Maandelijks archief: februari 2013

De toon in de taal

Vandaag is er een brief van minister Plasterk van BZK over de decentralisatie van rijkstaken naar gemeenten aan de Kamer aangeboden. Het is een brief die, zeker in het begin, erg over structuren gaat. Begrijpelijk – en redelijk spectaculair. Nog dit voorjaar moeten alle gemeenten duidelijkheid geven over het samenwerkingsverband waarin ze vorm gaan geven aan de decentralisaties in het sociaal domein. Waarmee de eerste stap richting schaalvergroting ondubbelzinnig wordt gezet. Ik zal het er bij gelegenheid graag nog eens over hebben, maar de brief maakt bij mij meer los dan structuuropmerkingen. Allereerst het uitgangspunt: de zelfredzaamheid van burgers. Daar kan je cynisch over doen, maar het is terecht dat dit als uitgangspunt wordt genomen voor het beleid. De ontregeling van de samenleving kan eindelijk beginnen. Dat ik precies op dat punt de onderkenning mis dat je krachtige gemeenschappen nodig hebt om die zelfredzaamheid überhaupt een kans te geven, vind ik wel jammer, maar verrast niet echt. Toch gaat wel om wat meer dan de ‘aandacht voor het sociaal netwerk van de burger’ waar de minister het nu over heeft. Het blijft allemaal erg vanuit de overheid geredeneerd. Het beste moment in de brief komt als de minister stelt dat er bij echte behoeften één persoon is ‘die de betrokken burger namens de gemeente ondersteund en begeleid op basis voor een integraal plan voor het hele huishouden’. 

En het is eigenlijk op dat punt dat ik ophield met lezen – en ging schrijven. Wat als ik die persoon ben? En dan deze persoon voor me zou zien:

Ik schrijf zijn lijnen uit
De man, de stem
Zijn momenten van aarzeling
De oogopslag, de woorden
die wat wankel zijn mond
verlaten

– Het valt niet mee
– Nee, het valt niet mee
– Wat ga je nu doen?
– Ik zou het niet weten

Hij houdt een pen beet
als de sigaret die het ooit was
Ook de kleine geneugten
zijn nu verboden
Maar goed ook, te duur

Dan verrast hij door met
heldere ogen in de leegte
van mijn kamer te zeggen:
’t Is goed zo
‘k Heb altijd aan mijzelf genoeg gehad

 

Wat zou ik voor zo iemand kunnen doen? Hoe schrijf ik dat op in het dossier, hoe ga ik daar de zorg voor regelen? Is er iets van bemiddeling mogelijk? Lukt het me wel om dat allemaal voor hem te doen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Maar daar komt het volgende gesprek al weer, het volgende verhaal.

Verhalen worden mij vaak verteld
Soms open, soms in vertrouwen
Soms over succes, vaak over falen
De ander een schurk, zijzelf de held 

Een mens bestaat uit lagen van verhalen
Soms gekend, vaak verborgen
Soms gestuurd, soms uit controle
Arme man die er de waarheid uit moet halen

 Mensen spreken in symbolen en in talen
Soms verstaanbaar, soms chaotisch
Soms vertaalbaar, vaak Babylonisch
Wat is de toon in de taal van die verhalen?

Verhalen worden mij vaak verteld
Ik luister en bedenk wat mij niet wordt verteld                                                       

 

De vaste accountmanager moet daar op een gegeven moment doorheen kunnen prikken, al die verhalen. Hij / zij leert zijn / haar mensen kennen. En toch zal je altijd professioneel, altijd op je hoede moeten zijn. Je vertegenwoordigt tenslotte de overheid – en je hebt ook je doelen te halen. Maar als het lukt, dan is dat fantastisch. 
Dus het verhaal van Plasterk spreekt mij zeker wel aan. Maar ik luister ook – en bedenk wat me niet wordt verteld – en volgens mij is dat de rol van de samenleving zelf. Niemand heeft ooit echt aan zichzelf genoeg gehad.

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl 

 

Actie, actie! Start het twitterverzet tegen de bedrijfsbureaucratie – met mate

Tijdens het carnaval loopt een van de feestgangers met een visnet rond. Om de zoveel tijd gooit hij het net over een willekeurige groep carnavalsvierders. Wat ben je aan het doen?, is de vraag. Oh, ik bouw aan mijn sociaal netwerk, is het antwoord. Briljant. Ik wil mijn netje ook gaan inzetten. Wie doet er mee?

Afgelopen woensdag bracht ik oud papier weg naar het afvalbedrijf in mijn stad. Of ik mij wilde legitimeren. ‘Prima’, zei ik, ‘maar alleen als jullie mij in ruil gaan betalen voor het oud papier. Want daar verdienen jullie als afvalbedrijf heel behoorlijk aan.’ Ze zagen de humor er niet van in. Mij werd nogmaals gevraagd mij te identificeren en anders rechtsomkeer te maken.

De dag erna werd mij door de vertegenwoordiger van een leverancier per mail gevraagd om een scan van mijn paspoort en Kamer van Koophandel te maken en die aan de leverancier toe te sturen. Waar ging het om? Om een kleine module die de bestaande software van mijn kopieerapparaat geschikt moest maken voor hardware van een ander merk. Het ging dus nergens over. Er knapte iets in mij.

Per mail vroeg ik in antwoord allereerst op basis van welk wettelijk voorschrift dit van mij werd verlangd. Je moet zorgvuldig blijven. Mijn vermoeden is dat er heel wat om papieren wordt gevraagd uit een vorm van automatische indekking, maar zonder echte wettelijke noodzaak. Even checken. Maar als die basis er is, zo mailde ik vervolgens terug, zou ik uiteraard de gevraagde documenten toesturen. Er zou wel iets tegenover komen te staan. En hier begon ik te grijnzen achter mijn PC. Elk bedrijf dat mij om identiteitspapieren vraagt zonder dat direct duidelijk is waarom van mij de daarvoor benodigde tijd wordt gevraagd, zal een naamsgebonden tweet krijgen waarin melding wordt gemaakt van deze bureaucratische eis: ‘bedrijf X vraagt paspoort en KvK voor een product van niets’. Zoiets. 

Binnen een paar minuten na mijn mail, kreeg ik langs alle mogelijke kanalen het verzoek om de vertegenwoordiger s.v.p. zo snel mogelijk terug te bellen. Dat heb ik redelijk snel gedaan.
De vertegenwoordiger was vol verontschuldiging, maar het kwam er op neer dat hij niet kon aangeven of er een wettelijke basis voor zijn verzoek is, maar dat hij in ieder geval in de problemen zou komen als ik niet aan zijn verzoek zou voldoen.
Dat was niet de manier om mij onder de indruk te krijgen. Ik legde hem uit dat dit nu precies de pest is. Veel van dat soort papieren bewijs wordt gevraagd omdat het gevraagd moet worden. Het heeft niets met de inhoud van het product te maken en alles met de behoefte om ingedekt te zijn richting verzekeringsmaatschappijen, fiscus of toezichthouder. Allemaal angst. En het heeft niets te maken met de kwaliteit van het product. Wat heb ik daar als klant voor boodschap aan? Geen.

En zal ik u nog eens wat zeggen, mijnheer? Die partijen waar u het voor doet – van baas tot belastingdienst – hebben er ook geen bal aan. Het is al lang bekend dat het op de automatische piloot verzamelen van informatie vooral tot informatie-overload en een vals gevoel van veiligheid leidt. De beste manier van toezichthouden gebeurt op basis van patroonherkenning, uitgevoerd door ervaren mensen of hele slimme algoritmes. Beide komen niet in de buurt van de paspoortbestandjes die uw bedrijf bijhoudt. Nee mijnheer, u doet aan indekken, niets meer of minder. Mijn tijd is ook geld. Waarom zou ik mijn geld steken in uw indekkingsbehoefte? Geld hoef ik van u niet verwachten, een heffing in de vorm van een stevige tweet is dan niet meer dan redelijk. Vindt u ook niet, mijnheer?

De mijnheer aan de andere kant van de telefoon had het echt moeilijk. Toen kwam hij met iets wat me wel raakte. Hij zei dat een tweet met de naam van zijn bedrijf er in imagoschade zou opleveren en dat ze zich dat moeilijk konden veroorloven. Ik hoorde de waarheid door de telefoonlijn heen. Dat, gekoppeld aan mijn sterke vermoeden dat de vertegenwoordiger de klos zou zijn als ik zou doorzetten, deed me toen toch iets anders zeggen dan ik me had voorgenomen. Ik zei dat ik wel een tweet over het gebeuren zou laten verschijnen, maar zonder een bedrijfsnaam te noemen. Ik ben geloof ik niet zo’n harde.

Maar dat doet niet af aan mijn overtuiging dat we met z’n allen een hopeloze bedrijfsbureaucratie in stand houden. Afvalbedrijven, telefoonmaatschappijen, kopieerapparaatleveranciers, advocaten en vooral banken, banken, banken zijn volstrekt doorgeslagen in een blinde verantwoordingswoede. De overheid is daar in belangrijke mate voor verantwoordelijk, maar zij hebben het gestart. Het doorslaan komt voor rekening van de bedrijven en hun branches zelf. Ik hoop dat de overheid het als eerste weer gaat doorbreken, maar ondertussen meen ik dat bedrijven zelf paal en perk aan hun eigen praktijken moeten gaan stellen. En ja, anders hebben we nog altijd twitter – en niet iedereen is zo’n softie als ik.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

Een interessante denkfout

We praten veel over de netwerksamenleving. Het past bij deze tijd. Maar hoe ver kan je het concept oprekken? David Cameron deed een poging om het tot de hele Europese Unie op te rekken. Interessant. Hij maakte wel een denkfout.

Om het begin

David Cameron hield op 23 januari jl. zijn veelbesproken speech¹. Het eerste deel van zijn speech was het meest inhoudelijk en staat in positief contract tot de passages uit het laatste deel. Uiteraard haalden die laatsten het nieuws. In die slotpassages komt hij toch wel dichtbij een dubbele chantage. Zowel de Europese landen als de Engelse kiezer worden voor een schijnbaar scherpe keuze gesteld. Europa: als jullie mij geen concessies doen komt er een referendum. Britse kiezer: als jullie niet op mij kiezen komt er geen referendum. Slim, maar niet sterk, zeker als het uiteindelijk neer komt op een uitstelmanoeuvre tot na de volgende verkiezingen in Groot-Brittannië. Blair deed in milde vorm hetzelfde en het heeft zijn reputatie geen goed gedaan. Laten we dus vooral bij het begin blijven.

De sprong naar netwerken

Heel terecht zei hij dat wegkijken niet helpt. Hij heeft gelijk en hier in Nederland zullen we onze eigen vorm moeten vinden voor het in de ogen kijken van de keuzes waar we voor staan. Mijn idee is dat we dat maar als inzet moeten maken voor de Europese verkiezingen van 22 mei 2014, in plaats van dat na die verkiezingen te doen via een primitief referendum.
Ik vrees overigens dat de stellingen al lang betrokken zijn en iedereen zich diep heeft ingegraven. Juist daarom ben ik bezig met een opmerkingen uit het eerste deel van zijn speech. Daar zit een denkfout in die ik voor zowel voor- als tegenstanders van een verdere integratie interessant vindt – en bovendien relevant is voor de velen die zich op de een of andere manier bezig houden met het fenomeen: ‘netwerken’.

Letterlijk zei hij: “De EU moet kunnen werken met de snelheid en flexibiliteit van een netwerk, in plaats van met de rigiditeit van een coalitie.” Tegen degenen die vrezen dat je niet naar willekeur kan uitzoeken wat bij jou past, stelt hij dat “de leden juist sterker met elkaar worden verbonden, omdat zo’n flexibele, bereidwillige samenwerking veel sterkere lijm is dan dwang vanuit het centrum.”

Moderniseringsslag of denkfout?

Wat een sympathieke, intuïtief juiste, gedachte. Toen ik het hoorde sprong ik er in mijn gedachte direct bovenop. Wat heerlijk om Cameron weer een moderniseringsslag te horen maken, net zoals hij dat eerder deed rondom de Big Society. In zijn speech benoemt hij wat de meeste leiders in overheidsland niet benoemen, uit gebrek aan durf of visie: het steeds verder doorgaan van de ‘horizontalisering’ van de samenleving en daarmee het einde van de traditionele organisaties. Social media en een andere mentaliteit maken de oude manieren van besluitvorming steeds moeizamer. Samen met collega Marc Muntinga ben ik druk bezig met het vormgeven van een ‘Beleidscoöperatie’. Deze is helemaal gebaseerd op de gedachte dat beleid eigenlijk alleen maar over overheidsgrenzen heen georganiseerd kan worden, als uitkomst van een gezamenlijk leerproces. Ik zag het helemaal voor me: Europa als beleidscoöperatie.

Helaas, ik denk dat Cameron het karakter van netwerken niet goed onderkent. Hij maakt een denkfout. Een interessante denkfout, maar even zo goed, een denkfout. Waarom?

Voordelen

Om die vraag te beantwoorden, toch maar eerst even proberen af te bakenen waar we het over hebben. Er zijn heel wat definities, meest van technische aard. Maar ik denk dat we het hier over hebben²: ‘Het samenbrengen van gelijkgestemde energie rond een ambitie of thema, incl. contacten en relaties tussen betrokken personen en/of organisaties.’ Cameron ziet duidelijk een netwerk voor zich die werkt door te streven naar een grotere economische dynamiek en flexibiliteit.
En dat kan in principe ook. Een paar bekende redenen waarom de voordelen van een ‘netwerk’ groot kunnen zijn: het geeft meer flexibiliteit omdat alles met elkaar verbonden kan zijn (’multipolair’), in plaats dat alle lijnen vanuit een enkel punt lopen. Het is doelgericht, maar laat toch verschillende snelheden toe. Cameron voegt daar al in het begin van zijn speech een heel eigen punt aan toe. Hij stelt dat het Britse volkskarakter een eilandmentaliteit kent en altijd zal behouden. Dat maakt alle samenwerking ‘eerder praktisch dan emotioneel’. Het mooie van een netwerk is dat je je niet met huid en haar hoeft over te geven. De deelnemers in een netwerk behouden hun eigenheid. Sterker nog; hun eigenheid is hun kracht. Daarbij geldt dat de spelers in het netwerk een ruim mandaat hebben en elkaar vertrouwen: een beperkte set van afspraken is dus genoeg. Geen noodzaak dus voor bemoeizuchtige regels.

Nadelen

Via het netwerkconcept houdt Cameron een mooi pleidooi voor een pragmatische aanpak die ook een alternatief lijkt te bieden voor de in de ogen van veel burgers te gedwongen constructie van de huidige Europese Unie. Akkoord, maar dan moet je ook kunnen erkennen wat de mogelijke nadelen van een netwerk kunnen zijn. Nadelen die, zoals altijd, niet meer of minder zijn dan de andere kant van de voordelen. Niet voor niets staat er direct achter de definitieomschrijving dit als verdere afbakening van het concept: “Een netwerk lijkt vrijblijvend georganiseerd, maar werkt dwingend door het principe `halen en brengen`, wederzijdse afhankelijkheden en/of door onderlinge afspraken.” Op het moment dat die afhankelijkheden of afspraken minder worden is elk netwerk kwetsbaar. De logica zegt dat netwerken vooral sterk zijn als ze een min of meer tijdelijk karakter hebben of zich beperken tot een overzichtelijk aantal taken. Dan weet je wat er te brengen of halen valt. Zodra er de ruis van de tijd over heen gaat, of de partners gaan multitasken, dan gaat het ten koste van de kwaliteit van het netwerk. Dan wordt die veelgeprezen eigenheid een punt van frustratie en het vanzelfsprekende ‘halen en brengen’ een niet transparant gerommel. Dan gaan achterbannen morren, dan wordt geknabbeld aan het vertrouwen dat aan de basis ligt van elk succesvol netwerk.

Een uitgeblust netwerk

Een concept wordt er niet sterker op als het eindeloos wordt opgerekt. Wat is er aan de hand in de Europese Unie (of in het eigen ‘netwerk’ van de lezer)? Is er sprake van een tijdelijk karakter? Sommigen hopen het en aan alles komt een eind, maar de Europese Unie is allesbehalve tijdelijk. Is het eenduidig, heeft het een enkel doel? Cameron wil de unie beperken tot een puur economische unie. Los van het feit dat hij daarmee het karakter van Europa wat ontkent, is zelfs een dergelijke unie geen eenduidig gegeven. De volstrekt open markt waar de Britten naar streven is zelfs geen wensdroom in ons land, laat staan de meeste andere lidstaten. En die wensdroom van een multipolaire unie, van ‘halen en brengen’ dan? Wie zegt dat die er eigenlijk al niet is? Het is er al in het groot, als het om de handelsbetrekkingen tussen de lidstaten gaat. Het is er ook als het om de unie gaat. Het grote misverstand is dat de unie door Brusselse ambtenaren wordt vorm gegeven. De unie wordt wel in Brussel vorm gegeven, maar dan door ambtenaren die vanuit de lidstaten in en uit vliegen en daar eindeloos palaveren. Nee, mijn beeld is dat de unie al te veel trekken van een netwerk heeft. Een uitgeblust netwerk, met alle nadelen van dien.

Wil hij het wel echt?

Cameron zelf wil er uiteindelijk ook niet echt een netwerk van maken. Daarvoor ontbreekt ook hem duidelijk het vertrouwen, als hij zegt dat uiteindelijk zoveel mogelijk in het eigen parlement moet worden bekrachtigd. Of gelooft hijzelf dat je daar het mandaat krijgt zoals dat nodig is voor een gezond netwerk? Het lukt me niet om naar het netwerk van Cameron te kijken zonder precies te zien wat hijzelf zegt te willen vermijden; een gezelschap van 28 landen die in de naam van autonomie en eigenheid niets van hun eigen gelijk prijs willen geven. Die elkaar zo stevig vast hebben dat ze geen hand meer vrij hebben om te geven of te nemen. Die zichzelf voortdurend definiëren in termen van winnaars en verliezers en uiteindelijk alleen maar verliezers kent. Dat is de denkfout van Cameron: een goed concept zo toepassen dat het nooit aan de minimale voorwaarden kan voldoen om te werken. Wat resteert, is een niet aan burgers uit te leggen kluwen ondoorgrondelijke besluiten.

Hoe kan het netwerk werken?

Cameron valt met zijn marktvisie in dezelfde val die mensen met een dominante overheidsvisie ook kenmerkt; van een goed concept een verstikkend cliché maken. Europa als netwerk is wel degelijk een goed idee. Het brengt de wens om alles zoveel mogelijk horizontaal te laten werken goed tot uitdrukking. Op de manier waarop hij het neer zet – om ruimte vragen aan de ene kant, ruimte terugnemen aan de andere kant – zal hij geen netwerk oogsten maar meer bureaucratie. Ergens moet een verbinding worden gemaakt tussen het beste van de netwerkgedachte en de eisen van een moderne democratie. Het Britse parlement is het minste gericht op het maken van wetten van alle Europese volksvertegenwoordigingen, maar ook daar kan de bemoeienis met de details van het beleid intens zijn. Als daar geen rekening mee wordt gehouden, zal het netwerk niet werken.

Try again, Mr. Cameron. Try again

Dit is een blog en geen grootse verhandeling. Ik beperk me hier verder tot wat een glimlach op mijn gezicht bracht toen ik nadacht over de vraag hoe we dan wel tot een Europa als netwerk zouden komen. Wat zou ik doen als ik Cameron was en echt een oplossing voor het dilemma zou willen?
Ik zou als ik Cameron was pleiten voor Europa als Federatie. Niet als de huidige confederatie, maar voor een heuse federatie. Echt, voor mijzelf hoeft het niet. Voor mij is een serieuze poging om werk van de subsidiariteit te maken voldoende. Maar als ik Cameron was, dan zou ik een paar heldere afspraken willen maken, om daarbinnen de ruimte te hebben om al netwerkend aan die gezamenlijke markt te werken. De combinatie van netwerk en politieke arena werkt alleen als de spelregels duidelijk zijn en de lijnen van het veld goed getrokken. Die afspraken kunnen in een democratische arena nooit onderdeel van het netwerk zelf zijn. Nice try, Mr. Cameron. Try again.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

 

¹ David Cameron MP – Een flexibeler Europa. Elsevier Magazine, 2 februari 2013. (Dit is de Nederlandse vertaling, waarbij ik vind dat het woord ‘fairness’, één van de vijf principes uit de speech, ten onrechte wordt vertaald als ‘redelijkheid’. ‘Rechtvaardig’ of ‘evenredig’ komt dichter in de buurt. Het verschil is relevant, want de Britten zijn zelf helemaal niet zo redelijk als het gaat om het binnenhalen van wat zij rechtvaardigen vinden: ‘I want my money back!’)

² Bron: www.Woorden-Boek.nl

 


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek