Maandelijks archief: augustus 2012

Na het blauwedassendebat

En dat was dan het aangekondigde ‘premiersdebat’. En ik moet zeggen; het was niet zonder betekenis. Er waren twee hele duidelijke winnaars en even zoveel verliezers – met de verliezers aangevuld door de vertegenwoordigers van de partijen die niet mee mochten doen. Natuurlijk komen er nog meer debatten, maar door de duidelijke uitkomst zal het lastig worden het beeld bij te stellen. Daarmee heeft RTL met haar beperkte selectie trouwens ook een beslissing genomen die rustig democratie vervalsend mag heten.

Ik ga even heel hard doorredeneren op de lijn van het debat en ga al over de komende verkiezing heen springen. Dat is rijkelijk vroeg en in zekere zin hoop ik dat ik ongelijk zal hebben, want bijvoorbeeld Sybrand Buma heeft vandaag nog in Buitenhof bewezen dat hij zeker zoveel in zijn mars heeft als de debaters deze avond, maar met die sprongen wil ik duidelijk maken wat ik nu denk dat er op het spel staat.

1. Rutte heeft de rechterflank gewonnen en gaat daarmee de verkiezing winnen

Widers was een karikatuur van zichzelf. Zo voorspelbaar, dat zelfs zijn aanhangers volgens mij zijn weggezapt. Buma en zijn CDA mochten er niet bij zijn. Tel uit je winst op midden-rechts – en dat zal Rutte ook doen op 12 september. Hij is de gedoodverfde premier, maar pas op: in ons bestel gaat het dus niet om de premierschap op zich. Het gaat om het leiderschap van een coalitie. En dan zijn er redenen voor tranen na dit debat.

2. Samsom (2 x 3-poot!) kan nu de formatie gaan winnen

Doordat Samsom er in is geslaagd om de goede lijn van het 1e debat door te zetten in het 2e debat, maakt hij nu een serieuze kans dichtbij de SP te komen qua resultaat. Er helemaal overheen geloof ik niet, maar hij zal het goed genoeg doen om het getalsmatig niet nodig te maken om de SP te laten regeren. Roemer was toch erg nerveus in dit debat en maakte geen moment waar dat hij in staat zou zijn dit land te leiden. Samsom zie je dat nu wel doen: als junior-partner. Of hij en zijn partij dat kunnen accepteren is natuurlijk de grote vraag, maar als het om zijn positionering ten opzichte van de Kunduz-coalitiegenoten gaat lijkt het me duidelijk: je kan nu niet meer om hem heen.

Daarmee zijn vanavond ook wel de contouren van een nieuw kabinet duidelijker geworden. VVD en PvdA vormen in principe de basis. Daarna komen D66 en CDA in beeld, met Christenunie danwel GroenLinks op de achterhand. Als er voldoende zetels zijn wordt het voor de VVD waarschijnlijk toch een keuze tussen D66 en CDA. Voor het CDA hoop ik dat het D66 wordt en er een oppositierol in het midden komt, want ..

3. De flanken worden flets

Wilders en Roemer zijn kwetsbaar, kwetsbaarder dan ooit. Roemer zal na vanavond zijn kansen op regeringsdeelname zien wegglijden, Wilders heeft ze alleen in zijn dromen gehad en die moeten nu ook uiteen zijn gespat. Het gevecht gaat weer om het midden. De middenpartij die daarbij het beste de tijdgeest weet te pakken is dan echt aan de beurt voor een volgende groeifase, wind en weder dienende. Rutte zal moeten laten zien dat hij succesvoller leiding weet te geven aan een combinatie met de PvdA dan zijn voorganger, anders wordt het lastig. De toekomst is niet liberaal of neo-liberaal. Waar we naar toe gaan is veel meer horizontaal verbonden dan we ons nu voor kunnen stellen, maar als er één partij is die daar het verhaal van kan vertellen is dat een vernieuwd CDA. Zo’n partij gun je een break van de dagelijkse compromissen. Uiteraard; een goed verkiezingsresultaat maakt de start gemakkelijker.

Goed, tot zover mijn analyse. Zoals aangekondig; in grote stappen snel thuis. En terwijl ik het opschrijf bedenk ik dat ik dat doe alsof het doel van het spel het spel is. Shame on me. Het is heel makkelijk om de mannen die er vanavond stonden af te branden (en op z’n tijd doe ik dat graag), maar net als bij het eerdere lijsttrekkersdebat bekroop mij het gevoel dat hier behoorlijk intelligente, betrokken mensen stonden en dat ik nog niet zomaar één, twee, drie hun plaats in zou kunnen nemen. En kijk dan eens voor welke opgaven ze staan. Dan zijn ze toch al snel weer een maatje te klein. Ik denk dat goede redelijke partijen als CDA, D66, CU en GL ook vanavond hier hun rol hadden moeten spelen, want alleen in de combinatie komen we in de buurt van waar we zijn moeten; een goed Nederlands antwoord op de crisis. De dynamiek die nu ontstaat maakt het lastig dat te corrigeren. Jammer, maar er is nog wat tijd en gelegenheid. Let’s go on with the most serious show there is.

Peter Noordhoek

Verdwalen met een Kieskompas

Een paar dagen geleden stond in het NRC (gedrukte editie) een stekelige discussie tussen een vertegenwoordiger van Kieskompas en Stemwijzer. De toon van de discussie irriteerde mij en van daaruit schreef ik een tweet over de wijze waarop het Kieskompas haar stellingen zou formuleren. In reactie daarop kreeg ik van Joop.nl het verzoek mijn tweet in een blog nader toe te lichten. Wel enigzins verrast opeens in dit gezelschap te gaan verkeren, ben ik er op in gegaan. De blog is inmiddels geschreven: http://bit.ly/Niviiy. Vanuit mijn ervaring als oud-campagneleider voor de provincie Zuid-Holland en als trainer kan ik er nog wat meer over vertellen. Vandaar hieronder een langere versie van deze blog, inclusief deze ervaringen. Als altijd geschreven op persoonlijke titel.

 

Verdwalen met een Kieskompas

Bij het kieskompas kom ik bijna in het midden van het midden uit. In termen van het Olympisch boogschieten: een 9. Pal op het midden van de verticale as progressief – conservatief en net een tikkie naar rechts op de horizontale as van links – rechts. Geen verassing: ik ben een middenman, altijd geweest.

Wat wel een verassing is, is dat de partij die met mij het dichtste bij het midden staat .. de PVV is. Nu kan je me veel wijsmaken, maar niet dat de PVV een middenpartij is. Hoe is dat dan verklaarbaar? Mag ik raden? Voor het bepalen van de positie van een partij is het verkiezingsprogramma leidend. Ik heb er weinig twijfels over dat de PVV – niet lastig gevallen door hinderlijke congressen – haar programma zo heeft opgeschreven dat de kans dat het zoveel mogelijk stemmers zo trekken zo groot mogelijk is – en dus in het electorale midden uitkomt. Dat kan ik de PVV moeilijk verwijten, hoe graag ik het ook zou willen. Ze werken binnen de regels van het systeem, al blijven ze voor mij de partij die hoogstens in het midden van de polarisatie staat. Ik kan het ook Kieskompas moeilijk verwijten, je moet uiteindelijk ergens van uitgaan. Maar, zou ik dan wel zeggen, dan zou ik  me als maker van zo’n kieshulp erg bescheiden opstellen. Heel erg bescheiden.

Het was erg

En dat is niet precies wat de grote man achter Kieskompas, André Krouwel, laat zien in het NRC van vrijdag 17 augustus jl. als hij en de voorman van de Stemwijzer, Kars Veling, voor het eerst met elkaar in gesprek gaan. Het was erg. Twee concurrenten die met geforceerde beleefdheid hun afkeer van elkaar onderstreepten tot bijna het einde, toen ze het soort zoete broodjes met elkaar gingen bakken waar je tandglazuur bij barst.
Normaal gesproken zou ik een artikel als dit na de eerste regels snel wegscannen. Maar het gaat wel ergens over.

Wakker liggen

In trainingen mag ik nog wel eens over mijn ervaringen als – vooral lokaal – campagneleider vertellen en dan stel ik de deelnemers de vraag: waar lig je als campagneleider wakker van? Het aantal suggesties is bijna eindeloos. Een campagneleider moet wel een slapeloze figuur zijn. De enige echte reden om wakker te liggen wordt nooit genoemd, maar het is precies deze: de digitale kieshulpen, met Stemwijzer en Kieskompas voorop. Ook al zou slechts minder dan 3% van de gebruikers zich erdoor laten beïnvloeden, dan nog is dat veel meer dan je kan bereiken met welke ludieke actie, folder of artikeltje ook. En dan ben je dus opeens in handen van een paar personen achter een logo die menen met dertig vragen de positie van jouw partij te kunnen vaststellen. Al is dertig vragen wellicht het maximum dat je aan iemand achter een scherm mag vragen, statistisch gesproken is dat pure waaghalzerij. Logisch dus dat er elke verkiezing op nieuw methodologisch gehakt van wordt gemaakt. Ondertussen hebben we er zoveel meer kieshulpen van dubieuze kwaliteit bij dat we ‘blij’ mogen zijn met de twee kemphanen. Het maakte de quasi-wetenschappelijkheid van de discussie er niet verteerbaarder om. Laat ik daarom wat observaties geven die op een andere, minder statistische manier, duidelijk maken hoe wild deze kompassen de verkeerde kant op kunnen wijzen en, zeker in het geval van het Kieskompas, hoe dubieus de grond er onder is: de gruwel van Krouwel.

Redactieslag

Een stelregel is dat je als campagneleider hoogstens wakker moet liggen van dingen die je kan beïnvloeden en heel veel is doorgaans buiten bereik. Eigenlijk hoor ik me over het Kieskompas dus helemaal niet druk te maken: dat is een black box. Voor de Stemwijzer ligt dat wat anders. De partijen worden al in het begin betrokken bij het proces. Bij de start van de Stemwijzer heeft dat slimme partijen er toe verleid om de uitkomst te beïnvloeden. Ik geloof dat – uhum – mijn partij dat ook heeft gedaan, hoewel volgens mij op grond van argumenten. Toch zeer alert geworden, kan je dat in het proces tegenwoordig wel schudden, maar de Stemwijzer vraagt nog steeds input van de partijen zelf bij een startsessie: wat vinden zij dat er in de Stemwijzer moet komen? Dit resulteert in een groslijst van 60 stellingen, waar vervolgens – na een cruciale redactieslag – 30 stellingen van worden gemaakt. De partijen kunnen, onder strakke voorwaarden, aangeven of ze de stellingen eens, oneens of weet niet geven. Ze kunnen er ook een beperkt aantal woorden ter toelichting aan geven, mits dit in lijn is met het eigen programma (al hebben sommige partijen geen programma, of komen er, zoals de PVV gek genoeg heel laat mee). De Stemwijzer houdt altijd het laatste woord. Toch heeft het meerwaarde voor de Stemwijzer om ten minste contact met de partijen te houden. Lokale stemwijzers zijn bijvoorbeeld notoir moeilijker te maken dan landelijke. Als campagneleider van Zuid-Holland moest ik bijvoorbeeld fronsen over een lijst met stellingen waarvan er wel drie over de Rijn-Gouwelijn gingen. In een provincie van bijna 3,5 miljoen inwoners mag je blij zijn als er een half miljoen zijn die weten waar ze de Rijn-Gouwelijn op de kaart moeten zoeken. Het feit dat er veel krantenartikelen over zijn gepubliceerd doet daar niets van af. Gelukkig hebben ze geluisterd. En zo zijn er vaker praktijkopmerkingen te maken richting de denkers achter de PC.

Van 60 naar 30 stellingen

Het is een interessant proces. Zo interessant dat ik het na afronding van mijn vrijwilligersactiviteiten als provinciaal campagneleider ben gaan gebruiken in opleidingen. Op zoek naar iets om een programma-onderdeel over politiek-bestuurlijke gevoeligheid van beleidsambtenaren wat interactiever te maken, bedacht ik dat het wel eens aardig zou kunnen zijn om de ambtenaren de stemwijzer te laten maken. Eerst liet ik ze bedenken welke onderwerpen er volgens hen in de stemwijzer zouden moeten komen. Daarna liet ik ze de groslijst van 60 stellingen zien en vroeg ik ze er een aantal te schrappen om richting de 30 stellingen te gaan. Ik heb het nu met meerdere groepen gedaan en het resultaat is elke keer ‘boeiend’. Hoewel het in de meeste gevallen om beleidsambtenaren gaat die bekend zijn met hun politieke bazen, is er een enorm verschil tussen wat de ambtenaren vinden dat stellingen zouden moeten worden en wat de bestuurders daarvan vinden. De verschillen zijn veel groter dan de overeenkomsten. Een mooie eye-opener voor beleidsambtenaren die menen te weten dat hun bestuurders bezig houdt.

Maar dan wordt het nog wat interessanter. Ik weet wat de bestuurders – in ieder geval destijds van mijn partij – hebben ingebracht en ik weet wat de Stemwijzer er uiteindelijk van heeft gemaakt. Dan weet je dat daar ook nog eens een groot verschil tussen zit, want in de Nederlandse verhoudingen zijn de verschillen tussen de partijen eigenlijk minimaal. Het is interessant om uit te vogelen hoe de makers daar mee omgaan. Zeker bij lokale verkiezingen blijkt het voor Stemwijzer en Kieskompas heel lastig om de stellingen zo te verwoorden dat de tegenstellingen groot genoeg zijn om in 30 stellingen nog een onderscheid tussen de partijen te kunnen maken. Naar ook op landelijk niveau wordt het twijfelachtig als er bijvoorbeeld opeens een stelling over de koopzondag wordt opgenomen. Mij is het ‘dossier’ zeer bekend, maar ik kan iedereen verzekeren dat de meeste mensen echt niet weten waar het precies over gaat als je ze er op straat over aanspreekt. Dus wat is dan de waarde van zo’n stelling?

Actualiteitentest

Dus deze laatste fase is het moment dat de makers van elke kieshulp zo eerlijk moeten zijn om de laatste wetenschappelijke pretenties te laten varen. Het kan bijna niet anders dan dat Stemwijzer en Kieskompas op dat moment op zoek gaan naar een eigen interpretatie van wat ‘de mensen bezighoudt’. Dat is hun goed recht, hun kunde, maar als ik merk hoe groot de verschillen al zijn tussen de werkelijkheden van beleidsambtenaren, die van de bestuurders-politici en die van de redacties kieshulpen zelf, dan mag je hopen dat de kiezer echt in beeld komt bij de laatste redactieslag. Bij het invullen van zowel Stemwijzer als Kieskompas had ik deze keer het gevoel dat ik een actualiteitenrubriek langs liep. Het was vooral ‘high politics’. Niet de politiek zoals die voortkomt uit angst een baan te verliezen, de rekening van de verzekering niet meer te kunnen betalen, de zorg voor de tante die het verzorgingstehuis in moet. Alles was groot, ‘belangrijk’. En volgens mij kan het best anders. Onlangs mocht ik meehelpen met het vereenvoudigen van een verkiezingsprogramma voor mensen met een verstandelijke beperking. Het is mijn ervaring dat deze ook zeer gewaardeerd worden door mensen met minder of andere beperkingen. Rond het thema ‘zorg’ kwamen we uit op een stelling rond de vraag of de overheid zich wel of niet bezig mocht houden met het feit dat je misschien wel te dik bent. Ik heb er geen onderzoek over gedaan, maar echt, dat houdt mensen bezig. Ik zou wensen dat kieshulpen meer op dat niveau uitkwamen.

Media = debat

Voorlopig niet. Niet als ik lees hoe Krouwel als grootste verschil met de Stemwijzer op de prop komt met een database waarin ‘alle media-uitingen tijdens het kabinet Rutte’ zijn verzameld. Daar worden dan clusters van woorden uitgehaald. Heel interessant, maar wat hij dus eigenlijk zegt, is dat de discussie in de media ook de discussie onder burgers is. Krouwel doet dat ongereserveerd: alles waar media-aandacht voor is wordt bij hem een ‘enorm debat’. Met alle respect voor de media, mag ik twijfelen? Los van de vervuiling die je in de database krijgt door kuddegedrag, eigen agenda’s en concurrentieoverwegingen binnen de media zelf, heb ik er twee grote problemen mee.

Het eerste probleem is dat ik denk dat het een grote onderschatting van de Nederlander is om te denken dat die zich in haar meningsvorming over de politiek alleen laat leiden door de media. Er is echt nog een andere werkelijkheid. Kleiner wellicht, maar niet minder relevant. Mijn ervaring met de stemwijzer is dat de beleidswerkelijkheid niet de werkelijkheid is van de politici en dat de werkelijkheid van de politici niet die is van de media. En de media is niet de werkelijkheid van de burgers. De stemwijzer weet zich daar uiteindelijk maar beperkt raad mee, maar ze is transparant in haar keuzes. Kieskompas laat zich slechter in de keuken kijken, maar pretendeert minstens zoveel en baseert zich daarbij niet op de intenties van de partijen zelf, maar op wat anderen daar van vinden. Anderen? De media dus.

En dat brengt me bij mijn tweede probleem. Is onze politiek al niet voldoende uitgeleverd aan de media? Dat het ouderwets campagnevoeren zo langzamerhand folklore is geworden vind ik jammer, maar is ook realiteit. Dat is nog iets anders dan de media ook nog eens de arbiter te laten zijn over alle aspecten van het democratisch proces: van wat er van de programma’s in de media verschijnt, tot wie er in de debatten mogen optreden, tot wat er in de kieshulpen komt. Dat is teveel van het goede, social media of niet.

Ik vind het de gruwel van Krouwel dat hij zich zo uitlevert. En het is trouwens ook heel a-typisch. In het interview doet hij zich kennen als iemand met een heel eigen mening. Hij heeft, zoals de Engelsen zeggen ‘an ax to grind’. Daar is op zich niets mis mee. Verschuil dat alleen niet achter databases en assen. In het interview maakt hij een onderscheid tussen een geld-as en een moraal-as. De keuze van de woorden zegt veel. Laat hij zichzelf plaatsen waar hij zich ziet en vandaar uit zijn stellingen verwoorden. het is uiteindelijk ook meer een kunst dan een kunde. En dan kiezen we pas echt volgens zijn kompas.

Peter Noordhoek

Over het temmen van de Mont Blanc

Bij toeval huurden wij deze vakantie een huisje in Frankrijk met, heel ver weg, uitzicht op de Mont Blanc. Maar hoe ver weg ook, uiteindelijk gaat de behoefte om op de hoogste berg te staan trekken. Wij gingen dus van Frankrijk naar Italië en na eindeloos veel haarspeltbochten kwamen we aan de voet ervan aan. We keken omhoog en wat zagen we? Bouwkranen.

De Mont Blanc is eigenlijk meer een bergketen dan een berg, met de hoogste top van het ‘massief’ op 4810 meter. Met de lift konden we in twee stappen naar 3300 meter, waar de hoogste top erg dichtbij lijkt. Op elk van beide stops naar de top werd heftig gebouwd. De kranen draaiden, mannen in zware pakken liepen af en aan. Mijn beroepsdeformatie zei: alles wat die mannen doen is zwaar geprotocolleerd. Het is en blijft een belevenis om op bijna 4 kilometer hoogte over het dak van Europa uit te kijken, maar ik kreeg ook het gevoel van een ‘getemde berg’. Zelfs de Mont Blanc ontkomt niet aan de menselijke hand, geleid door harde normen en regels.

En dan kom je thuis, ga je de kranten bijlezen en zie je dat nog geen week voordat wij er waren wel negen mensen om het leven kwamen op precies deze berg. Ze liepen kennelijk over verse sneeuw op een helling waarvan de sneeuw kort daarvoor al was opgevroren. De laag losse sneeuw ging glijden over de bevroren laag er onder, de bergbeklimmers. Inclusief ervaren gids, met zich meenemend. Een drama. Voor de nabestaanden net zozeer een drama als de lawine die prins Johan Friso in Lech heeft getroffen. Dan blijkt zo’n berg opeens niet te temmen te zijn.

Ik sprak over het bericht met mijn vrouw Loes. Samen waren we op de Mont Blanc geweest. Zou je niet een vergelijking kunnen trekken met hoe we ook hier, in ons platte land, aan het doen zijn? Heeft dat ook niet de trekken van het temmen van een berg die uiteindelijk niet te temmen valt? We bouwen en bouwen door, alles volgens de modernste technieken en alles genormeerd en geaudit. En toch beleven we lawines genoeg. En als je het er dan zo over hebt, volgt het voorbeeld snel genoeg. Gelukkig één van voor de lawine.

Op dezelfde dag dat ik het krantenbericht las, trof ik op internet ook een bericht aan over het tankopslagbedrijf Odfjell. Hoewel het bedrijf al enkele maanden slecht in het nieuws is, heeft Lloyds het bedrijf toch een certificaat in het kader van ISO 14000 (m.n. milieu-eisen) gegeven. Nog geen week erna werd het bedrijf vanwege kennelijk onaanvaardbare risico’s gesloten en de directeur aan de kant gezet. Lloyds gaf ‘geen commentaar’ op de vraag hoe dit alles met elkaar te rijmen valt en kwam daarna met een wat procedureel antwoord. Gelet op de waarschijnlijkheid van claims niet onbegrijpelijk, maar ik vond het wel onverstandig. Transparantie wint, zullen we maar zeggen. En het gaat wel ergens over. Het Kamerlid dat er het meest achterheen zit, Pieter Omtzigt, brengt niet voor niets de analogie ter sprake met de vuurwerkramp in zijn woonplaats Enschede. Als dat bij zo’n relatief klein bedrijf al zo misgaat, wat als het in de Botlek de onachtzaamheid wint? Temmen dus dat bedrijf Odfjell. Temmen moet.

Helaas is het altijd weer ingewikkelder. Op de zaak Odfjell ga ik niet in. Daarvoor ontbreekt het me aan de noodzakelijke kennis. Maar ik zie wel hoe het incident doorwerkt onder twee groepen professionals: degenen die zich met toezicht bezighoud, de toezichtprofessionals, en degenen die zich met kwaliteitszorg bezighoud. Die laatste noem ik liefkozend de kwalineuten.

Onder toezichtprofessionals loopt een discussie over de meerwaarde van ‘horizontaal toezicht – zeg maar toezicht dat door het bedrijfsleven zelf wordt georganiseerd en waar de overheid weer op kan bouwen zodat er minder traditioneel (verticaal) toezicht nodig is. Hoewel het kabinetsbeleid er op gericht is om meer horizontaal toezicht mogelijk te maken, zijn de uitingen van toezichtprofessionals doorgaans sceptisch. Toezicht is verticaal toezicht, anders is het geen toezicht, is zo’n beetje de samenvatting van de lijn. Strak en gericht toezicht is de lijn, de basis is de wet. Volg je de nieuwsbrief van Rob Velders, dan wordt die lijn stevig ondersteund door een Tweede kamer waarin al snel zo’n 7 tot 10 keer per week voor strenger toezicht wordt gepleit – hoewel doorgaans zonder aan te geven waar de capaciteit vandaan moet komen, maar wel wordt er altijd van uitgegaan dat het om overheidstoezicht moet gaan.

De zwakke onderbuik in het standpunt van de ‘verticalen’ is voor mij vooral gelegen in het idee dat een betere wetstoepassing afgedwongen kan worden via een betere verticale toezichtfunctie. Een gemiddeld chemisch bedrijf zal naar mijn schatting direct of indirect met meer dan 20 toezichthouders, handhavers e.d. te maken hebben (ter vergelijking: Diginotar had er 12 ten tijde van de problemen met haar IT-certificaten). Die zullen niet allemaal tegelijk op het terrein van de tankopslagplaats actief zijn, maar het is ook niet aannemelijk dat ze allemaal tegelijk aan het lanterfanten zijn geslagen. Natuurlijk kan het handiger, maar zit er ook niet gewoon een grens aan wat je met klassiek toezicht kan bereiken?

En dan de discussie onder kwalineuten. Er is een deel dat zweert bij audits op basis van een ISO gebaseerde norm en een deel dat er niets in ziet. Waar ze het wel allemaal mee eens zijn is dat een audit moet leiden tot een betere wetstoepassing en niet tot een mindere. Feit is dat in een moderne industrie niemand om de ISO normen heen kan en zeker niet in de petrochemische industrie. Dan valt de groep die zich met ISO bezig houdtweer in tweeën uiteen. Er is een lijn die zegt dat de toetsing ook altijd op het niveau van producten en services moet plaatsvinden; op de werkvloer dus. Of dat waar gemaakt kan worden is de vraag. Mede daarom is er een andere groep die zegt dat de audit op het niveau van producten en services meer een zaak is voor specialisten en dat dit daarom ook beter door (verticale) toezichthouders kan gebeuren. De audit op basis van ISO-normen is dan vooral bedoeld om het managementsysteem te toetsen: het geheel van (proces)afspraken. Deze laatste benadering is ook de lijn van de Raad voor Accreditatie, het overheidsorgaan dat toezien op de wijze van auditeren..

De zwakke onderbuik in alle manieren van toetsing op basis van een kwaliteitsbenadering, is dat het om een vorm van privaat toezicht gaat waarop het betrokken bedrijf als opdrachtgever betaalt voor de geleverde auditdiensten. Daar hoeft niets mis mee te zijn. Integendeel; een goede en directe relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer kan tot inzichten leiden die een stuk dieper gaan dan alleen een formele controle. Toch zal er altijd het risico bestaan dat certificerende instellingen niet zo hard doordrukken als op grond van de bevindingen nodig zou zijn. Veel verticale toezichthouders hebben hier meer dan alleen een vermoeden van en het resultaat is dat controles elkaar in de praktijk niet aanvullen. Er vallen gaten, er zijn overlappingen, er zijn tegenstrijdigheden. Wat aan de kwaliteitskant blijft steken is het beeld van papieren tijgers.

Dus waar staan we dan? Klassiek ‘verticaal’ overheidstoezicht op basis van de wet pakt te vaak onvoldoende door. Het ‘horizontale’ kwaliteitstoezicht toetst in de beleving vaak op het verkeerde. Veel bedrijven zullen er aan toevoegen: beide toetsen teveel en niet op wat voor ons echt belangrijk is. Ik sluit bij die laatsten aan, in de zin dat ik dan aanneem dat we het over ondernemers hebben die zelf ook inzien dat ze er baat bij hebben scherp te worden getoetst op blinde vlekken. En dan wordt het probleem ook al snel duidelijk. Voor de eerste groep is de wet het kader, voor de tweede groep de (ISO) norm. Elk kader dwingt, elk kader grenst af. De echte risico’s zitten zelden in het niet nakomen van een wet of norm. De echte risico’s op een werkvloer ontstaan door niet nadenken, door valse routines, door het zoeken naar gemak. Precies de factoren die in geen wet of noem goed kunnen worden benoemd en die door het gemiddelde rapport ook niet kunnen worden afgedwongen. Sterker nog: heel veel toezicht- en auditrapporten versterken in hun star benadrukken van regels het domme gedrag. En zolang die gedragscomponent niet wordt meegenomen in het toezicht – verticaal of horizontaal, het is me om het even – moeten we echt niet verwachten dat de Odfjell’s van deze wereld getemd zullen worden.

Onder de negen doden op de Mont Blanc was een ervaren gids. Ik heb geen idee wat er precies gebeurd is en ik hoop dat alle eventuele lessen worden geleerd, maar ik twijfel er niet aan dat hij de regel kent om extra alert te zijn bij verse sneeuwval, zeker als het daarvoor fors gevroren heeft. Er is een verkeerde inschatting gemaakt, of er is gewoon sprake geweest van domme pech. Een berg laat zich niet temmen. Als we nu eens starten met die verwachting.

En dat alles naar aanleiding van een op zich goede vakantieherinnering. De werkelijkheid is dat we daar boven op die berg er goed in slaagden om al het bouwen en timmeren niet te zien. We hebben genoten. En als je dan uiteindelijk in een door windvlagen schommelende lift weer naar beneden gaat met een interessante vraag in je achterhoofd – tsja, waar heb je anders vakantie voor?

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

5 redenen waarom een 2-strijd niet logisch is

Breed wordt de verwachting uitgesproken dat de verkiezing op 12 september vooral een strijd wordt tussen VVD en SP. Als dat zo is, dan is dat een mooie spin. Veel media lijken die tweedeling te ondersteunen en vanuit het principe van overzichtelijke berichtgeving is dat ook wel begrijpelijk. Maar het is ook redelijk absurd. Alsof je twee boeren ruzie laat maken door zo hard mogelijk over de weilanden van de tussenliggende boeren heen te laten schreeuwen. Zelfs als die andere boeren dat laten gebeuren, dan nog klinkt het niet zo luid als wanneer ze op elkaars tenen staan. Daarom hier vijf redenen waarom een tweestrijd niet logisch is.

1             Versplintering wint het van polarisatie

Het is niet logisch er een tweestrijd te maken van een politiek veld dat gekenmerkt wordt door versplintering. Die versplintering is een thema op zich, vandaar de vele oproepen voor een verhoging van de kiesdrempel. In de verschillende peilingen valt te zien dat er twee partijen zijn – inderdaad, VVD en SP – die elk rond de 30 zetels hebben, vervolgens is er een groep van vier partijen met daar tussenin zo’n 10 zetels verschil en dan nog een groep kleinere partijen. Puur vanuit het perspectief van wie gaat de premier leveren is er dan sprake van een 2-strijd. Wordt recht gedaan aan wat d e kiezers inhoudelijk willen, laat het beeld iets heel anders zien, met grote impact op de coalitieonderhandelingen. Een strijd tussen twee partijen die in de peilingen elk niet meer dan zo’n dertig zetels hebben is dan ronduit geforceerd.

2             Het tweestromenland is al een driestromenland

Electoraal onderzoek zou keer op keer laten zien dat er weinig electoraal verkeer is tussen de partijen op links en de partijen op rechts. Het verkeer dat er zou zijn, zou zich vooral binnen die twee stromen bevinden. D66 bevindt zich daarbij structureel op links, het CDA structureel op rechts. Door redenen binnen zowel de politiek zelf, als in de keuzes die mensen maken, is er een ander effect waarneembaar. Met het tekenen van het lenteakkoord is het politieke midden geen abstractie meer, maar een realiteit. Een realiteit die past bij een groeiende groep mensen die na het echec van de gedoogcoalitie wantrouwend staat tegenover polarisatie. Soms loont het nog steeds om extreem te gaan, maar partijen weten nu ook dat er een prijs voor wordt betaald. Het antwoord op de verklaring van VVD en SP dat de strijd tussen hen zou gaan, leidde dan ook al snel tot een soort wederzijdse respectverklaring van CDA en PvdA. Niet dat die partijen nu echt elkaar de liefde verklaren, maar het is een effectieve demontage van een veel te vroeg opgelaten campagneballon. In de reeks van kleine en grotere campagnefouten aan het begin van de twijfelende VVD-campagne, zou dit wel eens een van de grootste kunnen zijn.

3             Kiezers zweven wel, maar zwerven minder

Ik hoor niet bij degenen die denken dat ze een representatieve uitspraak kunnen doen als ze tien bezoekers op een website hebben gehad en een buurman hebben gesproken, dus het volgende is niet meer dan een toepassing van gezond verstand. Op die basis denk ik dat er anders tegen het fenomeen zwevende kiezers aan moet worden gekeken. Niet dat er minder van zijn, maar ze hebben wel meer ervaring en de herinnering aan de laatste verkiezing is nog vers. Dit betekent waarschijnlijk allereerst dat het aantal mensen dat afhaakt en niet zal stemmen groter wordt. In de tweede plaats zal het zweven binnen relatief beperkte kaders gebeuren. Veel mensen hebben hun niche al bepaald en zoeken ideologische herkenbaarheid. Past deze of deze partij wel voldoende bij mijn standpunten? Kiezers gaan hun keuze meer ideologisch laden. Partijen en hun leiders moeten daarbij passen en anders hebben ze pech gehad. Het verklaart deels de versplintering en zorgt er verder voor dat slechts een minderheid van de kiezers meegaat in een 2-strijd tussen VVD en SP.

4             Europa is niet de grote verdeler

Europa zou het grote verdeelpunt van deze verkiezing moeten zijn. In dat geval zou de tweestrijd tussen PVV en D66 moeten gaan en niet tussen VVD en SP. It’ the economy, stupid. Europa is in de hoofden van de mensen belangrijk, maar meer als symbool van wat er fout gaat, dan als recept van wat er anders moet. Banen, lonen, pensioenen en uitkeringen – daar gaat het om. Voor de PVV is Europa een reddingsboei om te kunnen overleven tot de volgende verkiezing, voor D66 zou Europa wel eens de te kleine plank kunnen zijn om te kunnen springen naar een echte middenpositie.

5             Marginaliseren loont niet als de marges tellen

Andere partijen vechten meer dan ooit voor hun bestaan en zullen het niet toestaan zich door twee partijen te laten marginaliseren. Ze hebben ook de publicitaire middelen om de media te dwingen aandacht aan hen te blijven besteden. De onderdelen van het Lenteakkoord zijn voer voor debat. Het Lenteakkoord zelf, of beter gezegd de ervaring van een snel akkoord door goedwillenden in een crisis, is nog altijd een groot voordeel voor de deelnemende partijen.

 

De tweedeling in de Nederlandse politiek is over haar hoogtepunt heen. Het is een luxe die we ons niet langer kunnen permitteren. Als kiezer zullen we minder geneigd zijn te kiezen op basis van door anderen aangereikte tegenstellingen. Daarmee loopt ook de tijd van de tweestrijden tussen politieke partijen af. Voor dit moment regeert de versplintering. De partijen die daar het beste mee om kunnen gaan zullen deze (tussen)verkiezing overleven. Daarom geloof ik vanuit de logica van kiezer en politieke partij niet in een tweestrijd. Resteert de medialogica. In campagnetijd is dat misschien wel de grootste factor. Maar wordt het de logica van de kudde of van de keuze? De media doen er wel aan te beseffen dat ze via een breder palet aan keuzes meer kiezers weten te bedienen. Daarom tot slot nog een 6e reden: Rutte en Roemer zullen er bovenal belang bij hebben geen fouten te maken en door de korte campagne kunnen ze daar mee weg komen – tenzij de partijen die belang hebben bij de aanval in het spel worden betrokken. Voor een boeiende campagne: hou het breed!

 

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek