Maandelijks archief: augustus 2011

Het wordt weer tijd voor verzelfstandiging

In deze blog doe ik een luie-haan-act: ik heb gewacht tot er een andere haan kraaide en nu knik ik. De haan die kraaide is Ton Bestebreur, mijn favoriete columnist van Binnenlands Bestuur en echte kenner van de wereld van publieke financiën (volg hem op @bestebreur).  

In zijn laatste column verbaast hij zich terecht over de stilte die er is rondom het fenomeen verzelfstandiging. Normaal gesproken is dit een vast onderdeel van het repertoire in tijden van bezuiniging, maar dit keer valt er niets over te horen. Het heeft geen uitgesproken rol gespeeld in de ambtelijke heroverwegingswerkgroepen en het heeft ook geen plaats gekregen in de plannen voor de compacte overheid.

De reden voor de stilte laat zich raden: dit is een tijd waarin het politieke primaat centraal staat. Overheidsdiensten worden daarbij zowel gecentraliseerd als geconcentreerd. In een setting als deze is het geven van meer eigenstandige bevoegdheden aan een overheidsdienst vloeken in de kerk – zeker als het risico bestaat dat de bazen van die diensten meer dan gemiddeld beloond worden. En toch wijst Bestebreur er terecht op dat het aannemelijk is dat diensten beter functioneren als er vrijheid is op het gebied van de bedrijfsvoering. En Bestebreur zegt het niet, maar als ik mijn luie-haan-rol iets mag laten varen, zeg ik er dit bij: grote geconcentreerde diensten hebben geen goed trackrecord als het om een effectieve bedrijfsvoering gaat. Of denkt men werkelijk dat puur het omlaag brengen van het aantal ambtenaren in die diensten al prestatie genoeg is? En de verwachte prestaties richting burgers en bedrijven dan? Zelf heb ik verzelfstandigingen getrokken, gevolgd en begeleid. Daar heb ik heel wat gekke dingen bij meegemaakt. De grootste fout was doorgaans dat de oorspronkelijke verzelfstandigingsgedachte niet werd afgemaakt en dat departement en dienstleiding hun eigen spelregels over besturen op afstand niet serieus genoeg namen. De keren dat ik een concentratiebeweging mocht volgen liep het met de bedrijfsvoering pas echt fout. Niet verzelfstandigen is duurder dan wel verzelfstandigen en daarom hoort het onderdeel te zijn van de budgettaire afwegingen van vandaag.

Bestebreur stelt terecht dat intern verzelfstandigen eigenlijk een contradictio in terminus is. Uiteindelijk is een heldere keuze tussen een publiek of private rol beter. Tegelijk is het gewoon de weerspiegeling van een maatschappelijke werkelijkheid dat we allerlei hybride vormen van organiseren hebben. Daar kunnen we er dan ook maar beter het optimale van maken. Wel stel ik voor het criterium voor verzelfstandiging te wijzigen. Laten we eerlijk te worden over het werkelijk onderscheidende bij de vraag of iets verzelfstandigd moet worden of niet: de politieke gevoeligheid. Ging het in vorige rondes vooral over de vraag of er wel of niet sprake is van een dienst of taak die zich leende voor marktwerking, nu moeten we gewoon kijken naar het aantal Kamervragen en krantenartikelen. De politieke factor in het debat over de uitvoering laat zich niet beheersen en dus kunnen we er beter rekening mee houden. En al zou je het niet zeggen als je de media volgt: er zijn nog erg veel diensten die gewoon en rustig heel goed werk doen en via verzelfstandiging van de bedrijfsvoering een extra prikkel kunnen krijgen om er in moeilijke tijden iets moois van te maken.

Rapport

Deze week is de presentatie van het rapport: ‘De ontregelde samenleving’. Het rapport is afkomstig van het Wetenschappelijk instituut van het CDA, met Hein van Oorschot als voorzitter en de onvermoeibare Evert-Jan van Asselt als schrijver-secretaris. Zelf heb ik wat aan de totstandkoming mogen werken en zat ik in de klankbordgroep. Het bovenstaande zult u zeker niet in dit rapport terugvinden. Het rapport is strakker en gericht op een meer algemene problematiek, wat ik maar noem onze verslaving aan de overheid. De vraag of iets verzelfstandigd moet worden of niet is belangrijk, maar uiteindelijk vooral een vormkwestie die zich primair richt op de inrichting van de bedrijfsvoering. De vraag of iets een publieke taak is hoort, is een vraag die alleen door politiek en samenleving beantwoord mag worden. In een tijd van zowel overheids- als marktfalen lijkt het alsof we niet meer in staat zijn die vraag te beantwoorden. Dan is de kans dus groot dat we nooit echt af kunnen kicken van onze regelverslaving. Het is een hele lastige, maar wel essentiële opgave om een afkickprogramma met perspectief te vinden: tussen markt en overheid in.

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

APB: laat de fracties als Europese partijen spreken

De Algemene Politieke Beschouwingen (APB) komen er aan. Het is een van de weinige gelegenheden in ons parlementaire bestel waarin partijen de gelegenheid hebben, al is het maar een paar minuten, om ongestoord hun visie op ons land neer te zetten – en wat hebben we daar een behoefte aan. Dit keer heb ik een voorstel: laat de fractievoorzitters spreken alsof ze niet alleen de fractievoorzitters zijn van een Nederlandse partij, maar alsof ze de vertegenwoordiger zijn – wellicht zelfs de leidende figuur – van een partij op Europees niveau. Als Nederlanders voeren we een soort assertief verdedigende strategie, maar die levert te weinig op. Het wordt tijd ons eigen geluid te laten horen op het niveau dat er toe doet.

Video polblog

Voor dat het voorstel wordt besproken eerst dit: deze korte blog omvat de kern van een mijmering in mijn allereerste video polblog op You Tube. Europa, Nederland en de politieke beschouwingen. Iets in mij wil dat de link het niet doet, maar voor het geval dat het toch te zien is; laat graag weten wat jullie er van vinden. Verder: deze blog haakt in op mijn blog van 2 weken geleden. In verkorte vorm is deze blog verschenen als opiniestuk in het Financieel Dagblad van zaterdag 13 augustus jl.. Dank voor alle fijne reacties!

Voorstel

Terug naar de kop van deze blog. Het voorstel is dat elke fractievoorzitter zo spreekt dat hij of zij beseft dat ze niet alleen fractievoorzitter van een partij zijn uit een middelgroot land, maar spreekt als of hij of zij de leider is van de gelijkgezinde partij in het Europees Parlement. Als dat niet helemaal past moet er maar om gevochten worden. Dat betekent dat Cohen en Roemer elk het geluid van de socialistische partij mogen proberen te vertegenwoordigen. VVD en D66 mogen zichzelf neerzetten alsof zij bepalen wat het liberale geluid is in Europa. De PVV mag laten horen hoe zij hun hard afwijzende geluid verwoorden, tenslotte vertegenwoordigen zij ook een stroming binnen de EU. Het CDA heeft het relatief het makkelijkste: de lijnen met de Europese Volkspartij (EVP) zijn zo kort en direct dat de partij zich, als het wil, kan omdopen tot EVP.nl. De kleinere partijen moeten, zeker als ze een Europa afwijzend standpunt hebben, vooral benadrukken hoe Nederlands ze zijn. Dat is ook een rol.

Een oefening in leiderschap

Waarom spreken als de vertegenwoordiger van een Europese partij? Om boven onszelf uit te komen. Om te oefenen in leiderschap. De manier waarop we nu over Europa spreken is ontkennend of sterft in schoonheid. Hoe goed doordacht de analyses in de media en op straat ook zijn – we zijn allemaal experts geworden – ze komen overwegend neer op redeneringen waarom Euro en Europese Unie onmogelijk of ongewenst zijn. Vrijdag 19 aug. stond in het NRC een van de beste analyses, een voorpremière op het boek van Jaap van Duijn, de vooruitziende auteur van het ‘Het einde van de groei’. Maar of die analyses nu kloppen of niet: de realiteit is anders. Terwijl wij nog discussiëren over de vraag welke wissels er moeten worden omgezet, dendert de Europese trein steeds sneller door. Hoezeer ook de commentaren gelijk hebben die zeggen dat de wijze waarop Europa nu tot een integratie komt niet deugt, het gebeurt wel. Zelf hoop ik dat er een Europa uitkomt dat er uiteindelijk zo sterk uitkomt dat we de ‘concurrentie van de continenten’ aankunnen, zeker weten doe ik het ook niet. De kans dat we verder naar beneden rommelen is zeker zo groot. Maar hoe dan ook, de trein richting integratie gaat verder en wij zijn met te weinig aan boord, laat staan dat we in de machinekamer staan.

De duidelijkheid van het debat

Het wordt tijd voor de duidelijkheid van het debat. De kans bestaat dat hiermee de algemene politieke beschouwingen een platform voor de PVV worden, maar daar zijn de andere partijen zelf bij. Sommige partijen in het midden – het CDA is volgens de peilingen nu de 6e partij van het land, PvdA de 4e – hebben nog maar weinig te verliezen. Laat dus maar zien. Met welke boodschap worden de collega’s in het Europees Parlement op pad gestuurd? Wat wordt de partijpolitieke opstelling als het om de Europese regering gaat? Als we de euro en unie wille laten overleven, hoe doen we dat zonder ons over te leveren aan staten met minder discipline? Hoe gaat de besluitvorming verlopen? Als we euro en unie niet willen laten overleven, hoe zien de partijen dat gebeuren zonder schade? Gaan we Van Rompuy steunen of hem voor de voeten lopen? Kortom; zeg niet alleen waar je tegen bent, maar ook waar je voor bent en laat de politieke kleur er maar doorheen komen. Welke partij kan de Europese arena het beste aan?

Peter Noordhoek

www.northedge.nl

Van Hoodies naar mannetjes op de maan (of ook: met Gelderland naar Engeland)

De weg van Westminster naar het Olympisch stadion loopt via Hackney. Nou ja, niet helemaal, eerlijk gezegd. Als je wilt rij je zonder problemen om de wijk heen en dat zullen de meeste mensen tijdens de spelen ook wel doen. Zouden we tegen die tijd dan ook niet meer aan Hackney denken? Aan het Hackney van de Rellen van augustus 2011? In deze blog kijk ik terug naar een reis die we in 2009 naar dezelfde steden in Engeland hebben gemaakt die nu onderdeel van de rellen zijn geweest. Daarbij probeer ik iets te zeggen over de kans dat er meer ontwrichting zal volgen – het soort ontwrichting waar niemand omheen kan rijden.

Aan mijn blog is aan het einde de tekst van een mail toegevoegd van Peter Franklin, parliamentary assistent van Greg Clark, de nieuwe ‘minister of cities’

Context

Hackney is een goed voorbeeld van een Londense wijk waarin sprake is van een wankel evenwicht. En dat evenwicht ligt letterlijk aan scherven. Ik sluit me aan bij degenen die het veel te gemakkelijk vinden om excuses te zoeken voor het gedrag van het tuig door te verwijzen naar ‘sociale omstandigheden’. Om ethische en praktische motieven zal het rechtssysteem nu moeten doen wat ouders hebben laten liggen: een echte tik op de vingers uitdelen. Maar dat gezegd hebbend, is het ook duidelijk dat het rechtssysteem alleen niet genoeg is om deze vorm van anarchie te keren. We hebben lessen te trekken, en snel ook. Zoals Cameron zelf zegt: ‘criminals should be treated as criminals, but criminality always has a context’. Het is wat veel voor een blogje, maar hier wil ik mij toch richten op de vraag naar de wisselwerking tussen de economische en sociale context.

Plunderende superconsumenten

In mijn blog van vorige week (in verkorte vorm in het FD van zaterdag 13 augustus verschenen), voorspel ik een ‘W-vormige’ recessie. Dit vooral omdat ik verwacht dat de Amerikaanse bezuinigingen zich zullen vertalen in een reeks faillissementen van Amerikaanse Staten en steden. Faillissementen die zich weer zal vertalen in allerlei effecten op de inkomsten van private partijen in met name het kwetsbare middensegment. Dit schreef ik op met het oog op de te verwachten economische effecten. Na de rellen in Engeland zie ik nog een ander effect: sociale ontwrichting op grote schaal. Door verschillende mensen in mijn omgeving wordt dit al sinds het begin van de eerste crisis voorspeld (ze hebben echter niet voorspeld dat de ontwrichting zo bij de tijds zou zijn: plunderaars als nihilistische superconsumenten met een voorkeur voor HD-TV’s). Dat die sociale ontwrichting er tot nu toe niet van gekomen is kwam doordat de overheidsbestedingen tot nu toe buiten spel zijn gebleven. Voordat ik wat meer wil schrijven over de mechanismen daarachter, eerst nog even terug naar het Engeland van 2009, zoals geobserveerd door een groep van Gelderse wijkmanagers, met uw eigen blogger als reisgids.

Van Gelderland naar een ander land

Gelderland is een relatief rijke provincie. Toch kennen ook steden als Arnhem, Nijmegen en Ede hun weerbarstige wijken. De wijkmanagers uit deze middelgrote steden kwamen (en komen) regelmatig bij elkaar, gesteund door de provincie. Het werd een team, met een mix van beleidsmakers en ‘street wise’ doeners. Eén van hen kreeg het idee om samen een studiereis naar Engeland te maken, nadat hij dat 8 jaar eerder ook al eens had gedaan met ene Noordhoek. Zou die man nog leven? Jawel.

Gebruikmakend van een aantal Britse contacten, inclusief enkele grondleggers van de ‘Big Society’-gedachte, is daar een reis uit ontstaan. Deze ging langs de steden Liverpool, Wolverhampton, Birmingham en Londen: samen met Manchester de echte relsteden, maar dan andersom gedaan. Ik ga hier niet pretenderen dat we de rellen voorzien hebben, wel werd ons duidelijk dat de problematiek echt van een andere orde is dan in ons Nederland. Heb je in Nederland weleens een straat die dichtgetimmerd is in de afwachting van sloop, in Liverpool hebben we complete woonwijken gezien die waren dichtgetimmerd in afwachting van een mogelijke renovatie, ooit. Of andersom, bijvoorbeeld in het geval van Kings Cross in Londen en vooral de plek waar de Olympische spelen gaan komen, dan zie je daadkracht op een ongelofelijke schaal. Bovenin een bejaardentehuis – er was nog net plaats voor ons in de lift naast de trolleys van de bewoners – mochten we uitkijken op de bouwplaats van de spelen. Een ruimte zou groot als Amersfoort. Daarnaast keken we ook nog eens uit op het stadsvernieuwingsproject dat daar liep, het Thames Valley project; nog eens minstens tweemaal zo groot. Een van de armste voorsteden van Londen, Newham, werd totaal op de schop genomen. De problematiek van Newham was tot 2009 in ieder geval een stuk ruiger dan die van Hackney, maar tijdens de rellen heb ik er veel minder van gehoord.

Postcode bendes

Een andere schaal dus, maar toch lang niet het meest indrukwekkende wat we hebben gezien. Dat is vooral te vinden op de menselijke schaal. De extremen zijn groter, zowel in het negatieve als het positieve. In het negatieve viel vooral Wolverhampton op. We werden daar ontvangen door een gemeentemensen die op een geweldige manier van heel weinig heel veel wisten te maken, maar het was ook toen al duidelijk hoe groot de problemen in die middelgrote stad zijn. Mij staat een film bij de een paar jongeren zelf hadden gemaakt over de botsing tussen twee ‘postcode gangs’. Neem dat letterlijk: gangleden tatoeëren hun postcode in hun nek en dat wordt de basis voor een oorlog tussen postcodes, met drugs als inzet. De dreiging die daarvan uitgaat, kan je direct koppelen aan de geweldsexplosies van de afgelopen week (en de tijd ervoor: volg de Britse kranten en je weet hoe geweldig de samenleving daar kan zijn.) Hoe dreigend het kan zijn wordt door Simon Marcus zo verwoord:

‘I asked a student if it was an option to apologise or grovel to a knife gang, say sorry for looking at them, give them your money and just walk away? I hasten to add that when I was at school I avoided a few punches using this technique. He said now they would just stab you anyway for being a pussy.’

Een school die een wijk adopteert

Niemand ontsnapt. Of toch. Tijdens de reis was iedereen in ieder geval zeer gretig om hun kunnen aan ons te laten zien – want naar Nederland wilden ze allemaal wel gaan. Daar doorheen kijkend, zagen we gelukkig ook krachtige voorbeelden van hoe het anders kan. Zo was er het prachtige voorbeeld van een school in een rotwijk in Liverpool die op alle maatstaven slecht scoorde en dat helemaal wist om te draaien door zelf een nieuw deel van de wijk te gaan adopteren. De school had heel bewust iemand in de functie van dwarsdenker benoemd. Wat hij bedacht, was het adopteren van een groot stuk braakliggende grond tegenover de school door die school. Op dat stuk grond zou een nieuwe woonwijk verrijzen, deels bestemd voor de vroegere bewoners van dat stukje wijk. De leerlingen hielpen eerst met het ontwerpen van de wijk. Leerlingen gingen de geschiedenis van de wijk onderzoeken en gebruikten dat weer bij de verdere vormgeving van de wijk en de modelwoningen. Enzovoort. Aan het eind ligt er dan een nieuwe wijk die geen last heeft van graffiti en de prestaties van de school zijn in hun geheel sterk omhoog gegaan. En waren er meer prachtige voorbeelden: de inwoners van een wijk in Birmingham die prostituees en pooiers er uit had gestuurd en zelf het opknappen van de wijk ter hand had genomen. Het buurthuis met bijzondere projecten. Allemaal voorbeelden waar een elan van uit ging waar we op die reis in ieder geval veel van opstaken.

Hoodies en midsummer murders

Er zijn vele overeenkomsten tussen het Nederlandse en Britse lokaal bestuur. Vergelijkend onderzoek laat zien dat beide landen meer bij elkaar horen dan andere Europese landen. Het zijn in ieder geval landen met een sterke centrale overheid en de bereidheid op beleidsniveau om snel tot vernieuwing over te gaan. Daarna moet je oppassen, want verschillen zijn er ook en die komen om de hoek kijken als je het net niet verwacht. Over de verschillen in schaal heb ik het al gehad. Mijn beeld is ook dat de hele cultuur van Engeland in vergelijking met ons een stuk harder is. Ongelijkheid is normaal. Voor het gezellige beeld van ‘midsummer murders’ moet je toch echt op het platteland zijn – en dan nog. Maar relevanter voor nu is het verschil in de wijze waarop in Engeland is omgegaan met de financiering van projecten in achterstandswijken. De mate waarin lokale overheden afhankelijk zijn gemaakt van centraal en vooral ook politiek aangestuurde projectpotten is nog een dimensie erger dan bij ons. Deze piramidale pottenstructuur begon voor Labour zelf al een probleem te worden, reden voor veel half gelukte pogingen tot prestatiesturing. Met het ineenstorten van de economie en de regeringswisseling is die hele piramide gaan schuiven. Echt in elkaar gestort is die nog niet, maar iedereen weet dat dit gaat gebeuren en geeft elkaar de schuld; een soort beleidsmatige rellen die aan de echte rellen vooraf gaan. Als ik terugdenk aan onze reis, dan hebben we gezien dat er goede dingen werden gedaan op een schaal die wij in Nederland niet konden halen, maar tegelijk voelden we toen ook al aan hoe broos het allemaal was. Als klein, maar typerend moment zie ik nog voor me hoe we als een brave colonne naar weer een nieuw buurthuis werden geleid, en ons ondertussen een ‘hoodie’ met een vechthond aan de lijn onze groep passeerde. Vanonder zijn capuchon keek hij ons grimmig aan. Het laagje beschaving dat het allemaal nog net bij elkaar hield, was al aan het scheuren.

Het grotere beeld

Hoer ernstig ook, de britse rellen zijn uiteindelijk beheersbaar. De Engelse herfst zal er met haar regen voor zorgen dat de hoodies zo voor praktischer doeleinden worden gebruikt. Na een false start geeft de regering de indruk nu echt wakker te zijn. Sterker nog; ik ben best onder de indruk van de wijze waarop er publiek op de rellen is gereageerd. Dat loopt van spontane bezemacties tot en met de artikelen in nota bene de conservatieve pers waarin ook de rijken een veeg uit de pan krijgen voor onverantwoord gedrag. Bezorgder ben ik over de vraag wat er in de Verenigde Staten gaat gebeuren. Aan het begin van mijn blog sprak ik mijn zorg uit dat er in de VS een recessie aankomt die mede veroorzaakt gaat worden door grote financiële problemen – tot en met faillissementen – bij de Staten en steden. Het zit niet in de economische modellen om daar rekening mee te houden, maar ik meen dat het effect van deze faillissementen fors is; vergelijkbaar met een reeks Griekenland drama’s. Ik acht dat de kans dat het daar uit de hand gaat lopen reëel. Aan de economische gevolgen voeg ik nu dus de sociale toe en voorspel stevige sociale onrust. Niet direct, mogelijk pas na de presidentsverkiezingen van november, maar voor mij is de vraag niet meer of het gaat gebeuren, maar wanneer het gaat gebeuren. Ik voeg er nog twee redenen aan toe.

Relatie tussen groeperingen en rellengroei

Allereerst valt te voorspellen dat de sociale onlusten zullen beginnen daar waar de groep jongeren tussen 15 en 29 jaar het grootste is (c.q. meer dan 30% van de bevolking daar uitmaakt). De VS heeft een relatief jongere samenstelling dan Europa en een fors deel daarvan is geconcentreerd in het Zuiden van de VS – denk bijvoorbeeld aan de Mexicaanse migranten. Het tweede wat te denken geeft zijn onderzoeksresultaten (wel wat schimmig; de ene keer lijkt het over India te gaan, dan weer over Engeland zelf), waaruit zou blijken dat bij 1% welvaartsverlies er een stijging met 5% zou zijn van de kans op rellen. De percentages daargelaten, dat er iets van een relatie is, lijkt logischer dan dat die er niet zou zijn. Met andere woorden; we doen er verstandig aan om ons voor te bereiden op een grote periode van onrust. Een onrust die me in Engeland en ook in ons eigen land beheersbaar lijkt, maar waarbij ik zorg heb dat de onrust in de Verenigde Staten dusdanige dimensies gaat aannemen dat het disfunctioneren van het politieke systeem daar echt tot ongelukken leidt.

Relativering en perspectief

Ja, ik ben thuis ook altijd het zonnetje in huis. Ter relativering van mijn eigen woorden ben ik voor mijn boekenkast gaan staan en heb er wat publicaties uit gehaald over de VS in de jaren 60-70. Dat was vele malen erger dan alles wat we tot nu toe gezien of gehoord hebben. Dat maakt het niet minder ernstig wat er nu gebeurt, maar ook daar kwamen we dus op de een of andere manier doorheen en vele, vele mensen hebben het alleen maar als een periode van grote economische groei beleefd. Wat ze wel hadden waren een paar uiterst impopulaire presidenten als Johnson en Nixon die op de een of andere manier toch wisten te doen wat nodig was om de maatschappij weer in beweging te krijgen en mannetjes op de maan te zetten. Ik wou dat het al zover was.

Peter Franklin

Een van de mensen die ik heb benaderd voor de reis naar Engeland in 2009 is Peter Franklin. Peter is een fijne, erg Britse jongeman en een begenadigd schrijver. Hij heeft in de donkere dagen van de oppositie op het partijbureau van de Britse conservatieve partij gewerkt, waar ik hem leerde kennen. Daarna werd hij de assistent van twee bijzondere mensen: Oliver Letwin MP, het strategische brein achter de partijvernieuwing, en Greg Clark MP, een genereuze parlementariër die o.a. de ‘voluntary sector’ in de portefeuille had. Naar aanleiding van de rellen heb ik hem gemaild en zijn reactie is boeiend genoeg om in z’n geheel te plaatsen:

Hi Peter — Good to hear from you. I am working on policy though from Greg’s Parliamentary office rather than from a Government office (one of the first decisions of the new government was too restrict the number of political advisors). I don’t know if you saw, but Greg has been appointed Minister for Cities (in addition to his current role (minister for Local Government, PN)) — an interesting time to be taking on that topic to say the least (though not all the rioting took place in cities and many cities were riot free). Any lessons from other countries, including the Netherlands, on what makes cities prosper would naturally be of great interest.

As for the cause of the riots, everyone has a theory! There is very little reason to think that the motivations were political or communal (by which I mean rooted in racial or religious tensions). It is no secret that Britain has one of the worst records in the western world in regard to family cohesion and educational failure especially in regard to the least advantages social groups. A whole generation of young people has grown up with very little connection to mainstream society — which is clearly the most relevant context for the riots. But in terms of direct causes — there is the combination of deeply rooted and well organised criminal gang structures in the areas that were hit and a catastrophically misjudged police response to the initial trouble — a sign of weakness that was immediately noticed and exploited. In otherwords the rioters had the opportunity and the means, but lacked the moral motivation to resist temptation.

The immediate focus for the Government was restoring order. But the focus is shifting to long-term solutions. Greg will have an interesting role in encouraging locally-led responses in each city and helping to clearaway the bureaucratic and political obstacles to such action that our over-centralised systems tends to put in the way of local leadership.

How are things in the Netherlands? Obviously when Britain isn’t rioting one of the main news stories is the European financial crisis — but never do we hear the Dutch perspective on it, only those of Germany and France and those the vulnerable economies. It would interesting to know the Dutch government and voters think!

 

I will definitely pass on your good wishes to Greg.

 

All the best,

 

Peter

 

 

 

 

Peter Noordhoek

www.northedge.nl aug. 2011

Wat we aan een W kunnen doen

We leven in de dagen van de self fulfilling prophecy. Het gaat niet goed, dus het gaat niet goed. De politiek is machteloos, dus is deze machteloos. Niets van wat er nu financieel-economisch gebeurd is onvermijdelijk, het is allemaal mensenwerk, maar toch ervaren we het als onvermijdelijk. Ik moet zeggen dat ik in mijn leven al heel wat massabewegingen mee heb mogen maken, maar dit is echt bij de wilde lemmingen af. Het is ook indrukwekkend, want het is zo groot. In 2009 was er een run op de banken, op wie moeten we nu een run doen? Op onze overheden? Dat zijn wijzelf.

Paradox

Het is niet noodzakelijk dat we een tweede – ‘W-vormige’ – recessie ingaan. Waarschijnlijk is het wel. Zelf zoek ik de reden vooral in de verwevenheid van de publieke en private sector en de mate waarin de bezuinigingen in de overheid de private sector met zich mee zullen trekken, in de VS nog meer dan hier. Maar de precieze oorzaak doet er eigenlijk niet zo toe, want we weten vrij goed wat de oorzaak in het groot is: teveel schulden. Zoals de Amerikaan Kenneth Rogoff het zegt: ‘We are not in a Great Recession but in a Great (Credit) Contraction’. Uit deze ‘schulddeflatie’- mijn woord – komen we alleen als de basis van onze economie weer op orde komt. Nu dreigt de paradox dat we moeten groeien om van onze schulden om af te komen, maar dat we niet kunnen groeien omdat we eerst van onze schulden af moeten komen. Om daar niet in vast te lopen moeten we dus op zoek gaan naar elementen die als het ware buiten deze paradox staan. Ik heb er drie om op in te zetten, al zeg ik er gelijk bij dat de drie eigenlijk te simpel klinken voor deze complexe tijden. Dit zijn ze:

Hard werken

De basis voor elke economische groei is heel basaal: hard werken. De vorm maakt niet eens zoveel uit, maar zoals voor mensen schijnt te gelden dat een talent pas een kans krijgt na zo’n 10.000 uur oefenen, zo geldt dat ook voor een economie. En hoewel de vergrijzing er zeker aankomt, is het arbeidspotentieel op dit moment volop aanwezig – en onderbenut. Ik ben positief over de werkkracht die nu overal vrij komt. Daarbij heb ik het beeld dat de generatie die nu de arbeidsmarkt aan het betreden is, al heel goed doorhebben dat zij geen ‘free lunch’ krijgen. De norm is hard werken. Als ik naar mijn zoon kijk: keihard werken. En voor al diegene die van de luie eerdere generaties: nu we allemaal aan de PDA gaan – en het in de meeste gevallen nog fijn vinden ook – is dat hele gepraat over de 36-urige werkweek zo achterhaald. Het gaat gewoon altijd door. Jammer voor degenen die een minder jachtig leven voorstaan, maar niet slecht voor de economie.

Werken aan kwaliteit

Ik heb er persoonlijk een groot belang bij om dit te schrijven. Maar ik ben ook een professional en ik kan het op alle niveaus bekijken: we hebben een enorme slag te slaan als het om de kwaliteit gaat. Of we het nu hebben over onze diensten, producten, organisaties of branches: het is het allemaal ‘net niet’. We proberen teveel op snelheid te doen wat we op kwaliteit niet halen en tegelijk werken we niet snel genoeg om die kwaliteit te verhogen. Of, om het minder cryptisch te zeggen: we moeten ambitie hebben om voor hetzelfde geld iets veel beters te gaan leveren dan wat we nu doen. Of we de kwaliteit nu uitdrukken in het maximaal aantal fouten in een printplaat op nanoniveau of op het maximaal aantal infecties per ziekenhuisbed, het moet beter. En het is nog leuk ook om het beter te gaan doen.

Geld zichtbaar maken

Tijdens de crisis aan het begin van de 90-er jaren (bijna vergeten, omdat het daarna zo goed ging), was ik programmaleider voor een reeks opleidingen financieel-economische besturing op De Baak. Met topdocenten als Ronald Poppe en Jan Hordijk was het een genot om managers door de wondere wereld van de financiën heen te leiden. Wat ik er zelf van over heb gehouden is een scherp onderscheid tussen ‘vermogensdenken’ en ‘cash flow-denken’. Zelf weet ik genoegen van vermogensstromen af om te weten dat ik er niet genoeg van afweet, maar ik voel me heel goed in staat tot cash flow-denken. Die liefde voor deze manier van denken komt deze dagen in volle omvang terug: de relatie tussen wat er in komt en wat er uit gaat (en wat er onder ligt) moet zichtbaar blijven. Dat is mijn derde opgave. De bankindustrie heeft het zwaar, maar moet het nog zwaarder krijgen. Er is nog altijd veel geld in omloop, maar die zal in toenemende mate buiten de vermogenshuizen moeten gaan. Net zoals de banken niet meer in staat lijken ‘echt’ geld uit hun vermogen vrij te maken, zo zijn overheden ook niet meer in staat effectief middelen vrij te maken. Wat ik graag zou zien is een vorm van handel doen waarbij de intrinsieke waarde van spullen, net als de kwaliteit ervan weer zichtbaar en waardeerbaar wordt, zonder tussenkomst van verstorende vermogensconstructies. Anders krijg je, zoals het in een tweet spottend werd aangekondigd, uiteindelijk deze situatie: ‘De regering van de Verenigde Staten gaat over op een systeem van ruilhandel. De regering is hard op zoek naar iets dat het ruilen waard is.’ Ruilhandel is zo gek nog niet, maar hoe dan ook: wie ergens een inspanning voor levert of een product te leveren heeft, zal daar weer directer voor beloond moeten worden. Veel van onze businessmodellen kloppen niet meer en smeken om vervanging. Dat komt wellicht niet eens zozeer door de financiële crisis als wel door de digitale revolutie. Die mensen die dankzij de PDA’s nu alle dagen van de week bereikbaar zijn voor werk doen dat niet binnen iets als een passende CAO (net zo min overigens als het schrijven van blogs e.d.). We zeggen ‘het hoort erbij’. Maar dat is niet zo. Als iemand een inspanning levert hoort daar een beloning tegenover te staan, net zoals dat tegenover het niet leveren van de diensten geen beloning hoort te staan. Deze crisis zal pas afgelopen zijn als we voor dat marktfalen weer oplossingen hebben bedacht die werken. Dat begint bij het zichtbaar maken van wat we doen.

Drie die het niet zijn

Zo, dat zijn mijn drie factoren. In het kort. Er zijn er ook 3 die het voor mij niet zijn. Dat begint met het praten over ‘vertrouwen’. Dat is zo passé. ‘Wantrouwen’ dan? Niet doen; je krijgt te makkelijk gelijk. Dit is de tijd voor doen. Ik geloof nu in een lekker paradoxale combinatie van nieuwsgierigheid en een houding van ‘het is zoals het is’. Waar ik even ook niet zoveel mee heb is het woord ‘innovatie. Over ‘innovatie spreek je als het gaat om ‘sprongsgewijze verbetering’. Heel nuttig en natuurlijk moeten we het doen, maar .. Niet alleen heb ik het gevoel dat er domweg niet genoeg (overheids)geld is om ons een weg uit deze crisis te innoveren, ik heb ook erg de zorg dat we innoveren gaan gebruiken om niet aan datgene wat voor innovatie ligt te gaan werken.

Dan heb ik nog een laatste punt waar ik nu niet zo op heb: het de schuld geven aan de politiek. Als de politici doen wat de economie vraagt dan verliezen ze hun kiezers en als ze doen wat de kiezers vragen dan verliezen ze de economie. Onze leiders, onze politici, zijn zoals wijzelf zijn: te klein voor wat er nu gebeurd. Met onze knappe koppen hebben we van de economie een complex digitaal monster gemaakt dat niet meer langs de klassieke weg valt te besturen. Net als u zal deze blogschrijver de ontwikkelingen nauwgezet volgen en van tijd becommentariëren. Minstens zo vaak zal ik echter mijn oor op digitale gronden te luisteren leggen en me afvragen: werken we hard genoeg, werken we daarbij aan onze kwaliteit en weten we waar we aan werken? Als dat het geval is zal blijken dat we opeens in het laatste deel van de ‘W’ schieten.

Naschrift

Naar aanleiding van deze blog ontstaat er wat disucssie over de vraag of we nu wel of niet de ‘W’ ingaan. De eerste reactie op het verlagen van de rating voor Amerikaanse overheidsschulden door Standards & Poor is niet zo slecht als was gevreesd. Waarom dan toch die verwachting? De kranten volgend zou een 2e recessie al het geval zijn vanwege nieuwe prijsdalingen van huizen in de VS. Of dat ook tot een 2e recessie zal leiden op wereldschaal weet ik niet. Waar ik op af ga zijn de gevolgen van het begrotingsakkoord voor de Amerikaanse staten en steden, iets waar ik meer zicht op denk te hebben. De positie van die staten en steden is al uiterst zwak en verslechterd verder door het akkoord. De verwevenheid van de publieke sector in de private sector is in de VS weliswaar niet zo zwaar als in Europa (ruwweg 30% in de VS versus 50% in Europa), maar een golf van faillisementen van overheidsinstellingen, want zo letterlijk moet je denken, zal ongetwijfeld tot een schokgolf in de economie leiden. Omdat er geen echte opvang voor die problematiek is en ook de politieke wil ontbreekt om er wat aan te doen, zie ik deze ontwikkeling als de steen die de lawine doet rollen. ik hoop dat ik het mis heb.

 

Peter Noordhoek

Verdampende druppels en andere maatregelen tegen de tijdgeest in

Op 3 oktober 2010 was het CDA-congres met de stemming over het gedoogkabinet. Ik stemde voor. De reden daarvoor waren degelijk genoeg: het land moest geregeerd worden, er was geen geloofwaardig alternatief en er was wel een heftige economische crisis. Tegelijk was het, als bij zo velen, veel meer een keuze van het verstand dan van het hart. In augustus 2010, nu een jaar geleden, schreef ik een ‘Brief van een niet-prominent‘ om mijn eigen overwegingen op een rij te zetten en zo wellicht ook anderen te helpen. Daarin beschreef ik onder meer hoe verleidelijk het was om principieel aan de kant te blijven staan, maar ik gaf mijzelf een draai om de oren: ‘soms stinken schone handen’. Ik hoopte zelfs dat deelname aan het kabinet een betere manier zou zijn om de PVV te bestrijden dan aan de kant te blijven staan: ‘Ik ben liever frontsoldaat in die strijd dan leunstoelgeneraal er buiten’.

Van kruimelwerk naar meer

Brave woorden. Wat heeft de soldaat er van gemaakt? Ik kan in ieder geval zeggen dat ik mij via social media als twitter, kritisch ben blijven uitlaten over in mijn ogen foute uitlatingen van de PVV. De andere kant heb ik overigens ook niet nagelaten: ze een compliment geven als dat in mijn ogen verdiend was. Het blijft echter kruimelwerk. In het licht van de gebeurtenissen in Noorwegen, en vooral Wilders’ eigen overreactie hierop, voel ik de behoefte om iets neer te zetten dat steviger is. Dat doe ik omdat ik mij wil houden aan mijn eigen voornemen en omdat ik er van overtuigd ben dat het in de kern niet gaat om de PVV zelf en zelfs niet om de persoon Wilders. Naast het feit dat ‘Noordhoek waarschuwt nog eenmaal’ niet veel indruk zal maken, is veel van waar de PVV voor staat een sterk aangezette, maar normale stroming in de Nederlandse politiek. Maxime Verhagen heeft gewoon gelijk als hij stelt dat we die niet mogen negeren. Dat betekent echter nog niet dat de waarden daaronder worden overgenomen. Op dit moment is het echter vooral de hele cultuur van de PVV waar ik moeite mee heb en die ook van mij een boos mens dreigt te maken in een boos land. Ik wil vanaf nu niet alleen afwachten. Ik kan meer doen om de belofte aan mijzelf te houden.

Eén: tegen de boosheid

Het eerste wat ik dan ook heb te doen is niet meegaan in die boosheid. Hoeveel er ook fout gaat, ik moet ook geloven in wat goed gaat. Net terug van een vakantie in Groningen, heb ik echt wel wat meegekregen van de (krimp)problemen daar, maar wat een schitterende omgeving vol mooie en vaak rijke mensen. Kom op, zeg. We doen nog zoveel goed. Dus, Noordhoek ook blijven benoemen wat goed gaat. En mochten er toch dingen fout zijn, dan toch ook de humor blijven zien. Wie wil er nu zo grim en humorloos door het leven gaan als een PVV’er?

OK. Dat is één, geloven in eigen kracht en de humor koesteren.

Twee: druppels

Wat dan? Is dit niet te tam? Daarover nadenkend ben ik weer gaan doen wat ik al lange tijd vermijd: het bezoeken van reaguurdersparadijzen. En omdat deze dagen de daden van Breivik overal echoën, heb ik zowel linkse als rechtse reaguurdersparadijzen opgezocht. Wat een ontwrichtende boosheid. Het bevestigt mijn idee dat extreem rechts en extreem links veel met elkaar gemeen hebben en dat beide meer met elkaar gemeen hebben dan met het midden. En ik, mens in het midden, laat dat allemaal maar zo gebeuren. Alsof het niet uitmaakt wat daar wordt gezegd, niets meer dan een ‘noodzakelijke uitlaatklep’. Goed, ook bij mij is de kelder minder opgeruimd dan in de rest van het huis, maar dat betekent nog niet dat ik het onder water laat lopen of ratten tolereer. (Pas op Noordhoek, geen boosheid. Humor, weet je nog wel?) Ik geloof er in ieder geval niet in dat je een ‘normale’ samenleving kunt hebben als dat deel van de webwerkelijkheid laat begaan. En nee, ik heb niet veel vertrouwen in het vermogen of de wens van webredacties om in te grijpen. Oproepen om sites als deze te sluiten is onzin en betekent alleen maar een verplaatsing van het probleem. En dat wordt dus twee. Op een aantal sites heb ik opgeroepen tot andere woorden, een andere toon. Bij rechts maakte ik duidelijk dat ik niet links was en andersom. Een kwestie van even de spiegel voorhouden. Zou het hebben geholpen? Mwahh. Nee. Het maakt vooral een virtuele gaap los. Ik denk dus dat het druppels zijn die al verdampen voordat ze de gloeiende plaat bereiken. Maar daar kan ik voor dit moment mee leven. In het vervolg wil ik wat stoom en gesis zien. Hopelijk volgt daarna wat afkoeling. Wie helpt?

Lessen van elders?

Nog even door. Speelt het gebeuren in Noorwegen hier een rol in? Zeker. Ik betwijfel of ik anders deze blog geschreven had. Ik heb het echter niet voor niets vooral op mijzelf betrokken. De discussie over de verantwoordelijkheid van Wilders voor het klimaat waarin Breivik zijn daad kon doen, stokt al wat. En de voorbeelden zijn er dat er ook weinig uit zo’n discussie komt. Deze week is de grote budgetdeal tot stand gekomen in het Huis van Afgevaardigden in de Verenigde Staten. Bij de stemming was ook Gabriella Giffords aanwezig. Ze werd met groot applaus en tranen ontvangen. Begrijpelijk, want nog geen zes maanden ervoor is ze door een gek met een mitrailleur in het hoofd geschoten. Het warme welkom zal ongetwijfeld  oprecht zijn geweest, maar diezelfde congresmensen hebben nog steeds geen verbod in durven voeren tegen het bezit van mitrailleurs door burgers. Het incident is weer een incident gebleken. Als het om sociale kwesties gaat kan de politiek uiteindelijk niet veranderen wat mensen er samen van maken.

Kamerlessen

Dat geldt ook voor de discussie over de wijze waarop we met elkaar omgaan na de ellende in Noorwegen. Je ziet hoe het fout gaat. Cohen, Bibbi en Pechtold worden door Wilders weggevaagd in zijn overreactie, maar niemand kan hem (nog) echt raken. Hoogstens zullen de grenzen tussen degenen die het wel of niet met Wilders eens zijn nog scherper worden getrokken. Rutte houdt zich sssssssstil. Dat loopt een keer met een knal af. Maar ook mijn eigen partij liet tot deze week niet van zich horen. Inhoudelijk kon ik het helemaal eens zijn met de reactie van Sybrand van Haersma Buma. Hij riep op tot eenheid en gaf zowel de oppositie als Wilders een tik op de neus.  Als gezegd wordt dat hij het zo enkel uit tactische overwegingen opschrijft, dan kennen ze deze fractievoorzitter niet. Binnen de Nederlandse verhoudingen wordt echter de high road al snel een side road als er geen harder verhaal achter zit. Op zich begrijp ik dat wel. Het langst zittende Kamerlid – Haagse Wilders – speelt het spel prima en houdt zich goed aan de afspraken. Maar net zoals hij de vrijheid claimt om buiten het regeerakkoord harde woorden te zeggen, heeft het CDA de vrijheid en plicht om voelbaar te maken dat we voor een andere samenleving staan. Ik wil mijn partij zien knokken op de randen van het regeerakkoord en alle spreekplaatsen in het land. Als ik dan mijn eigen dingen doe en anderen het hunne en Kamer en Kabinet dat weten te verwoorden, dan wordt het samen wat.

Gouds nachrift

Op de dag dat ik deze blog wil afronden, zie ik een tweet langskomen over de financiering van een cursus karate voor Marokkaanse probleemjongeren door de gemeente Gouda. Karate? Een zucht rolt van mijn kruin naar mijn tenen. Hoe presteert deze gemeente het om zo onhandig te zijn? Eerst nog over de waarde van zo’n cursus zelf. Het is inderdaad zeer wel denkbaar dat een dergelijke cursus een positieve invloed heeft op de meeste (!) deelnemers. Er lopen talloos van dit soort traject en het lijkt er op dat ze over het algemeen effectiever zijn dan andersoortige training, om de eenvoudige reden dat het dichter bij de belangstelling van de doelgroep ligt. Het aantal films dat dit soort projecten bejubelt is heel groot en er zijn er die er een Oscar voor hebben gekregen. Menig boksschool in New York en andere wereldsteden wordt om die reden overeind gehouden. Zelf heb ik recent een school voor breakdancing in Nicaragua gesteund. De organisatoren wisten zeer aannemelijk te maken dat de gangs daar op zo’n manier tot een niet geweldvolle manier van competitie kunnen worden verleid. Maar hoe denkt de gemeente dat het overkomt? De reacties zijn dan ook voorspelbaar (en niet alleen van ene Wilders): wat gaan ze doen met die kennis, mag ik nu voortaan een karakteklap verwachten? Als ik zo’n cursus wil moet ik er voor betalen, waarom dat tuig niet? Etc. Heel voor de hand liggend en met meer dan een kern van waarheid. Dan kan je nog wel een keer uitleggen dat het zo niet werkt of is bedoeld, maar dat is natuurlijk zoiets als het stoppen van een kurk in je kont in de hoop dat je niet meer hoeft te .. (ik test mijn gevoel voor humor. Nog even oefenen). Hopeloos wordt je van zo’n stad.

Ik heb mezelf vandaag wel aan mijn eigen boodschap proberen te houden. Om er een ander beeld tegenover te zetten, heb ik daarom mijn gedicht nog eens rondgemaild Kaas en krantenkoppen en heb ik alle kritische tweets proberen te beantwoorden. Hoe dat buiten de vakantieperiode moet weet ik niet. Nog een reden om de gemeente vriendelijk doch dringend te verzoeken gewoon een tijdje even niets meer te doen wat het beeld van Gouda onderuit haalt. Daar is het een veel te mooie stad voor.

 

Peter Noordhoek


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek