Maandelijks archief: december 2011

2012 preview: de film van de Amerikaanse presidentsverkiezingen

Hier de trailer van de grootste film van 2012: de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Komt nog net voor het eerste deel van ‘De Hobbit’ uit. En direct na deze trailer een kleine verantwoording van mijn schrijfwerk in 2011. 

Alle aandacht is in 2011 uitgegaan naar Europa. Dat kunnen de Amerikanen natuurlijk niet op zich laten zitten. Hou dus maar rekening met met een spannende film in 2012, starring Barack Obama als de president die maar geen President wilde worden en Mitt Romney als de latex superschurk. Zij gaan een – volgens de pers – spannende race in, met als achtergrond financiële chaos, exploderende begrotingstekorten en een Washington DC waarin de olifanten en ezels zich als wurgslangen gedragen en de rest van het land ze als slijmslakken ziet – als ze in een milde bui zijn.

Voorspelling

Een voorspelling. Het eerste half jaar zal wereldwijd nog fors in het teken staan van de crisis in Europa. Daar is ook alle reden toe. In de eerste plaats omdat het erg spannend wordt hoe de verschillende landen in de eurozone hun begrotingstekorten gedekt gaan krijgen. Dat zien er niet hoopvol uit (behalve voor een land als Nederland). En wat dan? Maar er speelt meer. In 2012 gaat 59% van de wereldbevolking naar de stembus, waarvan een fors deel in Europa, met Frankrijk als meest interessante casus. Maar er is natuurlijk wel meer dan Europa. De bezetting van 4 van de 5 zetels in de Veiligheidsraad van de VN staat ook op wijzigen, ook niet onbelangrijk. Iran zal om aandacht vragen, Irak en Afghanistan staan op het punt geweldadig te imploderen. Kortom; onrust overal. En dan hebben we het nog niet over de kans dat de Chinese vastgoedbubbel barst ..

Over kat en bakkie

Allemaal klein nieuws tegen de tijd dat de zomer verstrijkt, de Olympische spelen achter de rug zijn en de democratische en republikeinse conventies zich aandienen. Vanaf dat moment staat er nog maar één film met één spel centraal: de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Denken de media. Voor de meeste Amerikaanse stemmers zal de keuze niet aantrekkelijk zijn. Obama heeft niet gebracht wat men gehoopt had. De Amerikaanse economie lijkt in december 2011 nog iets op te leven, maar lukt het de regering die relatief kleine verbetering vast te houden tot de ellende in het Congres weer begint? Reken er niet op. De republikeinen hebben er geen belang bij. Mitt Romney, met waarschijnlijk Chris Christie als serieuze kandidaat voor het vice-presidentschap, wordt hier in Nederland niet erg serieus genomen. Kat in het bakkie, zo zullen de meesten hier denken, met Obama als de kat.

Meer dan vuiligheid

Ten onrechte. De Romney van nu is een andere dan die van vier jaar geleden. Losser, schijnbaar opener. Nu het er op lijkt dat hij de andere kandidaten van zich af zal schudden, is de kans groot dat hij zich serieus op het najaar voorbereiden. En als het republikeinse geld in volle omvang bij Romney terechtkomt, nou berg je dan maar. Omo zal dit niet door en door schoon kunnen wassen, zo smerig wordt het. Maar zie het wel voor wat het is: een vuilspuiterij die vooral voor consumpie in de eigen Tea Party achterban is bedoeld. Het valt ook te verwachten dat Romney een serieuze poging gaat doen om de middenklasse voor zich te winnen. Dat zal op een andere toonhoogte en in andere vorm gebeuren. Ik verwacht hele slimme, op maat gemaakte internetcampagnes gericht op kiezers die hun huis niet meer kunnen kopen of bang zijn te maken voor een socialistisch gezondheidssysteem.

Obama’s zwakten en kansen

Kan Obama daar tegen op? Normaal gesproken wel, maar niets is normaal als het om Amerikaanse presidenten gaat. Zijn grote zwakte is het zwalken gebleken. Hij heeft geen beleidslijn echt door kunnen zetten en wat hij heeft gedaan lijkt de persoonlijke situatie van de burgers er niet beter op te hebben gemaakt. Zijn successen zijn vooral buitenslands gehaald, het neerhalen van Bin Laden voorop. Maar buitenlandse successen zijn meer iets voor een tweede dan voor een eerste termijn en zullen in belangrijke mate op het conto van Clinton worden geschreven (mogelijk reden voor Obama om zijn huidige vice-president Biden en Clinton van plaats te laten verwisselen).

Het wordt spannend, maar de kans dat Obama het gaat redden is minstens zo groot als het omgekeerde. Een paar redenen: zittende presidenten hebben een streepje voor, in het persoonlijk leven van de Obama’s is weinig fout gegaan en mede daardoor zijn er geen verlammende schandalen geweest. De democraten zijn niet populair, de republikeinen nog minder – en de democraten zijn niet bang om dat via eigen vuilspuiterij nog eens duidelijk te maken. Maar bovenal: Obama is president geworden op basis van zijn ‘verhaal’. Zijn persoonlijk levensverhaal. Dat verhaal is ernstig beschadigd, maar niet gebroken. De campagne kan er dus op voortborduren, met de republikeinen en vooral de miljonairs van Wall Street als bad guys (ietwat ironisch gegeven de hechte banden van Obama’s Witte Huis met de bankiers van aldaar, overigens. Lees er Suskinds’ Confidence Men maar op na.) Voor de campagne is het cruciaal dat het verhaal nog kan werken, of in ieder geval niet in de weg zal zitten. Het is in feite indrukwekkend wat er al is gedaan om dat verhaal opnieuw neer te zetten en hoe dat de campagne vorm geeft. In een openbaar gemaakte campagnefilm (ook die transparantie is indrukwekkend) http://bit.ly/uh5aG0 wordt op het niveau van verschillende staten aangegeven hoe het er voor staat. Heel duidelijk wordt er opnieuw gekozen voor een grassroots campagne. Dat ligt minder voor de hand dan het lijkt. In principe is het niet slim om dezelfde campagne twee keer te houden, zeker omdat er toch echt sprake is van teleurstelling in Obama. Maar als je bij Obama’s ‘yes WE can’ kan blijven en zo’n fantastische vijand hebt, ja waarom zou je het dan niet doen. Wat ook interessant was aan het filmpje, was de ontkenning dat het een ‘billion dollar campaign’ zal worden. Het zal een ‘nickle and dime campaign’ worden en dat is wel zo geloofwaardig. Opnieuw dus de keuze voor een campagne met een hele brede en financiële basis. De demografische ontwikkelingen geven Obama daarin gelijk. Dit zou wel eens het jaar kunnen worden dat het Zuiden weer teruggaat naar de deomocraten, nadat het vanaf Reagan veel meer in republikeinse handen was gekomen.

De bioscoop uit

Maar spannend zal het worden, al was het maar omdat de media daar alle belang hebben bij een spannende race. In jaren van teruglopende advertentie-inkomsten zijn verkiezingsjaren onmisbaar geworden. iets anders zal toch nog spannender worden. Als de film is afgelopen en de titelrol nog loopt, zal niet alleen duidelijk worden wie het mandaat krijgt om de VS te leiden, maar ook hoe groot dat mandaat zal zijn en wat de samenstelling ervan zal zijn. Benieuwd wat voor licht er op ons zal vallen als we het duister van de bioscoopzaal verlaten en de deur naar buiten toe openzwaait.

Peter Noordhoek

Een jaar in woorden: terugblik op mijn schrijven in 2011

1 boek en een ander in voorbereiding, een dichtbundel, een 40-tal blogs, een 25-tal artikelen en columns en daarnaast nog eens beleidsstukken, papers, presentaties, gedichten, artikelen en heel veel tweets. Mijn oogst van 2011 is voorwaar niet gering. Ik word moe van mezelf. Naar ik vrees zijn ook de nodige lezers moe van mij geworden. Het meeste ervan is gelukkig minstens zozeer voor mijzelf geschreven als voor de lezer. Ik moet iets kwijt en dan weet ik het van mij af te schrijven. Het besef dat ik dat kan maakt van mij een gelukkig mens en het feit dat er ook opmerkelijk veel mensen zijn die het dan toch nog mee willen lezen maakt het helemaal fantastisch.

Gelet op de tijd die het allemaal kost is er wel de bredere vraag is wat het brengt. Veel ‘woordwerkers’ zoals ik zitten met een soort omgekeerde verdienformule. Datgene wat het meeste creativiteit en intellectuele vermogen vraagt – schrijven – verdient geen bal. We moeten het hebben van de adviessen, trainingen en presentaties om wel wat te verdienen – en dat houdt weer van het schrijven af. Met verminderde creativiteit als gevolg, want van herhaling van oude gedachten worden de gedachten zelden beter. Dat is zeker de afgelopen jaren echt een probleem voor mij geworden. Als ik in mijn blogs af en toe wat grommend over journalisten doe, dan is dat natuurlijk niets anders dan jaloersheid.

Maar het mooie is dat ik dat dit jaar heb weten te keren. Een wat mindere adviesmarkt, maar vooral ook het stoppen als campagneleider, heeft mij vorig jaar de eerste ruimte gegeven om keuzes te maken, mijn schrijfspieren te oefenen en wat meer van me te laten horen. De lezer heeft het geweten. Begin dit jaar nam ik het besluit om ook publiekelijk commentaar te gaan geven op de ontwikkelingen in het CDA en het vervolg was spectaculair. Mijn blogs met commentaar en toelichting op de kandidaten voor het voorzitterschap van het CDA kregen honderden downloads en een merkbaar vervolg bij zowel leden als kandidaten. Die trend is doorgezet. terugkijkend worden mijn blogs over politiek en CDA gemiddeld twee keer zo goed gelezen als mijn andere blogs. Dat zegt iets over de samenstelling van mijn lezerspubliek, maar ook over de permanente gretigheid waarmee deze nu (nog) relatief kleine partij wordt gevolgd. Het komend jaar zal dat enig vervolg krijgen, hopelijk vooral in de vorm van blogs over de inhoudelijk vernieuwing van de partij.

Gelukkig is het me ook gelukt om van mijn website meer dan een CDA-blog van te maken – anders zou ik mijn internetidentiteit echt moeten gaan splitsen. Topics die er in ieder geval qua downloads en reactie op twitter ook goed uitspringen zijn: Europa, leiderschap, hoog betrouwbaar organiseren (HRO) en de rol van branches. Met name de laatste twee raken mijn prioriteiten in het werk en daar zal de lezer dan ook meer van gaan horen. De blog over ‘belangenbehartiging is geen core-business voor branches’ is een topper en ik popel om daar een vervolg aan te geven, ook omdat het in het verlengde ligt van mijn mooiste prestatie van 2011: het boek over ‘branchebrede kwaliteit’. Andere thema’s die om reflectie vragen zijn nieuwe ontwikkelingen rondom kwaliteitszorg, de aard van strategisch beleidsadvies en de Amerikaanse verkiezingen. Op de valreep van 2011 geef ik daar nog een voorzet over.

Ongeveer twee maanden nadat ik mijn eerste blog schreef, kondigde ik aan dat ik de frequentie van mijn blogs zou gaan verminderen. Ik ben geneigd om nu een vergelijkbare aankondiging te doen, maar ik hou me maar in. Tenslotte schrijf ik hier in de eerste plaats voor mijzelf – als lezer hoeft u niets. U onder alle omstandigheden een goed, gezegd en stevig 2012 wensend,

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

Liesbeth Spies: keuzes en verwachtingen

Afgelopen vrijdag heeft het Kabinet ingestemd met de voordracht van Piet Hein Donner als vice-voorzitter van de Raad van State. Liesbeth Spies is voorgedragen als zijn opvolger als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met deze blog wil ik de lezer wat nader kennis laten nemen met ‘onze’ Liesbeth.

Waarschuwing: het is weer zo’n lange blog. In mijn eigen tempo laat ik de lezer kennismaken met iemand die ik zeer waardeer. Een erg spannend verhaal wordt het denk ik niet, maar ik hoop dat het enige meerwaarde heeft als iemand die haar vrij intensief heeft meegemaakt vertelt wie de nieuwe minister is en wat ik als haar rol zie.

Kennismaking

Liesbeth ken ik vooral vanuit de Zuid-Hollandse politiek. Ze heeft een achtergrond als strategisch beleidsadviseur bij de provincie Zuid-Holland en het IPO en werkte als consultant. ‘De makkelijkste baan van mijn leven’, zegt ze nu en dan kijkt ze me altijd veelbetekenend aan. Maar toen we elkaar voor het eerst wat langer spraken, wachtend op de uitslag op die lange verkiezingsavond in 2001, was die ontdekking er nog niet en ons werk gaf een soort band. Duidelijk een dame die een goed gevoel voor ‘de proceskant’ had. Later die nacht bleek dat we met Balkende een fantastisch resultaat hadden geboekt en was zij een van degenen die toch nog onverwacht gekozen bleken. Winnen werd wennen.

Liesbeth hoorde al snel bij het groepje Kamerleden waarvan je het beeld kreeg dat ze het wel zou redden, al bleef ze voor mij lang in de schaduw van de lichting van ’98, waar ook de meeste bewindspersonen uit werden gerekruteerd. Kamerdebatten met een opmerkelijke inbreng vanuit de kant van Liesbeth zijn mij niet bijgebleven (iets wat eigenlijk altijd zo zou blijven; het is erg moeilijk om tot spectaculaire meningsverschillen te komen als je iemand als Liesbeth in je midden hebt). Langzaam maar zeker werd ze belangrijker in de grote fractie – en daarbuiten. Wat ik vaak zie gebeuren bij fractieleden van alle partijen, is dat ze eerder goede relaties hebben met leden van andere partijen dan binnen de eigen partij. Zo ook bij Liesbeth. Iemand als Diederik Samsom is een fan van Liesbeth, ondanks grote meningsverschillen. En dat is geen toeval. Even zo goed werd Liesbeth ook in de fractie belangrijker. Typisch iemand die je gevoelige problemen kan toevertrouwen.

Zuid-Hollands

Het gevolg; ze werd al snel het Kamerlid die de burgemeestersbenoemingen onder haar hoede kreeg. De beloning daarvoor is dat je een eigen kamer in de Kamer krijgt, de straf is dat je wordt weggestopt in het souterrain. Volgens mij is zij veruit het jongste CDA-Kamerlid die deze functie ooit te vervullen kreeg. Het is ook rond deze tijd dat wij elkaar met enige regelmaat gingen spreken, waarbij overigens zowel voor haar als voor mij gold dat we nog vele anderen spraken. Vanuit mijn trainings- en netwerkervaringen wilde ze van mij vooral weten wie ik als talenten zag. Uit de oppositieperiode komend, hadden we moeite goede kandidaten te vinden, zeker voor de grotere steden. In al die jaren dat ik Liesbeth in dit soort gesprekken mee heb gemaakt, heb ik haar nooit betrapt op te makkelijk oordelen of te persoonlijk worden. Ergens moet de Alphense boerendochter hebben geleerd met de dwaasheden van anderen om te gaan. Meestal is de lach nooit ver weg als ze spreekt, maar zo niet dan laat ze het soort stilte vallen waarbij je zelf mag invullen wat ze zegt. Bij hardnekkige gevallen hanteert ze de zucht. Bij hele vervelende de diepe zucht.

De belangrijkste reden om haar te spreken was vanuit mijn Zuid-Hollandse rollen. Ik was en ben bestuurder van een kleine regio en als zodanig lid van het provinciaal afdelingsbestuur. Verder begon ik in de loop van de tijd adviseursrollen bij campagnes te vervullen en vanaf 2006 tot september 2010 was ik campagneleider voor de provincie. Zuid-Holland is overbedeeld met politieke zwaargewichten. Bij de landelijke en provinciale verkiezingen van 20067 had ik zo’n 80 ministers, Tweede en Eerste Kamerleden, Europarlementariërs, Gedeputeerden en Statenleden om in te schakelen. Dan leer je je pappenheimers kennen. Er zijn ruwweg drie soorten kandidaten. De eerste categorie weet van niets, of doet alsof, en wacht totdat ze worden aangewezen voor een campagneklus. Dit was – het is nu veel beter – de grootste groep. De tweede groep is gretig en vaak vol ongerichte energie. Daar heb je soms veel werk aan, maar het is leuk met ze te werken. De derde en kleinste groep omvat de politici die eigenlijk altijd hun politieke jas aan hebben en die in campagnetijd hoogstens wat meer hun stem verheffen, maar voor het overige gewoon blijven doen wat ze altijd al doen: mensen ontmoeten, er zijn. Als campagneleider moet je bij deze mensen alert zijn op de inhoudelijke boodschap, maar voor de rest moet je ze vooral ondersteunen en hun gang laten gaan. Liesbeth hoort duidelijk bij deze laatste categorie. Verkiezingen of niet; geen mens of bijeenkomst is haar te klein. Ze is altijd hetzelfde en loepzuiver in wat ze zegt of niet zegt. Grootste manco, in mijn ogen: net als bij Balkenende zijn de mensen na een ontmoeting met haar bijna altijd enthousiast, maar de pers vindt haar in haar uitspraken te voorzichtig. Nooit eens een lekkere quote of diepzinnige uitspraak. Ze houdt het (te) praktisch.

Switch

Bij Balkenende IV werd ze vice-voorzitter van de fractie, als opvolger van Gerda Verburg en met Pieter van Geel als voorzitter en Sybrand van Haersma Buma als secretaris. Pieter werd vooral verantwoordelijk voor de strategische lijn en moest het gezicht naar buiten zijn (niet altijd tot zijn genoegen). Liesbeth en Sybrand deden het werk naar de fractie toe, waarbij zeker Liesbeth ook heel belangrijk werd in de relatie naar de PvdA. Het is niet of nauwelijks genoemd in de reconstructies na afloop, maar ik meen dat zij er misschien nog wel het meest aan bijgedragen heeft dat de coalitie met de PvdA niet voortijdig is geklapt. Wat heeft ze een tijd in Mariette Hamer en de jongens van Bos gestoken, om het nog maar niet te hebben over al het interne gekrakeel. In de loop van 2009 werden de zuchten steeds dieper. Ze leed echt onder de onderlinge slechte verhoudingen – al slaagde er met Pieter en Sybrand ondertussen wel in om de verhoudingen in de fractie tot op het einde prima te houden. Toen het Kabinet viel maakte ze de balans op. Voor haar eigen gevoel had ze zo’n beetje alles gedaan wat er in de Kamer kan voorkomen en nog iets meer. Tegelijk was ze nog jong genoeg om een switch te maken. En last but not least; al heb je nog zo’n warm thuis, je wilt er meer zijn dan je waar kan maken als je elke dag in de hitte van de politieke strijd zit. Dus deed ze iets wat Haagse insiders en would be insiders zich niet voor kunnen stellen; een zekere plaats hoog op de kieslijst inruilen voor het lijsttrekkerschap voor de Staten in Zuid-Holland. Met de kans, maar niet de zekerheid, op een rol als Gedeputeerde.

Voor de deur

Ik was blij. Na Asje van Dijk weer een kandidaat waarmee je je kan vertonen. Bovendien zou ze vanaf juni 2010 tot aan de verkiezingen in maart 2011 heel veel tijd ter beschikking hebben om aan de campagne te werken. Dacht ik. Nu heeft ze daadwerkelijk heel veel tijd in de campagne gestoken. Provinciale campagnes worden altijd overschaduwd door het landelijk nieuws, dus moet je als het ware onder de radar campagne voeren, met overal bedrijfs- en werkbezoeken. Dat deed ze fantastisch, voortbouwend op de vele contacten die ze al had. Maar ondertussen was ze, zeker vanaf het mislukken van Paars-plus, elke dag met Den Haag bezig en er niet zelden te vinden. Iedereen wilde met haar spiegelen, brainstormen of gewoon stoom afblazen. Toen de brief van Ab Klink uitlekte zaten we in een vergadering rondom het provinciaal verkiezingsprogramma. Ik zag het bericht er over binnenkomen op mijn Blackberry en haalde Liesbeth direct uit de vergadering, op zoek naar een plek met een PC waar we de brief goed konden lezen. Overleggen konden we niet, want de fractie zat nog achter de bekende deur, maar de journalisten wisten Liesbeth binnen een paar minuten te vinden. Ik heb gezien hoe ze daar mee omging en dat was puur vakwerk. Geen wonder dat de collega’s haar in het Haagse gebeuren bleven betrekken.

Voorzitterschap

Eerder heb ik over het congres in Arnhem geschreven. Na afloop dachten we beiden dat het mooi was geweest. Voor mij was het einde campagneleiderschap en een keuze voor meer tijd voor het werk, voor Liesbeth betekende het in ieder geval een lang weekend weg. Maar het weekend was nog niet om of mijn beoogde opvolger gaf de opdracht terug (gelukkig al snel perfect opgelost) en Liesbeth was indringend gevraagd om voorzitter te worden. Uiteindelijk stemde ze daarin toe, want ze had geen andere baan op dat moment, maar het einde van de provinciale campagne zou wat haar betreft ook het einde van het voorzitterschap betekenen. Dat voorzitterschap is minstens zozeer een aanslag op haar gemoedrust gebleken als de problemen in de fractie. Het contact met de leden was en bleef prima. Op haar eerste congres liet ze zien dat ze de nieuwe baas was en een speech kon houden. Alles straalde rust, reinheid en regelmaat uit. Ze omarmde alle veranderingsvoorstellen en gaf nieuwe energie aan de zaal. Maar achter de schermen wilde het maar niet rustig worden. Het bestuur was diep verdeeld en rondom enkele belangrijke benoemingen en de lijst van de Eerste Kamer waren meer dan de normale spanningen. Het was alsof het conflict zich van de fractie naar het bestuur verplaatste; minder zichtbaar, net zo destructief. Daar is niemand onbeschadigd uitgekomen, en aan haar zuchten te merken, ook Liesbeth niet. Maar ze heeft er wel het maximale uitgehaald, gegeven de omstandigheden. En de voorzitterschapsverkiezing, haar belangrijkste daad, ging naar omstandigheden wel goed (wel een hinderlijke blogger op de achtergrond).

Keuze kiezer

Tussen al deze bedrijven door gebeurde er nog meer. Ze werd o.a. gevraagd om tot het Kabinet toe te treden, als staatssecretaris. Aandrang om langer voorzitter te zijn wees ze resoluut af. Hoewel de peilingen de verkeerde kant op wezen en het met de verkiezingen alle kanten uit kon gaan, wilde ze, zoals afgesproken, niet doorgaan met het voorzitterschap. Ze koos voor de provincie.

De verkiezingen verliepen rampzalig. Zuid-Holland is de provincie die het beste de landelijke verhoudingen weerspiegelt en dat werkte dit keer in het nadeel uit. Liesbeth is nooit in de verdediging gegaan over het resultaat. Ze deed wat een teamcaptain dan doet; de verantwoordelijkheid nemen en iedereen troosten. Zelf houd ik vol dat we geen betere lijsttrekker hadden kunnen hebben. Het bewijs daarvoor, voor zover nodig, blijkt voor mij vooral uit twee zaken. De eerste is de aard van de uitslag. Natuurlijk heeft Liesbeth de meeste stemmen gehaald, maar wat je ziet is dat over de hele lijst van 30 kandidaten het aantal voorkeurstemmen veel hoger dan anders is geweest. Dat is voortgekomen uit haar aanpak om iedereen een eigen campagne te laten voeren en die als lijsttrekker voluit te steunen. Had ze niet die kracht gehad, dan was de uitslag zeker slechter geweest. De tweede heeft te maken met het vervolg. Net als in het landelijke, was er ook op provinciaal niveau CDA-moeheid ontstaan. De partij moest maar eens op de blaren gaan zitten. Er was een reële kans dat we niet in het College terug zouden komen. Hier betaalde het feit zich uit dat Liesbeth al maanden daarvoor en op eigen initiatief was begonnen met korte gesprekken met alle partijen. Ze hebben haar leren kennen en gezien wat haar inzet zou zijn. De PvdA dacht op basis van de uitslag de buit al binnen te hebben, zette te hoog in richting de VVD en het CDA werd de onmisbare, maar ook welkome partij in de nieuwe coalitie. Het had echt anders kunnen lopen.

Logische kandidaat

Verhalen over de opvolging van Tjeenk Willink als vice-voorzitter van de Raad van State gaan al jaren door Den Haag. Zelf heb ik altijd aangenomen dat Hirsch Ballin het zou worden, vooral vanwege de perfecte manier waarop hij de reorganisatie van de Raad heeft gedaan voordat hij minister werd. Het conflict rondom het gedoogakkoord leek echter aan dat perspectief een einde te maken. Het feit dat Donner minister van BZK werd maakte het in mijn ogen alleen maar logischer dat hij het niet zou worden, hoe goed hij ook is. Ze zouden hem niet in het kabinet kunnen missen. Maar zeker 2 oktober, Arnhem, had ook al duidelijk gemaakt hoe groot de verwijdering tussen Hirsch Ballin en Verhagen was geworden. Zou het dan toch? De eerste keer dat ik er serieus over nadacht, het zal rond januari van dit jaar zijn geweest, wist ik gelijk: Liesbeth is de enige logische kandidaat.

Wat maakt iemand tot een sleutelkandidaat bij de tussentijdse invulling van een vacature in een kabinet? Twee elementen: kennis en vertrouwen. Die kennisbarrière is heel hoog en dan gaat het niet alleen om dossierkennis. In feite gaat het om kennis op het niveau van het formatieproces. Zeker sinds de ervaringen met de PvdA is het – en dit is geen goed ontwikkeling – eigenlijk essentieel om op detailniveau te weten wat er in formaties is besproken. Liesbeth? Check. Daarnaast heeft ze ook nog eens altijd BZK en Koningshuis in de portefeuille gehad. Vertrouwen? Liesbeth? Check. De essentie van een vertrouwenspersoon. Tel daar dan nog eens bij op dat ze relatief jong is en een vrouw. Dubbel check. En aardig is. Check. De enige logische kandidaat.

En toch maakte ik me absoluut niet druk dat ze het zou worden. Liesbeth maakte van haar kant in alles duidelijk dat ze vooral het voorzitterschap heelhuids door wilde komen en haar rol als gedeputeerde op wilde pakken. Daarbij werd tegen de tijd dat Ruth was gekozen het ook duidelijk, dat als er naar de post van Donner werd gekeken, dit eerst en vooral werd gedaan als een manier om tot een glanzende nieuwe jonge leider te komen. Een leider die in één keer aan alle problemen van het CDA een einde zou kunnen maken. Ik zeg het expres wat badinerend, maar dat komt omdat we in feite in de periode hiervoor de ene na de andere lijst hebben moeten opstellen en daar kwam ons nieuwe genie ook niet uit naar voren. Maar toch – ik weet lang niet alles. Laat ze het vooral proberen. Dus vergat ik mijn simpele redenering over Liesbeth. Daarbij kwam dat ik al snel plaatsvervangende schaamte kreeg over de procedure. Vreselijk. Die afschuw heb ik een keer in een gesprek met Liesbeth genoemd en kreeg een zucht terug uit een hele diepe categorie. Toen meende ik genoeg te weten. Sluiten dat boek en hopen dat Donner niet te zeer beschadigd raakt. Voor Liesbeth was ik blij. Haar positie in de partij was volgens mij zo dat een kabinetspost onder ‘normale’ omstandigheden altijd nog haalbaar zou moeten zijn, als je dat al zou willen voor jezelf. Dit kabinet voorbij laten gaan, een paar jaar ervaring opdoen … laat maar gebeuren.

Dilemma

Ik had dus beter kunnen weten. Een paar weken geleden was Liesbeth zo vriendelijk in een opleiding van AOG / Universiteit Groningen op te treden, waar ik als kerndocent voor fungeer. Na afloop nam ze mij apart en vertelde mij dat er alsnog grote druk was op haar om bij een eventueel vertrek van Donner beschikbaar te zijn als zijn vervanger. Ze was in grote dubio en had nog niet beslist. De eer – en ook wel de noodzaak – om in een vacature te stappen, stond tegenover haar wens om af te maken waar ze voor gekozen was en om haar privé leven overeind te houden. Ik heb haar zo goed mogelijk mijn antwoord gegeven. Ondertussen gaf ik mijzelf een denkbeeldige trap tegen het hoofd. Natuurlijk kwamen ze weer bij haar uit. De sollicitatieprocedure liep en geen enkele serieuze kandidaat van buiten zou zich volgens mij in een ongewis avontuur storten – want dat moet het al lang zijn geworden. De zoektocht naar een buitencategorie kandidaat voor een eventuele opvolging was net zo moeilijk als al verwacht kan worden en bij wie komen ze dan vroeg of laat uit? Bij degene bij wie alles klopt. Wat een dilemma. De ochtend na dit gesprek vloog ik naar Bosnië. Dan weet de lezer nu ook waar ik op aan het puzzelen was tijdens mijn wandelingen daar.

Keuze kabinet

Daarna werd het weer stil. Ik wachtte net als iedereen op de definitieve keuze van het kabinet. Het uitlekken van haar kandidatuur heeft me verrast en daarna heel boos gemaakt. Ik wist niet hoe het er voor stond, maar zag het als een manier om haar onder druk te zetten rond haar beslissing. Een heel fout spel. Maar wat zal ze doen? Het is een klassiek dilemma en je doet het nooit goed. Met Loes, mijn vrouw, heb ik er in ieder geval stevige discussies over gehad en zij is wijzer in die dingen dan ik. Maar toch, maar toch. Kiezen voor je huidige baan en gezin klinkt mooi en een ministerschap in deze tijd is een straf die je je ergste vijand niet toewenst, maar het gaat wel ergens over en mij was het duidelijk dat het CDA en dit kabinet iemand als Liesbeth meer dan goed kunnen gebruiken. Kan je dan weigeren? Ik vind eigenlijk van niet.

Ze heeft zelf gekozen. Ze is minister. Zoals de Britten zeggen: ‘Good for her’. Ze gaat een paar lastige dossiers krijgen, maar ik zie het haar wel doen. Lang niet alle goede parlementariërs zijn ook goede ministers, maar in haar geval denk ik dat ze haar draai snel zal vinden. Dat zeg ik ook omdat ze al gewend is goed met een ambtelijke staf om te gaan en daar het maximale uit te halen. Maar ingewikkeld zal het worden, vooral ook in het spel der verwachtingen dat voortdurend zal worden gespeeld.

Meer dan minister?

Eén van de eerste dingen die ik in dat ene gesprek tegen haar zei was: ‘Je realiseert je natuurlijk dat iedereen je benoeming zal zien in het licht van de lijsttrekkersdiscussie.’ Haar reactie laat zich raden: spaar me. Ze snapt die verwachting prima, maar heeft denk ik terecht haar focus bovenal op het maken van een succes van het ministerschap. De rest is voor haar alleen maar een risico. Ze kan er niets mee. Laat ik dan, tot slot, maar mijn beeld geven. Allereerst denk ik dat ze niet geschikt is voor meer dan een goed ministerschap op het terrein van BZK. Inhoudelijk is ze breed en echt deskundig, maar niet op sleutelterreinen als het sociaal-economische. Daarbij ligt haar kracht per saldo meer op de achtergrond dan op de voorgrond. Ik denk dat zij en Jan de Koning het heel goed met elkaar hadden kunnen vinden. Ze hebben een vergelijkbare rolopvatting: anderen in hun kracht zetten. In de tweede plaats, en in het verlengde daarvan, denk ik dat de werkelijke betekenis van haar benoeming niet schuilt in een mogelijke nieuwe top voor het CDA, maar juist in het zorgen voor een nieuwe hechte basis voor het CDA. Terwijl de partij druk doende is om langs meerdere fronten na te denken over koers, taal en organisatie van de partij, is met de komst van Liesbeth er nu een hele stabiele as gekomen tussen fractie en kabinetsdelegatie. Het is alsof ik twee tentstokken in elkaar hoor klikken na een lange worsteling met het zeildoek van een tent. Zij en Sybrand zijn generatie- en lotgenoten en weten elkaar blindelings te vinden. Maar er zijn ook klikken naar andere kanten toe. Dat geldt voor de andere bewindspersonen en ook naar veel VVD-bewindspersonen toe. Mijn inschatting is dat ze richting Wilders afstand zal houden, maar professioneel kennen ze elkaar ook al langer dan vandaag. Met het integratiedossier helemaal bij Leers, is de kans dat die twee gaan botsen ook niet zo groot.

De haag in

Kortom; met Liesbeth aan boord komt er weer ruimte voor een nieuwe start en wellicht ook voor die nieuwe leider. Wat dat betreft heb ik best wel hoge verwachtingen van de nieuwe lijst. Het is overigens wel interessant om na te denken over de reden waarom pas op het laatste moment de aandacht naar Liesbeth uit is gegaan. Ik meen dat zowel de media als de buitenwacht weer te snel zijn gevallen voor ‘de mythe van het leiderschap’. Politiek gaat over personen, toch? We hebben toch een verlosser nodig? Wij weten het niet meer, wij zijn wanhopig. Er zal toch wel iemand te vinden zijn die het kan? En dan gaat iedereen zoeken naar iemand die er niet is. Resultaat: lijstjes vol fouten en misvattingen. Liesbeth is nu minister van BZK geworden. Niet meer, niet minder. Het zal de lezer al opgevallen zijn dat ik haar heel hoog heb zitten en daar zijn genoeg redenen voor. Maar dit is niet bedoeld als ‘spin’ of andere onechte onzin. Ik krijg waarschijnlijk alleen maar op mijn kop omdat ik over haar schrijf. Maar door haar meer achtergrond te geven, wil ik haar ook herkenbaarder maken. Een van de grote voorrechten van mijn politieke handwerk is dat ik bijzondere mensen mag ontmoeten en zien groeien. Maar ook gewoon mens ziet zijn. Met wie je lacht en soms moeilijke momenten hebt. En die allemaal moeten woekeren met hun talenten om überhaupt bij te blijven en genoeg slaap te pakken. Liesbeth gaat nu voor mij meer dan ooit ‘de haag in’. Ze is niet de eerste bij wie ik het zie gebeuren. Overal, of het nu in Den Haag is of daarbuiten, zal ze worden omringd door een haag van mensen. Dat is denk ik noch goed voor die mensen noch goed voor de persoon is om altijd in een haag te staan. Nu weet ik dat Liesbeth wel wat kan hebben, maar ik zou toch ook aan iedereen willen vragen haar ruimte te geven, genoeg ruimte om te kunnen blijven lachen. Dat is goed voor haar, maar ook goed voor ons.

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

What’s gotten into you? Cameron laat het uit zijn handen vallen

Het was weer een stevige week, met een mooie combinatie van activiteiten. Branchebrede kwaliteit, strategisch beleidsadvies, HRO; alle kernthema’s van dit moment kwamen weer langs. En deels onverwacht: ook de politiek. Verwacht: Asje van Dijk, voormalig gedeputeerde van Zuid-Holland werd geïnstalleerd als burgemeester. Gefeliciteerd! Onverwacht: een andere gedeputeerde werd genoemd als minister. In een procedure die tot nu toe vooral uitblinkt in onzorgvuldigheid, maakt het dat ik er niet op zal reageren voordat echt alles wel of niet definitief is, maar dan kom ik.

En ondertussen is er natuurlijk deze week ook nog iets gebeurd dat om commentaar schreeuwt: het uit het verband stappen van Groot-Brittannië. Ik ben een groot fan van Cameron, maar nu vind ik dat hij het uit zijn handen heeft laten vallen – met enorme gevolgen. In de jaren 2002 – 2010 heb ik met enige regelmaat gepubliceerd op de website Conservativehome. Mede op verzoek van die redactie gaf ik vanuit Nederlands perspectief regelmatig commentaar op de positie van de Conservatives. ik stopte ermee rond de tijd dat zij de regering inkwamen en wij er zo’n beetje uit donderden. Vandaag heb ik weer een tekst ingezonden. Of ze hem plaatsen weet ik niet, want de site vertegenwoordigde altijd al de anti-Europese vleugel. Maar goed, ik moest het kwijt. Hieronder de (Engelstalige) tekst. Daaronder, voor de liefhebbers, een inbreng van Andrew Lilico op conservativehome, waarin hij een aantal intrigerende vragen stelt over de opties die de Britten nu hebben om op door te gaan. Een nieuw ‘Brussel’?

What’s gotten into you? Dutch despair at British tactics

We are natural allies. When push comes to shove, the Dutch and their governments have almost always preferred the alliance with the British above one with either the Germans or the French. It is less than two weeks that we saw a great photograph of Mr. Cameron and Mr. Rutte, our prime minister, talking with each other on board of a train and in complete accord with each other.

Last Friday Mr. Rutte emerged from the Europe top looking cool and collected. Asked about the English position, he simply said: ‘They asked too much’. And just like that, the alliance was over.

And not just with the Dutch. Even the Hungarians did not go with you in the end. If there has been one country in favor of a large EU, it has been Britain. You pushed for it, even though many would have preferred a slower integration. With 27 countries, you probably thought that would dilute the power of the other big countries. And now you are the country outside the group. Who do you think to impress with that? What are you doing it for?

In the press, the reason that was mentioned most was the way London as a financial center was threatened by extra oversight measures. Cameron came as the champion of the City. Really? If so, that starts off as a public relations disaster. All too obvious in the eyes of the European audience the City has not mended its way since the banking crisis of 2008. The champagne started flowing again, bonuses were given, many of them earned with betting against Greece and other weak countries. Even if, like me, you recognize the need for a well-functioning open market for financial services, the City still seems a place that has not learned its lessons. And on behalf of that City Mr. Cameron comes riding into Brussels? I am really, really worried that it will turn out to be more than a public relations disaster. Early Friday morning I tweeted that ‘if I were a banker I would start making my career in Frankfurt instead of London.’ Reading the media over the weekend, I am worried that the move by Britain’s government will in the end have more impact than Black Monday had. Britain can do without the Pound; London cannot do without a City.

In a way you played into the hands of the Germans when you played this financial card. The fear of the Germans is ultimately not about inflation, it is about ‘moral hazard’. Certainly Frau Merkel’s outlook is Christian-democratic, not liberal. The liberals won’t thank me for saying this; but it is about taking care of the next generation, not just of tomorrow. Aligning yourself with the City underscored that the British are not facing up to that hazard. In a way it emphasized that this is a battle of two rationalities: a political rationale versus a financial market one. If so, Britain placed itself on the wrong side in the eyes of the main parties, along the way making it possible for France to strengthen its ties to Germany. By not being a member any more of the EPP, Mr. Cameron was not there when the real discussion were held at the EPP-meeting in Marseille in the two days leading up to Brussels. Representatives of the Dutch Christian-democratic party delegation mentioned intense exchanges while in Marseille. Your point of view could not be expressed. Mr. Cameron set himself up for a disappointment that could have been prevented.   

The struggle for Europe and the role of the Euro as its coin is far from over. There is a realistic scenario in which Britain watches while the rest of Europa sinks in a monetary abyss. If so, damage will still be severe, but the British will probably be spared the direct impact of a defaulting European economy. But that is poor comfort when we all know how interconnected our economies and legal systems have become. I would dearly have Britain around in order to safe Germany from its own rectitude. Austerity may save wealth, it does not create it. But for the moment I do believe Frau Merkel will have history at her side. Which I think is a good thing too. But the truth is; the Netherlands will always need the alliance with Britain to foster free trade and stay true to cross-Atlantic policies within the European context. And speaking from my own perspective, and as I’m convinced many of my countryman, Britain has always been seen as much more of an example to us than any other country. I cannot help but feel that early Friday morning Mr. Cameron walked away from that.

 

Peter Noordhoek

 

Andrew Lllico; A few questions about our new European arrangements

Okaaay. Well, that’s set the cat amongst the pigeons. A few questions, in no particular order:

  1. Are we going to buckle in a couple of weeks, and sign up despite the show last night?
  2. Having been so adamant that we had to have an opt-out from financial regulation that we vetoed a Treaty, but not got such an opt-out, what will happen next time an EU Directive we don’t agree with something in comes before Parliament for passing? Will we pass it or not? Can the government really vote in favour of such a Directive having exercised a veto to try to resist? But if it doesn’t pass, aren’t we in violation of the Treaty?
  3. Can the Eurozone Plus group use the institutions of the EU, such as the Commission and European Court of Justice, without our say-so? And yet, since these things are all physically located in Eurozone Plus group countries, how can we, as a matter of practicality, prevent this?
  4. If we don’t sign up and won’t pass Directives and can’t control the EU institutions, have we now de facto been ejected from the EU, or have we de facto renegotiated out relationship with the EU, or have we de facto ejected the other 23 Members from the EU?
  5. If the “EU” now really consists of us, Hungary, the Czechs and perhaps the Swedes, will we be asking the Norwegians and Icelanders to join soon?
  6. If the EU is now just us four, what is the new name for the EU bogeyman? It presumably can’t be “Brussels” any more, since Belgium isn’t in our slimmed-down EU. Should we move Brussels somewhere – Prague, perhaps?
  7. Also, what’s the right name for the “EU4”? “Europe” seems a bit grand for such a small proportion of the continent. Shouldn’t we rename it “The Fourth British Empire” or something?
  8. Couldn’t this have been avoided if Cameron had renegotiated properly at an earlier stage? (I think so.) Surely if we’d sought a proper renegotiation during the 2010 Treaty amendment negotiations, matters could have been sorted more amicably?
  9. How signed up are the Lib Dems to this, really? And if they’ are prepared to go along with us de facto leaving the EU (or whatever we call this) “on the hoof”, why couldn’t they have gone along with a properly planned renegotiation?
  10. How stable is the new Eurozone Plus group? Do the Bulgarians really believe the Germans are ever letting them into the euro? If the UK can be de facto kicked out of the EU, why not others – how long does anyone expect the Greeks to stay in?
  11. Will any of these questions be resolved before the euro collapses totally? Does the new Treaty really provide a basis for saving the euro?
  12. Will the SNP now call a snap referendum on Independence, arguing that Scotland should be in the Eurozone Plus Group rather than the Fourth British Empire?
  13. Do we need a referendum on being kicked out of the EU, to see whether the British voter accepts that? Or is it okay to present that as a done deal? Might the British voter want the chance to un-veto British participation in the new Treaty?
  14. What is the Labour Party’s policy on any of this? And does anyone, frankly, care?

(Conservativehome, 11-12-2011)

Over de tijd en de duivels. Laten we onze politici prijzen

Iedereen is kritisch over de politici van Europa – inclusief de politici zelf. Het kan niet anders – zo zeggen we – of ze richten ons allemaal te gronden, te beginnen met de Euro en ons financiële systeem. Iedereen.

En dan begint het bij mij te kriebelen. Zoveel kastijding en zelfkastijding vraagt om wat tegendenken. Tegenover de ‘wisdom of the crowds’ zet ik maar mijn ‘wisdom of one’. Ik doe het met gekruiste vingers achter mijn rug, want al die criticasters zullen wel gelijk hebben, maar hé, het fenomeen van een CDA’er die tegen de stroom in zwemt is toch ook niet te versmaden.

Twee lijnen, elk rondom een vraag.

De eerste lijn: wat is falen?

De tweede lijn: wat is het bewijs dat onze politici falen?

Eerste lijn: wie kan buiten het eigen systeem optreden?

Eerst de eerste lijn. Achter het veronderstelde falen zit het veronderstelde vermogen van politici om zo op te kunnen treden dat de Europese economie wordt gered van zichzelf. Niet alleen is het de vraag of zo’n redding wel mogelijk is voor politici, het is ook de vraag of dat wel wenselijk is. Om iets te kunnen redden kan je maar beter buiten het systeem staan dat je moet redden, anders wordt het echt moeilijk. Een soort Munchhauzen-act eigenlijk. Wat je ziet is dat het politici wel lukte om effectief op te treden, waar dat de bankiers absoluut niet lukte. En tegelijk zie je dan ook waarom het zo twijfelachtig is of het wel wenselijk is dat ze dat doen. Nu zijn er – vanuit systeemredenen – banken gered die wellicht beter niet gered hadden kunnen worden. De belastingbetaler is dan toch de rekening gaan betalen voor iets wat in alle zuiverheid beter door de klant had worden betaald. Klanten die letterlijk en figuurlijk vrij waren om geld bij die bank te stallen. Een paar weken geleden heeft Buiter een ‘derde weg’ voorgesteld die beoogt meer de problemen op te lossen waar die ontstaan; bij de falende landen, banken en industrieën zelf. Het lijkt mij dat dit gezonder is dan van politici te verwachten dat ze zowel de bewakers als de bouwers van ons economisch systeem te zijn. Wat we van politici mogen verwachten is dat ze hun stinkende best doen en liefst nog wat boven zichzelf uitstijgen. Wat we niet van ze kunnen verwachten is dat die maximaal enkele duizenden direct betrokken politici en hun ambtenaren kunnen compenseren voor wat we met z’n miljoenen en miljoenen hebben laten gebeuren. We zullen toch echt zelf op de blaren moeten zitten.

De tijd en de duivels

Had ik het in het eerste deel over het verantwoordelijkheid nemen voor systeemfouten, nu wil ik het juist over de menselijke kant hebben. Hoe moet het zijn om als politicus nu verantwoordelijkheid te hebben? Geen boodschap aan, zult u zeggen? Dat is dom. Zolang we nog niet door computers geregeerd worden hebben we oog te houden voor die specifieke kant van het menselijk tekort. En deze crisis van de geglobaliseerde economie is groot. Niet alleen voor gewone mensen, maar ook voor buitengewone mensen. Wie luistert, hoort dat er voortdurend wordt gezegd dat er tijd nodig is om de maatregelen concreet uit te werken. Daar kan best uitstelgedrag in zitten, maar ik denk dat het vooral ook erg waar is en dat ons menselijk besluitvormingssysteem in feite al lang over- en overbelast is geraakt. Zelfs als je graag een technocraat bent en liever niets met de traagheid van democratische besluitvorming te maken hebt, dan nog zou je niet snel genoeg zijn om te voldoen aan de verwachtingen van vandaag. En echt; er wachten duizenden duivels in de details van de dingen die gisteren hadden moeten zijn geregeld. Het probleem van de Tijd en de duivels moeten we zien willen we wat ze doen op waarde kunnen schatten. En mijn veronderstelling is dat dan het begrip toeneemt voor een net iets langzamere koers.

Tweede lijn: wat bewijst dat politici falen?

Maar terug naar mijn punt: wat is het bewijs dat politici falen? Moet je dat nog vragen, zegt iedereen die ziet hoe ernstig de problemen zijn en hoe ‘die’ politici de markten elke keer teleurstellen. Maar is dat een realistische maatstaf?

Eerst een basisbewijs dat ze serieus zijn, het minste dat je mag verlangen. Sinds de start van de schuldencrisis verloopt het hele politieke circus in Brussel en daaromheen vrij van de persoonsgerichte incidenten die je ook zou kunnen krijgen. Geen woede-uitbarstingen richting collega’s op TV, nauwelijks verhalen over dirty tricks. Het gebeuren rond Strauss-Kahn heeft veel aandacht getrokken, maar heeft bovenal de aanwezigheid opgeleverd van de koele Lagarde. In die zin is het verschil groot met historische processen zoals het congres in Wenen, de onderhandelingen in Versailles of noem al die de historische parallellen maar op. Onlangs een boek gelezen over het proces van het maken van de Declaration of Independence en in termen van woeste persoonlijke vetes en drinkgelagen is dat echt een ander verhaal. Kennelijk ontbreekt de tijd om je druk te maken over iets anders dan de onderhandelingen zelf of zit de pers de spelers te dicht op de huid. Berlusconi is door de crisis in ieder geval voor even van het toneel, Di Ruppo komt op door de crisis. En ondertussen hebben we woorden gehoord van politici die echt verder gaan dan wat we in historische zin ooit eerder mochten vernemen (waarbij we maar zwijgen over het botte stilzwijgen van de bankiers tijdens de crisis van 2008). Hoe desastreus het ook uitpakte, ook voor hemzelf, ik vind de woorden waarmee Papandreou een referendum aankondigde wel van visie getuigen. Hij wist dat hij over het lot van zijn land sprak. Merkel en Sarkozy hebben inmiddels dingen gezegd waarvan ze weten dat het hun eigen verkiezing kan ondergraven en toch doen ze dat. Afgedwongen of niet, ze staan er wel. En last but not least is er nu de speech van Sikorski, de minister van Buitenlandse Zaken van Polen, die in een ongelofelijk mooi betoog http://bit.ly/sB3KHD alle drogredenen waarom we nu in een crisis zijn doorprikt. Uiteindelijk gaat het slechts om ‘credibility’ – kredietwaardigheid, of beter; vertrouwen. Virtuoos en overtuigend stelt hij vervolgens wat elk land moet doen om dat waar te maken. In het licht van zijn woorden wordt de rest gemekker. Hier neemt een politicus verantwoordelijkheid en reikt via de antwoorden op 5 vragen de middelen aan om anderen hun verantwoordelijkheid te kunnen laten nemen. Er zal vast veel aan af te doen zijn. Maar als dit falen is, dan zou ik zo willen falen.

Doordrongen

Te mooi vindt u? Nog nooit van die Sikorski gehoord? Jammer voor u. Gelijk dan maar door naar iets anders dat een rol speelt en het beeld van falende politici verder doorbreekt. Dat begint met de gedachte dat de politici niet doordrongen zouden zijn van de ernst van de situatie. Onzin. Of ze er iets mee kunnen is iets anders, maar ze zijn er zeer goed van doordrongen. The prospect of hanging does concentrate the mind. Elk van de betrokken politici weet dat ze ook om hun eigen overleven vechten. De vraag is natuurlijk altijd tot welke conclusies dat concreet moet leiden. Belangrijk is dat de galgenheuvel altijd in het eigen land staat opgericht. Brussel is een bron van slecht nieuws, maar het is ook de plek waar ze het minste bang hoeven te zijn voor een politiek eindoordeel. De onderlinge spanning moet enorm zijn, maar de onderlinge solidarisering nog wel meer. Dat geeft een enorm belang om er uit te komen.

Democratisch tekort

Waar het in mijn ogen wel mis leek te gaan is het democratisch tekort. Op de langere termijn is een technocratische benadering van de Europese problemen de dood in de poot. Europa zal democratisch zijn, of het zal niet zijn. Eerder heb ik daarom geblogd dat politici de moed moeten hebben om met een nieuw Verdrag te komen en die aan de kiezers voor te leggen. Het is het soort sprong naar voren waarvan velen zeiden dat je dat nu niet moet doen, maar wanneer dan wel? Hoeveel twijfels ik ook had; toch zie je dat ook op dit vlak doorbraken worden gemaakt. Er wordt nu wel degelijk over een nieuw Verdrag gesproken – en anders wel over een paar snelle aanpassingen van dat Verdrag. Het is eigenlijk een onmogelijke klus en ik vrees dat de Fransen iets zullen afdwingen dat het Franse model te veel voorop stelt, maar er is beweging en het gaat de goede kant op. Het zou me niet verbazen als we in de zomer van 2012 en een nieuw Verdrag en start met een kiezersreactie er op – goed of slecht! – zullen hebben. Ondanks de tijd en de duivels.

Is het genoeg?

Is het genoeg? Iedereen en alles vertelt mij dat het niet genoeg is. Dat de politici tekort zullen schieten, dat ze al te laat zijn. Ze zullen het ongetwijfeld scherper zien dan ik. Maar door ook de andere kant van hun inspanningen te laten zien, de wat redelijkere, positief strevende kant, hoop ik ze toch ietsje menselijker te maken. En dat is nodig. Want alleen door de hoofdrolspelers in dit drama als mensen te zien ontlopen we de val van niet-denkende sjablonen en zichzelf vervullende voorspellingen. We gaan nu een week in met aan het einde ervan weer een topconferentie. De kans dat deze top weer niet genoeg zal opleveren is groot. Dat kan de vooraankondiging van failliete Europese staten zijn. Een recessie is er al en die zal diep zijn. Maar tegelijk kunnen we weten dat wat er in gang is gezet nooit door één conferentie kan worden gekeerd. Na 9 december komt er een 10 december en voor je het weet is het 2012, is het 2013. Er zullen nog heel, heel veel stappen moeten worden gezet. Laten we de politici prijzen die dat voor ons doen. Het zijn onze politici. Wij hebben ze gekozen, met onszelf zullen we het moeten doen.

Peter Noordhoek

 

Er is een boek verschenen! ‘Branchebrede kwaliteit. Beweging in het kwaliteitsbeeld van branches, sectoren en beroepsverenigingen.’ Te bestellen door een mail te sturen naar: info@northedge.nl.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek