Maandelijks archief: november 2012

IJskoud het beste. Over veranderen.

Ik vind het fantastisch om te zien hoe mensen er naar staren. Dit keer ging het echt perfect. Tegelijk met mijn komst stapten twee mannen het toneel op. In hun handen een vierkant blok ijs van zo’n 25 bij 25 centimeter. Perfect doorzichtig zwart ijs. Kon niet beter. Ik voelde hoe de hele zaal naar dat blok ijs keek, niet naar mij. En dus begon ik gewoon met mijn verhaal, het blok geheel negerend. Al snel kwam ik weer in beeld, maar je voelt die blikken afdwalen. Tot aan het einde van mijn verhaal. Toen legde ik beide handen op het blok en vertelde ik waarom het blok er stond.

Als mensen aan veranderen denken, dan denken ze opvallend ‘tactiel’; mensen willen iets ‘voelen’ veranderen, iets in hun handen beetpakken, opbouwen, kantelen, verplaatsen. Hoe begrijpelijk ook, zo werkt het niet (meer). Kenmerkend voor veel zaken die in verandering zijn – zeker nu – is dat organisaties en gebeurtenissen niet vatbaar maar vloeibaar worden. Alles heeft met alles te maken, alles beweegt mee of juist tegen. Per saldo is het daarom alsof je water probeert beet te pakken. Je steekt je hand in een emmer, maakt een grijpende beweging en wat gebeurt er? – Alles wordt nat, alles beweegt, maar het water blijft water. En ook al maak je in die emmer een grijpende beweging, dan nog zal er niets meer dan een druipende hand te zien zijn als je je hand weer uit de emmer haalt. Drup, drup, drup. Ik vind het een genoegen om dat van water druipende gebaar met mijn hand te maken voor een zaal. Mensen ‘pakken’ het direct. Je denkt iets in beweging te zetten, maar als je niet oppast keert alles naar de oude vorm terug als je niet meer beweegt. Frustrerend dus. Maar dan nog; wat heeft het ijsblok daarmee te maken?

Wanneer kan je wel iets beetpakken? Als je iets bevriest. Het is koud natuurlijk, onaangenaam koud. Het gaat al heel snel opnieuw smelten, maar zolang het bevroren is kan je het beetpakken en bewegen. Veranderen. Van plaats, van positie. Als je het zo bekijkt, wordt het begrijpelijk waarom we altijd weer op zoek gaan naar structuren, ook en juist als we iets willen veranderen. Daarmee bevriezen we iets, kunnen we het weer aanpakken en verplaatsen. Water kan je bewegen, maar je kan het niet verplaatsen, niet echt. IJs wel. Prestatie-indicatoren, protocollen, garanties; intuïtief hebben de meeste van ons er niets mee, inclusief ondergetekende. Tegelijk moeten we erkennen dat ze een rol te spelen hebben. Ze zorgen ervoor dat we iets beet kunnen pakken als verder alles allen maar nat is. Nu weet ik; sommigen zullen zeggen: go with the flow. Laat wat nat is, lekker nat blijven. Daar valt zeker wat voor te zeggen, maar in de praktijk is weinig absoluut en gaat het om het evenwicht.

In de bijeenkomst waar ik het blok ijs gebruikte, vertelde ik over de ontwikkelingen in brancheland. Het is een thema dat me ter harte gaat. Ik geloof niet dat het mogelijk is om een goed functionerende economie te hebben zonder vormen van samenwerking, van bedrijf tot bedrijf en van cradle tot cradle. Ik geloof niet dat mensen in hun eentje tot vakmanschap komen, zonder een boom van training om in te klimmen. Ik geloof dus in de noodzaak van een economisch middenveld. Maar het is maar al te duidelijk dat dit niet meer op de oude manier kan. Maar hoe dan wel? De PBO’s worden definitief ter ziele gedragen, veel traditionele branches komen in de knel. Wat is dan het verhaal?

Ik hield mijn verhaal voor De Geschillencommissie. Ooit wel eens van gehoord? Het is een mooi voorbeeld van iets waarin alles hetzelfde blijft en alles anders is. Je hebt een probleem met een bedrijf of een dienstverlener, je komt er met hen niet uit. Wat doe je? Je gaat naar de site van de Geschillencommissie, daar selecteer je om welke branche of beroepsorganisatie het gaat en vervolgen wordt je keurig de procedure ingeleid. Je weet voortdurend waar je aan toe bent en een deskundige en onafhankelijke uitspraak ligt in het verschiet. Waar je geen erg in hebt – want dat hoeft je zorg ook helemaal niet te zijn – is dat achter De Geschillencommissie inmiddels meer dan 50 geschillencommissies schuil gaan, allemaal perfect bediend door een goede back-office organisatie. Zo goed dat ze deze maand de Onderscheiding van het INK hebben gekregen. Een mooi voorbeeld dus van hoe iets dat al bestaat beter wordt.
Maar wat zij doen staat niet los van wat er gebeurt in het land van branches en beroepsorganisaties. Daar heb ik in mijn verhaal een beeld van gegeven, met de cijfers, voorzover beschikbaar en met mijn beeld van de hoofdlijnen in brancheland. Want er is vreselijk veel aan de hand. Het is snel stromend, wild bewegend water. En dus wendde ik mij op het laatst tot het blok ijs. De Geschillencommissie is een goed voorbeeld van mooi transparant blok ijs, maar overal smelt het. Wees je daar van bewust. De eerste reden heeft met imago te maken. Degene die zich tot een geschillencommissie wendt, doet dat niet noodzakelijk vanuit een warm gevoel voor de branche. Dat hoeft ook niet. wat de geschillencommissie doet moet zelfs in zekere zin ijskoud en glashelder zijn. Tegelijk zal degene die met het geschil komt het werk van de geschillencommissie wel zien als iets dat voor de branche staat. Dat is tenminste een overweging voor de branche of beroepsorganisatie die de commissie instelt.

De tweede reden heeft daar mee te maken. De Geschillencommissie werkt, in vele opzichten. Datzelfde kan veel minder gezegd worden van de wijze waarop bijvoorbeeld keurmerken en certificaten zijn geregeld. Er is wildgroei, misbruik. Maar erger; branches en beroepsorganisaties weten de systemen onvoldoende zo te laten werken dat leden en klanten het gevoel hebben dat producten en diensten er beter door worden. Dus terwijl alles steeds meer vloeibaar wordt, zullen er een aantal kwaliteitszaken opnieuw bevroren moeten worden. Zodat we ze weer beet kunnen pakken. Daarom liet ik dat ijsblok zien.

Voor de lange tekst van de lezing – iets gewijzigd uitgesproken:  Beweging in de branche

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

Gebroken regelkring: van Deming naar OODA

De kabinetsformatie kan de boeken ingaan als een van de meest vlotte en goed doordachte onderhandelingsprocessen in de parlementaire geschiedenis – totdat buiten de deur de werkelijkheid weer toesloeg. Is dat alleen kenmerkend voor vergaderprocessen van veertigers vol ambitie? Welnee. Het gebeurt overal. Er zijn dan ook allerlei modellen en manieren voor ontwikkeld om met complexiteit om te gaan – en ze zijn net zo begrensd als de consultancymethoden die Wouter Bos heeft toegepast. Is dat erg? Welnee. Zolang iedereen maar weet wat ie doet. Eén van de meest interessante manieren om orde in de chaos te brengen is de toepassing van regelkringen. Vanuit kwaliteitsperspectief lijkt de Demingcirkel het alpha en omega. Interessant is dat we juist vanuit complexiteitsbenaderingen de heropstanding van een regelkring zien die eigenlijk nog aan de Demingcirkel vooraf gaat: OODA. Nieuwsgierig? Lezen maar – verwacht dit keer echter geen politieke beschouwing.

Demingcirkel

Wie wil weten hoeveel invloed het kwaliteitsdenken in Nederland heeft gehad moet in overheidskringen maar even de ‘P-D-C-A’ cyclus te noemen. Je hoeft helemaal niet bang te zijn voor vragende blikken. Integendeel. Moeiteloos wordt verteld dat het staat voor Plan – Do – Check – Act en meestal kunnen ze er dan ook nog bij vertellen dat het de ‘Deming-cirkel’ heet. De cirkel wordt toegepast: bij interne sessies, voor evaluaties, voor onderzoeken, inspecties. Zelfs voor wetsvoorstellen. Wat een succes.

Hoe om te gaan met succes? Ik word er kriegelig van. Een grote relativeringsdrang rijst op. Let wel: relativering. De cyclus moeten we vooral vasthouden. Elke persoon die er door aan herinnerd wordt om na te denken voordat er weer tot actie wordt overgegaan is er één. Maar de P-D-C-A cyclus is veel te plat. Dat vond mijnheer Deming trouwens al. Het verhaal wil dat de P-D-C-A cyclus het gevolg is van een verkeerde vertaling door een Japanse tolk van een lezing van Deming. In plaats van de C van ‘check’ wilde hij de S van ‘study’. Check vond hij veel te veel een afvinkterm. Hij had gelijk.

Een jaar of zes geleden kwam een groep bij elkaar om het bekende INK-model tegen het licht te houden. Zij constateerden dat de toepassing van het model in veel gevallen – zeker niet alle – vastliep omdat het onmogelijk bleek om verder dan de P en de D te komen. Heel veel Plannen, heel veel Doen, maar evalueren en er echt van leren – nou nee. Zeker in publieke organisaties is dit structureel (wetenschappelijk zijn er meerdere verklaringen voor te geven).

Inspiratiecirkel

Uit die constatering werd een nieuwe regelkring geboren, in aanvulling op de P-D-C-A cyclus. Niet het ‘wat?’ kwam daarin centraal te staan maar het ‘waarom?’. Waarom wil je iets? Waarvan krijg je Inspiratie? Waarom zouden mensen voor jou in actie komen? Zich laten Mobiliseren? Waarom gaan mensen door of buigen ze bij? Kortom; waarom geef je welke waardering? En waarom werkt iets wel of werkt iets niet? Wat zegt de Reflectie? Uitkomst: de I-M-W-R cyclus: inspireren – mobiliseren – waarderen – reflecteren.
En hij werkt nog ook, vooral als je hem niet vol gaat hangen met allerlei instrumenten en checklists. Ooit ben ik gevraagd om een cursus projectmanagement voor leden van de Wit-Russische oppositie te geven. De verwachting was dat ik een training Prince2 zou geven of zo. Mooi niet. Met niet meer dan deze cyclus kwamen er prachtige projecten rond – zonder grootse documentatie, wat in dit geval een extra zegen was.

OODA

Hoe groot de verbetering ook is, ook de I-M-W-R zal het niet redden in de chaos van nu. Leercycli en allerlei systeemleer-achtige benaderingen lijken te mooi voor de chaotische werkelijkheid van nu. In een recente McKinsey publicatie over ‘Government Designed for New Times’ kwam een oud acroniem terug. Net als de Demingcirkel bedacht rond het einde van de Tweede Wereldoorlog, geeft OODA – Observe – Orientate – Decide – Act een wezenlijk andere cyclus aan. Als er sprake is van veel onzekerheid en complexiteit, zo lijkt deze cyclus aan te geven, ga dan niet ordenen en structureren, maar beperkt je tot het goed in je opnemen van je omgeven en in te schatten waar jezelf staat ten opzichte van je omgeving. Dan komt de beslissing en de handeling. Het is eigenlijk net als de Demingcirkel , maar dan binnenste buiten gekeerd. Het start met de check (Deming: Study!) en gaat dan naar de kern van elk plan: het besluit. Vervolgens komt daar actie uit voort, maar niets in OODA vraagt direct om een evaluatie.

Guerilla

Waarom dit vergelijkend warenonderzoek tussen enkele regelkringen? Simpel. Omdat het allemaal te complex is geworden. Omdat een keurige regelkring te keurig is voor de wanorde we leven. Omdat ‘greep’ krijgen op die werkelijkheid niet meer kan of net zo hopeloos lijkt als het beetpakken van water. Je wordt er nat van, maar je hebt eigenlijk niets beet. Met het OODA acroniem zijn we terug in oorlogstijd, of beter gezegd: guerrillastrijd. Alles is een kwestie van oriëntatie en een moedig door de jungle voorwaarts gaan.

De complexiteit neemt over

Dat is allemaal leuk en aardig, maar wat is de bestuurskundige relevantie ervan? Laten we wel zijn; de bestuurskunde heeft nooit veel opgehad met al die bedrijfskundige regelkringen. Dat was leuk voor de voorspelbare wereld van uitvoering en toezicht. In de wereld van politiek en beleid moest je er niet mee aankomen. De tekortkomingen van de Demingcyclus konden met enige genoegdoening worden geconstateerd.
De grap is dat je nu moet constateren dat de cosmos van politiek en beleid zelf ook weer een microcosmos blijkt te zijn van eindeloos veranderende verhoudingen. Terwijl het regeerakkoord een lans breekt voor een compacte overheid is die overheid eigenlijk alleen nog maar zinvol te benaderen vanuit een één-samenleving perspectief. Terwijl datzelfde akkoord vol met plannen staat die een centraal sturingsparadigma vereisen, is de wereld twee dagen na de publicatie al weer veranderd. Met andere woorden; de complexiteit neemt over. Wie zich nog door de waan van de dag laat leiden wordt waanzinnig. In die waan is de overheid nog slechts één speler en tegelijk een speler die veel verschillende gedaantes aan zal nemen. Compact aansturen? Humor, mijnheer, mevrouw, humor.

Permanente campagne

Wat voor antwoorden zijn dan nog te bedenken? Mijn voorspelling is dat we steeds meer in militaire termen zullen gaan spreken over onze beleidstaken. In militaire guerilla termen, bedoel ik. We zullen campagnes gaan plannen, verkenners gaan aansturen. We zullen onze soldaten tellen, schuttersputjes graven, besluiten nemen en opnieuw campagnes gaan voeren, heel veel campagnes gaan voeren. En we zullen de complexiteit erkennen door die op ‘real time’ basis mee te nemen: Observe – Orientate – Decide – Act. Yes Sir!

Deze blog is mede geïnspireerd op de anthology ‘Government designed for new times. A global conversation.’ van het McKinsey Center for Government, McKinsey & Company, 2012.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

Wat een week! Een spaghetti-akkoord met teveel rode saus

De afgelopen week is politieke geschiedenis geschreven. Het is belangrijk om goed te duiden wat er is gebeurd en niet alleen maar de pijlen te richten op die ene maatregel die de aanleiding voor alle commotie is. De reactie van de achterban op deze maatregel in het akkoord is zo heftig dat hier om meer gaat dan een koersdiscussie. het is ook van een andere orde dan de spanning tussen PvdA en SP. Een analyse van een bord spaghetti met teveel rode saus.

Wat een week was het, wat was het een week

Zaterdag 27 oktober kwam ik niet zo vrolijk terug van het CDA-congres. Dat gebeurt me zelden. Hoe moeilijk de situatie ook is, een combinatie van familiegevoel en adrenaline maakt meestal dat ik met meer energie terugkom dan ik er naar toe ging. Er ligt een stevige blog klaar om er nog eens mijn licht over te laten schijnen, maar ik denk dat dit niet het moment is om met onszelf bezig te zijn. Wat een week was het, wat was het een week. Trotse onderhandelaars presenteerden een regeerakkoord waarvan je dacht; dat wordt de basis voor een kabinet die het minstens een periode uit gaat zingen. Nu, nog maar een paar dagen later, zien we een verscheurde VVD en een PvdA dat het verkeerde feestje lijkt te vieren. Voor de oppositie is er nog geen reden een feestje te gaan vieren. Wel om even heel goed te kijken wat er nu eigenlijk aan de hand is. Hoe kon een enkele maatregel uit een akkoord zo groot worden dat het binnen drie dagen tot een verlies van 14 zetels in de peiling leidde?

Regie?

Laat ik starten met mijn verwondering over de regie. Toen in 2007 CDA-PvdA en CU eindelijk een akkoord hadden gesloten en het een kwestie van dagen was voordat de ploeg op het bordes zou staan, hadden we wel als campagneteam voor de provinciale verkiezingen in Zuid-Holland – slechts een paar weken laten – een probleem. Een maatregel op een deelgebied van een deelterrein had een effect dat haaks op ons provinciale verkiezingsprogramma stond. Omdat het vooral om een regio ging die voor de campagne nogal gevoelig lag – de Hoeksche Waard – zagen we de bui al aankomen. Ik nam het initiatief om met een persbericht te komen waarin we voorzichtig afstand namen van dit deel van het akkoord (teleurgesteld dat .., etc.) Nog geen uur daarna kreeg ik Jack de Vries als landelijk campagneleider over mij heen en de lijsttrekker werd aangesproken door voorzitter Marja van Bijsterveldt. Ze wilden geen enkel risico nemen. Klaar.

Sliert spaghetti

Tijden veranderen, regiekwaliteiten kennelijk ook. De onderhandelingen zelf vind ik eerlijk gezegd wel knap gedaan, beter in ieder geval dan de laatste kabinetsonderhandelingen (die deur, die deur). We hadden en hebben behoefte aan een kabinet dat snel aan de slag gaat en een keer wat langer blijft zitten. Het is een typisch bord spaghetti-akkoord geworden: trek niet aan een sliert, want dan krijg je het hele bord op schoot. Normaal gesproken zeg je dan als winnaar van een verkiezing: niet doen, niet trekken. In dit geval schijnt de rode saus iets te helder van kleur te zijn geweest. De breedte en felheid waarmee dat aan VVD-zijde toch is gebeurd geeft het beeld van iemand die in één klap het hele bord van tafel zwieperd. Kan papa Rutte het nog vangen? En wat doet dat voor het goede pak van papa Rutte?

Stromingen

Wat een scene. En wat zit er achter? Even een heel breed panorama van politieke stromingen, ver voorbij deze niet zo smakelijk scene. Terugkijkend kan je constateren dat tot in de jaren tachtig de christendemocratie filosofie, in al haar verscheidenheid, leidend was. In de negentiger jaren was er een kort sociaal-democratisch tijdperk in de vorm van een derde weg die leeg genoeg was om ook door de liberalen te worden bereden. Aan het einde van Paars II stond de VVD eigenlijk klaar om het heft over te nemen als grootste partij. De overwinning van de liberale stroming. Fortuyn brak daar als een tijdbom doorheen. Een populistische stroming stootte het klassieke parelketting liberalisme terzijde. De christendemocratie kreeg een tweede kans. Met het vertrek van de LPF verdiepte de crisis in de liberale stroming zich alleen maar. Het zou tot 2010 duren voordat met de keuze voor Marc Rutte het tij voor de VVD zou keren, geholpen door het onverminderd schuren van CDA en PvdA. Maar ondertussen was er wel een belangrijke PVV stroming naast de VVD gekomen en bevonden en bevinden zich onder de VVD-leden veel Verdonkianen en overgelopen CDA’ers met hun eigen denkbeelden.

Anders op links

Dat is toch ook zo aan de linkerkant? Nou nee. SP en PvdA zijn beide met een ‘terug naar de wortels’ beweging bezig. E is geen derde weg meer, hoogstens een twee-en-een-halve. Oud wint het van nieuw. Daarom kon de SP zich ook zo gaan opmaken voor regeringsdeelname. De mantel van Den Uyl hing klaar.

Geen zeggenschap meer over waar de jassen hangen

Binnen de liberale stroming worden de jassen nog steeds verhangen – en steeds verder naar rechts. Er is geen sprake van terugkeer naar oude stromingen. Er vormt zich een nieuwe stroming waarin de klassieke vrijheidsdenkers zich nauwelijks herkennen. Nieuwe thema’s worden aangesneden en, hoe je er ook verder over denkt, wel degelijk van ideologische diepte voorzien: islamisering en het anti-Europa geluid. Het liberalisme heeft zich eindelijk geïdeologiseerd, maar dan op een manier die eerder richting een tea party dan richting een biertje gaat. Ook buiten de PVV krijgt deze ideologisch stroming een echo en die zich vormt via een blad als Elsevier en een digitale uitgave als de Dagelijkse Standaard. Net zoals David Cameron nauwelijks greep krijgt op de meningsvorming via de website ConservativeHome, zo krijgt Rutte geen echt eigen platform binnen deze media en is noch hij, noch Stef Blok op twitter te vinden. Anders gezegd; al zou hij het willen, dan nog hij heeft geen mogelijkheid om in te grijpen op de opstand van de VVD-kiezers. Hij mist het verhaal, hij mist de gezagspositie.

Een bijzondere uitruil

Op een moment dat hij het harder nodig heeft dan ooit. Het akkoord is het resultaat van een bijzondere uitruil. Op dit moment krijgt één element er uit, de inkomensafhankelijk zorgpremie, de nadruk. Als je de rekensommen langs hoort gaan, dan is het niet vreemd waarom. Aan het einde van deze blog kom ik met mijn eigen kijk op dit punt, maar hier wil ik er vooral op wijzen dat dit punt, hoe gevoelig ook, slechts één gevoelig punt is. De vraag is of je nog een akkoord kunt sluiten zonder zo’n punt. Het moet gezegd: de PvdA –zijde valt te begrijpen. Zet je de maatregelen rondom bijvoorbeeld WW en AWBZ op een rij, dan zijn de gevolgen voor hun achterban ook zeer heftig, verhoudingsgewijs eigenlijk heftiger, zeker als je boven de 50 bent en dan werkloos wordt, of als je opeens niet meer de beperking blijkt te hebben waar je leven op is ingericht. Eigenlijk is het nivelleringspunt dan het enige dat de PvdA er tegenover kan stellen. Geen wonder dat Spekman aan dit feestje hecht. Op de keper beschouwd wordt het zijn en Samsom’s enige wapen tegen de SP. De VVD kan dus hoogstens een marginale bijstelling gehonoreerd krijgen, genoeg om de pijn bij extreme gevallen te verminderen. Dat kan genoeg zijn om de Eerste Kamer tevreden te stellen en door te gaan. Ondertussen worden de haarscheuren in zijn partij brede scheuren met het karakter van weeffouten.

Een oude naam voor een nieuwe stroming

Het is overigens nog niet zo gemakkelijk om het karakter van deze stroming te duiden die de VVD uiteen wist te rijten. Liberaal is het dus niet. Het woord vrijheid wordt zelden vernomen. Conservatief is het ook niet. Een echte conservatief is wel degelijk veranderingsbereid, zolang oude waarden maar overeind blijven. De oude etiketten schieten eigen tekort. Totdat ik deze week Wiegel over Den Uyl hoorde oreren. Toen wist ik het. Als Den Uyl tevoorschijn wordt gehaald, moet ook de term ‘reactionairen’ weer tevoorschijn worden gehaald. Want dat is de kern van deze stroming: het ageert tegen wat anderen voorstellen. En zoals Wiegel zei dat de maatregel van Rutte erger was dan die Van den Uyl, moeten we hier eigenlijk zeggen: het gaat niet om reactionairen, het gaat om ‘overreactionairen’.

Ho even

Ik hoor veel lezers al mopperen. ‘Dit is helemaal geen overreactie. Die maatregelen zijn slecht, het zorgt voor perverse prikkels, het levert niets op in termen van bezuinigingen, straft de werkenden, schieten te ver door, zijn slecht voor de achterban’. Allemaal waar en dan vergeet ik nog tien redenen waarom het slecht is. En toch. Misschien dat ik er koeler tegenover sta omdat ik als eigenaar van een klein adviesbedrijf al jaren zoveel onzekerheid over mijn inkomen heb dat ik, net als een miljoen kiezers zonder de zekerheid van een vaste baan, verwacht dat ik linksom of rechtsom van dit kabinetsbeleid wel een draai om de oren zal krijgen. Misschien is het ook wel omdat ik niets van geloof dat we er met de 16 miljard bezuinigen al zijn en ik erg bezorgd ben over de vraag hoe we alle groepen van de samenleving bij elkaar kunnen houden. Hoe dan ook; ik ben gefascineerd door de extremiteit van de reactie op de maatregel en wat dit betekent voor de politieke houdbaarheid van welk kabinet dan ook. We hebben als Nederland een stabiel kabinet nodig, van welke kleur dan ook. Op deze manier lijkt dat niet mogelijk.

Kom op, Rutte

Verwacht moet worden dat VVD en PvdA zich tot elkaar veroordeeld weten en dat vooral de VVD weet dat het nauwelijks meer speelruimte heeft. Richting mogelijke verkiezingen – denk ook aan het verkiezingsvoorjaar van 2014 – zal de neiging groot zijn richting de flanken te gaan. Toch verwacht ik niet dat het elastiek snel zal breken. Je zou denken dat dit ruimte in het midden laat en dan meer ruimte voor het CDA dan voor D66, want die laatste partij zou ideologisch best voor dit akkoord hebben kunnen tekenen, terwijl het CDA in dit akkoord veel munitie kan vinden voor het tegengeluid. Maar ik ben er niet gerust op. In een tijd dat tegenstelling worden vergroot, wordt een middengeluid niet snel gehoord. Toch is het nodig, hard nodig. Dus Sybrand: laat dat tegengeluid maar vooral horen, maar ga niet te snel meeregeren via de Eerste Kamer. Maar pas ook op om niet te vergeten de hand naar alle inkomensgroepen uit te steken. Het CDA is er voor het hele land, voor alle inkomens.
De echte opgave ligt nu bij de VVD, meer in het bijzonder bij Mark Rutte. Hij zal uit en over zijn procesrol heen moeten stappen. Ik hoop oprecht dat dit hem lukt, want op dit moment straalt alleen de PvdA uit dat het kan en wil regeren.

 

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek