Maandelijks archief: september 2012

Over schrijven

Er lijkt een vaste stelregel voor de schrijvers van blogs en columns te zijn dat je het niet over je lezer hebt. Dit keer doe ik het wel. De grap is dat mijn blogs over politiek ongeveer vier keer zo goed worden gelezen als mijn andere blogs. Dat zijn de blogs die te maken hebben met de dingen van mijn werk: kwaliteit, toezicht, dienstverlening, regelgeving. Kortom; al die andere belangrijke, maar kennelijk toch moeizame dingen. Deze blog bijvoorbeeld, zal niet goed worden gelezen. In de titel staat niets politiekerigs.

Verwijt ik dat de lezer? Ja, graag. Maar de grap is dat ik het zelf ook makkelijker vind om over politiek te schrijven dan over al die andere zaken. Dus zou ik voorzichtig de conclusie kunnen trekken: schrijf maar over niets anders dan politiek. Maak het je lezers makkelijk, maak je het jezelf makkelijk.

Maar me benne niet zo van de makkelukke. En er is nog een andere route: beter schrijven. Zorgen dat ook de taaie onderwerpen zo interessant worden dat de lezer ze wel moet lezen. Anders missen ze net dat ene moment in hun leven dat ze terugkijkend absoluut niet hadden mogen, willen, kunnen missen. Echt niet.

Maar ja, dan moet ik wel goed schrijven. En daar wil ik het deze blog toch even over hebben. Er zijn mensen die zeggen: ‘ach, jij schrijft zo makkelijk’. Ja, ja. Ik ga alleen maar duizend keer in mijn hoofd heen en weer voordat ik een letter in een documentje durf te tikken. Zo makkelijk. En het is dat het woord dyslexie in mijn jeugd niet was uitgevonden, anders was het zeker op mijn voorhoofd geplakt. Nu nog schrijf ik om elke d/t heen alsof het een schuin weglopende krab is met de scharen wijd open. Let maar eens op al de meervoudsvormen die ik in mijn proza gebruik, pure vermijdingsdrang. En dan nog gaat het mis, lees ik er over heen, raken mijn vingers in de knoop.

En heb ik het al over mijn slechte ogen gehad? Eén bijziend, één verziend. Romeinse ogen, vertelde een oogarts mij ooit. Ideaal in de voor-de-brillen tijd. Je houdt altijd één min of meer goed oog over. Maar ondertussen kijk ik altijd schuin naar mijn teksten. Verdraaid lastig om dan nog de afstand naar de lezer goed in te schatten. Sta ik zomaar op de lezer z’n tenen. Hallo, WAT BENT U GROOT.

Dit weekend las ik een interview met de schrijver Oek de Jong over zijn laatste boek. In dat interview vertelde hij ook wat over zijn methode van schrijven. Hij is van de school die alles direct van zijn hoofd in de tekst wil hebben. Niet nadenken, schrijven. Maar dan wel de eerste versie direct weggooien. En de tweede. En de .. Pas bij de zesde versie mag er wat bewaard worden. Enzovoort. Op een gegeven moment is het dan goed. Ik zou dat nooit kunnen. Bij mij is het net andersom. Ik denk altijd eerst zes versies in mijn hoofd, ga dan schrijven en dan moet het eigenlijk goed zijn. Ik wil het niet eens meer zien om te controleren op de domme fouten. Behalve bij deze blog. Dit keer denk en schrijf ik in één keer. Waarom? Omdat ik anders de lezer toch niet durf te benaderen.

Maar het zorgt wel voor een verwarrende blog. Geef toe: u bent ook in verwarring. Die route van dat betere schrijven kan ik dus maar beter uit mijn hoofd zetten. Dat wordt dus de politiek? Nou, nou … Mijn partijtje (dat is nu helaas geen koosnaam meer maar een heus verkleinwoord) gaat wat mij betreft de oppositie in. Dat is helemaal niet gemakkelijk, maar wel nodig. En één van de dingen die daarbij horen is dat je de fractie niet voortdurend in de nek hijgt. Ze moeten echt de tijd en de ruimte krijgen om hun eigen vorm te vinden voor een succesvolle oppositie. Dat zal best lukken, maar niet als ik en anderen alles steeds weg gaan schrijven. Dus die politieke route is misschien wel makkelijk, maar ook nogal kaal. Dus ik zal wel moeten, jawel. Schrijven over kwaliteit, toezicht, dienstverlening, regelgeving. En wat minder over politiek. Arme lezer, arme schrijver. Het moet wel.

 

Peter Noordhoek

(geschreven na 5 dagen schrijven in afzondering. Neem het hem niet kwalijk)

www.northedge.nl

Ondertussen elders bij ons

In juli kwam ik terug van vakantie met de tekst voor een blog ‘5 redenen waarom het niet logisch is dat het een 2-strijd wordt’. Die tekst zou tot in de nationale media doorklinken. Ik was verstandig genoeg om op te schrijven dat niet alles wat logisch is ook werkelijkheid wordt, maar ik geef gelijk toe dat ik niet voorzien heb dat de uitkomst van 12 september zo bepaald zou worden door een tweestrijd. Au! Wat ik wel claim is deze wijsheid: alleen buren kunnen een effectieve tweestrijd voeren. De tweestrijd van VVD en SP beschreef ik als de strijd tussen twee boeren die over het land van de tussenliggende boeren heen ruzie maken. En toen vervolgde ik: ‘Zelfs als die andere boeren dat laten gebeuren, dan nog klinkt het niet zo luid als wanneer ze op elkaars tenen staan’. Ik wil maar zeggen; het is niet helemaal toeval dat de eigenlijke strijd al snel tussen VVD en PvdA is gegaan.

Ik ga er nog even op door, op weg naar mijn eigenlijke reden voor deze blog. Elke verkiezingsstrijd zorgt voor een blikvernauwing en dat al helemaal als het om een tweestrijd gaat. Er lijkt even niets anders meer te bestaan. Uitgerekend op die 12e september gebeurden er echter nog meer dingen. Elders, naar het leek: ver weg. Deze zullen het politieke landschap voor ten minste gaan bepalen en liggen op het Europees vlak. Europa? Bepalend? In mijn blog zag ik dat anders: ‘Europa is in de hoofden van de mensen belangrijk, maar meer als symbool van wat er fout gaat, dan als recept van wat er anders moet. Banen, lonen, pensioenen en uitkeringen – daar gaat het om’. En dat had ik wel goed gezien; daar ging het ook om. Maar daarmee is Europa zeker nog niet weg. De verkiezingen voor het Europese Parlement van juni 2014 worden mogelijk van een heel andere orde.

Europa was op 12 september in spanning over twee zaken: over ons, die rare Nederlanders en over de beslissing van het Duitse Hof om al dan niet in de weg te gaan staan van het Europese reddingsfonds ESM. In beide gevallen haalden de voorstanders van de Europese eenheidsgedachte opgelucht adem. PVV noch SP wonnen de verkiezingen en het Hof stond de steun toe. Het besluit van het Hof verdient wel nadere bestudering; de voorwaarden die er aan verbonden zijn scherper dan in eerste instantie doordrong. Het laat opnieuw zien dat Europa niet wordt opgebouwd als een gewoon gebouw: eerst een fundament, dan de muren, dan het dak. Veeleer wordt het opgebouwd – ik leen even de beeldspraak van Jacques Keller-Noëllet en Luuk van Middelaar* – als een Gotische kathedraal, vol met steunberen die het bouwsel van buitenaf helpen steun te geven, maar ook erg grillig maken.

Maar er gebeurde nog iets die 12e. Barosso nam het woord in een soort ‘State of the Union’. Daar werd wat lacherig over gedaan: kijk die windbuil weer eens de vlucht naar voren nemen. Nu hoor ik zelf ook liever de haikutaal van Van Rompuy, maar iets in de speech van Barosso verdient gespitste oren. Dat was niet zijn overtuiging dat er een politieke unie moet komen. Dat was ook niet het federale element in zijn speech, al getuigt dat toch van enig lef. Wat het wel was, was zijn overtuiging dat in 2014, dus samen met de verkiezingen van het Europese parlement, een nieuwe voorzitter / president van de Europese Commissie moet worden gekozen. En daarbij gaf hij ook aan hoe: de partijen die zich op Europees niveau verbonden hebben, zouden elk een kandidaat naar voren moeten schuiven voor het voorzitterschap. Veteraan-lezers van mijn blog weten dat ik al een tijd verkondig dat deze ontwikkeling er aan zit te komen. De weg langs de partij-organisatie is namelijk een ideale bypass voor degenen die de weg van de institutionele integratie in Europa te langzaam vinden. Of, om opnieuw, naar de analogie te grijpen, een ander soort steunbeer, dit keer op het niveau van dak en spits. Het vergt geen besluitvorming in een Raad, de committologie heeft er niets over te zeggen. Zelfs de parlementen, Europees noch nationaal, hebben er iets over te zeggen. De partijen zelf zijn aan zet.

Daarbij is het overigens helemaal niet gezegd dat de combinaties van christen-democraten, socialisten, liberalen, groenen of conservatieven die nu min of meer de partijen vormen staan te springen om een voorzitterskandidaat naar voren te schuiven. Elke partij is nu uiteindelijk niets meer dan de afspiegeling van 27 landelijke partijen, inclusief allerlei persoonlijke unies. Vele, zo niet de meeste van deze landelijke partijen, zullen niet snel geneigd zijn macht uit handen te geven – en al helemaal niet als ze principieel tegen een politieke unie in Europa zijn. En hoe zou dat dan gaan, als we zo’n verkiezing hebben? Zou het bijvoorbeeld niet enorm in het voordeel van de Zuidelijke landen zijn? En je moet er toch niet aan denken dat een Balkanfiguur het wordt. Never. Trouwens; waarom de voorzitter van de Commissie en niet die van de Raad? Het zou veel macht richting de Commissie sturen en dat willen we vanuit landenperspectief helemaal niet. Dan nog liever de voorzitter van de Raad. Etc.

En toch. Er hoeft maar een partij of twee zover te komen dat ze een kandidaat naar voren schuiven en dan gaat de rest volgen, de één na de ander. En dan gaat er nog iets gebeuren. Ook al is de belangstelling in de media voor Brussel vele malen hoger dan het pakweg 10 jaar geleden was, per saldo blijven de camera’s vooral in het eigen land staan. Dat gaat veranderen als er een race komt. Stel je even de keuze voor waar de gemiddelde redactie van een omroep voor komt te staan. Tot nu toe was het zo dat er beperkt aandacht aan de lijsttrekkers van de verschillende EP-delegaties werd besteed tot zo’n beetje de laatste week en dan waren het weer gewoon de landelijke kopstukken die voor het debat werden uitgenodigd. Hoe zou het gaan met een Europese lijsttrekkers? Zou er dan zendtijd worden gereserveerd voor het debat van deze lijsttrekkers? Dacht het wel. En dan gaat er wel wat kantelen.

Voorlopig is het nog niet zover. De tijd is ook kort. Als in juni 2014 de verkiezingen zijn, dan zal 2013 in het teken staan van programma’s schrijven en landelijke lijsten maken. Een besluit over wel of niet een Europese lijsttrekker / kandidaat voor het voorzitterschap zou dan ook deze maanden genomen moeten worden, anders is het eigenlijk al te laat. Dat wordt spannend. En dat is allemaal op 12 september in gang gezet. Het leek elders, het was ook bij ons.

 

Peter Noordhoek

 

* Jacques Keller-Noëllet en Luuk Middelaar – Een gotisch Europa – bouw de EU buitenom. NRC Zaterdag 1 januari 2012.

Voor het CDA: twee soorten midden

Het is me raar te moede. Ik ga op het CDA stemmen. Daar is, zoals velen weten, niets vreemds aan. En toch doe ik mijn best om mijn keuze nooit vanzelfsprekend te laten zijn. Daarvoor het het recht om te stemmen mij te heilig, ook als het om de partijkeuze gaat. Maar er is iets raars met mijn motivatie. Normaal gesproken kies ik voor het hier en nu; voor standpunten die met de mijne samenvallen, voor een sterke positie als het op onderhandelen aankomt.

Dit keer niet. Ik heb het idee dat de samenleving meer dan ooit klaar is voor een partij die noch markt noch overheid is en waarvoor maatschappelijk ondernemerschap geen holle kreet is. Ik heb het beeld dat het tijd is voor een partij die het weer logisch maakt dat mensen met dat doel elkaar opzoeken en samen iets nieuws beginnen – want een beter antwoord op de crisis is er echt niet. Een partij waar rechten en plichten weer in balans zijn; zacht waar het kan, hard waar het moet. Dat is een partij die in veel opzichten lijkt op het CDA dat mij voor ogen staat, maar die het nu nog niet is – nog net niet. De voorstellen zijn nog niet concreet genoeg, niet anders genoeg. De ‘businessmodellen’ van nu zijn verouderd en we weten nog niet wat de nieuwe worden, maar een paar pennestreken moet toch wel kunnen. We weten in ieder geval dat we leven in een wereld die steeds ‘horizontaler’ wordt en vorm krijgt via netwerkverbanden en social media, soms betaald, vaak vrijwillig. In potentie is dat een manier van werken en leven die heel goed past binnen het denken van mijn partij, maar nu nog niet in al haar mogelijkheden is doordacht. Deze verkiezingen hadden een visie moeten opleveren voor de samenleving van morgen en dat heeft ook het CDA niet kunnen schetsen. De aanzet is er, maar het is nog niet af.

Daar staan voor mij wel twee dingen tegenover. De eerste is de vraag naar het alternatief. Alle partijen claimen modern te zijn, maar zijn ze het ook? Anders gezegd; kunnen ze de consequenties van hun eigen voorstellen aan? Als het kenmerk van een moderne partij is dat er aandacht voor modern ondernemerschap en social media is, dan maak ik me geen enkele zorg. Maar een moderne samenleving is meer dan de emancipatie van een twitterende klasse. We kunnen een ‘horizontale samenleving’ niet aan als de deugden niet op orde zijn. Als we niet via voorbeeld en opvoeding weten waar we moeten helpen of juist moeten begrenzen. En dat is waar het bij mij toch mis blijft gaan als ik naar het de meer libertaire of socialistische alternatieven kijk. En dan denk ik dat zowel de inhoud als de toonhoogte van zo’n ‘brief van Buma’ mij nog altijd meer aanstaat dan die van welke andere partij ook.

Wat mij brengt bij het tweede punt. Ik ben actief lid van de partij en een verwijt aan de partij is ook een verwijt aan mijzelf. Het had beter gekund, beter gemoeten. Tegelijk; wat mag je van elkaar en van een partij verlangen? Alle ogen zijn deze dagen naar voren gericht, maar natuurlijk weten we dat er met oude ogen naar ons gekeken wordt. Er is geen goede tijd geweest om een streep te zetten of om in vrijheid een nieuwe koers uit te zetten. Wij zijn al weer verder, maar wie weet dat? Met ontzettend veel bewondering volg ik de inspanningen van Sybrand, Mona, Pieter Heerma en al die anderen die vorm geven aan de campagne en ik denk dat er de 12e ook best een beloning voor zal zijn. Tegelijk is het niet meer dan realistisch dan wat Sybrand in zijn onbezonnenheid tegen het NRC zei: het gaat nu even niet om het aantal zetels. Er is nog een lange weg te gaan.

En dat geeft mij dus nu zo’n raar gevoel. Voor mij is dit de ‘één verkiezing verder verkiezing’. Ik ga voor een partij kiezen omdat die – in potentie! – alles in zich heeft voor een visie op Nederland die hout snijdt. Een visie die het verschil gaat maken. Maar niet nu. Nu hoop ik eigenlijk maar op één ding voor deze partij: oppositie.
Er zijn er die zeggen dat het CDA dat niet kan. Welnu, dat moet dan blijken. Dat geeft ook duidelijkheid. Maar zelf denk ik dat er in die oppositie ruimte gaat komen om niet alleen een zichtbare streep te zetten onder het verleden, maar ook om ruimte te maken voor het concretere verhaal. Een stem op het CDA is dan een investering in een strategisch ongelofelijk belangrijke partijvernieuwing. Je kan je stem voor minder geven.

Zou het zo gaan? De kans is klein. De druk om te gaan regeren wordt sinds de duikvlucht van de SP met de dag groter, waarbij het – wat dit betreft – eigenlijk lood om oud ijzer is of Rutte danwel Samsom de leider van de grootste partij wordt. Zeker als rekening wordt gehouden met de samenstelling van de Eerste Kamer, zullen zowel D66 als CDA nodig zijn voor een werkbaar kabinet. Geen oppositie dus. Maar dan zeg ik er wel dit bij: het CDA kan daar alleen maar goed uitkomen als het twee dingen doet. Allereerst moet het CDA er dan ook echt aan bijdragen dat er een daadwerkelijk goed kabinet komt – maar dat zit bij het CDA wel goed. Maar dan: keihard doorgaat met het vernieuwen van haar boodschap. Want er zijn twee soorten midden: het gemiddelde midden en een in een visie en waarden geborgd, koersvast midden. Het eerste levert een grijs gezicht op. Het tweede een beter Nederland. Komt die regeringsrol, laat dan het CDA de architect zijn van het tweede midden.

 

Peter Noordhoek

.
 

 


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek