Maandelijks archief: maart 2011

Crisis in het CDA: bij het herlezen van een brief

In deze laatste weblog voor het congres van 2 april geen actuele interpretatie van de voorzitterstrijd in deze dagen. Mijn keuze is in principe gemaakt, al zal ik wel wachten tot na de speeches op het congres. Via de woorden die ze uitspreken en de vorm die ze daarvoor kiezen, zeggen de kandidaten iets over zichzelf en hun invulling van de voorzittersrol. Ik vind het een kwestie van respect om te wachten op de speeches – en bovendien hou ik wel van een beetje rethoriek.

Belangrijker is echter wat deze voorzitterskeuze betekent voor het in beweging brengen van onze partij. Hoe keren we het tij? Onze partij wordt in een razendsnel tempo leeggezogen. Op de langere termijn geloof ik in de kansen van een partij als het CDA, op de korte termijn zijn de vooruitzichten dramatisch. Beide kandidaten bieden een eigen perspectief op een kerend tij. Sjaak van der Tak doet dit door er op te wijzen dat de meeste potentiële CDA-kiezers zich op rechts bevinden en dat we die kiezers daar eerst moeten vinden voordat we ze weer richting het midden kunnen gidsen, want ook hij ziet daar de logische plaats van het CDA. Het is in ieder geval een analyse die feitelijk juist is en als strategische koers overtuigend. Je kan jezelf wel tot matigende middenpartij verklaren, maar je moet ook een verhaal hebben om die positie onvermijdelijk te maken en daarvoor wijst hij de richting. Er zit echter één klein, maar vitaal woordje in deze denklijn dat er uit moet worden gelicht. Het gaat om het woordje ‘we’. ‘We’ kunnen anderen niet overtuigen van ons verhaal als ‘we’ niet eerst onszelf weten te overtuigen. Het is op dit punt dat de kandidatuur van Ruth Peetoom zo welkom is: in haar persoon laat ze zien dat ook de tegenstemmers van 2 oktober erbij horen – dat er een ‘we’ is. Het principe dat je eerst het eigen huis op orde moet hebben voordat je effectief naar buiten toe kunt optreden, geldt ook voor ons.

Het is wel een heikel evenwicht, als ik er zo over nadenk. Alleen de persoon Ruth zal niet genoeg zijn om een verandering te geven – zoals ze zelf waarschijnlijk als eerste zal toegeven. Gelukkig heeft ze uit de eerste rond een stemmenaantal gehaald die ver boven de 32% uit is gekomen. Toch blijft het risico bestaan dat ze teveel met die 32% en te weinig met de 100% wordt geidentificeerd. Daarom is het zo belangrijk om niet alleen naar de persoon, maar ook naar de inhoud te kijken. En om dat weer te doen, ben ik vanavond maar eens terug gegaan naar de roemruchte brief van Ab Klink. Toen ik iemand zei dat ik daar over wilde schrijven, kreeg ik gelijk een schrikreactie. Moet je het daar nou over hebben? Een beetje riskant is het wel, heb ik haar toegegeven, maar ik hoop het zo te doen dat het ruimte geeft en geen oude vechtpunten herhaalt.  

We zijn nu een paar maanden verder met het Kabinet. Klopt zijn analyse van destijds en zullen we er ook in de komende periode nog tegen aan lopen? Ik kan me de woensdagavond nog goed heugen dat de brief uitkwam. Samen met een paar anderen, inclusief onze lijsttrekker Liesbeth Spies, waren we aan het vergaderen over het provinciale verkiezingsprogramma. Het was een hele onrustige dag, vol met beelden van ‘de deur’. Ik hield in ieder geval mijn Blackberry in de gaten en opeens zag ik iets langs komen over een brief. Onder tafel probeerde ik de bijlage bij het bericht te openen, maar dat lukte niet. Het was me in ieder geval duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand was. Daarom vroeg ik Liesbeth om met mij de vergadering uit te komen en gingen wij op zoek naar een computer om de brief goed te kunnen lezen. We waren het zaaltje nog niet uit of de eerste journalisten meldden zich. Het probleem was dat wij op dat moment zelf ook niemand achter de fractiedeur konden bereiken. Welk standpunt moest Liesbeth innemen? Met enig improviseren lukte het ons een PC te vinden en de brief te lezen. We hebben elkaar toen even goed aangekeken. Heftig. Klopt het? En tegelijk besef je op zo’n moment dat het niet in de eerste plaats om de inhoud van de brief gaat, maar om de onderlinge verhoudingen binnen de fractie. Met dat in gedachten is Liesbeth antwoord gaan geven. Eerlijk en niet verhullend dat de brief een diep meningsverschil aangaf, maar ook professioneel in de zin dat ze er wel voor waakte om de tegenstellingen groter te maken dan ze al waren. Later die avond mocht ze dat op de radio nog eens doen, maar toen was er al contact achter de deur geweest. 

Ik merk nu dat ik te lang in die nauwe zin naar de brief ben blijven kijken; als iets waarbij geredderd moest worden. Allerlei mensen probeerden om, al dan niet via de media, mij aan hun kant te scharen, maar ik wilde toch proberen mijn bijdrage aan de eenheid te leveren. Ik twijfel er niet aan dat het er die avond en dagen ruig aan toe is gegaan, maar ik had ook mijn buik meer dan vol van prominenten die hun principes gingen uitventen zonder zich aan spelregels te houden. Daarmee zeggen ze: mijn principes zijn belangrijker dan de jouwe. Ze vroegen respect, maar ze gaven het niet. Vanaf die avond ben ik nog meer dan ik al deed mijn eigen afweging gaan maken. Maar nu, eind maart 2011 – als we wellicht via deze voorzitterkeuze weer over een brug kunnen gaan – wordt het ook zaak naar de onderliggende spanning te kijken, anders staan we elkaar aan de andere kant van de brug weer verwijtend aan te kijken. Daarom komt de brief weer terug in mijn gedachten, maar meer op inhoud. De zin die het meest beklijfd uit de brief van Ab Klink is deze: ‘De dieptelaag van de motieven doet er toe in de politiek’. Daarin neem ik hem zeer serieus. Juist nu. 

In veel opzichten heeft Ab dan een vooruitziende brief geschreven. Je kan zeggen dat hij heeft aan zien komen dat het CDA in een sterk verdedigende positie terecht is gekomen en dat de oorzaak daarvan is dat het in de kluwen van motieven die aan het kabinetsbeleid ten grondslag liggen steeds aan het kortste eind trekt. Ook al hebben we de beste en meest ervaren bewindspersonen; de lof komt elders terecht, de kritiek bij het CDA. Als hij zegt dat ‘dit traject de spankracht van het CDA te boven gaat’, lijken de uitkomsten van de provinciale verkiezingen hem gelijk te geven. En toch vind ik het te smal om te zeggen dat Ab een vooruitziende blik heeft gehad. In mijn ogen is er zowel meer als iets anders aan de hand. Wat dan? Events, my boy, events. Er is sprake van een ongekende internationale onrust. Niet voor niets, maar toch onverwacht, zijn het vooral de ministers in de buitenlandhoek die onder druk staan. Daarnaast komen dan nog eens de bezuinigingen. Bezuinigingen die in bijna alle gevallen gepaard gaan met ongekende structuur- en stelselwijzigingen. De combinatie van de internationale en binnenlandse agenda geeft een ongekende dynamiek. Voor het publiek lijkt het teveel van het goede, zowel inhoudelijk als communicatief. Het is geen toeval dat de berichtgeving zich versmalt tot een helicopterincident en het bijzonder onderwijs. Heel belangrijke onderwerpen natuurlijk, maar niet in het minst omdat ze een symblische lading krijgen tegen de achtergrond van veel groter en heftiger bewegingen. In die dynamiek krijgen punten waarop PVV en CDA wezenlijk van elkaar verschillen, geloof en integratie, vooralsnog niet de gedachte zwaarte.

Is Wilders dan veranderd? Dat is niet het punt. Wilders doet vooralsnog geslaagde pogingen het onverzoenlijke te verzoenen. Aan de ene kant is dat zijn boodschap van de-islamisering. Dat brengt hij nog met volle overtuiging, maar die agenda komt niet echt vooruit. Ondertussen werkt hij hard door aan maatschappelijke acceptatie van zijn partij (en zichzelf). Dat laat meer ontwikkeling zien. Het is geen geheim dat de PVV op de werkvloer van het Parlement over het algemeen goed en loyaal samenwerkt met de twee regeringspartijen. Als Klink schrijft dat dit Kabinet kapot zal gaan aan gebrek aan cohesie, dan zal hij moeten toegeven dat de cohesie bij het vorige kabinet in de dagelijkse praktijk heel wat meer onder druk stond. In die praktijk beperken de botsingen met de coalitie zich tot de buitenlandse missies en daar valt mee om te gaan. Het zal boeiend worden om te bezien wat Wilders over heeft voor zijn maatschappelijke acceptatie, maar als ik hem was zou ik de huidige koers voortzetten, want die levert hem geen windeieren op. 

Van CDA-zijde mogen we ons ernstig achter de oren krabben waarom we voor regeringsdeelname hebben gekozen en niet voor de oppositie, maar vooralsnog heeft dat met andere redenen te maken dan met de PVV. Waar we voor staan is een ongelofelijk breed front van ingrijpende veranderingen en daar staan we voor zonder geaccepteerde boodschap of boodschapper. Landsbelang vraagt dat we toch in regeringsverband aan de slag gaan, terwijl het partijbelang volgens mij iets anders zegt. Op 9 juni werd niet alleen onze partijleider, maar juist ook onze partij naar huis gestuurd. De diepere motieven waar Ab terecht over spreekt raken niet alleen de integratiediscussie, maar ook die over de wijze waarop we wonen, bijstand verlenen, onderwijs geven, internationaal solidair zijn, onze buurman op straat groeten en ga zo maar door. Vermaak één motief tot lakmoesproef en we schieten allemaal tekort.

Het is mijn stelling dat de brief van Ab Klink en alles daaromheen een (te) sterke versmalling heeft gegeven in de discussie. We zijn samen een tunnel ingelopen. Het accepteren van de gedoogconstructie werd de lakmoesproef voor alles, met het voor of tegen op 2 oktober als dieptepunt. Wat ik hoop is dat de komst van de nieuwe voorzitter binnen de partij aangeeft dat de discussie weer in het volle licht en over de volle breedte wordt gevoerd. Om bruggen te slaan moeten we eerst uit de tunnel komen. Zelf wil ik dat in een zekere ontspannenheid doen (zei de vrijwilliger). Regeringsdeelname is geen doel op zich. Dit land moet geregeerd worden en dan hebben we nog steeds een belangrijke bijdrage te leveren. Tegelijk zie ik uit naar het moment dat we weer voluit voor onszelf kunnen kiezen. We hebben een unieke kans om onszelf van program van uitgangspunten tot verkiezingsprogramma weer inhoudelijk te gaan doordenken. Als we dat samen, snel, goed en grondig aanpakken, komt ook ons moment weer snel genoeg.

Nu naar de tweestrijd

De uitslag is bekend. Ruth Peetoom en Sjaak van der Tak gaan door. Voor hen uiteraard de felicitaties.

Geen van de andere kandidaten kwamen boven de 6 procent, waarbij Ton iets van 100 stemmen meer kreeg dan Martijn op een totaal van 18000 stemmers, minder dus dan 25% van het totaal aantal leden. Aangezien meer dan een week voor het sluiten van de stemming het percentage al rond de 20% stond, lijkt het er op dat de grootste klap direct al in de eerste week en dagen werd gemaakt en erg bepaald werd door het mediabeeld van de twee favorieten. Jammer voor de vier andere kandidaten, maar het lijkt alsof ze nauwelijks een echte kans hebben gehad. Een zure les voor de volgende voorzitterscampagne – selecteer alleen maar ‘bekende’ kandidaten of alleen ‘onbekende’ kandidaten. Immers, bij een campagnetermijn van minder dan vier weken kan een onbekende kandidaat nooit voldoende naamsbekendheid opbouwen, zeker niet als je al vroeg de mogelijkheid opent om te gaan stemmen. Jammer voor Ton, Martijn, jan en Ronald, want zeker in de laatste week begon het beeld wat te kantelen. Ik leef met ze mee.

Een andere weging is de vraag of een kleine 25% nu een hoge opkomst is of niet. Het lijkt wat hoger te zijn dan bij de vorige voorzittersverkiezingen, maar echt veel is het niet. Gelet op de volle zalen en alles er omheen zal ik niet degene zijn die zegt dat de voorzittersverkiezing niet leefde, maar kennelijk moeten we er nog steeds aan wennen om het op deze, wat anonieme, manier te doen. De vraag is natuurlijk of de slotronde een ander beeld te zien zal geven. Het zijn twee heel verschillende kandidaten, die ook wat polariserend op elkaar werken. Daarbij kunnen degenen die op het congres van 2 april aanwezig zijn dan nog hun stem uitbrengen, wat ook goed is voor de betrokkenheid. We zullen het zien.

Deze ronde blijf ik niet op het hekje zitten. Mijn voorkeur gaat uit naar Ruth. Ik vind het vreselijk belangrijk om de volle breedte van de partij weer te pakken, dus ook de 32%-ers. Als iemand die brug kan slaan is zij het. Ik hoop dat – ook als er nog spanning mocht zijn tussen de regeringsvleugel en de tegenbeweging – het huis van de partij bij haar weer open genoeg zal zijn om iedereen weer binnen te laten lopen voor een borrel en een stevig gesprek. Ik zie haar ook goed in staat om met wat wijsheid de vernieuwing in de lijst(en) ter hand te nemen en dat is uiteindelijk toch de belangrijkste taak die een voorzitter te doen heeft.

Ik merk bij mijzelf wel dat de redenen om voor Ruth te gaan nog wat defensief zijn, vooral gericht op het helen van wonden en het klaar maken van een nieuwe sprong. Waar die nieuwe sprong naar toe gaat en hoe krachtig die zal zijn – ik maakte er eerder al kritische opmerkingen over. Wat dat betreft is Sjaak toch een geweldige kandidaat; wat hij doet doet hij krachtig. Ik ben zeker niet gerustgesteld over het punt van de tijdsbesteding, maar dat is uiteindelijk niet waar het om draait. Hij is een man met drive en allemachtig, wat hebben we een dergelijke drive nodig. Sjaak laat niemand neutraal, mij ook niet. Het respect dat ik voor hem heb, neemt ook de het gevoel niet weg dat hij mij en velen anderen met mij niet mee zal nemen in die drive en dat heb ik wel bij Ruth. Vandaar mijn keuze – wat niet wegneemt dat ik met veel plezier de tweede en laatste fase van deze verkiezingen zal volgen en er over zal schrijven als er dingen gebeuren die de moeite waard zijn om nader te beschouwen.

Voor-zitten of voor-staan

Afgelopen vrijdag zaten de kandidaat-voorzitters van het CDA in eerste instantie allemaal keurig op een rij achter tafels in het krappe zaaltje van gebouw ’t Centrum in Bodegraven. Er moesten (weer) stoelen worden bijgeplaatst, de sfeer was opgewekt en verwachtingsvol.
Net als bij elk debat, stelde de gespreksleider voor om in het begin een korte ronde te doen waarin de kandidaten iets over zichzelf konden vertellen. Hij gaf als eerste het woord aan Martijn Vroom – en die doorbrak meteen de beperkte bewegingsvrijheid voor de zes. Hij worstelde zich langs een tafel en deed vervolgens staande zijn verhaal. Helemaal typisch Martijn. Hij staat voor zijn voorzitterschap. De andere kandidaten volgden overigens direct zijn voorbeeld, met niet minder gedrevenheid. Het moment bleef bij mij haken, omdat het mij met een glimlach deed beseffen dat we geen voor-zitter zoeken, maar iemand die wil voor-staan. Als ik iets heb geleerd van de debatten en interviews van de afgelopen twee weken, dan is het de behoefte aan iemand die het CDA-gevoel nieuwe inhoud geeft en daarvoor staat. Het draagt het risico in zich dat we onze voorzitter selecteren alsof het om de nieuwe partijleider gaat. Dat is teveel gevraagd, maar een echte wegbereider voor de volgende fase moet hij of zij wel zijn.
Als een soort weblog na-zitter vind ik het in ieder geval de moeite waard om wat indrukken te vergelijken, ook ten opzichte van mijn eerste weblog over deze voorzittersverkiezingen. In een wat andere volgorde loop ik de kandidaten langs en wil, voor de die-hards, daarna nog iets kwijt over de koers van de vereniging.
Ik schreef net dat het typerend voor Martijn is om zo naar voren te stappen. In die kleine actie laat hij zich zien als initiatiefrijk, maar ook confronterend. Als hij iets zegt over de partij, dan gebeurt er wat. Willen we zo’n voorzitter? We hebben het nodig, is mijn antwoord. Opnieuw. Willen we zo’n voorzitter? Een fors deel zal dat niet willen. Martijn is door zijn zelfgekozen profiel als jongerenkandidaat vooral aangewezen op een relatief beperkt deel van de leden. Demografisch behoor ik daar niet toe, maar hij houdt een speciale plaats bij mij omdat hij, in zijn voor de troepen uitlopen, dichter bij de toekomst staat dan de partij. Ook als het aantal stemmen dat hij krijgt niet genoeg is voor de tweede ronde, is elke stem op Martijn wel een prikkel vooruit.
En hoe doet Jan de Visser het? Jan is scherper dan ik vooraf voor mogelijk hield en dat bevalt me prima. Klasse ook dat hij in zijn eigen weblog direct op de drie dilemma’s inging zoals ik die vorige week in mijn weblog had geformuleerd. Hij kwam ook met wat waarschijnlijk de enige one-liner is die deze campagne overleeft: ‘het moet niet links, het moet niet rechts, het moet van onderop’. Mijn zorg is niet meer dat hij teveel een denker is. Hij laat meer zien. Maar als ik naar hem luister is het wel vooral mijn verstand dat op hem reageert. Laat ik voor mijzelf spreken: zijn passie is zonder meer oprecht, maar raakt mijn hart minder. Is het eerlijk om iemand zo te beoordelen? Nee, maar het is wel een factor.
Ronald Zoutendijk heeft mij aangenaam verrast bij de start van de campagne. ik kende hem niet, maar hij bleek wel iemand te zijn die je graag wilt leren kennen. Daarna is er echter weinig ontwikkeling in zijn verhaal gekomen, wat waarschijnlijk komt omdat zijn ervaring nog beperkt is. Zijn boodschap van luisteren naar de leden vind ik te mager. Op zich is het overigens wel goed dat die boodschap werd gebracht. Het maakt namelijk vooral duidelijk dat het voor de leden niet genoeg is om een ‘procesvoorzitter’ te hebben. De leden willen wel degelijk iemand met een degelijke boodschap. Voor Ronald komt deze campagne te vroeg, maar een aangename kennismaking blijft het.
Dan de bekende twee. Ik zal deze eerste ronde niet op één van beide stemmen. Dat heeft niet direct met hen te maken, maar met mijn gloeiende irritatie met de media. Een paar uitzonderingen daargelaten, hebben de meeste aan het begin geconcludeerd dat deze twee de min of meer Bekende Nederlanders zijn en dat is het dan. Dat er wel degelijk een ontwikkeling in deze campagne heeft gezeten met verschuivingen in voorkeuren – het is ze ontgaan. Voor mij maken de media nog altijd niet uit welke voorzitter ik moet kiezen, dat bepaal ik zelf wel.
Doe ik Ruth en Sjaak daarmee tekort? Wel wat, maar het geeft mij het voordeel nog even te kijken hoe beiden zich ontwikkelen in een waarschijnlijke tweede ronde. Als deze campagne één ding duidelijk heeft gemaakt, dan is het dat de leden niet alleen mee willen praten, maar ook leiding willen krijgen. Beide hebben voor mij de goede balans tussen verbinden en bouwen nog niet gevonden, hun eigen persoonlijkheden zitten nog wat in de weg. In Bodegraven nam Sjaak wat gas terug en kwam met analyses en woorden die me raakten, maar in Den Haag was hij me teveel de tot op het bot gedreven man die de mensen in zijn omgeving vergeet in zijn urgentie om maar bij zijn publiek door te dringen. Hoe gaat hij dat later als partijvoorzitter doen? Dan een punt waar hijzelf tabak van heeft, maar naar mijn vermoeden niet weggaat in een volgende ronde. Sjaak geeft tak-tak-tak antwoord op de vraag of het voorzitterschap in twee dagen te doen valt (en biedt een aantrekkelijke bezuiniging aan), maar ik heb nu 4 voorzitters meegemaakt die allen behoorlijke managers waren en toch moesten vechten om niet 7 x 24 uur met het voorzitterschap bezig te zijn. Het probleem zal wel oplosbaar blijken te zijn, maar ik ben nog niet overtuigd.
Ruth haalt er nog niet uit wat er in zit. Een fijne vrouw, maar ik onthou te weinig van wat ze zegt. Dat is overigens niet door gebrek aan passie of scherpte – ze kan fel zijn – maar mag het een onsje concreter? Er is iets van een gat tussen haar geschreven woorden en de woorden voor een publiek (waarbij ik niet uitsluit dat ik kritische luister dan het gemiddelde lid). Misschien is dat omdat ze ons niet wil vervelen, maar voor mij geeft het ook aan dat dit een voorzitter is die nog moet groeien. Hoe doet ze dat in het Haagse haaienbad, als je er direct moet staan? Voor mij is ze wel volstrekt geloofwaardig, meer dan welke kandidaat ook, als een voorzitter die tussen de mensen in staat en weet wat er speelt. Ik heb echter geleerd dat dat alleen niet voldoende is. Wat ik zie is goed, wat ik hoor kan krachtiger. Het wordt een belangrijke volgende ronde.
De duidelijke winnaar voor mij is tot nu toe Ton Roerig en niet alleen voor mij. Als ik mijn contacten goed beluister, concludeer ik dat hij zich bij alle 4 grote debatten van onbekende tot publieksfavoriet heeft weten te ontwikkelen. Niet voor niets zijn zowel Ruth als Sjaak lovend over hem. Dat komt vooral omdat hij in zijn basishouding de woorden en uitstraling van een verbinder heeft, maar op de goede momenten steeds weet ‘op te schalen’ naar het niveau van een stevige beslisser. Mijn vraag aan het begin van de verkiezingen was of hij inhoudelijk niet te licht is voor het voorzitterschap. Maar juist op dat punt heeft hij veel laten zien – ondanks of omdat hij zo’n beetje de enige is die niet met een 3, 7, 10 of 12-puntenplan komt of met een contract zwaait. Uit alles blijkt daarbij dat Ton degene is die de groepsprocessen in de zaal het beste leest en dan zijn keuzes maakt. Heb ik dan geen kritiek? Niet veel op zijn optreden als hij er is. Ik vraag me wel af of hij voldoende vooruit heeft gedacht. Zijn campagne is niet de beste van de kandidaten, een beetje teveel ‘on the fly’, zoals de Engelsen zeggen. Nu loopt Ton hetzelfde risico als de ‘andere’ kandidaat bij de vorige verkiezingen. ‘Achteraf’ zeggen nogal wat mensen ‘Oh, hadden we dat maar eerder gehoord’.
Zijn we zo rond? Mijn stem blijft mijn geheim, maar ik heb denk ik geen geheim gemaakt van de richting waarheen ik denk. Zo moet uiteraard iedereen een eigen afweging maken (of heeft die al gemaakt; donderdag zou al 15% van de leden hebben gestemd, al meer dan de vorige keer). Ik moet nog wel iets kwijt, of beter gezegd, ik moet nog wel iets compenseren. Het geeft iets ongemakkelijks om zo over personen te oordelen. Je kan redenerend at ze er om hebben gevraagd door zich kandidaat te stellen, maar het gaat in de politiek al zoveel over personen. Voor je het weet schiet je door in het gepsychologiseer. De partij die ze zo moeten gaan leiden is veel complexer dan wat één persoon aan kan. Voor de absolute die-hards daarom nog een reflectie op een hoger abstractieniveau. Ben ik dat ook weer kwijt.
Deze voorzitterswisseling zal zeker een markering in de koers van de partij worden. Niet direct overigens. De echte markering komt als er een nieuwe lijst wordt samengesteld en de volgende verkiezingen een kans bieden om weer te gaan bouwen – en dan nog zal het tijd kosten voordat dit zichtbaar wordt voor de kiezer. De kandidaten die nu roepen dat we in 2014 er weer helemaal zijn, geef ik graag gelijk, maar ze gedragen zich als iemand die een staatslot koopt: je hoopt miljonair te worden terwijl de kans dat je wordt overreden ondertussen statistisch groter is (voor diegenen die graag de parallel met Rutte trekken; daar ging wel het vertrek van o.a. Verdonk en Wilders en een moeizame periode van zo’n 8 jaar aan vooraf; even lang als de oppositieperiode van de PvdA en onszelf). Wat er nu gebeurt, gaat wel koers en tempo bepalen en dat is razend interessant.

EFQM-schemaVoor mijn trainingen in het buitenland gebruik ik af en toe een plaatje om te verduidelijken hoe een politieke partij nu eigenlijk werkt. Niet in de vorm van het gebruikelijke structuurharkje of het portret van de Grote Leider, maar in de vorm van een plaatje dat inzet en resultaat met elkaar verbindt. Aan de linkerkant zie je wat gedaan moet worden om als moderne politieke partij sterk te zijn en aan de rechterkant zie je wat daar de gewenste uitkomsten van moeten zijn, met een betere maatschappij als abstract geformuleerde uitkomst. Alleen stemmen binnenhalen is nooit genoeg. Het is een wisselwerking tussen verschillende elementen (met daaronder weer sub- en subelementen). Op dit moment maken we ons terecht druk over onze inhoudelijke boodschap, van program van uitgangspunten tot concrete beleidspunten, maar op zich is dat niet iets dat de kiezer direct raakt; het is als het ware het transformatorhuisje tussen de inzet van de leidende figuren en wat je concreet aan acties ziet.

In ’98 heb ik dit model voor de afdeling Amsterdam gebruikt met het voorbeeld van ‘wel of niet detectiepoortjes op school’ als concrete invulling ervan. Dat werkte best goed, maar het maakt tegelijk wel erg duidelijk hoe complex en veeleisend een politieke actie kan zijn. Het sloeg dus dood. Een plaatje als dit schrikt af voor mensen die in de waan van de dag leven, het stimuleert niet. Er zijn echter momenten dat je in de volheid naar alle elementen moet kijken die een goed functionerende politieke partij bepalen. Zo’n moment is de start van een nieuwe voorzittersperiode. Waar staat die voorzitter dan voor? Welke eisen mag je stellen? Hanteer ik dit model (dat natuurlijk nu ook weer te simpel is), dan is die opgave heel fors, zelfs als je er rekening mee houdt dat het CDA nog altijd in veel opzichten een stevige partij is. Wie de partij al afschrijft heeft niet gezien hoe groot de inzet is geweest rond de laatste verkiezingen en is het congres op 2 oktober al weer vergeten.
Maar buiten de piekmomenten moet er vreselijk veel gebeuren. Er is geen aandachtsgebied dat verwaarloosd mag worden en overal is wat aan de hand. Nederland gaat heel schraal met haar politieke partijen om, dus redding van suikeroompjes en andere sponsoren valt niet te verwachten. Eigenlijk zit er maar één ding op; het vliegwiel weer draaiend maken. Zorgen dat standpunten van de partij een reactie uitlokken, positief of negatief, en dan doorduwen en uitbouwen. Dat betekent bovenal werken aan het transformatorhuisje, want een voorzitter alleen kan dat niet. Na de voorzittersselectie verdienen ‘program & strategy’ prioriteit, met veel oog voor het gewenste maatschappelijk effect. Pas daarna kan je hopen dat de andere zaken op zo’n manier in beweging komen dat er weer groei mogelijk is. Dat betekent ook dat de partij zich tijd moet gunnen en zo nodig de handen vrij moet maken. Dat laatste is belangrijk, want voor je het weet lopen de prioriteiten van het zittende kabinet dwars door die van de partij-ontwikkeling heen. Een goede voorzitter voorkomt dat waar het kan en kiest voor de partij als het moet. Dat is niet hetzelfde als voor oppositie kiezen, maar het is wel goed om de vrijheid van een oppositiementaliteit te voelen.
Wat een baan. Zullen we helpen?

2e Bijeenkomst HRO-initiatief

Hierbij wil ik alle belangstellenden namens het “HRO-initiatief’ van harte uitnodigen voor de tweede bijeenkomst van het ‘HRO-initiatief’. Het zal plaatsvinden op 29 maart a.s. van 16.00 – 18.00 uur, in Regardz The Globe in Den Haag (station HS), met aansluitend borrel en broodjes.

We zijn in vele opzichten stappen aan het zetten met het gedachtegoed van ‘hoogbetrouwbaar organiseren’ (High Reliability Organizing, oftewel: HRO) en die stappen komen op 29 maart naar wij verwachten mooi bij elkaar.

Na een eerste artikel in M&O afgelopen zomer, is recent een artikel over HRO geplaatst in Sigma, het vakblad voor kwaliteitsdeskundigen (beide te vinden op deze website onder artikelen).

Een volgende stap vindt tijdens de bijeenkomst op 29 maart plaats met de presentatie van de Nederlandstalige uitgave van het boek van Karl Weick en Kathleen Sutcliffe ‘ Management van het Onverwachte‘, uitgever BBNC, Rotterdam. De vertaling is van de hand van Herman de Bruine. Het boek zit in de kosten van 75 euro voor deelname.

Het boek wordt aangeboden aan Pieter Gieling, vm. districtschef bij de Politie Utrecht en nu verbonden aan de Politieacademie te Apeldoorn. Na de aanbieding gaan we met hem in gesprek over elementen uit het boek en zijn inzichten uit de politiepraktijk.

Stappen zijn er ook te melden in de vorm van nieuw onderzoek, mede dankzij de respons op de vorige bijeenkomst. Zoals beloofd zullen we daar wat dieper op ingaan tijdens de bijeenkomst.

Voor degenen die nog onbekend zijn met het gedachtegoed lopen we de elementen in het begin van de bijeenkomst nog even langs, maar wel korter dan in de eerste bijeenkomst. Het verslag van die bijeenkomst staat eveneens op deze website.

Aanmelding graag op: dpn@northedge.nl of op de agenda op deze website.

Mede namens Herman de Bruine en Jos Tjon,

Peter Noordhoek

Over dilemma’s en een voorzitterskeuze

Eigenlijk heb ik deze weblog om over mijn werk te schrijven, maar omdat ik mijn website net met een column daarover heb gevuld, permiteer ik mij om nog wat meer te schrijven naar aanleiding van de strijd om het landelijk voorzitterschap van het CDA.

Ik zeg ‘naar aanleiding’ omdat ik de afgelopen week mij niet super goed aangesloten heb gevoeld bij die strijd. Wat ik van de verschillende kandidaten hoorde was goed. Ruth en Sjaak hadden beide effectieve en informatieve optredens in de media. De andere kandidaten slaagden er minder goed de media te vinden, maar de meesten maakten dat digitaal goed. (ik las dit weekend weer eens in David Plouffe’s ‘The Audacity to Win’. Daarin beschrijft hij hoe Obama’s campagne er in slaagde om via hun website meer dan 20% van het electoraat direct te bereiken, dus zonder tussenkomst van de media. Ook zonder het BN-complex van Nederlandse journalisten maakt deze campagne weer duidelijk hoe belangrijk het directe digitale kanaal is).

Maar al met al wacht ik de komende week af en hoop dat de debatten nog wat meer duidelijkheid zullen brengen. Zal ik ze een vraag stellen? Maar wat zou die vraag dan moeten zijn? Het wordt natuurlijk al snel vragen naar de bekend weg. Hmm, als ik ze nu eens een dilemma voorleg? Een dilemma uit het harde leven van een gekozen voorzitter. Laat ik dat eens proberen; een vraag in de vorm van een dilemma. Als CDA-lid, mocht iemand daar nog aan twijfelen.

Eerste dilemma. Je bent voorzitter en gaat, zoals elke donderdagavond, naar het Bewindspersonenoverleg (BPO). Een nuttig afstemmingsoverleg, waar je eigenlijk nooit kunt ontbreken. Aan de orde is een punt dat niet in het regeerakkoord staat, maar wel controversieel is. Denk aan een een extra korting op de sociale voorzieningen omdat vorige ingrepen niet voldoende bleken te zijn. Je eigen hoofd communicatie citeert uit een onderzoek waaruit blijkt dat de meeste potentiële CDA-kiezers de maatregel wel vervelend vinden, maar er hun stemgedrag niet door wijzigen. Je eigen bewindspersonen zijn, alles afwegend, voor de maatregel. Als voorzitter weet je heel goed dat een belangrijk deel van de eigen achterban fel tegen is en dit als een test van je betrouwbaarheid zien. Wat doe je?

Tweede dilemma. Ze gunnen elkaar niets. De provinciaal voorzitters komen keihard op voor kandidaten uit de eigen regio. Het voorstel van de lijst vindt geen genade. Heel veel nieuwe mensen, maar nauwelijks bekende namen, dus wordt er vooral gekeken naar waar de kandidaten vandaan komen. De provinciaal voorzitters trekken hun conclusie: te weinig mensen uit de eigen provincie, hier kan ik niet mee thuiskomen. Op een gegeven moment sneuvelen er in dit proces zoveel kandidaten dat de voorzitter meent dat de kwaliteit van de lijst niet langer gegarandeerd kan worden. Hier kan hij / zij ook niet mee thuiskomen. Tijd om nog langer te masseren is er niet. Gaat de voorzitter alsnog heel democratisch met de provinciale collega’s mee of trekt hij / zij een streep?

Derde dilemma. De voorzitter doet boodschappen bij de bakker. Niemand herkent hem / haar. Hij hoort de mensen spreken over de gezichtsbepalende figuren van zijn / haar partij en het is niet best; je kan er geen brood van bakken. Zijn / haar hart geeft hem in dat de mensen gelijk hebben. Tegelijk weet hij / zij dat diezelfde gezichtsbepalende figuren oprecht hun uiterste best doen om hun bestuurlijke opdracht te vervullen en dat de mensen die nu zo makkelijk met hun kritiek in de media komen wel erg makkelijk praten hebben en het niet beter zullen doen. Dan herkent een van de mensen in de winkel hem / haar en zegt: ‘En, ga jij daar nou wat aan doen of niet?’ Ga je daar als voorzitter dan op in of niet?

Drie pogingen tot een dilemma. De eerste is een bijna wekelijkse realiteit in het leven van een voorzitter, de tweede gaat om de meest essentiële verantwoordelijkheid van elke voorzitter: het samenstellen van een lijst. De derde is wellicht het meest fundamenteel: het luisteren naar wat je hart je ingeeft.

De antwoorden zijn eigenlijk niet eens zo interessant. Elk van de kandidaten mag verbaal vaardig genoeg worden geacht om er iets van te maken. Ik ben vooral benieuwd naar de wijze waaorop ze worden beantwoord. Welke toon wordt er gezet, hoe krachtig of wijs wordt het antwoord? Ik denk bijvoorbeeld dat Ronald Zoutendijk aan het eerste dilemma een kluif heeft omdat het een test is voor zijn gedachte om van zoveel mogelijk zaken een ledenraadpleging te maken. Of is een partijlid belangrijker dan een kiezer? Jan de Visser moet mij de passage in zijn boek aanwijzen waar staat hoe je hier 2.0 mee omgaat. Martijn Vroom zie ik vanuit zijn vernieuwingsdrang op ramkoers gaan richting de provinciale voorzitters, maar wellicht is hij dat voor door er in te slagen eerst zijn structuurverandering te realiseren. Ton en Ruth kunnen de boel wel bij elkaar proberen te houden bij het tweede en derde dilemma, maar soms is praten niet genoeg en moeten er keuzes worden gemaakt. Bij het derde dilemma moet Sjaak de mensen met wie hij al zo lang optrekt wellicht toch echt de waarheid gaan zeggen. Weer, allemaal zullen ze hun weg wel uit deze dilemma’s kunnen vinden, want het zijn stuk voor stuk verstandige mensen, maar de manier waarop ze dat woorden geven lijkt me wel interessant.

Vragen stellen is eigenlijk een wel erg makkelijke bezigheid. Het is net alsof je superieur bent aan degene wie je de vragen stelt – zo dadelijk mag je een oordeel over de antwoorden geven. Nah, denk niet dat ik ze voorleg. Het moet ook op een andere manier wel mogelijk zijn een beeld te krijgen van waar ze voor staan. Mischien is het wel genoeg om te vragen of ze een glas bier, een wijntje of een spaatje met me willen drinken. Zegt ook veel en is wel zo gezellig. Ondertussen leg ik de dilemma’s graag aan mijn mede-leden voor: snappen wij dat dit is wat we van een voorzitter vragen? Hebben we wel de juiste verwachtingen? Gaan wij de voorzitter steunen als hij / zij het moeilijk heeft, of gaan we er nog wat bezwaren boven op stapelen?

Wie het ook wordt; geef de voorzitter het krediet dat bij de zwaarte van de functie hoort.


Onze wereld is groot, complex en hoog als een berg. Weersomstandigheden wijzigen zich voortdurend. Hoe kom je dan aan de top?
Kaarten en instrumenten kunnen helpen. U vindt er hier vele. Het echte geheim schuilt in de mentaliteit waarmee u de berg te lijf gaat. Dan geldt wat iemand ooit vertelde: ‘De noordkant van een berg is het moeilijkste om te beklimmen, maar het meeste de moeite waard.’ Bij Northedge gaan we voor kwaliteit boven kwantiteit. Het vergt meer denkwerk, meer inspanning, meer van meer. Maar het is zo de moeite waard.  

Peter Noordhoek