Maandelijks archief: juli 2013

Op zoek naar de maîtresse

Nog niet zo lang geleden was polio een van de meest gevreesde ziekten. Het was hoogst besmettelijk en als je het kreeg kon je er op rekenen dat je lichaam gemangeld en gesloopt was voor je er uiteindelijk aan bezweek. We hebben de ziekte weten te bedwingen. Een enorm succes. Een succes dat vele vaders heeft, maar in dit geval is er één vader die we zeker niet snel mogen vergeten. Hij heette Henderson. Hij was een Amerikaan van het doorzettende soort. Hij bereikte een omslag waardoor het voor de meest betrokken landen, allen in Afrika, verplicht werd om zelf gevallen van polio te melden. Op die manier werd de grootste inentingscampagne ter wereld mogelijk. Er was echter één land dat medewerking weigerde en daar werd Henderson gallisch van. De betrokken dictator vond het maar allemaal bemoeizucht van die buitenlanders. Als het om Henderson ging had hij gelijk. Die accepteerde geen nee. Hij vloog naar het West-Afrikaanse land. Zo langzamerhand wist hij wel hoe dit soort samenlevingen in elkaar staken en daarom ging hij op zoek. Naar de maîtresse van de dictator. Na lang zoeken vond hij haar en had hij een goed gesprek met haar. Een paar weken later voegde ook deze dictator zich in het grotere plan om polio de wereld uit te helpen. Anno vandaag lijkt dat te zijn gelukt, zeker in Afrika. Voorlopig dan. Er hoeft maar één besmettingshaard te zijn ..

Nederland was heel lang het gezondste van alle landen. Zowel in de dertiger jaren als in de vijftiger jaren stond het nummer 1 in alle statistieken. Dat is nu niet meer zo. We staan ergens rond de 21e plaats. Op zoek naar de reden voor onze lagere plaats, hoeft er niet lang te worden gezocht. Het verdwijnen van de wijkzuster is een belangrijke factor. Maar als het om de kwalen gaat, zijn er twee die boven alle andere uitsteken: roken en zuigelingensterfte. Aan het laatste wordt hard gewerkt, maar vooral roken is in Nederland een opvallend hardnekkig probleem. In andere landen daalt de sterfte als gevolg van rook-gerelateerde aandoeningen in absolute aantallen, hier blijft dat constant. Dat betekent niet dat er geen mensen zouden (kunnen) stoppen, want dat gebeurt wel degelijk. Het probleem is dat in ons land de ‘replacement rate’ erg hoog is. Het aantal kinderen dat met roken start is zo hoog dat het niveau van het aantal rokers in ons land per saldo constant blijft. BAM. En hoe komt dat weer? Het lijkt er op dat we ook het land zijn waar de minste kennis over de gevolgen van roken is. Soms wordt daar overigens op aardige en ludieke manier wat aan gedaan. Ik beveel dit filmpje van ‘Het voorstel van groep 8’ aan. Het brengt het probleem scherp maar met humor in beeld. Arme vertegenwoordiger van Philip Morris: voer voor communicatiedeskundigen.


En nu maar hopen dat filmpjes als deze werken. Als zoon van een huisarts die aan longkanker is overleden doet het me wat. Tegelijk heb ik van diezelfde vader een groot wantrouwen geërfd tegen het idee dat je iets met regels kunt afdwingen. Als er geen idee is van het nut er achter, vergeet het dan maar.
Ik noem dit allemaal als opmaat naar een actuele discussie: wat te doen met de kans op een mazelen epidemie als deze in belangrijke mate wordt beïnvloed door religieuze opvattingen. Ik worstel ermee. Ik heb een hekel aan de bemoeizucht van de overheid, ook als het om mijn gezondheid gaat, en ik respecteer degenen die vanwege hun religieuze opvattingen een afwijkend standpunt innemen diep. In een tijd dat we ons van de ene televisie gedreven paniek in de andere laten slepen, is het verfrissend als er ook nog groepen letterlijk en figuurlijk vast in de leer zijn.

Het gaat wel ergens over. Het verhaal is nogal technisch, maar juist het feit dat het hier om een groep van enige omvang gaat, is het besmettingsgevaar ronduit fors. Ook binnen de antroposofische richting kan inenting worden afgewezen, maar deze groep leeft en woont gemengd in een stedelijke omgeving en dat dempt het besmettingsgevaar kennelijk aanzienlijk. Je kan dus zeggen dat deze groep streng gelovigen niet alleen hun eigen kinderen in gevaar brengen, maar ook die van anderen.
Om de ernst door te latend ringen: terug naar de polio. Het lijkt overal te zijn bedwongen, maar er hoeft maar één ontstekingshaard te zijn en we kunnen weer opnieuw beginnen. De rest van de wereld probeert het uit te roeien, maar wij accepteren dat er een groep is waar het opnieuw kan ontstaan. Zoals de epidemioloog Paul Mertens het stelt: “In Nederland staan kranen open die in 1982 overal elders al dicht zijn gegaan”. Voor mazelen geldt, zoals ik het begrijp, hetzelfde verhaal.
We zijn dus niet alleen het land waar we er niet in slagen om sterfte uit te bannen waar dat in andere landen wel lukt, we zijn ook nog eens het land waar we potentieel zeer ernstige bronnen van besmettingsgevaar laten bestaan.

Het interessante is dat diezelfde Paul Mertens, zo bevlogen als hij ook is, absoluut niet geneigd is de groep streng gelovigen die inenting afwijst te zeggen dat ze gedwongen moeten worden. Hij ziet ze als intelligente mensen, die nagedacht hebben over hun standpunt en niet zomaar door iemand met een witte jas van opvatting zullen veranderen. Maar hij wil het ook niet laten zoals het is en kijkt daarvoor wel naar de overheid. Wat te doen? Een interessante mogelijkheid is om te doen wat ze in Frankrijk doen en een koppeling te maken met de ontvangst van kinderbijslag. Ja, dat is oneigenlijk, maar zet de discussie wel net zo scherp als nodig is. Een andere optie is om op zoek te gaan naar de maîtresse van degenen die er hier het meeste over gaat. Schippers? Een geheime geliefde is ook goed.

Peter Noordhoek

Deze blog is gemaakt naar aanleiding van het bijwonen van het ‘doorstartsymposium’ van Paul Mertens. Onverhoopte misvattingen over de daar geuite (medische) opvattingen komen voor rekening van deze auteur.

 

www.northedge.nl

De taal van kwaliteit

Als de kwantiteit onder druk staat, wordt de kwaliteit belangrijker. Toch? Het lijkt er niet op. In plaats van gestructureerd, systematisch te werken, komen er steeds meer redenen waarom het juist losjes moet. In het laatste M&O congres over veerkracht, waar ik vanuit het HRO-initiatief een bijdrage mocht leveren, kwam iemand met de stelling dat improviseren voor organiseren gaat. Interessant. Maar goed improviseren is ook een kunst en ik vrees dat we op de meeste plaatsen inmiddels gewoon maar wat doen, of lekker in de kramp blijven zitten. Daarbij zitten we ontzettend vast in de manier waarop we over kwaliteit spreken. Daar gaat deze blog over. Overigens: daarmee pak ik een draad op die ik door drukke werkzaamheden en een privé-gebeuren even moest loslaten. Ik ga weer aan de gang.

Toen ik zeven jaar oud was mocht ik voor het eerst met mijn ouders gaan skiën. Richting de bergen reden we over een hele lange snelweg en mijn vader zei dat we door ‘Duitsland’ reden. Dat was een land, zo zei hij, maar dat wist ik al. Ik wist al veel. En naar ik dacht ook wat de naam van de hoofdstad van dat ‘Duits’land was. Maar dat kon ik mij niet goed herinneren. Met mijn knieën op de achterbank en mijn neus tegen de ruit van de auto aangedrukt, probeerde ik me te oriënteren op het land Duitsland. Op een gegeven moment zag ik steeds dezelfde naam opduiken op de verkeersborden. Dat moest wel voor een belangrijke plaats zijn. En toen ik de naam nog vaker zag, wist ik het zeker: dat is de hoofdstad. Sindsdien heet de hoofdstad van Duitsland bij mij geen Bonn of Berlijn. Het heet voor altijd: Ausfahrt.

Taal tekent randen. Namen vullen die ruimte het beste, maar professionele termen kunnen er ook wat van. Onlangs had ik een tweetal bijeenkomsten die me weer eens met de neus op de kracht van taal drukten en de rol van woorden daarbij. Woorden over kwaliteit. In aanleg nogal moeilijke, moeizame woorden: proces, procedure, audit, systeem. Wat ik weet is dat we in onze semi-overheidsorganisaties die woorden met groot gemak in de mond nemen. Ook als we niet meer horen wat die woorden eigenlijk zeggen. Ook als we die woorden misschien niet meer hoeven te zeggen.

Concreet: een bijeenkomst met leidinggevenden uit de Justitiesector. Er zijn ‘incidenten’ geweest. Samen met deze door de wol geverfde mensen gaan we op zoek naar oorzaak en gevolg. Waar kunnen nog meer ‘incidenten’ vandaan komen? Al snel blijkt dat deze mensen niet nieuw zijn als het om de toepassing van kwaliteitswoorden gaat. Er is een afdeling die inmiddels zo’n 12 (zegge: twaalf) audits per jaar ondergaat ‘en dan gaat het toch nog fout!’. Tsja, misschien gaat het wel daardoor fout, breng ik er tegen in. Als ik 13 (zegge: dertien) audits per jaar om mijn oren zou hebben, zou ik permanent in de kramp zitten. Of twaalfvoudig denken: bekijk het maar. ‘Ja maar het systeem’. Inderdaad, ja maar het systeem.

Ook concreet: een bijeenkomst met allemaal vrije beroepsbeoefenaren die tevens auditor zijn geworden. We starten met de uitwisseling van ervaringen. Het is spannend, we zitten allemaal op de punt van onze stoel. De sector wacht een sanering. In de auditgesprekken gaat het niet meer over ‘de proceskant van de bedrijfsvoering’, maar over de dingen die er het meeste toe doen: moet ik met mijn praktijk stoppen? Hoe lang hou ik dit nog vol? Wat moet ik mijn medewerkers zeggen? Er is wel degelijk aandacht voor de technische kant van de audit, inclusief de proceskant, maar dat verhoud zich maar moeizaam met de kant van de audit waarin het over de continuïteit gaat. De auditor, tevens beroepsgenoot, kan er dan niet technisch in blijven zitten als het slotgesprek moet worden gevoerd. In de woorden die hij dan uit moet hij ook als mens helemaal aanwezig zijn.

Ik mag voor beide groepen iets vertellen over een nieuwe benadering: hoog betrouwbaar organiseren. Afgekort: HRO. Daar wil ik het hier niet over hebben (nou ja, als u aandringt). Waar ik het wel over wil hebben zijn de woorden die ik erbij gebruik. Het heel plat makend, maakt de HRO-benadering vooral gebruik van twee woorden: alertheid en veerkracht. Het ene voordat er een incident is, veerkracht voor erna. Bij wijze van experiment heb ik in beide bijeenkomst gevraagd om woorden als proces en systeem niet meer te gebruiken en het woord alertheid wel. In dezelfde lijn vroeg ik om het niet meer over procedure en audit te hebben, maar wel over veerkracht.

Wat was dat moeilijk. Ook (en juist!) degenen die verklaarden erg tegen al die standaardwoorden waren hadden grote moeite om ze niet te gebruiken. We zijn procesverslaafd, systeemgeboeid en proceduregebonden. De woorden alertheid en veerkracht werden wel gewaardeerd, al was het maar omdat ze zo normaal klinken. Maar als de techniek in wordt gedoken, zijn dat niet de woorden om te gebruiken.

Voor de duidelijkheid, ik zeg het niet als verwijt. Ik zou niet durven. Veel van de kwaliteitstaal heb ik namelijk zelf geïntroduceerd. Misschien moet ik me wel de ogen uit mijn hoofd schamen. Maar misschien ook niet, want ik denk dat er met die taal van de kwaliteit op zich niet zo veel mis is. Het blijft nuttig om door een proces- en systeembril te kijken. Ik pleit er niet voor het kind met het badwater weg te gooien. Ik pleit er wel voor om naar de kwaliteit van ons taalgebruik te kijken. We zijn verslaafd aan woorden die dreigen hun betekenis te verliezen. Dan rest maar een ding. Naar de hoofdstad van kwaliteitsland gaan: Ausfahrt.

schild-ausfahrt.jpg

Peter Noordhoek

www.northedge.nl


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek