Maandelijks archief: januari 2012

Ode aan werk

Aan het einde van een drukke donderdag moest ik nog naar een afscheidsreceptie. Dat kostte me moeite. Sociaal doen kost me moeite, als ik eerlijk ben. Toch dwong ik mijzelf om te gaan. Bij binnenkomst ervoer ik echter twee extra drempels. De receptieruimte was nog erg leeg, dus ik zou niet snel en ongezien weg kunnen slippen, mijn voorkeursactie. De tweede reden was dat de afscheidnemer de houding en witte kleur had van een serieus ziek iemand. Ik had er iets van gehoord – veel contact hadden we de laatste tijd niet gehad – maar nu zag ik opeens de bevestiging van het gerucht. Was ik toch maar niet gegaan, dacht ik bij mijzelf. Dit wordt moeilijk.

Dat werd helemaal niet moeilijk. De receptieruimte liep langzaam vol, maar daarvoor wist Lex, de afscheidnemer, me met een paar woorden mee te nemen in zijn wereld. Hij was vele jaren onze opdrachtgever geweest voor opleidingen regelgevingstechniek en in de paar gesprekken die we voerden klikte het altijd direct. Zo ook nu, in de rij. Sommige mensen zijn al geestelijk uitgeblust na hun veertigste – wat heet: na hun twintigste – anderen, zoals Lex, zullen altijd nieuwe dingen ontmoeten in hun schijnbaar saaie vak. Vrolijk vertelde hij over zijn toekomstplannen en gaf me een klaarliggend vel papier met zijn adresgegevens. Kon ik contact met hem opnemen.

Zijn speech, even later, was in dezelfde geest. Hij eindigde met een oproep aan iedereen om tot vooral lid te worden van de ondernemingsraad, want dat was helemaal fantastisch. Daarvoor had hij ons geamuseerd met verhalen over regelgeving rond het ‘pretpakket’ DDP: drugs, dope en prostitutie. Probeer maar eens juridisch sluitende definities te verzinnen rondom deze begrippen. Hoe voorkom je dat ‘Thaise massage’ als sluiproute voor illegale prostitutie wordt gebruikt? We waren even allemaal jaloers op de baan die hij heeft gehad. Mooie speech. Zoals het hoort, zoals het bij hem paste.

Op weg naar huis realiseerde ik mij dat het Gedichtendag was. Toeval bestaat niet. Iets in de receptie vroeg om iets anders dan proza. Deze dagen ontbreekt me de rust zelf iets te schrijven. Gelukkig is er dan ook nog De Verzameling. Jarenlang heb ik gedichten over kantoor en werk bij elkaar gezocht, geschreven, vertaald en uiteindelijk in een poëtisch managementboek getiteld ‘Werkwoorden’ bij elkaar gebracht. Vergeefse moeite. Uitgevers van managementboeken geloofden niet dat managers het wilden lezen, uitgevers van poëzie hebben so wie so niets met werk. Ze hebben gelijk, maar ondertussen heb ik wel iets waar ik altijd wel iets in vind dat me meer laat begrijpen van iets dat zich niet laat vangen in beelden en te diep gaat voor standaard woorden. Ik heb er iets uit gehaald van James Autrey; voor zover ik heb kunnen achterhalen de enige die iets over de afsluiting van een werkzaam leven heeft gedicht. James was een Amerikaanse bankier en geen Nederlandse jurist als Lex, maar het gevoel er achter lijkt me – heb zelf gelukkig nog lang te gaan – herkenbaar. Zijn gedicht (‘What to know about hanging on’, 1991) heb ik als volgt vertaald en draag ik op aan Lex:

I

Waarom blijven ze eigenlijk werken

Al die mensen die weg zouden moeten zijn voor

hun snipperdagen

opgespaarde overuren

de knipoog-en-doe-maar extra’s

waar ze zo langzamerhand wel recht op hebben

Waarom gaan ze niet naar die mooie landen

waar ze het steeds maar over hadden

Of naar de bergen

of die plek ver weg van de kou

de plek waar vandaan ze hun kaarten zouden sturen

die wij dan neer zouden kunnen zetten

op een richel boven de haard

Waarom verzinnen ze steeds weer excuses

om elke keer weer op tijd te komen

en telefoontjes te beantwoorden

en brieven terug te schrijven

en over het verkoopplan te spreken

en het strategisch plan

en de winstprognoses

En de aandelenkoersen

en de kansen op een overname

en al die andere gewone dingen

II

We zijn geneigd te zeggen

net zoals zij deden

dat als ik het was

ik gelijk mijn baan op zou zeggen

en verder elk moment zou doorbrengen

bij de mensen van wie we houden

en met de dingen die we graag doen

Al die jaren

drong het niet tot ons door

dat wat wij echt graag willen doen

gewoon het werk is –

het gaat niet om de baan

het salaris en de dingen er omheen

dat is gewoon de franje die er bij hoort

om het werk te kunnen doen

En vergeet dat wij het hadden

over onze liefde voor het bedrijf

terwijl we werkelijk bedoelden

dat we hielden van de mensen die er voor werkten

Maar nu, kijkend naar iemand die dat vast wil houden

wil ik onze gevoelens kunnen benoemen

wil ik woorden kunnen vinden

over hoe moeilijk het is te laten zien

hoeveel we houden van wat we doen

totdat we oog in oog staan met de zekerheid

het binnenkort los te moeten laten

 

Als het even kan ga ik de volgende keer weer naar een afscheidsreceptie. Je doet eer aan de vertrekkende en eer aan je eigen werk. Ondertussen staat er weer gewoon een mooie werkweek te wachten. Deze keer met het vooruitzicht 20 deelnemers aan een leergang ‘strategisch beleidsadvies’ van AOG een examen af te nemen op basis van een door elk geschreven visiedocument. Er valt veel op te merken, maar per saldo is het fantastisch om als examinator zo aan de slag te mogen gaan. Ik wens alle lezers net zulke leuke klussen en een mooie werkweek toe.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

Terug naar ons

(deze blog verschijnt in andere en kortere (!) vorm ook in Christendemocraat.nl. Zie dit als een test)

In het weekend dat de SP virtueel de grootste partij wordt, houden twee oude partijen elk hun congres. Volgens diezelfde virtuele werkelijkheid, hebben beide partijen samen minder zetels dan de SP. De verklaring ligt volgens peiler d’ Hondt in de schrik bij de lagere en midden inkomens over de impact van de crisis. Bestaand inkomen moet worden beschermd. Het geloof dat de oude partijen een weg uit de crisis hebben ontbreekt. Als dit weekend geen dieptepunt is voor deze partijen, wat is het dan wel?

Een moment van thuiskomen.

De PvdA kiest voor een lijn waarin de profilering van personen centraal staat, met een voorzitter die zo uit de gloriejaren zeventig zou kunnen zijn gestapt en een voorman die een krachtige streep zet onder het steunen van het kabinet. Vergeet het zagen aan de stoelpoten; die voorman doet wat hij in de ogen van veel partijgenoten moet doen: een ferm oppositie standpunt formuleren aan de politieke linkerzijde. Terug naar waar we vandaan komen, zouden veel partijgenoten kunnen zeggen. Gelukkig ben ik niet verplicht tot cynisme: met alle twijfels, denk ik dat ze het congres, en vooral de speech van Spekman, zullen ervaren als een moment van thuiskomen.

Bij het CDA bepaalt nu de inhoud de toon. En meer dan verwacht is die toon op zaterdag 21 januari krachtig gezet. Geen ruk naar links, maar een grote stap terug naar ons. Soms volstaan woorden niet en moet je een gevoel, wat de Amerikanen noemen ‘een vibe’ trachten te beschrijven. Mijn gevoel na afloop was dat de cirkel rond was gekomen. Ik proefde dezelfde vibe als ik had op 2 oktober 2010 in de Arnhemse Rijnhal. Diezelfde electriciteit, maar dan positief geladen. Het vorige congres was die vibe er af en toe ook. Soms negatief, bji Mauro, soms positief, na de speech van Jacobine Geel. Afgelopen zaterdag bouwde die vibe op, stap voor stap. Natuurlijk was niet alles mooi, maar het werd steeds duidelijker dat er iets werd neergezet waar we ons in de volle breedte in konden vinden. We waren weer één partij. We waren terug bij onszelf. Heerlijk. Complimenten aan iedereen die daar aan bijgedragen heeft.

Werk in uitvoering

En daar begint het mee. Geen persoon kan van geen partij één partij maken zonder die partij afhankelijk van die persoon te maken. Verenig je op inhoud, zoals zaterdag het geval was, hou je het veel langer vol en mag je geduld hebben.Dat laatste zeg ik overigens ook tegen mijzelf. De dag na het congres was ik teleurgesteld over de magere en nogal slappe rapportages in de media. Hadden de journalisten en ik toch weer op verschillende congressen gezeten. Inmiddels heb ik mijzelf wat terechtgewezen en ben ik blij met de geringe aandacht. Na alle hype in de dagen ervoor. kan er eigenlijk geen beter compliment zijn. Dat zegt voor mij ook wel iets naar het congres in juni toe. Na allemaal congressen die tegelijk ook een media-evenement werden, zou ik voor die van 2 juni het liefst het bordje ‘werk in uitvoering’ willen hangen. Even niet storen.

En er is natuurlijk nog veel werk te doen. Nou ja, zoals Mustafa Amhaouch het in het Limburgs dialect zei: geef werk alleen aan iemand die het druk heeft. Als ik naar de mensen in de partij kijk komt dat wel goed. Net als voor het congres loop ik in deze blog de drie commissies langs en start met het strategisch beraad.

STRATEGISCH Beraad

De positieve reacties op het rapport zijn terecht. Niet alleen de inhoud was mooi, ook de wijze waarop het werd gebracht gaf perspectief. Heerlijk onderkoelde humor van Aart Jan en dan vijf leden die alle ballen na een mooie solo binnenschieten. En dan te weten dat er meer leden van SB zijn met een interessant verhaal. Zo had ik graag Mark de Groot willen horen, die samen met Wietze Smid een goede beurt maakte in Gouda.

Zoals ik het begrijp, gaat er nu een grote tournee beginnen met sessies waarin over het rapport gesproken gaat worden en kunnen afdelingen leden van het SB uitnodigen om te spreken. Prima, het proces is goed. De vraag is wel: klopt de gedachte er achter nog wel? Je kan ook teveel succes hebben. Hoewel het een rapport is met interessante scherpe randjes, is de sfeer nu heel erg: dit moeten we tot basis nemen en hup, op naar de volgende slag. Als we nu een aantal maanden het rapport gaan bespreken, dan is de kans groot dat we vooral gaan aanvullen en detailleren. Voor je het weet haal je dan de glans en de mooie scherpe (‘radicale’) kantjes er af en verkoop je tegelijk nee aan de mensen die met de zorgen van vandaag worstelen. Laten we van het Strategisch Beraad geen Tactisch Beraad maken. Het liefst zou ik hebben dat de nieuwe programmacommissie in juni al klaar staat om de meer specifieke uitkomsten van de discussie direct af te vangen.

Woorden en beelden

Van de Commissie Hertaling Gedachtegoed verwacht ik eigenlijk niet dat de woorden zullen blijven hangen, wel de beelden. Misschien het beeld van de bijbehorende video, die start met de vraag ‘Wat ik van het CDA verwacht?’ en het antwoord van Hermiene de Graaf een helder ‘niets’ is. Pas daarna blijkt ook voor haar dat het CDA heel herkenbaar is. iemand zei me na het zien van de film: dit is een film voor zoekers, de rest zal het onzin vinden. Ik denk dat dit wel klopt: het CDA ontdek je als je op zoek bent naar iets – je wortels, ‘normaal doen’, de nuance – je start er niet mee en mensen in volle vaart zullen er – ten onrechte – voor deze woorden niet stoppen.

De Commissie komt uiteindelijk weer gewoon bij de basisbegrippen uit en voorziet die van werkwoorden. Prima. Zoals jacobine Geel het woord ‘compassie’ plaatste en uitlegde kon ik er goed mee leven, al blijft het mijn probleem dat het die uitleg wel nodig heeft. Mede daarom denk ik dat de term niet veel gebruikt zal worden, maar het was en is wel heel nuttig om zo opnieuw te kijken naar woorden die ons drijven. Jacobine zelf maakte letterlijk en figuurlijk geen verbinding met de zaal en dat voelt toch aan als een gemiste kans. Wat ook een gemiste kans was, was dat ze niet terugkwam op het feit dat een paar ijdele stramme knarren zonder gehoorapparaat direct het evangelie wilden gaan verkondigen en zij niet direct de kans greep om duidelijk te maken dat de commissie bewust haar werk zo heeft willen doen dat het ook de niet-gelovigen aanspreekt. Het slechtste moment van de middag.

Maar nog even terug naar die beelden, want waar ik haar wel in vond slagen was het beeld op de omslag van het boekje van de commissie: mensen in verbinding met elkaar tegen een stedelijke achtergrond. Want daar is het terecht voor gedaan: voor een modern en verstedelijkt nederland waarin heel veel mensen met elkaar moeten samenleven op zo’n manier, zoals Jaake het zei, ‘dat als we het ondermaanse verruilen voor het hiernamaals, we het toch wat beter hebben achtergelaten dan we het aantroffen.’

Organisatie: stop er mee

Het minste onderdeel was het onderdeel organisatie. Niets ten nadele van de twee vertegenwoordigers van Maastricht en Overijssel, maar wat er inhoudelijk werd gebracht was inhoudelijk nog minder concreet dan wat in oktober werd gepresenteerd. Zeg dan gewoon dat je er niet uitkomt. Nu mogen we als leden weer een paar maanden gaan praten over iets waar partij en werkgroep zelf een knoop over hadden moeten doorhakken. Het is ook onverantwoord. Al houd ik het er zelf op dat dit kabinet er nog zeker een jaar zit, dan nog is de kans groot dat het eerde mis gaat. Dan moet je niet bij een halfbakken notie over een netwerkpartij blijven hangen. Organiseren is knopen doorhakken, ook en juist bij een netwerkpartij. Kennelijk is dat lastiger dan gedacht, maar dan mag je dat niet op het bordje van de leden schuiven. Mijn voorstel is dat de werkgroep haar opdracht teruggeeft en het bestuur de verantwoordelijkheid geeft snel met een concreet voorstel te komen. Een paar elementen er uit – zoals het wel of niet direct kiezen van kandidaten en lijsttrekkers en de positie van de regio’s en provincies daarbij – wordt onderwerp van besluitvorming op 2 juni – de rest moet snel worden opgeschreven.

Als ik het goed zie dan hebben we met het Strategisch Beraad een basis. Die moet nu deels aangescherpt worden en deels – wat de actuele punten betreft – de weg richting een permanente programmacommissie gaan vinden. De commissie die zich bezig hield met woorden en beelden heeft haar eindproduct opgeleverd. Het kan niet zo zijn dat de partij nu nog maanden niets gaat doen omdat er nog een proces moet worden afgemaakt. Eerder heb ik er al voor gepleit om ook snel het campagnebeen bij te gaan trekken en ook daar hebben we nu genoeg basis voor. Doorpakken graag.

Levensverhaal

Maar nu dreig ik van de mooie toon van dit congres af te glijden. In het dagelijks leven ben ik organsiatie-adviseur en trainer. Ik heb honderden verandertrajecten meegemaakt. Vaak spelen die zich af in amorfe directiekamers en trainingszalen. Daarmee is het belang niet minder groot, maar het zijn toch ook relatief prozaïsche processen die zich in relatieve beslotenheid afspelen. het is buitengewoon fascinerend om te zien hoe een organisatie als het CDA in een politieke crisis wordt gestort, open en bloot die crisis bespreekt met 6000 van haar leden en een miljoen televisiekijkers, weer probeert te bouwen en telkens op zichzelf wordt teruggeworpen, met Mauro als dieptepunt en dan toch op een regenachtige zaterdagmiddag in januari zichzelf hervindt – weer voor het oog van de camera’s. Ik ben zelf lid van de club, dus dit maakt ook onderdeel uit van mijn persoonlijk levensverhaal, maar als professional en beschouwer vond ik het een voorrecht om het zaterdag mee te mogen maken.

Peter Noordhoek

 

 

Over een drievoudige hinkstapsprong op weg naar een congres

Een herpositionering van een politieke partij is geen alledaags gebeuren. Zeker niet binnen een partij als het CDA. Ik ken partijen die in minder tijd worden opgericht dan deze partij over haar koers nadenkt, maar dat maakt het er niet minder boeiend om. Komende zaterdag is het volgende bedrijf in deze drievoudige hinkstapsprong. Dan wordt de rapportage van de Commissie Geel definitief opgeleverd en worden de voorstellen van het Strategisch Beraad en de werkgroep Organisatie opgeleverd. In een volgend congres in juni a.s. moet alles definitief worden. Voorafgaand aan het inmiddels uitverkochte congres op 21 januari formuleer ik mijn eigen gedachten bij de drie gremia, met als volgorde: inhoud, verwoording, organisatie. Het zal duidelijk zijn dat deze blog vooral interessant is voor CDA-leden, maar ik hoop ook hen te interesseren die grote verenigingen proberen te herpositioneren. Ieder ander verwijs ik nog graag naar mijn laatste blog over huisartsen en mededingingsbeleid.

Strategisch beraad

Over de rapportage van het Strategisch beraad ben ik het meest optimistisch. Er is veel huiswerk gedaan en de analyses gaan volgens mij diep steken. De notie van ‘radicaal midden’ spreekt mij aan. De reden waarom heeft precies te maken met de wijze waarop de eerste berichten over het strategisch beraad in het nieuws zijn gekomen, namelijk als een ‘ruk naar links’. Als je zelf weinig identiteit hebt, wordt je als middenpartij altijd gedefinieerd ten opzicht van twee extremen. Dan kan je verwachten dat de krantenkop niet luidt: ‘CDA zoekt het midden weer op’. Spijtig voor ons, maar het AD deed wat vanuit haar perspectief logisch was. Alleen het midden zoeken is dus niet genoeg.

In een onzekere wereld hebben mensen des te meer behoefte aan duidelijke keuzes. Als burger en kiezer wordt die duidelijkheid ook verlangd van politieke partijen. Krijgen burgers die duidelijkheid niet via een helder inhoudelijk profiel, dan wordt die duidelijkheid gezocht in de persoon van de politieke leider. De meeste media begrijpen dit perfect en spelen maar al te graag in op wat Daniel Kahneman ‘ons feilbare denken’ noemt. Maar je kan mensen niet altijd voor de gek houden – en mensen blijven zichzelf ook niet altijd voor de gek houden. Er is wel degelijk ruimte voor meer dan zwart-wit keuzes. In die door volwassen mensen geschapen ruimte is plaats voor een middenpartij, maar dan wel één die zichzelf definieert in plaats van zich door anderen te laten definiëren. Dat jezelf definiëren gebeurt door de personen die de partij dragen, door de kernboodschap(pen) van die partij en door de wijze waarop de partij zich positioneert.

Wat dat laatste betreft: ik ben graag lid van een middenpartij die wat tegen de tijdgeest inhangt: als iedereen ‘links’ is, wordt er vanuit de uitgangspunten bewust naar ‘rechts’ gehangen en andersom. Daarmee ‘anker’ je de samenleving en dat is precies de rol van een middenpartij in een tijd dat er eigenlijk geen links of rechts meer is. Ook inhoudelijk is er reden om goed op de ankers te letten. Hoe ‘radicaler’ die uit worden gegooid, hoe beter.

Als ik de kranten mag geloven – pas op, pas op – is een van de voorstellen om de hypotheekrenteaftrek nu echt aan te pakken. Voor mij is dat geen tegenhangen, maar eerder een aansluiten bij een links-rechts mainstream in het denken. Hoog tijd, zou je zeggen, al moeten we in het kader van het tegendenken wel goed luisteren naar Jan-Kees de Jagers relativeringen. Anders ligt dat bij het onderwerp Europese Unie. Ook al zou een meerderheid van de kiezers tegen Europa zijn, wat nog maar de vraag is, dan nog hoort de partij daarin tegen te hangen. En zo geldt dat eigenlijk ook voor elk thema waarin vernieuwen en behouden tegenover elkaar worden gezet. Als iedereen roept dat het allemaal anders moet, vragen wij ons af ‘waarom eigenlijk?’. Als alles stil water is geworden, hoort een radicale middenpartij te gaan roeren in dat water. Dat betekent dat je wel degelijk kiezersonderzoek e.d. doet, maar zeker niet alleen om de kiezer te gaan volgen. Eigenlijk is dit een tijd waarin de kiezer het zelf niet meer weet. Dan moet je vooral die kiezer niet gaan volgen, maar zelf een koers uitzetten.

Commissie hertaling

De commissie hertaling gedachtegoed heeft een goede start gemaakt tijdens het vorige congres met een werkelijk inspirerende toespraak van Jacobine Geel. Daarna ging ze naar Pauw en Witteman en dat had ze beter niet kunnen doen (net als een zekere bewindspersoon). Een schrijver die niet geloofd in het eigen verhaal kan beter andere dingen gaan doen en dat is de indruk die bleef hangen. Maar media- en congresmomenten zijn eigenlijk best vluchtig en wat er in die commissie gebeurd is wel degelijk van fundamenteel belang. Mijn indruk is dat er vooral sprake zal zijn van zowel een herbevestiging als van een hertaling van de vier kernbegrippen. Een hertaling van rentmeesterschap in milieu geeft vooral kromme tenen, maar ik kan mij best voorstellen dat dit het woord van nu is.

Feller zal waarschijnlijk de discussie over het centrale woord ‘compassie’ zijn. De gedachte om vanuit ‘empathie’ te handelen spreekt mij meer dan aan en is volledig consistent met de wortels van de partij. Compassie voelt als begrip actiever aan; het is iets dat je moet tonen. Sympathiek, maar waar ligt de grens met bemoeizucht? Vanuit discussies op twitter zijn er leden die principieel bezwaar maken tegen het woord. Zelf vind ik woorden die met een ‘c’ beginnen al snel complicerend, moeilijk uit te leggen. En ja, dat geldt ook voor de `C´ van het CDA. Die complexiteit hoeven we niet uit de weg te gaan – zie hierboven – maar ook niet op te zoeken. Het doel van een hertaling zou toch moeten zijn het gedachtegoed meer aansprekend te maken? Maar hoe dan ook: ik verwacht dat de Commissie en Jacobine Geel hun woorden en beelden nu zo kiezen dat ze als het ware onvermijdelijk worden. Voor ons, voor de andere partijen en niet in het laatst voor de kiezer.

Toevoeging aan deze blog, mede naar aanleiding van de publicatie van een open brief over het woord ‘compassie’ van een groep verontruste leden:

De discussie over compassie is goed, want het raakt wel degelijk aan de kern van ons gedachtegoed. Tegelijk begin ik er nu wel een wee gevoel van in mijn maag te krijgen. Vooralsnog lijkt dit punt het enige punt te worden voor komende zaterdag waar discussie over zal zijn, mede naar aanleiding van de open brief van een aantal leden http://linkd.in/zQi9cM. Nu ben ik een groot voorstander van open discussie en vind ik dat het doel van elke goede discussie is om je uit je ‘comfort zone’ te halen. Als CDA-lid heb ik echter het idee al geruime tijd aardig buiten mijn comfort zone te leven. Een congres dat als belangrijkste mediakop op zal leveren ‘CDA stemt tegen compassie’ geeft me in ieder geval evenveel comfort als een veroordeelde zeeman op een plank vlak boven de golven.

Wat te doen? Want al zou ik het willen voorkomen, deze geest komt zaterdag echt wel uit de fles. Ik hoop ook niet dat het partijbestuur geforceerd en met alleen procedurele argumenten de discussie smoort. Enige optie wat mij betreft: nadrukkelijk plaatsen in het kader van de discussie over de rapportage van het Strategisch Beraad richting juni. Mijn eigen idee: laten we als CDA in ieder geval verantwoordelijkheid nemen. Verantwoordelijkheid voor onze woorden. Heel duidelijk onderscheid maken tussen het gedrag dat mensen moeten tonen – en waarbij compassie wel degelijk een lading dekt – en wat een passend woord voor de partij is. Daarbij heb ik liever dat wordt aangegeven wat wel het juiste woord is, dan welk woord het niet is. Kunnen we die uitdaging aan?

Ik denk overigens niet dat de kop precies zal luiden ‘CDA stemt tegen compassie’. Te moeilijk woord voor wat de gemiddelde redactie denkt dat de gemiddelde lezer aan zal kunnen.

Werkgroep organisatie

Over deze werkgroep zijn wellicht nog de meeste kopzorgen. Je kan zeggen: ‘intern geneuzel’, en dan heeft de lezer gelijk. Toch mag niet onderschat worden hoezeer de vorm de inhoud kan bepalen. Daarom luistert het nauw. Het is geen geheim dat veel zich daarbij richt op het Algemeen Bestuur en de positie van de voorzitters van de provinciale afdelingen hierbinnen. Provincies als Zeeland en Brabant spuwen bij voorbaat vuur. Niet erg slim. Zeker in het geval van Brabant heeft de commissie die de selectie van de voorzitter heeft gedaan haar huiswerk niet gedaan. Ze zochten een klassieke voorzitter die de belangen van Brabant in Den Haag zou kunnen vertegenwoordigen, met veel oog voor de kandidaatstelling. De vorige oorlog dus, wat ze hadden kunnen weten – en alsof er niet genoeg in de provincie zelf te doen is.

Het is precies dit te weinig prioriteit leggen bij de interne gang van zaken binnen een provincie dat aanleiding is voor de voorstellen die nu ontwikkeld worden. Combineer je dat met de grijze wijze waarop keer op keer landelijke lijsten werden samengesteld en dan is het volstrekt terecht dat de rol van de provinciaal voorzitters ter discussie staat. Los van personen; het systeem werkt niet als het spannend wordt en anno nu is het altijd spannend.

Maar doe geen oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt – tenzij je kiest voor blote voeten. Waar de werkgroep ook mee komt, uiteindelijk draait het om het mandaat waarmee een voorzitter op pad kan gaan. Een voorzitter opereert het beste als zij of hij weet dat ze precies het gevoel van de achterban vertegenwoordigt. Op dat moment houden de andere krachten in de partij daar ook terdege rekening mee. Binnen het huidige systeem loopt die mandaatvorming via het algemeen bestuur, in het bijzonder de provinciaal voorzitters. Binnen de vrijwilligersorganisatie die het CDA uiteindelijk nog altijd is, verloopt dat via daarmee ook via een reeks sociale contracten. Een provinciaal voorzitter heeft er vanuit zijn of haar rol in feite een zware dagtaak bij en ziet er vanwege de rol bij kandidaatstellingen zelf van af ergens kandidaat voor te zijn. In ruil daarvoor komt het privilege om op een relatief veilige manier betrokken te zijn bij de koers en vertegenwoordigers van een belangrijke politieke partij. Best een interessante deal als je daarvoor gevoelig bent.

Die deal, dat sociaal contract, zal in de voorstellen van de werkgroep waarschijnlijk doorbroken worden. De doorwerking daarvan kan nog heel ‘interessant’ worden. Wat zal de werkgroep daar tegenover zetten? Realiseert ze zich voldoende welke kaart uit de toren worden gehaald?

Mijn voorkeur gaat uit naar een mandaatvorming die vooral langs de inhoudelijke lijn gaat: het programma. Dat dit vooral van onderop vorm gegeven gaat worden lijkt me evident. Tegelijk: hoe wordt voorkomen dat de grootste schreeuwers het debat gaan domineren? Digitaal kan er veel, maar eigenlijk moet ik er niet aan denken dat zo onze besluitvorming er uit komt te zien.  Als ik merk hoe slordig en vooral niet-luisterend de meeste discussies op internetfora verlopen, zelfs binnen ons lieve CDA, dan heb ik er weinig vertrouwen in dat dit goed gaat. Misschien dat naar een soort permanent resolutieproces moeten gaan: leden stellen – liefst als collectief, maar zelfs dat hoeft niet – resoluties voor. Dat kan in principe op elk moment gebeuren. Op gezette tijden, maar veel regelmatiger dan nu, is er ook het geluid van het landelijke: overnemen, gewijzigd overnemen, afwijzen. Van tijd tot tijd komen we echt bij elkaar om als leden over het geheel een oordeel te geven. Mogelijk dat dit bij elkaar komen ook digitaal kan verlopen – goed voor de aandelen van Skype – maar ik geloof wel in de meerwaarde van de fysieke ontmoeting.

Goed. Zo zullen we allemaal wel onze gedachten en voorstellen hebben. Het woord is nu hoe dan ook aan de werkgroep. Het is niet moeilijk te voorspellen dat het gemengd ontvangen zal worden. Ongeachte wat er in staat, hoop ik dat de voorstellen voor verandering ruimte gaan krijgen van zowel de leden als van bestuur en werkgroep zelf. De huidige structuur werkt niet en vormt een rem op de ontwikkeling, maar is wel een van de meest democratische van alle grote partijen. Dat rechtvaardigt dat we er heel slim mee omgaan.

Tijdpad

Hoeveel tijd hebben we voor dit proces? Het feit dat op z’n vroegst het congres in juni uitsluitsel geeft over wat er met het werk van commissies en werkgroep gaat gebeuren, is niet goed voor het momentum. Je zou willen knallen. De andere kant is dat de onderhandelingen over de begroting nu niet teveel belast hoeven te worden door de interne worsteling van het CDA. Aannemend dat de huidige ploeg er dan wel uitkomt, resteert dan volgens mij nog iets van een jaar na juni 2012 om alles uit te werken en echt klaar te zijn voor verkiezingen. Of de herpositionering dan al voldoende is doorgewerkt richting de kiezer? De vraag stellen is hem beantwoorden. Niet zolang het huidige kabinet er nog zit en er nog geen politiek leider is (gekozen). Het lijkt mij echter ook niet geloofwaardig om het om te draaien: nu een nieuwe ‘leider’ kiezen, het kabinet opblazen en dan snel een programma maken met dik daarover heen het woord ‘VERNIEUWD!’ gestempeld. De kiezer zou ons er niet voor bedanken en terecht. Zo zitten we ook niet in elkaar. Het is de degelijke weg of het is geen weg. Ik heb het al eerder geschreven: het voortbestaan van het CDA is geen doel op zich. Liever een echte poging om voor de problemen van nu een serieuze middenpartij te vormen, dan een lege gok om de macht.

Peter Noordhoek

Huisartsen en andere marktverpesters. Over misleid mededingingsbeleid

Noem me bevooroordeeld, noem me links, noem me een lobbyist, noem me ik weet niet wat, maar de beslissing van de NMA om de huisartsenorganisatie een boete te geven is voor mij een schoolvoorbeeld van een foute beoordeling gebaseerd op een volstrekt achterhaald mens- en wereldbeeld. Maakt niet uit, ik ga in deze blog nu tekeer (oh nee, de beschuldiging van links zijn kan ik niet hebben. Ik ben letterlijk en figuurlijk door en door midden).

Bevooroordeeld

Eerst mijn bevooroordeling. Die gaat diep. Nogal pré-historisch diep eigenlijk, uit de jaren zeventig. De tijd dat huisartsen nog bijna altijd dienst hadden op 24/7 basis en apotheken op het platteland nog aan huis waren. In die tijd besloot een staatssecretaris dat apotheken meer gelegenheid moesten krijgen om zich op het platteland te vestigen. De maatregel kwam er op neer dat een apotheek zich mocht vestigen in regio’s die aangrenzend waren aan een regio waar al een apotheek was. Een soort olievlekstrategie. In de praktijk: landjepik. De meest gehaaide apothekers kochten een pand in een aangrenzende regio, plakte er een bordje met ‘apotheek’ op en gingen vervolgens wachten tot de huisarts gedwongen werd de apotheek te sluiten. Als zoon van een huisarts en apothekersassistent zie je dan wat dat met je ouders doet, maar wat me echt bij zal blijven zijn de gezichten van de patiënten als ze zich realiseren dat ze hun medicijnen niet meer krijgen, om moeten rijden, zich aan vaste uren moeten houden en een zuur gezicht voor zich krijgen. Het was voor het eerst dat ik echt woedende gezichten aan de deur zag. Voor mij heel schokkend. En dat zure gezicht? Dat was van de nieuwe apotheker die er uiteindelijk kwam. Hij bevestigde alle vooroordelen. Een foutere man kon je niet verzinnen. De apotheek waar mijn ouders naar toe gingen voor de lastige gevallen, een echte collega, had natuurlijk te laat gereageerd op het buitenkansje van de regelgeving. Zo doe je dat niet.

Het dorp is nu gemoderniseerd

In een variant op het liedje van Wim Sonnevelt; het dorp is nu gemoderniseerd. En overigens niet noodzakelijk slechter geworden. Er is een huisartsenpraktijk waar apotheek en fysiotherapie alsnog met elkaar zijn verbonden in één post. Alles is weer bij elkaar, alleen het fenomeen van de permanente diensten is echt verleden tijd. Artsen zijn deeltijdwerkers geworden, afhankelijk voor de computer voor kennis en overdracht, afhankelijk van overheid en verzekeraar voor de financiën, afhankelijk van .. maar voor het overige zijn het voor het overige gelukkig wel echt concurrerende vrije ondernemers geworden waardoor we nu allemaal van zorg verzekerd kunnen zijn.

Trustbusters

En nu zijn de trustbusters van de NMA langs gekomen om hel en verdoemenis uit te spreken over de kans dat collega’s een oordeel zouden kunnen geven over de vraag of iemand zich wel of niet in de regio mag vestigen. 8,8 miljoen boete plus een persoonlijke boete voor de twee personen die het durfde voor te stellen. Je moet als samenleving wel oppassen. Voordat je het weet gaan ze de boel weer dichtgooien. Het huisartsengilde is tenslotte een conservatieve groep mensen die zich nog nooit werkelijk hebben willen moderniseren. Een tik op de vingers konden ze wel gebruiken.

OK. Laten we eerst vaststellen dat regels regels zijn. Voor de wet is de huisarts een ondernemer en de NMA wordt dus geacht de wet toe te passen. De NMA had waarschijnlijk het gevoel dat ze niet veel anders kon. Ten slotte hebben we altijd de rechterlijke macht nog om knopen door te hakken. In die zin geen verwijt, behalve het verwijt van juridisering.

Verkrampt mensbeeld

Maar er speelt meer. We weten al langer dat een samenleving waarin nog vertrouwd wordt op het professioneel oordeel beter is dan één die via koude regels loopt. Dat besef is zelfs tot regeerakkoorden doorgedrongen. Hoe terecht is dan die angst voor een intercollegiaal oordeel? En als die angst terecht is, waarom wordt het dan niet aan de beroepsvereniging overgelaten daar een toets op te organiseren? Overal mogen eisen aan sollicitanten worden gesteld, waarom dan niet tussen beroepsgenoten, zeker als die beroepsgenoten alleen al door al die vervangingsregelingen elkaar bikkel hard nodig hebben? Persoonlijke kwaliteiten doen er in dat soort samenwerkingsconstructies toe.

Zoals ik het heb begrepen gaat het om een kwalitatieve afstemming, niet om een kwantitatieve. De markt wordt er op zich dus niet groter of kleiner door. Het wordt hoog tijd dat autoriteiten voorbij het instrument van de regelgeving gaan kijken en feitelijk gedrag durven zien voordat tot een relatief absurde overtreding wordt besloten.

Beperkt wereldbeeld

Dan meer fundamenteel – en dan overstijgen we het niveau van de NMA, overstijgen we zelfs het nationale niveau. Dat is misschien een te grote sprong, maar ik zit er al een tijd op te wachten om die sprong te maken.

Marktverstoring veronderstelt schade door inperking van concurrentie. Inperking van concurrentie is onvermijdelijk ook inperking van samenwerking en afstemming. Wat hebben we als maatschappij op dit moment nu meer nodig? Inperking van concurrentie of een betere afstemming? Het mededingingsbeleid is gemaakt voor een situatie van verstarde verhoudingen. Het maatschappelijk onwenselijk resultaat is dan dat producten en diensten voor een hoger dan nodig tarief worden aangeboden. Dat blijft een reden voor waakzaamheid, hoezeer je ook kan zeggen dat anno nu de markt al voor zijn eigen kostenbeperking zorgt. Het punt is echter dat we in een hele andere tijd zitten. Mededingingswetgeving is een typisch Angelsaksisch fenomeen. Ondanks meer anti-mededingingswetgeving dan ooit tevoren, gaat het nogal slecht met de economieën. Landen die inherent intensief samenwerken – ik denk vooral aan Zuid-Korea en Singapore – doen het nu economisch het beste. Zit daar geen les voor ons in. Willen we uit deze crisis komen, dan is het logisch om juist veel meer samenwerking, afstemming en onderlinge beoordeling te zien. Dan ontwikkel je een kracht die groter is dan de som der delen. Het voorbeeld van huisartsen is misschien niet het beste voorbeeld om mee te komen, maar in mijn beleving dient de mededingingsautoriteit een heel wat lagere toon te zingen en horen branches en beroepsverenigingen de uitdaging op te pakken die er ligt.

Weegschaal

Ik kwam bij mijn moeder thuis pas nog de weegschaal tegen waarop mijn moeder de poeders woog. Dat deed ze op in tweeën gevouwen vetvrij papier. Daarna vulde ze er capsules mee. Ze deed dat heel mooi rustig. Meestal deed ze dat werk in de ochtend, maar als het moest op elk tijdstip van de dag. Als dan ’s-avonds de voordeurbel ging, stonden de medicijnen klaar. Pure marktverpesting.

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek