Maandelijks archief: april 2012

Weg met de Wildersrente

Deze blog gaat over de gevolgen van het mislukken van het Catshuysakkoord en het vooruitzicht van verkiezingen. Ik ben in een sombere bui, mede naar aanleiding van de bijzondere context waarin ik het mislukken mocht vernemen. Maar voor wie zich die bespiegeling wil besparen, eerst even wat algemene punten.

Wat zijn de verwachtingen richting de volgende verkiezingen? Wie het weet mag het zeggen. Een collega ‘amateur’ (zijn woord), maar van een andere partij, D66, doet een voorspelling die intuïtief lijkt te kloppen. Ik kan alleen maar hopen dat hij gelijk heeft voor wat betreft mijn eigen partij.  http://bit.ly/JyjjYX. Analyse ontvangen met dank aan Frans van Drimmelen.

Voordat deze verkiezingen er zijn, zullen we eerst in CDA verband verkiezingen voor het lijsttrekkerschap hebben. Geen zorg, die zal ik hier zeker bespreken. Op 2 juni is er een CDA-congres gepland. Uitgaande van verkiezingen die in september, oktober zullen plaatsvinden, ga ik er vanuit dat het juni-congres de lancering van de verkiezingen zal zijn en niet het slot ervan. Hetzelfde geldt voor het verkiezingsprogramma. Eerst moeten op 2 juni de uitkomsten van het strategisch beraad worden geaccordeerd en dan pas kan de invulling komen. Ik neem aan dat op een congres eind augustus alles zal worden beklonken.

Maar dat is allemaal voer voor toekomstige schrijfsels. Nu eerst mijn gevoel bij deze mislukte onderhandelingen. Bij voorbaat excuses voor een mislukte blog, zonder pointe of humor. Maar deze mislukte onderhandelingen kan ik niet afdoen met een ‘en we gaan weer over tot de orde van de dag’.

Dit waren geen onderhandelingen

Het is dus mislukt. In een tweetal opiniepagina’s en even zoveel gedichten heb ik me proberen te verdiepen in het proces. Hoe dan ook; het heeft te lang geduurd. De drie weken hadden echt eerder drie dan zeven weken moeten zijn. In ieder geval waren dan Wilders’ nieren eerder geproefd. Een traditionele, trage, dempende manier van onderhandelen werkt niet langer. In de kwestie van het Polenmeldpunt heeft het ronduit schade aangericht. De dichter in mij heeft via de ‘lijnen in de lichaamstaal’ de conclusie al eerder getrokken: ‘Dit zijn geen onderhandelingen. Wilders kan zelfs zittend niet buigen.’ Nee, ik ben noch een groot voorspeller noch een groot dichter en ja, ik twijfel er niet aan dat de onderhandelaars dicht bij een akkoord leken. Maar het is niet voor niets geklapt en die reden heeft niets met percentages te maken en alles met de man uit Venlo. En zelfs dat is een te smalle analyse.

In de kern zijn het niet de onderhandelaars geweest die ons nu zo de das omdoen. Dat zijn toch echt wijzelf, de kiezers. Wij Nederlanders hebben de passiepsychoot Wilders gekozen, wij de onervaren Rutte, wij de aangeslagen Verhagen. Wij hebben voor een gefragmenteerde, bange oppositie gezorgd. Wij, kiezers van Nederland. Ik dus. Jij. U. Het is onze puinhoop. En waar mijn hart van krimpt, is de gedachte dat wij kiezers alleen maar verder de weg kwijt raken. Nog steeds zijn we niet in staat, ook niet na gisteren, om de passiepsychoten te doorzien en basiswaarden als moed en ‘je verantwoordelijkheid nemen’ niet als de taal van de elite te zien. Als we over vijf (!) maanden gaan stemmen – onze vakanties gaan voor – vrees ik dat we nog verdeelder gaan stemmen. Even een zijpad.

Wiens traditie?

Zaterdag was ik als een van de vele vrijwilligers actief voor het congres van Stichting Raad op Maat. De Stichting houdt zich bezig met de zeggenschap en medezeggenschap van mensen met een verstandelijke beperking. Het meemaken van dat congres is al meer dan 10 jaar een beleving. Elke keer weer zwaar overtekend, komen er cliëntenraden uit het hele land bij elkaar om over een thema te spreken. Dit keer was dit het thema ‘rechten van de cliënt’. De deelnemers zelf zijn divers in hun niveau. De kleine, bovenste groep is niveau Wajong en dus binnenkort niet langer ‘beperkt’ in hun verstandelijke vermogens. Hoera. De onderste groep communiceert eerder fysiek dan mondeling. Maar IQ is altijd maar een deel van het verhaal. Het zijn de persoonlijkheden die boeien en er zitten hele uitgesproken persoonlijkheden in de raden.
Als ik aan die dag op bescheiden wijze mijn bijdrage lever – het echte werk wordt door Loes, Gerrie, Ronald, Monica en collega’s gedaan – heb ik soms het gevoel helemaal in de traditie van mijn CDA te staan. Maar wie houd ik daarmee voor de gek? De afgelopen jaren heb ik de omgeving van de deelnemers steeds verder zien radicaliseren en daarmee de deelnemers zelf.

Samen staan we sterker

Rond vier uur was het congres afgelopen, met een voluit gezongen slotlied: ‘Samen staan we sterker!’  Ik was nog in de grote zaal toen ik werd aangesproken door een aantal mensen die ik meende te herkennen, maar niet echt kon plaatsen. het waren bekenden van de CDA talentenacademie die die dag in het zelfde Domstadgebouw een cursus onder leiding van Gerrit Jan Valk hadden gevolg. Of ze in de zaal televisie konden kijken, de persconferentie over het einde van de onderhandelingen? Samen hebben we, goeddeels zwijgend, gekeken. Het interessantste commentaar kwam na afloop, van de deelnemers. Ze schoten dwars door Wilders heen, lieten geen spaan van hem heel. ‘Wegloper’ was het netste wat ze van hem zeiden. Maar dat betekende niet dat de sympathie bij VVD en CDA kwam te liggen. ‘Blij dat het mislukt is’, was het aardigste wat ze zeiden. En al die tot voor kort zo politiek onwetende mensen daar wisten verdraaid goed wat er te gebeuren stond: korten, korten op de uitkering – en de rijken die zouden de dans ontspringen.

De Wildersrente

Ze hebben een punt. Als het waar is dat de uitkomst van de onderhandelingen er een is waarbij de hogere inkomens relatief minder bijdragen dan de lage, is er iets niet goed gegaan. Wat ook de technische argumenten, dit is een tijd die ten minste vraagt om de symboliek van solidariteit. Maar het is ook een uiting van iets dat niets te maken heeft met gelijkheid of met de ‘rechten van cliënten’. Mijn – niet unieke – zorg is dat deze tweedeling van arm en rijk, van wel of niet gekort worden de populisten in de kaart speelt. Kiezers worden gekaapt in naam van het veronderstelde eigen belang. De of-of’ers winnen het van de èn-ènners. We spreken niet meer in termen van ‘verantwoordelijkheid nemen’. Verantwoordelijkheid nemen is uit. Opkomen voor je eigen belang is in. Zo voeden we elkaar op. Zo zijn de onderhandelaars het Catshuys ingegaan, zo komen we er met z’n allen naar ik vrees weer uit.
Dit is de Wildersrente; de kosten van de jalousie, van de verdeeldheid. Nog meer dan de miljarden zeer concrete kosten die Wilders Nederland aandoet door de extra kosten die we gaan krijgen door het negatieve oordeel van de credit rating agencies, vrees ik deze gevolgen van zijn invloed: ons onvermogen nog te zien wat waar en zuiver is en wat nog slechts manipulatie van woorden is. Nog meer dan bij eerdere verkiezingen ben ik er van overtuigd dat we alleen kunnen ‘winnen’ als we geen populisme tegenover populisme gaan zetten, maar echt en fel moeten staan voor de waarden en normen van de redelijke samenleving. Wat wit is wordt nu zwart genoemd en andersom. Ik wil dat dit stopt. Ik wil kleur zien, veel kleur. En ik wil overal op kunnen kiezen, behalve wat zwart of wit heet. Weg met de Wildersrente.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl.

Over kramp en parlementair onderzoek

Wat bepaalt het effect van een parlementair onderzoek of enquête? In de loop van de jaren heb ik een aantal opdrachten gedaan die steeds ongeveer twee jaar kwamen na een zwaar incident, gevolgd door een (parlementair) onderzoek of enquête. De sector is dan nog helemaal verkrampt, maar doet pogingen weer vooruit te denken. Hoe zou dat in het geval van het onderzoek en de enquête van de commissie De Wit naar de financiële crisis gaan?

De grote kramp

Heb ik de tijd gehad om het hele rapport van 700 pagina’s te lezen? Nee, alleen delen ervan en de mediarapportages. Daar verontschuldig ik mij oprecht voor, want keer op keer – en De Wit is geen uitzondering – zijn die parlementaire analyses diepgraven en genuanceerd in hun conclusies. We doen onszelf en de commissie een gunst door de tijd te nemen  en al het leeswerk te doen.
Het beeld van het rapport wordt echter bepaald door de eerste krantenkoppen. Dat bepaalt de ‘les’ die wordt geleerd en het beeld waar de leidinggevenden daarna hebben te ‘dealen’. Het is niet het beste voorbeeld, want het betreft niet primair een parlementair onderzoek, maar mij staat de wijze bij waarop de nieuwe commandant van de luchtmachtbasis Eindhoven (de vorige moest vertrekken) heel gericht bezig was het beeld bij de medewerkers bij te stellen na de Herculesramp, vooral bij de medewerkers van de brandweer. Om die reden had hij o.a. de geestelijke toegevoegd aan het managementteam. Die man deed dat fantastisch, maar wat een worsteling. Vergelijkbare inspanningen heb ik van dichtbij mogen zien na de Bijlmerramp, Bouwenquête en vooral Enschede en eigenlijk na alle grote incidenten en bijbehorende onderzoeken. In 2010 heeft de Algemene Rekenkamer in opdracht van de Kamer onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de gedane onderzoeken en enquêtes en de Rekenkamer oordeelde opvallend positief. Zijn de aanbevelingen van de commissies overgenomen, de wetten gewijzigd, de lessen geleerd? Ja, het is het oordeel. In overgrote mate is dat gebeurd. Maar ik heb grote bezwaren tegen die manier van oordelen. Fijn dat de fouten uit het verleden niet meer worden geleerd. Het zou eens niet waar moeten zijn. Maar wat als de prijs een enorme verkramping is? De oorspronkelijk fout wordt niet meer gemaakt, maar helaas, andere fouten worden ook niet meer gemaakt, want iedereen dekt zich in. Dan wordt er dus niet meer geleerd, niet meer ontwikkeld.

Goed of fout: vooral fout

En alles wordt daarbij – in het begin, maar ook na jaren – teruggebracht naar een beeld van ‘goed’ of ‘fout’. Het mediabeeld, dat is toch wat blijft hangen. De rest van het rapport, niet onbelangrijk overigens voor degene die het raakt, is zaak voor de vakspecialisten, doorgaans mensen ver van de werkvloer. Het zou best kunnen dat in het geval van de Commissie De Wit op het meer technische niveau goede lessen worden geleerd. Lessen die in dit geval worden toegevoegd aan een reeks van maatregelen die toch al op de rol staan of zijn ingevoerd. Want één ding is zeker: elk onderzoek bureaucratiseert, de formele kant van de verkramping. Maar als het nodig is moet het wel gebeuren. Alleen – is de prijs niet vaak te hoog? De Algemene Rekenkamer zegt er niets over, die turft alleen maar de wetsaanpassingen. Ik heb echter teveel mensen in de ogen moeten kijken die nooit los kwamen van een ramp of incident en hoe er door het gezag over hen is geoordeeld. Onderschat in ieder geval de impact nooit.

Het gaat direct goed of het gaat direct goed mis

Of de invloed van De Wit groot zal zijn in verhouding tot die van collega’s, is echter de vraag. De commissie heeft volgens mij goed mis geschoten met het neerzetten van hun beeld. Ze lijkt vol in de val te zijn gestapt van het Barbertje aanwijzen. De schuldvraag is niet genoeg gebalanceerd bij Wouter Bos gelegd en die conclusie is als een boemerang in het gezicht van de commissie terug aan het slaan. Los van hoe terecht het oordeel is – de Belgen bevestigen met leedvermaak het oordeel van de commissie – als zelfs Youp van ’t Hek het in zijn wekelijkse column de kans laat lopen om een oud politicus-consultant af te branden, dan moet je jezelf afvragen of je het wel goed hebt aangepakt. Zijn voorganger Zalm zei: ‘Ik hoop dat ik het in zijn situatie er net zo goed van af had gebracht’ en dat lijkt mij de mooiste weergave van de gevoelens bij het horen van deze conclusies bij het rapport (de lelijkste komt natuurlijk weer van een reaguurder: ‘Bos is een lul, maar hij is onze lul.’). Het gevolg is waarschijnlijk dat nu de vraag wordt gesteld op basis van welk gezag eigenlijk deze uitspraken worden gedaan? En wie is die voorzitter eigenlijk? Om een hard oordeel over iemand te kunnen geven moet er een gezagbasis zijn en de basis van de Kamer om zo’n oordeel te geven blijkt dan weer eens erg zwak.

Van daalder tot dubbeltje

Niet dat de politiek dat niet kan overleven. Er zijn op heel wat slechtere basis verkeerde dingen gedaan. Gemeten naar de inspanning van deze commissie – het waren in feite twee commissies De Wit, werkend over kabinetsgrenzen heen, met Kamerleden maanden uit de relatie en hoge onderzoekskosten – blijkt dan de eerste daalder een plat geslagen dubbeltje te zijn. Al met al meen ik dus dat de effectiviteit van het rapport lager zal zijn dan die van andere onderzoekscommissies. In strijd met de regel dat een blog niet meer dan één thema mag hebben, ga ik toch in op de twee vragen die er vooral toe doen: wat zal uiteindelijk wel het effect zijn op de Nederlandse financiële sector? En: wat moet de les voor de Tweede Kamer zijn bij een volgende crisis?

Financiële sector: als ’moral hazard’ het probleem is, dan is meer moraal het antwoord

Van tijd tot tijd mag ik nog wel eens met een bankdirecteur spreken. Het is mijn indruk dat ze de tijd die ze voorheen kwijt waren met klanten en markten nu kwijt raken aan controle en rapportagetaken. Het goede nieuws; ze blijven van de straat. Het slechte nieuws is natuurlijk dat dit alles niets te maken heeft met waar banken voor zijn opgericht. Het valt te billijken dat er een periode van boete en schadeherstel is. Sterker: op Wall Street en in de City mag die periode nog wel worden verlengd. Maar uiteindelijk is ‘moral hazard’ niet iets dat met regels valt af te dwingen. Voorbeeldgedrag en zo goed mogelijk anticiperen is beter. Wat dat betreft is het rapport van de commissie helemaal zo gek niet. In hoofdstuk 13 (‘Financiële sector’) is men terughoudend met generieke maatregelen. De commissie is juist terughoudend om een hele bank ‘systeemrelevant’ te maken en zet in op strakkere scheiding van functies, dus niet alleen een scheiding op het niveau van de nutsfunctie. Ze pleit ook voor ‘ring fencing’ van grensoverschrijdende activiteiten, c.q. het beperken van de risico’s van internationale activiteiten. Het opstellen van een ‘living will’ waarin tevoren wordt benoemd wat en hoe bij een scheiding met de boedel moet worden omgegaan, het wijzigen van de governance structuur zodat de positie van de risicomanager wordt versterkt e.d.; het is allemaal niet super nieuw, maar het blijft zeer verstandige taal. Waar het nu om gaat is dat de sector zelf zich niet doorslaat in een algemene teneur van ‘wee ons’ en kramp weet te vermijden door in beweging te blijven. Het echte gevaar – en daar hoor ik veel te weinig van – schuilt bovenal in het feit dat de sector een systeem heeft gebouwd dat veel te complex is voor de menselijke maat. Tegen de algoritmes die nu in de computers worden gestopt kan geen wettelijke regel op en op alle hiërarchische niveaus zal worden gefaald als dat weer mis gaat. En het gaat weer mis: hebzucht blijft. Dan is het des te meer zaak om niet blind in meer regels te stappen, maar om te doorgronden wat het systeem van checks & balances is dat we nu nodig hebben. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Rol Tweede Kamer: niets is neutraal

De tweede en laatste vraag heeft met de rol van de Tweede Kamer te maken. Is het echt zo verstandig om veel meer informatie te vragen en krijgen tijdens een crisis als deze?
Voor situaties als deze geldt bij uitstek: de regering regeert en het parlement controleert. Dat is logisch om praktisch redenen: de druk op een kabinet en ambtelijke organisatie kan niet voldoende hoog worden ingeschat (wat de commissie in haar rapport uiteindelijk niet doet). Dat is ook logisch om systeemredenen: niets wat er in een crisis gebeurd is neutraal. Het probleem is dat je in situaties als deze eigenlijk niet kan controleren zonder tegelijk ook te gaan sturen. Een generieke informatieplicht zoals de commissie voorstaat, is dan niet alleen te rigide; het is ook te gevaarlijk. Het parlement wordt medeplichtig gemaakt, ook en juist als zaken in beslotenheid worden besproken. Het feit dat de commissie uit niet-deskundige Kamerleden moest bestaan is mede hier een gevolg van. Veel beter en staatsrechtelijk uiteindelijk correcter, is het om te vertrouwen op de wens van kabinet en bewindspersonen om rugdekking voor hun besluiten te krijgen. Wel is het verstandig om in een dergelijke crisissituatie een begin en einde te markeren van het ‘opschorten’ van de informatieplicht. Deze plicht moet bewust worden opgeheven en even bewust weer worden ingesteld, met zo gewenst een stok achter de rug in de vorm van een fatale termijn. Er zijn heel veel crisisverschijnselen rondom de Nederlandse politiek in het algemeen en de Tweede kamer in het bijzonder. Het feit dat het optreden van de Kamer tijdens de crisis in 2008 daar niet aan heeft bijgedragen heeft volgens mij alles te maken gehad met een terughoudend optreden en een weigeren om met beschuldigende vingers te gaan zwaaien. Dat is een les die de Commissie de Wit zich in alle opzichten beter ter harte had kunnen nemen.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek