ik wel. Soms er in, soms er buiten. Dichtbij zeker.

Ik kom uit de rock. Deep Purple Rock moest het zijn. Blauwe hoes, vijf hoofden. In Rock. Soms Zeppelin. Als we niet aan het slijpen waren.

Ik werd groot met de echo’s van Woodstock. En Easy Rider: born to be wild. Ik had de poster. Zag de film, in de soos. De oudere broers van mijn vriend waren hippies. Lang haar en zo. Wierook, druipkaarsen en Vietnam. Hadden iets met Cuby & the Blizzards, ik niet zo. Maar Brainbox was geweldig. Ik kreeg op het schoolfeest een handtekening van Kaz Lux. Maar goed, Brainbox was niet zo hip. Net als Cuby een bluesband, eigenlijk. Ik liet mijn haar ook maar groeien. Voelde wel zacht aan als je het in je nek legde.

Maar nee. Ik was van de rock. Hendrikx was ook goed. Ik had een bootleg LP met ‘Purple Haze’. Had ik ook van Dylan, maar dat was geen rock. Kreeg ik via een leraar van mij. Ook wat hippie. Onder het dorp was veel hippie.

Veronica kwam langs, in een oude fabriek. Thuis wilden ze dat ik naar stijldansen ging. No way.
Ik ging los op Ten Years After. Kwestie van soepele nek en snelle benen. Ik won.
Een meisje belde. Ze zei dat er een ander meisje verliefd op me was geworden. Het bleek dat zij het zelf was. OK.

Samen met haar en drie andere meiden naar het Malieveld om te protesteren tegen het einde van Veronica. Als enige jongen met de meiden mee. Dizzy Mans Band. Feest. met haar naar De Doelen in Rotterdam. Ten Years After. Going home, my baby. Baby, I’m going home.

Iemand kwam met hasj. De zoon van de burgemeester in het dorp naast ons. De kamer stond bol van de zoete lucht. Nee, dank je. Ik weet nog niet waarom niet. Ik reed weg op mijn Puch. Hans volgde mij op zijn Zündapp. Kom mee. Platen draaien.

Hans had heel veel platen. En bier. En een kelder onder het huis die we helemaal voor onszelf en onze vrienden hadden. Het begon met één pick-up en een buisversterker, daarna kwam er nog een koffergrammofoon bij. Geluid op z’n hardst zetten. Rock, maar ook veel sixties, zelfs fifties. We werden gevraagd om op een verjaardagsfeestje te draaien. Halverwege de avond bliezen we de versterker op. Ik geloof dat het toen al uit was met het vriendinnetje.

Toen opeens kwam George McCree met zijn ‘Rock you baby’. We waren het eens: helemaal fout. Erger kon niet. De meisjes wilden er wel op dansen. Ach wat.

De vader van Hans had geld. We gingen naar Londen en smokkelden platen en apparatuur naar Nederland. Het rookapparaat maakte helaas kortsluiting. Hans kon zuipen en worst eten en dan toch niet ziek worden op de boot. Klasse.

Buiten de disco hield ik vast aan de rock. Ik kocht ‘Schools out’ van Alice Cooper. Een LP met een damesslip er omheen. Grappig, maar ik gooide het er af. Mijn moeder vond het later.

De disco groeide. Uiteindelijk hadden we drie bakken van elk twee meter lang, vol singles, LP’s en apparatuur. Vier grote bozen zorgden voor de herrie. En we hadden een lampenkast. Daarom hadden we een dertigtal lichtschakelaars gemonteerd. Aan elke schakelaar was een gekleurde spot verbonden. De sport was om met de handen op de maat van de muziek de schakelaars om te rammen. Aan het einde van de avond was er geen schakelaar meer heel. Maar het stond wel stoer bij de dames. Soms namen we de vriendinnen in onze armen terwijl we op de schakelaars ramden. Op de maat. Zo’n beetje.

Ik deed dat niet zo vaak. Ik was DJ. I’m the man. In het begin pas na twee biertjes. Platen selecteren, platen draaien, bruggetjes maken. Sfeer maken, herrie maken. Disco. What else?

Two things. Ergens in de avond deed ik altijd een blokje klassieke rock & roll. ‘Rock around the clock’. Altijd feest.

And the other thing. Ergens op de avond bracht ik Lou Reed langs. Van zijn LP Transformer. Heel soms met ‘Perfect Day’ als het laat en er genoeg dames waren, maar hoe dan ook deze: ‘Walk on the Wild Side’. Nooit iemand die klaagde ‘about giving head’, nooit iemand die protesteerde dat hij niet verleid wilde worden door een transsexueel, een ‘homo’. Neeee. Wel altijd vele iemanden die ‘doop-da-dooop-da-doop’ zongen. Even iemand anders waren. On the Wild Side.

Op een gegeven moment hoorde ik het wel. En daarna elke keer. De leeg gelopen dromen, het ‘He never gave it away’.

En thuis pakte ik dan, vanaf 1973, de volgende LP van Lou Reed: ‘Berlin’. Het was geen Transformers. Niets was dansbaar. Het had strijkers. Fout. Overgeproduceerd. Maar het had wel dit: loutering & droefheid. Betoverende sadness. No sex, drugs en rock and roll. Real, fucking life.

This is the bed where she laid her head
When she went to bed at night
And this is the place our children were conceived
Candles lit the room brightly at night

And this is the place where she cut her wrist
That odd and fateful night
And I said oh, oh, oh, oh, oh, oh, what a feeling
And I said oh, oh, oh, oh, oh, oh, what a feeling

What a sad song.

Daarna ging ik mijn huiswerk doen.

 

Peter Noordhoek

 

 

Het algoritme voorstel

Ik heb een voorstel. Of het aanspreekt? De lezer mag het zeggen. Mijn voorstel is: laten we ruzie maken.
Eens? Nee, natuurlijk niet. Als, zoals het spreekwoord zegt, wrijving glans geeft, waarom brengen we het leven dan niet meer poetsend door? De meeste van ons zijn echter – ik ben er een voorbeeld van – niet dol op conflict. De angst om te verliezen is groter dan de kans op te winnen, zullen we maar zeggen. Ik ga liever mijn eigen gang. En toch, nu wil ik het conflict hebben. Want het gaat niet over mijzelf, maar over iets veel groters.

Dit is mijn vraag:

Is een door algoritmen gestuurde overheid een betere dan een enkel mens-gestuurde overheid?

Wat ik voorstel is dat er twee groepen gaan komen die elk hun eigen gelijk gaan bewijzen – ‘groep algoritme’ en ‘groep algoniets’ – en dan zo ruzie maken dat wij, als toekijkende burgers, politici en ambtenaren weten wie er ook daadwerkelijk (het meest) gelijk gaat krijgen. In dat bewijzen van het eigen gelijk moeten ze ook concreet worden, boter bij de vis geven.
Voordat ik dit iets verder uitwerk, eerst de analyse.

Algoritmes vormen de wiskundige kern van de versnelling in onze samenleving. We kennen ze vooral door de toepassing ervan in onze apparaten. Hou je een telefoon vast, dan hou je een verzameling van letterlijk miljoenen regels algoritmen in je hand. Allemaal 1-nen en 0-en, allemaal minibeslissingen – met een macro-effect.

Algoritmes zijn een zegen, want ze maken al die vanzelfsprekende zaken mogelijk waar onze economie op drijft: digitale communicatie, veiligere auto’s, de ontcijfering van ons DNA, massaproductie op maat. Tegelijk zijn we de zegeningen van de algoritmes nog maar net aan het ontdekken. De meeste algoritmes zijn er voor de grote getallen. In de nabije toekomst zien we dat algoritmes op de eigen maat worden gemaakt. Wie de literatuur over kankermedicijnen volgt weet wat ik bedoeld. Via algoritmes kunnen we een dienstverlening krijgen die veel beter is dan wat anonieme call centers nu kunnen bieden.
Algoritmes zijn een straf. Algoritmes hebben de financiële producten mogelijk gemaakt die aan de wortel liggen van de bankencrisis. Ver voorbij het begripsvermogen van de menselijke geest wordt via algoritmes aan een maatschappij gebouwd waarin niemand meer veilig of op zichzelf kan zijn. Pogingen om daar met beter toezicht wat aan te doen zijn gedoemd te falen, tenzij het toezicht zelf ook haar algoritmes kent. Wie niet meekan in de hyper meritocratische wereld van de algoritmes valt buiten elke boot.

Nu zou het kunnen zijn dat de lezer niet elke dag over algoritmes nadenkt. En wellicht dat ik nu alleen maar schrijf voor die paar mensen die voorbij het woord ‘wiskundig’ zijn gekomen. Toch zou dat jammer zijn, want ik denk dat het veel interessanter is om over algoritmes te spreken dan over iets als ‘informatietechnologie’. De kern van wat er in de overheid te gebeuren staat, wordt namelijk niet zozeer bepaald door iets als techniek, maar door de beleidskeuzes zoals die versleuteld worden tot algoritmes. Daarbij is het mijn beeld dat we 1) niet weten wat we er wel en niet uit kunnen halen, maar het zal zeker verder gaan dan we nu weten en 2) we ook niet weten wie nog ‘eigenaar’ is van die algoritmes. Het is in ons belang om te weten hoe dat zit, bijvoorbeeld als het om de dienstverlening aan onze burgers gaat.

Alleen al die vraag naar de ‘eigenaar’ is voor velen natuurlijk afschrikwekkend. Daarom zou ik ook naar de andere kant toe willen zien waar het toe leidend als we naar een ‘algonietis’ overheid gaan. Ondenkbaar? Waarom? Duur? Hangt van de prijs af. Duizenden mensen zonder baan omdat hun werk wordt overgenomen door algoritmes is ook duur. Net zoals me het boeiend lijkt als er een groep aan de gang gaat om te kijken hoe ver we de dienstverlening van de overheid krijgen we als we puur de kant van het algoritme opgaan, zo lijkt het mij boeiend om te zien hoe we een model kunnen bedenken voor als we dat nu net niet doen. Kunnen de ‘algonieters’ een dienstverleningsmodel ontwikkelen dat duurzamer zal blijken te zijn dan de lichtsnelheid van het moderne algoritme? Nee, niet terug naar het pre-digitale verleden, maar naar wel dienstverlening die niet afhankelijk is van beslissingen door digitaal gecodeerde algoritmes.

En dan natuurlijk wat de twee groepen bedenken tegenover elkaar zetten en laten clashen. Plezierig, maar op het scherpst van de snede.

Waarom eigenlijk? Hebben we het niet over een valse tegenstelling? Voor degenen die dat zeggen, wil ik duidelijk maken dat dit niet over de vraag gaat, althans niet in eerste instantie, hoe ver we de (dienstverlening van) de overheid kunnen digitaliseren. Heel ver ongetwijfeld, maar dan vervlakt de discussie ongetwijfeld weer tot een gesprek over middelen: rekenkracht, geld, het vermogen om programma’s te realiseren. Door te focussen op algoritmes – algonietis krijgen we iets anders op tafel: vragen over beslisregels, echte efficiencyvragen, maar ook vragen over zeggenschap, controle, doorwerking.

Daarom dit voorstel. Het moet natuurlijk nog verder worden uitgewerkt en toegespitst, maar dat is de volgende stap. Ik doe dit voorstel digitaal, open toegankelijk, voor iedereen te ‘lenen’. Daarbij meld ik wel dat dit idee ontstond in een gesprek tussen de Beleidscoöperatie en Publieke Veranderaars. Bronvermelding wordt op prijs gesteld. Heb het er eens over in uw omgeving. laat een buzz ontstaan. Hopelijk gaan we ‘ruzie’ maken: algowellis – algonietis!

 

Peter Noordhoek

www.beleidscoöperatie.nl

 

Robuust maar broos: over veerkracht

Deze week is alsnog een akkoord gesloten. Dat is een goede zaak. Allereerst voor de regeringspartijen, want die kunnen weer vooruit. Het is een goede zaak voor de gelegenheidspartners, want die kunnen naar hun constructieve bijdrage verwijzen. Het is goed voor oppositiepartijen uit het midden die het akkoord hebben afgewezen, want die hebben laten zien standvastig te zijn. Het is goed voor de gemiddelde burger, want die moet er niet aan denken om weer naar de stembus te gaan. Het is alleen niet goed voor de partijen aan de verste rechter en linker zijde, want ze konden op geen manier laten zien dat ze een alternatief in huis hebben.

Bij elkaar dus reden voor tevredenheid – en toch zal er weinig gejuich te horen zijn. De meeste van ons beseffen dat het akkoord, wat je er verder inhoudelijk ook van vindt, een opeenstapeling van kwetsbaarheden is. De belangrijkste verdienste is dat het tijd koopt en daarmee een gevoel van stabiliteit brengt. En wat hebben we dat hard nodig. In de smalle marges van de politiek is er weer wat marge gevonden, gelukkig.

Maar, zegt dan de stem in mij, hoe lang kan dat doorgaan? Welke fouten weven we in dit akkoord mee? Wanneer komen die fouten uit het akkoord rollen? En terwijl dit varkentje gewassen is, weten we dat op Europees niveau er bijvoorbeeld een nieuwe, strengere stresstest voor banken aankomt. Als die serieus wordt uitgevoerd, dan zullen ook Nederlandse banken wel eens in een nieuwe crisis gestort kunnen worden. Bah, wat is er toch allemaal aan de hand? Hoe moeten we dat duiden? En vooral: hoe kunnen we de voorkracht opbrengen om met dit alles om te gaan?

Er is een benadering die al deze kwetsbaarheden weliswaar – en helaas – niet heeft voorzien, maar het beter weet te duiden dat vele andere benaderingen. De benaderingen heeft ook in zich om een ander perspectief te geven op de manier waarop we nu zoeken naar oplossingen in de systeemcrisissen die ons nu treffen. De benadering laat zich vangen in het Nederlandse woord ‘veerkracht’ en het Amerikaanse ‘resilience’. De systeemcrisis van onze instituten wordt gevangen in de afkorting ‘Robust Yet Fragile’ (RYF). Ik heb deze in het Nederlands vertaald als ‘Robuust maar Broos’ (RmB). Ook deze benadering is niet zaligmakend, maar het levert wel een veel beter perspectief op dan de bekende risico-regelreflex. In het tijdschrift InGovernment heb ik er een kort artikel over geschreven en daarom schrijf ik dit weekend niet de gebruikelijke blog, maar geef ik hierbij de link naar het artikel (en maak de lezer graag enthousiast voor het tijdschrift – gratis, als u bij de doelgroep hoort).

Robuust maar broos. Concept

En als u het artikel gelezen hebt, dan verwijs ik toch nog graag even naar het gedicht waar ik de lezer eerder deze week als blog mee lastig viel. En ergens in de komende tijd kom ik er nog wel eens op terug, bijvoorbeeld in Europees verband.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

 

Robuust maar broos. Gedicht

Ik drink mijn koffie op het terras
van een Starbuckscafé
Aan een lange laan
vol trotse gebouwen

Ze buigen zich – ietwat hautain –
over café en tafels heen
Alsof ze met mijn iPad mee willen lezen
en er tegelijk te goed voor zijn

Wat willen jullie lezen, Lange Heren?
Wat willen jullie uit je ramen zien, Grote Zielen?
Ook een digitale krant kent kleine letters
Ook het nieuws is vol van zichzelf

Kunnen jullie wel buigen zonder
te breken?
Zijn jullie robuust
of toch broos?

Ik lees mijn koffie
Drink mijn iPad
Buig mij rond
Wenk, wuif
en loop
weg

 

Peter Noordhoek ‘13

 

Dit gedicht is ter opwarming voor een binnenkort te verschijnen blog en artikel over het thema ‘ robuust maar broos’.

Equal yet not the same. A reflection on gender equality

A blog on a training done in Armenia, on the issue of gender equality – not my usual subject – and on a rumble around Europe.

There is something slightly disconcerting about entering a new country by night. The plane lands in the darkness, and as airports have more or less the same feel everywhere, you think the country you have just entered has not yet begun. But then there is a taxi driver waiting with a sign with your name on it, and very soon you exit the airport and, combined with the fact that the driver does not speak a bloody word of English or German, you know you are definitely not just outside of Amsterdam Airport. In the case of this country, you are immediately greeted with explosions of light. Flashing lights, pin lights, laser lights, lots of lights. It is like driving through the outskirts of Las Vegas; all casino’s and clubs. Even the gas stations are lit like a Christmas tree. It stops when the shadows of big buildings announce the beginning of the capital. But the strobes, pin lights and neon lights reappear after we leave the big city, and it takes quite a while before true night comes. After a while the taxi leaves the main road and starts climbing. Somewhere at the end of a road there is a man in soldiers fatigues, his dog dancing barking around the car. Still, he lets us go through to a massive building, our hotel. A receptionist leads my colleague and me to our rooms. It is about five o’clock in the morning, local time. I want to get up around nine. So I close the curtains of my big room, hoping to keep the morning light out and catch some sleep.

When with bleary eyes I rise, I open the curtains to a glorious sight of multi coloured hills. I am in Armenia.

Women in politics

I am here as a trainer for a course on political leadership for women, on behalf of the Dutch Eduardo Frei Foundation (EFF) and the German Konrad Adenauer Foundation (KAS). The group consists of women from 8 different parties in Armenia, both in government and in opposition. All are between 24 and 45 years of age and can be considered talents in their party. The aim of the two-day training is to talk about political leadership, the (legal) position of women in politics and to train the participants in presentation and network skills. My colleague, a woman, is to talk about the first two elements, looking at it mostly from a Dutch perspective. Two Armenian trainers do the same from an their country’s perspective, and I may lead and start the training and do the skill part.Armenië 1

Doing the training is a joy. The fact that this is an inter-party training did made it more competitive than it otherwise would have been. The ladies can be sharp towards one another, even though it is also part of the training (and politics) to build a relation with each other. Listening to the participants, my co-trainers and our interpreters – all in all 37 ladies – I once more feel privileged to learn so much about another country in such short time. At the same time I sort of keep my distance from the theme of the training. I noticed that I am inclined to let the women talk about gender issues and sort of let me do the rest. Is that fair?
Anyhow, I still had a blog to write and decided to make it a bit difficult to myself. So here I address an issue that I should have written about long before: gender equality. You, male reader, can skip this blog here if this subject does not appeal to you. That will leave you however, with this image on your mind of a single Dutchman between all those ladies. Now what does that do for your ego?

After the vote

In Armenia women got the vote around the same time women did in the Netherlands. In fact, things went faster for women in Armenia than in our country. It quickly became normal for women to work and have responsible positions in society. An audible gasp went through the group when my colleague said that, in the eyes of the Dutch law, (married) women were not considered to be able to conduct their own affairs until 1956. In that sense the position of Armenian women has been stronger than that of Dutch women.
Still, this position seems to be reversed. Possibly the difference is made by the feminist wave from the 70s, as it seems to have had a bigger impact in the Netherlands then in central and south European countries. Armenian women are strong, but the traditional role pattern with macho man en feminine females also seems strong. And whereas in the Netherlands it appears that through factors like demographics, working conditions and higher education levels, the balance between men and women is truly shifting, not as much seems to be changing in a country like Armenia.

While the women were talking about these differences and how far there still is to go, I thought: do you all realise it is now about a century since you got the vote? Look at where you are now. Yes, you have made progress, but is it not the kind of progress that makes a snail look fast? How come?

How come?! You male chauvinistic … yes, yes, I know all that and I accept the blame, even though it seems to me that women themselves have played a large part in holding themselves back as a group. Still, it seems to me that every time we talk about gender, we all box ourselves into those two dominant gender labels, while life is about so much more than being male or female.

Equal is not the same

Let me state the obvious in another way. After all these decades of talking about women’s emancipation, I think we have come a long way with the word ‘equal’, but are still tricked by the word ‘same’. Man and woman are equal, but not the same. Watching the number of participants wearing blue jeans and blouses instead of skirts, it is easy to think that wearing the same uniform makes man and women more the same, but it is literally a superficial thing. In that way many attempts to make us more equal is translated into making us more the same, simply does not work. Somehow our instincts about how we are the same or not, reaches parts of us that are hard to reach with laws, quota’s, good intentions or nice speeches. Most of us accept the principle of equality, but always have a ‘but’ ready when it comes to the practice[1]. And then suddenly we are not the ‘same’.

Now let me translate this to politics. When it comes to modern politics, differences in personality, the pitch of your voice, your length, your clothes and your verbal skills all play their part. Some of it is gender related, much of it is not, or not clearly noticeable. The days that politics could be described as ‘Hollywood for ugly man’ are to a large extend over. Politics has become Hollywood and vice versa. Uniqueness – ‘star quality’ – is the coin politics deals in, not ‘sameness’. This search for individual uniqueness also breaks through standard gender roles – Ms Thatcher lowering her voice an octave, making her sound more like one of the boys – and turns talk about equal rights into what some like to call ‘a boring sideshow’.

Beyond principle

It is not. But what I guess I am saying, is that the moral principle of equality – logical and compelling as it is – can only thrive when you mentally make room for the idea that it is not about being, doing or looking the same as ‘a’ woman or ‘a’ man. Diversity breeds equality, not the other way around. The more elements are added to someone’s profile, the harder it is to reduce her or him to a single label. The label of gender is perhaps the hardest to shrug off, as it is hard wired into our genes and brain, but with enough diversity even that label becomes moot. I guess that the only way to overcome the real biological differences between man and women, is to bury them in the differences between people. In other words: if talking equality starts empowerment, than it is diversity that finishes the job. Sameness seems to help with equality, but in the end only slows the process down.

Writing this feels like tiptoeing through a minefield, but I do am aware that as a man I am quite part of the issue. One of the participants asked how many women I had on my staff when I was campaign manager, and I had to answer that they were just a few. On the other hand, I feel that if I would have been a woman with the same drive and skills I have, it is likely I would have been asked for a political position a long time ago. So what to do? Thinking about this while my Dutch colleague and the women from Armenia were debating, I first tried to find a position by just listening to them. After a while I thought that the solution was not in the arguments, no matter how skilfully they were deployed. So I started doing the other thing: looking, thinking, observing. How do they express themselves in what they wear? How do they carry themselves?

Vive la difference

It was in this that I thought: this group is truly diverse. There is much promise here. Of course there is the obligatory uniform of blue jeans, blouse and long hair, but individual approaches to clothes shine more through than in your average Dutch audience. Their voices were often flat to my untrained ears, but their body language was energetic, most of it strong. Combining this with what I learned from their backgrounds – more musicians than lawyers, more journalists than economists, a fashion designer next to an astro physicist – and I knew that the level of diversity is truly promising in this group. So what should stop these women from breaking through any glass or any other ceiling? I guess it is most about the economics of it all, the lack of jobs, the lack of prospect in a country that has not enough natural resources. But in principle it is all there. So let’s just say: Vive la difference! – especially when it leads to more equality. Armenië groep

A rumble all around us

We left Armenia again in the night. But this time the flashing lights along the highway could not distract from the memory of a great training with fine people, of sunshine and beautiful buildings in Yerevan, of art and politics in South Caucasus. So I wish I could conclude by just saying this was another great training for EFF and KAS.

However, there is something else to report. The conversations with the participants were all about a recent trade agreement. An agreement with Russia, with as a precondition to the agreement that another agreement with the European Union was to be cancelled. The government had to decide. I am certainly not going to express any opinion here on whether or not the Armenian government was right to step into the agreement. My point here is what is happening around the edges of the European Union from Armenia to the Baltic States. There is a rumble all around us. Along the south and east side of the Mediterranean there is this corridor of failing, falling and fracturing states. Along the east, Russia makes its ambitions felt in direct and indirect ways. We in Europe, we in the Netherlands, are too busy with ourselves and with our economic troubles. Wake up, and hear the rumble around us.

Peter Noordhoek



[1] This includes the issue of quota, one of the themes addressed in the meeting. In a recent theme number of the Flemish / Dutch political science magazine ‘Res Publica’ (vol. 55, 2013/3) and overview is given of recent research on quota. And even though the research seems to indicate that quota have a measurable effect, one of the authors, Laure Michon, describes how people approach the subject of quota so much from principle, that a real valuation or workable compromise does not seem possible. (Michon, p. 377-388).


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek