Maandelijks archief: september 2011

Over het plukken van beschouwingen en de leegte of volheid van een glas

Dit weekend geen uitgebreide geschreven blog. Ik ben de laatste hand aan het leggen aan mijn manuscript ‘branchebrede kwaliteit’ en dat geeft al genoeg schrijfdruk. Natuurlijk kan ik het niet laten om even terug te kijken op de algemene politieke beschouwingen van deze week, maar dan wordt het tijd voor het gesproken woorden. In een videoblog geef ik via het gesproken woord een laatste introductie op de bijzondere bijeenkomst van donderdag 29 september a.s., onder de inmiddels bekende titel (ze spraken er zelfs tijdens de beschouwingen over ..): is het glas half leeg of half vol? Is het glas half vol of half leeg?

In de videoblog wordt de kijker nog een keer ingeleid in de thematiek van de bijeenkomst – en als het goed is warmgemaakt om deel te nemen. En dat laatste lege glas? Wat is daar de betekenis van? Dat mag u de 29e horen – en aan het einde van de bijenkomst wordt dat glas echt wel gevuld.

Over het plukken van beschouwingen

Over die beschouwingen. Voor zover ik tijd had om het te bekijken, vond ik het doorgaans een hoog niveau hebben. Ook ik ben een liefhebber van de Britse debattraditie, maar ik betwijfel of het beleid daar dieper en grondiger wordt besproken dan afgelopen week in Den Haag. Laten we dus niet te somber zijn. Onze parlementaire traditie kan tegen een stootje.

Tegelijk kwam alles natuurlijk in het teken te staan van de Wilderiaanse woordenwisselingen. Ik kan me zo voorstellen dat Wilders en zijn fractie enorm veel plezier hebben gehad bij het uitdenken van het ordevoorstel bij het begin van de beschouwingen: de SP zou het woord moeten voeren, want dat is de grootste oppositiepartij nu de PvdA gewoon een gedoogpartner is geworden. Prachtig gevonden, moeten ze in de fractie hebben gedacht. Een mooi huwelijk van parlementaire procedurekennis, coalitietactiek en communicatiekracht. Door de aanval wordt de aandacht afgeleid van de eigen gedoogrol richting dit kabinet en Wilders blijft degene die als enige doet wat elke communicatiedeskundige zegt dat je bij massamedia moet doen: communiceren op het niveau van mavo 3. Er moet veel voorpret zijn geweest in de fractie.

Er zal door hemzelf en zijn fractiegenoten toch met gemengde gevoelens terug zijn gekeken op dat ordevoorstel en het vervolg in de twe dagen daarna. Het netto-effect is dat hij zichzelf terugwerpt op zijn eigen achterban. Voorlopig kan hij het schudden om als een betrouwbare partner te worden gezien voor welk toekomstig kabinet dan ook en volgens mij blijft dat zijn ultieme doel. Wat nu? Hopen op een Eurocrisis? Dat zou inderdaad nog een keerpunt voor de PVV kunnen betekenen, maar als ik lees hoe breed de afkeer van zijn optreden is onder alles wat geen uitgesproken aanhanger van de PVV is, dan denk ik dat de kans daarop deze week ook een stuk kleiner is geworden. Er hoort nog iets bij. Het grote publiek is deze week als het ware verder opgevoed in de tactiek van Wilders. Van alle kanten is zijn methode toegelicht. Zelfs het verassende wordt zo voorspelbaar. Wat valt er nu nog te bedenken?

De andere ‘wildcard’ is de PvdA. Ik hoor niet bij degenen die lacherig doen over Cohen. Buiten de dogfights met Wilders was zijn inbreng inhoudelijk gewoon aan de maat en zelfs in het conflict met Wilders, met name toen Rutte geen ander antwoord had op het ‘doe normaal man’ dan het zelf nog eens te herhalen, was hij het die verwoorde wat iedereen dacht: dat laat je je als premier niet aanleunen. Tegelijk is het ook niet de doorbraak geworden waar de PvdA op zal hebben gehoopt. Er zijn nu drie scenario’s: doorgaan, tussentijdse wissel en wisselen als de volgende lijst moet worden gemaakt. Als ik de PvdA was zou ik zo lang mogelijk voor dat laatste scenario gaan (me ook herinnerend hoe vernietigend indertijd de kritieken op Kok waren – vlak voordat hij premier werd).

En het CDA? Ik tel de zegeningen en die zijn er deze week absoluut geweest. Voor hemzelf en voor de partij ben ik ontzettend blij dat Sybrand de woorden heeft gevonden om Wilders in de hoek te plaatsen van zijn mavo 3 schoolplein. Heerlijk ook om te zien hoe een rationeel iemand als Sybrand er in is geslaagd ons op emotioneel niveau te raken. Tegelijk heb ik – en hijzelf waarschijnlijk – weinig illusies over de situatie waarin het CDA zich bevindt. Ook voor het CDA gelden onaantrekkelijke scenario’s en uiteindelijk stemmen mensen meer met hun portemonnee dan met hun fatsoen. Tegelijk: in een prachtig weekend, waarin we met eigen ogen konden zien hoe rijk de oogst aan appels en peren dit jaar uitvalt, mag het Sybrand vergeven worden als hij zegt: deze beschouwingen heb ik geplukt.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl

Het echte begrotingstekort is het tekort aan tijd. 5 snelle stappen voor de EU

Ik zit gevangen in het verschil tussen wat ik wil dat er zal gebeuren en wat ik denk dat er zal gebeuren. Kijk ik mijzelf in het hart dan wil ik de geborgenheid van het bestaande houden. Een machtiger Europa? Moet dat? Maar wij zitten in wat al genoemd wordt ‘een oorlog tussen de financiële en de overheidswereld’. Beide voeren de bewapening op en de enige uitkomst hiervan is een meer supranationaal Europa, ook al zou dat Europa zelf kleiner kunnen worden.

‘Als we nou eens even allemaal onze waffel zouden houden!’, zei Neelie Kroes uit de grond van haar hart – en ik zeg het haar na. In het perspectief van de tijd gezet is dit een ernstige crisis, maar het hoeft geen dodelijke te zijn. Mits landen en banken de tijd hebben om hun huis op orde te krijgen. Tijd kopen lijkt dan ook voortdurend het devies van leiders als Merkel. Onder normale omstandigheden geef ik haar groot gelijk, wetend ook hoe moelijk het is om schepen van staat van koers te doen veranderen – de vrije ruimte in de begrotingen zoals die nu in Nederland gelekt zijn ligt doorgaans ver onder de 10%. Het meeste ligt voor jaren vast, muurvast. Maar dit zijn geen gewone tijden. Banken en beurzen, die in Londen voorop, denken niet in de tijdstermen van overheidsbegrotingen. Het echte begrotingstekort is overal het tekort aan tijd.

Wat moet er gebeuren, wil het niet op een andere manier gaan gebeuren? Twee stappen naar voren, twee stappen terug en de woorden vinden om de stappen te verbinden.

Stappen naar voren

  • Een nieuw Maastricht. Het is tijd voor een nieuw verdrag. Laat het CDA de voorzet doen, het Kabinet het initiatief overnemen. Van Rompuy roept de EU-partners bij elkaar. Niemand de deur uit voor er een verdrag ligt. Optie om uit de EU te stappen is minimum uitkomst. Parlementen vergaderen overal in dezelfde week over uitkomsten van Maastricht.
  • Vervroegde Europese verkiezingen. In een nieuw Europa is het woord minder aan de regeringsleiders en meer de commissieleden. Zij moeten laten zien wat ze waard zijn. Een commissaris met de bevoegdheid om landen op de vingers te tikken is een noodzakelijke stap, maar toch: too little, too late. Verdere stappen kunnen niet zonder democratisch moment. Daarom dit: na Maastricht vervroegde verkiezingen uitschrijven voor het Europees Parlement. Laat elke Europese politieke partij met een Europese lijsttrekker komen.

Stappen terug

  • De schaduwkant van Europa aanpakken. Committologie aanpakken. Het Europa van teveel fondsen en teveel kleine regels terugdringen en dat kan niet anders dan door het circus onder de commissie merkbaar te verkleinen.
  • In het verlengde: verminderen eenvormigheid. De monikken zwierven altijd vrijwelijk door Europa, maar ze hebben nooit dezelfde kappen gedragen. Accepteer verschil. Dat is ook het bezwaar tegen wat iedereen nu roept over het gelijk stellen van een monetaire en fiscale unie. Juist de verschillen in fiscaal regime houden het systeem flexibel. Een goede borging tegen misstanden hoort er uiteraard wel bij.

Nieuwe woorden

  • Een nieuw Europees idee formuleren. De Verenigde Staten claimen de enige natie te zijn die op een idee is gebaseerd. Welnu, dat was destijds nodig ook gelet op de verschillen tussen de staten (wel / niet slavernij!). De sprong is voor Europa minder groot, maar wel urgent. Hierboven gebruik ik de term ‘oorlog’. De term is van een gerenommeerd blad, maar evenzogoed mijn excuses hiervoor, want het is ‘over the top’. En dat moeten we vooral zo houden. De urgentie is wel groot genoeg om de mooie woorden die er al zijn om te vormen naar iets wat het nieuwe evenwicht tussen de afzonderlijke landen en de nieuwe EU-structuur rechvaardigt.

Per saldo veel stappen die tegen onze intuïtie ingaan en die we niet willen doen, of hoogstens in een tempo van één stap per vijf jaar of zo. Vergeet het. Een meer supranationaal Europa komt er aan en dan kunnen we er beter bij zijn als het vorm krijgt. Voor de Nederlandse politiek, hier en in Brussel, een mooie kans om leiderschap te tonen. Maar die verkiezingen dan? Als je de mensen nu de keuze geeft, stappen ze dan niet uit de EU? Die kans bestaat. De kans bestaat ook dat bij een echte keuze ook een echte keuze wordt gemaakt, als u begrijpt wat ik bedoel.

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

Stof: de kleine fragmenten van 9-11

Voordat het stof werd

Ik heb de torens van het World Trade Centre bezocht. Twee keer bezocht voor 9/11 en één keer erna.

De eerste keer was mijn eerste dag op mijn eerste bezoek aan de Verenigde Staten. Ik wachtte in een lange rij, ging van lift naar lift en kwam toen helemaal boven. New York. Aan mijn voeten. Eerst heb ik minstens een half uur van hoek naar hoek gelopen, het uitzicht in mij opdrinkend. Lang nadat de mensen die met mij mee omhoog waren gekomen alweer vertrokken waren was ik er nog, maar ik trok me wel terug van de railing. Op een verhoging – zo’n beetje het hoogste punt waar ik nog kon zitten – bleef ik zitten en pakte mijn boek. Hier wilde ik de middag doorbrengen en de stad tot mij door laten dringen. Na elke paar bladzijden keek ik weer op van mijn boek – iets met Kissinger – om me te beseffen waar ik was. Op een gegeven moment pakte ik mijn pen en begon een brief te schrijven aan een vriendin. Al mijn verwondering legde ik in die brief, hoewel ik eigenlijk nog niets te melden had. Bijna aan het einde van de brief gekomen klom er een jonge dame naar mij toe. Chinees uiterlijk. Heel direct sprak ze me aan.

– ‘What are you w’iting?’

– ‘Just something.’

– ‘Ah, you are w’iting a book! Ik knew it.’

– ‘No, no’, maar ze geloofde me niet en ik was ijdel genoeg om niet te zeggen wat ik wel schreef.

Ze kwam van de andere kant van de aarde. Uit Taiwan. Ze woonde sinds een paar dagen in Chinatown. Ze wist al dat ik geen Amerikaan was. Die lezen niet en dragen geen leren schoenen. Holland? Ah – so-y, whe’e ’s that?

Het was een heel aardig meisje van de andere kant van de wereld, maar ik was op het hoogste punt van Amerika en ik wilde niet dat iets de magie zou verstoren. Met een smoes excuseerde ik me.

In juli 2001 ben ik er samen met Loes, mijn vrouw, nog een keer geweest. Weer de lange rij, weer de liften, weer dat uitzicht. We zijn van hoek naar hoek gelopen en hebben alles opgezogen op een manier van echtparen die niet alles meer op hoeven te schrijven. Magie.

In juli 2008 trokken we door Canada en de Verenigde Staten. Het was de tijd van de campagne van Obama. New York was onze eindbestemming, in Times Square ons hotel. In de loop van de middag van de eerste dag bereikten we lower Manhanttan. De bouwput was enorm, maar bijna nergens konden we er in kijken. De ramp herkende ons als ramptoeristen en hield ons terecht op afstand. Alleen op de begraafplaats van de Trinity Church, pal naast de bouwput, was er een moment waardoor in ieder geval het absurde ‘geen toeval meer’-karakter van de ramp tot ons doordrong. Op een grafsteen stond daar de naam van een Bush. Ik checkte het en het bleek inderdaad een voorvader van de president te zijn. De steen keek stil uit op de bouwput.

 

Stof

 

Vrouw in ’t stof

’t Stof van papier,

torens, paperclips

en wij

 

 

 

 

Man in ’t stof

In ’t park van

aktentassen, nota’s

en een nog te schrijven

notitie aan onszelf

 

 

 

 

Redder in ’t stof

Op de bank waar ’s nachts

de zwervers rustten

en overdag toeristen

zoals ooit wij

 

 

Jezus in ’t stof

Bij de telefoon

waarop voicemails

onbeantwoord blijven

van ons allemaal

 

 

 

 

 

 

Man in ’t stof

van zijn maten

van zijn land

van hemzelf

 

 

 

Nawoord: stof tot nadenken

Het is nu bijna 12 september. De herdenkingen op TV van 9-11 laat ik aan mij voorbijgaan. Er moet gewoon gewerkt worden, ook op zondagavond. Wie, zoals de meeste van ons, de weg in de media weet te vinden, is vanzelf een veteraan in het herdenken geworden. Grote gebeurtenissen vragen dan om een grote manier van herdenken. Dat zorgt voor afstand. Gelukkig hebben een aantal media echt goed hun best gedaan het gebeuren rond 9-11 weer een menselijke maat te geven. Ik kon mij uit 2001 een verhaal herinneren van een Nederlandse dame die op het WTC werkte. Een bijzondere baan voor een bijzonder mens. De NYT maakte het mogelijk naar haar op zoek te gaan.

Hoe indrukwekkend ook, hoe dichtbij ook, de echte ‘les’ kwam bij mij vandaag pas binnen toen ik een korte analyse van Jason Burke las in de Guardian. Hij heeft met veel personen gesproken die van terrorisme verdacht werden of daar voor veroordeeld waren. Hij verhult zijn ergernis niet als hij het over de motivatie heeft die zij hadden voor hun daden. Het is een aaneenschakeling van onbenullige, half doordachte en slecht geïnformeerde banaliteiten. Voor hem wordt het pas interessant als hij het gesprek voert over hoe ze feitelijk tot hun daad kwamen. Ideologie, in wat voor vorm dan ook, blijkt daar feitelijk geen rol in te spelen. Het zijn allemaal verhalen over groepsdruk, over relaties. Wraakgedachten lopen samen op met de wens om niet laf te worden gevonden. Eergevoelens zijn te herleiden tot pogingen te ontsnappen uit het leven dat ze leiden. Het is niet het verhaal van een Islamitische beweging, het is vooral het verhaal van een ongeletterde pauperbeweging. Terrorisme als uitkomst van een vaak gebrekkig gemanipuleerde groepsdwang. Gruwelijk in z’n consequenties, maar ook absurd klein in z’n oorsprong.

Wij kunnen onszelf verwijten dat we het te groot hebben gemaakt. We zagen de ideologie en niet de stupiditeit. Na de zorg en de bezorgdheid kreeg ook ik een oorlogsgevoel, een wraakgevoel, op de dag dat ik de torens neer zag storten. Ik zag historische bewegingen en niet de dwang van broer tot broer in een Arabische familie context. Het zij mij vergeven, het zij zelfs Bush vergeven dat we overreageerden. De aanleiding was er naar. Maar alleen op voorwaarde dat we ervan leren.

Zo moeilijk als het ook is, de opgave is om achter grote maatschappelijke bewegingen de patronen van groepsdwang te blijven zien. Mensen lopen alleen in de tunnelvisie van een ideologie of geloof als ze de roede van de directe omgeving vrezen of door anderen in de eer van een ondaad gaan geloven. De enige manier om dat echt te voorkomen is door het niet zover te laten komen. Dan hebben we het dus over opvoeding, onderwijs, openheid en mediawijsheid; de standaard beschavingselementen. In hetzelfde interview stelt Fukuyama dat 9/11 niet de belangrijkste gebeurtenis van 2011 was. Dat was de opkomst van China – al had hij kunnen zeggen dat 9/11 ook het startpunt was van de ondergang van Amerika. Hij meent dat de belangrijkste gebeurtenis van 2011 de Arabische lente was; een bewijs van de moderniserende invloed die de Arabische wereld aan het ondergaan is. Ik hoop het met hem, al kan uit de onrust ook een nieuwe Arabische groepsdwang voortkomen. Goed of kwaad; we weten dat de fundamentele tegenstellingen niet voortkomen uit een ideologie, maar uit de GMM: de Grote Menselijke Misverstanden. En dan ga je op een gewone werkdag naar kantoor en vliegt er een vliegtuig je raam binnen.

 

PN 11

Waarom ontregelen twee betekenissen heeft die samen zouden moeten vallen

Deze week was de presentatie van het rapport ‘De ontregelde samenleving’. Het rapport ging uit van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. Ondergetekende heeft de wording van het door Evert-Jan van Asselt goed geschreven rapport mee mogen maken, ook als lid van de klankbordgroep. Ik kan het er dus niet mee oneens zijn – en toch ga ik dat wel proberen. Want het kan nog scherper. We moeten zelf ontregeld worden, willen we ooit tot een ontregelde samenleving kunnen komen.

We kunnen het regelen niet laten

Zoals het boek Exodus het beschrijft, kwam Mozes met twee stenen tafelen de berg af met daarop de tien geboden. Hij was echter zo geschokt door de scene die hij aantrof aan de voet van de berg Ararat – het dansen om het gouden Kalf – dat hij de stenen tafelen op de flanken van de berg kapot sloeg. Nu wil ik niet oneerbiedig zijn, maar was het niet beter geweest als hij die stenen tafelen daar had laten liggen? Het gouden kalf is inmiddels een stier – een ‘Bull’ – geworden (tenzij het opeens een ‘Bear’ wordt, zoals nu), maar wat had Mozes ons een hoeveelheid regelgeving kunnen besparen. Dat heeft hij echter niet gedaan. Minister Donner beschrijft hoe het daarna mis gaat: ‘Israël had direct drie Bijbelboeken nodig om die tien geboden en alles wat daarmee samenhing te vertalen voor het dagelijks leven: Deuteronomium, Numeri, Leviticus. En daar kwam vervolgens het nieuwe testament nog weer overheen.’

We kunnen het regelen niet laten. Het zit kennelijk in onze natuur. Ook nu het plannings- en maakbaarheidsdenken allang in diskrediet is geraakt, gaan we toch gewoon door met regelgeven. In Nederland, afhankelijk van hoe je telt, zitten we nu in de 5e beleidsgolf gericht op deregulering. Dat zijn zeker niet alleen maar loze acties geweest, maar per saldo heeft het eerder tot herregulering dan tot een getalsmatig vermindering van regelgeving geleid. In 1982 was ik een student bestuurskunde die bijna bij toeval een Heroverwegingsrapport in handen kreeg onder de kop ‘Deregulering’. Ik besloot daar mijn afstudeerscriptie van te maken, in de verwachting dat ik snel moest zijn, anders was het thema weer weg. Al heel snel leerde ik dat het thema nooit zou verdwijnen en eigenlijk meer als ‘herregulering’ moet worden aangeduid dan als ‘deregulering’. Dat is nog steeds zo en het is één van de redenen om te vermoeden dat ik met het thema ook aan het slot van mijn carrière nog bezig zal zijn. Het ontlokt me toch een zucht – en niet van blijdschap. Deze week verscheen er een onderzoek van de Universiteit van Utrecht waarin er gekeken is wat de liberalisering in de zorg heeft betekend voor de hoeveelheid regelgeving. Welnu: het aantal wetsartikelen dat gericht is op regelingen in de zorg nam sinds 2005 met 230 procent toe. Alstublieft.

Liberale regeldrift

Het is natuurlijk wel erg interessant dat juist een op vergroting van vrijheid gericht initiatief alleen maar tot meer regelgeving leidt. Het bevestigt ook wat het rapport zegt, namelijk dat het vergroten van het aantal regels niet alleen aan het maakbaarheidsgeloof van de socialisten te wijten valt. Zoals de voorzitter van de Klankbordgroep, Hein van Oorschot, stelde: ook de liberalen hebben er een handje van, ook al heten ze paradoxaal genoeg de kampioenen te zijn van het terugdringen van de overheidsbureaucratie te zijn.

De misvatting van de liberalen schuilt in de mix van hun op individualisme gebaseerd mensbeeld en hun verliefdheid op simpele arrangementen met een krachtige vorm van leiderschap. Het individualisme leidt tot een houding van ‘overheid, bemoei  je er niet mee’ zolang alles goed gaan en een heftige verontwaardiging als diezelfde burger in het eigen belang wordt getroffen en er niet meteen direct en perfect op maat wordt gereageerd. De versimpeling leidt tot het onderschatten van aanwezige belangen en verbanden. Het wantrouwen daartegen, in combinatie met een te romantisch beeld over wat centraal leiderschap vermag, leidt tot de schijn van daadkracht. Of, in de meest extreme vorm, tot ‘proletarisch dereguleren’; alleen nog maar die regels maken en handhaven die passen bij de eigen doelen en de rest gewoon negeren – totdat anderen er onvermijdelijk over gaan struikelen. Als het om regelgeving gaat is het liberalisme aan het eigen succes ten onder aan het gaan. Rawls besefte al dat elke vrijheid begrensd wordt door de afstand tot een andermans neus, maar het liberalisme heeft bij omissie de illusie laten ontstaan dat die vrijheid nog verder strekt dan de regels aangeven. Met elke regel die de liberalen stelden maakte ze ook de afstand tot andermans neus kleiner. Daar krijg je bloedende koppen van.

Geen heiligen

En de christen-democraten dan? Welke christen-democraten? Kunnen we eigenlijk wel kiezen tussen een semi-socialistisch maakbaarheidsgeloof of het meedoen met de macho van een al te leeg liberaal vrijheidsideaal? De praktijk laat zien van niet. Om het maar hard te zeggen: we combineren al heel lang het slechtste van beide werelden en zijn er ondertussen in geslaagd ons maatschappelijk middenveld volstrekt lam te institutionaliseren. Het resterende deeltje ervan hebben we terecht overgedragen aan een laatste generatie PvdA-bestuurders. Die mogen het licht uitdoen.

Terwijl we zo goed weten waarom het anders moet. In een christen-democratisch mensbeeld is de overheid een noodzakelijke toevoeging aan de samenleving en niet andersom. In een ‘normale’ samenleving horen risico’s en is er geen garantie op geluk, maar je staat er ook niet alleen voor en er is zoiets als een geweten en eigen verantwoordelijkheid om je op koers te houden in de relatie met anderen. Een eigen verantwoordelijkheid die je vorm geeft in de relatie met anderen. Geluk maak je in die relatie met anderen; je kan het niemand beloven.

Wat is daar dan Christelijk aan? Opnieuw het woord aan de razend scherpe Donner. Bij de persconferentie naar aanleiding van het rapport kwam een razend interessante vraag van de vertegenwoordiger van het Nederlands Dagblad: “kunt u de relatie aangeven tussen secularisatie en de opkomst van de bureaucratie?’ Maar Donner ging daar mee om als een Ninja op een verjaardagspartijtje met ballonnen: ‘Ach, het ging al mis met het protestantisme. Toen die besloten de Heiligen af te schaffen was er geen andere optie meer dan het zelf te gaan regelen.’

Maar ook met een Donner in vorm blijven het natuurlijk mooie abstracte woorden: ‘eigen verantwoordelijkheid’, ‘zelf regelen’. Hoe dan? Wat moet er anders gebeuren? In het rapport staan een aantal op zich waardevolle aanbevelingen om het anders te doen. In de kern komen ze neer op minder doen, of op iets minder doen: sunset legislation, hantering van open normen, minder uitzonderingen gebruiken, risico’s durven benoemen maar ze ook accepteren. Ik ben het erg met ons rapport eens – maar mijzelf helemaal overtuigen doe ik ook niet. Daarom wil ik hier een stap verder gaan dan het rapport over ‘de ontregelde samenleving’. Ik ga weer terug naar mijn eerste titel:

De ontwenning

Hoe bestrijdt je een verslaving? Want verslaafd zijn we. Bij politici en ambtenaren lijkt dat evident. Bij die laatste groep is dat een variant op Niskanen’s theorema: via regels maximeren we onze budgetten. Maar het geldt net zozeer voor burgers en bedrijven. Vergis je niet bij die laatsten: nergens vindt je bijvoorbeeld meer regels dan in de databanken van het Nederlands Normalisatie-instituut. Branche-organisaties danken hun bestaan nu eerder aan wat ze in Den Haag en Brussel wel of niet met regels kunnen doen dan aan wat ze nog voor hun leden weten te doen. Over burgers hebben we het al gehad, maar ik denk niet dat we voldoende beseffen hoe onzalig de regelreflex werkt bij elk incident dat zich voordoet. Zeker in Nederland, waarin de media in vergelijking tot bijvoorbeeld België ronduit manisch zijn als het om de schuldvraag gaat. Blind wordt er daarbij vanuit gegaan dat na elke misstand er maatregelen moeten volgen, terwijl de beste maatregel heel vaak gewoon niets doen is. Ja, niets doen. Aanvaarden dat er een keer iets mis gaat. Kijken hoe andere mensen hun lessen leren, verantwoordelijkheid nemen. Eigenlijk: handelen zoals je dat van een volwassen iemand verwacht. Maar dat kunnen we kennelijk niet. Als junkies moeten we ontwennen.

Ontregelen in beide betekenissen

Nog een keer Donner. Scherp, maar nu toch echt minder scherp. Bij het ontvangst nemen van het rapport maakte hij de opmerking dat de titel van het rapport nogal verkeerd zou kunnen worden opgevat. ‘De ontregelde samenleving’ kan worden gelezen als een samenleving waarin er veel minder regels zijn, maar in de meer gebruikelijke betekenis zou er dan ook sprake kunnen zijn van een samenleving die ‘ontregeld’ is in de zin van een ongeordende puinhoop. Donner maakte duidelijk dat dit volgens hem niet de bedoeling kon zijn.

Maar waarom eigenlijk niet? Zoals elke brandweerman weet die in een bos een brand wil blussen: je moet vuur met vuur bestrijden. Als christen-democraten zeggen dat we weer moeten leren leven met meer risico’s, dan moeten wij niet zelf de vleesgeworden braafheid zijn. Dan moeten er ook risico’s worden genomen. Als christen-democraten vinden dat er een gebied is tussen markt en overheid dat gevuld zou moeten worden met nieuwe verbanden, dan moeten we die wel willen vinden, ook op het internet, en er geen institutioneel verhaal van gaan maken. Laat duizend bloemen bloeien en ga niet te snel snoeien. Ontregeling heeft nu twee betekenissen, maar die zouden eigenlijk samen moeten vallen. We krijgen alleen een ontregelde samenleving als we ontregeld samen durven te leven. Start de ontwenning.

 

Peter Noordhoek

 

www.northedge.nl


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek