Maandelijks archief: mei 2011

The Deep State

Eervorig weekend bezocht ik Istanbul voor een training. Hoewel niet zo schokkend als het bezoek aan Albanië (48 uur in Tirana) gaf het veel om te overdenken. In de gesprekken met de collega trainers en de deelnemers ging het niet alleen maar over de ontwikkelingen in Turkije, maar ook over landen als Egypte, Slowakije en Servië. Direct en indirect gaat het daarbij over de kwaliteit van de ‘Deep State’; het geheel van elites dat de kracht van een land kan maken of breken. En natuurlijk wil je zoiets dan op Nederland betrekken. Kortom; ik ben me weer te buiten gegaan aan een lange tekst met de nodige terzijdes. Voor degenen die graag met mij mee gaan en denken: hierbij de verwijzing naar de tekst als apart artikel: {title}

Ondertussen heb ik een paar intensieve dagen achter de rug als ‘evaluator’ voor de European Public Sector Award 2011. De eigenlijke prijs wordt pas in november uitgereikt (in Maastricht, in dezelfde zaal waar het verdrag is gesloten). Tot dan moet ik geduld hebben met het delen van mijn kennis van alle mooie voorbeeldorganisaties, maar ik hoop al eerder wat te kunnen melden over de dynamiek van het selecteren van een prijswinnaar. Het was in ieder geval weer erg de moeite waard om in een Europese setting met een aantal geweldige experts de meningen te delen over hoe je kan werken aan ‘public service innovation in a cold economic climate’.

Een werkbare minderheid

De resultaten zijn eindelijk bekend (al komt de Kiesraad pas woensdag met haar officiële uitslag). Kort samengevat: 37 voor de gedoogpartners, 37 voor de oppositie en één kaarsrechte SGP-er er tussen in. Opnieuw een nederlaag die een zucht van opluchting ontlokt bij de regeringspartners. Ik probeerde die paradox vannacht uit te leggen aan een vriend uit Zwitserland en dat kostte me best moeite. Alleen dat verhaal van die D66′ er die het rode potlood niet kon vinden en toen zijn eigen pen maar gebruikte, kwam er vlot uit. Een paar constateringen:

Kosten en baten van het jachten en jagen

Wat heeft al het jagen en jachten op de restzetels nu opgeleverd? Heeft de coalitie er voor kunnen zorgen dat ze 37 in plaats van 36 zetels kreeg. Het totale beeld is nog niet duidelijk, maar het voorzichtige antwoord is: ja. De meeste extra stemmen lijken bij de VVD uit te zijn gekomen, gevolgd door het CDA. Maar het is een merkwaardig schouwspel geworden. Het lijkt er op dat er nogal wat stemmen zijn rondgepompt. Het Reformatorisch Dagblad meldt dat een Statenlid van de SGP in Zuid-Holland op het CDA heeft gestemd en een CDA’er op de VVD. Vanuit Limburg komt het bericht dat een CDA ‘er op VVD’er Van Rey heeft gestemd (verklaard tegenstrever van het CDA). Ook uit andere provincies komen signalen van strategisch stemmen .

Dat is allemaal nog tot daar aan toe, Maar wat werkelijk intereseert is de vraag of het proces beheersbaar is gebleken. Er zijn in ieder geval 2 uitgebrachte stemmen die tot schaamrood hebben geleid; de ‘penstemmer’ in Noord-Holland en de fractievoorzitter van de VVD in Utrecht die per ongeluk op een andere partij stemde en het niet meer mocht corrigeren. Daarnaast zijn echter nog ten minste 3 gevallen waarbij de stem tegen de belangen van een (voorheen) bondgenoot is gegaan. De torentjesbezoeker uit Zeeland is daar het voorbeeld van, maar vooral het niet elkaar steunen van CU en SGP zal diepe wonden hebben geslagen. Vergis je niet in de na-effecten. Vier jaar geleden vergat de fractie van het CDA Zuid-Holland zichzelf en bracht uit puur enthusiasme alle stemmen uit op haar oud-fractievoorzitter als kandidaat voor de Eerste Kamer. Dat ging ten koste van Friesland. Deze en alle andere provinceis zorgden er vervolgens voor dat provinciale afspiegeling het leidend criterium voor de samenstelling van de lijst werd – en dus niet kwaliteit. Dat is een hoge prijs om te betalen.

En dat blijft ook mijn gevoel bij het hele circus. Degenen binnen de coalitie die nu op de 37 zetels wijzen lijken het gelijk aan hun kant te hebben. Ze hebben echter een proces in gang gezet dat ze op geen enkel moment hebben beheerst. Er zijn gewoon te veel variabelen. De verstandige koers is en blijft degene waarbij er sprake is van een zo direct mogelijke afspiegeling van het eigen electoraat.

Crisis, maar geen einde

Ondertussen gaat het politieke leven door. Het blijft aanmodderen, maar dit Kabinet schrikt daar niet voor terug. In die zin is de uitslag geen vingerwijzing voor een vervroegde val. Dat zou nog best kunnen, maar dan ligt de oorzaak niet één-op-één en aantoonbaar aan deze uitslag.

Dat is mede belangrijk omdat ik geloof dat het bestaan en functioneren van de Eerste Kamer pas echt serieus ter discussie komt te staan als er een Kabinet door zou sneuvelen. Hoe ‘bizar’ (Rutte) en ondoorgrondelijk het kiesproces en de werking van de EK ook is, de patstelling is te groot om voor minder tot wezenlijke veranderingen te komen. Deze weken en maanden betekenen wel een crisis in het bestaan van de Eerste Kamer, maar niet het einde. Rutte zegt het al: er zijn belangrijker prioriteiten dan het hervormen van de Eerste kamer (en een nuchtere houding waar collega Nick Clegg in Engeland van kan leren).

Versplintering en vernieuwing

Het betekent niet dat de reputatie van de Eerste Kamer er beter op wordt. Bij de vele duidingen van de uitslag mis ik een goede analyse van het effect dat er zal uitgaan van versplintering. En dat geldt zeker als je dat beziet in combinatie met de toetreding van een relatief groot aantal onervaren leden en nieuwe partijen als PVV en 50plus.

De verplintering is echt enorm, met wel 12 partijen in de Kamer, waarvan er vier met slechts 1 zetel. Onderschat niet wat er aan werk afkomt op deze kleine partijen. In de afgelopen perioden was het de praktijk dat de eenmaansfracties in feite meeliften op het werk van de grotere fracties. In grotere fracties als het CDA (21 zetels in de afgelopen periode) kon men zich een zekere specialisatie veroveren – de fractie had bijvoorbeeld een eigen pensioenexpert. Die luxe is er nu niet meer. Daarmee wordt de kans op een slordige behandeling van wetsvoorstellen een stuk groter. En in hoeverre zijn de grotere fracties dan nog in staat en bereid de kleinere mee te nemen. Tijd voor onderhandelen met zoveel fracties zal er ook niet zijn. Kortom; de versplintering zal tot verplatting leiden.

Het effect van de versplintering wordt versterkt door het effect van de vernieuwing. Alle vier de grote partijen komen met nieuwe fractievoorzitters en goeddeels vernieuwde fracties. In het geval van de PVV gaat het uiteraard om een geheel nieuwe fractie. Bij de kleinere partijen is in feite sprake van behoorlijke stabiliteit als het om de personele bezetting gaat, maar de komst van een partij als 50plus betekent ook daar vernieuwing. Mijn beeld is dat de meeste nieuw gekozen leden geen flauw idee hebben van wat hen te wachten staat. De routines, de papierstapels; het is fors en het is veel meer dan men zich tevoren realiseert. Nu hoeft niet iedereen een Hannie van Leeuwen te zijn die van haar EK-lidmaatschap een volle werkweek maakte, maar intensief zal het zeker zijn. Het is niet onheus om dan vraagtekens te zetten bij het committment van de fractieleden van de PVV. De ‘werkbare minderheid’ is wel afhankelijk van het feit dat er wordt gewerkt. Blijven de PVV’ers dat allemaal doen? Komen ze wel altijd allemaal?

Eenheid in het CDA

Tot slot nog iets over het CDA. Op een enkele website is heftig gediscussieerd over de vraag of Statenleden niet ‘hun geweten’ moesten volgen. Door niet op de eigen partij te stemmen zou de gedoogcombinatie kunnen worden getorpedeerd en dat is toch wel een unieke kans om dit kabinet voortijdig te laten vallen. Het is niet helemaal een randdiscussie gebleven: ook Wijffels heeft zich in het weekend voor de verkiezingen bij deze lijn gevoegd. Maar daar is het dan ook wel bij gebleven. De 11 potentiële zetels zijn er ook 11 geworden. Dat is een goede zaak. Winnen door spelbederf te plegen leidt uiteindelijk nergens toe en het gezwaai met ‘het geweten’ is ergerlijk. Mijn beeld is dat het proces heel zorgvuldig is gedaan door de partij en dat zo iedereen er uiteindelijk zelf voor gekozen heeft om binnen de partijdiscipline te blijven. Dat is een goed en tijdig succesje voor de partij. Iets om op voort te bouwen.

Fragiel maar werkbaar

Al met al is er in de nieuwe Eerste Kamer sprake van een fragiele maar werkbare minderheid. Nog een gremium om in de gaten te houden in deze politiek complexe tijd. Boeiend blijft het.

Griekenland: laat geen vaas uit handen vallen!

Vorige week geen weblog geschreven. Na een bezoek aan Istanbul had ik goede voornemens, maar het werk had prioriteit en het bleek dat ik een lelijke bacterie had meegenomen uit de stad. Van playboy tot pleeboy, zoiets. De lezer houdt het verslag dat ik daar gemaakt heb zeker nog te goed. Het raakt op zoveel manieren aan de actuele politieke situatie in het Midden-Oosten en de Balkan, dat ik mijn verhalen heel graag kwijt wil. Voor vanavond hou ik het echter bij twee andere, maar wel wat verwante fenomenen: de crisis rond Griekenland en de verkiezingen in de Eerste Kamer.

Griekenland

Al het lelijks dat over Griekenland gezegd kan worden is gezegd. En? Luchtte het op? Iemand zei me deze week dat we erg veel goede redenen hebben om kritisch op de Verenigde Staten te zijn. Daar begon de kredietcrisis, daar liep het uit de hand. Het heeft ons als samenleving ten minste honderden en wellicht duizenden euro’s gekost aan gederfde welvaart. Toch hoor ik daar in het Parlement en elders niemand een hard woord over spreken. Wel over Griekenland. Donderdagavond sprak ik met Henk de Haan, hoogleraar economie en als vm. Kamerlid o.a. indiener in 2000 van de motie op basis waarvan Griekenland de EU niet in zou mogen gaan omdat het niet aan de criteria voldeed. Met zijn bekende glinsteroogjes vertelde hij me dat destijdens alleen CU en SGP hem steunden, maar dat was omdat ze tegen alles waren dat naar de EU-rook. En hij zei er iets aardigs bij. Hij zei dat het toeval was dat hij nu de eer kreeg voor die motie. Als je maar lang genoeg wacht heb je altijd een keer gelijk. En hij voegde er onmiddelijk aan toe dat het nu niet meer aan ging om die Grieken in de steek te laten.

Iemand anders legde er die donderdagavond – terwijl mijn autoradio nog natrilde van opwinding over de clash van Wilders en het Kabinet die dag – een realistische redenering onder. Stel, zo zei hij, het wordt bekend dat de EU de Grieken in de steek laat. Dan gaat vroeg of laat het scenario spelen dat de Euro losgelaten wordt en de Drachme weer in beeld komt. Stel dat je een dan Griek bent en je wordt wakker met het bericht dat al je Euro’s zullen worden geconverteerd naar Drachmen. Het eerste wat je dan doet is naar de bank rennen en je euro’s er af halen. Een bankrun dus. Maar stel dat het doorgaat en dat je daarna over lekker goedkope Drachme’s beschikt zodat je makkelijker zou kunnen gaan exporteren – dan nog heb jij en je land te maken met langlopende schulden die nog steeds in euro’s zijn genoteerd. Schulden die – als je veel mazzel hebt – opeens twee keer zo hoog zijn geworden. Vergeet het dat je daar tegen op kunt exporteren. Wat zal dan het einde van het liedje zijn? Je blijft failliet achter in Griekenland of migreert zo snel je kan naar Europese landen waar nog wel in euro’s wordt gehandeld en probeert daar dan de kost te verdienen. Kortom; de lijn van Wilders is financiële waanzin en vergroot de migratie.

De andere kant natuurlijk is dat Wilders uitspraak ‘geef nooit geld aan een junkie’ wel degelijk een kern van waarheid bevat en de EU nog geen geloofwaardig antwoord heeft op de nu ontstane crisis. Alles wat de EU nu doet is tijd winnen en de gevolgen beperken. Puur kijkend naar de hoeveelheid geld is dat ook best vol te houden (dezelfde spreker vergeleek het qua omvang met de artikel 12 status van Lelystad – en daar deed terecht ook niemand moeilijk over). In het totaal van de dynamiek van Europa is het doormodderen van de situatie van Griekenland echter een slecht signaal en we zitten nog steeds in een situatie dat zowel populistische politici als valutaspeculanten financieel voordeel menen te kunnen halen uit de kwetsbaarheid van een aantal landen. Wat we nodig hebben is ten minste de schijn van een overtuigende Europese strategie. Daar hoort de uitspraak bij dat we ‘natuurlijk elkaar niet laten vallen’. Zijn we gek geworden? Zeker laten we Zuid-Europa niet vallen. Willen we ooit wat voorstellen tegenover de Amerikaanse en Aziatische economische grootmachten het komende decennium, dan moeten we nu onze eenheid laten zien. Dat is niet alleen ethisch juist, het is ook de enige manier om op de langere termijn een beter gevulde portemonnee te hebben.

Eerste Kamer

En dat brengt me dan toch bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer zoals die morgen, de 23e mei, gaan plaatsvinden. Binnen CDA-kringen, met publiekelijk steun van Wijffels, is er een stroming die zegt dat de Statenleden ‘hun geweten moeten volgen’ en niet op het eigen CDA moeten stemmen. Op die manier zou de huidige gedoogcoalitie versneld kunnen sneuvelen. Laten we over één ding helder zijn: als een Statenlid zijn of haar geweten volgt, dan doet die persoon zijn of haar woord gestand volgens de lijn zoals die al aan het begin van de Statencampagnes is afgesproken en dan wordt er gewoon CDA gestemd. Geen ankele andere lijn doet voldoende recht aan het geweten-criterium.

Maar ik begrijp het natuurlijk wel. De verleiding is groot. Wat zou het geweldig zijn om het peroxide hoofd van Wilders op een Griekse vaas te zetten om die dan maandag opeens uit je handen te laten vallen. Beng. In duizend stukjes. Met z’n hele paranoíde beleid erbij. Maar wat wil je dan met Henk en Ingrid doen? En Bas en Alexander? En Sandra en Willemien, die opeens ook allemaal bij de kapper durven zeggen dat ze PVV stemmen? Want hij zegt het zo lekker helder. Je moet toch veronderstellen dat het vallen van de vaas tot een verkiezing zal leiden waarvan je als vertegenwoordiger van het milde midden – ik spreek namens mijzelf – mag hopen dat je het niet meemaakt, want het zal heel erg zijn als het om de uitslag gaat.

Nee, beter is het om geen loopje met de wil van de kiezer te nemen en binnen het systeem te blijven. Het is aan het CDA en andere middenpartijen om een inhoudelijk geloofwaardig verhaal te komen en dat sterk uit te dragen. Wij horen nu zelf op volle kracht in de Chambre de Reflexion te zitten, om dan later op volle kracht in de arena van de tweede Kamer te kunnen opereren. Daar hoort dan overigens ook een helder en niet bang Europa-standpunt bij. Nederland is deel van de Europese toekomst. Wij zijn Europa.

Kwetsbare Balkan

Vandaag geen uitgebreide weblog (gelukkig, verzuchten nu enkelen). Deze week stond in het teken van het beoordelen van zo’n 40 aanvragen voor de ‘European Public Sector Award’. Inhoudelijk mag ik daar helaas niets over zeggen, maar geloof me dat het een hele exercitie was om alle indieners goed te beoordelen. De organisatoren hadden mij en de collega’s daarbij goed bij de taas door domweg een minimum aantal letters te eisen bij elk van de 8 te beoordelen aspecten. Meestal was dat geen al te grote straf, maar bij sommige aanvragen was het logisch geweest om met drie letters te volstaan. Maar goed, het is gelukt. Eind mei gaan we ons werk in groter verband tegen elkaar leggen en daar moeten dan een paar organisaties uitkomen die voor de prijs in aanmerking komen en nog ter plekke zullen worden beoordeeld.

Waar ik wel wat over kan en mag zeggen is een training die ik afgelopen zaterdag in boedapest heb gedaan voor het ‘Robert Schumann Institute’. Voor dit instituut mag ik wel vaker trainingen verzorgen (altijd in afstemming met de Nederlandse Eduardo Frei Stichting / EFF) en dat is altijd een genot, zowel door de groep die je voor de neus krijgt (jonge politieke talenten met een stevige vooropleiding en vaak al verantworodelijke banen), als door het steeds wisselende thema.

Dit keer vroeg Gabor mij iets te vertellen over ‘targeting your voter’ en ‘building a constituency’. Wat hij eigenlijk aan mij vroeg, was om de deelnemers mee te nemen in het werken met ‘gelieerde organisaties’. In Nederland, en zeker binnen het CDA, zijn we gewend om voor elke doelgroep een aparte deelorganisatie op te richten. We werken met een reeks van stichtingen, verenigingen en werkgroepen voor vrouwen, ouderen, jongeren, bestuurders, internationaal belangstellende, uitkeringsgerechtigden, allochtonen, ondernemers, ambtenaren, etc., etc. Niet zelden hebben deze groepen een behoorlijke ‘in-crowd’ die zich ook nog mag vertegenwoordigen in besturen en platforms. Ondoorzichtig voor de buitenwereld, maar niet onbelangrijk.

Hoe anders op de Balkan. Gelieerde verenigingen worden met enig wantrouwen bekeken, als men er al over nadenkt. En als ze er al zijn, zijn het er doorgaans niet meer dan twee. Eén voor de jongeren – ‘want wie wil anders de flyers rondbrengen?’ en één voor de veteranen. Met de groep die ik zaterdag voor me had ben ik alle veronderstellingen achter het werken met gelieerde organisaties gaan afpellen. Al in de voorbereiding was het mij duidelijk geworden dat ik niet zonder meer onze CDA-aanpak ten voorbeeld moest stellen. Jongens, wat hebben we weer alles overgeorganiseerd. Aan de andere kant waren er ook redenen om toch maar niet de éénmansvariant van Wilders ten voorbeeld te stellen (als je het over hem hebt, komt er altijd een soort waakzame nieuwsgierigheid in de ogen van de deelnemers; hoe hebben de Hollanders het zo uit de hand kunnen laten lopen. Wat betekent dat voor ons?). Uiteindelijk heb ik met de groep vooral gesproken over generieke varianten zoals bijvoorbeeld de Conservatives die hanteren (How to get involved), met een mix van traditionele structuur en moderne techniek. natuurlijk waren er weer confronterende momenten. Toen we het bijvoorbeeld over de relatie tussen de programma en doelgroepenbeleid hadden, kreeg ik van ten minste twee deelnemers te horen dat dit een totaal irrelevant onderscheid was: iedereen van hun minderheid zou hoe dan ook op hun stemmen, ongeacht wat de inhoudelijke boodschap was. Die deed er eigenlijk totaal niet toe. Weer een andere deelnemer zette om geheel eigen reden vraagtekens bij de mogelijkheden een jongerenorganisatie op te zetten: alle jongeren vluchten het land uit. De gemiddelde leeftijd was al 46 jaar en stijgend. Maar samen kwamen we toch uit op een paar prachtige mogelijkheden om de basis voor hun partijen te versterken. Het was een voorrecht om met ze te werken.

Een voorrecht met pijn in het hart. Deze jongeren behoorden zonder meer tot het beste van hun generatie en hun land. Wat me opviel was hoe helder ze waren over de verwoestende werking van corruptie. Kreeg ik bij andere groepen nog wel eens de indruk van deelnemers dat ze niet sterk genoeg in hun schoenen stonden om zich er aan te onttrekken, hier had ik een groep te pakken met mensen die er anders in stonden; die het veel te goed doorhadden om er zomaar in mee te gaan. Ze laten zich hun nieuwe verworvenheden niet zomaar afpakken, was voor mij het overheersende gevoel. Een Arabische lente kan altijd nog op de Balkan gebeuren als het weer verder mocht gaan afglijden. Maar wat blijft het kwetsbaar allemaal. Deze jongeren zijn Europeaan tot op het bot. Ze kunnen zich met iedereen in het tradtionele Europa meten. De omstandigheden hebben ze echter niet mee. Eén van hen was de assistente van Toma, een bijzondere Serviër (zie ’48 uur in Tirana’). Zij is een hele heldere dame, een talent op zich. Toch dreigt zij weg te gaan uit eigen land, teleurgesteld door de eeuwige spelletjes en het onvermogen om eerlijk politiek te bedrijven. Ik hoop dat ik haar en haar collega’s duidelijk heb kunnen maken dat het aan de andere kant van de politieke heuvel niet altijd groener is en dat wat zij doet in veel opzichten relevanter is dan wat we in een land als Nederland te doen hebben. Ik kan het echter haar niet kwalijk nemen als ze voor haar zelf kiest. En ondertussen denk ik dat we als Nederland wel degelijk een boodschap moeten hebben aan mensen zoals zij en ons niet laten verlokken om achter Wilderiaanse dijken ons eigen isolement te zoeken.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek